<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR328221_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bomenverordening gemeente Coevorden 1999</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Coevorden</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Coevorden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-15780.html">Gemeenteblad nr. 15780, d.d. 24-03-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bomenverordening gemeente Coevorden 1999</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=149&amp;g=2014-03-25"/><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-10-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-03-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-10-26</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 1, lid 1; art. 2, lid 2 en 3</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Collegebesluit 17-09-2013, nr. 7.2; raadsvoorstel nr.1067</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>ruimtelijke ordening en milieu</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Overgangsbepalingen: art. 22</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-20293</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-20294</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-20295</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Bomenverordening gemeente Coevorden 1999</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Geconsolideerde tekst van de regeling</vet></al><al>No.54. </al><al>De raad der gemeente Coevorden;</al><al> gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders dd. 6
                        april 1999;</al><al> gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en de bepalingen van de Algemene
                        wet bestuursrecht;</al><al>b e s l u i t :</al><al> vast te stellen de navolgende:</al><al><vet>Bomenverordening gemeente Coevorden 1999</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een
                                            diameter van de stam van minimaal 30 cm op 1,3 meter
                                            hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid
                                            geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam.</al></li><li nr="b."><al>houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal,
                                            een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken,
                                            een beplanting van bosplantsoen;</al></li><li nr="c."><al>hakhout: één of meer bomen of boomvormers, die na te
                                            zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;</al></li><li nr="d."><al>knotten/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats
                                            verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen,
                                            gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek
                                            noodzakelijk onderhoud;</al></li><li nr="e."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente,
                                            vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid van de
                                            Boswet;</al></li><li nr="f."><al>boomwaarde: het getal dat wordt gevonden door het
                                            product van de volgende factoren:</al><lijst><li nr="-"><al>de oppervlakte in cm2 van de dwarsdoorsnede op
                                                  1,3 meter boven het maaiveld;</al></li><li nr="-"><al>de geïndexeerde eenheidsprijs per cm2;</al></li><li nr="-"><al>de standplaatswaarde;</al></li><li nr="-"><al>de conditiewaarde;</al></li><li nr="-"><al>de waarde van de plantwijze.</al></li></lijst></li><li nr="g."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel
                                            1.1, eerste lid, van de Wetalgemene bepalingen
                                            omgevingsrecht.</al></li><li nr="h."><al>houtwal: een rij bomen met een overwegend dichte ondergroei van
                                            struiken, kruiden en grassen die op een wallichaam is
                                            geplant.</al></li><li nr="i."><al>windsingel: een dichte menging van struik en boomvormers geplant
                                            langs wegen, gebruikt als erfafscheiding of om begrenzing tussen
                                            percelen aan te geven.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt onder vellen mede verstaan
                                    rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het
                                    verrichten van handelingen, zowel boven als ondergronds,
                                    die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van
                                    de houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Kapverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een
                                houtopstand te vellen of te doen vellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstand
                                buiten de bebouwde kom, die deel uitmaakt van als zodanig bij het
                                Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen, tenzij de houtopstand
                                een zelfstandige eenheid vormt en, ofwel geen grotere oppervlakte
                                beslaat dan 10 are, ofwel in geval van rijbeplanting, gerekend over
                                het totale aantal rijen, niet meer bomen omvat dan 20.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                        Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving of last van
                                        het college van burgemeester en wethouders, zulks
                                        onverminderd het bepaalde in de artikelen 9 en 12 van deze
                                        verordening;</al></li><li nr="b."><al>het periodiek vellen van hakhout en het dunnen van
                                        houtopstand ter uitvoering van het reguliere onderhoud;</al></li><li nr="c."><al>het periodiek knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel
                                        bij daarvoor geschikte boomsoorten;</al></li><li nr="d."><al>het vellen van houtopstanden in tuinen en erven zoals
                                        opgenomen op een door het college vast te stellen lijst,
                                        tenzij deze deel uitmaken van een houtwal of
                                        windsingel.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag beslist op een aanvraag voor een vergunning binnen
                                acht weken na de</al><al> datum van ontvangst van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is van
                                toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een vergunning
                                als bedoeld in artikel 2. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan de vergunning
                                weigeren in het belang van de handhaving van onder meer:</al><lijst><li nr="-"><al>natuur- en milieuwaarden;</al></li><li nr="-"><al>landschappelijke waarden;</al></li><li nr="-"><al>cultuurhistorische waarden;</al></li><li nr="-"><al>waarden van stads- en dorpsschoon;</al></li><li nr="-"><al>waarden voor recreatie en leefbaarheid;</al></li><li nr="-"><al>een bepaalde boomwaarde.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders weigert in elk geval de
                                vergunning voor houtopstand, voorkomende op de lijst van monumentale
                                houtopstanden als bedoeld in artikel 12, tenzij er sprake is van een
                                ernstige bedreiging van de openbare veiligheid, een noodtoestand of
                                een andere uitzonderlijke situatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vergunningsvoorschriften</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan de vergunning onder
                            voorschriften verlenen in het belang van de handhaving van onder
                            meer:</al><lijst><li nr="-"><al>natuur- en milieuwaarden;</al></li><li nr="-"><al>landschappelijke waarden;</al></li><li nr="-"><al>cultuurhistorische waarden;</al></li><li nr="-"><al>waarden van stads- en dorpsschoon;</al></li><li nr="-"><al>waarden voor recreatie en leefbaarheid;</al></li><li nr="-"><al>een bepaalde boomwaarde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het
                                voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de
                                door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen</al><al> moet worden herplant. Indien het gemeentelijk beleid of een
                                bestemmings-, groen-, </al><al> bomen- of landschapsplan de te vellen houtopstand direct of
                                indirect als waardevol</al><al> omschrijft, wordt zoveel mogelijk een herplantplicht opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt aan de vergunning een voorschrift verbonden als in het eerste
                                lid bedoeld dan kan daarbij tevens worden bepaald op welke wijze en
                                binnen welke termijn niet-geslaagde beplanting moet worden
                                vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren
                                aanwijzingen ter bescherming van de in en rond de houtopstand
                                voorkomende flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>[Vervallen].</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Schorsende werking[ Vervallen]</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vervallen vergunning.</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verhouding kap-, en bouw- of aanlegvergunning.</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien houtopstand, waarop het verbod als bedoeld in artikel 2 van
                            toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan
                            wel op andere wijze teniet is gegaan, kan</al><al>1. het college van burgemeester en wethouders aan de zakelijk
                            gerechtigde van de grond</al><al>1. waarop zich de houtopstand bevond, dan wel aan degene die uit andere
                            hoofde tot het </al><al>treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te
                            herplanten overeenkomstig de door haar te geven aanwijzingen binnen een
                            door haar te stellen termijn.</al></li><li nr="2."><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd,
                                    dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na
                                    herplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen.</al></li><li nr="3."><al>Indien houtopstand, waarop het verbod als bedoeld in artikel 2
                                    van toepassing is, in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd,
                                    kan het college van burgemeester en wethouders aan de zakelijk
                                    gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt, dan
                                    wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van
                                    voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om
                                    overeenkomstig de door haar te geven aanwijzingen binnen een
                                    door haar te stellen termijn voorzieningen te treffen waardoor
                                    die bedreiging wordt weggenomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Monumentale houtopstanden.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders stelt een lijst met
                                monumentale houtopstanden vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoeld lijst kan drie categorieën van
                                monumentale houtopstanden bevatten, te weten:</al><lijst><li nr="a."><al>nationaal geregistreerde monumentale houtopstanden;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke monumentale houtopstanden;</al></li><li nr="c."><al>toekomstige monumentale houtopstanden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde lijst wordt regelmatig bijgewerkt en
                                omvat in ieder geval een voor iedereen goed herkenbare omschrijving
                                en de standplaats van iedere houtopstand.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders heeft een bijzondere
                                onderhoudsplicht voor de eigen monumentale houtopstanden, zoals een
                                goed beheerder betaamt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>[ Vervallen]</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>[ Vervallen]</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Bescherming houtopstanden.</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Uitzicht belemmerende houtopstanden.</titel></kop><al>Indien houtopstand aan het wegverkeer het vrije uitzicht belemmert of op
                            andere wijze hinder of gevaar oplevert, kan het college van burgemeester
                            en wethouders aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de
                            houtopstand bevindt, dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het
                            treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen de
                            houtopstand te snoeien, op te binden of te verwijderen overeenkomstig de
                            door haar te geven aanwijzingen binnen de door haar te stellen
                            termijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Bestrijding van iepziekte.</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Schadevergoeding.</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders beslist op een verzoek om
                            schadevergoeding op grond van artikel 17 van de Boswet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Afstand houtopstand tot erfgrens.</titel></kop><al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt
                            vastgesteld op 0,50 meter voor bomen en op nihil voor heggen en
                            heesters.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Toezichthouders.</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van het college van burgemeester
                            en wethouders aangewezen personen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Strafbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van de volgende artikelen en de krachtens deze artikelen
                                gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis
                                van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en
                                kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke
                                uitspraak:</al><lijst><li nr="-"><al>artikel 2;</al></li><li nr="-"><al>[vervallen];</al></li><li nr="-"><al>[vervallen];</al></li><li nr="-"><al>artikel 11;</al></li><li nr="-"><al>[vervallen];</al></li><li nr="-"><al>artikel 14;</al></li><li nr="-"><al>[vervallen].</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de
                                boomwaarde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Opsporingsambtenaren</titel></kop><al>De opsporing van de in artikel 19 strafbaar gestelde feiten is, behalve
                            aan de in artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht genoemde
                            opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door het college van
                            burgemeester en wethouders met de zorg en naleving van deze verordening
                            zijn belast, ieder voorzover het de feiten betreft die in de aanwijzing
                            zijn vermeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is
                                bekendgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op dat tijdstip worden de kapverordeningen, respectievelijk de
                                betreffende artikelen uit de Algemene Plaatselijke Verordeningen,
                                van de voormalige gemeenten Coevorden, Dalen, Oosterhesselen, Sleen
                                en Zweeloo ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kapvergunningen verleend krachtens verordeningen bedoeld in artikel
                                21, tweede lid, blijven -voorzover zij niet eerder zijn vervallen of
                                ingetrokken- nog gedurende één jaar na de inwerkingtreding van deze
                                verordening van kracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om kapvergunning op grond van een verordening bedoeld
                                in artikel 21, tweede lid, is ingediend en voor het tijdstip van
                                inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is
                                beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de onderhavige
                                verordening toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Bomenverordening gemeente
                            Coevorden 1999".</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van 13 april 1999.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>, voorzitter.</ondertekening><ondertekening>, secretaris.</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage</titel></kop><al>TOELICHTING</al></bijlage><bijlage><kop><titel>TOELICHTING BOMENVERORDENING GEMEENTE COEVORDEN 1999</titel></kop><tussenkop>HOOFDSTUK 1 HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>Toelichting:</al><al>1 a De definitie van het begrip boom is opgenomen ter voorkoming van discussie
                    over wat wel en geen boom is, vooral bij meerstammigheid, zeer jonge bomen en
                    boomachtige struiken. Gekozen is voor een precieze definitie met eenvoudig te
                    controleren voorwaarden, zodat zo min mogelijk twijfel kan ontstaan. Mocht deze
                    zich toch voordoen dan zou de vakliteratuur (boomflora’s e.d.) doorslaggevend
                    moeten zijn de minimaal 10 cm doorsnede is gekozen, omdat deze maat vaker
                    gebruikt wordt bij het bepalen van het al dan niet gemakkelijk verplaatsbaar
                    zijn van bomen. Vanzelfsprekend moet de minimumgrootte niet gelden voor aanplant
                    in het kader van een herplant- of instandhoudingsplicht. Door de 10 cm en de
                    meerstammigheid zullen zeer oude struiken nu juridisch ook een boom kunnen zijn.
                    Bescherming van boomgelijke struiken blijkt dringend gewenst rond landgoederen
                    en in stedelijke parken.</al><al>b Vanwege de grote ecologische waarde is bescherming van grotere (lint)
                    begroeiing in de vorm van heesters en struiken (bijv. Een meidoorn- of
                    mispelhaag) een noodzaak. Er staat begroeiing in plaats van beplanting om ook
                    spontaan opgeslagen groen bescherming te bieden. Wel geldt -evenals voor de
                    houtwal- dat het om een grotere begroeiing, dus van enige omvang moet gaan. De
                    lintvormigheid is minder van belang. Ook bijv. een driehoek met heesters kan
                    waardevol zijn door soort of ligging. Om een beplanting van inheemse of
                    reguliere bomen en struiken in stedelijke omgeving te kunnen beschermen is
                    opgenomen: een beplanting van bosplantsoen.</al><al>c De definitie van het begrip hakhout is opgenomen omdat nog steeds, zij het
                    sporadisch, dergelijk hakhout voorkomt. Een dusdanig gebruik van bomen als deel
                    van het (bedrijfs)huishouden betekent een verbondenheid met bomen die op zich
                    een te beschermen waarde vormt. Met boomvormers worden bedoeld opnieuw
                    uitgelopen boomstronken, die door hun aard of omvang evenzeer bescherming kunnen
                    behoeven als iedere andere boom.</al><al>d De definitie van knotten/kandelaberen is bedoeld ter afbakening van illegaal
                    en ondeskundig snoeien of terugzetten van daarvoor ongeschikte bomen. Deze
                    definitie vult nader de mogelijkheid aan om zonder kapvergunning onderhoud te
                    kunnen plegen aan daarvoor wel geschikte bomen als bepaald in artikel 2, lid 3,
                    sub c van deze verordening. Ook voor de vakkundige begrenzing van het geknot als
                    vermeld in artikel 2, lid 2, sub a, is deze definitie nuttig.</al><al> e Dit artikellid behoeft geen nadere toelichting.</al><al> f De definitie van boomwaarde is opgenomen omdat een landelijke eenheid in
                    financiële benadering dringend gewenst is en deze methode de meest gebruikte
                    blijkt. Uit de zich snel ontwikkelende rechtspraak blijkt ook dat de rechter
                    steeds meer de boomwaarde te erkennen, zowel voor gemeentelijke- als voor
                    particuliere bomen. Belangrijk blijkt in een concreet geval een goede motivering
                    en doelstelling van de gekozen waardebepalingsmethode. In geval van grotere
                    schadebedragen aan bomen (bijv. een bedrag vanaf ca. f. 5.000,-) lijkt dan ook
                    de tussenkomst van een onafhankelijk, beëdigd taxateur van bomen en houtige
                    gewassen zeer aan te bevelen.</al><al>2 Om op te kunnen treden tegen ernstige, ondergrondse beschadigingen bij bijv.
                    de aanleg van kabels en leidingen is opgenomen zowel boven- als ondergronds.de
                    expliciete ondergrondse bescherming lijkt nodig gezien de merkwaardige
                    achterstelling van het kappen van wortels tegenover het afsnijden van takken in
                    artikel 5:44 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek. Belangrijk is in dit verband de
                    uitspraak van de Hoge Raad van 15 december 1992 in de zaak Slootjes. De Hoge
                    Raad stelde dat ook het vakkundig, rigoureus knotten tot een stam met
                    uitsteeksels (het zgn. kandelaren of kandelaberen) ernstige beschadigingen in de
                    zin van dit artikel kan zijn en dus kapvergunningplichtig is.</al><tussenkop>Artikel 1:1</tussenkop><al>In dit artikel is met de term “bevoegd gezag” aangehaakt bij de Wet algemene
                    bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Die is van toepassing op het vellen van
                    houtopstanden. De vergunning voor het vellen van houtopstanden is geregeld in
                    artikel 2.2, eerste lid onder g.</al><al>De omgevingsvergunning wordt door één bevoegd gezag beoordeeld en doorloopt één
                    procedure. De beslissing op de aanvraag kent ook één procedure van
                    rechtsbescherming. Het bevoegd gezag is in de meeste gevallen het college van
                    burgemeester en wethouders van de gemeente waar het project zal worden verricht.
                    In een beperkt aantal gevallen berust de bevoegdheid tot toestemmingsverlening
                    niet bij het College van burgemeester en wethouders, maar bij het College van
                    gedeputeerde staten en in enkele gevallen bij een Minister. Het bevoegd gezag is
                    integraal verantwoordelijk voor het te nemen besluit en is tevens belast met de
                    bestuursrechtelijke handhaving.</al><tussenkop>Artikel 2 Kapverbod</tussenkop><al>Toelichting:</al><al>1 Dit artikellid behoeft geen nadere toelichting.</al><al>2 In het tweede lid van dit artikel is opgenomen in welke gevallen geen
                    kapvergunning is vereist voor het vellen van houtopstanden buiten de bebouwde
                    kom in de zin van de Boswet. Als gevolg van jurisprudentie van de Afdeling
                    Bestuursrechtspraak van de Raad van State is hiervoor gekozen in afwijking van
                    de oorspronkelijke bedoeling van de Boswet, n.l. dat er geen kapvergunning nodig
                    is voor houtopstanden, die om commerciële redenen worden gehouden. In dit
                    artikel wordt gesproken van fruitbomen in plaats van vruchtbomen. Dit als nadere
                    afbakening van het begrip vruchtbomen in de Boswet. Bijna iedere boom is
                    letterlijk een vrucht(dragende) boom. Hiermee wordt een einde gemaakt aan de
                    jurisprudentie, waarin de rechter soms alle vruchtbomen vogelvrij verklaarde,
                    dan wel bijv. notenbomen als vruchtbomen beschouwde.</al><al>3 De uitzondering buiten de bebouwde kom in de zin van de Boswet geldt niet voor
                    de in lid 3 opgenomen gevallen waarin geen kapvergunning is vereist. In de hier
                    genoemde gevallen is zowel binnen als buiten de bebouwde kom geen vergunning
                    nodig. </al><tussenkop>Artikel 2 kapverbodOmgevingsvergunning voor het vellen van
                    houtopstanden</tussenkop><al>Veel begripsomschrijvingen uit de bomenverordening komen te vervallen. Er
                    resteren slechts de begripsomschrijvingen: houtopstand en vellen. Deze zijn
                    ongewijzigd overgenomen. In artikel 2 wordt “het college van burgemeester en
                    wethouders” vervangen door de term “bevoegd gezag”. De vergunning voor het
                    vellen van houtopstanden is aangewezen in artikel 2.2, eerste lid onder g. van
                    de Wabo. Vaak zal naast de vergunning nog een vergunning, ontheffing of
                    vrijstelling op grond van de Natuurbeschermingswet of de Flora- en Faunawet
                    nodig zijn in verband met de bescherming van vogels en hun nesten in de bomen.
                    De Natuurbeschermingswet en Flora- en Faunawet haken aan bij de Wabo. Er wordt
                    dan dus één omgevingsvergunning verleend of geweigerd. De Boswet haakt echter
                    niet aan bij de Wabo. Indien die van toepassing is, blijft dus een aparte
                    vergunning vereist.</al><tussenkop>Artikel 3 Aanvraag vergunning</tussenkop><al>De indieningsvereisten voor een aanvraag om een vergunning die onder de Wabo
                    valt, staan in de Ministeriele regeling omgevingsrecht (Mor). De algemene
                    indieningsvereisten staan in artikel 1.3 Mor, dat luidt als volgt:</al><tussenkop>Artikel 1.3 Indieningsvereisten bij iedere aanvraag</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>In de aanvraag vermeldt de aanvrager:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam, het adres en de woonplaats van de aanvrager, alsmede
                                    het elektronisch adres van de aanvrager, indien de aanvraag met
                                    een elektronisch formulier wordt ingediend;</al></li><li nr="b."><al>het adres, de kadastrale aanduiding dan wel de ligging van het
                                    project;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van de aard en omvang van het project;</al></li><li nr="d."><al>een omschrijving van de aard en omvang van de gevolgen van het
                                    project voor de fysieke leefomgeving, voor zover die gevolgen
                                    relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag;</al></li><li nr="e."><al>indien de aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde: zijn
                                    naam, adres en woonplaats, alsmede het elektronisch adres van de
                                    gemachtigde, indien de aanvraag met een elektronisch formulier
                                    wordt ingediend; </al></li><li nr="f."><al>indien het project wordt uitgevoerd door een ander dan de
                                    aanvrager: zijn naam, adres en woonplaats.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De aanvrager voorziet de aanvraag van een aanduiding van de locatie van
                            de aangevraagde activiteit of activiteiten. Deze aanduiding geschiedt
                            met behulp van een situatietekening, kaart, foto’s of andere geschikte
                            middelen.</al></li><li nr="3."><al>De aanvrager doet bij de aanvraag een gespecificeerde opgave van de
                            kosten van de te verrichten werkzaamheden.</al></li></lijst><al>In Hoofdstuk 7 van de Mor staan nog bijzondere indieningsvereisten. Daarvan zijn
                    in het kader van de bomenverordening alleen die voor het vellen van
                    houtopstanden van belang. Naast een aantal algemene indieningsvereisten zijn er
                    in artikel 7.3 van de Mor nog een aantal speciale indieningsvereisten voor het
                    vellen van houtopstanden opgenomen. Dit artikel 7.3 luidt als volgt:</al><lijst><li nr="1."><al>In of bij de aanvraag om een vergunning met betrekking tot het vellen
                            van houtopstand, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder
                            g, van de wet, identificeert de aanvrager op de aanduiding als bedoeld
                            in artikel 2.3, tweede lid, van deze regeling, iedere houtopstand waarop
                            de aanvraag betrekking heeft met een nummer.</al></li><li nr="2."><al>In of bij de aanvraag als bedoeld in het eerste lid, vermeldt de
                            aanvrager per genummerde houtopstand:</al><lijst><li nr="a."><al>de soort houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>de locatie van de houtopstand op het voor-, zij- dan wel
                                    achtererf;</al></li><li nr="c."><al>de diameter in centimeters, gemeten op 1,30 meter vanaf het
                                    maaiveld. Zie daarvoor de toelichting bij artikel 2. d. de
                                    mogelijkheid tot herbeplanten, alsmede het eventuele voornemen
                                    om op een daarbij te vermelden locatie tot herbeplanten van een
                                    daarbij te vermelden aantal soorten over te gaan.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop>Artikel 4 Beslissingstermijn</tussenkop><al>Toelichting:</al><al>Ook in de Algemene wet bestuursrecht zijn bepalingen opgenomen over het
                    beslissen op een aanvraag. Volgens die wet moet de beslissing op een aanvraag om
                    vergunning worden genomen binnen de wettelijk voorschrift bepaalde termijn of,
                    bij het ontbreken daarvan, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de
                    aanvraag (artikel 4:13). De redelijke termijn is in elk geval verstreken als
                    binnen acht weken geen beslissing is genomen of de aanvrager een kennisgeving
                    heeft ontvangen dat niet binnen acht weken kan worden beslist en daarbij een
                    redelijke termijn is genoemd waarbinnen de beslissing tegemoet kan worden gezien
                    (artikel 4:13). Voor het maken van bezwaar en het instellen van beroep wordt het
                    niet tijdig beslissen gelijk gesteld met een besluit (artikel 6:2). Op grond van
                    deze bepalingen moeten in gemeentelijke verordeningen geen bepalingen worden
                    opgenomen dat het niet tijdig beslissen op een aanvraag om vergunning betekent
                    dat de vergunning is geweigerd.</al><al>In artikel 4 van de verordening (wettelijk voorschrift als bedoeld in de
                    Algemene wet bestuursrecht) is daarom opgenomen:</al><lijst><li nr="1."><al>beslist het college van burgemeester en wethouders binnen acht
                            weken;</al></li><li nr="2."><al>kan het college van burgemeester en wethouders de termijn éénmaal met
                            ten hoogste vier weken</al><al> verdagen.</al></li></lijst><al>De genoemde termijnen zijn termijnen van orde. Als binnen de termijn geen
                    beslissing is genomen kan bezwaar worden gemaakt bij het college van
                    burgemeester en wethouders. Het college van burgemeester en wethouders kan na
                    afloop van de termijn alsnog beslissen. </al><al>Als inmiddels een bezwaarschrift is ingediend regelt de Algemene wet
                    bestuursrecht de procedureverder. </al><al>Niet op tijd beslissen betekent dus niet dat er sprake is van verlening of
                    weigering van de vergunning.</al><tussenkop>Artikel 5 Weigeringsgronden</tussenkop><al>Toelichting:</al><al>De tekst van het eerste lid is in overeenstemming gebracht met die van artikel
                    3.9, eerste lid van de Wabo. Inhoudelijk is er niets veranderd.</al><al>Het tweede lid is gewijzigd omdat artikel 3.9, tweede lid van de Wabo bepaalt
                    dat de beslistermijn niet met acht, maar slechts met zes weken kan worden
                    verlengd. De kapvergunning valt onder de Wabo. De vergunning voor het vellen van
                    houtopstanden is aangewezen in artikel 2.2, eerste lid onder g van de Wabo.</al><tussenkop>Artikel 6 Vergunningsvoorschriften.</tussenkop><al>Toelichting:</al><al>Hetgeen hierboven onder de toelichting op artikel 5 over motivering is gesteld
                    ten aanzien van het weigeren van de vergunning geldt ook voor het onder
                    voorschriften verlenen van de vergunning. </al><tussenkop>Artikel 7 Bijzondere vergunningsvoorschriften.</tussenkop><al>Toelichting:</al><al>Dit artikel regelt de herplantplicht als voorschrift aan een verleende
                    vergunning. In artikel 11 komt de herplantplicht aan de orde na velling zonder
                    vergunning of op andere wijze tenietgaan van houtopstanden. Ook hier geldt een
                    motiveringsplicht. Hoe en binnen welke termijn niet-geslaagde beplanting moet
                    worden vervangen moet in de vergunning zijn opgenomen. Als voorbeeld voor een
                    voorschrift als bedoeld in het derde lid kan worden genoemd het niet vellen in
                    het broedseizoen. In artikel 2 wordt “het college van burgemeester en
                    wethouders” vervangen door de term “bevoegd gezag”. Hoofdstuk 6 van de WABO in
                    het algemeen en artikel 6.1 in het bijzonder geeft een regeling over de
                    inwerkingtreding van beschikkingen en de openstaande rechtsbeschermingsmiddelen.
                    Een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand treedt in werking
                    met ingang van de dag na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 6:7 van de
                    Algemene wet bestuursrecht, voor het indienen van een bezwaarschrift. Indien
                    gedurende de daarvoor bedoelde termijn bij de bevoegde rechter een verzoek om
                    voorlopige</al><al>voorziening is gedaan, treedt de beschikking niet in werking voordat op dat
                    verzoek is beslist.</al><tussenkop>Artikel 8 Schorsende werking.</tussenkop><al>Toelichting:</al><al>Op grond van de Algemene wet bestuursrecht:</al><al>1 treedt een besluit niet in werking voordat het bekend is gemaakt (artikel
                    3:40);</al><al>2 geschiedt de bekendmaking door toezending/uitreiking aan de belanghebbenden,
                    onder wie begrepen de aanvrager (artikel 3:41)</al><al>3 geschiedt de bekendmaking door publicatie in Huis-Aan-Huis om niet bekende
                    belanghebbenden ook te bereiken (artikel 3:41);</al><al>4 wordt bij de bekendmaking vermeld door wie, binnen welke termijn en bij welk
                    orgaan bezwaar kan worden gemaakt (artikel 3:45);</al><al>5 kan door een belanghebbende (inclusief de aanvrager) binnen zes weken na de
                    dag van bekendmaking bezwaar worden gemaakt bij het college van burgemeester en
                    wethouders (artikel 6:4, juncto 6:7);</al><al>6 schorst een bezwaarschrift niet de werking van een besluit, tenzij bij of
                    krachtens wettelijk voorschrift anders is bepaald (artikel 6:16); </al><al>7 kan als bezwaar wordt gemaakt een voorlopige voorziening (o.a. schorsing)
                    worden gevraagd aan de voorzitter van de Sector Bestuursrecht van de Rechtbank
                    te Assen (artikel 8:81);</al><al>Dit artikel van de bomenverordening regelt de schorsende werking gedurende de
                    termijn dat bezwaar kan worden gemaakt en gedurende de termijn dat bezwaar en
                    beroep in behandeling is. Op grond van artikel 6:16 Algemene wet bestuursrecht
                    is dit mogelijk.</al><al>Dit betekent dat de vergunning pas werkt en er dus pas geveld mag worden nadat
                    de vergunning onherroepelijk is geworden.</al><tussenkop> Artikel 9 Vervallen vergunning.</tussenkop><al>Toelichting:</al><al>In artikel 2.23. Wabo is een regeling opgenomen voor de termijn van de
                    omgevingsvergunning. In een omgevingsvergunning kan worden bepaald dat zij
                    geheel of gedeeltelijk geldt voor een daarin aangegeven termijn..</al><tussenkop>Artikel 10 Verhouding kap-, en bouw- of aanlegvergunning.</tussenkop><al>Nu de kapvergunning onderdeel uitmaakt van de Wabo is een coördinatieregeling in
                    de bomenverordening niet meer noodzakelijk.</al><tussenkop>Artikel 11 Herplant-/instandhoudingsplicht.</tussenkop><al>Toelichting:</al><al>Zoals in de toelichting op artikel 7 reeds is vermeld is hier een regeling
                    opgenomen inzake herplantplicht na velling van houtopstand zonder vergunning
                    c.q. na tenietgaan op andere wijze van houtopstand. Het opleggen van de
                    verplichting te herplanten is een besluit die overeenkomstig de bepalingen van
                    de Algemene wet bestuursrecht bekend moet worden gemaakt. Tegen het besluit kan
                    ook bezwaar worden gemaakt.</al><al>In het derde lid is een instandhoudingsplicht opgenomen. Wordt houtopstand
                    bedreigd dan kan een verplichting worden opgelegd voorzieningen te treffen. Ook
                    hier geldt dat er sprake is van een besluit, die bekend moet worden gemaakt en
                    waartegen bezwaar kan worden gemaakt. </al><al>Op grond van de Algemene wet bestuursrecht:</al><al>1 treedt een besluit niet in werking voordat het bekend is gemaakt (artikel
                    3:40);</al><al>2 geschiedt de bekendmaking door toezending/uitreiking aan de belanghebbenden,
                    onder wie begrepen de aanvrager (artikel 3:41)</al><al>3 geschiedt de bekendmaking door publicatie in Huis-Aan-Huis om niet bekende
                    belanghebbenden ook te bereiken (artikel 3:41);</al><al>4 wordt bij de bekendmaking vermeld door wie, binnen welke termijn en bij welk
                    orgaan bezwaar kan worden gemaakt (artikel 3:45);</al><al>5 kan door een belanghebbende (inclusief de aanvrager) binnen zes weken na de
                    dag van bekendmaking bezwaar worden gemaakt bij het college van burgemeester en
                    wethouders (artikel 6:4, juncto 6:7);</al><al>6 schorst een bezwaarschrift niet de werking van een besluit, tenzij bij of
                    krachtens wettelijk voorschrift anders is bepaald (artikel 6:16); </al><al>7 kan als bezwaar wordt gemaakt een voorlopige voorziening (o.a. schorsing)
                    worden gevraagd aan de voorzitter van de Sector Bestuursrecht van de Rechtbank
                    te Assen (artikel 8:81).</al><tussenkop>Artikel 12 Monumentale houtopstanden.</tussenkop><al>Toelichting:</al><al>In dit artikel wordt het college van burgemeester en wethouders de verplichting
                    opgelegd een gemeentelijke monumentale bomenlijst vast te stellen. In lid 2
                    wordt een drietal categorieën genoemd die op de lijst kunnen worden geplaatst.
                    Het derde lid geeft minimale eisen waaraan de lijst moet voldoen. </al><al>Voor de eigen monumentale bomen heeft de gemeente een bijzondere
                    onderhoudsplicht. De gemeente is ingevolge lid 4 verplicht om monumentale bomen
                    ook te beschermen via het bestemmingsplan. Verder is de gemeente op grond van
                    het vijfde lid verplicht voor onderhoud, instandhouding en uitbreiding van
                    houtopstanden een bomenfonds. Dit fonds is niet alleen voor monumentale bomen
                    bedoeld, maar voor houtopstand in zijn algemeenheid. Het is wenselijk binnen het
                    bedrag dat jaarlijks op de begroting in het bomenfonds wordt opgenomen een
                    maximum bedrag aan te geven t.b.v. het subsidieplafond als bedoeld in de
                    subsidieverordening monumentale houtopstanden.</al><tussenkop>Artikel 13. Bescherming houtopstanden.</tussenkop><tussenkop>De gemeente kan op basis van haar privaatrechtelijke bevoegdheid optreden
                    indien houtopstanden die in gemeentelijk eigendom zijn worden beschadigd,
                    beklad, beplakt, gesnoeid. In de huidige uitvoeringspraktijk wordt deze bepaling
                    niet uitgevoerd/gehandhaafd. Uit oogpunt van deregulering kan deze bepaling
                    worden geschrapt.Artikel 14 Uitzicht belemmerende houtopstanden.</tussenkop><al>Toelichting:</al><al>Met betrekking tot het opleggen van een verplichting tot het treffen van
                    voorzieningen gelden de motiverings- en bekendmakingseisen. Er is sprake van een
                    besluit, waartegen bezwaar kan worden gemaakt.</al><al>Op grond van de Algemene wet bestuursrecht:</al><al>1 treedt een besluit niet in werking voordat het bekend is gemaakt (artikel
                    3:40);</al><al>2 geschiedt de bekendmaking door toezending/uitreiking aan de belanghebbenden,
                    onder wie begrepen de aanvrager (artikel 3:41)</al><al>3 geschiedt de bekendmaking door publicatie in Huis-Aan-Huis om niet bekende
                    belanghebbenden ook te bereiken (artikel 3:41);</al><al>4 wordt bij de bekendmaking vermeld door wie, binnen welke termijn en bij welk
                    orgaan bezwaar kan worden gemaakt (artikel 3:45);</al><al>5 kan door een belanghebbende (inclusief de aanvrager) binnen zes weken na de
                    dag van bekendmaking bezwaar worden gemaakt bij het college van burgemeester en
                    wethouders (artikel 6:4, juncto 6:7);</al><al>6 schorst een bezwaarschrift niet de werking van een besluit, tenzij bij of
                    krachtens wettelijk voorschrift anders is bepaald (artikel 6:16); </al><al>7 kan als bezwaar wordt gemaakt een voorlopige voorziening (o.a. schorsing)
                    worden gevraagd aan de voorzitter van de Sector Bestuursrecht van de Rechtbank
                    te Assen (artikel 8:81).</al><tussenkop>Artikel 15 Bestrijding van iepziekte.</tussenkop><al>Eigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor het kappen en afvoeren van zieke iepen
                    die op hun perceel staan.</al><al>Daarnaast voert de gemeente geen actieve controle in het kader van
                    iepziektebestrijding.).</al><tussenkop>Artikel 16 Schadevergoeding.</tussenkop><al>Toelichting:</al><al>De Boswet schrijft voor dat dit artikel moet worden opgenomen. Voor zover bekend
                    is door de rechter nog zelden of nooit een schadeloosstelling wegens vellen van
                    houtopstand toegekend. Het lijkt dan ook geschreven te zijn voor een theoretisch
                    geval.</al><tussenkop>Artikel 17 Afstand houtopstand tot erfgrens.</tussenkop><al>Toelichting:</al><al>De nieuwe leden 1 en 2 van artikel 5:42 van het (nieuw) Burgerlijk Wetboek geven
                    weliswaar het bekende rooirecht voor bomen binnen twee meter en voor heggen en
                    heesters binnen een halve meter van de erfgrenslijn. In afwijking van het oude
                    Burgerlijk Wetboek is in lid 2 toegevoegd: tenzij ingevolge een verordening of
                    een plaatselijke gewoonte een kleinere afstand is toegelaten. In deze
                    bomenverordening is deze afstand aanzienlijk verkleind. Met nihil voor heggen en
                    heesters is bedoeld deze natuurlijke wijze van erfbegrenzing te beschermen en
                    tot de normale standaard te maken. Vele bomen en heggen en heesters zullen door
                    deze afstandverkleining beter beschermd en misschien wel gespaard worden.</al><tussenkop>Artikel 18 Toezichthouders.</tussenkop><al>Toelichting:</al><al>De gebruikelijke toezichtbepaling. De bevoegdheden van de toezichthouder zijn
                    opgenomen in afdeling 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit betreft:</al><al>1 verplicht legitimatiebewijs (artikel 5:12)</al><al>2 slechts gebruik maken bevoegdheid voor zover dat redelijkerwijs voor
                    vervulling van de taak nodig is (artikel 5:13)</al><al>3 bevoegdheden kunnen worden beperkt bij wettelijk voorschrift of door
                    bestuursorgaan die toezichthouder aanwijst (artikel 5:14)</al><al>4 bevoegdheid betreden elke plaats, met uitzondering van een woning, met
                    medeneming van benodigde apparatuur, vergezeld van door hem aangewezen personen,
                    zonder toestemming bewoner, zo nodig met behulp sterke arm (artikel 5:15)</al><al>5 bevoegdheid vorderen inlichtingen (artikel 5:16)</al><al>6 bevoegdheid vorderen inzage zakelijke gegevens en bescheiden en het maken van
                    kopieën daarvan (artikel 5:17)</al><al>7 bevoegdheid onderzoek, opneming en monsterneming van zaken (artikel 5:18)</al><al>8 bevoegdheid onderzoek vervoermiddelen en lading van vervoermiddelen (artikel
                    5:19)</al><al>9 Iedereen verplicht medewerking te verlenen aan toezichthouder, behoudens
                    geheimhoudingslicht (artikel 5:20).</al><tussenkop>HOOFDSTUK 2 STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN.</tussenkop><tussenkop>Artikel 19 Strafbepalingen.</tussenkop><tussenkop>Wabo </tussenkop><al>De vergunning voor het vellen van houtopstanden (artikel 4:11) valt bij
                    inwerkingtreding onder de Wabo. Zie resp. artikel 2.2, eerste lid onder d. en
                    onder g. van de Wabo. Artikel 2.3 van de Wabo verbiedt het handelen in strijd
                    met een voorschrift van een omgevingsvergunning op grond van artikel 4:11
                    model-APV (kappen houtopstanden).</al><al>Via artikel 5.4 van de Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is
                    de Wet economische delicten van toepassing op handelen zonder of in strijd met
                    deze vergunning. De strafbepalingen van de bomenverordening zijn er dus niet op
                    van toepassing.</al><tussenkop> Artikel 20 Opsporingsambtenaren.</tussenkop><al>Toelichting:</al><al>Op grond van dit artikel hebben de toezichthouders opsporingsbevoegdheid voor
                    feiten die in het aanstellingsbesluit zijn vermeld.</al><tussenkop>Artikel 21 Inwerkingtreding.</tussenkop><al>Toelichting:</al><al>In tegenstelling tot andere besluiten geldt voor verordeningen -algemeen
                    verbindende voorschriften- de Gemeentewet met betrekking tot inwerkingtreding en
                    bekendmaking. Op grond van de Gemeentewet:</al><al>1 verbinden verordeningen niet dan wanneer zij zijn bekendgemaakt (artikel
                    139);</al><al>2 treden bekendgemaakte verordeningen in werking met ingang van de achtste dag
                    na die van de bekendmaking, tenzij in de verordeningen een ander tijdstip is
                    aangewezen.</al><al>In dit artikel is gekozen voor inwerkingtreding op de dag na bekendmaking. Op
                    dat tijdstip vervallen de oude verordeningen/bepalingen in de APV van de
                    voormalige gemeenten Coevorden, Dalen, Oosterhesselen, Sleen en Zweeloo.</al><tussenkop>Artikel 22 Overgangsbepalingen.</tussenkop><al>Toelichting:</al><al>Dit artikel bevat een overgangsbepaling ten aanzien van verleende
                    kapvergunningen en ingediende aanvragen om kapvergunning op het moment van
                    inwerkingtreding van de nieuwe verordening. De bepalingen zijn duidelijk en
                    behoeven geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 23. Citeertitel.</tussenkop><al>Toelichting:</al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Coevorden/i238914.pdf">3e wijziging met toelichting</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Coevorden/i238917.pdf">Gemeenteblad 15780</extref></al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Coevorden/i238915.pdf">Bijlage Bomen geen kapvergunning cf art 2 lid 3</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>