<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR3287_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening regelende onderzoek door de raad van de Gemeente Wijk bij Duurstede</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wijk bij Duurstede</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wijk bij Duurstede</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Wijkse Courant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening regelende het onderzoek door de raad</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-06-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-08-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>onderzoek door de raad</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening regelende onderzoek door de raad van de Gemeente Wijk bij Duurstede</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Wijk bij Duurstede;</al><al>gelezen het voorstel van de werkgroep ontvlechting raad en college d.d.13
                        mei 2003. nr. 50:</al><al>gelet op artikel 155a. lid 8. van de Gemeentewet: </al><al>besluit<vet>:</vet></al><al>vast te stellen de volgende:</al><al/><al/><al><vet>Verordening regelende het onderzoek door de raad van de gemeente Wijk
                        bij Duurstede.</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college : het college van burgemeester en wethouders:</al></li><li nr="b."><al>onderzoek : een onderzoek als bedoeld in artikel 155a, eerste</al></li></lijst><al>lid van de Gemeentewet;</al><al>c.onderzoekscommissie : een commissie als bedoeld in artikel</al><al>155a, derde lid, van de Gemeentewet:</al><al>d.getuigen en deskundigen : getuigen en deskundigen als bedoeld</al><al>in artikel 155c en 155d van de Gemeentewet.</al><al/><al><vet>Artikel </vet>2 <vet>instellen van
                        </vet><vet>onderzoekscommissie</vet></al><al>1 De gemeenteraad kan op voorstel van een of meer van zijn</al><al>leden een onderzoek naar het door het college of de burg.</al><al>meester gevoerde bestuur instellen.</al><al>2 In de eerstvolgende raadsvergadering na dit besluit stelt de</al><al>raad een onderzoekscommissie in.</al><al>3 De raad benoemt uit zijn midden zes leden en plaatsvervangen</al><al>de leden van de commissie en wel zodanig dat elke fractie</al><al>in de commissie vertegenwoordigd is; tevens bepaalt de raad</al><al>wie van de benoemde leden het voorzitterschap vervult en wie</al><al>van de plaatsvervangende leden tevens plaatsvervangend voor</al><al>zitter is, zulks op voorstel van het presidium.</al><al>4 De commissie kan geen van de bevoegdheden, haar bij deze</al><al>verordening of krachtens de Gemeentewet verleend, uitoefenen,</al><al>indien niet ten minste drie van haar leden aanwezig zijn.</al><al>5 De raad kan nadere regels stellen aan de werkwijze van de</al><al>commissie.</al><al/><al><vet>3Artikel 3 Instellen van onderzoek</vet></al><al>1 Het besluit tot het instellen van een onderzoek bevat een omschrijving van
                        het onderwerp van onderzoek alsmede een toelichting. Deze omschrijving kan
                        hangende het onderzoek al dan niet op verzoek van de onderzoekscommissie.
                        door de gemeenteraad worden gewijzigd.</al><al>2 Zo spoedig mogelijk na instelling van de commissie als bedoeld in artikel
                        2 c.q. de vaststelling van de onderzoeksopdracht stellen de voorzitter en de
                        commissiegriffier een concept plan van aanpak op waarin zij in ieder geval
                        aandacht besteden aan:</al><lijst><li nr="-"><al>de uitvoering van de onderzoeksopdracht:</al></li><li nr="-"><al>de eerste planning van de uit te voeren taken</al></li><li nr="-"><al>de taakverdeling:</al></li><li nr="-"><al>de kostenraming:</al></li><li nr="-"><al>de wijze waarop stemmingen zullen worden gehouden;</al></li><li nr="-"><al>de taak en de rol van de voorzitter, voor zover die niet reeds in
                                artikel 4 zijn omschreven;</al></li><li nr="-"><al>de nadere invulling van de wenselijke ondersteuning, waarbij
                                aandacht wordt besteed aan de wettelijke aansprakelijkheid:</al></li><li nr="-"><al>de plaats en de omvang van de werkruimten;</al></li><li nr="-"><al>de noodzaak van een informatieprotocol; de archivering en
                                classificering;</al></li><li nr="-"><al>de geheimhouding- en beveiligingsaspecten;</al></li><li nr="-"><al>de vertrouwelijkheid van de informatie in de verschillende fase van
                                het onderzoek:</al></li><li nr="-"><al>de contacten met de pers.</al></li></lijst><al>3 Het plan van aanpak wordt in de eerste vergadering van de
                        onderzoekscommissie besproken en, na eventuele wijzigingen, vastgesteld:,
                        vervolgens wordt het plan ter kennisneming voor de Gemeenteraad ter inzage
                        gelegd.</al><al/><al><vet>Artikel </vet>4 <vet>Voorzitter</vet></al><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de beraadslaging en zitting: </al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de order </al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van bij of krachtens deze verordening gestelde
                                regels; </al></li><li nr="d."><al>hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Secretariaat</titel></kop><al>1 De secretaris van de commissie wordt commissiegriffier ,genoemd.</al><al>2 De raadsgriffier staat de commissie bij als commissiegriffier. 3 De
                        voorzitter van de commissie is gerechtigd bij ontstentenis</al><al>van de griffier - waar nodig via de gemeentesecretaris - een</al><al>plaatsvervanger in te zetten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Beëindiging van het lidmaatschap</titel></kop><al>1 Het lidmaatschap van de onderzoekscommissie eindigt indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de raad besluit tot opheffing van de onderzoekscommissie: </al></li><li nr="b."><al>een lid ophoudt lid te zijn van de raad: </al></li><li nr="c."><al>de onderzoekscommissie besluit een lid van zijn commissie te horen:
                            </al></li><li nr="d."><al>een lid ontslag neemt.</al></li></lijst><al>2 Een lid van de onderzoekscommissie kan op elk moment ontslag nemen.
                        Hiervan brengt hij de raad en de voorzitter van de commissie zo spoedig
                        mogelijk schriftelijk op de hoogte.</al><al>3 In openstaande vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. </al><al>4 De leden 1 tot en met 3 zijn van overeenkomstige toepassing</al><al>op de plaatsvervangende leden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Bevoegdheden van de onderzoekscommissie</titel></kop><al>1 De onderzoekscommissie besluit alvorens het eerste verhoor plaatsvindt of
                        getuigen en deskundigen uitsluitend verhoord worden na het afleggen van de
                        eed of belofte.</al><al>2 De onderzoekscommissie kan buiten de in artikel 155b, eerste lid, van de
                        Gemeentewet genoemde personen tevens anderen verzoeken om medewerking aan
                        het onderzoek te verlenen. Laatstgenoemde medewerking geschiedt op
                        vrijwillige basis.</al><al>3 De onderzoekscommissie kan derden opdrachten laten uitvoeren die zij in
                        het kader van de onderzoeksopdracht en de uitoefening van haar taak nodig
                        acht.</al><al>4 De onderzoekscommissie kan in het belang van het onderzoek in beslotenheid
                        met een ieder informatieve gesprekken voeren, die als zodanig geen onderdeel
                        van het onderzoek uitmaken. Er bestaat hiertoe geen plicht tot
                        medewerking.</al><al>5 De onderzoekscommissie kan de bovengenoemde bevoegdheden uitsluitend
                        uitoefenen indien ten minste drie van haar leden aanwezig zijn.</al><al>6 De onderzoekscommissie besluit met meerderheid van stemmen.</al><al>7 De verordening op de raadscommissies is niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Beraadslagingen</titel></kop><al>1 De onderzoekscommissie beraadslaagt indien een lid dat nodig acht.</al><al>2 De onderzoekscommissie beraadslaagt achter gesloten deuren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ambtelijke ondersteuning</titel></kop><al>1 De commissiegriffier is eindverantwoordelijk voor alle inhoudelijke en
                        organisatorische activiteiten van de ondersteuning van de commissie en is -
                        indien van toepassing -tevens belast met het budgethouderschap van de
                        gelden, die bij goedgekeurde begroting ten dienste van de commissie
                        staan.</al><al>4 Indien in het belang van het onderzoek, naast de commissiegriffier. aan de
                        commissie een ambtenaar moet worden toegevoegd. legt de Griffier daartoe een
                        verzoek voor aan de gemeentesecretaris.</al><al>5 De gemeentesecretaris bepaalt welke ambtenaar aan de commissie. zonodig
                        voor de duur van het onderzoek. wordt toegevoegd.</al><al>6 De in lid bedoelde ambtelijke ondersteuning valt <vet>niet </vet>onder de
                        ondersteuning als bedoeld in de Verordening op de ambtelijke bijstand en
                        fractieondersteuning.</al><al>7 De ambtenaar die krachtens lid 5 aan de commissie is toegevoegd, is met
                        betrekking tot de werkzaamheden die hij in dat verband uitvoert, uitsluitend
                        aan de commissie verantwoording verschuldigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><al>1 Het besluit tot het instellen van een onderzoek, de omschrijving van het
                        onderwerp van onderzoek en de samenstelling van de commissie worden ter
                        openbare kermis gebracht op de in de gemeente gebruikelijke wijze en op de
                        website www.wijbijduurstede.nl.</al><al>2 Van wijzigingen in de omschrijving van het onderwerp van onderzoek en van
                        beëindiging van het onderzoek wordt op gelijke wijze kennis gegeven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verantwoordelijkheid van commissie</titel></kop><al>1 Alle activiteiten van de leden en van de aan de commissie toegevoegde
                        commissiegriffier vallen onder de verantwoordelijkheid van de
                        commissie.</al><al>2 Indien de commissie besluit de uitvoering van bepaalde delen van het
                        onderzoek neer te leggen bij derden, vindt deze uitvoering plaats onder haar
                        verantwoordelijkheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Zittingen; schriftelijke oproeping</titel></kop><al>1 De voorzitter van de onderzoekscommissie bepaalt plaats en tijdstip van de
                        zitting en brengt deze op de wijze als in artikel 10 vermeld, ter openbare
                        kennis.</al><al>2 De voorzitter roept de leden van de onderzoekscommissie, getuigen en
                        deskundigen ten minste tweeweken voor de zitting op.</al><al>3 Binnen drie werkdagen na verzending van de oproep kunnen de getuigen en
                        deskundigen onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip
                        van de zitting te wijzigen.</al><al>4 De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week
                        voor het tijdstip van de zitting aan de betrokken getuige of deskundige
                        medegedeeld.</al><al>5 Indien de behoorlijk opgeroepen getuige of deskundige niet verschijnt.
                        wordt daarvan een proces-verbaal opgemaakt, met daarin een nauwkeurige
                        omschrijving van de oproeping- dit proces-verbaal wordt door de aanwezige
                        leden van de onderzoekscommissie ondertekend.</al><al>6 De onderzoekscommissie kan bevelen dat getuigen en deskundigen die. hoewel
                        opgeroepen in overeenstemming met het eerste lid niet zijn verschenen, door
                        de openbare macht voor haar worden gebracht om aan hun verplichting te
                        voldoen. De onderzoekscommissie stelt de getuige of deskundige hiervan
                        schriftelijk in kennis op de wijze, als bedoeld in het eerste lid. In de
                        beschikking wordt een termijn gesteld waarbinnen de belanghebbende de
                        tenuitvoerlegging kan voorkomen door alsnog aan zijn verplichting te
                        voldoen.</al><al>7 Op een beschikking als bedoeld in het vierde en zesde lid. is artikel 7:1
                        van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Voorlezing en ondertekening schriftelijke aantekening</titel></kop><al>De schriftelijke aantekening van de afgelegde verklaringen of gegeven
                        berichten wordt aan de getuigen of deskundigen voorgelezen of ter inzage
                        verstrekt en door dezen ondertekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>1 De onderzoekscommissie kan om gewichtige redenen in verband met de
                        bescherming van getuigen of deskundigen of van een openbaar belang,
                        besluiten aan haar overgelegde bescheiden of gedeelten daarvan niet openbaar
                        te maken.</al><al>2 De leden van de onderzoekscommissie bewaren geheimhouding omtrent de
                        inhoud van de bescheiden of gedeelten daarvan, die ingevolge een besluit,
                        bedoeld in het eerste lid. niet openbaar wordt gemaakt.</al><al>3 Voor zover de in het tweede lid bedoelde bescheiden deel uitmaken van het
                        onderzoeksverslag van de onderzoekscommissie. worden deze ter inzage of
                        anderszins ter kennisneming gelegd van de leden van de gemeenteraad. De
                        leden van de gemeenteraad bewaren omtrent de inhoud van de zodanige
                        bescheiden geheimhouding. De geheimhouding wordt in acht genomen totdat de
                        raad haar opheft.</al><al>4 De onderzoekscomnissie kan in een besloten vergadering, op grond een
                        belang. genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur. omtrent
                        het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud
                        van de stukken die aan de onderzoekscomnissie worden overgelegd,
                        geheimhouding opleggen.</al><al>Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering be-</al><al>handelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door
                        hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of
                        de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat de onderzoekscommissie haar
                        opheft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Verslaglegging zitting</titel></kop><al>1 De commissiegriffier draagt zorg voor de verslaglegging van de
                        zitting.</al><al>2 Het verslag vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid voor
                        zover van belang.</al><al>3 Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is
                        gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen.</al><al>4 Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde be-scheiden die aan
                        het verslag kunnen worden gehecht.</al><al>5 Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de
                        commissiegriffier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Afronding onderzoek</titel></kop><al>1 De raad kan een termijn stellen waarbinnen de commissie aan</al><al>hem een rapport dient uit te brengen.</al><al>2 De raad stelt een procedure vast voor de behandeling van het rapport.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Toehoorders en de pers</titel></kop><al>1 De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de
                        voor hen bestemde plaatsen openbare zittingen bijwonen.</al><al>2 Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                        verstoren van de orde is verboden.</al><al>3 De voorzitter is bevoegd toehoorders die op enigerlei wijze de orde van de
                        vergadering verstoren, te doen vertrekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die tijdens de zitting geluid- dan wel beeldregistraties willen
                        maken. doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn
                        aanwijzingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Archivering</titel></kop><al>1 Na de beëindiging van het onderzoek van een door hem ingestelde commissie
                        besluit de raad, dat de processen-verbaal en de overige bescheiden van het
                        onderzoek worden vernietigd, dan wel gedurende een door hem te bepalen
                        periode worden bewaard in het gemeentearchief.</al><al>2 Bescheiden en aantekeningen, die ingevolge een besluit van de commissie
                        geheim dienen te worden gehouden. maken geen deel uit van dit archief.</al><al>3 De commissie bepaalt waar de in het tweede lid bedoelde bescheiden worden
                        bewaard en gedurende welke periode zij geheim zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Tenaamstelling; inwerkingtreding</titel></kop><al>1 Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening regelende het
                        onderzoek door de raad".</al><al>2 Deze verordening treedt in werking zes weken na de publicatie daarvan,
                        tenzij binnen die periode een raadgevend correctief referendum wordt
                        aangevraagd.</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 24 juni 2003</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier. De voorzitter.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop><vet>Artikelsgewijze toelichting op verordening regelende het onderzoek
                        door de raad</vet></tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Het onderzoeksrecht van de raad is uitvoerig geregeld in de artikelen 155a tot
                    en met 155f van de Gemeentewet. De verordening heeft een nauwe samenhang met die
                    artikelen van de Gemeentewet , dus wordt in de toelichting de strekking van dit
                    artikelen aangehaald. De verordening bevat feitelijk nadere regels met
                    betrekking tot het recht van onderzoek. Dit recht is een exclusief recht van de
                    raad dat ingevolge artikel 156, tweede lid. van de Gemeentewet niet
                    overdraagbaar is. </al><al>Bij het opstellen van de concept verordening is gebruik gemaakt van modellen van
                    andere gemeenten en een concept model van de VNU.</al><al>In de werkgroep ontvlechting raad en college is nog gesproken over de vraag in
                    hoeverre de raad zijn eigen besluitvorming aan een dergelijk onderzoek zou
                    kunnen onderwerpen. De wetgever heeft het recht van onderzoek ingesteld als
                    controlemiddel voor de raad <vet>op het ge</vet><vet>voerde bestuur van het
                        college dan wel de burgemeester als zelfstandig bestuursorgaan. </vet>Dit
                    zware middel (met een zeer arbeidsintensief proces en mogelijk hoge kosten) moet
                    alleen in het uiterste geval worden toegepast als elk ander middel niet tot het
                    gewenste resultaat heeft</al><al>geleid.<sup>4</sup></al><al>Wanneer zich ooit de situatie mocht voordoen dat een raadslid aanleiding ziet de
                    besluitvorming van de raad zelf aan een onderzoek te onderwerpen, dan zal hij
                    dit in een openbare raadsvergadering moeten uitspreken, waarna de raad kan
                    bepalen hoe daarmee moet worden omgegaan. Een onderzoek zoals in de verordening
                    is geregeld. kan dan dus niet aan de orde zijn.</al><tussenkop>Artikel 2 Instellen van onderzoekscommissie</tussenkop><al>Lid 1 is in feite een herhaling van wat in artikel 155a, lid 1. van de
                    Gemeentewet is bepaald. Lid 3 regelt dat alle fracties in een
                    onderzoekscommissie vertegenwoordigd moeten zijn; dit geldt ook voor de
                    plaatsvervangende leden.</al><al>Omdat de voorzitter van een onderzoekscommissie een belangrijke taak en rol
                    heeft, is het aan de raad te besluiten wie van de leden die functie moet gaan
                    vervullen. Het presidium zal daarover wel een voorstel doen.</al><al>Lid 4 regelt het aantal leden dat aanwezig moet zijn om een vergadering te
                    kunnen laten</al><al>Hoewel de verordening tamelijk uitgebreid is, zou zich de situatie kunnen
                    voordoen dat er toch nog nadere regels moeten worden vastgesteld. De praktijk en
                    vervolgens de te houden evaluatie zullen de noodzaak daarvan moeten
                    aangeven.</al><tussenkop>Artikel 3 Instellen van onderzoek</tussenkop><al>De raad moet zeer helder formuleren waarop het onderzoek betrekking heeft. Er is
                    ruimte gecreëerd om zelfs hangende het onderzoek tot een bij stelling van dit
                    formulering te komen. De elementen die in een plan van aanpak moeten komen te
                    staan, zijn weliswaar opgesomd, maar het gaat niet om een limitatieve lijst. Een
                    onderzoek zal (hoge) kosten met zich mee brengen. Bij de voorbereiding van de
                    begroting 2004 zal een bedrag van € 5000 moeten worden meegenomen ter dekking
                    van kosten van een eventueel onderzoek. Het plan van aanpak kent onder andere
                    het onderdeel "de nadere invulling van de wenselijke ondersteuning, waarbij
                    aandacht wordt besteed aan de wettelijke aansprakelijkheid". In dat verband moet
                    aangegeven worden of die ondersteuning intern of extern moet worden ingevuld:
                    vooral moet stilgestaan worden bij de vraag hoe kan worden voorkomen dat
                    commissieleden of degenen die de commissie ondersteunen, bij het formuleren van
                    adviezen of meningen, een (natuurlijk) persoon zodanig beschadigen in zijn eer
                    of goede naam, dat die persoon aanleiding ziet een commissielid of iemand die
                    aan de commissie is toegewezen, wettelijk aansprakelijk te stellen wegens het
                    plegen van een onrechtmatige daad.</al><al>Er is geen wettelijke bescherming zoals die wel voor raadsleden geldt. namelijk
                    dat een raadslid niet in rechte kan worden vervolgd voor wat hij in de
                    vergadering van de raad heeft gezegd of aan de raad schriftelijk heeft
                    overgelegd (artikel 22 Gemeentewet). In lid 3 is aangegeven dat de raad geen
                    invloed kan uitoefenen op de samenstelling van het plan van aanpak:, uiteraard
                    moet de raad van dat plan in kennis worden gesteld.</al><tussenkop>Artikel 4 Voorzitter </tussenkop><al>dus niet slechts technisch voorzitter.</al><tussenkop>Artikel 5 Secretariaat</tussenkop><al>Van een zo'n gewichtige commissie als de onderzoekscommissie hoort de
                    raadsgriffier het secretariaat te vervullen: zij wordt dan commissiegriffier
                    genoemd. Zij heeft een brede taak zoals in artikel 9 is vastgelegd.</al><al>Mocht de commissiegriffier onverhoopt verhinderd zijn een zitting of een
                    beraadslaging van de commissie bij te wonen, dat treedt een van de
                    plaatsvervangende griffiers in haar plaats. Lukt dat ook niet, dan moet de
                    voorzitter via de gemeentesecretaris een andere medewerker kunnen inzetten, want
                    de commissie maa deze vorm van ondersteuning niet ontberen.</al><tussenkop>Artikel 6 Beëindiging van het lidmaatschap</tussenkop><al>In artikel 155a. zesde lid. van de Gemeentewet is bepaald dat de bevoegdheden en
                    de werkzaamheden van de onderzoekscommissie niet worden geschorst door het
                    aftreden van de raad. Nu de commissie slechts mag bestaan uit leden van de raad
                    brengt dat met zich mee dat bij het aantreden van een nieuwe raad de
                    samenstelling van de commissie wel zal moeten worden aangepast. Indien een
                    individueel lid van de commissie ophoudt lid van de raad te zijn eindigt
                    daardoor tevens zijn lidmaatschap van de commissie.</al><al>Voorts eindigt een lidmaatschap uiteraard bij opheffing van de commissie en bij
                    het nemen van ontslag. De raad kan tevens, indien dit wenselijk wordt geacht, de
                    commissie tussentijds opheffen.</al><al>Daarnaast eindigt het lidmaatschap indien de commissie besluit een van haar
                    leden te horen. Artikel 155c, tweede lid. van de Gemeentewet bepaalt namelijk
                    dat een getuige of deskundige die door de onderzoekscommissie wordt gehoord,
                    niet tevens lid van de commissie is. Een en ander geldt natuurlijk ook voor
                    plaatsvervangende leden.</al><tussenkop>Artikel 7 Bevoegdheden van de
                    onderzoekscommissie</tussenkop><al>De commissie heeft op basis van de bepalingen uit de Gemeentewet reeds een
                    aantal bevoegdheden. Zo bepaalt artikel 155c, vijfde lid, van de Gemeentewet dat
                    de commissie kan besluiten dat getuigen en deskundigen uitsluitend worden
                    verhoord na het afleggen van een eed of belofte. Omdat het tengevolge hiervan
                    niet mogelijk is om de ene getuige of deskundige wel en de andere niet onder ede
                    te horen, is in dit artikel van de verordening (lid 1 ) bepaald dat de commissie
                    hieromtrent een besluit neemt alvorens de eerste getuige of deskundige gehoord
                    is. Het afleggen van een valse verklaring nadat een getuige of deskundige onder
                    ede is geplaatst. is als meineed strafbaar te stellen.</al><al>Artikel 155b, eerste lid. van de Gemeentewet bepaalt de groep van personen die
                    verplicht zijn mee te werken aan een onderzoek. Tegen hun kan een dwangmiddel
                    worden ingezet. namelijk dat zij door de politie van huis worden gehaald.
                    Daarnaast is het mogelijk om personen buiten die groep te horen. zij het op
                    vrijwillige basis. Deze personen zijn niet verplicht om een verklaring onder ede
                    af te leggen. Indien een commissie dus bepaald dat alle getuigen of deskundigen
                    onder ede gehoord worden, zijn zij die vrijwillig voor de commissie verschijnen,
                    hiervan uitgezonderd.</al><al>De commissie kan verder ook informele (informatieve) gesprekken voeren met
                    getuigen of deskundigen. bijvoorbeeld om vast te stellen of horen ter zitting
                    nuttig is.</al><al>Tenslotte bestaat de mogelijkheid om opdrachten uit te besteden aan derden.
                    Ingevolge artikel 155f Gemeentewet dient het college de door de raad geraamde
                    kosten voor een onderzoek in een bepaald jaar op te nemen in de
                    ontwerp-begroting.</al><al>De commissie kan ingevolge artikel 155a, vijfde lid, Gemeentewet, de haar bij
                    die wet verleende bevoegdheden uitsluitend uitoefenen indien tenminste drie van
                    haar leden aanwezig zijn. Met lid 3 is dat ook in de verordening vastgelegd.
                    Onderlinge taakverdeling, bijvoorbeeld het houden van een informatief gesprek
                    door een of twee leden. is daarmee uitgesloten. De verordening op de
                    raadscommissies is hier buiten toepassing verklaard (lid 7) omdat in die
                    verordening zaken en bevoegdheden geregeld worden die bij het onderzoek niet
                    toepasbaar dan wel onwenselijk zijn. Hierbij valt te denken aan het spreekrecht
                    voor burgers enz.</al><tussenkop>Artikel 8 Beraadslagingen</tussenkop><al>Beraadslaging vindt plaats achter gesloten deuren omdat de inhoud van een
                    beraadslaging zich mogelijk niet voor openbaarheid leent. Het is namelijk zeer
                    wel denkbaar dat er beraadslaagd wordt omtrent ondervragingsmethoden. tactieken
                    en dergelijke, welke in het belang van het onderzoek niet naar buiten mogen
                    worden gebracht. Daarnaast moet er vrij gesproken kunnen worden over personen en
                    hetgeen door hen naar voren is gebracht.</al><tussenkop>Artikel 9 Ambtelijke ondersteuning</tussenkop><al>Bij een zodanig intensieve zaak als het verrichten van een onderzoek zou zich de
                    situatie kunnen voordoen dat naast de commissiegriffier een ambtenaar volledig
                    aan de commissie moet worden toegevoegd om op grond van (financiële of
                    juridische) deskundigheid de commissie te kunnen bijstaan in het interpreteren
                    van ontvangen gegevens. Doet zich de behoefte gevoelen van ambtelijke bijstand,
                    dan moet die worden verleend ongeacht de taken die betrokkene normaliter
                    uitvoert of het bedrijfsbelang.</al><al>Een andere mogelijkheid is dat de raad er direct voor kiest naast de
                    commissiegriffier een extern persoon te plaatsen. Hiermee wordt de organisatie
                    ontlast, maar zal het kostenplaatje beduidend hoger uitvallen.</al><tussenkop>Artikel 11 Verantwoordelijkheid van de
                    commissie</tussenkop><al>Essentieel is dat wat door of ten behoeve van de commissie wordt gedaan alleen
                    de commissie is aan te rekenen. Zij zal zich daarover moeten verantwoorden. Het
                    concept model van de VNG kent dit artikel niet. De VNG ziet desgevraagd ook geen
                    mogelijkheid een ``waterdichte' formulering aan te reiken. Het opnemen van dit
                    artikel acht de werkgroep ontvlechting raad en college echter noodzakelijk, om
                    er geen enkel misverstand over te laten bestaan. dat zij die ambtelijk aan de
                    commissie zijn toegevoegd niet - bijvoorbeeld - door het college, het hoofd van
                    dienst of een afdelingshoofd kunnen worden aangesproken over het ten behoeve van
                    de commissie geleverde werk.</al><tussenkop>Artikel 12 Zitting, schriftelijke oproeping</tussenkop><al>Met lid 6 is geregeld dat een getuige of deskundige desnoods door de politie van
                    huis kan worden gehaald om voor de commissie te worden gebracht. Het
                    onderstreept maar weer het gewicht die aan de onderzoekscommissie is
                    toegekend!</al><al>Beschikkingen die in het kader van dit artikel worden genomen zijn voor bezwaar
                    en beroep vatbaar.</al><tussenkop>Artikel 16 Afronding onderzoek</tussenkop><al>Indien de commissie haar werkzaamheden heeft afgerond legt zij haar bevindingen
                    voor aan de raad.</al><al>De vorm voor de afronding van het onderzoek is in dit artikel aangegeven,
                    namelijk door middel van een rapport. De raad kan daarop zelfs een tijdsdruk
                    leggen wanneer hij zou bepalen binnen welke termijn dat rapport moet worden
                    uitgebracht.</al><al>De lijn doortrekkend die op landelijk niveau gebruikelijk is, moet de commissie
                    in haar rapport niet volstaan met het geven van een feitenrelaas, maar dient zij
                    ook zelf een oordeel te geven over wat uit het onderzoek naar voren is gekomen.
                    De raad buigt zich daarna dan over het rapport en over het daarin gegeven
                    oordeel van de commissie.</al><tussenkop>Evaluatie</tussenkop><al>Een evaluatie van deze verordening heeft uiteraard pas zin nadat er enige
                    ervaring mee is opgedaan. Het moment voor deze evaluatie is daarom nu nog niet
                    aan te geven.</al><tussenkop>Tijdelijke referendumwet</tussenkop><al>De verordening betreft een regelgeving waaromtrent beleidskeuzes gemaakt kunnen
                    worden. De Trw is daarom van toepassing.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>