<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR32893_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bomenverordening 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-03-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">de Peperbus, 06-04-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bomenverordening 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0008588&amp;artikel=149">artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-03-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-04-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-07-18</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>gb 1-2005.050</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>milieu</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beleidsregel kappen en compenseren</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Wanneer mag u een boom kappen, welke regels gelden hiervoor?</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      BOMENVERORDENING 2005
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of één of meer bomen;</al></li>
              <li nr="b."><al>hakhout: één of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de
                                    stronk uitlopen;</al></li>
              <li nr="c."><al>houtwal: alle lintvormige begroeiingen van enige
                                    uitgestrektheid, bestaande uit bomen en/of struiken;</al></li>
              <li nr="d."><al>fruitbomen: bomen die aantoonbaar in hoofdzaak uit economische
                                    motieven omwille van de vruchten worden geteeld;</al></li>
              <li nr="e."><al>dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de
                                    houtopstand;</al></li>
              <li nr="f."><al>knotten/kandelaberen: het tot de oude snoeiplaats verwijderen
                                    van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of
                                    leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud;</al></li>
              <li nr="g."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld
                                    ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet;</al></li>
              <li nr="h."><al>perceel: een bebouwd perceel met erf en tuin dat een eenheid
                                    vormt;</al></li>
              <li nr="i."><al>bijzondere boom: een boom van bijzonder belang voor mens, dier
                                    en plant vanwege zijn hoge ouderdom, monumentaal uiterlijk of
                                    bijzondere soort en als zodanig door het college
                                    aangewezen;</al></li>
              <li nr="j."><al>lijst van bijzondere bomen: de lijst waarop zijn geregistreerd
                                    de overeenkomstig deze verordening als bijzondere boom
                                    aangewezen bomen;</al></li>
              <li nr="k."><al>iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophistoma
                                    ulmi (Buism.) Nannf. (syn Ceratocystis ulmi (Buism.)
                                    C.Moreau);</al></li>
              <li nr="l."><al>iepenspintkever: het insect in elk ontwikkelingsstadium,
                                    behorende tot de soorten Scolytus scotylus (F.) en Scolytus
                                    multistriatus (Marsh);</al></li>
              <li nr="m."><al>rechthebbende: degene die krachtens eigendom of beperkt recht of
                                    krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid, dan wel uit andere
                                    hoofde gerechtigd is over de houtopstand te beschikken;</al></li>
              <li nr="n."><al>boomwaarde: het bedrag dat wordt gevonden door toepassing van de
                                    op dat moment actuele door de Nederlandse Vereniging van
                                    Beëdigde Taxateurs van Bomen gepubliceerde methode ter bepaling
                                    van de boomwaarde;</al></li>
              <li nr="o."><al>vergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 2 lid 1 van de
                                    verordening.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In deze verordening wordt onder vellen mede verstaan rooien, met
                            inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de
                            dood of ernstige beschadiging of ontsiering van een houtopstand ten
                            gevolge kunnen hebben.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Kapverbod</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het is verboden zonder vergunning van het college houtopstand te vellen
                            of te doen vellen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>populieren of wilgen als wegbeplantingen en éénrijige
                                    beplantingen op of langs landbouwgronden, tenzij deze zijn
                                    geknot;</al></li>
              <li nr="b."><al>fruitbomen en windschermen om boomgaarden;</al></li>
              <li nr="c."><al>fijnsparren en andere naaldbomen, niet ouder dan twaalf jaar
                                    bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in
                                    het bijzonder bestemde terreinen;</al></li>
              <li nr="d."><al>kweekgoed;</al></li>
              <li nr="e."><al>houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld, met
                                    uitzondering van bomen met een diameter groter dan 40 cm,
                                    gemeten met schors op een hoogte van 1,30 m boven het
                                    maaiveld;</al></li>
              <li nr="f."><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet
                                    of krachtens een aanschrijving of op last van het college, zulks
                                    onverminderd het bepaalde in artikel 8;</al></li>
              <li nr="g."><al>bomen, voor zover niet reeds genoemd onder a tot en met f,
                                    waarvan de stam gemeten met schors, op een hoogte van 1,30 m
                                    boven het maaiveld een kleinere omtrek dan 0,30 m heeft, tenzij
                                    onderdeel van een houtwal;</al></li>
              <li nr="h."><al>bomen die staan op percelen kleiner dan 400 m², gelegen binnen
                                    de bebouwde kom en niet aangewezen als bijzondere boom.</al></li>
              <li nr="i."><al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
                                    reguliere onderhoud;</al></li>
              <li nr="j."><al>het periodiek knotten of kandelaberen;</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien houtopstand deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap
                            geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een bebouwde
                            kom, is op deze houtopstand het verbod slechts van toepassing, indien de
                            houtopstand een zelfstandige eenheid vormt: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>en hetzij geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are,</al></li>
              <li nr="b."><al>of hetzij in geval van rijbeplanting, gerekend over het totale
                                    aantal rijen, niet meer bomen omvat dan 20. </al></li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Aanvraag vergunning</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De vergunning moet worden aangevraagd op een daartoe vastgesteld
                                formulier door of namens dan wel met toestemming van de
                                rechthebbende.</al></li>
            <li nr="2."><al>Wanneer door of vanwege het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en
                                Visserij aan het college een afschrift is toegezonden van de
                                ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet,
                                beschouwt het college dit afschrift mede als een
                                vergunningaanvraag.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Vergunning</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Indien het college niet binnen 12 weken een beslissing heeft genomen op
                            de aanvraag voor de vergunning wordt de vergunning geacht te zijn
                            verleend.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Voor het vellen van een houtopstand in bosverband, hakhout en houtwallen
                            wordt de vergunning verleend voor de te vellen oppervlakte. In alle
                            andere gevallen voor het aantal te vellen bomen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing op de beslissing op
                            de aanvraag voor een vergunning voor een bijzondere boom. </al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Weigeringsgronden/Voorschriften</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het college kan de vergunning weigeren, dan wel daaraan voorschriften
                            verbinden, een en ander in het belang van onder meer:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>natuur- en milieuwaarden;</al></li>
              <li nr="b."><al>landschappelijke waarden;</al></li>
              <li nr="c."><al>cultuurhistorische waarden;</al></li>
              <li nr="d."><al>waarden van dorps- en stadsschoon;</al></li>
              <li nr="e."><al>waarden voor recreatie en leefbaarheid;</al></li>
              <li nr="f."><al>een kwantitatief en kwalitatief bomenbestand. </al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het college kan bij het weigeren of onder voorschriften verlenen van een
                            vergunning tevens de boomwaarde als motivering hanteren. </al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Vervaltermijn vergunning</titel>
          </kop>
          <al>Een vergunning vervalt indien daarvan binnen een termijn van maximaal een
                        jaar nadat het is verleend niet volledig gebruik is gemaakt.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het
                            voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door
                            het college te geven aanwijzingen moet worden herplant.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan
                            daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn en op welke wijze
                            niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>In het geval de aanvraag verband houdt met een bouwplan, kan tot aan de
                            vergunning te verbinden voorschriften de verplichting behoren dat niet
                            eerder aan de vergunning uitvoering mag worden gegeven dan nadat ter
                            zake een bouwvergunning onherroepelijk van kracht is geworden en
                            daadwerkelijk met de bouwwerkzaamheden is begonnen. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>In het geval dat herplant niet mogelijk is, kan tot aan de vergunning te
                            verbinden voorschriften de verplichting behoren dat een door het college
                            te bepalen financiële compensatie moet worden betaald in het belang van
                            de instandhouding van het bomenbestand.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Indien houtopstand, waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
                            verordening van toepassing is, zonder vergunning is geveld, dan wel op
                            andere wijze teniet is gegaan, kan het college aan de rechthebbende de
                            verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hen te
                            geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan
                            daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn en op welke wijze
                            niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien houtopstand, waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
                            verordening van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt
                            bedreigd, kan het college aan de rechthebbende de verplichting opleggen
                            overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te
                            stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt
                            weggenomen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De rechthebbende aan wie een verplichting is opgelegd als bedoeld in het
                            eerste en tweede lid, alsmede diens rechtsopvolger is verplicht de
                            herbeplanting in stand te houden totdat de verordening op deze
                            beplanting van toepassing is.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>De rechthebbende aan wie een verplichting als bedoeld in de voorgaande
                            leden is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te
                            voldoen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Schadevergoeding</titel>
          </kop>
          <al>Het college beslist op een verzoek om schadevergoeding op grond van artikel
                        17, juncto artikel 13, vierde lid, van de Boswet.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Bestrijding iepziekte</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar het
                            oordeel van het college gevaar opleveren voor verspreiding van de
                            iepziekte of voor vermeerdering van de iepenspintkever, is de
                            rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven,
                            verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;</al></li>
              <li nr="b."><al>de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen;</al></li>
              <li nr="c."><al>of de niet ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of
                                    zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt
                                    voorkomen.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in voorraad
                            te hebben of te vervoeren.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing op geheel
                            ontschorst iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4
                            cm.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde
                            verbod.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Bijzondere Bomen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het college is bevoegd een boom aan te wijzen als een bijzondere
                            boom.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Op het voornemen een boom als bijzondere boom aan te wijzen is afdeling
                            3.4. van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De als bijzondere bomen aangewezen bomen worden geregistreerd op de
                            lijst van bijzondere bomen. Deze lijst ligt voor een ieder ter
                            inzage.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het college beslist op een aanvraag voor een kapvergunning voor een
                            bijzondere boom binnen een termijn van 13 weken. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Op het voornemen een vergunning als bedoeld in het eerste lid te
                            verlenen is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van
                            toepassing. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing in gevallen waarin
                            het vellen met spoed moet plaatsvinden met het oog op gevaar voor de
                            omgeving of om andere zeer dringende redenen. </al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>Afstand van de erfgrenslijn</titel>
          </kop>
          <al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld
                        op 0,5 meter voor bomen en op nihil voor heggen en heesters.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>14</nr>
            <titel>Strafbepaling</titel>
          </kop>
          <al>Overtreding dan wel niet-nakoming van bepalingen van deze verordening wordt
                        gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de
                        tweede categorie.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>15</nr>
            <titel>Toezichthouders</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de medewerkers van de afdeling Toezicht &amp;
                            Handhaving met de functie:</al>
            <lijst>
              <li nr="-"><al>medewerker milieuhandhaving</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                            krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel
                            de burgemeester aan te wijzen personen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>16</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>De verordening treedt in werking op 7 april 2005</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>17</nr>
            <titel>Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Bomenverordening gemeente
                            Zwolle 2005".</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Indien voor het tijdstip van de datum van inwerkingtreding van deze
                            verordening een aanvraag of verzoek op grond van de "verordening op het
                            bewaren van houtopstanden (bomenverordening 2001)" is ingediend en op de
                            datum van de inwerkingtreding van deze verordening nog niet op de
                            aanvraag of het verzoek is beslist, blijven de bepalingen van de
                            verordening op het bewaren van houtopstanden (bomenverordening 2001) van
                            toepassing.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De voor het tijdstip van de inwerkingtreding van deze verordening op
                            grond van de Kapverordening 1993 op de lijst van bijzondere bomen
                            geregistreerde bomen worden geacht te zijn aangewezen als een bijzondere
                            boom als bedoelt in artikel 11 eerste lid.</al>
          </lid>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <nota-toelichting>
        <tussenkop>TOELICHTING</tussenkop>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijving</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 1 lid 1, sub b</tussenkop>
        <al>Hier wordt het begrip "hakhout" verduidelijkt door een definitie te geven.
                    Hakhout werd vroeger geteeld ten behoeve van de houtopbrengst (geriefhout). Na
                    het afzetten (afzagen) liep de opstand opnieuw uit en ging dus als element niet
                    verloren. Nog voorkomend hakhout is nu in de meeste gevallen uitgegroeid tot
                    zwaar hout en voor het afzetten ervan bestaat nagenoeg geen economische noodzaak
                    of belangstelling meer. Toch zijn bestaande hakhoutopstanden waardevol als
                    landschapselement. Houtwallen werden in het verleden aangeplant als veekering of
                    als perceels- of eigendombegrenzing. Veel houtwallen bestaan als gevolg daarvan
                    vaak uit een houtsoort met een werende functie, bijvoorbeeld meidoorn of
                    sleedoorn. </al>
        <tussenkop>Artikel 1 lid 1, sub d</tussenkop>
        <al>Bij de wijziging van de verordening in 1993 is het begrip vruchtbomen veranderd
                    in fruitbomen, als een nadere invulling van het afbakenende begrip vruchtbomen
                    van artikel 1, lid 4, onder e van de Boswet. Uitdrukkelijk is hier bedoeld
                    fruitbomen en het uitzonderen van bomen van commerciële fruittelers. Bijna
                    iedere boom is immers letterlijk een vrucht(dragende) boom. Met deze aanpassing
                    is bedoeld een einde te maken aan de jurisprudentie, waarin de rechter soms alle
                    vruchtbomen "vogelvrij" verklaarde dan wel bijvoorbeeld notenbomen als
                    vruchtbomen in de zin van dit artikel beschouwde.</al>
        <tussenkop>Artikel 1 lid 1, sub e en f</tussenkop>
        <al>De omschrijving van deze werkzaamheden is bedoeld ter afbakening van illegaal en
                    ondeskundig snoeien of terugzetten van daarvoor ongeschikte bomen. De definitie
                    vult ook nader de mogelijkheid in om zonder vergunning onderhoud te kunnen
                    plegen aan daarvoor wel geschikte bomen, zoals bedoelt in artikel 2 tweede lid
                    sub j van de verordening.</al>
        <tussenkop>Artikel 1 lid 1, sub h</tussenkop>
        <al>Hier wordt een definitie gegeven van het begrip "perceel". Deze definitie houdt
                    verband met de algemene ontheffing van de vergunningsplicht voor het kappen van
                    bomen op bebouwde percelen kleiner dan 400 m² binnen de bebouwde kom Boswet (zie
                    artikel 2, lid 2, sub h). </al>
        <al>Bij kleine met woningen bebouwde percelen werd in het verleden de kapvergunning
                    veelal verleend omwille van het woongenot. Vandaar dat bij de
                    begripsomschrijving nadrukkelijk de term "bebouwd" is opgenomen (d.w.z. met een
                    gebouw). Volgens de Woningwet is een gebouw "elk bouwwerk, dat een voor mensen
                    toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte
                    vormt".</al>
        <tussenkop>Artikel 1 lid 1, sub i</tussenkop>
        <al>Bij de wijziging van de verordening in 1993 is er onder meer voor gekozen de
                    aandacht te concentreren op voor de gemeente waardevolle bomen. Binnen de
                    bebouwde kom zijn in 1993 de voor Zwolle belangrijke bomen geïnventariseerd. Dit
                    in navolging van de inventarisatie die door de Bomenstichting is verricht en die
                    bomen van nationaal belang betreft.</al>
        <al>Nationaal belangrijke bomen worden aangeduid als "Monumentale Bomen". Lokaal
                    belangrijke bomen noemen wij "bijzondere bomen". "Monumentale Bomen" binnen de
                    bebouwde kom zijn ook als "bijzondere boom" geregistreerd.</al>
        <al>In de verordening van 1993 stond de definitie van een bijzondere boom bij de
                    betreffende artikelenin de verordening. In 2001 is er voor gekozen de
                    definities allemaal op te nemen in artikel 1, dus ook het begrip bijzondere
                    boom. </al>
        <al>Een boom is een bijzondere boom, wanneer hij voldoet aan de volgende
                    criteria.</al>
        <tussenkop>a. Algemene criteria:</tussenkop>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>de boom is ten minste 50 jaar oud; dit criterium geldt niet voor
                            gedenkbomen en cultuurhistorische bomen.</al></li>
          <li nr="-"><al>de boom verkeert in een redelijke conditie; dat wil zeggen dat de boom
                            niet in een niet onomkeerbare slechte conditie verkeert en dat volledig
                            verval van de boom niet binnen 10 jaar is te verwachten. Dit criterium
                            geldt niet voor bomen met een extra hoge natuurwaarde</al></li>
          <li nr="-"><al>de boom heeft een dusdanige habitus (uiterlijke gedaante) dat deze
                            karakteristiek is voor de soort. Dit geldt met name voor bomen die een
                            ruimtelijke betekenis hebben. </al></li>
          <li nr="-"><al>Dit criterium geldt niet voor bomen met een karakteristieke
                            lei/snoeivorm of met een extra hoge natuurwaarde.</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>b. Specifieke criteria:</tussenkop>
        <al>Naast de algemene criteria dient tenminste één van de volgende criteria van
                    toepassing te zijn:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>De boom heeft voor Zwolle een belangrijke ruimtelijke betekenis:</al><lijst>
              <li nr="-"><al>de boom is medebepalend en onvervangbaar voor het karakter van
                                    de omgeving vanaf de openbare ruimte of</al></li>
              <li nr="-"><al>de boom is een onderdeel van een geheel in tact zijnde boomgroep
                                    of uniforme laanbeplanting die een karakteristieke de structuur
                                    in stad of landschap zichtbaar maakt of </al></li>
              <li nr="-"><al>de boom is een herkenningspunt;</al></li>
            </lijst></li>
          <li nr="2."><al>De boom is voor Zwolle een monument:</al><lijst>
              <li nr="-"><al>de boom is van een zeldzame soort of type of een hoge
                                    leeftijdsklasse of </al></li>
              <li nr="-"><al>de boom vormt een onderdeel van een monumentale omgeving of</al></li>
              <li nr="-"><al>de boom is een cultuurhistorisch waardevol element of</al></li>
              <li nr="-"><al>de boom is een gedenkboom;</al></li>
            </lijst></li>
          <li nr="3."><al>De boom heeft een extra hoge natuurwaarde:</al><lijst>
              <li nr="-"><al>de boom vormt een (onmisbaar) onderdeel van een biotoop van in
                                    de omgeving van Zwolle schaars voorkomende planten- of
                                    diersoorten of</al></li>
              <li nr="-"><al>de boom is een onderdeel van een reeks elementen die een
                                    ecologische infrastructuur vormen</al></li>
              <li nr="-"><al>de boom heeft in een totaal versteend gebied de functie van een
                                    ‘stepping stone’ in de ecologische infrastructuur; een stapsteen
                                    die de verbinding tussen verschillende ecologische elementen
                                    mogelijk maakt.</al></li>
            </lijst></li>
        </lijst>
        <tussenkop>Artikel 1 lid 1, sub j</tussenkop>
        <al>In 1993 is de aandacht vooral gericht op de vaststelling van de lijst van
                    bijzondere bomen. Juridisch gezien is het niet zozeer de plaatsing op de lijst
                    die van belang is maar de aanwijzing als bijzondere boom.</al>
        <al>Daarom is in 2001 het systeem gewijzigd. Een boom is bijzonder als hij als
                    zodanig is aangewezen. Een bijzondere boom wordt dan geregistreerd op de lijst
                    van bijzondere bomen. Zo kan de lijst ook altijd worden aangevuld. </al>
        <al>De inventarisatie in 1993 is een belangrijke bron waaraan de ontwikkeling van
                    het bestand van deze voor Zwolle belangrijke bomen valt af te lezen. In dit
                    opzicht kan een vergelijk worden gemaakt met de lijst van Gemeentelijke
                    Monumenten. De lijst van bijzondere bomen ligt voor een ieder ter inzage.</al>
        <al>In 1998 is de lijst van bijzondere bomen geactualiseerd nadat er weer een
                    inventarisatie naar bijzondere bomen heeft plaatsgevonden.</al>
        <tussenkop>\Artikel 1 lid 1, sub m</tussenkop>
        <al>In de verordening van 1993 werd in diverse artikelen omschreven wie een
                    rechthebbende kon zijn. Het begrip is nu gedefinieerd en opgenomen bij de
                    begripsomschrijving. In de verordening hoeft dan alleen maar het begrip
                    rechthebbende te worden vermeld. Dit komt de duidelijkheid en de leesbaarheid
                    van de verordening ten goede.</al>
        <al>Een rechthebbende is in eerste instantie een eigenaar of een beperkt
                    gerechtigde. Een beperkt gerechtigde is iemand die een beperkt recht heeft,
                    zoals een erfpachter, opstalhouder, vruchtgebruiker e.d. en als zodanig
                    gerechtigd is over de boom te beschikken.</al>
        <al>Daarnaast is opgenomen dat een rechthebbende ook iemand kan zijn die krachtens
                    een publiekrechtelijke bevoegdheid over de boom kan beschikken. Hierbij moet
                    worden gedacht aan iemand die zonder eigendomsrecht of beperkt gerechtigd te
                    zijn op grond van een bepaald wettelijk voorschrift toch bevoegdheden kan
                    hebben, bijvoorbeeld de minister op grond van de Boswet.</al>
        <al>Voor de volledigheid is ook nog opgenomen dat men uit andere hoofde gerechtigd
                    kan zijn, omdat bijvoorbeeld niet duidelijk is wie de eigenaar of beperkt
                    gerechtigde is. Of iemand uit andere hoofde gerechtigd kan zijn hangt af van de
                    individuele omstandigheden. Hierbij worden niet bedoeld diegenen die een
                    persoonlijk recht hebben, zoals een huurder of gebruiker. Deze personen kunnen
                    wel met toestemming van of namens de zakelijk gerechtigde een vergunning
                    aanvragen.</al>
        <tussenkop>Artikel 1 lid 1, sub n</tussenkop>
        <al>In 2001 is in de verordening bij de motivering voor het weigeren van een
                    kapvergunning of het verlenen van deze vergunning onder voorschriften ook de
                    boomwaarde toegevoegd. De definitie van de boomwaarde hoort thuis bij de
                    begripsomschrijving en is daarom in artikel 1 opgenomen.</al>
        <al>Bij de omschrijving is aansluiting gezocht bij de richtlijn van de Nederlandse
                    Vereniging van Beëdigde Taxateurs van Bomen (N.V.B.T.B.). Deze vereniging
                    hanteert momenteel de methode Raad versie 1998.</al>
        <al>Wat in een bepaald geval de boomwaarde is, hangt af van een aantal factoren. De
                    boomwaarde volgens de methode Raad wordt berekend met behulp van een rekenkundig
                    model. Bij de toelichting op artikel 5 wordt nader ingegaan op de waardebepaling
                    van bomen.</al>
        <tussenkop>Artikel 1 lid 2</tussenkop>
        <al>Volgens deze bepaling wordt onder "vellen" tevens verstaan "verplanten". Een
                    aanvulling die het gevolg is van jurisprudentie.</al>
        <tussenkop>Artikel 2 Kapverbod</tussenkop>
        <al>In het eerste lid van dit artikel is het kapverbod opgenomen. In het tweede lid
                    van het artikel worden een aantal gevallen opgesomd, waarvoor het kapverbod niet
                    geldt.</al>
        <tussenkop>Artikel 2 lid 2, sub a</tussenkop>
        <al>De formulering van deze bepaling is verbeterd. De toevoeging "tenzij deze zijn
                    geknot" geeft aan dat knotwilgen en knotpopulieren ook onder de verordening
                    vallen. Al in 1982 is door wijziging van de Boswet de gelegenheid geschapen voor
                    lagere overheden om de uit landschappelijk oogpunt waardevol geachte
                    knotpopulieren en knotwilgen te beschermen. Gezien het feit dat de gemeente
                    Zwolle van oudsher veel van dergelijke beplantingen had, maar deze door allerlei
                    oorzaken sterk in aantal verminderd zijn, is het wenselijk de resterende
                    knotpopulieren en knotwilgen een betere bescherming te bieden.</al>
        <tussenkop>Artikel 2 lid 2, sub c</tussenkop>
        <al>De gemeente is ingevolge de Boswet niet bevoegd regels te stellen ter bewaring
                    van fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen
                    en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen. Aangezien men steeds
                    meer overgaat tot het kweken van andere naaldbomen dan fijnsparren om te dienen
                    als kerstbomen, is het wenselijk en ook redelijk om deze categorie eveneens
                    buiten de werking van de verordening te brengen.</al>
        <tussenkop>Artikel 2 lid 2, sub f</tussenkop>
        <al>Het rijksbesluit iepziektebestrijding is in 1991 vervallen, vandaar dat in de
                    verordening een iepziekte-bestrijdingsartikel is opgenomen (artikel 10).
                    Niettemin is de verwijzing naar de Plantenziektewet zinvol voor de handhaving
                    van eventuele rijksbesluiten ten aanzien van mogelijk toekomstige
                    plantenziekten.</al>
        <tussenkop>Artikel 2 lid 2, sub g</tussenkop>
        <al>Hier worden geen bomen in een houtwal mee bedoeld. Voor een houtwal moet dus als
                    geheel (de totale oppervlakte van bomen en struiken) een kapvergunning worden
                    aangevraagd.</al>
        <tussenkop>Artikel 2 lid 2, sub h</tussenkop>
        <al>Door deze bepaling geldt een algemene ontheffing van de verplichting van een
                    kapvergunning voor bomen die staan op bebouwde percelen kleiner dan 400 m²
                    gelegen binnen de bebouwde kom in de zin van de Boswet, tenzij het een
                    bijzondere boom betreft.</al>
        <al>Hiermee wordt een selectief criterium geïntroduceerd, waardoor de gemeente zich
                    kan concentreren op de grotere c.q. belangrijkere gevallen. Om te voorkomen dat
                    belangrijke bomen binnen de bebouwde kom door het invoeren van de 400 m² grens
                    buiten de beschermende werking van de verordening komen te vallen, is bepaald
                    dat bomen die als bijzondere boom zijn aangewezen en op de lijst van bijzondere
                    bomen zijn geregistreerd altijd onder verordening vallen.</al>
        <tussenkop>Artikel 2 lid 2 sub i en j</tussenkop>
        <al>De toevoeging van deze twee bepalingen geeft aan dat het kapverbod natuurlijk
                    niet geldt voor regulier onderhoud. Dit is ook in overeenstemming met de
                    praktijk.</al>
        <tussenkop>Artikel 2 lid 3 </tussenkop>
        <al>De hier genoemde voorwaarden zijn cumulatief.</al>
        <tussenkop>Artikel 3 Aanvraag vergunning</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 3 lid 1</tussenkop>
        <al>De vergunning moet schriftelijk op een daartoe vastgesteld formulier worden
                    aangevraagd. Deze aanscherping heeft als voordeel dat er sneller inzicht
                    verkregen kan worden in de aard en omvang van de consequenties; zo zal onder
                    meer altijd een situatieschets worden verlangd.</al>
        <tussenkop>Artikel 3 lid 2 </tussenkop>
        <al>De directeur van Staatsbosbeheer gaf voorheen de kennisgevingen af als bedoeld
                    in dit artikellid. </al>
        <al>Hiermee is tegenwoordig de teammanager van de landelijke service bij Regelingen
                    (LASER) van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij belast. In dit
                    lid is volstaan met een meer algemene omschrijving om wijzigingen zoveel
                    mogelijk te voorkomen.</al>
        <tussenkop>Artikel 4 Vergunning</tussenkop>
        <al>In de praktijk blijkt de termijn van 8 weken voor de beslissing op de aanvraag
                    van een kapvergunning niet altijd haalbaar. Deze termijn wordt verlengd tot 12
                    weken. Indien nodig kan de termijn worden verdaagd op grond van artikel 4:14 van
                    Algemene wet bestuursrecht. </al>
        <al>Indien niet tijdig een beslissing wordt genomen is de consequentie dat de
                    vergunning van rechtswege is verleend. Aan een vergunning die van rechtswege is
                    verleend, kunnen geen voorschriften worden verbonden, noch kan daarbij een
                    herplantplicht worden opgelegd.</al>
        <al>Omdat voor een kapvergunning voor een bijzondere boom ook een bijzondere
                    voorbereidingsprocedure is voorgeschreven, geldt het bepaalde in artikel 4 niet
                    voor de bijzondere bomen. Hiervoor zijn artikel 11 en 12 van toepassing.</al>
        <tussenkop>Artikel 4 lid 2</tussenkop>
        <al>Analoog aan de Boswet wordt in geval er sprake is van houtopstanden in
                    bosverband, hakhout en houtwallen een vergunning verleend voor de te vellen
                    oppervlakte.</al>
        <tussenkop>Artikel 5 Weigeringsgronden</tussenkop>
        <al>De inhoud van dit artikel is overgenomen van het model van de Bomenstichting.
                    Daarnaast is de boomwaarde als weigeringsgrond, dan wel voorschrift bij de
                    vergunning opgenomen. De opsomming van de weigeringsgronden is niet
                    limitatief.</al>
        <al>Op grond van artikel 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht moet de
                    rechthebbende bij het voornemen tot het weigeren van een vergunning dan wel het
                    opleggen van een voorschrift, waartegen hij vermoedelijk bedenkingen zal hebben
                    ,de gelegenheid krijgen over dat voornemen zijn zienswijze kenbaar te maken. </al>
        <al>Er is geen rangorde bij de opsomming van de weigeringsgronden. Bij de natuur- en
                    milieuwaarde kan worden gedacht aan de ecologische functies die een boom kan
                    hebben.</al>
        <al>Landschappelijke waarden is een meer eigentijdse benaming voor natuur- en
                    landschapsschoon. Hierbij spelen visuele en esthetische aspecten een rol.</al>
        <al>Cultuurhistorische waarde is apart opgenomen omdat een bepaalde boom op een
                    bepaalde plaats het behouden waard kan zijn vanwege de historische
                    betekenis.</al>
        <al>Bij waarden voor de recreatie en de leefbaarheid kan bijvoorbeeld gedacht worden
                    aan bomen die algemeen gewaardeerd worden om hun schaduw.</al>
        <al>In het tweede lid is in 2001 de boomwaarde ook als weigeringsgrond opgenomen. Er
                    zijn diverse taxatiemethoden om de waarde van een boom te bepalen. Uit de
                    jurisprudentie blijkt dat de rechter steeds meer de boomwaarde erkent, zowel
                    voor gemeentelijke als voor particuliere bomen. Belangrijk in een concreet geval
                    is een goede motivering en een goede doelstelling van de gekozen
                    waardebepalingsmethode. Bij grote schadebedragen is het aan te bevelen een
                    onafhankelijke taxateur de waarde te laten bepalen.</al>
        <al>De methode Raad is een rekenkundig model, dat in de praktijk een goed
                    hanteerbare methode blijkt en ook door de rechter wordt geaccepteerd. De
                    Nederlandse Vereniging van Beëdigde Taxateurs van Bomen (N.V.B.T.B.) heeft per 5
                    januari 1998 een nieuwe richtlijn vastgesteld. Bij de vaststelling van de
                    boomwaarde zal deze richtlijn worden gebruikt of de daaropvolgende meest recente
                    aanpassing. </al>
        <al>Om de financiële herplant mogelijk te maken is het bomenbestand in kwantitatieve
                    en kwalitatieve zin toegevoegd aan de belangen die bij de vergunningverlening
                    moeten worden afgewogen.</al>
        <al>Het bestaande beleid gaat veelal uit van kwantitatieve compensatie. De
                    bomenverordening en artikel 2 ‘compensatie bomen’ van de beleidsregel ‘Kappen en
                    Compenseren’ gaan uit van compensatie van gekapte bomen in aantallen. Voor
                    iedere gekapte boom komt een boom terug. Bij de herplant wordt zo mogelijk
                    rekening gehouden met de grootte en de waarde die de gekapte boom had. In de
                    praktijk zal de hergeplante boom altijd jonger / kleiner / minder waardevol zijn
                    dan de gekapte boom. Als het gaat om voeding van de reserve/voorziening in het
                    kader van artikel 3 ‘Financiële compensatie bomen’ van de beleidsregel ‘Kappen
                    en Compenseren’ is gekozen voor compensatie in kwaliteit in plaats van in
                    kwantiteit. Bovenstaande methode Raad wordt gebruikt om de waarde van stadsbomen
                    te bepalen.</al>
        <tussenkop>Artikel 6 Vervaldatum</tussenkop>
        <al>Dit artikel is opgenomen om misbruik van oude kapvergunningen tegen te
                    gaan.</al>
        <tussenkop>Artikel 7 Bijzondere vergunningsvoorschriften</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 7 lid 2 </tussenkop>
        <al>Dit voorschrift dient er toe om zeker te stellen dat niet aangeslagen beplanting
                    die is aangebracht ter voldoening aan een herplantplicht, daadwerkelijk wordt
                    vervangen.</al>
        <tussenkop>Artikel 7 lid 3</tussenkop>
        <al>In de huidige uitvoeringspraktijk werd aan kapvergunningen die direct verband
                    hielden met een bouwvergunning al het voorschrift opgenomen dat met de
                    uitvoering van de vergunning pas gestart mocht worden zodra de bouwvergunning
                    verleend en daadwerkelijk met de bouw(-voorbereiding) gestart is. Voor alle
                    duidelijkheid is dit expliciet verwoord in de verordening.</al>
        <al>Wanneer precies sprake is van de start van een bouwplan is afhankelijk van de
                    individuele omstandigheden per geval. Dit kan in het voorschrift per geval
                    worden geconcretiseerd. </al>
        <tussenkop>Artikel 7 lid 4</tussenkop>
        <al>Dit voorschrift dient ertoe om een financiële herplant op te kunnen leggen,
                    wanneer feitelijke herplant niet mogelijk is. Op grond van dit artikel heeft het
                    college in de beleidsregel `kappen en compenseren´ bepaalt dat 75% van de waarde
                    van de te kappen boom moet worden vergoed.</al>
        <tussenkop>Artikel 8 Herplant/instandhoudingsplicht</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 8 lid 1 </tussenkop>
        <al>Dit voorschrift biedt de mogelijkheid om een zelfstandige herplantplicht op te
                    leggen in die gevallen waarin een houtopstand zonder vergunning is geveld. </al>
        <al>Blijkens de jurisprudentie mag een herplantplicht ook na strafrechtelijk
                    optreden nog worden opgelegd. Voorts mag een herplantplicht inhouden dat er meer
                    bomen of zelfs struiken worden geplant dan er eerst waren. Herstel in de vorige
                    toestand kan ook betekenen het laten uitvoeren van zodanige maatregelen dat de
                    vorige toestand zoveel mogelijk wordt benaderd en indien niet anders mogelijk
                    zelfs pas na verloop van tijd. Wanneer een herplantplicht alleen maar als
                    vergunningsvoorschrift zou kunnen worden gesteld, dan zou dat betekenen dat
                    iemand aan de oplegging van een herplantplicht kan ontkomen door zonder
                    vergunning te vellen. De in artikel 8, eerste lid, opgenomen bepaling maakt het
                    mogelijk in zulke gevallen een zelfstandige herplantverplichting te scheppen.
                    Het in het eerste lid opgenomen 'dan wel op andere wijze tenietgegaan' maakt het
                    mogelijk dat het college ook een verplichting tot herplant kunnen opleggen, als
                    de houtopstand teniet is gegaan door verwaarlozing of door een calamiteit.
                    Oplegging van een herplantplicht is in beginsel ook denkbaar, als houtopstand
                    teniet is gegaan door een velling ingevolge de Plantenziektenwet of een velling
                    in het kader van een instandhoudingsplicht krachtens artikel 8, derde lid, dan
                    wel op grond van andere bepalingen, bijvoorbeeld in verband met de
                    verkeersveiligheid. </al>
        <tussenkop>Artikel 8 lid 3</tussenkop>
        <al>Dit lid geeft het college de bevoegdheid om van de rechthebbende op een
                    houtopstand, waarvan het voortbestaan wordt bedreigd, maatregelen te eisen die
                    deze bedreiging wegnemen. Uiteraard zal het hierbij moeten gaan om bomen, die,
                    gelet op de belangen die deze verordening beoogt te dienen, van grote waarde
                    zijn. Met deze bepaling in de hand kan worden opgetreden tegen het opzettelijk -
                    tot de dood toe - verwaarlozen van houtopstanden.</al>
        <tussenkop>Artikel 8 lid 4</tussenkop>
        <al>Om te voorkomen dat de rechthebbende feitelijk wel voldoet aan de
                    herplantplicht, maar de beplanting daarna weer weghaalt, terwijl de beplanting
                    gelet op de omvang e.d. nog niet onder het kapverbod valt, is opgenomen dat de
                    rechthebbende ook verplicht is deze herbeplanting in stand te houden.</al>
        <tussenkop>Artikel 10 Bestrijding iepziekte</tussenkop>
        <al>Met ingang van 1 januari 1991 is de gecoördineerde iepziektebestrijding door het
                    rijk beëindigd en is deze overgelaten aan de belanghebbenden. Uit bezorgdheid
                    over de voortzetting van het iepziektebeleid is in 1990 het Iep-ziekteberaad
                    opgericht. De deelnemende partijen zijn onder andere: de Bomenstichting,
                    GroenRaad, Vereniging "Stadswerk". Het Iepziekteberaad heeft als taak de
                    overgang van rijksregeling naar een regionale ziektebestrijding zo soepel
                    mogelijk te laten verlopen. </al>
        <al>De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft aanbevelingen voor een
                    juridisch kader opgesteld om alle gemeenten in staat te stellen de bestrijding
                    van de iepziekte voort te zetten. Het opnemen van dit artikel is hiervan een
                    uitvloeisel. Er zal alleen gebruik van worden gemaakt als zieke iepen bij
                    particulieren een bedreiging kunnen vormen voor het gemeentelijke iepenbestand.
                    Het spreekt vanzelf dat gemeentelijke iepen die ziek zijn direct worden
                    verwijderd.</al>
        <tussenkop>Artikel 11 en 12 Bijzondere bomen</tussenkop>
        <al>Bij de toelichting op de begripsomschrijving van het begrip bijzondere boom is
                    al aangegeven dat niet de lijst van bijzondere bomen, maar de aanwijzing als
                    zodanig juridisch gezien van belang is. De aanwijzing als bijzondere boom
                    betekent voor de rechthebbende van de boom dat er altijd een kapvergunning moet
                    worden aangevraagd. Aan de rechthebbende van de bijzondere boom worden in die
                    zin toch enige beperkingen opgelegd. Om de aanwijzing als bijzondere boom
                    zorgvuldig voor te bereiden, is de algemene voorbereidingsprocedure als bedoeld
                    in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. </al>
        <al>Op het voornemen een vergunning voor bijzondere bomen te verlenen is ook de
                    openbare voorbereidingsprocedure van toepassing verklaard. Deze procedure houdt
                    in dat het voornemen tot vergunningverlening wordt gepubliceerd en vervolgens
                    vier weken ter inzage ligt. Gedurende deze termijn kunnen belanghebbenden hun
                    zienswijze kenbaar maken. De zienswijzen worden betrokken bij de uiteindelijke
                    beslissing. Deze procedure neemt meer tijd in beslag, vandaar dat de
                    beslistermijn is bepaald op 13 weken.</al>
        <al>In tegenstelling tot de vergunning voor gewone bomen geldt bij de bijzondere
                    bomen niet dat bij het verstrijken van de beslistermijn de vergunning van
                    rechtswege is verleend. Bij bijzondere bomen geldt dan dat de vergunning geacht
                    wordt te zijn geweigerd (fictieve weigering). Hiertegen kan de belanghebbende
                    een bezwaarschrift indienen.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 13 afstand van de erfgrenslijn</tussenkop>
        <al>Het Burgerlijk Wetboek (artikel 42 Boek 5) vermeldt het rooirecht voor bomen
                    binnen twee meter en heesters en hagen binnen een halve meter van de
                    erfgrenslijn, tenzij ingevolge een verordening een kleinere afstand is
                    toegelaten. In deze Bomenverordening wordt de erfgrensafstand aanzienlijk
                    verkleind. Met "nihil" voor heggen en heesters is bedoeld deze natuurlijke wijze
                    van erfbegrenzing te beschermen en tot de normale standaard te maken. Vele bomen
                    en heesters zullen door deze afstandsverkleining beter beschermd, misschien wel
                    gespaard worden.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>