<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR328750_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Commissie bezwaarschriften gemeente Bronckhorst 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bronckhorst</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-04-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bronckhorst</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP, 6 mei 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Commissie bezwaarschriften gemeente Bronckhorst 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416">Gemeentewet </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-04-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-05-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-10-11</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z60116 RD14-00753</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Commissie bezwaarschriften gemeente Bronckhorst 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van
                        de gemeente Bronckhorst; ieder voor zoveel het hun bevoegdheden betreft;
                        gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van de
                        gemeente Bronckhorst van 25 februari 2014; gelet op de bepalingen van de
                        Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet; </al><al/><al>Besluiten </al><al/><al>I. in te trekken de: Verordening behandeling bezwaar- en beroepschriften
                        gemeente Bronckhorst, vastgesteld op 3 januari 2005</al><al/><al>II. vast te stellen: de Verordening Commissie bezwaarschriften gemeente
                        Bronckhorst 2014</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al/><al>a. verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft
                        genomen;</al><al/><al>b. commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Inleidende bepaling commissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren
                                die door of namens het college van burgemeester en wethouders of de
                                burgemeester, in handen gesteld worden van de commissie tegen
                                besluiten van de raad, het college en de burgemeester. Door of
                                namens het college kan worden besloten om bezwaarschriften niet door
                                de commissie bezwaarschriften te laten behandelen.</al></li><li nr="2."><al>De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die
                                zijn ingediend tegen besluiten op grond van een wettelijk
                                voorschrift inzake belastingen of de Wet waardering onroerende
                                zaken; personele aangelegenheden en belastingen en retributies.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling van de commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste drie leden.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter en de leden worden door het college benoemd, geschorst en
                            ontslagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan plaatsvervangende leden benoemen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie regelt de vervanging van de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De commissie beraadslaagt in de raadkamer voltallig. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Secretarissen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De secretarissen van de commissie zijn door het college aangewezen
                            medewerkers.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college wijst tevens een of meer plaatsvervangers van de secretaris
                            aan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en de leden van de commissie treden af drie jaar nadat zij
                            door het college van burgemeester en wethouders zijn benoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag
                            nemen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie blijven
                            hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ingediend bezwaarschrift</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst
                            aangetekend</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>2. Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo
                            spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld indien door of
                            namens het college wordt besloten om het bezwaarschrift in handen van de
                            commissie te stellen.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Uitoefening bevoegdheden</titel></kop><al>De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Algemene wet
                        bestuursrecht worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend
                        door de voorzitter van de commissie:</al><al/><lijst><li nr="a."><al>artikel 2:1, tweede lid; (het verlangen van een schriftelijke
                                machtiging van een gemachtigde)</al></li><li nr="b."><al>artikel 6:6, wat betreft het de indiener stellen van een termijn
                                voor het herstel van verzuimen;</al></li><li nr="c."><al>artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken aan een
                                gemachtigde betreft tijdens de behandeling van een zaak door de
                                commissie;</al></li><li nr="d."><al>artikel 7:4, tweede lid (het gedurende ten minste een week
                                voorafgaand aan de hoorzitting ter inzage leggen van de stukken voor
                                belanghebbenden);</al></li><li nr="e."><al>artikel 7:6, vierde lid (het achterwege laten van het op de hoogte
                                stellen van het verhandelde tijdens het afzonderlijk horen van
                                belanghebbenden voor zover geheimhouding om gewichtige redenen is
                                geboden).</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vooronderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle gewenste
                            inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie
                            bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig
                            uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan
                            kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college
                            vereist.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting
                            waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid
                            worden gesteld zich door de commissie te laten horen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb.
                            Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van
                            het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het
                            verwerend orgaan.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Uitnodiging zitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten
                            minste twee weken voor de zitting schriftelijk uit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het
                            verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het
                            tijdstip van de zitting te wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week
                            voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het verwerend
                            orgaan meegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of
                            afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het eerste
                            tot en met het derde lid.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Quorum</titel></kop><al>Voor het houden van een zitting is vereist dat de voorzitter, of zijn
                        plaatsvervanger, en een lid, aanwezig zijn.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Niet-deelneming aan de behandeling</titel></kop><al>De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de
                        behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het
                        geding kan zijn.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Openbaarheid zitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zitting van de commissie is openbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter van de commissie
                            of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een
                            belanghebbende daartoe een verzoek doet; de deuren worden in ieder geval
                            gesloten indien bezwaren worden behandeld die</al><al>betrekking hebben op beschikkingen voortvloeiende uit de Wet werk en
                            bijstand en de Wet voorzieningen gehandicapten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig
                            zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de
                            zitting plaats met gesloten deuren.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Schriftelijke verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb vermeldt de namen van
                            de aanwezigen en hun hoedanigheid</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is
                            gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvond,
                            of indien belanghebbenden, respectievelijk hun gemachtigden niet in
                            elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan
                            melding.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die
                            aan het verslag kunnen worden gehecht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de
                            commissie.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>in plaats van een afzonderlijk verslag kan in het advies aan het
                            bestuursorgaan of in de beslissing op bezwaar, een beknopte weergave van
                            hetgeen ter zitting is besproken, worden opgenomen.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Nader onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld,
                            nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen
                            beweging of op verlangen van de andere commissieleden dit onderzoek
                            houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan
                            de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden
                            toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden
                            kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de
                            voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een
                            nieuwe hoorzitting. De voorzitter</al><al>beslist op zo'n verzoek.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die
                            betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van
                            overeenkomstige toepassing.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Raadkamer en advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het
                            door haar uit te brengen advies.</al><al/><al>a. De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te
                            brengen advies.</al><al/><al>b. Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de
                            voorzitter.</al><al/><al>c. Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt
                            indien die minderheid dat verlangt.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen
                            beslissing op het bezwaarschrift. Het advies wordt door de voorzitter en
                            de secretaris van de commissie ondertekend.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Uitbrengen advies en verdaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in
                            artikel 14 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie en
                            nader verslag, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het
                            bezwaarschrift dient te beslissen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn
                            van <vet>12 </vet>weken (7:10 Algemene wet bestuursrecht), als bedoeld
                            in artikel 7:10, eerste lid, van de Awb, ontoereikend is voor
                            achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een
                            beslissing, verzoekt hij het verwerend orgaan tijdig de beslissing te
                            verdagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de
                            belanghebbenden een</al><al>afschrift.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening commissie
                        bezwaarschriften gemeente Bronckhorst.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>De griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De burgemeester,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>