<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR32820_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Peperbus 04/04/2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-01-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-04-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-02-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging artikel 20</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>gb 2012-01.09</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Bestuurlijke organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Wat zijn regels t.a.v. wethouders, raads- en commissieleden van de gemeente Zwolle?</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING RECHTSPOSITIE WETHOUDERS, RAADS- EN COMMISSIELEDEN
                            2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>Deze verordening bevat de financiële voorzieningen voor
                                    wethouders, raads- en commisieleden van de gemeente Zwolle,
                                    zoals deze lokaal zijn vastgesteld in aanvulling op de geldende
                                    de dwingende regels in de Gemeentewet, het Rechtspositiebesluit
                                    wethouders, Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers (APPA
                                    alleen voor wethouders) en het Rechtspositiebesluit raads- en
                                    commissieleden. </al><al>Ten aanzien van het gebruik van de ter beschikking gestelde
                                    voorzieningen houden de Raadsleden en de wethouders zich aan de
                                    voor hen geldende gedragscodes, te weten de Gedragscode
                                    bestuurders (19 juni 2006, gb 1-2006.090) en de Gedragscode
                                    Gemeenteraad Zwolle (7 januari 2008, gb 1-2008.003).</al><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Commissie: een commissie als bedoeld in titel II,
                                            hoofdstuk V (artikel 82 t/m 84) van de Gemeentewet. Op
                                            het moment van vaststelling van deze verordening gaat
                                            het concreet om de volgende commissies;</al><lijst><li nr="·"><al>de Commissie Beeldende Kunst; </al></li><li nr="·"><al>de Adviescommissie Bezwaarschriften; </al></li><li nr="·"><al>de Cliëntenraad Sociale Zaken en Werkgelegenheid
                                                  (Cliëntenraad SoZaWe); </al></li><li nr="·"><al>de Cliëntenraad WMO; </al></li><li nr="·"><al>de Cliëntenraad Wsw </al></li><li nr="·"><al>de Commissie Culturele Activiteiten; </al></li><li nr="·"><al>de Integratieraad; </al></li><li nr="·"><al>de Schadebeoordelingscommissie; </al></li><li nr="·"><al>de Commissie Stimulering Producties
                                                  Podiumkunsten; </al></li><li nr="·"><al>de Commissie Naamgeving; </al></li><li nr="·"><al>de Belanghebbendenraad Kranenburg; </al></li><li nr="·"><al>de Programmaraad IJsselland c.a. </al></li><li nr="·"><al>Werkgeverscommissie Raadsgriffie </al></li><li nr="·"><al>Rekenkamercommissie </al></li><li nr="·"><al>het “Raadsplein” de vergaderingen van de raad,
                                                  bestaande uit informatierondes, meningsvormende
                                                  rondes en besluitvormingsrondes (opvolger van de
                                                  vroegere Raadscommissies); </al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit
                                            van 22 maart 1994, Stb. 243;</al></li><li nr="c."><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het
                                            Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;</al></li><li nr="d."><al>Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële
                                            regeling van 20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in
                                            artikel 23 van het Rechtspositiebesluit wethouders;</al></li><li nr="e."><al>Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van
                                            Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280,
                                            Stcrt. 56;</al></li><li nr="f."><al>Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister van
                                            Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr.
                                            AD94/U1011, Stcrt. 181; </al></li><li nr="g."><al>Circulaire ”Vergoedingen reis- en verblijfkosten van 27
                                            februari 2007” </al></li><li nr="h."><al>Raadslid: lid van de gemeenteraad als bedoeld in titel
                                            I, hoofdstuk II van de Gemeentewet, niet zijnde
                                            wethouder; </al></li><li nr="i."><al>Griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de
                                            Gemeentewet;</al></li><li nr="j."><al>Gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel
                                            102 van de Gemeentewet.</al></li><li nr="k."><al>Burgerleden: de door de fracties aangewezen leden, niet
                                            zijnde raadsleden, die het woord mogen voeren namens de
                                            fractie. tijdens de informatie- en meningsvormende ronde
                                            van het Raadsplein.</al></li><li nr="l."><al>Fractievoorzitter: voorzitter van een fractie in de
                                            gemeenteraad zoals omschreven in artikel 11 van het
                                            Reglement van Orde (RvO).</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de
                                    werkzaamheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan het raadslid wordt een vergoeding voor de
                                            werkzaamheden toegekend die gelijk is aan het
                                            (maximum)bedrag voor de gemeenteklasse van de gemeente
                                            Zwolle, vermeld in de voor raadsleden toepasselijke
                                            tabel (I) bij het Rechtspositiebesluit raads- en
                                            commissieleden, zoals dit bedrag jaarlijks door de
                                            minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
                                            wordt herzien.</al></li><li nr="2."><al>Fractievoorzitters ontvangen naast de vergoeding voor de
                                            werkzaamheden als raadslid voor de duur van hun
                                            voorzitterschap per jaar een toelage. Deze toelage is
                                            gelijk aan 1,2% van de vergoeding op jaarbasis en een
                                            toelage gelijk aan 0,4% van de vergoeding op jaarbasis
                                            voor elk lid dat de fractie buiten de fractievoorzitter
                                            telt. De toelagen tezamen bedragen ten hoogste 6,4% van
                                            de vergoeding op jaarbasis. De burgemeester stelt vast
                                            hoeveel leden een fractie telt en de duur van het
                                            fractievoorzitterschap.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het
                                            raadslidmaatschap verbonden onkosten is gelijk aan het
                                            bedrag voor gemeenteklasse van de gemeente Zwolle,
                                            vermeld in tabel II van het Rechtspositiebesluit raads-
                                            en commissieleden.</al></li><li nr="2."><al>Ten aanzien van een raadslid van wie de
                                            arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en
                                            onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                            toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt
                                            aangemerkt, is in afwijking van het eerste lid de
                                            onkostenvergoeding gelijk aan het bedrag voor de
                                            gemeenteklasse van de gemeente Zwolle, vermeld in tabel
                                            III van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                            commissieleden.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Berekening en betaling vaste
                                        vergoedingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar
                                            raadslid is geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in
                                            de artikelen 2 en 3, naar evenredigheid van het aantal
                                            dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest.</al></li><li nr="2."><al>De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen
                                            2 en 3, geschiedt in maandelijkse termijnen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Reiskosten dienstreizen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente
                                            gemaakte kosten in verband met reizen
                                                <onderstreept>buiten</onderstreept> het grondgebied
                                            van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van
                                            het gemeentebestuur vergoed conform het Reisbesluit – en
                                            de Reisregeling binnenland. De vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer
                                                  (als trein en bus): een volledige vergoeding van
                                                  de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                                  reiskosten; </al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel (auto,
                                                  motor, bromfiets of fiets) als openbaar vervoer
                                                  niet mogelijk of niet doelmatig is: een vergoeding
                                                  van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                                  reiskosten overeenkomstig de artikelen 2 en 4 van
                                                  de Reisregeling binnenland; </al></li><li nr="c."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel als
                                                  openbaar vervoer wel mogelijk en doelmatig is: een
                                                  vergoeding van de in redelijkheid gemaakte
                                                  noodzakelijke reiskosten overeenkomstig de
                                                  artikelen 3 en 4 van de Reisregeling
                                                  binnenland.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verblijfkosten dienstreizen</titel></kop><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter
                                    zake van reizen <onderstreept>buiten</onderstreept> het
                                    grondgebied van de gemeente worden met inachtneming van de
                                    regels van de Gedragscode van de Gemeenteraad aan het raadslid
                                    vergoed. Uitgangspunt is vergoeding conform het bepaalde in de
                                    artikel 5 van de Reisregeling binnenland” en onze lokale
                                    circulaire ”Vergoedingen reis- en verblijfkosten”, tenzij er
                                    sprake is van een in opdracht van de gemeente gemaakte
                                    dienstreis, waaraan bijzondere kosten verbonden zijn. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Cursus, congres, seminar of
                                        symposium</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen,
                                            congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk
                                            belang door of namens de gemeente worden aangeboden of
                                            verzorgd komen voor rekening van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres,
                                            seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente
                                            wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een
                                            gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. De aanvraag
                                            gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                            kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de
                                            gemeente als deelname naar het oordeel van het presidium
                                            van algemeen belang is in verband met de vervulling van
                                            het raadslidmaatschap. Tevens geldt wat in de
                                            Gedragscode Gemeenteraad is opgenomen onder het kopje
                                            “Gebruik gemeentelijke voorzieningen, faciliteiten en
                                            onkostenvergoedingen”.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Computer inclusief
                                        internetverbinding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan het raadslid wordt gedurende zijn/haar
                                            raadslidmaatschap ten laste van de gemeente voor de
                                            uitoefening van het raadslidmaatschap op aanvraag een
                                            vergoeding verstrekt voor het gebruik van computer,
                                            bijbehorende apparatuur en software. Het betreft een
                                            bruto vergoeding die jaarlijks wordt uitgekeerd. Dit
                                            bedrag is een bijdrage in de kosten van aanschaf en
                                            onderhoud van een computer, bijbehorende apparatuur en
                                            software. </al></li><li nr="2."><al>De hoogte van de vergoeding voor computergebruik
                                            bedraagt € 700,- per jaar en is gebaseerd op de aanschaf
                                            van een computer (laptop) bijbehorende apparatuur en
                                            software tot een maximum van € 2333,33. Er wordt
                                            uitgegaan van een afschrijvingstermijn van 3 jaar en een
                                            privé gebruik van 10%. ( € 2333,33 x 90% : 3 = € 700,-)
                                            Deze vergoeding is tevens bedoeld als een tegemoetkoming
                                            in de kosten van een servicecontract of technische
                                            ondersteuning en verbruiksmaterialen zoals
                                            inktcartridges en papier. </al></li><li nr="3."><al>Voor zover er sprake is van een belastingheffing in
                                            verband met een ten laste van de gemeente verstrekte
                                            vergoeding voor computergebruik, wordt deze niet
                                            gecompenseerd.</al></li><li nr="4."><al>Naast de vergoeding voor computergebruik, wordt op
                                            aanvraag een vergoeding verstrekt voor de aansluit- en
                                            abonnementskosten ten behoeve van aansluiting op
                                            internet. Deze laatste vergoeding kan wel belastingvrij
                                            worden uitgekeerd. Voor de aansluiting op internet
                                            bedraagt de vergoeding € 300,-- per jaar</al></li><li nr="5."><al>Het raadslid houdt zich verder aan de door de gemeente
                                            opgestelde integriteitregels, waaronder de vuistregel
                                            betreffende functioneel gebruik van bedrijfsmiddelen,
                                            alsmede de toepasselijke regels voor internet en
                                            e-mailgebruik. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge
                                            artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de
                                            loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als
                                            dienstbetrekking wordt aangemerkt kan op aanvraag
                                            deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel
                                            geldende spaarloonregeling.</al></li><li nr="2."><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge
                                            artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de
                                            loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als
                                            dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deelnemen aan de
                                            levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet
                                            op de loonbelasting 1964. </al></li><li nr="3."><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk
                                            indien het raadslid gebruik maakt van de wettelijke
                                            levensloopregeling.</al></li><li nr="4."><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet
                                            bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de
                                            gemeente.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge
                                            artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de
                                            loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als
                                            dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deelnemen aan de
                                            fietsregeling als bedoeld in artikel 37 van de
                                            Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Naar keuze van
                                            het raadslid wordt de raadsvergoeding dan wel vaste
                                            onkostenvergoeding verminderd met de vergoeding voor de
                                            fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling.</al></li><li nr="2."><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet
                                            bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de
                                            gemeente.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verlaging vergoeding werkzaamheden bij
                                        arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan
                                    op verzoek van een raadslid worden verlaagd in het geval hij een
                                    uitkering ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke
                                    arbeidsongeschiktheid.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Compensatie korting
                                        werkloosheidsuitkering</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>In het geval een raadslid een uitkering op grond van de
                                            Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van
                                            artikel 20 van die wet ontstane korting op deze
                                            uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het
                                            raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2
                                            bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het
                                            raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van
                                            de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde
                                            korting.</al></li><li nr="2"><al>In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van
                                            het Besluit Werkloosheid onderwijs- en
                                            onderzoekpersoneel ontvangt en de na toepassing van
                                            artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane korting
                                            op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het
                                            raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2
                                            bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het
                                            raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van
                                            de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde
                                            korting. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Vergoeding voor waarneming voorzitterschap
                                        van de Gemeenteraad</titel></kop><al>Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer
                                    dan 30 dagen onafgebroken het voorzitterschap van de
                                    Gemeenteraad waarneemt ontvangt voor en gedurende die waarneming
                                    een toeslag conform het bepaalde artikel 8a van het
                                    Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens
                                        zwangerschap en bevalling of ziekte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De artikelen 2 tot en met 4 en 8 tot en met 12 blijven
                                            van toepassing op het raadslid aan wie (met toepassing
                                            van artikel 9 Reglement van orde van de Raad) ingevolge
                                            artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is
                                            verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met
                                            dien verstande dat de onkostenvergoeding die dit
                                            raadslid op grond van artikel 3, eerste of tweede lid,
                                            ontvangt de helft bedraagt van het bedrag dat op grond
                                            van die bepalingen van toepassing is.</al></li><li nr="2."><al>De artikelen 1 tot en met 8 en 11 tot en met 13 van deze
                                            verordening zijn van toepassing op raadsleden die
                                            tijdelijk worden benoemd ter vervanging van een raadslid
                                            dat ingevolge artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk
                                            ontslag heeft verkregen wegens zwangerschap en bevalling
                                            of ziekte.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het wethouderschap verbonden
                            kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse van de gemeente
                            Zwolle, vermeld in artikel 25 van het Rechtspositiebesluit
                            wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Kosten in verband met dienstreizen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan de wethouder wordt een vergoeding verleend voor reiskosten
                                    ter zake van binnenlandse reizen ten behoeve van de gemeente
                                    gemaakt, niet zijnde woon-werkverkeer. Daarvoor gelden tevens de
                                    regels voor dienstreizen, zoals opgenomen in de gedragscode
                                    bestuurders van de gemeente Zwolle. De vergoeding betreft:</al></li></lijst><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer: een volledige
                                    vergoeding van de reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen personenauto: de vergoeding als
                                    bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie
                                    wethouders;</al></li><li nr="c."><al>een vergoeding van noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte
                                    werkelijke verblijfkosten. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Dienstauto</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De wethouder kan voor reizen ten behoeve van de gemeente, niet
                                    zijnde woon-werkverkeer, gebruik maken van een dienstauto met
                                    chauffeur. Onder dienstauto wordt voor de toepassing van dit
                                    artikel mede verstaan een door de gemeente ingehuurde auto. Voor
                                    gebruik van de dienstauto gelden de regels, zoals opgenomen in
                                    het Protocol gebruik dienstauto d.d. 4 april 2008.</al></li><li nr="2."><al>Indien de wethouder voor reizen ten behoeve van ambtsgebonden
                                    nevenfuncties gebruik maakt van de gemeentelijke dienstauto en
                                    daarvoor een vergoeding van reiskosten ontvangt wordt die
                                    vergoeding in de gemeentelijke kas gestort.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten
                                    Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                    reis- en verblijfkosten vergoed conform het Reisbesluit en de
                                    Reisregeling buitenland en de gemaakte afspraken voor
                                    buitenlandse reizen, zoals vermeld in de lokale circulaire
                                    ”Vergoedingen reis- en verblijfkosten van 27 februari 2007”.
                                </al></li><li nr="2."><al>De voorwaarden in de Gedragscode van het college, zoals
                                    vastgesteld op 19 juni 2006, zijn van toepassing. Dit betekent
                                    onder meer dat het college na bespreking bepaalt of een
                                    buitenlandse reis functioneel in het belang is van de gemeente
                                    en of een uitnodiging kan worden aanvaard. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen,
                                    congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang
                                    door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen
                                    voor rekening van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar
                                    of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt
                                    aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag
                                    in bij het college. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke
                                    informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor
                                    rekening van de gemeente als deelname naar het oordeel van het
                                    college van algemeen belang is in verband met de uitoefening van
                                    het ambt van wethouder. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Computer inclusief internetverbinding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan de wethouder wordt gedurende zijn/haar ambtsperiode ten
                                    laste van de gemeente voor de uitoefening van het ambt op
                                    aanvraag een vergoeding verstrekt voor het gebruik van computer,
                                    bijbehorende apparatuur en software. Het betreft een bruto
                                    vergoeding die jaarlijks wort uitgekeerd. Dit bedrag is een
                                    bijdrage in de kosten van aanschaf en onderhoud van een
                                    computer, bijbehorende apparatuur en software.</al></li><li nr="2."><al>De hoogte van de vergoeding voor computergebruik bedraagt €
                                    700,-- per jaar. Deze vergoeding is tevens bedoeld als een
                                    tegemoetkoming in de kosten van een servicecontract of
                                    technische ondersteuning en verbruiksmaterialen zoals
                                    inntcartridges en papier.</al></li><li nr="3."><al>Naast de vergoeding voor computergebruik, wordt op aanvraag een
                                    vergoeding verstrekt voor de aansluit- en abonnementskosten ten
                                    behoeve van aansluiting op internet. Deze laatste vergoeding kan
                                    wel belastingvrij worden uitgekeerd. Voor de aansluiting op
                                    internet bedraagt de vergoeding €300,-- per jaar.</al></li><li nr="4."><al>De wethouder houdt zich met betrekking tot het gebruik van de
                                    computer voor zijn ambt aan de door de gemeente opgestelde
                                    integriteitregels.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Communicatie-apparatuur (mobiele telefoon en
                                blackberry)</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan de wethouder wordt gedurende zijn/haar ambtsperiode
                                    uitsluitend voor de uitoefening van zijn ambt een mobiele
                                    telefoon met toegang tot het systeem voor inbewaringstellingen
                                    (IBS) in bruikleen ter beschikking gesteld, evenals een
                                    blackberry. De ter beschikking gestelde apparatuur blijft
                                    eigendom van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De wethouder tekent voor het in goede staat in ontvangst nemen
                                    van de mobiele communicatie-apparatuur en draagt zorg voor een
                                    zorgvuldig en professioneel gebruik ervan. Bij beëindiging van
                                    het ambt zonder aansluitende herbenoeming is de wethouder
                                    verplicht de apparatuur binnen 14 dagen aan de gemeente te
                                    retourneren. Hij/zij is niet aansprakelijk voor schade aan de
                                    apparatuur, tenzij in geval van grove schuld of opzet. De
                                    wethouder houdt zich verder aan de door de gemeente opgestelde
                                    integriteitsregels, waaronder de vuistregel betreffende
                                    functioneel gebruik van bedrijfsmiddelen. </al></li><li nr="3."><al>Voor zover de in bruikleen beschikbaar gestelde mobiele telefoon
                                    voor privé-doeleinden is gebruikt, vindt maandelijks een
                                    verrekening van de gesprekskosten plaats. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het
                                    gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling.</al></li><li nr="2."><al>De wethouder kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld
                                    in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964. </al></li><li nr="3."><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien de
                                    wethouder gebruik maakt van de wettelijke
                                    levensloopregeling.</al></li><li nr="4."><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat
                                    geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De wethouder kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in
                                    artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Naar
                                    keuze van de wethouder wordt de bezoldiging dan wel vaste
                                    onkostenvergoeding dan wel eindejaarsuitkering verminderd met de
                                    vergoeding voor de fiets als bedoeld in de
                                    Uitvoeringsregeling.</al></li><li nr="2."><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat
                                    geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Reis- pensionkosten en verhuiskosten bij benoeming</titel></kop><lijst><li nr=""><al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de
                                    gemeente beschikt heeft ten laste van de gemeente aanspraak op
                                    vergoeding van:</al></li><li nr="a."><al>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1
                                    van de Regeling rechtspositie wethouders;</al></li><li nr="b."><al>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                    overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling
                                    rechtspositie wethouders.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Voorzieningen voor leden van een commissie in de zin
                                van artikel 1 onder a van deze Verordening, VOOR ZOVER NIET IS
                                VOORZIEN IN EEN SPECIFIEKE AFWIJKENDE REGELING.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van
                                vergaderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het lid van een commissie ontvangt voor het bijwonen van de
                                    commissievergaderingen een vergoeding ter grootte van het
                                    (maximum)bedrag, vermeld in de bij het Rechtspositiebesluit
                                    raads- en commissieleden behorende en voor hen geldende tabel
                                    (IV) voor de gemeenteklasse van de gemeente Zwolle, zoals dat
                                    bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en
                                    Koninkrijksrelaties wordt herzien.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid heeft betrekking op leden van de:</al><lijst><li nr="-"><al>Commissie Culturele Activiteiten;</al></li><li nr="-"><al>Commissie Naamgeving;</al></li><li nr="-"><al>Belanghebbendenraad Kranenburg;</al></li><li nr="-"><al>Rekenkamercommissie, voor zover deze geen raadslid zijn
                                            (zie lid 4, onder a);</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene
                                    die als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de
                                    werkzaamheden als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet
                                    ontvangt. Concreet geldt dit voor de burgerleden als bedoeld in
                                    artikel 1 onder k, die deelnemen aan het in artikel 1 onder a
                                    genoemde Raadsplein. Zij ontvangen de maximale vaste onbelaste
                                    vergoeding conform de door de fiscus gehanteerde
                                    vrijwilligersregeling. </al></li><li nr="4."><al>Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een
                                    commissie</al><lijst><li nr="a."><al>als raadslid of wethouder; Dit geldt concreet voor de
                                            leden van de Werkgeverscommissie Raadsgriffie en voor
                                            een deel van de leden van Rekenkamercommissie. </al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="b."><al>uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van
                                            een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid, dan wel van
                                            een functie bij een instelling die grotendeels van
                                            overheidswege wordt gesubsidieerd; </al></li><li nr="c."><al>als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling,
                                            organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van
                                            de commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk
                                            belang dient. </al></li></lijst></li><li nr="5."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid ontvangen: </al><lijst><li nr="a."><al>de leden van de Cliëntenraad SoZaWe en de Cliëntenraad
                                            WMO een vergoeding op grond van de Verordening
                                            Cliëntenraad SoZaWe gemeente Zwolle 2008,
                                            respectievelijk de Verordening individuele voorzieningen
                                            maatschappelijke ondersteuning gemeente Zwolle 2007. In
                                            deze vergoeding is een bedrag voor compensatie
                                            onkosten/reiskosten inbegrepen. </al></li><li nr="b."><al>de leden van de Cliëntenraad Wsw een
                                            (onkosten)vergoeding op grond van de Verordening
                                            cliëntenparticipatie sociale werkvoorziening gemeente
                                            Zwolle 2008. </al></li><li nr="c."><al>de leden van de Integratieraad een vergoeding ten
                                            bedrage van 75% en de voorzitter een vergoeding van 100%
                                            van het (maximum)bedrag, vermeld in de bij het
                                            Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden behorende
                                            tabel (IV) voor de gemeenteklasse van de gemeente
                                            Zwolle, zoals dat bedrag jaarlijks door de minister van
                                            Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien.
                                            In deze vergoeding is een bedrag voor compensatie
                                            onkosten/reiskosten inbegrepen. De adviseur van de
                                            Integratieraad ontvangt bij oproep voor een vergadering
                                            alleen een onkosten/reiskostenvergoeding. </al></li><li nr="d."><al>de leden van de Programmaraad IJsselland c.a. geen
                                            vergoeding. </al></li><li nr="e."><al>de leden van de Schadebeoordelingscommissie (in elk
                                            geval tot de benoeming van een nieuwe commissie in 2009)
                                            een vergoeding op basis van een overeengekomen
                                            uurtarief. </al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Wegens bijzondere beroepsmatige deskundigheid en de zwaarte en
                                    omvang van hun taak als bedoeld in artikel 15 van het
                                    Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden ontvangen in
                                    afwijking van het bepaalde in het eerste lid: </al><lijst><li nr="a."><al>de leden van de Adviescommissie bezwaarschriften een
                                            vergoeding ten bedrage van 140 % en de (vice-)voorzitter
                                            een vergoeding van 180 %van het (maximum)bedrag,
                                            vermeld in de bij het Rechtspositiebesluit raads- en
                                            commissieleden behorende tabel (IV) voor de
                                            gemeenteklasse van de gemeente Zwolle, zoals dat bedrag
                                            jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en
                                            Koninkrijksrelaties wordt herzien.</al></li><li nr="b."><al>de leden van de Commissie Stimulering Producties
                                            Podiumkunsten een vergoeding ten bedrage van 100 % en de
                                            voorzitter een vergoeding van 150 % van het
                                            (maximum)bedrag, vermeld in de bij het
                                            Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden behorende
                                            tabel (IV) voor de gemeenteklasse van de gemeente
                                            Zwolle, zoals dat bedrag jaarlijks door de minister van
                                            Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt
                                            herzien.</al></li><li nr="c."><al>de leden van de Commissie Beeldende Kunst een vergoeding
                                            ten bedrage van 100 % en de voorzitter een vergoeding
                                            van 150 % van het (maximum)bedrag, vermeld in de bij het
                                            Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden behorende
                                            tabel (IV) voor de gemeenteklasse van de gemeente
                                            Zwolle, zoals dat bedrag jaarlijks door de minister van
                                            Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt
                                            herzien.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Reis- en verblijfkosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of wethouder is
                                    en niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de
                                    commissie is benoemd worden de reiskosten voor het bijwonen van
                                    de vergaderingen van de commissie vergoed conform het
                                    Reisbesluit – en de Reisregeling binnenland. De vergoeding
                                    betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer (als trein
                                            en bus): een volledige vergoeding van de in redelijkheid
                                            gemaakte noodzakelijke reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel (auto, motor,
                                            bromfiets of fiets) als openbaar vervoer niet mogelijk
                                            of niet doelmatig is: een vergoeding van de in
                                            redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten
                                            overeenkomstig de artikelen 2 en 4 van de Reisregeling
                                            binnenland;</al></li><li nr="c."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel als openbaar
                                            vervoer wel mogelijk en doelmatig is: een vergoeding van
                                            de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten
                                            overeenkomstig de artikelen 3 en 4 van de Reisregeling
                                            binnenland;</al></li><li nr="d."><al>Slechts indien (voor een deel van de reis) geen middelen
                                            van openbaar vervoer beschikbaar zijn en ook geen
                                            gebruik kan worden gemaakt van eigen vervoer, kunnen
                                            taxikosten worden gedeclareerd.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in lid 1 ontvangen de leden van de
                                    Cliëntenraad SoZaWe, de Cliëntenraad WMO, de Integratieraad, de
                                    Programmaraad IJsselland c.a. en de burgerleden die deelnemen
                                    aan het Raadsplein geen aparte reiskostenvergoeding. Voor de
                                    leden van de Cliëntenraad Wsw kan in de Verordening
                                    cliëntenparticipatie sociale werkvoorziening gemeente Zwolle
                                    2008 worden voorzien in een eigen reiskostenregeling.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid worden de in
                                    redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                                    reizen binnen en buiten het grondgebied van de gemeente vergoed
                                    overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 van de Reisregeling
                                    binnenland. Burgerleden-deelnemers aan het Raadsplein zijn
                                    uitgesloten van vergoeding van eventuele verblijfskosten of
                                    enige andere vergoeding bovenop hun vaste onbelaste vergoeding,
                                    gezien de regels voor de fiscale vrijwilligersregeling.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Betaling van kosten</titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door </al><lijst><li nr="a."><al>betaling uit eigen middelen; of</al></li><li nr="b."><al>rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente; of</al></li><li nr="c."><al>een gemeentelijke creditcard.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde
                            kosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de vergoeding van reis- en verblijfkosten wegens
                                    dienstreizen, alsmede de reis- , pension- en verhuiskosten van
                                    een benoemde wethouder van buiten de gemeente wordt gebruik
                                    gemaakt van een declaratieformulier, waarvan het model door het
                                    college is vastgesteld, indien deze kosten uit eigen middelen
                                    vooruit zijn betaald.</al></li><li nr="2."><al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend.
                                    Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder of het commissielid
                                    dient het declaratieformulier binnen twee weken na afloop van de
                                    maand waarop de declaratie betrekking heeft in bij de griffier,
                                    onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of een door hem
                                    aangewezen ambtenaar, onder bijvoeging van de originele
                                    bewijsstukken. Na accordering wordt de declaratie zo spoedig
                                    mogelijk aan de indiener betaald.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de
                            gemeente</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding van kosten voor cursussen, congressen, seminars of
                                    symposia , dienstreizen, alsmede de reis- , pension- en
                                    verhuiskosten van een benoemde wethouder van buiten de gemeente
                                    kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door het
                                    raadslid, onderscheidenlijk de wethouder voor akkoord
                                    ondertekende factuur aan de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient de voor
                                    akkoord ondertekende factuur binnen twee weken na afloop van de
                                    maand waarin de factuur bij de gemeente is binnengekomen in bij
                                    de griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of de door
                                    hem aangewezen ambtenaar. Na accordering wordt de factuur zo
                                    spoedig mogelijk betaald.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Gebruik creditcard</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een gemeentelijke creditcard wordt aan de wethouder in bruikleen
                                    ter beschikking gesteld voor het doen van zakelijke uitgaven die
                                    in verband met de uitoefening van de functie noodzakelijk zijn
                                    en die conform de binnen de gemeente gemaakte afspraken en de
                                    Gedragscode bestuurders voor vergoeding ten laste van de
                                    gemeente in aanmerking komen. Aan de verstrekking van de
                                    creditcard kunnen voorwaarden worden verbonden.</al></li><li nr="2."><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door
                                    het begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is
                                    vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen. </al></li><li nr="3."><al>Het begeleidingsformulier en de factuur worden binnen twee weken
                                    na afloop van de maand waarin de factuur bij de gemeente is
                                    binnengekomen na parafering door de gemeentesecretaris ingediend
                                    bij de afdeling Financiën.</al></li><li nr="4."><al>Bij beëindiging van het ambt van wethouder wordt de creditcard
                                    door de betrokkene onverwijld ingeleverd.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Intrekking oude regelingen</titel></kop><al>De verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2008
                            kan worden ingetrokken. Hiervoor treedt de onderhavige verordening in de
                            plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking met terugwerkende kracht tot 11 maart
                            2010. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                            wethouders, raads- en commissieleden 2010.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><al><vet>TOELICHTING BIJ VERORDENING RECHTSPOSITIE WETHOUDERS, RAADS- EN
                                COMMISSIELEDEN 2008 (UITLEG ALGEMEEN EN PER ARTIKEL)
                                <sup/><sup>[1]</sup></vet></al><al/><al><vet><onderstreept>ALGEMEEN</onderstreept></vet></al><al/><al><vet>Wettelijke regelingen </vet></al><al>De regeling van de rechtspositie van wethouders, raadsleden en van leden
                            van gemeentelijke commissies (als bedoeld in artikel 82 t/m 84 van de
                            Gemeentewet) vindt op meerdere niveaus plaats, te weten bij wet
                            (Gemeentewet en voor de wethouders ook de Algemene pensioenwet politieke
                            ambtsdragers Appa), AMvB (Rechtspositiebesluit wethouders en het
                            Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden), ministeriële regeling
                            (Regeling rechtspositie wethouders) en gemeentelijke verordening. In
                            deze wetten en nadere regelgeving zijn alle voor de rechtspositie van
                            belang zijnde onderwerpen geregeld. Een aantal belangrijke
                            voorzieningen, zoals de hoogte van de bezoldiging en de verschillende
                            onkostenvergoedingen, is in de genoemde rechtspositiebesluiten geregeld
                            in dwingende bepalingen. Voor een aantal voornamelijk secundaire
                            voorzieningen geldt dat de gemeente de vrijheid heeft om deze
                            voorzieningen te treffen. De gemeenteraad dient de voorzieningen in een
                            lokale verordening vast te stellen, zodat samen met de landelijk
                            vastgelegde regels een totaalpakket aan arbeidsvoorwaarden vast
                            ligt.</al><al/><al><vet>Hoofdlijnen gemeentelijke verordening </vet></al><al>In de verordening zijn bepalingen opgenomen inzake de rechtspositie van
                            wethouders, raadsleden en leden van gemeentelijke commissies. De
                            grondslag hiervoor is te vinden in de Gemeentewet en de hierboven
                            genoemde rechtspositiebesluiten. Buiten hetgeen hun bij of krachtens de
                            wet is toegekend genieten de wethouders als zodanig geen inkomsten, in
                            welke vorm dan ook, ten laste van de gemeente (artikel 44 van de
                            Gemeentewet). Een soortgelijke bepaling is voor raads- en commissieleden
                            opgenomen in artikel 99 van de Gemeentewet met als (enige) uitzondering
                            de situatie dat gedeputeerde staten toestemming geeft voor het aan
                            raads- en commissieleden bij gemeentelijke verordening toekennen van
                            voordelen, anders dan in de vorm van vergoedingen en tegemoetkomingen. </al><al/><al>De verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2008
                            bevat bepalingen inzake:</al><lijst><li nr="4"><al>de beloning voor de werkzaamheden van raads- en commissieleden,
                                    waarbij is op te merken dat voor wethouders niets is opgenomen,
                                    omdat hun bezoldiging uitputtend is geregeld in het
                                    Rechtspositiebesluit wethouders;</al></li><li nr="5"><al>een vaste algemene onkostenvergoeding voor wethouders en
                                    raadsleden;</al></li><li nr="6"><al>reis- en verblijfkosten van wethouders, raads- en
                                    commissieleden;</al></li><li nr="7"><al>reis- en pensionkosten en verhuiskosten van de bij benoeming
                                    verhuisplichtige wethouder;</al></li><li nr="8"><al>tegemoetkoming in de kosten van computergebruik voor raadsleden,
                                    beschikbaarstelling van computer- en communicatieapparatuur aan
                                    wethouders en faciliteiten in de vorm van deelname van
                                    wethouders en raadsleden aan cursussen, congressen e.d.;</al></li><li nr="9"><al>een aantal secundaire voorzieningen voor raadsleden, zoals voor
                                    zowel wethouders als raadsleden de spaarloonregeling of
                                    levensloopregeling en de fietsregeling;</al></li><li nr="10"><al>de procedure van declareren.</al><al/></li></lijst><al>Voor de voor de raadsleden en de wethouders zijn in vergelijking met de
                            oude verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden 1994
                            en de verordening regels kostenvergoeding wethouders 1993 met name nieuw
                            de bepalingen over computer en internetverbinding,
                            cursus/congres/seminar/symposium, dienstauto, communicatie-apparatuur en
                            creditcard (voorheen niet geregeld), spaarloon/levensloopregeling en
                            fietsregeling (wegens de door nieuwe fiscale regels ontstane
                            mogelijkheid van een fictief dienstverband), verlaging vergoeding
                            werkzaamheden bij arbeidsongeschiktheid, compensatie korting
                            werkloosheidsuitkering en reis-, pension- en verhuiskosten bij benoeming
                            van een wethouder van buiten (in verband met nieuwe landelijke
                            regelgeving). </al><al>Door vaststelling van de nieuwe, aangepaste verordening is er de
                            benodigde juridische basis voor wat doorgaans al praktijk is. De
                            aanpassing van de verordening in 2010 betreft het van kracht worden van
                            de wijigingen van het rechtpositiebesluit ten aanzien van een extra
                            vergoeding voor fractievoorzitters. Tevens was aanpassing noodzakelijk
                            in verband met het verstrekken van een vergoeding als tegoetkoming in de
                            kosten van computergebruik van raadsleden ter vervanging van de
                            bruikleenregeling.</al><al/><al>Ten aanzien van de rechtspositie van de commissieleden betekent
                            invoering van de huidige nieuwe verordening een meer gestandaardiseerd
                            systeem voor vergoedingen met afwijkingen voor bepaalde commissies als
                            maatwerk vereist is. Ook zijn sommige vergoedingbedragen naar boven
                            aangepast. </al><al>De belangrijkste verschillen met de oude Verordening geldelijke
                            voorzieningen raads- en commissieleden 1994 zijn dat in de oude situatie
                            (artikel 3) het standaardbedrag voor vergoeding van de commissieleden
                            doorgaans lager was zonder verschil te maken tussen voorzitter en gewone
                            leden, maar met wel een specifieke, gedetailleerde regeling voor de
                            vergoeding voor de secretaris en de adviseur. Verder waren in artikel 4
                            aparte regels opgenomen over de Adviescommissie bezwaarschriften en het
                            inmiddels -net als de Ombudscommissie- opgeheven Sociaal Economisch
                            Forum, waarbij de vergoeding voor de (vice)voorzitter apart was
                            geregeld. Bovendien was de toekenning voor de Adviescommissie
                            bezwaarschriften uitgesplitst naar een gewone vergoeding voor het
                            bijwonen van vergaderingen en een tegemoetkoming in de kosten </al><al>-nog afgezien van reiskosten-, terwijl daarnaast nog verschil werd
                            gemaakt tussen de Personeelskamer en de andere kamers van de
                            Adviescommissie bezwaarschriften.</al><al>Omdat veel andere commissies sinds 1994 hun eigen Verordening hebben en
                            deze meer recent zijn, heeft de nieuwe verordening in de praktijk qua
                            vergoeding de meeste gevolgen voor de Adviescommissie bezwaarschriften.
                            De nieuwe verordening gaat in artikel 25 uit van jaarlijks te indexeren
                            vergoedingsbedragen zonder apart deel voor tegemoetkoming in kosten. Ook
                            wordt het (niet onderbouwde) verschil tussen de vergoedingen voor de
                            Personeelskamer en de andere kamers van de Adviescommissie
                            bezwaarschriften opgeheven. </al><al/><al>Inhoudelijk zijn vrijwel alle mogelijkheden en voorzieningen uit de
                            voorbeeld-regeling van de VNG overgenomen, zij het aangepast aan de
                            Zwolse lokale situatie en regels (bijvoorbeeld door verwijzing naar
                            Gedragscodes en Circulaires e.d.), met uitzondering van een vergoeding
                            woon-werkverkeer voor wethouders en een ziektekostenvoorziening voor
                            raadsleden. </al><al/><al><vet>De arbeidsverhouding van de wethouder</vet></al><al><onderstreept>Wethouders</onderstreept> zijn sinds de dualisering van
                            het gemeentebestuur ingevolge de Ambtenarenwet als benoemde bestuurders
                            in openbare dienst aangesteld en vallen onder de werking van die wet.
                            Echter de bepalingen over het materiële ambtenarenrecht uit de
                            Ambtenarenwet zijn niet van toepassing op wethouders. Hun rechtspositie
                            wordt, zoals hiervoor is aangegeven, beheerst door specifieke wet- en
                            regelgeving. De aanstelling in openbare dienst houdt voor de toepassing
                            van de fiscale wetgeving in dat sprake is van een arbeidsverhouding, die
                            als dienstbetrekking wordt aangemerkt. Dit betekent dat wethouders
                            direct onder de werking van de Wet op de loonbelasting vallen. Er is
                            sinds de dualisering van het gemeentebestuur dus geen mogelijkheid meer
                            om wel of niet voor de loonbelasting te opteren. Wethouders vallen niet
                            onder de werking van de Ziektewet, Werkloosheidswet en WIA. Evenmin
                            geldt voor hen de pensioenvoorziening bij het ABP. Wachtgeld na aftreden
                            en ouderdoms- en nabestaandenpensioen zijn voor wethouders geregeld in
                            de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). Wethouders zijn
                            verder werknemers in de zin van de Zorgverzekeringswet.</al><al/><al><vet>De arbeidsverhouding van het raadslid </vet></al><al><onderstreept>Raadsleden</onderstreept> zijn niet in dienstbetrekking
                            bij de gemeente. De gemeente is dus niet de werkgever. Dat betekent
                            bijvoorbeeld dat zij voor zover het betreft het raadslidmaatschap niet
                            vallen onder de werknemersverzekeringen zoals de Werkloosheidswet,
                            Ziektewet en WIA. Raadsleden worden ook niet aangemerkt als werknemer in
                            de zin van de Zorgverzekeringswet. Omdat er geen dienstbetrekking met de
                            gemeente is vallen raadsleden niet onder de Wet op de loonbelasting
                            1964, maar worden hun inkomsten getoetst aan de Wet inkomstenbelasting
                            2001. Wel kan een raadslid opteren voor de loonbelasting door te kiezen
                            voor het fictief werknemerschap (zie hieronder).</al><al/><al><vet>De mogelijkheid voor een raadslid om al dan niet te kiezen voor een
                                fictief dienstverband en de fiscale gevolgen voor wat betreft loon-
                                en inkomstenbelasting </vet></al><al><cursief>Opting in regeling / fictief dienstverband</cursief></al><al>Raadsleden kunnen opteren voor de loonbelasting. Het raadslid kan met de
                            gemeente overeenkomen dat deze loonheffing inhoudt. Dat wordt de “opting
                            in regeling” genoemd. Als gezamenlijk wordt gekozen voor het
                            loonbelastingsysteem dan draagt de gemeente de ingehouden loonheffing af
                            aan de Belastingdienst. Omdat een raadslid geen werknemer in de formele
                            zin van het woord is, valt hij zoals gezegd vanwege het
                            raadslidmaatschap niet onder de sociale zekerheidswetgeving en worden
                            over de raadsvergoeding dus ook geen premies sociale zekerheid
                            ingehouden. </al><al>De inkomsten worden als loon belast in box 1. Het raadslid hoeft in dat
                            geval geen administratie bij te houden. Kosten die worden gemaakt kunnen
                            niet worden afgetrokken. Wel kan de gemeente onder voorwaarden bepaalde
                            vergoedingen onbelast verstrekken en bepaalde faciliteiten onbelast in
                            bruikleen beschikbaar stellen. Genoemd kunnen worden de vergoeding van
                            reis- en verblijfkosten en de zakelijke deelname aan cursussen en
                            congressen. Er zijn ook vergoedingen die niet belastingvrij kunnen
                            worden verstrekt, zoals de vaste onkostenvergoeding. Deze vergoedingen
                            worden voor raadsleden die gekozen hebben voor een fictief dienstverband
                            gebruteerd toegekend, waardoor na inhouding van de loonheffing de netto
                            bedoelde vergoeding resteert. Raadsleden die gekozen hebben voor
                            inhouding van de loonbelasting kunnen ook deelnemen aan de
                            spaarloonregeling of de levensloopregeling en de fietsregeling. </al><al/><al><cursief>Fiscale standaardregeling</cursief></al><al>Als niet voor de loonbelasting wordt geopteerd, dan geldt voor het
                            raadslid dat hij voor de Wet inkomstenbelasting 2001 resultaat uit
                            onderneming/werkzaamheid geniet. In dat geval moet het betrokken
                            raadslid alle ontvangsten verantwoorden als opbrengst en kan hij/zij bij
                            de aangifte inkomstenbelasting de daadwerkelijk gemaakte
                            (beroeps)kosten, met inachtneming van een aantal wettelijke beperkingen
                            en normeringen, in mindering brengen op het belastbaar inkomen
                            (belastbare resultaat). De gemeente dient jaarlijks alle betalingen en
                            verstrekkingen aan de Belastingdienst te melden middels een opgave IB47,
                            waarbij de waarde in het economische verkeer uitgangspunt is. </al><al/><al>Raadsleden in de standaardregeling kunnen niet deelnemen aan de
                            spaarloonregeling, de levensloopregeling en de fietsregeling. </al><al>Ook zijn er gevolgen voor de hoogte van de vaste kostenvergoeding.
                            Anders dan bij raadsleden die gekozen hebben voor het fictief
                            dienstverband wordt het bedrag van de vaste onkostenvergoeding niet
                            gebruteerd, zodat een lager netto bedrag resteert. Raadsleden die
                            gekozen hebben voor de standaard regeling zullen over het lagere bedrag
                            dat zij als onkostenvergoeding ontvangen inkomstenbelasting moeten
                            betalen, tenzij zij aan de hand van bewijsmateriaal aan kunnen tonen dat
                            de vergoeding is besteed aan onkosten voortvloeiend uit het
                            raadslidmaatschap. </al><al/><al><cursief>Eénmalige keuze per zittingsperiode</cursief></al><al>Zoals hierboven naar voren is gekomen kan de keuze om al of niet te
                            opteren voor de loonbelasting voor het raadslid ingrijpende gevolgen
                            hebben. De beslissing om voor de loonbelasting te opteren kan eenmaal
                            per zittingsperiode worden gemaakt en geldt in beginsel voor de hele
                            (resterende) zittingsperiode. Wel kan betrokkene als spijtoptant
                            éénmalig terugkomen op deze beslissing voor de resterende periode.
                            Opteren voor de loonbelasting hoeft niet bij aanvang van de
                            zittingsperiode te gebeuren, maar kan ook gedurende de zittingsperiode
                            voor de resterende periode.</al><al/><al><vet>De vergoedingssystematiek</vet></al><al>Een adequate vergoedingssystematiek is van belang. Waar er functionele
                            uitgaven zijn, verdient het aanbeveling terughoudend te zijn met een
                            financieringswijze waarin de bestuurder deze uit eigen middelen vooruit
                            betaalt en de gemeente ze terugbetaalt. Vanuit die overweging heeft het
                            de voorkeur de kosten direct in rekening te brengen bij de gemeente. Aan
                            de mogelijkheid om zo nodig declaraties in te dienen zal echter behoefte
                            blijven bestaan. Als vergoedingssystematiek is gekozen voor de volgende
                            opzet:</al><lijst><li nr="-"><al><cursief>Voorzieningen, aangeboden door de organisatie en
                                        ondergebracht in de bedrijfsvoering</cursief></al></li><li nr=""><al>Concrete voorbeelden zijn de bruikleen van computer- en
                                    communicatieapparatuur, zakelijk gebruik van een dienstauto,
                                    deelname aan cursussen en congressen e.d.. Deze zakelijke
                                    uitgaven worden direct door de gemeente voldaan en de
                                    voorzieningen worden om niet in bruikleen gegeven. Zij vallen
                                    derhalve buiten de vergoedingssfeer.</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al><cursief>Voorzieningen die niet in de bedrijfsvoering zitten,
                                        maar onbelast kunnen worden vergoed</cursief></al></li><li nr=""><al>Voor een aantal zakelijke uitgaven, zoals reis- en
                                    verblijfkosten, blijft het systeem overeind dat de</al></li><li nr=""><al>gedane zakelijke uitgaven van de wethouder of het raadslid op
                                    basis van declaratie worden </al></li><li nr=""><al>vergoed. </al></li><li nr=""><al>Deze kunnen, als is voldaan aan de gestelde voorwaarden,
                                    onbelast worden vergoed.</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al><cursief>Voorzieningen die niet in de bedrijfsvoering zitten en
                                        niet onbelast kunnen worden vergoed </cursief></al></li><li nr=""><al>Voor een aantal andere beroepskosten wordt een vaste (bruto)
                                    kostenvergoeding verstrekt. </al></li><li nr=""><al>Dit geldt met name voor de vaste onkostenvergoeding voor
                                    wethouders en raadsleden (zie toelichting bij artikel 3 en 15
                                    voor specificatie van die beroepskosten).</al><al/></li></lijst><al><vet>Controle en verantwoording</vet></al><al>Voor de bestuurlijke uitgaven is -net als voor de besteding van alle
                            andere publieke middelen- transparantie van groot belang. Daartoe dienen
                            enerzijds inzichtelijke regels en richtlijnen die voor het vergoedingen-
                            en voorzieningenstelsel gelden en anderzijds een duidelijke
                            verantwoording van het daadwerkelijk gebruik. </al><al>In hoofdstuk V is in verband hiermee een aantal belangrijke procedures
                            vastgelegd over rechtstreekse facturering van functionele uitgaven,
                            declaratie van vooruit betaalde kosten en het gebruik van creditcards.
                            Daarnaast zijn er in de regeling rechtspositie in het kader van
                            integriteit diverse verwijzingen opgenomen naar toepasselijke
                            gedragscodes voor bestuurders en Gemeenteraad, de vastgelegde afspraken
                            in de Circulaire “vergoedingen reis- en verblijfkosten” en het Protocol
                            gebruik dienstauto.</al><al/><al><vet>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2: Vergoeding voor de werkzaamheden van het
                            raadslid</vet></al><al>In het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is geregeld dat
                            raadsleden voor hun werkzaamheden een vergoeding ontvangen. De hoogte
                            van de vergoeding wordt bij gemeentelijke verordening bepaald. Wel is in
                            het Rechtspositiebesluit het maximale bedrag van de vergoeding voor de
                            werkzaamheden aangegeven. In artikel 2 is de hoogte van de vergoeding
                            bepaald op het maximale bedrag, behorend bij de gemeenteklasse van de
                            gemeente Zwolle. Er is geen reden gevonden voor gebruikmaking van de
                            mogelijkheid om in Zwolle een lagere vergoeding toe te kennen. Gelet op
                            het aantal inwoners (100.001 – 125.000) ten tijde van de vaststelling
                            van deze Verordening (situatie 2008) bestaat recht op een vergoeding
                            voor gemeenteklasse 14. Het concrete bedrag voor 2008 is vermeld in het
                            overzicht van vergoedingbedragen in bijlage 2 bij deze verordening.
                            Mocht in de toekomst een wijziging optreden in het inwonersaantal,
                            waardoor Zwolle in een andere gemeenteklasse komt te vallen dan wordt de
                            hoogte van de vergoeding gewijzigd conform de daarvoor in het
                            toepasselijke Rechtspositiebesluit opgenomen regels. Daarvoor is geen
                            apart raadsbesluit vereist. Omdat er geen onderscheid mag worden gemaakt
                            tussen raadsleden, geldt de vastgestelde vergoeding per definitie voor
                            alle raadsleden. Een uitzondering betreft de extra vergoeding voor
                            fractievoorzitters (artikel 2 lid 2). Met ingang van 1 januari 2009
                            hebben fractievoorzitters recht op een extra vergoeding. De
                            fractievoorzitters in de gemeenteraden krijgen deze extra vergoeding
                            voor hun werkzaamheden, gezien de extra tijdsinspanningen van de
                            voorzitters. De extra toelage wordt naar analogie met de Eerste Kamer
                            toegekend als percentage van vergoeding voor het
                            gemeenteraadlidmaatschap. Er is aangesloten bij de regeling voor de
                            Eerste Kamer en niet bij die voor de Tweede Kamer, omdat de omvang van
                            de raden meer vergelijkbaar is met die van de Eerste Kamer. </al><al/><al>Het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden is geïndexeerd. Het
                            wordt jaarlijks per 1 januari herzien aan de hand van het indexcijfer
                            CAO lonen overheid. Hiervoor is in de gemeente geen nadere
                            besluitvorming nodig, omdat al in de verordening is vermeld dat het
                            bedrag geldt zoals dat jaarlijks door de minister wordt herzien. </al><al/><al>Raadsleden die een WAO-uitkering ontvangen kunnen sinds 1 januari 2006
                            verzoeken hun raadsvergoeding te verlagen. Daardoor kan het nadeel van
                            indeling in een lagere arbeidsongeschiktheidsklasse worden voorkomen.
                            Deze keuzemogelijkheid moet bij verordening worden toegestaan en is
                            opgenomen in artikel 11 van deze verordening.</al><al/><al><vet>Artikelen 3 en 15: Vaste onkostenvergoeding</vet></al><al>Hierin is de vaste vergoeding geregeld voor aan het ambt van wethouder
                            c.q. aan het raadslidmaatschap verbonden kosten. De vergoeding is
                            opgebouwd op basis van de volgende kostencomponenten:</al><lijst><li nr="11"><al>representatie</al></li><li nr="12"><al>vakliteratuur</al></li><li nr="13"><al>contributies, lidmaatschappen</al></li><li nr="14"><al>telefoonkosten</al></li><li nr="15"><al>bureaukosten, porti</al></li><li nr="16"><al>zakelijke giften</al></li><li nr="17"><al>bijdrage aan fractiekosten</al></li><li nr="18"><al>ontvangsten thuis</al></li><li nr="19"><al>excursies.</al><al/></li></lijst><al>Sedert 1 januari 2001 zitten daarin niet langer de kostensoorten
                            computer, cursussen en congressen. Daarvoor zijn vanaf dat tijdstip
                            specifieke voorzieningen getroffen (zie de artikelen 7, 8, 19 t/m
                            21).</al><al>De onkostenvergoeding is in verband hiermee vanaf die datum neerwaarts
                            bijgesteld. </al><al>De vaste kostenvergoeding kan sinds 1 januari 2001 niet meer onbelast
                            worden verstrekt. Om netto het bedrag van de vaste kostenvergoeding
                            gelijk te houden is het bedrag gebruteerd tegen het belastingtarief van
                            52%. Deze brutering heeft echter geen betrekking op raadsleden die niet
                            hebben geopteerd voor het loonbelastingregime (fictief dienstverband).
                            Voor hen blijven de aftrekmogelijkheden van de werkelijk gemaakte kosten
                            op het resultaat uit onderneming bestaan. Zij ontvangen de vaste
                            kostenvergoeding zonder de brutering. Voor zover zij de uitgaven daaruit
                            kunnen onderbouwen, blijft de raadsvergoeding onbelast. Wat niet kan
                            worden aangetoond, zal alsnog worden belast bij de aangifte
                            Inkomstenbelasting. (Zie hiervoor bij de algemene toelichting: “De
                            mogelijkheid voor een raadslid om al dan niet te kiezen voor een fictief
                            dienstverband en de fiscale gevolgen voor wat betreft loon- en
                            inkomstenbelasting”)</al><al/><al>De hoogte van de kostenvergoeding wordt bij gemeentelijke verordening
                            bepaald, waarbij van belang is dat in de rechtspositiebesluiten voor
                            wethouders en raadsleden een maximumbedrag voor de kostenvergoeding is
                            opgenomen. In de Zwolse verordening is in de artikelen 3 en 15 de hoogte
                            van de kostenvergoeding vastgesteld op dit maximale bedrag voor de bij
                            het inwoneraantal van de gemeente behorende gemeenteklasse. (Zie bijlage
                            2 voor de concrete bedragen in 2008.) Van de mogelijkheid voor de Raad
                            om de onkostenvergoeding op een lager bedrag (maar niet lager dan 80%
                            van het maximum) vast te stellen is dus geen gebruik gemaakt. In geval
                            in de toekomst wijziging van het inwoneraantal leidt tot indeling van
                            Zwolle in een andere gemeenteklasse, dan wordt het vergoedingbedrag
                            gewijzigd conform de daarvoor in de toepasselijke Rechtspositiebesluiten
                            opgenomen regels zonder dat daarvoor een afzonderlijk raadsbesluit
                            vereist is. Het bedrag van de kostenvergoeding is geïndexeerd en wordt
                            jaarlijks per 1 januari herzien aan de hand van de
                            consumentenprijsindex. Hiervoor is in de gemeente geen nadere
                            besluitvorming nodig nu dit al is vermeld in de verordening. </al><al/><al><vet>Artikel 5, 6 en 26: Reis- en verblijfkosten raads- en
                                commissieleden</vet></al><al>De juridische basis voor toekenning van reis- en verblijfskosten aan
                            commissieleden en raadsleden is opgenomen in de artikelen 96 en 97 van
                            de Gemeentewet. </al><al><onderstreept>Reiskosten:</onderstreept> De Gemeentewet voorziet niet in
                            een vergoeding voor ‘woon-werk-verkeer’ voor raadsleden en toekenning
                            daarvan is dan ook in strijd met artikel 99 van de Gemeentewet. Aan
                            commissieleden kan krachtens artikel 96 van de Gemeentewet echter wel
                            een vergoeding worden gegeven voor de reis- en verblijfkosten ook in
                            verband met reizen binnen de gemeente, met name voor het bijwonen van
                            commissievergaderingen. Vergoeding van deze kosten (met name de
                            reiskosten, verblijfkosten worden slechts bij uitzondering gemaakt) is
                            thans ook al praktijk en daarom is deze mogelijkheid in artikel 26
                            opgenomen. </al><al>De reiskostenvergoeding voor raadsleden, opgenomen in artikel 5, heeft
                            alleen betrekking op dienstreizen buiten het grondgebied van de gemeente
                            ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur. </al><al/><al>Omdat in het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden geen eigen
                            vergoedingsregeling is opgenomen, is in de verordening aansluiting
                            gezocht bij de vergoedingen in de Reisregeling binnenland. Daardoor
                            wordt het aantal regelingen waarnaar verwezen zou kunnen worden,
                            beperkt. Uitgangspunt voor de reiskosten is dus nog steeds de
                            Reisregeling binnenland. Dit betekent voor de reiskosten dat dezelfde
                            bedragen als de rijksregeling van toepassing zijn en dat uitgangspunt is
                            (voordeel bij) gebruik van het openbaar vervoer. </al><al>Vergoed kunnen worden de kosten van openbaar vervoer of bij gebruik van
                            eigen vervoermiddelen een kilometervergoeding, zoals die voor het
                            rijkspersoneel geldt. Wanneer met het openbaar vervoer wordt gereisd,
                            wordt zolang het gaat om in redelijkheid gemaakte en noodzakelijke
                            reiskosten een volledige vergoeding verstrekt. De vergoeding van de
                            reiskosten met het openbaar vervoer is onbelast. </al><al>Bij gebruik van een eigen vervoermiddel (auto, motor, bromfiets of
                            fiets) wordt een onderscheid gemaakt tussen de situatie dat openbaar
                            vervoer niet mogelijk/doelmatig is en de situatie dat openbaar vervoer
                            wel mogelijk en doelmatig is. De kilometervergoeding is in het eerste
                            geval hoger (op dit moment € 0,37 bruto per kilometer) dan in de tweede
                            situatie (€ 0,09 bruto per kilometer). </al><al>De kilometervergoeding is voor € 0,19 onbelast, ongeacht het gebruikte
                            vervoermiddel.Kilometervergoedingen die hoger zijn dan € 0,19
                            zijn voor dat hogere deel belast.</al><al>Vergoedingen voor parkeer-, veer- en tolgelden zijn volledig
                            belast.</al><al/><al><onderstreept>Verblijfkosten:</onderstreept> De vergoeding voor
                            noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte verblijfkosten is in de
                            rijksregeling niet nader ingevuld. Daarmee is dit een lokale
                            aangelegenheid. In Zwolle is dit al geregeld en wel in de Circulaire
                            “Vergoedingen reis- en verblijfkosten”, waarnaar in de Verordening dan
                            ook een verwijzing is opgenomen. Voor de raadsleden is tevens nog
                            verwezen naar de voor hen geldende Gedragscode, waarin staat dat
                            “noodzakelijke verblijfskosten worden vergoed, voor zover deze gezien de
                            aard van de bijeenkomst redelijk en verantwoord zijn”. Qua bedragen gaat
                            het op dit moment concreet over (afgerond) € 75 voor een overnachting, €
                            18 voor diner, € 12 voor lunch, naast een eventuele</al><al> avondcomponent en een dagcomponent voor kleine uitgaven.</al><al/><al><vet>Artikelen 7 en 19: Cursus, congres, seminar of symposium</vet></al><al>Zoals hierboven (zie toelichting bij artikel 3 en 15) al is aangegeven
                            komen deze kosten tegenwoordig rechtstreeks voor rekening van de
                            gemeente. In verband hiermee zijn deze kosten uit de vaste
                            kostenvergoeding gehaald en is nu een aparte bepaling voor deze kosten
                            noodzakelijk. Een onderscheid is gemaakt tussen cursussen, congressen
                            e.d. die door of vanwege de gemeente in het gemeentelijk belang zijn
                            georganiseerd en cursussen, congressen e.d. waaraan het individuele
                            raadslid in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap op eigen
                            initiatief deelneemt. Partijgebonden bijeenkomsten kunnen niet ten laste
                            van de gemeente worden gebracht. Om die reden wordt in het tweede lid
                            het algemeen belang van de cursus etc. benadrukt. In het laatste geval
                            zijn er aanvullende voorwaarden gesteld (inhoudelijke informatie over de
                            cursus of het congres en een kostenspecificatie). </al><al>De in deze artikelen bedoelde cursussen en congressen hebben een
                            zakelijk karakter en zijn aan te merken als beroepskosten waarvan de
                            vergoeding c.q. verstrekking van loonbelasting is vrijgesteld. </al><al/><al><vet>Artikel 8 en 20: Computer en internetverbinding</vet></al><al>Raadsleden:</al><al>Voor de uitoefening van het raadslidmaatschap is het beschikken over een
                            geschikte computer met bijbehorende apparatuur en software een
                            randvoorwaarde. Steeds meer raadsinformatie wordt digitaal aangeboden.
                            In het verleden werd op aanvraag om niet een laptop met bijbehorende
                            apparatuur en software in bruikleen beschikbaar gesteld. Uit o.a.
                            praktische overwegingen is besloten om met ingang van de raadsperiode
                            2010 – 2014 een vergoeding te verstrekken, in plaats van het in
                            bruikleen beschikbaar te stellen van een laptop. De mogelijkheid voor
                            het verstrekken van een vergoeding als tegemoetkoming in de kosten van
                            computergebruik is opgenomen in het Rechtspositiebesluit raads- en
                            commissieleden. (artikel 7a lid 2). Gekozen is voor een zo eenvoudig
                            mogelijke regeling. Jaarlijks krijgen raadsleden op aanvraag een bruto
                            bedrag van € 700,- als tegemoetkoming in de kosten van computergebruik.
                            Raadsleden gebruiken deze tegemoetkoming voor aanschaf en/of vervanging
                            van een computer (laptop) naar keuze ten behoeve van het raadswerk. De
                            hoogte van het bedrag is afgeleid van de totale kosten van een computer
                            (laptop) bijbehorende apparatuur en software tot een maximum van €
                            2333,33. Er wordt uitgegaan van een afschrijvingstermijn van 3 jaar en
                            een privé gebruik van 10%. ( € 2333,33 x 90% : 3 = € 700,-) Raadsleden
                            zijn zelf verantwoordelijk voor de computerapparatuur. Er wordt dus door
                            de gemeente geen enkele ondersteuning verleend. Daarom is de vergoeding
                            tevens bedoeld als een tegemoetkoming in de kosten van een
                            servicecontract of technische ondersteuning (onderhoud en reparatie).
                            Verder is de vergoeding bedoeld als tegemoetkoming in de kosten van
                            verbruiksmaterialen zoals inktcartridges en papier. </al><al>De verstrekte vergoeding van € 700,- is niet belastingvrij. Voor
                            raadsleden die hebben gekozen voor “fictief dienstverband” zal op deze
                            vergoeding loonbelasting worden ingehouden.</al><al>Naast de vergoeding voor computergebruik, wordt op aanvraag een
                            vergoeding verstrekt voor de aansluit- en abonnementskosten ten behoeve
                            van aansluiting op internet. Deze laatste vergoeding kan wel
                            belastingvrij worden uitgekeerd. Voor de aansluiting op internet
                            bedraagt de vergoeding € 300,-- per jaar. De vergoeding voor de aanleg-
                            en abonnementskosten voor de internetverbinding is geregeld in artikel
                            7a lid 3 </al><al/><al>Wethouders:</al><al>In Zwolle hebben de wethouders op de werkplek in het gemeentehuis elk
                            een bureau met vaste computer en internetaansluiting ter beschikking. In
                            voorkomende gevallen kunnen zij na overleg (tijdelijk) een laptop in
                            bruikleen krijgen.</al><al/><al><vet>Artikel 9 en 22: Spaarloon/levensloop</vet></al><al>Raadsleden die gekozen hebben voor het fictieve werknemerschap en
                            wethouders kunnen deelnemen aan de spaarloonregeling, dan wel aan de
                            levensloopregeling. Een combinatie van beide is niet toegestaan. Evenmin
                            het mogelijk een ‘werkgeversbijdrage’ te verstrekken. Het gaat hier niet
                            om een rechtspositionele aangelegenheid, maar om een fiscale faciliteit
                            voor werknemers.</al><al>Het levensloopsaldo kan niet omgezet worden in verlof, omdat raadsleden
                            noch wethouders in hun politieke functie verlof kennen. Het saldo valt
                            bij beëindiging van het ambt vrij en kan worden meegenomen naar een
                            andere levensloopregeling.</al><al/><al><vet>Artikel 10 en 23: Fietsregeling</vet></al><al>Raadsleden die gekozen hebben voor het fictieve werknemerschap en
                            wethouders kunnen deelnemen aan de fietsregeling. Het gaat hier niet om
                            een rechtspositionele aangelegenheid, maar om een fiscale faciliteit
                            voor werknemers. Het is niet mogelijk een ‘werkgeversbijdrage’ te
                            verstrekken. </al><al>Afhankelijk van de kostprijs van de fiets bedraagt de vermindering ten
                            hoogste het bedrag dat in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling
                            loonbelasting 2001 is vastgelegd.</al><al/><al><vet>Artikel 11: Verlaging vergoeding werkzaamheden bij
                                arbeidsongeschiktheid</vet></al><al>In de motie Slob (Kamerstukken II, 2004-2005, 29 800 VII, nr. 21) is
                            aangegeven dat de gemeenteraad een brede afspiegeling van de bevolking
                            dient te vormen. Om deze reden moeten drempels om raadslid te worden of
                            te blijven, worden weggenomen. In WAO en WIA geldt het algemene principe
                            dat indien een persoon inkomen uit arbeid geniet, dit in de regel zal
                            leiden tot verlaging of intrekking van de wettelijke
                            arbeidsongeschiktheidsuitkering. Dit omdat een dergelijke uitkering is
                            bedoeld om het als gevolg van arbeidsongeschiktheid ontstane verlies aan
                            verdienvermogen te vergoeden. Voor raadsleden kan dit ertoe leiden dat
                            een geringe verhoging van het inkomen door een raadsvergoeding een grote
                            teruggang betekent voor de hoogte van de wettelijke
                            arbeidsongeschiktheidsuitkering als gevolg van de anticumulatieregeling.
                            Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen bij aanvaarding van een raadszetel of
                            bij verhoging van de vergoeding voor de werkzaamheden. Op grond van
                            artikel 12 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden kunnen
                            gemeenten hiervoor een voorziening treffen. Die is te vinden in artikel
                            11 van de verordening. Daarin is geregeld dat op aanvraag een raadslid
                            een lagere vergoeding voor de werkzaamheden wordt gegeven om te
                            voorkomen dat de anticumulatieregeling zal leiden tot een verlaging van
                            de wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering van het raadslid.</al><al/><al><vet>Artikel 12: Compensatie korting werkloosheidsuitkering</vet></al><al>Artikel 20 (lid 5) van de Werkloosheidswet (WW) komt erop neer dat op
                            het moment dat iemand een werkloosheidsuitkering op grond van die wet
                            ontvangt en nieuwe werkzaamheden aanvangt, de WW- uitkering wordt gekort
                            met het aantal uren dat in de nieuwe functie wordt gewerkt. Het Besluit
                            werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel kent een soortgelijke
                            bepaling. De hoogte van het inkomen uit de nieuwe betrekking is daarbij
                            niet relevant. Dit betekent dat als iemand raadslid wordt en de
                            vergoeding daarvoor lager is dan de WW-uitkering voor die uren een
                            negatief inkomenseffect ontstaat. Op grond van artikel 12 van het
                            Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden heeft de Raad de
                            mogelijkheid dit nadeel bij verordening te compenseren. Dit is nu
                            geregeld in artikel 12 van de verordening.Het is wel van belang dat het
                            betrokken raadslid de salarisadministratie (afdeling Pba) van de
                            gemeente zo spoedig mogelijk op de hoogte stelt van het optreden van het
                            negatieve inkomenseffect.</al><al/><al><vet>Artikel 13: Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de
                                gemeenteraad</vet></al><al>In artikel 77 van de Gemeentewet is geregeld dat het voorzitterschap van
                            de gemeenteraad bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester
                            wordt waargenomen door het langstzittende raadslid. De gemeenteraad kan
                            ook een ander raadslid met de waarneming van het voorzitterschap
                            belasten. In overeenstemming met artikel 8a het Rechtspositiebesluit
                            raads- en commissieleden is in artikel 13 van de verordening geregeld
                            dat bij een onafgebroken waarneming van meer dan 30 dagen het
                            betreffende raadslid over de tijd van waarneming recht heeft op een
                            toeslag van 8% van de vergoeding voor de werkzaamheden en van de vaste
                            onkostenvergoeding.</al><al>Artikel 14: Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en
                            bevalling of ziekte</al><al>Raadsleden kunnen tijdelijk worden vervangen wegens zwangerschap en
                            bevalling, dan wel wegens langdurige ziekte. Zie artikel 9 van het
                            Reglement van orde van de Raad. De regeling is gebaseerd op de Kieswet
                            (zie artikelen X10, X11 en X12), omdat het te vervangen raadslid
                            tijdelijk ontslagen wordt. In de vacature wordt voorzien door de
                            tijdelijke benoeming van de vervanger. Er is steeds sprake van een vaste
                            periode van 16 weken. Na afloop van de vervangingstermijn wordt zonder
                            enig verzoek of besluit de oude situatie hersteld. </al><al/><al><vet>Artikel 16: Kosten in verband met dienstreizen</vet></al><al><onderstreept>Reiskosten</onderstreept></al><al>Ingevolge artikel 16 van de verordening worden zakelijke reiskosten,
                            indien gemaakt met het openbaar vervoer, volledig vergoed (mits in
                            redelijkheid gemaakt). Wanneer voor de diensreis gebruik wordt gemaakt
                            van de eigen personenauto wordt altijd € 0,37 bruto per afgelegde km
                            (normbedrag 2008) vergoed, dus ongeacht of openbaar vervoer in de
                            gegeven situatie ook mogelijk/doelmatig was. Deze afwijking van het
                            systeem van de Reisregeling binnenland heeft te maken met de voor
                            wethouders dwingend voorgeschreven regels voor zakelijke reiskosten in
                            artikel 23, onder b van het Rechtspositiebesluit wethouders in samenhang
                            met artikel 4 van de Regeling rechtspositie wethouders.</al><al>De kilometervergoeding is, voor zover die meer bedraagt dan € 0,19,
                            belast. </al><al>Vergoedingen voor parkeer-, veer- en tolgelden zijn volledig belast</al><al><onderstreept>Verblijfkosten</onderstreept>: Gelet op de Regeling
                            rechtspositie wethouders (en de toelichting daarbij) geldt voor de
                            wethouders dat de noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte
                            verblijfkosten voor vergoeding in aanmerking komen als maar vaststaat
                            dat de kosten daadwerkelijk gemaakt zijn. Er is in de Regeling geen
                            maximumbedrag aan de verblijfkostenvergoeding gesteld. </al><al/><al><vet>Artikel 17: Dienstauto</vet></al><al>Als onderdeel van de bedrijfsvoering kan de gemeente een dienstauto met
                            of zonder chauffeur voor zakelijk gebruik beschikbaar stellen aan
                            wethouders. Ook kan de dienstauto onder voorwaarden worden ingezet voor
                            zogenaamde ambtsgebonden nevenfuncties. De dienstauto is niet
                            beschikbaar voor privé-gebruik.</al><al>Gebruik van de dienstauto voor een niet-ambtsgebonden nevenfunctie wordt
                            door de fiscus gezien als privégebruik.</al><al>Zie voor een samenvatting van de geldende regels de brief van de
                            minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 22 maart
                            2007 aan de Tweede Kamer (Tweede-Kamerstuknummer 30800 VII, nr.
                                42<cursief>)</cursief></al><al>Verder is in de Zwolse situatie van belang de inhoud van het Protocol
                            gebruik dienstauto d.d. 4 april 2008. De daarin vastgelegde regels zijn
                            van onverkort van toepassing. </al><al/><al><vet>Artikelen 18: Buitenlandse dienstreis</vet></al><al>Bij buitenlandse dienstreizen in het gemeentelijk belang kunnen aan de
                            wethouder de in redelijkheid gemaakte werkelijke reis- en verblijfkosten
                            worden vergoed. De tarieven in het voor het rijkspersoneel geldende
                            Reisbesluit buitenland zijn daarbij richtsnoer. Ook gelden de binnen
                            Zwolle gemaakte afspraken voor buitenlandse reizen, zoals opgenomen in
                            de lokale Circulaire “Vergoedingen reis- en verblijfkosten” en de
                            voorwaarden die zijn vastgesteld in de Gedragscode van het college.
                            Expliciete besluitvorming in het college over de buitenlandse reis is
                            noodzakelijk. </al><al/><al><vet>Artikel 21: Communicatie-apparatuur (mobiele telefoon en
                                black-berry)</vet></al><al>Aan de wethouder wordt voor de uitoefening van het ambt een mobiele
                            telefoon en een black-berry in bruikleen ter beschikking gesteld. De
                            hoofdregels van de bruikleen zijn opgenomen in lid 2.</al><al>De inhoud van lid 3 van artikel 21 hangt samen met de fiscale
                            regelgeving op dit punt.</al><al>Met ingang van 1 januari 2007 zijn de vergoedingen of verstrekkingen van
                            een mobiele telefoon geheel onbelast als het zakelijk gebruik meer dan
                            10% bedraagt.</al><al>In de vaste onkostenvergoeding is een component telefoonkosten
                            opgenomen. Voor deeltijdwethouders is dat 12% van de onkostenvergoeding
                            en voor voltijd wethouders 9%. Bij het verstrekken van een mobiele
                            telefoon kan sprake zijn van overbedeling. De component telefoonkosten
                            kan om die reden verminderd worden. Anderzijds is ook bij wethouders
                            sprake van gebruik van de privé telefoon voor zakelijke doeleinden. Voor
                            dit doel ontvangen burgemeesters maandelijks bruto een bedrag van € 25,=
                            (situatie 2008). Het is redelijk om, wanneer plaatselijk de component
                            telefoonkosten wordt gekort, deze korting tot een bedrag van € 25,= per
                            maand van de bruto onkostenvergoeding achterwege te laten.</al><al/><al><vet>Artikel 24: Reis- , pensionkosten en verhuiskosten bij
                                benoeming</vet></al><al>Sinds de dualisering van het gemeentebestuur kunnen personen van buiten
                            de gemeenteraad tot wethouder worden benoemd. Dat kunnen ook personen
                            zijn die niet in de gemeente zelf wonen. Die zijn op grond van de
                            Gemeentewet verplicht om te gaan wonen in de gemeente waar zij wethouder
                            zijn geworden. De Raad kan bepalen dat de bijbehorende kosten voor
                            vergoeding in aanmerking komen en zo ja, dan dienen de voorwaarden in de
                            Regeling rechtspositie wethouders te worden overgenomen. In artikel 24
                            van de verordening is conform deze mogelijkheid geregeld dat wethouders
                            bij verhuizing naar de gemeente in aanmerking komen voor een
                            verhuiskostenvergoeding (concreet: transportkosten plus gemaakte andere
                            kosten tot een maximum -dus minder mag ook- van in 2008 € 5.445,= en de
                            kosten in verband met dubbele woonlasten tot maximaal € 272,27 gedurende
                            een periode van maximaal 4 maanden) en voorafgaand aan de verhuizing
                            reiskosten (concreet: kosten openbaar vervoer of bij gebruik eigen auto
                            normbedrag 2008 van € 0,14 per km) en pensionkosten (concreet: een
                            maandelijks bedrag van maximaal 90 % van de gemaakte pensionkosten tot
                            ten hoogste 50 % van de bezoldiging). De vergoedingen zijn
                            onbelast.</al><al/><al><vet>Artikel 25: Vergoeding voor het bijwonen van
                            vergaderingen</vet></al><al>In dit artikel is het presentiegeld voor leden van gemeentelijke
                            commissies geregeld. Deze bepaling geldt niet voor raadsleden en
                            wethouders die in de commissie zitten. Hun vergoeding is immers al
                            geregeld in de rechtspositiebesluiten en elders in deze verordening.
                            Uitgezonderd zijn verder onder meer ambtenaren en bestuurders die in die
                            hoedanigheid in de commissie zitting hebben. Uitgezonderd zijn tenslotte
                            vertegenwoordigers van belangengroepen e.d., tenzij hun lidmaatschap
                            tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang dient. (Zie artikel
                            25, lid 4 van de Verordening)</al><al>De hoogte van het presentiegeld wordt bij gemeentelijke verordening
                            bepaald. </al><al>In artikel 25, eerste lid, is er voor gekozen de hoogte van de
                            standaardvergoeding te bepalen op het door de minister vastgestelde
                            maximum, dat is gekoppeld aan de bij het inwoneraantal van de gemeente
                            Zwolle behorende gemeenteklasse (in 2008: klasse 5). Mocht in de
                            toekomst een wijziging optreden in het inwonersaantal waardoor Zwolle in
                            een andere gemeenteklasse komt te vallen, dan wordt de hoogte van de
                            vergoeding gewijzigd conform de daarvoor in het Rechtspositiebesluit
                            raads- en commissieleden opgenomen regels. Het maximumbedrag wordt
                            verder jaarlijks per 1 januari herzien aan de hand van het indexcijfer
                            CAO lonen overheid. </al><al>De raad kan echter ook een lager bedrag of juist een hoger bedrag aan
                            presentiegeld vaststellen dan het eerder genoemde maximumbedrag. Van de
                            mogelijkheid tot afwijking naar beneden of boven is in artikel 25, lid
                            3, lid 5 en lid 6 van de Zwolse Verordening daadwerkelijk gebruik
                            gemaakt. Daarbij is uitdrukkelijk rekening gehouden met de specifieke
                            praktijkeisen, samenhangend met de aard van de betrokken commissies en
                            de aan de leden daarvan gestelde eisen. Voor de concrete bedragen in
                            2008 wordt verwezen naar bijlage 2 bij deze verordening. </al><al/><al>De huidige verordening bevat een aantal belangrijke verschillen
                            vergeleken met de oude verordening. </al><al>Zie hiervoor het algemene deel van deze toelichting, onder de kop
                            hoofdlijnen. Zo is onder meer voor de Adviescommissie bezwaarschriften
                            de uitsplitsing tussen gewone vergoeding voor het bijwonen van
                            vergaderingen en een tegemoetkoming in de kosten (buiten reiskosten
                            e.d.) vervallen. Er is nu dus nog maar één totaalbedrag aan vergoeding
                            per vergadering, waarin het vroegere bedrag aan (niet nader
                            gespecificeerde) onkosten is inbegrepen. </al><al/><al><vet>Artikelen 27 t/m 30: De procedure van declaratie</vet></al><al>In artikel 27 zijn de drie wijzen van betaling aangegeven. In artikel 28
                            t/m 30 is vervolgens aangegeven in welke gevallen welke betalingswijze
                            aan de orde is en welke procedurevoorschriften in achtgenomen moeten
                            worden. </al><al/><al><cursief>Declaratie van vooruitbetaalde kosten</cursief></al><al>Daarbij gaat het om vergoeding van de volgende kosten:</al><lijst><li nr="-"><al>zakelijke reis- en verblijfkosten van raadsleden en
                                    wethouders;</al></li><li nr="-"><al>reis- en verblijfkosten van leden van gemeentelijke
                                    commissies;</al></li><li nr="-"><al>reis- en verblijfkosten bij buitenlandse dienstreizen van
                                    wethouders;</al></li><li nr="-"><al>reis-, pension- en verhuiskosten bij benoeming wethouder.</al><al/></li></lijst><al><cursief>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</cursief></al><al>Rekeningen kunnen rechtreeks bij de gemeente in rekening worden gebracht
                            in de volgende gevallen:</al><lijst><li nr="-"><al>deelname aan cursussen, congressen, seminars en symposia door
                                    raadsleden en wethouders;</al></li><li nr="-"><al>zakelijke reis- en verblijfkosten van wethouders;</al></li><li nr="-"><al>reis-, pension- en verhuiskosten bij benoeming;</al></li><li nr="-"><al>reis- en verblijfkosten bij buitenlandse dienstreizen van
                                    wethouders.</al><al/></li></lijst><al><cursief>Gebruik creditcard</cursief></al><al>Aan wethouders wordt in Zwolle onder voorwaarden een creditcard
                            beschikbaar gesteld voor functionele uitgaven ten laste van de gemeente.
                            Gebruik van de creditcard is mogelijk voor noodzakelijke zakelijke
                            uitgaven in verband met de uitoefening van de functie en die vallen
                            binnen de afspraken die zijn vastgelegd in de Gedragscode bestuurders. </al><al/><al>De indieningstermijn in de artikelen 28 en 29 is aangepast aan de
                            fiscale regels in de Wet Walvis. Een declaratie dient binnen 2 weken na
                            afloop van de maand waarop de declaratie (of factuur) betrekking heeft
                            te zijn ingediend.</al><al/><al><vet>Artikelen 31 t/m 33: Citeertitel en inwerkingtreding</vet></al><al>In verband met de invoering van deze nieuwe verordening dient de oude
                            verordening te worden ingetrokken. De citeertitel van de nieuwe
                            verordening is: Verordening rechtspositie wethouders, raads- en
                            commissieleden 2010.</al><al/><al>De inwerkingtreding van de nieuwe verordening is bepaald op 11 maart
                            2010 de dag van aantreden van de nieuwe raad.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>