<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR328113_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Boekel</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-03-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Boekel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://overheid.nl">Gemeenteblad Boekel, d.d. 1 april 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8">Wet werk en bijstand, artikel 8</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=36">Wet werk en bijstand, artikel 36</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-02-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z/023320 AB/012310</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Raadsbesluit</vet></al><al/><al/><al>De raad van de gemeente Boekel;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 14 januari
                        2014</al><al>gelet op:</al><al>artikel 8 en artikel 36 van de Wet werk en bijstand;</al><al><vet>BESLUIT</vet>:</al><al>vast te stellen de navolgende</al><al><vet>Verordening Langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand
                        2014</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>– Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="32*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="7*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="61*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.<cursief>Bijstandsnorm</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>De op belanghebbende en zijn/haar partner van
                                                toepassing zijnde bijstandsnorm zoals bedoeld in
                                                artikel 20 of 21 WWB vermeerderd met de eventuele
                                                toeslag;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.<cursief>College</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Het college van burgemeester en wethouders;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.<cursief>Langdurig</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Gelijk aan de duur van de referteperiode;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.<cursief>Langdurigheidstoeslag</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Toeslag zoals bedoeld in artikel 36 WWB;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.<cursief>Peildatum</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>De datum waarop in enig jaar het recht op
                                                langdurigheidstoeslag ontstaat;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.<cursief>Referteperiode</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Een onafgebroken periode van 36 maanden voorafgaand
                                                aan de peildatum;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.<cursief>Vermogen</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Het vermogen zoals bedoeld in artikel 34 WWB;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.<cursief>WWB</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Wet werk en bijstand</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>– Doelgroep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de doelgroep van deze regeling behoren personen van 21 jaar of
                                ouder doch jonger dan de AOW gerechtigde leeftijd, die langdurig een
                                laag inkomen en geen in aanmerking te nemen vermogen hebben, als
                                bedoeld in artikel 36, lid 1 WWB, én ten tijde van de aanvraag in de
                                gemeente woonachtig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen recht op de langdurigheidstoeslag hebben personen die:</al><al> op de peildatum of in de referteperiode een uitkering op grond van
                                de Wet op de studiefinanciering of de Wet Tegemoetkoming
                                Onderwijsbijdrage en Schoolkosten hebben genoten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>– Laag inkomen</titel></kop><al>Als laag inkomen in de zin van artikel 36 WWB wordt aangemerkt een
                            inkomen dat gedurende de referteperiode gemiddeld niet meer bedraagt dan
                            110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm; deze 110%-norm is in
                            verband met de referteperiode ook van toepassing op de jaren
                            voorafgaande aan de aanvraag op grond van deze verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>– Hoogte langdurigheidstoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de langdurigheidstoeslag is gelijk aan 40% van de van
                                toepassing zijnde bijstandsnorm vermeerderd met de eventuele toeslag
                                per maand, naar boven afgerond op hele aantallen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van de langdurigheidstoeslag wordt jaarlijks in januari
                                bekend gemaakt en geldt het gehele kalenderjaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>– Uitvoering</titel></kop><al>Het college kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot de
                            uitvoering van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>– Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere omstandigheden ten gunste van
                            belanghebbende afwijken van het bepaalde in deze verordening, als
                            toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard
                            leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>– Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                            Langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2014.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>– Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 maart 2014 en werkt
                                    terug tot 1 januari 2014.</al></li><li nr="2."><al>De eerder vastgestelde Verordening Langdurigheidstoeslag 2012
                                    vervalt bij inwerkingtreding van deze verordening.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van</ondertekening><ondertekening>de raad van de gemeente Boekel, gehouden op 20 februari 2014</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>M.R.P. Philipse P.M.J.H. Bos</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>ALGEMENE TOELICHTING</vet></al><al>Sinds 1 januari 2009 is de langdurigheidstoeslag een bijzondere vorm van
                            (categoriale) bijzondere bijstand. Deze benadering sluit aan bij het
                            uitgangspunt om, daar waar het kan, het college de vrijheid en
                            verantwoordelijkheid te geven zelf invulling te geven aan een regeling
                            en op die manier optimaal maatwerk te kunnen leveren.</al><al>Een aantal punten vult de wetgever zelf in, onder meer de minimale
                            leeftijd van 21 jaar. </al><al>De doelstelling van de langdurigheidstoeslag blijft onveranderd, te
                            weten het op aanvraag bieden van financiële ondersteuning wanneer men
                            langdurig op een laag inkomen aangewezen is.</al><al>De rechtvaardiging van de langdurigheidstoeslag is dat mensen die
                            langdurig van het sociaal minimum afhankelijk zijn, over het algemeen
                            geen mogelijkheden meer hebben om te reserveren voor (onverwachte) hoge
                            kosten, zoals voor vervangingsuitgaven die na verloop van tijd
                            onvermijdelijk zijn.</al><al>Het college kan zelf de hoogte van de langdurigheidstoeslag vaststellen
                            en de doelgroep bepalen. Een belanghebbende en zijn/haar partner, komt
                            maar eenmaal per 12 maanden voor de langdurigheidstoeslag in aanmerking.
                            Om de doelgroep af te bakenen zijn een aantal criteria nader ingevuld,
                            zoals het begrip ‘laag inkomen’ en de termijn waaraan het begrip
                            ‘langdurig’ verbonden wordt. De langdurigheidstoeslag geeft nadrukkelijk
                            de mogelijkheid deze ook van toepassing te laten zijn op werkenden met
                            een laag inkomen. In deze verordening is er van uitgegaan dat werkenden
                            tot de doelgroep behoren, in overeenstemming met het beleid zoals dat
                            tot 1 januari 2012 gold.</al><al><vet>Wettelijk kader</vet></al><al>Op grond van artikel 8, in combinatie met artikel 36 WWB, is de
                            gemeenteraad bevoegd de Verordening Langdurigheidstoeslag 2014 vast te
                            stellen. Het college is bevoegd tot het vaststellen van
                            beleidsregels.</al><al><vet>Hoogte van de langdurigheidstoeslag</vet></al><al>Tot 1 januari 2009 was de hoogte van de langdurigheidstoeslag centraal
                            bepaald, met vaste bedragen als percentage van de voor de persoon
                            toepasselijke bijstandsnorm. Sindsdien bepaalt de gemeenteraad zelf de
                            hoogte van de langdurigheidstoeslag. Daarbij moet bedacht worden dat een
                            te laag bedrag geen recht doet aan het karakter van de
                            langdurigheidstoeslag, namelijk dat deze bedoeld is voor mensen die
                            financieel geen mogelijkheden hebben gehad te reserveren voor
                            onverwachte uitgaven. Een te hoog bedrag kan echter leiden tot scheven
                            inkomensverhoudingen.</al><al><vet>Geen ambtshalve verstrekking</vet></al><al>In de WWB is bepaald dat de langdurigheidstoeslag op aanvraag wordt
                            verstrekt. Dit sluit de mogelijkheid voor ambtshalve toekenning uit. De
                            wetgever geeft hiermee aan dat het gaat om een vorm van bijzondere
                            bijstand, waarbij geldt dat voor elk individueel geval beoordeeld moet
                            worden of er recht bestaat. Er zijn echter wel mogelijkheden om de
                            aanvraag te vereenvoudigen. Als uit de administratie blijkt dat in de
                            situatie van belanghebbende het afgelopen jaar geen wijzigingen zijn
                            opgetreden, dan kan een volledig ingevuld aanvraagformulier toegezonden
                            worden. Waarna belanghebbende door het zetten van de handtekening de
                            aanvraag officieel maakt.</al><al><vet>Verordening</vet></al><al>Er is een wettelijke verplichting om een Verordening
                            Langdurigheidstoeslag vast te stellen (artikel 8 WWB).</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>WWB</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college verleent op aanvraag een langdurigheidstoeslag aan
                                    een persoon van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar, die
                                    langdurig een laag inkomen en geen in aanmerking te nemen
                                    vermogen als bedoeld in artikel 34 heeft en geen uitzicht heeft
                                    op inkomensverbetering.</al></li><li nr="2."><al>Bij de vaststelling van het inkomen, bedoel in lid 1, wordt een
                                    eerder verstrekte langdurigheidstoeslag buiten beschouwing
                                    gelaten.</al></li><li nr="3."><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van 12
                                    maanden in aanmerking komen voor een langdurigheidstoeslag.</al></li><li nr="4."><al>De langdurigheidstoeslag wordt verleend met ingang van de datum
                                    waarop de persoon langdurig een laag inkomen en geen in
                                    aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34
                                    heeft.</al></li><li nr="5."><al>De artikelen 12, 43, 49 en 52 zijn niet van toepassing.</al></li><li nr="6."><al>Voor de toepassing van lid 1 wordt onder laag inkomen niet
                                    verstaan in aanmerking te nemen inkomen hoger dan 110% van de op
                                    de betreffende alleenstaande, alleenstaande ouder met ten laste
                                    komende kinderen of gehuwden van toepassing zijnde
                                    bijstandsnorm.</al></li></lijst><al/><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</vet></al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>– Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit artikel worden definities gegeven van begrippen die meer dan eens
                            in de verordening voorkomen, en waarvan het van belang is dat er telkens
                            hetzelfde onder wordt verstaan. In een aantal gevallen wordt verwezen
                            naar definities in de wet om ervoor te zorgen dat er zoveel mogelijk
                            aansluiting blijft bij de wetgeving die van toepassing is.</al><al>De referteperiode is 3 jaar, ofwel een onafgebroken periode van 36
                            maanden voorafgaand aan de peildatum. Hiermee is meteen invulling
                            gegeven aan het begrip ‘langdurig’. Dus over de duur van de
                            referteperiode wordt bepaald of iemand langdurig een laag inkomen heeft.
                            Deze termijn is hetzelfde als in de Verordening Langdurigheidstoeslag
                            2012.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>– Doelgroep</titel></kop><al>De doelgroep is in feite iedereen in de leeftijd 21 jaar of ouder en
                            jonger dan de AOW gerechtigde leeftijd die aan de criteria voldoet die
                            in deze verordening nader zijn ingevuld, zowel uitkeringsgerechtigden
                            als ook werkenden met een laag inkomen.</al><al>Is er sprake van gehuwden of daarmee gelijkgestelden dan moeten beide
                            partners aan de voorwaarden van artikel 36 WWB voldoen.</al><al><cursief>Lid 2</cursief></al><al>Bepaalde groepen zijn uitgesloten van het recht op de
                            langdurigheidstoeslag. Het gaat hier om personen van wie gesteld kan
                            worden dat een recht op de langdurigheidstoeslag niet overeen zou komen
                            met de aard en doelstelling ervan.</al><al>Van studenten wordt per definitie gesteld dat zij
                            arbeidsmarktperspectief hebben. Om te voorkomen dat degene met een baan
                            met een minimuminkomen, die zijn positie middels avondstudie probeert te
                            verbeteren, niet in aanmerking zou komen, is bepalend of de studerende
                            in de referteperiode studiefinanciering heeft genoten.
                            Studiefinanciering is immers alleen mogelijk bij een dagstudie en bij
                            studenten beneden een bepaalde leeftijd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>– Laag inkomen</titel></kop><al>Het begrip ‘langdurig, laag inkomen’ wordt ingevuld als een inkomen dat
                            gemiddeld niet hoger is dan 110% van de van toepassing zijnde
                            bijstandsnorm, waarbij onder bijstandsnorm wordt verstaan de wettelijke
                            norm inclusief de gemeentelijke toeslag of verlaging en de
                            vakantietoeslag.</al><al>Uit sociaal oogpunt, en in verband met de samenhang met het beleid dat
                            is gaan gelden voor andere categoriale regelingen, en in verband met
                            eenduidigheid in de uitvoering, wordt met ingang van 1 januari 2014 een
                            inkomensgrens van 110% gehanteerd.</al><al>Het inkomen alsmede het vermogen van belanghebbende en zijn/haar
                            partner, moet in ogenschouw worden genomen.</al><al>Voor het recht op langdurigheidstoeslag wordt verder geen andere
                            invulling aan het begrip inkomen gegeven dan voor het recht op algemene
                            bijstand. Dit betekent, dat vrijgelaten middelen als bedoeld in artikel
                            31, lid 2 WWB eveneens buiten beschouwing moeten blijven bij he recht op
                            langdurigheidstoeslag.</al><al>Een voorbeeld hiervan is:</al><al>-een bepaald gedeelte van de inkomsten uit arbeid bij alleenstaande
                            ouders met jonge kinderen.</al><al>Het inkomen van belanghebbende of het gezin wordt zoveel mogelijk
                            getoetst met behulp van bewijsstukken over de referteperiode. Voor de
                            vermogensvaststelling worden bankafschriften en jaaroverzichten
                            opgevraagd. De vermogenstoets van artikel 36, lid 1 WWB heeft betrekking
                            op de gehele referteperiode (vergelijk CRVB 01-05-2007 nrs. 05/6366 WWB
                            e.a.). Als vaststaat dat belanghebbende op enig moment in de
                            referteperiode heeft beschikt over vermogen boven de vermogensgrens,
                            heeft belanghebbende feitelijk geen recht op langdurigheidstoeslag.</al><al>Vooral bij aanvragers die geen algemene bijstand hebben ontvangen, is
                            het niet altijd eenvoudig om achteraf vast te stellen of op geen enkel
                            moment in de referteperiode er een vermogen is geweest dat hoger was dan
                            de vermogensgrens. Om praktische redenen kan dan in beginsel worden
                            volstaan met alleen een vermogenstoets op de peildatum.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>– Hoogte langdurigheidstoeslag</titel></kop><al>De langdurigheidstoeslag wordt uitgedrukt in een percentage (40%) van de
                            van toepassing zijnde bijstandsnormen, afgezet tegen de persoonlijke
                            situatie, vermeerderd met de eventuele toeslag. Het bedrag wat
                            vervolgens uit de berekening volgt, wordt naar boven afgerond om hele
                            aantallen. Hierbij wordt aangesloten bij de hoogte van de
                            bijstandsbedragen, die het Ministerie van Sociale Zaken en
                            Werkgelegenheid jaarlijks bekend maakt.</al><al>Er worden drie normen in de wet onderscheiden: alleenstaanden,
                            alleenstaande ouders en de gehuwdennorm. Het normbedrag
                            langdurigheidstoeslag wordt jaarlijks in januari bekendgemaakt en geldt
                            voor het gehele kalenderjaar.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>– Uitvoering</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>– Hardheidsclausule</titel></kop><al>In voorkomende situaties kan het college ten gunste van belanghebbende
                            afwijken. Het gaat dan om situaties waarin deze verordening niet
                            voorziet of waarbij op grond van bijzondere omstandigheden van het geval
                            een afwijking gerechtvaardigd is.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>– Citeertitel</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>– Inwerkingtreding</titel></kop><al>Conform artikel 36 WWB vloeit uit de aard van de regeling voort dat voor
                            aanvragen die vanaf 1 januari 2014 worden ingediend het ‘oude recht’ van
                            toepassing is, voor zover de peil- en ingangsdatum voor die datum
                            liggen.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>