<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR329143_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Rekenkamercommissie Land van Cuijk 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sint Anthonis</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-03-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sint Anthonis</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2019-70684">gmb-2019-70684</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Rekenkamercommissie Land van Cuijk 2014 (1e wijzigiging 2019)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-10-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2019-03-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>1e wijzigiging 2019</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RKC2014</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>personeel en organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Rekenkamercommissie Land van Cuijk 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. Gemeenteraden: de raden van de deelnemende gemeenten Boxmeer, Cuijk,
                        Grave, Mill en Sint Hubert en Sint Anthonis; </al><al>b. Rekenkamercommissie: de rekenkamercommissie van de gemeenten Boxmeer,
                        Cuijk, Grave, Mill en Sint Hubert en Sint Anthonis, ingesteld bij besluit
                        van de gemeenteraad van de genoemde gemeenten;</al><al>c. Doelmatigheid of efficiency: het streven om met een zo beperkt mogelijk
                        inzet van de beschikbare middelen het gewenste resultaat te bereiken;</al><al>d. Doeltreffendheid of effectiviteit: de mate waarin een organisatie erin
                        slaagt met de geleverde prestaties de gestelde doelen of de gewenste
                        maatschappelijke effecten te bereiken;</al><al>e. Lid: een lid van de Rekenkamercommissie dat op basis van artikel 2.2, lid
                        1 door de raad buiten de kring van zijn leden is aangewezen.</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Taak, samenstelling en
                                lidmaatschap van de Rekenkamercommissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Taak van de Rekenkamercommissie</titel></kop><al>1. Er is een Rekenkamercommissie Land van Cuijk.</al><al>2. De Rekenkamercommissie voert onderzoek uit naar de (maatschappelijke)
                        effecten van het gemeentelijk beleid en naar de doelmatigheid en
                        doeltreffendheid van het gemeentelijke beleid, van het gemeentelijke beheer
                        en van de gemeentelijke organisatie, naar de rechtmatigheid van het
                        gemeentelijk beheer, alsmede naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van
                        instellingen waarvan de activiteiten geheel of in belangrijke mate door de
                        gemeente worden bekostigd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Samenstelling Rekenkamercommissie</titel></kop><al>1. De Rekenkamercommissie bestaat uit vier leden, die afkomstig zijn buiten
                        de kring van de leden van de gemeenteraden en onafhankelijk zijn van de
                        deelnemende gemeenten en gemeentebesturen. </al><al>2. De leden van de Rekenkamercommissie worden door de gemeenteraden
                        gezamenlijk benoemd voor een periode van vier jaar, en wel op voordracht van
                        een door de gemeenteraden aan te wijzen selectiecommissie. De leden kunnen
                        eenmaal herbenoemd worden. De Rekenkamercommissie stelt een aftreedrooster
                        op.</al><al> 3. De leden zoals bedoeld in het vorige lid leggen, alvorens zij hun
                        functie kunnen uitoefenen, in een vergadering van iedere raad in de handen
                        van de voorzitter van de raad de eed (verklaring of belofte) af:</al><al>“Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de Rekenkamercommissie benoemd
                        te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk
                        voorwendsel ook, enige gunst heb gegeven of beloofd.</al><al>Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te
                        laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of belofte heb aangenomen
                        of zal aannemen.</al><al>Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten
                        zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de Rekenkamercommissie naar
                        eer en geweten zal vervullen. </al><al>Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat verklaar en beloof ik!)”</al><al>4. In het geval wordt overgegaan tot herbenoeming voor een aansluitende
                        periode kan het afleggen van de eed (verklaring en belofte) als bedoeld in
                        lid 3 achterwege blijven. </al><al>5. De Rekenkamercommissie benoemt uit haar midden één van de leden genoemd
                        in lid 1 als voorzitter. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en
                        periodiek bijeenroepen van de vergaderingen van de Rekenkamercommissie, het
                        leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitvoering van de
                        onderzoeksopzet en de werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige
                        besluitvorming. Hij onderhoudt contacten met een vertegenwoordiging van de
                        gemeenteraden, ambtelijke organisatie, pers en naburige
                        rekenkamer(commissie)s. Hij stuurt ondersteunende medewerkers van de
                        Rekenkamercommissie aan. Bij ontstentenis van de voorzitter treedt het
                        langstzittende lid op als voorzitter dan wel, als de overige leden een
                        gelijke periode zitting hebben gehad, het oudste lid in jaren. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Besluitvorming in de Rekenkamercommissie</titel></kop><al>1. In vergaderingen van de Rekenkamercommissie wordt besloten bij
                        unanimiteit.</al><al>2. Besluiten kunnen niet worden genomen tenzij een meerderheid van de leden
                        van de Rekenkamercommissie ter vergadering aanwezig is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Einde van het lidmaatschap</titel></kop><al>1. Het lidmaatschap van een lid eindigt van rechtswege:</al><al>a. op eigen verzoek;</al><al>b. bij aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap
                        van de Rekenkamercommissie; </al><al>c. wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens
                        misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is
                        opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;</al><al>d. indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder
                        curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van
                        betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld.</al><al>e. wanneer het lid naar het oordeel van de raad ernstig nadeel toebrengt aan
                        het in hem/haar gestelde vertrouwen. </al><al>2. De leden van de Rekenkamercommissie kunnen voorts door de raad worden
                        ontslagen wanneer zij door ziekte, gebreken of ongeschiktheid niet in staat
                        zijn hun functie naar behoren te vervullen. De toepassing van de
                        laatstgenoemde ontslaggrond vindt plaats na overleg met de voorzitter van de
                        Rekenkamercommissie. </al><al>3. Het gestelde in artikel 81 c, lid 6 en 7, artikel 81d en artikel 81h van
                        de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing op de leden van de
                        Rekenkamercommissie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Verboden handelingen</titel></kop><al>1. Het is de leden van de Rekenkamercommissie verboden de handelingen te
                        verrichten als bedoeld in artikel 15, 1e lid van de Gemeentewet. De
                        gemeenteraden kunnen, gehoord de Rekenkamercommissie, een lid van de
                        Rekenkamercommissie dat heeft gehandeld in strijd met dit verbod, van zijn
                        functie ontslaan.</al><al>2. De leden van de Rekenkamercommissie zijn niet werkzaam bij een bedrijf
                        dat werkzaamheden uitvoert in opdracht van de deelnemende gemeenten of bij
                        een door de gemeenten gesubsidieerde instelling, dan wel hebben geen andere
                        (neven)betrek-kingen die hun onafhankelijke positie ten aanzien van de
                        gemeenten zouden kunnen schaden.</al><al>3. Leden overleggen aan de gemeenteraden jaarlijks een lijst met daarin
                        opgenomen de nevenfuncties die zij op dat moment vervullen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden van de leden van de
                            Rekenkamercommissie</titel></kop><al>1. De leden ontvangen een maandelijkse vergoeding voor hun werkzaamheden
                        (bruto all in, inclusief reiskosten). Deze vergoeding is gelijk aan het
                        maximumbedrag voor een raadslid in een gemeente klasse 6 dat staat vermeld
                        in tabel I van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden zoals dat
                        jaarlijks door de Minister van Binnenlandse Zaken is vastgesteld. </al><al>2. De vergoedingen als bedoeld in het eerste lid komen ten laste van het
                        budget van de Rekenkamercommissie als bedoeld in artikel 5.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>De werkwijze van de Rekenkamercommissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Reglement van orde</titel></kop><al>De Rekenkamercommissie stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen
                        en andere werkzaamheden vast. Zij zendt het reglement na vaststelling
                        onverwijld ter kennisneming naar de gemeenteraden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Overleg met de gemeenteraden</titel></kop><al>1. De Rekenkamercommissie, dan wel een vertegenwoordiging hiervan, heeft
                        minimaal een keer per jaar overleg met de gezamenlijke en individuele
                        gemeenteraden, dan wel een vertegenwoordiging daarvan, en voorts zo vaak als
                        de gemeenteraden of individuele gemeenteraad dit nodig acht. In dit overleg
                        wordt de voortgang van de onderzoeken besproken en geïnventariseerd in
                        hoeverre de gemeenteraden gebruik wil maken van hun bevoegdheid een verzoek
                        in te dienen.</al><al>2. De Rekenkamercommissie stuurt aan de gemeenteraden elk jaar vóór 1 april
                        een verslag van de werkzaamheden over het voorgaande jaar, vergezeld van een
                        financiële verantwoording.</al><al>3. De Rekenkamercommissie beoordeelt of het wenselijk is de gemeenteraden of
                        individuele gemeenteraad tussentijds te informeren over de voortgang van
                        zijn werkzaamheden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Onderwerpen voor en beslissing tot uitvoeren van onderzoek</titel></kop><al>1. Suggesties tot het verrichten van een onderzoek kunnen worden gedaan
                        door:</al><al>a. de Rekenkamercommissie; </al><al>b. de gemeenteraden;</al><al>c. commissies als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet waaraan
                        bestuursbevoegdheden van het college van burgemeester en wethouders zijn
                        toegekend.</al><al>2. De Rekenkamercommissie kiest zelfstandig de onderwerpen voor haar
                        onderzoek, formuleert de probleemstelling en de onderzoeksvragen en stelt de
                        onderzoeksopzet vast. De onderzoeksopzet wordt door de Rekenkamercommissie
                        rechtstreeks ter kennisneming voorgelegd aan de gemeenteraad. </al><al>3. De raad kan bij motie de Rekenkamercommissie een verzoek doen tot het
                        instellen van een onderzoek. Dit verzoek moet voldoen aan de criteria zoals
                        opgesteld in artikel 3.4. Indien de Rekenkamercommissie niet aan het verzoek
                        van de raad voldoet, zal zij daarvoor gegronde redenen moeten
                        aanvoeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Selectie van onderzoeksonderwerpen</titel></kop><al>Bij de selectie van onderzoeksonderwerpen dient zoveel mogelijk aan de
                        volgende criteria te worden voldaan.</al><al>Het onderzoek dient:</al><al>a. Maatschappelijk relevant te zijn;</al><al>b. Bruikbare resultaten op te leveren (aanbevelingen);</al><al>c. Toekomstgericht te zijn;</al><al>d. Betrekking te hebben op de doelmatigheid, doeltreffendheid of
                        rechtmatigheid van het beleid;</al><al>e. Een substantieel financieel belang voor de gemeente te bevatten;</al><al>f. Beleid te betreffen dat de gemeente kan beïnvloeden;</al><al>g. Positief onderscheidend te zijn ten opzichte van andere onderzoeken
                        (doordat het onderwerp niet eerder is onderzocht, er andere elementen
                        onderzocht zijn of andere onderzoeken minder diepgaand/slechter zijn
                        uitgevoerd);</al><al>h. Bij te dragen aan enige evenwichtige spreiding over de gemeentelijke
                        beleidsterreinen in de opvolgende onderzoeken;</al><al>i. Communiceerbaar te zijn naar de bevolking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr><titel>Uitvoering van het onderzoek en rapportage</titel></kop><al>1. De Rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de
                        uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar
                        vastgestelde onderzoeksopzet.</al><al>2. De Rekenkamercommissie is bevoegd van alle bestuursorganen en van alle
                        ambtenaren van de aangesloten gemeenten de mondelinge en schriftelijke
                        inlichtingen in te winnen die zij nodig heeft voor de uitvoering van het
                        onderzoek. De Rekenkamercommissie kan de bevoegdheid tot het inwinnen van
                        inlichtingen mandateren aan (griffie)medewerkers die haar bij de uitvoering
                        van haar taak terzijde staan. De bestuursorganen en ambtenaren van de
                        aangesloten gemeenten zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de
                        door de Rekenkamercommissie gestelde termijn te verstrekken.</al><al>3. A- De Rekenkamercommissie is bevoegd indien en voor zover de aangesloten
                        gemeente(n) uit anderen hoofde over deze bevoegdheid beschikt, ten aanzien
                        van de volgende instellingen onderzoek te doen: a. openbare lichamen en
                        gemeenschappelijke organen ingesteld krachtens de wet gemeenschappelijke
                        regelingen waaraan de aangesloten gemeente(n) deelneemt, over de jaren dat
                        de aangesloten gemeente(n) deelneemt in de regeling; b. naamloze
                        vennootschappen en beperkte vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
                        waarvan de gemeente meer dan vijftig procent van het geplaatste
                        aandelenkapitaal houdt, over de jaren dat de aangesloten gemeente(n) meer
                        dan vijftig procent van het geplaatste aandelenkapitaal houdt; c. andere
                        privaatrechtelijke rechtspersonen waaraan de aangesloten gemeente(n) of een
                        derde voor rekening en risico van de gemeente rechtsreeks of middellijk een
                        subsidie, lening of garantie heeft verstrekt, ten bedrage van ten minste
                        vijftig procent van de baten van deze instelling, over de jaren waarop deze
                        subsidie, lening of garantie betrekking heeft. B- de Rekenkamercommissie is
                        bevoegd mondeling en schriftelijk informatie in te winnen bij de onder a, b
                        en c genoemde organisaties. Bij het uitoefenen van haar taak kan de
                        commissie gebruik maken van de resultaten van door anderen verrichte
                        controles, onverminderd haar bevoegdheden tot eigen onderzoek. </al><al>4. De Rekenkamercommissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn
                        openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet
                        openbaarheid van Bestuur kan de Rekenkamercommissie rapporten die aan de
                        raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. De leden
                        van de Rekenkamercommissie en degenen die ten behoeve van de
                        Rekenkamercommissie werkzaam zijn, zijn verplicht tot geheimhouding van al
                        hetgeen hen in hun hoedanigheid van lid, respectievelijk medewerker ter
                        kennis is gekomen.</al><al>5. De Rekenkamercommissie kan openbare informatieve vergaderingen
                        beleggen.</al><al>6. De Rekenkamercommissie legt het feitenonderzoek vast in een nota van
                        bevindingen en stelt op basis hiervan een conceptrapportage op. </al><al>7. De Rekenkamercommissie stelt betrokkenen in de gelegenheid om binnen een
                        door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, hun
                        zienswijze op het feitenonderzoek aan de Rekenkamercommissie kenbaar te
                        maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van
                        onderzoek is of is geweest. De Rekenkamercommissie bepaalt wie verder als
                        betrokkenen worden aangemerkt.</al><al>8. Na de ambtelijke hoor en wederhoor ten aanzien van de feiten zoals
                        bedoeld in lid 9 formuleert de Rekenkamercommissie haar conclusies en
                        aanbevelingen in een definitieve rapportage. </al><al>9. De Rekenkamercommissie stelt burgemeester en wethouders in de gelegenheid
                        om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken
                        bedraagt, hun zienswijze op de rapportage inclusief de conclusies en
                        aanbevelingen kenbaar te maken. In de onderzoeksopzet kan in overleg van
                        deze bepaling worden afgeweken. </al><al>10. Na vaststelling door de Rekenkamercommissie worden het onderzoeksrapport
                        en de nota met conclusies en aanbevelingen en de zienswijze van betrokkenen
                        op het rapport zo spoedig mogelijk aan de raad aangeboden, onder
                        gelijktijdige toezending van een afschrift aan het college en betrokkenen.
                        De raad bespreekt de onderzoeksresultaten op basis van het rapport en de
                        conclusies en aanbevelingen. De raad stelt de eindconclusies vast. </al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>De ondersteuning van de Rekenkamercommissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Medewerker/onderzoeker Rekenkamercommissie</titel></kop><al>1. De gemeenteraden kunnen besluiten tot het benoemen van een medeweker/
                        onderzoeker van de Rekenkamercommissie, voor zover zij dat nodig
                        achten.</al><al>2. De gemeenteraden benoemen, schorsen en ontslaan de
                        medewerker/onderzoeker, in overleg met de (voorzitter van de)
                        Rekenkamercommissie.</al><al>3. De medewerker staat de Rekenkamercommissie bij de uitvoering van haar
                        taken terzijde. </al><al>4. De medewerker legt rechtstreeks verantwoording af aan de (voorzitter van
                        de) Rekenkamercommissie over de wijze waarop de ondersteunende taken worden
                        verricht.</al><al>5. Een taakomschrijving en rechtspositionele inpassing voor de medewerker
                        wordt in overleg met de (voorzitter van de) Rekenkamercommissie vastgesteld.
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Onderzoeksmedewerkers</titel></kop><al>1. De Rekenkamercommissie kan de gemeenteraden verzoeken ten laste van het
                        budget als bedoeld in artikel 5 (tijdelijk) onderzoeksmedewerkers en/of
                        externe deskundigen in te huren.</al><al>2. Onderzoeksmedewerkers kunnen, indien de Rekenkamercommissie hen daartoe
                        de bevoegdheid toekent, alle informatie verzamelen die de
                        Rekenkamercommissie in het belang van het onderzoek nodig acht. Zij hebben
                        een geheimhoudingsplicht met betrekking tot die informatie en zijn alleen
                        verantwoording verschuldigd aan de (voorzitter van de) Rekenkamercommissie. </al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>De kosten van de Rekenkamercommissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Budget</titel></kop><al>1. De Rekenkamercommissie is bevoegd binnen een aan haar beschikbaar gesteld
                        budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken.</al><al>2. Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten
                        gebracht van:</al><al>a. de vergoedingen die krachtens artikel 2.5 zijn toegekend aan de leden van
                        de Rekenkamercommissie;</al><al>b. de ambtelijke ondersteuning;</al><al>c. de inschakeling van externe deskundigen; </al><al>d. eventuele overige uitgaven die de Rekenkamercommissie nodig acht voor de
                        uitoefening van haar taak.</al><al>3. De Rekenkamercommissie is voor de besteding van het budget uitsluitend
                        verantwoording verschuldigd aan de gemeenteraden.</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Citeertitel; inwerkingtreding</titel></kop><al>1. De verordening wordt aangehaald als “Verordening Rekenkamercommissie Land
                        van Cuijk 2014”.</al><al>2. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.</al><al>3. De “Verordening op de Rekenkamercommissie gemeente Sint Anthonis 2008”
                        wordt per gelijke datum ingetrokken.</al><al/></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de</ondertekening><ondertekening>Raad van de gemeente Sint Anthonis van 21 oktober 2013.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>De griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Mr. A.P.J.L. Keijzers M.L.P. Sijbers</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>