<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR328868_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Protocol grondzaken provincie Gelderland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Gelderland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Gelderland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad, 2014/58</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Protocol grondzaken provincie Gelderland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht, art. 4:81</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, art. 158, lid 1, onder a en e</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Onteigeningswet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-04-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-05-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-02-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>zaaknummer 2014-005562</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>ruimtelijke ordening, natuur en landschap, handhaving, bestuurlijke organisatie, aanbesteding</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Bij de alfabetische volgorde van artikel 1.1 Begripsomschrijvingen is onderdeel t. weggevallen (red.).</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Protocol grondzaken provincie Gelderland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND</al><al>Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 158, eerste
                        lid, onder a en e, van de Provinciewet en de Onteigeningswet;</al><al>BESLUITEN</al><al>vast te stellen het volgende protocol: Protocol grondzaken provincie
                        Gelderland</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit protocol wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> Aankoop: het in eigendom verwerven van gronden en opstallen
                                    door de provincie, met inbegrip van de levering door middel van
                                    een notariële akte en de inschrijving daarvan in de openbare
                                    registers;</al></li><li nr="b."><al> Beperkte genotsrechten: het verkrijgen of verlenen van een
                                    recht van vruchtgebruik, een recht van erfdienstbaarheid, een
                                    recht van opstal, of een recht van erfpacht door de provincie,
                                    met inbegrip van de vestiging, overdracht of afstand door middel
                                    van een notariële akte en de inschrijving daarvan in de openbare
                                    registers;</al></li><li nr="c."><al> BBL: Bureau Beheer Landbouwgronden;</al></li><li nr="d."><al> Eigendom: de juridische eigendom;</al></li><li nr="e."><al> Gronden: bebouwde en onbebouwde gronden;</al></li><li nr="f."><al> Huur: de overeenkomst waarbij een verhuurder zich verbindt om
                                    aan de provincie gronden en opstallen of een gedeelte daarvan in
                                    gebruik te verstrekken en de provincie zich verbindt tot een
                                    tegenprestatie;</al></li><li nr="g."><al> Ingebruikgeving om niet of bruikleen: de overeenkomst waarbij
                                    de provincie aan een bruiklener gronden en opstallen zonder
                                    tegenprestatie ten gebruike afstaat, onder de verplichting deze
                                    terug te geven;</al></li><li nr="h."><al> Ingebruikneming om niet: de overeenkomst waarbij een
                                    ingebruikgever aan de provincie gronden en opstallen zonder
                                    tegenprestatie ten gebruike afstaat, onder de verplichting deze
                                    terug te geven;</al></li><li nr="i."><al> Kavelruil: niet-wettelijke kavelruil;</al></li><li nr="j."><al> Marktwaarde:</al><al/><al> - in geval transacties met gronden en opstallen plaats vinden
                                    met gebruikmaking van een onvoorwaardelijke biedprocedure is de
                                    marktwaarde het beste of enige bod;</al><al/><al> - in geval transacties met gronden en opstallen niet plaats
                                    vinden met gebruikmaking van een onvoorwaardelijke biedprocedure
                                    wordt de marktwaarde bepaald met toepassing van hoofdstuk
                                    6;</al></li><li nr="k."><al> Minnelijke verwerving: het verwerven van gronden en opstallen
                                    op basis van volledige schadeloosstelling ter voorkoming van
                                    onteigening, met inbegrip van de levering door middel van een
                                    notariële akte en de inschrijving daarvan in de openbare
                                    registers;</al></li><li nr="l."><al> Opstallen: gebouwen;</al></li><li nr="m."><al> Pacht: de overeenkomst waarbij een verpachter zich verbindt om
                                    aan de provincie gronden en opstallen of een gedeelte daarvan in
                                    gebruik te verstrekken ter uitoefening van de landbouw en de
                                    provincie zich verbindt tot een tegenprestatie;</al></li><li nr="n."><al> Risicoanalyse: een notitie die tot doel heeft de
                                    verantwoordelijke manager of Gedeputeerde Staten te informeren
                                    over de risico's die verbonden zijn aan een voorgenomen besluit.
                                    Van de risicoanalyse maakt - indien aan de orde - onder meer
                                    deel uit:</al><al/><al> - een verantwoording van de overeengekomen prijs (waaronder de
                                    motivering voor de afwijking van de getaxeerde waarde indien
                                    toepassing wordt gegeven aan artikel 6.5, derde en vierde lid,
                                    en artikel 8.2.2, derde en vierde lid);</al><al/><al> - de financiële dekking;</al><al/><al> - een beschrijving van risico's en beperkingen die verband
                                    houden met de kwaliteit van de gronden en opstallen en het
                                    gebruik dat van de gronden en opstallen kan worden gemaakt,
                                    waaronder de bodemkwaliteit, eventuele zakenrechtelijke
                                    beperkingen, kettingbedingen, kwalitatieve verplichtingen, en de
                                    aanwezigheid van kabels en leidingen;</al><al/><al> - een beschrijving van staatssteunrisico's;</al><al/><al> - indien verkoop niet plaats vindt via een onvoorwaardelijke
                                    biedprocedure, een motivering voor het afwijken van het
                                    uitgangspunt dat gronden via een onvoorwaardelijke biedprocedure
                                    worden verkocht;</al><al/><al> - risico's die verband houden met de
                                    onteigeningsprocedure;</al></li><li nr="o."><al> Ruil: het in eigendom van een derde laten overgaan van gronden
                                    en opstallen door de provincie in plaats van andere gronden en
                                    opstallen die de provincie in eigendom verwerft, met inbegrip
                                    van de levering door middel van een notariële akte en de
                                    inschrijving daarvan in de openbare registers;</al></li><li nr="p."><al> Verantwoordelijke manager: de manager die krachtens mandaat
                                    bevoegd is te beslissen over privaatrechtelijke
                                    rechtshandelingen in het kader van een programma waarvan hij het
                                    budget beheert;</al></li><li nr="q."><al> Verhuur: de overeenkomst waarbij de provincie zich verbindt om
                                    aan een huurder gronden en opstallen of een gedeelte daarvan in
                                    gebruik te verstrekken en de huurder zich verbindt tot een
                                    tegenprestatie;</al></li><li nr="r."><al> Verkoop: het in eigendom van een derde doen overgaan van
                                    gronden en opstallen die in eigendom toebehoren aan de provincie
                                    Gelderland, met inbegrip van de levering door middel van een
                                    notariële akte en de inschrijving daarvan in de openbare
                                    registers;</al></li><li nr="s."><al> Verpachting: de overeenkomst waarbij de provincie zich verbindt
                                    om aan een pachter gronden en opstallen of een gedeelte daarvan
                                    in gebruik te verstrekken ter uitoefening van de landbouw en de
                                    pachter zich verbindt tot een tegenprestatie;</al></li><li nr="u."><al> Provincie: de publiekrechtelijke rechtspersoon Provincie
                                    Gelderland;</al></li><li nr="v."><al> Natuur: gronden die deel uitmaken van de Ecologische
                                    Hoofdstructuur, in de toekomst het Gelders Natuurnetwerk;</al></li><li nr="w."><al> Certificering: afgifte van een overeenkomstig paragraaf 8.1 van
                                    de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Gelderland
                                    2009 geldig certificaat natuurbeheer of certificaat
                                    samenwerkingsverband natuurbeheer;</al></li><li nr="x."><al> Kavelruilproject: ruil waarbij minimaal drie verschillende
                                    eigenaren betrokken zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.2 Reikwijdte protocol</titel></kop><al>Dit protocol bevat instructies voor overeenkomsten met gronden en
                            opstallen, de onteigening van gronden en opstallen, de taxatie van
                            gronden en opstallen en transacties ten aanzien gronden en
                            opstallen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.3 Betrokkenheid van Provinciale Staten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Bij de besluitvorming over overeenkomsten met gronden en opstallen
                                wordt het besluit Betrokkenheid van Provinciale Staten bij
                                privaatrechtelijke rechtshandelingen, rechtsgedingen en civiele
                                verdediging (PS2004-856) in acht genomen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De algemeen directeur verschaft Gedeputeerde Staten in het kader
                                van de planning en control-cyclus twee maal per jaar een overzicht
                                van: </al><lijst><li nr="a."><al> de aangekochte, verkochte en geruilde gronden en
                                        opstallen;</al></li><li nr="b."><al> de gevestigde en verworven beperkte genotsrechten;</al></li><li nr="c."><al> de voortgang van onteigeningsprocedures;</al></li><li nr="d."><al> de gronden in beheer van de provincie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde Staten stellen het overzicht met inachtneming van het
                                bepaalde in artikel 1.8 ter beschikking aan Provinciale Staten.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> In een voorstel aan Provinciale Staten om financiële middelen
                                beschikbaar te stellen ten behoeve van een plan of project voor de
                                uitvoering waarvan één of meer transacties met gronden en opstallen
                                noodzakelijk zijn, wordt - met behoud van de vertrouwelijkheid van
                                financiële stukken - aangegeven welk deel van de gevraagde middelen
                                maximaal bestemd is voor de aankoop en minnelijke verwerving van
                                gronden en opstallen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> In een voorstel aan Provinciale Staten om financiële middelen
                                beschikbaar te stellen ten behoeve van een plan of project voor de
                                uitvoering waarvan één of meer transacties met gronden en opstallen
                                noodzakelijk zijn, wordt aangegeven óf en onder welke voorwaarden
                                dit verwervingsbudget mag worden aangewend ten behoeve van het
                                verwerven van ruilgrond.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.4 Afwijking protocol door Gedeputeerde Staten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Besluiten tot het aangaan van overeenkomsten over gronden en
                                opstallen, met inbegrip van de voorbereiding en de uitvoering
                                daarvan, worden genomen met inachtneming van dit protocol.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen afwijken van dit protocol indien
                                toepassing ervan gevolgen zou hebben die wegens bijzondere
                                omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met het
                                protocol te dienen doelen. In het voorstel tot afwijking van het
                                protocol worden de redenen die afwijking noodzakelijk maken
                                onderbouwd. Afwijkingen kunnen betrekking hebben op individuele
                                gevallen en categorieën van gevallen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.5 Inschakelen derden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De verantwoordelijke manager geeft in een plan of project aan of
                                hij voor transacties met gronden en opstallen derden
                                inschakelt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien een plan of project voorziet in het inschakelen van derden
                                voor de verwerving van gronden en opstallen, wordt in het plan
                                opgenomen wat de rollen, taken en verantwoordelijkheden zijn van die
                                derden en wordt aangegeven welk budget maximaal voor het inschakelen
                                van derden beschikbaar is. Indien het budget niet toereikend is,
                                wordt de verantwoordelijk manager daarover geïnformeerd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De verantwoordelijke manager zorgt ervoor dat het inschakelen van
                                derden geschiedt conform de relevante aanbestedingsregelgeving,
                                waaronder het inkoop- en aanbestedingsbeleid van de provincie
                                Gelderland.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.6 Procesbeschrijving</titel></kop><al>Programma's en afdelingen die bevoegd zijn tot de voorbereiding van, de
                            onderhandelingen en de besluitvorming over en de afhandeling van
                            overeenkomsten over gronden en opstallen, hebben procesbeschrijvingen
                            (administratieve organisatiebeschrijvingen).</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.7 Dossiervorming</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De verantwoordelijke manager van de Afdeling Uitvoering Werken is
                                verantwoordelijk voor het (doen) opbouwen, onderhouden en archiveren
                                van een dossier met betrekking tot overeenkomsten over gronden en
                                opstallen. Bij voorkeur wordt een dossier opgebouwd per individuele
                                eigenaar of grondgebruiker.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een dossier bevat in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al> correspondentie tussen de provincie en de wederpartij
                                        (gesprekverslagen, brieven, biedingen, mailverkeer en
                                        dergelijke);</al></li><li nr="b."><al> een beschrijving van de staat van de gronden en opstallen
                                        waarop de transactie ziet;</al></li><li nr="c."><al> tekeningen, kaarten en inrichtingsschetsen met de ligging
                                        van gronden, opstallen en werken;</al></li><li nr="d."><al> de kadastrale uittreksels uit de openbare registers van het
                                        Kadaster met onder andere perceelnummers, de oppervlakte van
                                        percelen en de namen van eigenaren en grondgebruikers;</al></li><li nr="e."><al> de lijst of lijsten van de te (ver)kopen, te (ver)huren of
                                        te (ver)pachten gronden en opstallen, de te vestigen of te
                                        verwerven beperkte rechten en de in bruikleen te geven of te
                                        nemen gronden en opstallen;</al></li><li nr="f."><al> indien aan de orde, stukken die betrekking hebben op de
                                        onvoorwaardelijke biedprocedure;</al></li><li nr="g."><al> taxatierapporten en de daartoe verleende opdrachten;</al></li><li nr="h."><al> overeenkomsten en de concepten daarvan;</al></li><li nr="i."><al> indien aan de orde, stukken die inzicht geven in de
                                        kwaliteit van de gronden en opstallen en (de beperkingen in)
                                        het gebruik dat van de gronden en opstallen kan worden
                                        gemaakt (waaronder de bodemkwaliteit, eventuele
                                        zakenrechtelijke beperkingen, kettingbedingen, kwalitatieve
                                        verplichtingen, de aanwezigheid van kabels en
                                        leidingen);</al></li><li nr="j."><al> stukken ter voorbereiding van de besluitvorming (waaronder
                                        - indien aan de orde - de GS-brieven);</al></li><li nr="k."><al> notariële akten;</al></li><li nr="l."><al> een risicoanalyse als bedoeld in artikel 1.1, onder n;</al></li><li nr="m."><al> de opdrachten verleend aan derden of BBL en de concepten
                                        daarvan om namens of in opdracht van de provincie
                                        grondtransacties aan te gaan;</al></li><li nr="n."><al> de beslissing om al dan niet in te stemmen met transacties
                                        die door een derde of BBL worden voorgesteld;</al></li><li nr="o."><al> een afwijking als bedoeld in artikel 8.1.2;</al></li><li nr="p."><al> de mededeling als bedoeld in artikel 8.2.4;</al></li><li nr="q."><al> het schriftelijke aanbod als bedoeld in artikel 8.2.5,
                                        vijfde lid;</al></li><li nr="r."><al> stukken met betrekking tot de administratieve en
                                        gerechtelijke onteigeningsprocedure.</al><al/><al/><al> De stukken worden geregistreerd in het Documentair
                                        Informatiesysteem (DIS) van de provincie Gelderland.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.8 Openbaarheid</titel></kop><al>Alleen om redenen die zijn genoemd in de Wet openbaarheid van bestuur
                            blijft openbaarmaking van informatie over grondtransacties
                            achterwege.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.9 Wet Bibob</titel></kop><al>Bij overeenkomsten met betrekking tot gronden en opstallen kunnen zo
                            nodig de bevoegdheden uit de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen
                            door het openbaar bestuur worden aangewend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2. Aankoop</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2.1 Doelstelling</titel></kop><al>Dit hoofdstuk bevat instructies voor de aankoop van gronden en opstallen
                            door de provincie. De bepalingen in dit hoofdstuk zijn van
                            overeenkomstige toepassing op het vestigen van beperkte genotsrechten
                            door de provincie op gronden en opstallen die in eigendom toebehoren aan
                            een derde.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.2 Marktwaarde</titel></kop><al>De provincie koopt gronden en opstallen aan tegen de marktwaarde.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.3 Taxatie</titel></kop><al>De provincie koopt alleen gronden en opstallen aan waarvoor voorafgaand
                            aan de onderhandelingen een taxatie is uitgevoerd die voldoet aan de
                            instructies voor taxatie in hoofdstuk 6.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.4 Onderhandelingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De onderhandelingen over de aankoop van gronden en opstallen vangen
                                niet eerder aan dan nadat daartoe een schriftelijke opdracht is
                                verstrekt door de verantwoordelijke manager.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In de opdracht wordt vast gelegd ten laste van welke afdeling, welk
                                programma of project de aankoop wordt gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De onderhandelingen worden gevoerd onder voorbehoud van
                                besluitvorming door het bevoegde orgaan of de bevoegde persoon.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien in verband met de financiering van de aankoop besluitvorming
                                door Provinciale Staten vereist is, worden de onderhandelingen
                                tevens gevoerd onder voorbehoud van het beschikbaar komen van
                                financiële middelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.5 Besluitvorming aangaan aankoopovereenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Besluitvorming over het aangaan van een aankoopovereenkomst vindt
                                plaats onder verantwoordelijkheid van de verantwoordelijke manager
                                overeenkomstig het Algemeen reglement mandaat Gelderland 2009.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De verantwoordelijke manager legt een voorgenomen aankoop ter
                                besluitvorming voor aan het college van Gedeputeerde Staten indien: </al><lijst><li nr="a."><al> het gaat om een aankoop waarvan Provinciale Staten vooraf
                                        in kennis dienen te worden gesteld op basis van het besluit
                                        Betrokkenheid van Provinciale Staten bij privaatrechtelijke
                                        rechtshandelingen, rechtsgedingen en civiele verdediging
                                        (PS2004-856);</al></li><li nr="b."><al> toepassing is gegeven aan artikel 6.5, vierde lid;</al></li><li nr="c."><al> de aankoop plaats vindt op grond van artikel 1.4, tweede
                                        lid tenzij de voorgenomen aankoop valt onder de reikwijdte
                                        van een uitzondering als bedoeld artikel 1.4, tweede
                                        lid;</al></li><li nr="d."><al> de aankoop naar het oordeel van de verantwoordelijke
                                        manager politiek gevoelig is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien op basis van dit protocol het besluit over het aangaan van
                                een aankoopovereenkomst ter besluitvorming aan het college van
                                Gedeputeerde Staten moet worden voorgelegd, bevat de GS-brief een
                                motivering van het nut en de noodzaak van de aankoop, een
                                verantwoording van de overeengekomen prijs, de financiële dekking,
                                relevante risico's in verband met de kwaliteit van de gronden en
                                opstallen. Artikel 1.1, onder n, is hierbij van overeenkomstige
                                toepassing. Het taxatierapport en een concept van de te sluiten
                                overeenkomst worden bij de GS-brief gevoegd.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien op basis van dit protocol geen besluitvorming door het
                                college van Gedeputeerde Staten is vereist, betrekt de
                                verantwoordelijke manager de risicoanalyse als bedoeld in artikel
                                1.1, onder n, bij de besluitvorming over het aangaan van de
                                aankoopovereenkomst.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Tegelijk met het besluit tot aankoop wordt de aankoopovereenkomst
                                vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.6 Afhandeling Koopovereenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Na de besluitvorming over het aangaan van de overeenkomst als
                                bedoeld in artikel 2.5 vindt de afhandeling van de overeenkomst
                                plaats onder verantwoordelijkheid van de verantwoordelijke manager
                                overeenkomstig het Algemeen reglement mandaat Gelderland 2009.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De verantwoordelijke manager verstrekt onverwijld een afschrift van
                                de notariële akte aan de afdeling Beheer en Onderhoud.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.7 Besluitvorming niet aangaan koopovereenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien de onderhandelingen niet hebben geleid tot een voorgenomen
                                besluit tot aankoop, wordt hiervan in het dossier als bedoeld in
                                artikel 1.7 gemotiveerd melding gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien een besluit over het niet aangaan van een
                                aankoopovereenkomst vereist is, wordt in dat besluit een dragende
                                motivering opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De verkopende partij wordt schriftelijk van het niet aangaan van
                                een aankoopovereenkomst op de hoogte gebracht.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3. Verkoop</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3.1 Doelstelling</titel></kop><al>Dit hoofdstuk bevat instructies voor de verkoop van gronden en opstallen
                            door de provincie. De bepalingen in dit hoofdstuk zijn van
                            overeenkomstige toepassing op het vestigen van beperkte genotsrechten
                            ten behoeve van een derde op gronden en opstallen die in eigendom
                            toebehoren aan de provincie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.2 Marktwaarde</titel></kop><al>De provincie verkoopt gronden en opstallen tegen de marktwaarde.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.3 Onvoorwaardelijke biedprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De provincie verkoopt gronden en opstallen via een
                                onvoorwaardelijke biedprocedure als bedoeld in de Mededeling van de
                                Europese Commissie betreffende staatssteunelementen bij de verkoop
                                van gronden en gebouwen (Pb EG 1997, C209/3).</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het aanbod tot verkoop wordt voldoende openbaar gemaakt. Daaraan
                                wordt voldaan door herhaalde bekendmaking gedurende twee maanden of
                                langer: </al><lijst><li nr="a."><al> in de nationale pers, in onroerend goed- of andere daartoe
                                        geschikte bladen waarbij geldt dat een bekendmaking louter
                                        via internet niet volstaat, én;</al></li><li nr="b."><al> aan makelaarskantoren die een breed gamma van potentiële
                                        kopers bereiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien waarschijnlijk is dat investeerders uit geheel Europa of
                                wereldwijd geïnteresseerd zijn, wordt in afwijking van het tweede
                                lid aan de verkoop bekendheid gegeven in bladen met een
                                internationale lezerskring en via makelaars die zich op klanten op
                                Europees of internationaal niveau richten.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het aanbod tot verkoop is onvoorwaardelijk. Dit is het geval als
                                het om het even welke bieder, ongeacht of deze een bedrijf heeft en
                                ongeacht de aard van dat bedrijf, in het algemeen vrijstaat om
                                gronden en opstallen aan te kopen en deze voor eigen doeleinden te
                                gebruiken.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> In afwijking van het vierde lid mogen beperkingen aan de verkoop
                                worden opgelegd om overlast te voorkomen, om het milieu te
                                beschermen, of om te vermijden dat er een louter speculatief bod
                                wordt uitgebracht. Beperkingen in verband met de ruimtelijke
                                ordening die voor het gebruik van de gronden en opstallen de
                                eigenaar ervan overeenkomstig nationaal recht worden opgelegd, doen
                                aan het onvoorwaardelijk karakter van een aanbieding geen afbreuk.
                                Wanneer er een verkoopvoorwaarde is waarbij de toekomstige eigenaar
                                ten gunste van openbare instanties of van het openbaar belang aan
                                speciale verplichtingen moet voldoen die niet uit de algemene
                                nationale wetgeving, besluiten van instanties voor ruimtelijke
                                ordening, algemene bescherming en behoud van het milieu en de
                                volksgezondheid voortvloeien, dient de aanbieding alleen dan als
                                onvoorwaardelijk (in bovengenoemde betekenis) te worden beschouwd,
                                indien alle potentiële kopers, ongeacht het feit of zij een bedrijf
                                hebben en ongeacht de aard van dat bedrijf, verplicht zijn en in
                                staat zijn aan deze voorwaarden te voldoen.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> De verantwoordelijke manager kan een onvoorwaardelijke
                                biedprocedure volgen onder voorbehoud van gunning. Voor zover dit
                                voorbehoud betrekking heeft op de prijs van de te verkopen gronden
                                en opstallen kan de verantwoordelijke manager een ondergrens stellen
                                op basis van een onafhankelijke taxatie vooraf. Deze taxatie wordt
                                uitgevoerd overeenkomstig hoofdstuk 6.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.4 Verkoop zonder onvoorwaardelijke
                                biedprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Van verkoop via een onvoorwaardelijke biedprocedure als bedoeld in
                                artikel 3.3 kan worden afgezien, indien: </al><lijst><li nr="a."><al> gronden en opstallen worden verkocht aan de Staat der
                                        Nederlanden, gemeenten en waterschappen;</al></li><li nr="b."><al> gronden en opstallen worden verkocht in gebieden waar
                                        sprake is van een kavelruilproject en de gronden en
                                        opstallen daarbij worden ingebracht;</al></li><li nr="c."><al> gronden en opstallen worden overgedragen in het kader van
                                        ruilovereenkomsten ter uitvoering van het provinciaal
                                        beleid;</al></li><li nr="d."><al> de aanliggende gronden geheel of hoofdzakelijk in eigendom
                                        toebehoren aan één grondeigenaar en verkoop van gronden aan
                                        deze grondeigenaar wenselijk is uit het oogpunt van de
                                        efficiënte uitvoering van het beheer en de inrichting van de
                                        gronden en de kosten daarvan. Bij de beoordeling of het
                                        afzien van verkoop via een onvoorwaardelijke biedprocedure
                                        in dit geval gerechtvaardigd is, speelt onder meer een rol: </al><lijst><li nr="i."><al> of het perceel twee- of meerzijdig begrensd wordt
                                                door percelen die toebehoren aan dezelfde
                                                grondeigenaar;</al></li><li nr="ii."><al> de vraag of het perceel noodzakelijk is om het
                                                gebied (integraal) in te kunnen richten;</al></li><li nr="iii."><al> de omvang van het perceel waarop de transactie ziet
                                                in relatie tot de totale oppervlakte van de
                                                betreffende grondeigenaar in het aangrenzende
                                                gebied.</al></li></lijst></li><li nr="e."><al> gronden en opstallen worden verkocht ten behoeve van de
                                        realisering van nutsvoorzieningen van beperkte omvang.</al><al/><al/><al> Het afzien van verkoop via een onvoorwaardelijke
                                        biedprocedure wordt verantwoord in de risicoanalyse als
                                        bedoeld in artikel 1.1, onder n.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In geval van verkoop zonder onvoorwaardelijke biedprocedure wordt
                                de marktwaarde van de gronden en opstallen bepaald met toepassing
                                van hoofdstuk 6.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.5 Onderhandelingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De onderhandelingen over de verkoop van gronden en opstallen vangen
                                niet eerder aan dan nadat daartoe een schriftelijke opdracht is
                                verstrekt door de verantwoordelijke manager.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In de opdracht wordt vast gelegd ten bate van welke afdeling, welk
                                programma of project de verkoop wordt gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De onderhandelingen worden gevoerd onder voorbehoud van
                                besluitvorming door het bevoegde orgaan of de bevoegde persoon.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.6 Besluitvorming aangaan verkoopovereenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Besluitvorming over het aangaan van een verkoopovereenkomst vindt
                                plaats onder verantwoordelijkheid van de verantwoordelijke manager
                                overeenkomstig het Algemeen reglement mandaat Gelderland 2009.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De verantwoordelijke manager legt een voorgenomen verkoop ter
                                besluitvorming voor aan het college van Gedeputeerde Staten indien: </al><lijst><li nr="a."><al> het gaat om een verkoop waarvan Provinciale Staten vooraf
                                        in kennis dienen te worden gesteld op basis van het besluit
                                        Betrokkenheid van Provinciale Staten bij privaatrechtelijke
                                        rechtshandelingen, rechtsgedingen en civiele verdediging
                                        (PS2004-856);</al></li><li nr="b."><al> toepassing is gegeven aan artikel 6.5, vierde lid;</al></li><li nr="c."><al> de verkoop plaats vindt op grond van artikel 1.4, tweede
                                        lid, tenzij de voorgenomen verkoop valt onder de reikwijdte
                                        van een uitzondering als bedoeld in artikel 1.4, tweede
                                        lid;</al></li><li nr="d."><al> de verkoop naar het oordeel van de verantwoordelijke
                                        manager politiek gevoelig is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien op basis van dit protocol het besluit over het aangaan van
                                een verkoopovereenkomst ter besluitvorming aan het college van
                                Gedeputeerde Staten moet worden voorgelegd, bevat de GS-brief in
                                ieder geval de motivering van het nut en de noodzaak van de verkoop,
                                een verantwoording van de overeengekomen prijs, de financiële
                                dekking, relevante risico's in verband met de kwaliteit van de
                                gronden en opstallen en indien aan de orde een motivering voor het
                                afwijken van het uitgangspunt dat gronden via een onvoorwaardelijke
                                biedprocedure worden verkocht. Artikel 1.1, onder n is hierbij van
                                overeenkomstige toepassing. Het taxatierapport en een concept van de
                                te sluiten overeenkomst worden bij de GS-brief gevoegd.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien op basis van dit protocol geen besluitvorming door het
                                college van Gedeputeerde Staten is vereist, betrekt de
                                verantwoordelijke manager de risicoanalyse als bedoeld in artikel
                                1.1, onder n, bij de besluitvorming over het aangaan van de
                                verkoopovereenkomst.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Tegelijk met het besluit tot verkoop wordt de verkoopovereenkomst
                                vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.7 Afhandeling verkoopovereenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Na de besluitvorming over het aangaan van de overeenkomst als
                                bedoeld in artikel 3.6 vindt de afhandeling van de overeenkomst
                                plaats onder verantwoordelijkheid van de verantwoordelijke manager
                                overeenkomstig het Algemeen reglement mandaat Gelderland 2009.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De verantwoordelijk manager verstrekt onverwijld een afschrift van
                                de notariële akte aan de afdeling Beheer en Onderhoud.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.8 Besluitvorming niet aangaan
                                verkoopovereenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien de onderhandelingen niet hebben geleid tot een voorgenomen
                                besluit tot verkoop, wordt hiervan in het dossier als bedoeld in
                                artikel 1.7 gemotiveerd melding gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien een besluit over het niet aangaan van een
                                verkoopovereenkomst vereist is, wordt in dat besluit een dragende
                                motivering opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De aankopende partij wordt schriftelijk van het niet aangaan van
                                een verkoopovereenkomst op de hoogte gebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.9 Financiën</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De opbrengst van verkochte gronden en opstallen komt ten goede aan
                                het programma of project ten behoeve waarvan het is aangekocht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de exploitatie van het programma of project inmiddels is
                                afgesloten omdat het is beëindigd, vloeien de opbrengsten terug naar
                                de algemene middelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.10 Verkoop Natuur</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De artikelen 3.1 tot en met 3.9 zijn van overeenkomstige toepassing
                                op de verkoop van natuur, met dien verstande dat: </al><lijst><li nr="a."><al> verkoop als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, aanhef en
                                        onder a slechts plaatsvindt in het kader van de uitoefening
                                        van een publieke taak van de Staat der Nederlanden,
                                        gemeenten en waterschappen;</al></li><li nr="b."><al> een kavelruilproject als bedoeld in artikel 3.4, eerste
                                        lid, aanhef en onder b waarbij provinciale natuurgronden
                                        betrokken zijn, voorafgaand openbaar kenbaar zal worden
                                        gemaakt;</al></li><li nr="c."><al> artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder c bij ruil van
                                        natuur door de provincie niet van toepassing is;</al></li><li nr="d."><al> artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder d bij verkoop van
                                        natuur niet van toepassing is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen bij de verkoop van natuur voorwaarden
                                stellen, welke worden verwoord in een programma van eisen dat voor
                                de inschrijving bekend wordt gemaakt.</al><al/><al> Eisen met betrekking tot de koper kunnen enkel betrekking hebben op
                                financiële zekerheid voor toekomstige inrichting en beheer, een plan
                                van aanpak voor inrichting en beheer en certificering van de
                                koper.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Aan verkoop als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, wordt
                                verbonden de voorwaarde dat de grond de eerste vijf jaren na verkoop
                                niet mag worden doorverkocht.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4. Ruil</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.1 Doelstelling</titel></kop><al>Dit hoofdstuk bevat instructies voor de ruil van gronden en opstallen
                            door de provincie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.2 Overeenkomstige toepassing</titel></kop><al>De bepalingen in de hoofdstukken 2 en 3 betreffende aankoop en verkoop
                            zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat elke partij
                            wordt beschouwd als verkoper voor de prestatie die zij verschuldigd is,
                            en als koper voor die welke haar toekomt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5. Beheer</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5.1 Doelstelling</titel></kop><al>Dit hoofdstuk bevat instructies voor:</al><lijst><li nr="a."><al> de verhuur van gronden en opstallen door de provincie;</al></li><li nr="b."><al> de huur van gronden en opstallen door de provincie;</al></li><li nr="c."><al> de verpachting van gronden en opstallen door de provincie;</al></li><li nr="d."><al> de pacht van gronden en opstallen door de provincie;</al></li><li nr="e."><al> de ingebruikgeving om niet van gronden en opstallen door de
                                    provincie;</al></li><li nr="f."><al> de ingebruikneming om niet van gronden en opstallen door de
                                    provincie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.2 Overeenkomstige toepassing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De bepalingen in hoofdstuk 3 zijn, met uitzondering van de
                                artikelen 3.3 en 3.4, eerste lid van overeenkomstige toepassing op
                                de verhuur van gronden en opstallen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De bepalingen in hoofdstuk 2 zijn van overeenkomstige toepassing op
                                de huur van gronden en opstallen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De bepalingen in hoofdstuk 3 zijn, met uitzondering van de
                                artikelen 3.3 en 3.4, eerste lid van overeenkomstige toepassing op
                                de verpachting van gronden en opstallen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De bepalingen in hoofdstuk 2 zijn van overeenkomstige toepassing op
                                de pacht van gronden en opstallen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De bepalingen in hoofdstuk 3 zijn, met uitzondering van de
                                artikelen 3.3 en 3.4, eerste lid van overeenkomstige toepassing op
                                de ingebruikgeving om niet van gronden en opstallen.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> De bepalingen in hoofdstuk 2 zijn van overeenkomstige toepassing op
                                de ingebruikneming om niet van gronden en opstallen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.3 Natuur</titel></kop><al>Een voornemen tot verhuur, verpachting of ingebruikgeving van
                            natuurgrond met een beoogde duur van meer dan 3 jaar, wordt voorafgaand
                            openbaar kenbaar gemaakt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6. Taxatie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6.1 Doelstelling</titel></kop><al>Dit hoofdstuk bevat instructies voor het vaststellen van de marktwaarde
                            van gronden en opstallen door een onafhankelijk taxateur.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.2 Grondtransacties zonder onvoorwaardelijke
                                biedprocedure</titel></kop><al>Om de marktwaarde vast te stellen van gronden en opstallen in het geval
                            transacties plaats vinden zonder gebruikmaking van de onvoorwaardelijke
                            biedprocedure, dient vóór de aan- of verkooponderhandelingen een taxatie
                            door één of meer onafhankelijke taxateurs van onroerend goed te worden
                            verricht op grond van algemeen aanvaarde marktindicaties en
                            taxatiecriteria.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.3 Vereisten taxateur</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een taxateur als bedoeld in artikel 6.2 dient te voldoen aan de
                                vereisten die daaraan gesteld zijn in de Mededeling van de Europese
                                Commissie over staatssteunelementen bij verkoop van gronden en
                                gebouwen (PbEG 1997, C209/3) en geregistreerd te zijn bij de
                                Stichting VastgoedCert, of een vergelijkbaar instituut of een
                                vergelijkbare instantie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Met een vergelijkbaar instituut of een vergelijkbare instantie als
                                bedoeld in het voorgaande lid wordt gelijkgesteld een soortgelijke
                                instelling in een andere lidstaat van de EU danwel in een staat,
                                niet zijnde een lidstaat van de EU, die partij is bij de
                                overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, welke op basis
                                van onderzoekingen een beschermingsniveau biedt dat ten minste
                                gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale registratie
                                wordt nagestreefd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.4 Onafhankelijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Om de onafhankelijkheid te waarborgen worden aan een taxateur als
                                bedoeld in artikel 6.3 geen orders gegeven met betrekking tot het
                                resultaat van de taxatie en neemt deze niet deel aan de
                                onderhandelingen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Taxaties als bedoeld in dit hoofdstuk worden bij voorkeur
                                uitgevoerd door externe taxateurs.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De verantwoordelijke manager ziet er op toe dat een externe
                                taxateur zijn onafhankelijkheid garandeert en dat deze bij
                                aanvaarding van de taxatie-opdracht verklaart dat er geen
                                conflicterende belangen aan de orde zijn.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien er in afwijking van het tweede lid gebruik wordt gemaakt van
                                interne taxateurs dient een ongepaste invloed op hun taxatie
                                daadwerkelijk te worden uitgesloten. In dit verband is het onder
                                meer van belang dat: </al><lijst><li nr="a."><al> uit de motivering van de besluiten blijkt dat de taxateur
                                        geen aanwijzingen heeft ontvangen van de provincie;</al></li><li nr="b."><al> de opdracht tot taxatie is verstrekt door een ander
                                        organisatieonderdeel dan het organisatieonderdeel dat de
                                        voorbereiding van de besluitvorming over de transacties
                                        voorbereidt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.5 Marktwaarde</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De taxateur bepaalt de marktwaarde van gronden en opstallen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Onder marktwaarde wordt verstaan de prijs waartegen de gronden en
                                opstallen op de datum van waardering bij onderhandse overeenkomst
                                tussen een willige verkoper en een van de verkoper onafhankelijke
                                koper zouden kunnen worden verkocht, waarbij wordt aangenomen dat de
                                betrokken gronden en opstallen openlijk op de markt worden
                                aangeboden, dat de marktvoorwaarden een regelmatige transactie
                                mogelijk maken en dat, de aard van de gronden en opstallen in
                                aanmerking genomen, een normaal tijdsbestek beschikbaar is om over
                                de verkoop te onderhandelen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> In afwijking van het tweede lid, wordt een afwijking van ten
                                hoogste 5% van de aanvankelijk getaxeerde waarde geacht met de
                                marktvoorwaarden overeen te komen, indien het, na een redelijke
                                inspanning om de gronden en opstallen tegen de aanvankelijk
                                getaxeerde waarde te verkopen of aan te kopen duidelijk wordt dat de
                                gronden en opstallen tegen de door de taxateur aanvankelijk
                                vastgestelde waarde niet kunnen worden verkocht of aangekocht.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien na nogmaals een redelijk tijdsbestek, duidelijk is dat de
                                gronden en opstallen niet tegen de aanvankelijk door de taxateur
                                vastgestelde waarde en de afwijking van ten hoogste 5% als bedoeld
                                in het derde lid verkocht of aangekocht kunnen worden, kan op basis
                                van de inmiddels verkregen kennis en ontvangen aanbiedingen, de
                                marktwaarde door een taxateur opnieuw worden vastgesteld. De alsdan
                                vastgestelde waarde wordt aangemerkt als de marktwaarde. De
                                beslissing om een nieuw taxatierapport op te stellen wordt in de
                                risicoanalyse als bedoeld in artikel 1.1, onder n gemotiveerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.6 Voorwaarden aan grondtransacties</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Aan de overeenkomsten bedoeld in hoofdstuk 3 en artikel 5.1 en de
                                overeenkomsten die voortvloeien uit hoofdstuk 7 kunnen in het
                                algemeen belang speciale voorwaarden worden verbonden in verband met
                                de gronden en opstallen doch niet in verband met de koper of diens
                                economische activiteit, voor zover iedere potentiële koper in
                                beginsel verplicht en in staat is aan deze voorwaarden te voldoen,
                                ongeacht of hij een bedrijf heeft en ongeacht de aard van dat
                                bedrijf.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het economisch nadeel van een verplichting als bedoeld in het
                                eerste lid dient door onafhankelijk taxateurs afzonderlijk te worden
                                geraamd en kan in de aankoopprijs worden doorberekend. Wanneer een
                                bedrijf op zijn minst gedeeltelijk uit eigenbelang aan bepaalde
                                verplichtingen voldoet, dient daarmee bij de beoordeling van die
                                verplichtingen rekening te worden gehouden. Hierbij moet
                                bijvoorbeeld gedacht worden aan een voordeel op het gebied van
                                reclame, sponsoring van sport en cultuur, imago, verbetering van de
                                directe omgeving van de koper, op dat van, of van
                                recreatievoorzieningen voor het personeel van de koper.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Economische verplichtingen waaraan iedere eigenaar van onroerend
                                goed volgens gemeen recht moet voldoen, mogen niet in de
                                aankoopprijs worden doorberekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.7 Door openbare instanties gemaakte kosten</titel></kop><al>De kosten die de openbare instanties oorspronkelijk hebben gemaakt bij
                            de aankoop van gronden of opstallen vormen een aanwijzing voor de
                            marktwaarde, tenzij er tussen de aankoop en de verkoop van dat onroerend
                            goed een aanzienlijke tijd is verstreken. Gedurende een periode van
                            tenminste drie jaar na de aankoop van een grondstuk of opstal mag de
                            vastgestelde marktwaarde in beginsel niet lager liggen dan de
                            oorspronkelijke aankooprijs, tenzij de onafhankelijke taxateur specifiek
                            een algemene daling van de marktprijs voor gronden en opstallen op de
                            relevante markt heeft vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.8 Eisen taxatierapport</titel></kop><al>Een taxatierapport ter bepaling van de marktwaarde van gronden en
                            opstallen wordt opgesteld met inachtneming van bijlage A bij dit
                            protocol.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 7. Grondtransacties door derden</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7.1 Doelstelling</titel></kop><al>Dit hoofdstuk bevat instructies voor overeenkomsten met gronden en
                            opstallen die een derde in opdracht van of namens de provincie aangaat.
                            Onder "een derde" wordt in dit protocol tevens BBL begrepen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.2 Opdracht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De verantwoordelijke manager verstrekt de opdracht aan een derde om
                                onderhandelingen aan te gaan over overeenkomsten met gronden en
                                opstallen schriftelijk.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De verantwoordelijk manager verstrekt de opdracht bedoeld in het
                                eerste lid niet eerder dan dat duidelijk is ten bate of ten laste
                                van welke afdeling, welk programma of project de transacties met
                                gronden en opstallen plaatsvinden. Eén en ander wordt verantwoord in
                                de risicoanalyse als bedoeld in artikel 1.1, onder n.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien op het moment van het verstrekken van de opdracht geen
                                financiële middelen beschikbaar zijn, wordt de opdracht verstrekt
                                onder de voorwaarde dat de derde in de onderhandelingen een
                                voorbehoud maakt ten aanzien van het beschikbaar komen van
                                financiële middelen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien besluitvorming door Provinciale Staten vereist is op grond
                                van het besluit Betrokkenheid van Provinciale Staten bij
                                privaatrechtelijke rechtshandelingen, rechtsgedingen en civiele
                                verdediging (PS2004-856), wordt de opdracht verstrekt onder de
                                voorwaarde dat de derde in de onderhandelingen een voorbehoud maakt
                                ten aanzien van de besluitvorming door Provinciale Staten.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De verantwoordelijke manager neemt in de opdracht aan de derde op
                                dat de derde handelt overeenkomstig de regels van dit protocol.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.3 Besluitvorming aangaan overeenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De verantwoordelijke manager neemt in de opdracht die hij verstrekt
                                aan de derde op dat de derde niet beslist over het aangaan van
                                overeenkomsten met betrekking tot gronden en opstallen zonder
                                instemming van de verantwoordelijke manager.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De verantwoordelijke manager beslist over instemming met betrekking
                                tot door de derde of BBL voorgestelde overeenkomsten overeenkomstig
                                het Algemeen reglement mandaat Gelderland 2009.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Alvorens instemming te geven aan de derde voor het aangaan van een
                                overeenkomst legt de verantwoordelijke manager het voornemen tot
                                instemming voor aan Gedeputeerde Staten indien: </al><lijst><li nr="a."><al> het gaat om een aankoop waarvan Provinciale Staten vooraf
                                        in kennis dienen te worden gesteld op basis van het besluit
                                        Betrokkenheid van Provinciale Staten bij privaatrechtelijke
                                        rechtshandelingen, rechtsgedingen en civiele verdediging
                                        (PS2004-856);</al></li><li nr="b."><al> toepassing is gegeven aan artikel 6.5, vierde lid;</al></li><li nr="c."><al> toepassing wordt gegeven aan artikel 1.4, tweede lid;</al></li><li nr="d."><al> de overeenkomst naar het oordeel van de verantwoordelijke
                                        manager politiek gevoelig is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.4 Verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De verantwoordelijke manager neemt in de opdracht die hij verstrekt
                                aan de derde op dat de derde eenmaal per kwartaal een overzicht
                                verschaft van de stand van zaken van de onderhandelingen, de
                                aangekochte, verkochte en geruilde gronden en opstallen, de
                                gevestigde en verleende beperkte rechten alsmede een overzicht van
                                de gronden in beheer.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De verantwoordelijke manager neemt in de opdracht die hij verstrekt
                                aan de derde op dat de ten laste van het provinciale budget
                                verrichte transacties apart worden geadministreerd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 8. Onteigening</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.1 Algemeen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8.1.1</titel></kop><al>Dit hoofdstuk bevat instructies voor de onteigening van gronden en
                                opstallen door de provincie op basis van de Onteigeningswet.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.1.2 Deskundigenvergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De verantwoordelijke manager kent een vergoeding toe voor de
                                    kosten van deskundige bijstand overeenkomstig het besluit
                                    Vergoeding van kosten deskundige bijstand bij minnelijke
                                    grondverwerving door Rijkswaterstaat.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Afwijkingen naar boven of naar beneden van de bedragen genoemd
                                    in artikel 1 van het besluit bedoeld in voorgaande lid, worden
                                    overeenkomstig artikel 5 van voormeld besluit gemotiveerd. Deze
                                    motivering wordt opgenomen in de risicoanalyse als bedoeld in
                                    artikel 1.1, onder n.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.2 Minnelijke verwerving</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8.2.1</titel></kop><al>Deze paragraaf bevat instructies voor de minnelijke verwerving van
                                gronden en opstallen door de provincie ter voorkoming van
                                gerechtelijke onteigening.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.2.2 Volledige schadeloosstelling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De provincie verwerft gronden en opstallen enkel op basis van
                                    volledige schadeloosstelling indien: </al><lijst><li nr="a."><al> er een bestuurlijk besluit is genomen door het bevoegde
                                            orgaan dat bij het niet bereiken van overeenstemming in
                                            der minne de onteigeningsprocedure zal worden
                                            gestart;</al></li><li nr="b."><al> de betrokken eigenaar of gebruiker van gronden en
                                            opstallen er ondubbelzinnig van in kennis is gesteld dat
                                            bij het niet bereiken van overeenstemming in der minne
                                            de onteigeningsprocedure zal worden gestart; én</al></li><li nr="c."><al> de hoogte van de schadeloosstelling op onafhankelijke
                                            wijze door één of meer onafhankelijke taxateurs is
                                            vastgesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Onder bestuurlijk besluit als bedoeld in het eerste lid, onder
                                    a, wordt in ieder geval verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al> het besluit tot vaststelling van een ontwerp
                                            inpassings- of bestemmingsplan, of</al></li><li nr="b."><al> een principebesluit van Provinciale Staten dat bij het
                                            niet bereiken van overeenstemming in der minne de
                                            onteigeningsprocedure zal worden gestart.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Afwijking van de hoogte van de schadeloosstelling die op basis
                                    van een onafhankelijke taxatie is vastgesteld, is slechts
                                    mogelijk voor het deel van de taxatie dat betrekking heeft op de
                                    vermogenswaarde van de gronden en opstallen. Op de afwijking is
                                    artikel 6.5, derde lid van overeenkomstige toepassing. Afwijking
                                    van de hoogte van de schadeloosstelling voor de overige delen
                                    van de taxatie is niet mogelijk.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.2.3 Onafhankelijke taxatie/taxatiecommissie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het taxatierapport ter bepaling van de hoogte van de
                                    schadeloosstelling wordt opgesteld met inachtneming van bijlage
                                    A bij dit protocol.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het taxatierapport wordt opgesteld door minimaal één ter zake
                                    kundige taxateur met expertise op het gebied van onteigening,
                                    die voldoet aan de vereisten uit artikel 6.3.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Taxatie vindt plaats op onafhankelijke wijze overeenkomstig
                                    artikel 6.4.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.2.4 Mededeling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Alvorens de onderhandelingen feitelijk aan te vangen wordt het
                                    voornemen tot verwerving schriftelijk aangekondigd aan de
                                    betrokken eigenaar of gebruiker van de gronden en
                                    opstallen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De schriftelijke aankondiging vermeldt onder meer: </al><lijst><li nr="a."><al> dat de provincie voornemens is om gronden en opstallen
                                            te verwerven;</al></li><li nr="b."><al> welke gronden en opstallen het betreft;</al></li><li nr="c."><al> ten behoeve van welke provinciale doelen de verwerving
                                            plaats vindt;</al></li><li nr="d."><al> op welke wijze de verwerving plaats zal vinden;</al></li><li nr="e."><al> wie de contactpersoon is;</al></li><li nr="f."><al> wie de aankoper is;</al></li><li nr="g."><al> indien bekend, welke taxateur zal worden
                                            ingeschakeld;</al></li><li nr="h."><al> dat de onderhandelingen plaats vinden in het kader van
                                            minnelijke verwerving ter voorkoming van
                                            onteigening.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.2.5 Onderhandelingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De onderhandelingen over de minnelijke verwerving van gronden
                                    en opstallen worden niet eerder gestart dan nadat daartoe een
                                    schriftelijke opdracht is verstrekt door de verantwoordelijke
                                    manager.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De verantwoordelijke manager legt in de opdracht vast ten laste
                                    van welke afdeling, welk programma of project de verwerving
                                    wordt gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De onderhandelingen worden gevoerd onder voorbehoud van
                                    besluitvorming door het bevoegde orgaan of de bevoegde
                                    persoon.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien in verband met de financiering van de verwerving
                                    besluitvorming door Provinciale Staten vereist is, worden de
                                    onderhandelingen tevens gevoerd onder voorbehoud van het
                                    beschikbaar komen van financiële middelen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Onderhandelingen worden gestart met een schriftelijk aanbod, of
                                    in voorkomende gevallen een schriftelijke bevestiging van een
                                    mondeling gedaan aanbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.2.6 Besluitvorming aangaan overeenkomst bij
                                    overeenstemming</titel></kop><al>Indien de onderhandelingen tot verwerving van gronden en opstallen
                                met een eigenaar of gebruiker van gronden en opstallen tot
                                overeenstemming hebben geleid, vinden besluitvorming over het
                                aangaan van een overeenkomst en de afhandeling van de overeenkomst
                                plaats overeenkomstig de artikelen 2.5 en volgende.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 8.3 Administratieve en gerechtelijke
                                onteigeningsprocedure</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8.3.1</titel></kop><al>Deze paragraaf bevat instructies voor de administratieve en de
                                gerechtelijke procedure ten behoeve van onteigening van gronden en
                                opstallen door de provincie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.3.2 Vereisten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Bij verzoeken aan de Kroon tot aanwijzing van gronden en
                                    opstallen ter onteigening worden de Onteigeningswet en de
                                    bijbehorende jurisprudentie in acht genomen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Ingeval van onteigening op basis van Titel IV van de
                                    Onteigeningswet wordt bij voorkeur de Handreiking onteigeningen
                                    Titel IV 2010 van Rijkswaterstaat in acht genomen alsmede zoveel
                                    als mogelijk gebruik gemaakt van de digitale formulieren die bij
                                    de indiening van een verzoek om een koninklijk besluit tot
                                    aanwijzing ter onteigening zoals bedoeld in Titel IV van de
                                    onteigeningswet, geldend vanaf 31 maart 2010 in de betreffende
                                    Handreiking worden aanbevolen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Ingeval van onteigening op basis van Titel IIa van de
                                    Onteigeningswet worden bij voorkeur de Leidraden Administratieve
                                    onteigeningsprocedure, Titels II, IIa en IIc onteigeningswet van
                                    maart 2007 in acht genomen, uitgegeven door Rijkswaterstaat in
                                    de Bestuurlijk Juridische Kaderreeks.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De verantwoordelijke manager draagt er zorg voor dat de
                                    provincie zich gedurende de administratieve en de gerechtelijke
                                    onteigeningsprocedure doet bijstaan door een ter zake kundige
                                    onteigeningsjurist.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Gedeputeerde Staten van Gelderland</al></slotformulering></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage A TAXATIE-INSTRUCTIE</titel></kop><divisie><kop><titel><vet>1. Inleiding</vet></titel></kop><al>In het "Protocol grondzaken provincie Gelderland" (hierna: protocol) zijn
                        instructies opgenomen die tot doel hebben te voorzien in een uniforme
                        werkwijze ten aanzien van transacties met gronden en opstallen. Het gaat
                        daarbij om aankoop, verkoop, ruil, de vestiging of overdracht van beperkte
                        (genots-)rechten en transacties in verband met het beheer van gronden en
                        opstallen. Het protocol geeft instructies voor het verrichten van taxaties
                        ten behoeve van transacties met gronden en opstallen om de marktwaarde te
                        bepalen en de hoogte van de volledige schadeloosstelling bij minnelijke
                        verwerving ter voorkoming van onteigening. Het (doen) opstellen van een
                        "goede" taxatie is een belangrijk onderdeel van de uniforme werkwijze ten
                        aanzien van transacties met gronden en opstallen, die het protocol tot doel
                        heeft. Deze taxatie-instructie is daarbij een hulpmiddel. De
                        taxatie-instructie beoogt niet een volledig uitputtende lijst met eisen te
                        verkrijgen. Omdat voor een goede taxatie een goede opdracht van belang is,
                        wordt in het vervolg eerst aandacht besteed aan opdrachtverlening. In
                        paragraaf 2 van deze taxatie-instructie wordt aangegeven aan welke
                        inhoudelijke vereisten een opdracht tot het uitvoeren van een taxatie
                        minimaal dient te voldoen. Op opdrachtverlening zijn de Aanbestedingswet
                        2012 en de provinciale inkoopvoorwaarden van toepassing. Deze
                        aanbestedingsrechtelijke aspecten blijven in deze taxatie-instructie verder
                        buiten beschouwing.</al><al>De paragrafen 3 en volgende gaan in op de inhoud van taxatierapporten. Bij
                        de opbouw van een taxatierapport zijn diverse onderdelen te onderscheiden.
                        De in deze taxatie-instructie gehanteerde indeling is gebruikt ter nadere
                        toelichting van de diverse eisen waaraan een taxatierapport dient te
                        voldoen. - Algemene vereisten (paragraaf 3) - Omschrijving en gebruik van de
                        taxeren onroerende zaken (paragraaf 4) - Bepalen marktwaarde (paragraaf 5) -
                        Bepalen volledige schadeloosstelling in geval van minnelijke verwerving ter
                        voorkoming van onteigening (paragraaf 6) - Recapitulatie (paragraaf 7) -
                        Bijlagen (paragraaf 8)</al><al>Getracht is de meest gangbare bepalingen en belangrijkste vermeldingen in
                        een gedegen taxatierapport te benoemen en waar nodig aanwijzingen te geven
                        over de manier waarop deze bepalingen en aanwijzingen in een taxatierapport
                        tot uitdrukking zouden moeten worden gebracht. In verband met de
                        leesbaarheid en praktische hanteerbaarheid van deze taxatieinstructie is
                        gekozen voor een korte samenvatting van alle essentiële onderdelen waaruit
                        een taxatierapport grosso modo dient te bestaan. Voortschrijdende inzichten
                        en toekomstige ontwikkelingen op het gebied van o.a. ruimtelijke ordening,
                        Europese wet- en regelgeving, onteigeningswetgeving en jurisprudentie zullen
                        hun invloed hebben op de wijze van taxeren en de opbouw van
                        taxatierapporten. Daarom zal het nodig zijn regelmatig te bezien of deze
                        instructie actualisering behoeft.</al></divisie><divisie><kop><titel><vet>2. Opdrachtverlening</vet></titel></kop><al>Een opdracht tot het uitvoeren van een taxatie bevat minimaal de volgende
                        onderdelen:</al><lijst><li nr=""><al>1. Opdrachtgever</al></li><li nr=""><al>2. Opdrachtnemers/taxateurs/deskundigen</al></li><li nr=""><al>3. Project</al></li><li nr=""><al>4. Doel van taxatie</al></li><li nr=""><al>5. Object</al></li><li nr=""><al>6. Peildatum</al></li><li nr=""><al>7. Bijzondere uitgangspunten</al></li><li nr=""><al>8. Oplevertermijn</al></li></lijst><al><vet>2.1 Opdrachtgever </vet> De opdrachtgever dient te worden vermeld, met
                        daarbij het (post)adres (de provincie, aangevuld met gegevens van de
                        betreffende afdeling en de contactpersoon).</al><al><vet>2.2 Opdrachtnemers </vet>De naam van iedere opdrachtnemer dient te
                        worden vermeld, met daarbij het (post)adres en de bedrijfsnaam. Het is van
                        belang de onafhankelijkheid van de taxateur en de van de taxateur gevraagde
                        competentie te benadrukken.</al><al><vet>2.3 Project </vet>Omschreven dient te worden in het kader van welk
                        project/werk het taxatierapport is opgesteld.</al><al><vet>2.4 Doel van taxatie </vet>Het doel of kader van de taxatie dient te
                        worden vermeld. Bijvoorbeeld taxatie van de marktwaarde bij vrijwillige aan-
                        en verkoop of begroting van de volledige schadeloosstelling op
                        onteigeningsbasis bij minnelijke verwerving ter voorkoming van onteigening.
                        Daarmee is de (juridische) grondslag voor de in het taxatierapport opgenomen
                        schadeloosstelling vastgelegd. Het doel van de taxatie bepaalt in grote mate
                        het te hanteren waardebegrip. Veelal is het resultaat van de taxatie ook
                        slechts bruikbaar voor het gestelde doel.</al><al><vet>2.5 Object </vet>Een wordt een korte beschrijving gegeven van het
                        object dat getaxeerd moet worden, eventueel met kadastrale informatie.</al><al><vet>2.6 Peildatum </vet>Zo nodig wordt in de opdracht een peildatum
                        gegeven. Veelal zal de peildatum (de datum waarop de gegeven waarde geldt)
                        in de buurt liggen van de datum van de opdracht.</al><al><vet>2.7 Bijzondere uitgangspunten </vet>Eventuele bijzondere door
                        opdrachtnemer te hanteren uitgangspunten die afwijken van de feitelijke
                        situatie van het object moeten in de opdracht opgenomen worden. Dit geldt
                        bijvoorbeeld voor een te hanteren afwijkende bestemming, de aanname dat een
                        gebouw gesloopt is of juist (af)gebouwd is e.d.</al><al><vet>2.8 Oplevertermijn </vet>In de opdracht wordt opgenomen wat het
                        gewenste moment van oplevering van het definitieve rapport is. Het is
                        gebruikelijk om als opdrachtgever een concept-rapportage te ontvangen waarop
                        een reactie gegeven kan worden voordat de taxatie definitief gemaakt
                        wordt.</al></divisie><divisie><kop><titel><vet>3. Algemene vereisten</vet></titel></kop><al>Dit onderdeel kan worden onderverdeeld in: 1.Format en algemene eisen 2.
                        Opdrachtgever 3. Opdrachtnemers/taxateurs/deskundigen 4. Verklaring
                        onafhankelijkheid 5. Project 6. Object/onderwerp van de taxatie en het
                        feitelijk gebruik 7. Doel van taxatie 8. Rechthebbenden 9. Opname- en
                        peildatum 10. Relevante (kadastrale) gegevens en oppervlakten 11. Relevante
                        beperkte (zakelijke) rechten/rechthebbende(n) 12. Relevante planologie en
                        juridische zaken 13. Onderzoek en onderzoeksbronnen</al><al><vet>3.1 Format en algemene eisen </vet> Een taxatierapport dient
                        representatief te zijn, geen reken- of vormfouten te bevatten en, indien
                        relevant, een bronvermelding van in het taxatierapport vermelde informatie
                        en feiten te geven. Taxatierapporten zijn veelal mede gebaseerd op
                        jurisprudentie. In voorkomende gevallen dient in het rapport naar relevante
                        uitspraken verwezen te worden. De indeling van het taxatierapport dient,
                        voor de overzichtelijkheid en uniformiteit, in hoofdlijnen te zijn opgebouwd
                        zoals hiervoor qua indeling is aangegeven (algemeen, omschrijving en gebruik
                        van het te taxeren object, de bepaling van de marktwaarde c.q. de
                        schadeloosstelling). De pagina's van het rapport dienen aan elkaar gehecht
                        te zijn en iedere pagina dient in de kop of voet een aanduiding te hebben
                        bij welk rapport zij behoren, teneinde te voorkomen dat er misbruik van
                        wordt gemaakt en om te voorkomen dat wanneer één of meerdere pagina's
                        losraken van het rapport, uiteindelijk niet meer kan worden achterhaald bij
                        welk taxatierapport zij behoren. Voorts dient iedere pagina (eventueel met
                        uitzondering van de eerste) te zijn genummerd. Die taxatierapporten dienen
                        op de laatste pagina te worden ondertekend door de opdrachtnemer(s) en
                        voorzien van de datum van ondertekening.</al><al>Het is ongewenst op het laatste blad enkel de handtekeningen en/of de datum
                        te plaatsen, tenzij daarbij in de kop- of voettekst duidelijk is weergegeven
                        bij welk taxatierapport de bladzijde hoort of op welke zaak de bladzijde
                        betrekking heeft. Indien de begroting van de marktwaarde c.q. de volledige
                        schadeloosstelling meer dan één pagina beslaat, is het omwille van de
                        overzichtelijkheid aanbevelingswaardig een recapitulatie van de marktwaarde
                        c.q. de volledige schadeloosstelling te vermelden op de laatste pagina. Daar
                        waar deze instructie naar de opvatting van de opdrachtnemer / taxateur niet
                        juist of niet volledig is om tot een correct taxatierapport te komen, is de
                        opdrachtnemer taxateur verplicht voorafgaand aan de aanvaarding van de
                        opdracht hiervan de opdrachtgever in kennis te stellen.</al><al><vet>3.2 Opdrachtgever </vet>Zie de omschrijving onder 2.1.</al><al><vet>3.3 Opdrachtnemers/taxateurs/deskundigen </vet>De naam van iedere
                        opdrachtnemer dient te worden vermeld, met daarbij het (post)adres en de
                        bedrijfsnaam. Tevens wordt de competentie van de taxateur vermeld en wordt
                        het rapport voorzien van zijn/haar branche lidmaatschap en/of
                        registratie.</al><al><vet>3.4 Verklaring onafhankelijkheid </vet>De taxateur dient te verklaren
                        dat hij onafhankelijk is van de opdrachtgever en nadere betrokkenen bij het
                        object.</al><al><vet>3.5 Project </vet>Zie de omschrijving onder 2.3.</al><al><vet>3.6 Object/onderwerp van de taxatie en het feitelijk gebruik
                        </vet>Korte omschrijving van de aard van het getaxeerde (bijv. enkele
                        percelen cultuurgrond of geheel bedrijf) en het feitelijk gebruik
                        ervan.</al><al><vet>3.7 Doel van de taxatie </vet>Zie de omschrijving onder 2.4.</al><al><vet>3.8 Rechthebbenden </vet>De rechthebbenden op de gronden en opstallen
                        waarvoor de taxatie wordt uitgevoerd, dienen ieder bij naam en adres te
                        worden vermeld. De aard van het recht op het te taxeren object, evenals het
                        eventuele aandeel daarin, dient te worden vermeld, zoals (mede)eigenaar,
                        gebruiker, huurder, pachter of anderszins rechthebbende. Aanbevolen wordt om
                        in geval van minnelijke verwerving ter voorkoming van onteigening voor
                        iedere afzonderlijke (groep van) beperkt gerechtigde(n) of huurders of
                        pachters een afzonderlijk taxatierapport op te stellen, waarbij over en weer
                        wordt verwezen naar de taxatierapporten die aan elkaar gelieerd zijn. Zie
                        hiertoe ook de opmerkingen onder 1.11 Relevante beperkte (zakelijke)
                        rechten. Aanbevolen wordt de terminologie te hanteren zoals te vinden in de
                        artikelen 3 en 4 van de Onteigeningswet. Indien de eigenaar in of buiten
                        algehele gemeenschap van goederen is gehuwd, of onder huwelijkse
                        voorwaarden, dient hiervan voor zover relevant, melding te worden gemaakt.
                        Ook indien een samenlevings- of werkingsvorm of (geregistreerd) partnerschap
                        relevant is voor het aanspraak kunnen maken op schadeloosstelling, dient dit
                        vermeld te worden.</al><al><vet>3.9 Opname- en peildatum </vet>De datum waarop de opname van het te
                        taxeren object is verricht dient te worden vermeld, alsmede de datum die is
                        gehanteerd ter bepaling van de (onderdelen van de) schadeloosstelling c.q.
                        de marktwaarde. Overigens dient bij de taxatie van de actuele situatie te
                        worden uitgegaan, hetgeen inhoudt dat de opname- en peildata niet te ver in
                        het verleden kunnen liggen.</al><al><vet>3.10 Relevante (kadastrale) gegevens en oppervlakten </vet>Van alle
                        gronden en opstallen dienen te worden vermeld: - de kadastrale gemeente,
                        sectie en nummers; - indien een gedeelte van een perceel wordt verworven, de
                        oppervlakte van het betreffende gedeelte; - de totale oppervlakte van de
                        percelen (ook indien een transactie ziet op een gedeelte van een kadastrale
                        perceel); In geval van minnelijke verwerving ter voorkoming van onteigening
                        dient, indien de aan te kopen oppervlakte afwijkt van de in het kader van
                        het project benodigde c.q. te onteigenen oppervlakte, de reden hiervan
                        vermeld te worden.</al><al><vet>3.11 Relevante rechthebbenden </vet>In beginsel dient te worden vermeld
                        of, en zo ja, welke, beperkte rechten rusten op het te taxeren object.
                        Hierbij kan gedacht worden aan met de onroerende zaak verbonden lasten uit
                        hoofde van erfdienstbaarheden als dienend erf, van kettingbedingen,
                        kwalitatieve verplichtingen en overige lasten en beperkingen kenbaar uit de
                        openbare registers als bedoeld in artikel 16 Boek 3 BW en andere akten,
                        waarbij voor omschreven rechten worden gevestigd. Indien het te taxeren
                        object (gedeeltelijk) wordt verpacht of verhuurd of anderszins is bezwaard
                        zonder zakelijke rechten, dient dit te worden opgemerkt, met daarbij de
                        relevante gegevens bijvoorbeeld uit de huur- of pachtconstructie. Ten slotte
                        dienen ook de aan het te taxeren object verbonden persoonlijke rechten te
                        worden vermeld, bijvoorbeeld jacht- of visrechten of bruikleen. Voor de
                        inventarisatie van de rechthebbenden dienen alle relevante beschikbare
                        registraties te worden geraadpleegd, zoals het kadaster (inclusief een
                        onderzoek naar erfdienstbaarheden), het handelsregister (zakelijk gebruik
                        door bedrijven). Tevens dient onderzocht te worden of sprake is van
                        economische eigenaren. De herkomst van de informatie dient in het
                        taxatierapport vermeld te worden. Opgenomen dient altijd te worden of de
                        rechthebbenden zelf hebben aangegeven kennis te hebben van mogelijk
                        belemmerende zakelijke rechten of persoonlijke rechten met zakelijke
                        werking, of niet.</al><al><vet>3.12 Relevante planologie en juridische zaken </vet>Per
                        perceel(-sgedeelte) dienen te worden vermeld: - het vigerende
                        bestemmingsplan/inpassingsplan en de bestemming, eventueel met de relevante
                        data van vaststellingsdatum door het bevoegd gezag en/of de datum van
                        onherroepelijkheid. - indien vanuit het bestemmingsplan/inpassingsplan
                        afwijkende voorwaarden gelden ten opzichte van het feitelijk gebruik, dient
                        dit onderzocht en vermeld te worden. Tevens dient de relevantie op de
                        begroting van de eventuele schadeloosstelling c.q. marktwaarde te worden
                        vermeld. - aanwezige en vigerende vergunningen, toestemmingen e.d. (bijv.
                        omgevingsvergunning in verband met milieu, meldingen o.b.v. Wet
                        milieubeheer). - eventuele publiekrechtelijke belemmeringen (bijv.
                        Monumentenstatus, Wet voorkeursrecht gemeenten, de Natuurschoonwet,
                        aanschrijvingen). - eventuele privaatrechtelijke belemmeringen (bijv.
                        beperkingen in het recht van de eigenaar als gevolg van voorwaarden bij
                        zijn/haar verkrijging van het vastgoed). - overige relevante factoren of
                        wet- en regelgeving.</al><al><vet>3.13 Onderzoek en onderzoeksbronnen </vet>Beschrijving van de diverse
                        bronnen waarop de taxatie wordt gebaseerd en in hoeverre de taxateur deze
                        gegevens zelf heeft (kunnen) verifiëren. Ook wordt aangegeven wanneer door
                        beperkingen in het onderzoek wezenlijke informatie van belang voor de het
                        waardeoordeel niet geverifieerd kon worden.</al></divisie><divisie><kop><titel>4. Omschrijving en gebruik van de te taxeren gronden en
                            opstallen</titel></kop><al>In eerste instantie dient te worden vermeld welke gegevens uit eigen
                        waarneming c.q. opname zijn vermeld in het taxatierapport, welke gegevens
                        zijn opgenomen uit mededeling van de rechthebbende(n) en welke gegevens zijn
                        gebleken uit nader onderzoek.</al><al>Vervolgens dienen te worden vermeld de relevante omstandigheden die invloed
                        hebben op de (begroting van de) eventuele volledige schadeloosstelling c.q.
                        marktwaarde. Afhankelijk van de vraag of de taxatie geschiedt ter bepaling
                        van de marktwaarde of ter bepaling van de hoogte van de volledige
                        schadeloosstelling dient het taxatierapport de volgende informatie te
                        bevatten:</al><lijst><li nr=""><al>a) Een korte omschrijving van alle opstanden, opstallen,
                                (cultuur)gronden en in de taxatie</al><al/><al> betrokken roerende zaken. Voor cultuurgronden dienen vermeld te
                                worden de grootte, de</al><al/><al> grondsoort of bodemsamenstelling, de cultuurtoestand of het
                                gebruik, al dan niet aanwezige</al><al/><al> drainage, de wijze van be- en ontwatering, de ligging, de vorm, de
                                verkaveling ten opzichte</al><al/><al> van (bedrijfs-)gebouwen en overige gronden en de wijze van
                                ontsluiting. Bij opstanden en/op</al><al/><al> opstallen dienen voor zover relevant, te worden vermeld het
                                gebruik, het bouwjaar, de</al><al/><al> indeling, de onderhouds- en constructietoestand, het
                                afwerkingsniveau en voorts in</al><al/><al> hoofdlijnen relevante detailgegevens.</al></li><li nr=""><al>b) Een indicatie en motivering van de mate van courantheid.</al></li><li nr=""><al>c) De oppervlakte c.q. inhoud van alle genoemde opstallen, met
                                (indien mogelijk) een</al><al/><al> toerekenbare oppervlakte grond.</al></li><li nr=""><al>d) Indien noodzakelijk ter motivering of verduidelijking, dient ook
                                een gedetailleerde</al><al/><al> (technische) omschrijving te worden gegeven van de opstallen,
                                zoals</al><al/><al> materiaalgebruik/constructie en afwerkingen.</al></li><li nr=""><al>e) Indien sprake is van milieubelastende (bouw)materialen welke van
                                invloed (kunnen) zijn op</al><al/><al> de waardebepaling, bijvoorbeeld asbest, dient van de oppervlakte en
                                soort milieubelasting</al><al/><al> een indicatie te worden gegeven.</al></li><li nr=""><al>f) Productierechten, zoals quota voor mest, melk en bieten.</al></li><li nr=""><al>g) Afzetcontracten.</al></li><li nr=""><al>h) Vergunningen zoals bouw-, milieu en aanlegvergunningen.</al></li><li nr=""><al>i) De veebezetting en/of het bouwplan (bij akkerbouw).</al></li><li nr=""><al>j) Overige gegevens of factoren die van invloed zijn op de
                                (begroting van de)</al><al/><al> schadeloosstelling, bijvoorbeeld Btw-plichtigheid.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel><vet>5. Bepalen marktwaarde</vet></titel></kop><al>Op de eerste plaats dient te worden aangegeven wat het te taxeren belang is.
                        Meestal zal dit volledig eigendom, vrij van enige gebruiksrechten zijn.
                        Verder dient een beschrijving te worden gegeven van de methodiek die
                        gehanteerd is om de waarde te bepalen. Veelal zal dit een comparatieve
                        methodiek zijn. Andere methodieken (kosten- of inkomstenmethodiek zijn
                        echter niet uitgesloten). Ook wordt aangeven waarom voor deze methodiek is
                        gekozen. Voorts dient een beschrijving te worden opgenomen van de
                        uitgangspunten van de waardering. Hier komt o.m. de "meest gerede
                        bestemming" aan de orde. Als deze afwijkt van de vigerende bestemming zal
                        hier voldoende aandacht aan besteed moeten worden. Dit geldt eveneens bij
                        bijv. de aanname dat een stuk landbouwgrond al omgevormd is naar natuur. De
                        marktsituatie dient te worden beschreven. Indien de comparatieve
                        waarderingsmethodiek is gebruikt volgt een beschrijving van minimaal 3
                        referenties. In andere gevallen wordt een uitgebreide
                        omschrijving/berekening van de gehanteerde methodiek opgenomen. Om de
                        taxatie in de context te begrijpen, moet het rapport de taxatiebenaderingen
                        die aangenomen werden, de belangrijkste input die gebruikt werd en de
                        belangrijkste redenen voor de conclusies aangeven. In het taxatierapport
                        wordt ingegaan op de bepaling van de waarde van het vastgoed conform de
                        taxatiebasis en -methode. Bij losse grond kan dat bestaan uit een korte
                        rekensom met de ha/prijs. Voor gehele bedrijven zal een uitgebreidere
                        berekening noodzakelijk zijn. De totale waarde dient niet alleen in cijfers,
                        maar ook in letters weergegeven te worden.</al><al>Indien reeds onderzoek gedaan is door of namens de opdrachtgever naar
                        mogelijke verontreinigingen in bodem of water, dienen de resultaten en
                        invloed hiervan op de schadeloosstelling te worden weergegeven. Wanneer er
                        geen onderzoek is gedaan voorafgaand aan de waardebepaling dient als
                        uitgangspunt te worden genomen dat de gronden geschikt zijn voor de
                        bestemming naar huidig gebruik. Vermeld dient tevens te worden of de
                        opdrachtnemers het aanbevelingswaardig achten nader bodemonderzoek te doen,
                        voordat het besluit tot aankoop wordt genomen.</al></divisie><divisie><kop><titel>6. Bepalen volledige schadeloosstelling</titel></kop></divisie><divisie><kop><titel>MOOP</titel></kop><al>Op de eerste plaats dient een duidelijke motivatie te worden gegeven voor
                        het in het rapport gekozen uitgangspunt voor de schadeloosstelling, daar er
                        veelal meerdere alternatieven mogelijk zijn. Te denken valt hierbij aan de
                        keuze voor bijvoorbeeld liquidatie, vervangend object, vervanging op termijn
                        etc. Zo nodig kunnen ter verduidelijking in het taxatierapport meerdere
                        alternatieven kort worden uitgewerkt. Voorts dient een korte samenvatting te
                        worden gegeven van de onderdelen waaruit de schadeloosstelling is opgebouwd
                        en dienen de verschillende posten per onderdeel kort te worden weergegeven.
                        Per onderdeel van de schadeloosstelling, te onderscheiden in
                        vermogensschade, inkomensschade en overige schade, dient een motivering te
                        worden aangegeven van aan te kopen en vervangende oppervlakten, onteigening
                        technische keuzes, waarderingsmethoden en (waarde)kaders (zoals wat voor
                        soort onroerende zaak is gewaardeerd en of dit is gebeurd op
                        onteigeningsbasis, vrijwillige- of compensatiebasis). Indien het voor de
                        inzichtelijkheid noodzakelijk is, dient een uitgebreidere motivering te
                        worden gegeven aan de gemaakte keuzes en uitgangspunten per onderdeel van de
                        schadeloosstelling. Waar nodig kan relevante jurisprudentie in het rapport
                        opgenomen worden.</al></divisie><divisie><kop><titel>MOOP</titel></kop><al>Indien reeds onderzoek gedaan is door of namens de opdrachtgever naar
                        mogelijke verontreinigingen in bodem of water, dienen de resultaten en
                        invloed hiervan op de schadeloosstelling te worden weergegeven. Het
                        bodemonderzoek waarop dit is gebaseerd mag maximaal 3 jaar oud zijn. In
                        uitzonderingssituaties mag het bodemonderzoek maximaal 5 jaar oud zijn,
                        zulks ter beoordeling van de opdrachtgever als zijnde het bevoegd gezag.
                        Indien bij de begroting van de schadeloosstelling de aanname is gedaan dat
                        er geen verontreiniging in of op de aan te kopen (on)roerende zaken zal
                        worden aangetroffen, dient dit vermeld te worden en dienen de uitkomsten van
                        het historisch onderzoek uitgevoerd conform NEN 5725, als bijlage bij de
                        rapportage worden gevoegd. Bij de waardebepaling dient als uitgangspunt te
                        worden genomen dat de gronden geschikt zijn voor de bestemming naar huidig
                        gebruik. Vermeld dient tevens te worden of de opdrachtnemers het
                        aanbevelingswaardig achten nader bodemonderzoek te doen, voordat het besluit
                        tot aankoop wordt genomen. Indien sprake is van zaken die door en/of voor
                        rekening van de koper ten aanzien van het overblijvende tot stand worden
                        gebracht dient hiervan melding te worden gemaakt in het taxatierapport en
                        dient hier bij de taxatie rekening mee te worden gehouden. Te denken valt
                        aan het dempen van sloten, aanleg van dammen, plaatsen hekwerken, etc. Ook
                        zaken die buiten de verkoop blijven dienen te worden vermeld. Hierbij kan
                        gedacht worden aan roerende dan wel onroerende zaken die verkoper wenst te
                        behouden, zoals cv-ketel, keuken inrichting, zonnescherm e.d. Bij de
                        schadeloosstelling dient hiermee rekening gehouden te worden. Het komt
                        regelmatig voor dat verkoper nog enige tijd om niet het voortgezet gebruik
                        krijgt. Daarvan dient melding te worden gemaakt in het taxatierapport en er
                        dient bij de taxatie rekening mee te worden gehouden.</al></divisie><divisie><kop><titel>MOOP</titel></kop><al>Een overzichtelijke opbouw van de schadeloosstelling in volgorde en
                        onderdelen is:</al><lijst><li nr=""><al>1.Vermogensschade</al></li><li nr=""><al>2. Inkomensschade</al></li><li nr=""><al>3. Herinvesteringsschade</al></li><li nr=""><al>4. Overige schade.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>MOOP</titel></kop><al>Deze volgorde is nodig omdat die fouten voorkomt bij de schadebegroting
                        bijvoorbeeld verrekening van rente van vrijkomend kapitaal en voorts omdat
                        voormelde volgorde bij onteigeningsdeskundigen gebruikelijk is en daardoor
                        overzichtelijk en werkbaar. Per onderdeel dient hierbij het volgende in acht
                        te worden genomen.</al></divisie><divisie><kop><titel>MOOP</titel></kop><al><vet>6.1 Vermogensschade </vet>De waarde van de aan te kopen onroerende
                        zaken dient overzichtelijk vermeld te worden, eventueel gemotiveerd met een
                        waarde-indicatie per object onderdeel. Aandacht dient te worden besteed aan
                        de wijze van waardebepaling en de toegepaste waarderingsmethode, zoals de
                        kostprijsbenadering, de residuele waardebepalingsmethode, de grondquote
                        methode, de comparatieve waarderingsmethodiek etc. Indien sprake is van
                        waardevermindering van het overblijvende, dient de hoogte hiervan
                        gemotiveerd te worden aangegeven. Ook de aannamen voor de begroting van de
                        waardevermindering dienen te worden vermeld, waarbij wordt gedoeld op
                        vermelding van welke onderdelen van het object over zullen blijven en de
                        mogelijkheden en beperkingen die deze na de aankoop nog zullen hebben. Bij
                        de waardevermindering van gebouwen dient een indicatie van de waarde voor
                        en/of na de ingreep vermeld te worden, indien sprake is van waardering van
                        onroerende zaken (bijvoorbeeld bij verkoop van inventaris of afstoot van
                        vee), dient de hoogte hiervan gemotiveerd te worden aangegeven.</al></divisie><divisie><kop><titel>MOOP</titel></kop><al><vet>6.2 Inkomensschade </vet>De posten die in deze categorie voor kunnen
                        komen betreffen naast inkomensschade ook financieringsschade,
                        herinvesteringsschade, omrijschade e.d. De begroting en systematiek van deze
                        vormen van schade dienen in ieder geval logisch en overzichtelijk te worden
                        weergegeven. Indien gekozen is voor aankoop van een vervangende onroerende
                        zaak, dienen een korte omschrijving en waardering van deze, eventueel
                        fictieve zaak te worden gegeven. Indien de begroting op basis van
                        reconstructie geschiedt, dienen zo gemotiveerd mogelijk te worden aangegeven
                        de verschillende onderdelen van de nieuwbouw en de kosten hiervan. Als
                        relevante afwijkingen bestaan met het aan te kopen/te onteigenen object,
                        dienen deze met motivering te worden vermeld. Indien begrotingstechnische
                        afwijkingen bestaan tussen de te vergoeden vermogensschade enerzijds en het
                        af te trekken vrijkomend vermogen, dienen deze te worden gemotiveerd.
                        Correcties voor economische en/of andere voordelen dienen waar nodig ook
                        gemotiveerd te worden. Indien gekozen is voor (onteigening technische)
                        liquidatie, dient de bron van de gehanteerde gegevens (bijvoorbeeld de
                        jaarrekeningen) te worden weergegeven. Hoofdbestanddelen van de begroting,
                        correcties en afwijkingen dienen te worden vermeld en gemotiveerd, waarbij
                        bijvoorbeeld te denken valt aan renteaftrek van het vrijkomende kapitaal
                        (mogelijk ook door verkoop of afstoot van roerende zaken of vee), aftrek van
                        vrijkomende arbeid en (gecorrigeerde) kapitalisatiefactoren. Indien sprake
                        is van een combinatie van herinvestering en gedeeltelijk liquidatie
                        (bijvoorbeeld bij gedeeltelijke herbouw op overblijvende grond of bij
                        gedeeltelijke vervanging), dient ook dit gemotiveerd te worden en
                        overzichtelijk te worden begroot, uitgaande van de hiervoor onder de
                        afzonderlijke keuze vermelde eisen. Indien gecompenseerd wordt in natura,
                        dient hiervan ook melding te worden gemaakt en dient het effect hiervan op
                        de begroting gemotiveerd te worden. Voorts kunnen er nog verschillende
                        posten zijn die enige vorm van inkomensnadeel betreffen. Bij deze posten
                        dienen nader te worden aangegeven de bron van de begrote nadelen en de
                        begrotingssystematiek. Voorkomende schade in dit kader zijn bijvoorbeeld
                        omrijschade duurdere exploitatie, stagnatie- een aanloopschade en kosten van
                        duurder wonen, moeilijker werken of duurder levensonderhoud (bijvoorbeeld
                        gemis van eigen teeltproducten). Bij omrijschade is in eerste instantie
                        alleen te denken aan omrijden als rechtstreeks en noodzakelijk gevolg van
                        het hetgeen i.c. onteigend wordt. Bij omrijschade dienen zowel de oude als
                        de nieuwe route omschreven te worden en de afstanden in de oude en de nieuwe
                        situatie te worden vermeld. Bij voorkeur dient een plattegrond bij het
                        taxatierapport te worden gevoegd waarop de oude en de nieuwe route zijn
                        aangegeven. Deze schaden treft men soms ook wel aan onder de bijkomende
                        schaden, doch het lijkt meer logisch ze hier op te nemen. Bij de posten uit
                        deze categorie dient altijd bezien te worden of "rente van het vrijkomend
                        kapitaal uit de vermogensbestandsdelen" in mindering kan worden
                        gebracht.</al></divisie><divisie><kop><titel>MOOP</titel></kop><al><vet>6.3 Herinvesteringsschade </vet> Ook worden de kosten van de
                        hervestiging vergoed. Het feit dat de bouwkosten van het nieuwe bedrijf vaak
                        veel hoger zijn dan de ontvangen schadeloosstelling voor het verkochte
                        bedrijf, dient te worden vergoed. Het gaat hierbij om de vergoeding van de
                        hogere financieringskosten. Onder financieringskosten kan in het algemeen
                        worden verstaan af- of oversluitprovisie, kosten van de hypotheekakte en
                        taxatiekosten.</al></divisie><divisie><kop><titel>MOOP</titel></kop><al><vet>6.4 Overige schade </vet>De categorie wordt ook wel aangeduid met
                        "Bijkomende schade". De diverse kosten posten die in dit onderdeel van de
                        schadeloosstelling zijn vermeld, dienen kort gemotiveerd te worden. Indien
                        ter verduidelijking nodig, kan een uitgebreidere uitleg worden gegeven. De
                        meest gangbare en voorkomende schaden in dit kader zijn bijvoorbeeld: -
                        Premie uit handen breken; indien deze aan de orde is dienen de redenen
                        hiervoor en de hoogte hiervan gemotiveerd te worden aangegeven; -
                        Onrendabele top: Indien hiervan sprake is dienen de redenen hiervoor en de
                        hoogte hiervan gemotiveerd te worden aangegeven. De onrendabele top kan
                        overigens ook reeds worden vermeld onder de herinvesteringsschade. -
                        Aankoopkosten/wederbeleggingskosten, in het algemeen bestaande uit kosten
                        van de notaris, overdrachtsbelasting en makelaar; - Financieringskosten, in
                        het algemeen bestaande uit af- of oversluitprovisie, kosten van de
                        hypotheekakte en taxatiekosten; - Verplaatsingskosten, waaronder mogelijk
                        mee over te nemen installaties of andere onroerende zaken; - Verhuis- en
                        wederinrichtingskosten, veelal met een correctie nieuw voor oud; -
                        Heropeningskosten, in het algemeen bestaande uit nieuw drukwerk,
                        verhuisberichten, openings- of receptiekosten et cetera; - Belastingschade:
                        aangaande deze schade, zal doorgaans slechts de vermelding van Pro Memorie
                        kunnen worden opgenomen. Na de aktepassering bij de notaris stelt de
                        Belastingdienst de hoogte van de claim vast. Indien toch een begroting wordt
                        gemaakt van de belastingschade, dienen de gehanteerde methode en bedragen
                        gedetailleerd en gemotiveerd in het taxatierapport te worden weergegeven; -
                        Vergoeding voor kosten van deskundige bijstand: deze kosten komen in
                        beginsel voor vergoeding door de provincie in aanmerking, mits er minnelijke
                        overeenstemming wordt bereikt. Hiertoe worden de uitgangspunten van de
                        "Regeling vergoeding deskundigenkosten Rijkswaterstaat ter voorkoming van
                        onteigening" gehanteerd. In geval geen minnelijke overeenstemming door
                        partijen wordt bereikt, worden deze advieskosten in de onteigeningsprocedure
                        door de rechtbank beoordeeld in het kader van de vaststelling van de aan
                        partijen toekomende schadeloosstelling. Bij afwijking van vorenstaande
                        richtlijn dient een motivering te worden gegeven.<sup>1</sup>) Uiteraard
                        kunnen zich nog diverse andere kosten voordoen, bijvoorbeeld kosten van
                        tuinaanleg, herinrichting en aanpassing van overblijvende of vervangende
                        zaken, kosten van nutsvoorzieningen, leges, architect etc. Deze kosten zijn
                        door hun aard echter niet altijd onder bijkomende schade te brengen. In
                        voorkomende gevallen zouden zij ook een plaats kunnen hebben in de begroting
                        van bijvoorbeeld de herinvesteringsschade, indien dergelijke schade zich
                        voordoet, dient de opgenomen vergoeding hiervoor ook te worden
                        gemotiveerd.</al></divisie><divisie><kop><titel>MOOP</titel></kop><al>1) NB. In artikel 8.1.2 van het protocol is hier een regeling voor
                        opgenomen. Voorkom dat deskundigenkosten dubbel worden vergoed! </al></divisie><divisie><kop><titel>7. Recapitulatie</titel></kop><al>Het is overzichtelijk het taxatierapport met een recapitulatie af te sluiten
                        indien de begroting van de schadeloosstelling meer dan één pagina bedraagt.
                        In de recapitulatie dient tevens te worden verwerkt (indien van toepassing)
                        een verrekening van terug te leveren onroerende zaken (ingeval van ruiling).
                        Eventueel terug te leveren zaken dienen kort omschreven te worden, evenals
                        een mogelijk volgende bijbetaling.</al></divisie><divisie><kop><titel>8. Bijlagen</titel></kop><al>Bij het rapport dienen kadastrale tekeningen te worden gevoegd en
                        gegevens/kopieën met betrekking tot het bestemmingsplan/inpassingsplan. In
                        het taxatierapport dienen één of meerdere foto's van deze opstallen te
                        worden bijgevoegd. Als in het rapport een post in verband met omrijschade
                        voorkomt verdient het aanbeveling een plattegrond bij te voegen waarop de
                        oude en de nieuwe route staan aangegeven. Voorts kunnen, ter verduidelijking
                        of nadere toelichting op het taxatierapport, als bijlagen bijvoorbeeld
                        worden opgenomen overzichtstekeningen, situatieschetsen, foto's, kadastrale
                        uittreksels en bestemmingsplan/inpassingsplankaarten.</al></divisie><divisie><kop><titel>Conclusie</titel></kop><al>Deze instructie is een uitvoerige samenvatting van vele uitgangspunten en
                        overige aandachtspunten, die door de opstellers van taxatierapporten en bij
                        het verlenen van opdrachten voor taxaties in ogenschouw dienen te worden
                        genomen. Vervolgens zijn daaruit de belangrijkste eisen gebleken waaraan een
                        gedegen taxatierapport zal moeten voldoen. Uiteraard afhankelijk van de aard
                        van het te taxeren object en ook de omvang daarvan, zullen de onderdelen van
                        een rapport meer of minder uitgebreid kunnen zijn. Daarbij staat voorop de
                        leesbaarheid, verduidelijking en toelichting, die het samen mogelijk moeten
                        maken om, een oordeel te kunnen vormen over dat object en de daarbij
                        behorende waardering van de marktwaarde en de schadeloosstelling.</al></divisie></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al><vet>Doel van dit protocol </vet>Dit "Protocol grondzaken provincie Gelderland"
                    (hierna: protocol) heeft als doel te voorzien in een uniforme werkwijze ten
                    aanzien van transacties met gronden en opstallen. Het gaat daarbij om aankoop,
                    verkoop, ruil, de vestiging of overdracht van beperkte (genots-)rechten en
                    transacties in verband met het beheer van gronden en opstallen. Het protocol
                    bevat daartoe instructies die betrekking hebben op transacties met gronden en
                    opstallen op álle beleidsterreinen, ongeacht het doel dat met de transactie
                    wordt gediend. Dit protocol geeft verder instructies in verband met het
                    verrichten van taxaties ten behoeve van transacties met gronden en opstallen.
                    Dit protocol bevat tevens instructies voor transacties met gronden en opstallen
                    die derden namens of in opdracht van de provincie verrichten. Het gaat daarbij
                    in de eerste plaats om transacties met gronden en opstallen die een derde in
                    opdracht van de provincie namens de provincie aangaat. Deze transacties binden
                    juridisch de provincie als (publiekrechtelijk) rechtspersoon. In de tweede
                    plaats betreft het instructies voor transacties met betrekking tot gronden en
                    opstallen die BBL aangaat in opdracht van de provincie, waarbij de provincie
                    niet gebonden wordt als (publiekrechtelijk) rechtspersoon. Tot slot geeft het
                    protocol instructies met betrekking tot de toepassing van de Onteigeningswet.
                    Een belangrijk onderdeel van de instructies met betrekking tot de
                    Onteigeningswet zijn de instructies aangaande de minnelijke verwerving van
                    gronden en opstallen op basis van volledige schadeloosstelling ter voorkoming
                    van onteigening. Voor onteigening gelden wettelijke uitgangspunten die
                    voortvloeien uit de Onteigeningswet en de bijbehorende jurisprudentie. Er is in
                    dit protocol voor gekozen om maar beperkt instructies op te nemen met betrekking
                    tot de administratieve en gerechtelijke fase in de onteigeningsprocedure omdat
                    dit de facto zou leiden tot het "overschrijven" van wettelijke bepalingen in dit
                    protocol. Bovendien zou het protocol dan zeer regelmatig moeten worden herzien
                    door wijzigingen in de jurisprudentie.</al><al>De instructies in het grondprotocol zijn gericht op het verminderen van risico's
                    in de uitvoering. Het geeft aan hoe moet worden gehandeld in geval van concrete
                    transacties met gronden en opstallen. Het protocol gaat niet in op vragen als
                    welke gronden en opstallen waar moeten worden gekocht c.q. verkocht, aan c.q.
                    van wie gronden en opstallen worden verkocht c.q. gekocht, wie het beheer doet
                    van gronden etc... Deze vragen op strategisch en tactisch niveau moeten worden
                    beantwoord in grondstrategieplannen. Dit protocol komt in beeld bij het sluiten
                    van concrete transacties ter uitvoering van de grondstrategie voor plannen of
                    projecten.</al><al><vet>Beleidskaders voor grondzaken </vet>Op 18 maart 2009 hebben Provinciale
                    Staten de beleidsnota "Uitvoerende overheid: een activer versterkt grondbeleid"
                    vastgelegd (PS2009-95). De kern van die beleidsnota laat zich als volgt
                    omschrijven. De provincie koopt gronden (eventueel inclusief opstallen) voor het
                    realiseren van eigen doelen, of voor het compenseren van degenen die door het
                    realiseren van provinciale doelen worden getroffen, of om te kunnen ruilen, in
                    de regel in verband met een (wettelijke) ruilverkaveling of een (vrijwillige)
                    kavelruil. Aankopen zijn altijd rechtstreeks verbonden aan een te realiseren
                    doel. Er is een concreet plan en er zijn middelen per project. Alleen de gronden
                    en opstallen die strikt gezien nodig zijn voor het realiseren van het doel
                    worden aangekocht. Overtollige gronden en/of opstallen worden weer verkocht. De
                    aankoop van gronden en/of opstallen geschiedt tegen marktwaarde. Verkoop van
                    overtollige gronden en/of opstallen geschiedt eveneens tegen een
                    marktwaarde.</al><al>Er zijn verschillende instrumenten om op de grondmarkt te opereren. In de nota
                    "Uitvoerende overheid" zijn die beschreven. Het gaat daarbij om het toekennen
                    van subsidies, het aankopen in het kader van de Onteigeningswet en de
                    daadwerkelijke onteigening in geval deze noodzakelijk blijkt. Daarnaast bestaan
                    instrumenten in het kader van de Wet ruimtelijke ordening en aanverwante wetten,
                    zoals het vestigen van een voorkeursrecht en kostenverhaal. De inzet van deze
                    instrumenten is gekoppeld aan een provinciaal inpassingsplan of een provinciale
                    structuurvisie. Specifiek voor ruimtelijke ontwikkelingsprojecten waarin de
                    provincie deelneemt, bestaan het Protocol voor provinciale participatie in
                    ruimtelijke ontwikkelingsprojecten (PS2006-1003) en het Protocol Gelderse aanpak
                    gebiedsontwikkeling (PS2008-241). Die protocollen schrijven onder andere een
                    duidelijke functiescheiding voor ten aanzien van grondzaken. De
                    portefeuillehouder voor financiën is de bestuurlijk eerstverantwoordelijke voor
                    risicobewust participeren. Ten slotte is op basis van de genoemde protocollen
                    elke portefeuillehouder verantwoordelijk voor een project waar inzet van het
                    grondinstrumentarium aan de orde is. Inmiddels is de functiescheiding op basis
                    van deze protocollen achterhaald in die zin dat de portefeuillehouder voor
                    financiën inmiddels is aangewezen als de bestuurlijk eerstverantwoordelijke voor
                    grondzaken.</al><al><vet>Grondprijsbeleid </vet> Er is op dit moment geen Gelders grondprijsbeleid.
                    Gelet op het huidige Gelderse grondbeleid bestaat daartoe ook geen noodzaak en
                    is het voldoende om marktconform c.q. conform de regels die gelden op basis van
                    de Onteigeningswet te handelen.</al><al><vet>Wettelijke verdeling van bevoegdheden </vet>Op grond van de Provinciewet
                    zijn Provinciale Staten bevoegd het algemene beleid van de provincie te bepalen.
                    Bevoegd voor de uitvoering van dat beleid zijn in de meeste gevallen
                    Gedeputeerde Staten. Gedeputeerde Staten zijn op grond van de Provinciewet
                    bevoegd om te besluiten tot het aangaan van de privaatrechtelijke overeenkomsten
                    door de (publiekrechtelijke rechtspersoon de) provincie Gelderland, of door
                    BBL.</al><al>Om effectieve controle door Provinciale Staten mogelijk te maken, dienen
                    Provinciale Staten in beginsel vooraf betrokken te worden bij privaatrechtelijke
                    rechtshandelingen met een financieel belang van € 1 miljoen euro of meer
                    (PS2004-856). Dit is echter niet noodzakelijk wanneer de overeenkomst wordt
                    aangegaan ter uitvoering van een PS-beslissing en de hiermee gemoeide lasten
                    worden gedekt uit bij het betreffende statenbesluit aangewezen middelen, of ter
                    uitvoering van medebewindstaken en de hiermee gemoeide provinciale lasten worden
                    gedekt uit van rijkswege daarvoor ter beschikking gestelde middelen. Provinciale
                    Staten zijn bij uitsluiting bevoegd waar het gaat over het vaststellen en
                    wijzigen van de provinciale begroting.</al><al><vet>Europese dimensie </vet>De wijze waarop overheden, dus ook de provincie
                    Gelderland, omgaan met grondtransacties heeft een sterke Europeesrechtelijke
                    dimensie. De Europese Unie kan worden gekenmerkt als een vrije markteconomie,
                    waarbinnen regels gelden die de vrije markt beogen te beschermen en bevorderen
                    (mededingingsregels). Onderdeel van die mededingingsregels zijn regels ter
                    voorkoming van ongeoorloofde overheidssteun (staatssteun) aan ondernemingen. De
                    mededingingsregels en de staatssteunregels zijn neergelegd in het Verdrag
                    betreffende de werking van de Europese Unie en uitgewerkt in
                    vrijstellingsverordeningen, richtlijnen, mededelingen en andere juridische
                    documenten. De kern van die regels is dat de overheid de vrije mededinging niet
                    verstoort.</al><al>Specifiek ten aanzien van grond is de Mededeling van de Europese Commissie over
                    staatssteunelementen bij verkoop van gronden en gebouwen (PbEG 1997, C209/3) van
                    belang. Die Mededeling is niet alleen van toepassing op verkoop van gronden en
                    opstallen maar ook op andere transacties met betrekking tot onroerend goed,
                    zoals bijvoorbeeld de aankoop, de verpachting, de verhuur, of het in erfpacht
                    geven daarvan. Bij minnelijke verwerving ter voorkoming van onteigening doet
                    zich echter de bijzondere situatie voor dat niet alleen de marktwaarde, maar ook
                    de bijkomende schade wordt vergoed. In beschikkingen die door de Europese
                    Commissie zijn afgegeven is aanvaard dat schade die door de overheid wordt
                    vergoed omdat zij daartoe op grond van het eigendomsrecht verplicht is, geen
                    staatssteun is. Daaruit is afgeleid dat vergoeding van een volledige
                    schadeloosstelling conform de Onteigeningswet geen staatssteun oplevert, indien
                    er een reëel voornemen tot onteigening is. De Europese Commissie onderzoekt uit
                    eigen beweging en naar aanleiding van klachten met grote regelmaat de
                    rechtmatigheid (in termen van staatssteun) van grondtransacties waarbij
                    overheden betrokken zijn. De Europese staatssteunregels zijn derhalve een
                    wezenlijk onderdeel van het kader waarbinnen transacties met gronden en
                    opstallen plaatsvinden. Om die reden voorziet dit protocol in instructies die
                    waarborgen dat bij de voorbereiding van transacties met gronden en opstallen,
                    rekening met staatssteunaspecten wordt gehouden.</al><al><vet>Uitvoeringsaspecten </vet>De feitelijke uitvoering van transacties met
                    gronden en opstallen zal voor een belangrijk deel plaatsvinden krachtens mandaat
                    en volmacht op basis van het Algemeen reglement mandaat Gelderland 2009. De
                    Afdeling Uitvoering Werken werkt in de praktijk met ondervolmachten voor
                    grondaankopers, verleend door de afdelingsmanager (besluit d.d. 4 februari 2010,
                    nr. 2006-008210). Voor zover nodig bevat dit protocol instructies ten aanzien
                    van de uitoefening van die mandaten en volmachten.</al><al>In dit protocol is opgenomen dat onderhandelingen over transacties ten aanzien
                    van gronden en opstallen niet eerder starten dan nadat daartoe een schriftelijke
                    opdracht is verstrekt door de verantwoordelijke manager. In de praktijk gaat aan
                    het starten van de onderhandelingen geregeld een fase van "verkenning" vooraf.
                    In deze verkenningsfase wordt verkend of grondeigenaren of grondgebruikers
                    überhaupt wel bereid zijn om over overdracht van gronden aan de provincie te
                    praten. Bij minnelijke verwerving is het in de verkennende fase van belang een
                    inventarisatie te maken van mogelijke knelpunten (vb. gesprekken met
                    belanghebbenden bij het ontwerp van een rondweg) zodat een evenwichtige/correcte
                    ruimtelijke ordeningsafweging gemaakt kan worden bij de ontwerpkeuzes in relatie
                    tot grondverwerving. Het is in zijn algemeenheid niet in een regel vast te
                    leggen wanneer de verkenningsfase eindigt en de onderhandelingsfase begint. Het
                    protocol bevat daarom ook geen regel om deze fasen ten opzichte van elkaar af te
                    bakenen. In verband met de transparantie van grondtransacties is het echter wel
                    van belang om in het kader van de dossiervorming voor individuele transacties
                    het begin van de onderhandelingsfase door een schriftelijke opdracht van
                    verantwoordelijke manager te markeren.</al><al><vet>Verkoop van natuurgrond en gelijkberechtiging</vet></al><al><vet>Algemeen </vet>De Manifestpartijen en de provincies hebben in het kader van
                    het Natuurpact een overeenkomst gesloten die beoogt een bijdrage te leveren aan
                    de realisatie van het Nationaal natuurnetwerk. In die overeenkomst zijn onder
                    andere afspraken gemaakt over de onderwerpen gelijkberechtiging en grond.</al><al>Ter uitvoering van die overeenkomst is de notitie Beheer en eigendom van natuur
                    (hierna ook: de notitie) opgesteld. De notitie heeft betrekking op de vraag op
                    welke wijze de provincies, tezamen met de Manifestpartijen, komen tot
                    realisering van het Nationaal natuurnetwerk. De notitie heeft betrekking op
                    grond die in eigendom is van een provincie of die door een provincie wordt
                    verworven om te worden ingericht als natuur, particuliere bestaande natuurgrond,
                    particuliere grond die door middel van zelfrealisatie natuurgrond wordt en
                    particuliere grond die wordt vervreemd om aldaar natuur te realiseren. In de
                    notitie worden uitgangspunten geformuleerd voor verkoop (waaronder langjarige
                    pacht en erfpacht) van grond die in eigendom is van de provincie en voor
                    aanbesteding van diensten van beheer en inrichting van natuurgrond. De
                    uitgangspunten zijn als volgt. Verkoop van provinciale eigendom, alsmede de
                    aanbesteding van inrichting en beheer, geschieden openbaar, transparant,
                    marktconform en volgens het principe van gelijkberechtiging. De invulling van de
                    openbaarheid kan op verschillende manieren plaatsvinden, zoals door openbare
                    inschrijving en belangstellingsregistratie. Van belang is van eenieder kennis
                    kan nemen van verkoop van gronden en aanbesteding van inrichting en beheer.
                    Staatsbosbeheer wordt door de provincie op gelijke wijze behandeld waar het gaat
                    om staatssteun en gelijkberechtiging. In de notitie is aangegeven dat de
                    provincies de daarin opgenomen afspraken in principe zien als kader en dat zij
                    op basis daarvan met de provinciale Manifestpartijen zullen komen tot uitwerking
                    en vaststelling van bruikbare en acceptabele manieren om het Nationaal
                    natuurnetwerk efficiënt en effectief te realiseren. De notitie is in dit
                    protocol uitgewerkt. In essentie gaan de uitgangspunten om de vraag op welke
                    wijze de provincie omgaat met de bevoegdheden die zij heeft met betrekking tot
                    eigendom van grond en aanbesteding van diensten. De uitwerking van de
                    uitgangspunten in dit protocol hebben daarom (deels) een werking als
                    beleidsregels. Het bevoegde bestuursorgaan handelt overeenkomstig de
                    beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben
                    die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met
                    de beleidsregel te dienen doelen (artikel 4:84 Awb). De bevoegdheid om af te
                    wijken van deze beleidsregels is dus geclausuleerd en wordt bezien in het licht
                    van de doelstelling van de notitie. Afwijkingen die ertoe leiden dat wordt
                    gehandeld in strijd met het Europese staatssteunrecht zijn hoe dan ook niet
                    toegestaan. Ook als het gaat om afwijkingen bij aanbesteding van inrichting en
                    beheer gelden er wettelijke grenzen in de Aanbestedingswet 2012 en beperkingen
                    in de provinciale beleidsregels voor aanbesteding. Dit geheel aan regels zorgt
                    er voor dat er rechtmatig wordt gehandeld in overeenstemming met de notitie
                    Beheer en eigendom van natuur.</al><al><vet>Verkoop van provinciale natuurgrond </vet>De notitie Beheer en eigendom van
                    natuur gaat onder meer over de verkoop van natuurgrond, dat wil in de termen van
                    de notitie zeggen grond die behoort tot het NNN. Voor de provincie Gelderland
                    gaat het mitsdien om het Gelderse deel daarvan: het GNN. Voor alle grond, dus
                    ook voor natuurgrond, hanteert de provincie als beleid dat grond wordt verkocht
                    door middel van een openbare biedprocedure. Die geeft eenieder de mogelijkheid
                    de aangeboden grond te verwerven. Tevens wordt daarmee bereikt dat geen
                    ongeoorloofde staatssteun optreedt. De eisen die worden gesteld aan de procedure
                    zijn in het protocol opgenomen. Dit beleid geldt ook voor uitgifte in
                    erfpacht.</al><al>In specifieke gevallen kan natuurgrond zonder openbare procedure worden
                    verkocht. Dat gebeurt alleen als de koper een gemeente, een waterschap of de
                    Staat is en de grond nodig is voor de uitvoering van een publieke taak, dan wel
                    wanneer de grond wordt verkocht ten behoeve van de realisering van
                    nutsvoorzieningen van beperkte omvang of wanneer de grond is opgenomen in een
                    plan van toedeling in het kader van een wettelijke ruilverkaveling. Bij
                    onderhandse verkoop wordt bedongen dat deze grond niet binnen een termijn van 5
                    jaren na overdracht mag worden doorverkocht. Onderhandse verkoop van natuurgrond
                    om redenen van efficiency van inrichting en beheer vindt op grond van artikel
                    3.10, eerste lid, aanhef en onder d niet plaats. Ook bij vrijwillige
                    kavelruilprocessen (dat wil zeggen ruilingen waarbij minimaal drie partijen
                    betrokken zijn) wordt aan eenieder op transparante en openbare wijze
                    mogelijkheid geboden aan dat gebiedsproces deel te nemen als daar provinciale
                    natuurgrond bij is betrokken. Er wordt voorzien in een openbare bekendmaking en
                    mogelijkheden voor inspraak en betrokkenheid. Onderhandse ruil van provinciale
                    natuurgrond zal op grond van artikel 3.10, eerste lid, aanhef en onder c niet
                    plaatsvinden. Verder bepaalt het protocol in artikel 5.3 dat ieder voornemen tot
                    verhuur, verpachting of ingebruikgeving van natuur met een beoogde duur van meer
                    dan 3 jaar voorafgaand openbaar kenbaar wordt gemaakt. Op die manier opereert de
                    provincie ook op die onderdelen openbaar, transparant, marktconform en in
                    overeenstemming met het principe van gelijkberechtiging.</al><al>Het protocol bepaalt dat aan een koper van natuurgrond geen andere eisen
                    (vastgelegd in een programma van eisen) worden gesteld dan met betrekking tot
                    financiële zekerheid voor toekomstige inrichting en beheer, een plan van aanpak
                    voor inrichting en beheer en certificering van de koper. Voor wat certificering
                    betreft wordt aangesloten bij de eisen van de Subsidieverordening natuur en
                    landschapsbeheer Gelderland 2009. De eisen worden bij de inschrijving bekend
                    gemaakt.</al><al><vet>Aanbesteding van inrichting en beheer van natuurgrond </vet>De provincie
                    neemt voor aanbesteding van inrichting en beheer van natuur de Aanbestedingswet
                    2012 en de bijbehorende regelgeving, alsmede het provinciale aanbestedingsbeleid
                    in acht. De Aanbestedingswet 2012 legt belangrijke beginselen vast, zoals het
                    non-discriminatiebeginsel, het transparantiebeginsel, het gelijkheidsbeginsel en
                    het proportionaliteitsbeginsel. Een belangrijk doel van de Aanbestedingswet 2012
                    is om ervoor te zorgen dat de keuzen die een aanbestedende dienst maakt en de
                    eisen en voorwaarden die hij stelt bij een aanbesteding, in redelijke verhouding
                    staan tot de aard en de omvang van de aan te besteden opdracht. Het provinciale
                    aanbestedingsbeleid en de in dat kader gehanteerde drempelbedragen zijn in
                    overeenstemming met de Aanbestedingswet 2012. Er wordt ter zake van aanbesteding
                    van diensten van inrichting en beheer geen apart aanbestedingsbeleid gevolgd.
                    Daardoor zou een situatie ontstaan waarin ongelijkheid optreedt in de
                    aanbesteding van diensten die niet objectief kan worden gerechtvaardigd. Het is
                    overigens de verwachting dat aanbesteding van diensten van inrichting en beheer
                    in verreweg de meeste gevallen boven de drempelwaarde voor openbare aanbesteding
                    zullen uitkomen.</al><al><vet>Zelfrealisatie en gebiedsconcessies </vet>Voor zover in de notitie Beheer
                    en eigendom van natuur wordt gesproken over zelfrealisatie, wordt daarmee
                    gedoeld op de toepasselijkheid van (provinciale) subsidieregelingen zoals de
                    SKNL, de SNL en in de toekomst eventueel een aankoopregeling voor natuurgronden
                    binnen het GNN. Dit protocol heeft daarop geen betrekking. Bovendien staan de
                    Algemene wet bestuursrecht en de toepasselijke subsidieregelingen borg voor het
                    voldoen aan de eisen van openbaarheid, transparantie en gelijkberechtiging. Ten
                    aanzien van gebiedsconcessies geldt dat dit concept nog niet voldoende is
                    uitgewerkt om in dit protocol op te nemen. Overigens zullen omvangrijke(re)
                    gebiedsconcessies om vanuit het oogpunt van de aanbestedingsregels openbaar
                    moeten worden aanbesteed.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>