<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR328107_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Boekel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Boekel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://overheid.nl">Gemeenteblad Boekel d.d. 1 april 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=7">Wet werk en bijstand, artikel 7</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8">Wet werk en bijstand, artikel 8</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=10">Wet werk en bijstan, artikel 10</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=34">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=35">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=36">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004163&amp;artikel=34">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004163&amp;artikel=35">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004163&amp;artikel=36">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-02-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z/023320 AB/012322</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Raadsbesluit</vet></al><al/><al/><al>De raad van de gemeente Boekel;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 14 januari
                        2014</al><al>gelet op:</al><al>Artikel 7, artikel 8 en artikel 10, lid 2 Wet werk en bijstand, artikel
                        34, artikel 35 en artikel 36 Wet inkomensvoorziening oudere en
                        gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers en artikel 34, artikel 35 en
                        artikel 36 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al><al><vet>BESLUIT</vet>:</al><al>vast te stellen de navolgende</al><al><vet>Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand 2014</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>– Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="32*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="7*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="61*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.<cursief>Anw-ers</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Personen met een uitkering volgens de Algemene
                                                nabestaandenwet die ingeschreven zijn bij het UWV
                                                Werkbedrijf;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.<cursief>Awb</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemene wet bestuursrecht;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.<cursief>IOAW</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                                arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.<cursief>IOAZ</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                                arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.<cursief>Jongeren</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Personen in de leeftijd van 18 tot 27 jaar;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.<cursief>Nuggers</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Personen die als werkzoekenden zijn geregistreerd
                                                bij het UWV Werkbedrijf en die geen
                                                uitkeringsgerechtigden zijn;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.<cursief>Uitkeringsgerechtigden</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Personen met een uitkering ingevolge de WWB, IOAW of
                                                IOAZ;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.<cursief>Voorziening</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Een voorziening bedoeld in artikel 7, lid 1,
                                                onderdeel a WWB, en deze verordening;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.<cursief>WWB</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Wet werk en bijstand.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j.<cursief>Zoek</cursief><cursief>termijn</cursief><cursief>
                                                  jongeren</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Na melddatum UWV Werkbedrijf voor een WWB-uitkering
                                                geldt een termijn van 4 weken voor jongeren waarin
                                                ze zelfstandig (zonder voorziening) werk en/of
                                                scholing zoeken.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>– Opdracht college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt aan jongeren, de eerste vier weken na melding bij
                                het UWV Werkbedrijf, geen voorziening aan gericht op
                                arbeidsinschakeling en/of scholing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op grond van zeer dringende redenen kan tijdens de zoektermijn
                                genoemd in lid 1 bijstand worden verleend. De omstandigheden waarin
                                de jongere verkeert moet op geen enkele andere wijze te verhelpen
                                zijn dan door het verstrekken van een uitkering en/of voorziening
                                binnen de zoektermijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college biedt aan uitkeringsgerechtigden van 27 tot de AOW
                                gerechtigde leeftijd, aan personen met een nabestaanden- of
                                halfwezenuitkering, niet-uitkeringsgerechtigden alsmede personen als
                                bedoel in artikel 10, lid 2 WWB, ondersteuning bij de
                                arbeidsinschakeling aan en, voor zover het college dat noodzakelijk
                                acht, een voorziening gericht op die arbeidsinschakeling. Artikel
                                40, lid 1 WWB is van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>– Kadernota en begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt ter nadere uitvoering van deze verordening
                                jaarlijks een kadernota en begroting vast, waarin
                                beleidsprioriteiten worden aangegeven, alsmede de hoogte en wijze
                                van financiering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit kan omvatten:</al><lijst><li nr="-"><al>een omschrijving van het beleid ten aanzien van doelgroepen
                                        en de prioritering binnen en tussen die groepen, waarbij een
                                        evenwichtige aanpak als uitgangspunt wordt genomen;</al></li><li nr="-"><al>een verdeling van de beschikbare middelen over de
                                        verschillende voorzieningen;</al></li><li nr="-"><al>de criteria voor het ontheffingenbeleid ten aanzien van de
                                        arbeidsverplichting, waarbij in het bijzonder aandacht wordt
                                        besteed aan de combinatie van arbeid en zorg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college doet eenmaal per jaar aan de gemeenteraad verslag over
                                de doeltreffendheid en de effecten van het beleid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>– Aanspraak op ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de jongere geldt een zoektermijn van vier weken na melddatum
                                bij het UWV Werkbedrijf voordat aanspraak bestaat op ondersteuning
                                gericht op arbeidsinschakeling en/of scholing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan personen van 27 jaar en ouder van wie is vastgesteld dat deze
                                voldoende arbeidsperspectief heeft (groeipotentieel trede 5 en 6)
                                kan een zoektermijn worden opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de personen genoemd onder lid 1 <vet>niet voldoen</vet> aan de
                                verplichtingen verbonden aan de zoektermijn, kan de zoektermijn
                                worden verlengd met vier weken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als ondubbelzinnig blijkt uit het gedrag en de houding van de
                                persoon genoemd in lid 1, dat men niet de intentie heeft te voldoen
                                aan de verplichtingen verbonden aan de zoektermijn, dan kan dit
                                leiden tot een afwijzing van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als de personen genoemd in lid 1 <vet>gedeeltelijk niet
                                    voldoen</vet> aan de verplichtingen verbonden aan de
                                zoektermijn, wordt aan hen een hersteltermijn geboden waarbinnen ze
                                alsnog de verplichtingen verbonden aan de zoektermijn kunnen
                                nakomen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college doet een aanbod dat past binnen de criteria die gesteld
                                zijn in deze verordening en de bijbehorende uitvoeringsbesluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>– Verplichtingen van de klant</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een persoon die door het college een voorziening wordt aangeboden is
                                verplicht hiervan gebruik te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De persoon die deelneemt aan een voorziening is gehouden aan de
                                verplichtingen die voortvloeien uit de WWB, de Wet Structuur
                                Uitvoering Werk en Inkomen, deze verordening alsmede aan de
                                verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft
                                verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan de zoektermijn worden aanvullende eisen gesteld welke zijn
                                opgenomen in het uitvoeringsbesluit Reïntegratieverordening
                                2014.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als een uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening,
                                niet voldoet aan het gestelde in lid 2 kan het college de uitkering
                                verlagen conform de Afstemmingsverordening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als de persoon, niet zijnde een uitkeringsgerechtigde, die gebruik
                                maakt van een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in lid 2,
                                kan het college de kosten van de voorziening dan wel de subsidie
                                geheel of gedeeltelijk terugvorderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>– Sluitende aanpak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke uitkeringsgerechtigde krijgt binnen 6 maanden na inschrijving
                                bij het UWV Werkbedrijf een aanbod voor een voorziening gericht op
                                inschakeling voor algemeen geaccepteerde arbeid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Lid 1 is niet van toepassing als het college heeft bepaald dat voor
                                deze persoon een volledige ontheffing van de arbeidsverplichting
                                geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan in individuele gevallen afwijken van het gestelde in
                                lid 1 en lid 2.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>– Budget- en subsidieplafonds</titel></kop><al>Het college kan bij uitvoeringsbesluit één of meer subiside- of
                            budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen. Een door
                            het college ingesteld subsidie- of budgetplafond vormt een
                            weigeringsgrond bij de aanspraak op een specifieke voorziening. Het
                            college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat in
                            aanmerking komt voor een specifieke voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>– Algemene bepalingen over voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het uitvoeringsbesluit wordt vastgelegd welke voorzieningen het
                                college kan aanbieden alsmede de voorwaarden die daarbij gelden voor
                                zover daarover in deze verordening geen nadere regels zijn
                                opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien
                                uit de WWB en deze verordening, aan een voorziening nadere
                                verplichtingen verbinden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan een voorziening beëindigen:</al><lijst><li nr="a."><al>als de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn
                                        verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 10 van de WWB
                                        niet nakomt;</al></li><li nr="b."><al>als de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de
                                        doelgroep van de WWB;</al></li><li nr="c."><al>als de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt,
                                        waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze
                                        voorziening;</al></li><li nr="d."><al>als naar het oordeel van het college de voorziening
                                        onvoldoende bijdraagt aan een snelle
                                        arbeidsinschakeling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij uitvoeringsbesluit kan het college ten aanzien van de
                                voorzieningen, bedoeld in de artikelen 1 tot en met 3 nadere regels
                                stellen. Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben
                                op:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorwaarde waaronder een voorziening wordt
                                        aangeboden;</al></li><li nr="b."><al>de weigeringsgronden bij het aanbieden van
                                        voorzieningen;</al></li><li nr="c."><al>de intrekking of wijziging van de subsidieverlening of
                                        –vaststelling;</al></li><li nr="d."><al>de aanvraag van en de besluitvorming over subsidies en
                                        premies;</al></li><li nr="e."><al>de betaling van subsidies en het verlenen van
                                        voorschotten;</al></li><li nr="f."><al>het vragen van een eigen bijdrage;</al></li><li nr="g."><al>overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het
                                        verstrekken van subsidies en premies.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>– Sociale activering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan een uitkeringsgerechtigde als onderdeel van een
                                reïntegratietraject activiteiten aanbieden in het kader van sociale
                                activering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder sociale activering wordt verstaan: het verrichten van
                                maatschappelijke zinvolle, onbeloonde activiteiten ter voorbereiding
                                op een traject gericht op arbeidsinschakeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>– Werk met behoud van uitkering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan uitkeringsgerechtigden werk met behoud van
                                uitkering aanbieden, gericht op (toekomstige)
                                arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een plaatsing met behoud van uitkering kan de volgende doelen
                                dienen:</al><lijst><li nr="a."><al>proefplaatsing;</al></li><li nr="b."><al>opdoen van werknemersvaardigheden;</al></li><li nr="c."><al>activering (vrijwilligerswerk).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college plaatst een persoon alleen als door die plaatsing de
                                concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er
                                geen verdringing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In een schriftelijke overeenkomst worden, voor plaatsingen zoals
                                bedoeld in lid 2, onderdeel a en b, tenminste vastgelegd; het doel
                                van de plaatsing alsmede de wijze waarop de begeleiding
                                plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college stelt bij uitvoeringsbesluit regels ten aanzien van de
                                maximale duur en overige voorwaarden voor werk met behoud van
                                uitkering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>– Werk met loonkostensubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een subsidie verstrekken aan derden, voor een
                                uitkeringsgerechtigde, gericht op concrete arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uitkeringsgerechtigde kan voor het verrichten van arbeid
                                rechtstreeks door een werkgever/onderneming in dienst worden
                                genomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De uitkeringsgerechtigde kan in dienst worden genomen door een
                                reïntegratiebedrijf dat de uitkeringsgerechtigde, voor het
                                verrichten van arbeid, detacheert bij een onderneming.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij uitvoeringsbesluit stelt het college regels ten aanzien van de
                                duur en hoogte van de subsidie en de verplichtingen die aan de
                                subsidie verbonden worden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een uitkeringsgerechtigde wordt alleen geplaatst als door de
                                plaatsing de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden
                                beïnvloed en er geen verdringing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Met de werkgever en/of het reïntegratiebedrijf worden in ieder geval
                                schriftelijk afspraken gemaakt over de van toepassing zijnde
                                rechtspositie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>– Scholing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een vorm van scholing aanbieden gericht op
                                arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij uitvoeringsbesluit regels stellen ten aanzien
                                van de noodzakelijkheid, de maximale duur en de maximale kosten voor
                                scholing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>– Vrijlating van inkomsten uit arbeid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de uitkeringsgerechtigde die arbeid in deeltijd heeft, waarmee
                                een inkomen wordt verworven dat minder bedraagt dan de voor de
                                uitkeringsgerechtigde van toepassing zijnde bijstandsnorm, kan
                                vrijlating van inkomsten uit arbeid plaatsvinden zoals bedoeld in
                                artikel 31, lid 2, onderdeel n WWB en artikel 8, lid 5 IOAW en
                                artikel 8, lid 9 IOAZ.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan alleenstaande ouders met de zorg voor een kind
                                tot 12 jaar die voldoen aan de criteria zoals benoemd in het
                                uitvoeringsbesluit een aanvullende vrijlating van inkomsten
                                toekennen voor de duur van maximaal 30 maanden zoals bedoeld in
                                artikel 31, lid 2, onderdeel r WWB.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vrijlating van inkomsten als bedoeld in lid 1 en 2 vindt plaats
                                als dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan
                                arbeidsinschakeling en de betreffende activiteiten in een
                                reïntegratietraject zijn vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>– Overige vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een uitkeringsgerechtigde een vergoeding verstrekken
                                voor noodzakelijke kosten die gemaakt zijn in het kader van een
                                traject gericht op arbeidsinschakeling en nazorg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in lid 1 genoemde vergoedingen kunnen ook aan derden, die
                                contractueel voor de uitvoering van deze voorzieningen
                                verantwoordelijk zijn, worden verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij uitvoeringsbesluit nadere regels stellen over de
                                voorwaarden en de maximale hoogte van dergelijke vergoedingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>– Persoonsgebonden reïntegratiebudget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan een uitkeringsgerechtigde een subsidie
                                verstrekken in de vorm van een op arbeidsinschakeling gericht
                                persoonsgebonden reïntegratiebudget.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een persoonsgebonden reïntegratiebudget wordt verstaan een
                                subsidie ter voldoening van de noodzakelijk te maken kosten van
                                activiteiten die zijn gericht op arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij uitvoeringsbesluit regels stellen met betrekking
                                tot de uitvoering van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>– Alleenstaande ouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verleent aan een alleenstaande ouder die de volledige
                                zorg heeft voor een tot zijn last komend kind tot vijf jaar op diens
                                verzoek een eenmalige ontheffing van de arbeidsverplichting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ontheffing duurt maximaal vijf jaar of tot het jongste kind de
                                leeftijd van vijf jaar heeft bereikt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college biedt binnen zes maanden na het verzoek om ontheffing
                                een voorziening aan welke wordt opgenomen in een plan van
                                aanpak.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college vult de voorziening voor de alleenstaande ouder aan wie
                                een ontheffing is verleend en die niet beschikt over een
                                startkwalificatie ten minste in met scholing of opleiding die de
                                toegang tot de arbeidsmarkt bevordert, tenzij naar het oordeel van
                                het college een dergelijke scholing of opleiding de krachten of
                                bekwaamheden van de alleenstaande ouder te boven gaat.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college verricht na het opstellen van het plan van aanpak iedere
                                zes maanden een heronderzoek naar de in het plan van aanpak
                                opgenomen voorziening. Het heronderzoek strekt zich mede uit tot de
                                naleving van de in het plan van aanpak opgenomen voorziening. Het
                                college beoordeelt bij het verrichten van het heronderzoek tevens of
                                er aanleiding bestaat de voorziening te wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>– Tegenprestatie naar vermogen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan uitkeringsgerechtigden een verplichting opleggen
                                tot het doen van een tegenprestatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt de verplichting tot het doen van een tegenprestatie
                                alleen op in de vorm van werkzaamheden die niet leiden tot
                                verdringing op de arbeidsmarkt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij uitvoeringsbesluit nadere regels stellen ten
                                aanzien van het opleggen van deze verplichting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>– Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van belanghebbende
                            afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing van de
                            verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>– Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Reïntegratieverordening Wet
                            werk en bijstand 2014.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>– Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 maart 2014 en werkt
                                    terug tot en met 1 januari 2014.</al></li><li nr="2."><al>De eerder vastgestelde Reïntegratieverordening WWB, IOAW en IOAZ
                                    2011 en de Verordening Premiebeleid WWB 2004 vervallen bij
                                    inwerkingtreding van deze verordening.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van</ondertekening><ondertekening>de raad van de gemeente Boekel, gehouden op 20 februari 2014</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>M.R.P. Philipse P.M.J.H. Bos</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>ALGEMENE TOELICHTING</vet></al><al>De basis voor deze verordening ligt in artikel 8, lid 1, onderdeel a, e
                            en f en lid 2, onderdeel a en c, artikel 10, lid 1 en lid 2 WWB.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al><cursief>1.</cursief><cursief> De gemeenteraad stelt bij verordening
                                regels met betrekking tot:</cursief></al><al>a.<cursief>het ondersteunen bij arbeidsinschakeling en het aanbieden van
                                voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 7,
                                eerste lid, onderdeel a;</cursief></al><al><cursief>…</cursief></al><al><cursief>e.</cursief><cursief> de scholing, of opleiding, bedoeld in
                                artikel 10a, vijfde lid;</cursief></al><al><cursief>f.</cursief><cursief> de premie, bedoeld in artikel 10a, zesde
                                lid.</cursief></al><al><cursief>2.</cursief><cursief> De regels, bedoeld in het eerste lid,
                                hebben:</cursief></al><al>a.<cursief>voor zover het gaat om het eerste lid, onderdeel a, in ieder
                                geval betrekking op de evenwichtige aandacht voor de in artikel 7,
                                eerste lid, onderdeel a, genoemde groepen, alsmede voor
                                verschillende doelgroepen daarbinnen, en de wijze waarom rekening
                                wordt gehouden met zorgtaken;</cursief></al><al><cursief>…..</cursief></al><al><cursief>c.</cursief><cursief> voor zover het gaat om het eerste lid,
                                onderdeel f, in ieder geval betrekking op de hoogte van de premie in
                                relatie tot de armoedeval.</cursief></al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al><cursief>1.</cursief><cursief> Personen </cursief><cursief>die algemene
                                bijstand ontvangen, personen met een nabestaanden- of
                                halfwezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet en
                                niet-uitkeringsgerechtigden hebben, overeenkomstig de verordening,
                                bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, aanspraak op
                                ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van
                                het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling.</cursief></al><al><cursief>2.</cursief><cursief> Het eerste lid is van overeenkomstige
                                toepassing op personen die vanwege een voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling niet tot een van de groepen, bedoeld in het
                                eerste lid, behoren.</cursief></al><al>Naast deze punten die wettelijk geregeld moeten worden zijn er een
                            aantal zaken waar de keuze gemaakt kan worden om deze te regelen, zoals
                            bijvoorbeeld het al dan niet inzetten van werk met behoud van uitkering,
                            het toekennen van premies, inzet van loonkostensubsidies of het
                            vaststellen van subsidieplafonds.</al><al/><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</vet></al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>– Begripsbepalingen</titel></kop><al>Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de begripsomschrijvingen
                            uit de WWB. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>– Opdracht college</titel></kop><al>Hoewel belanghebbenden aanspraak kunnen maken op ondersteuning, is er
                            geen afdwingbaar recht op ondersteuning op de manier zoals
                            belanghebbende dat het liefst zou zien. Het college moet zorgdragen voor
                            een voldoende voorzieningenaanbod, maar dit staat op gespannen voet met
                            de beperkte middelen die ter beschikking staan. Vanuit dit oogpunt
                            kunnen in de verordening dan ook beleidskeuzes tot uitdrukking komen met
                            betrekking tot de prioriteiten die worden gesteld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>– Kadernota en begroting</titel></kop><al>De verordening vormt het kader waarbinnen de wet wordt uitgevoerd. Voor
                            de concrete uitvoering zijn nadere keuzes en richtlijnen nodig. Dit kan
                            door middel van een uitvoeringsbesluit, maar er moet voldoende ruimte
                            overblijven om snel en adequaat op veranderde omstandigheden in te
                            kunnen spelen. Daarom wordt in dit artikel verwezen naar de plaats waar
                            dit het beste past: in de cyclus van kadernota’s, jaarverslag en
                            begrotingen. In deze cyclus wordt binnen de reële situatie van dat
                            moment continu een afweging gemaakt tussen doelstellingen en middelen en
                            de hieruit voortkomende meest adequate inzet van middelen, waardoor snel
                            op veranderingen kan worden ingespeeld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>– Aanspraak op ondersteuning</titel></kop><al>In dit artikel wordt genoemd wie aanspraak kan maken op ondersteuning en
                            wordt aangegeven dat voor het doen van een aanbod de verordening en het
                            uitvoeringsbesluit het kader vormen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>– Verplichtingen van de klant</titel></kop><al>In dit artikel worden de verplichtingen van belanghebbende vastgelegd.
                            Deze vloeien deels rechtstreeks voort uit wetgeving, maar ook uit deze
                            verordening en verdere door het college aan een voorziening verbonden
                            voorwaarden. Dit laatste kan o.a. middels besluiten, uitvoeringsregels
                            en/of individuele afspraken.</al><al>Ook de mogelijke consequenties als niet wordt voldaan aan deze
                            verplichtingen is opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>als de jongere niet voldoet aan de verplichtingen verbonden aan
                                    de zoektermijn, wordt aan de jongere een nieuwe zoektermijn van
                                    vier weken opgelegd;</al></li><li nr="b."><al>als de jongere gedeeltelijk niet voldoet aan de verplichtingen
                                    opgelegd aan de zoektermijn kan aan hem een hersteltermijn
                                    worden geboden om alsnog aan de verplichtingen verbonden aan de
                                    eerder opgelegde zoektermijn te voldoen;</al></li><li nr="c."><al>als sprake is van een uitkeringsgerechtigde kan dit leiden tot
                                    een verlaging van de uitkering;</al></li><li nr="d."><al>als sprake is van een niet uitkeringsgerechtigde kunnen de
                                    kosten worden verhaald.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>– Sluitende aanpak</titel></kop><al>Iedere uitkeringsgerechtigde die direct aan het werk kan zal veel
                            sneller een aanbod krijgen, veelal nog voordat een uitkeringsaanvraag
                            wordt uitgereikt. De periode van 6 maanden is dan ook vooral opgenomen
                            om te voorkomen dat er personen uit beeld verdwijnen. Ook als sprake is
                            van een situatie waarbij activiteiten gericht op directe
                            arbeidsinschakeling niet haalbaar zijn zal binnen 6 maanden toch een
                            (her)beoordeling nodig zijn. Alleen als de situatie dusdanig is dat voor
                            belanghebbende een volledige ontheffing van de arbeidsplicht voor ten
                            minste 6 maanden geldt hoeft binnen die termijn geen aanbod te worden
                            gedaan.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>– Budget- en subsidieplafonds</titel></kop><al>Omdat de beschikbare middelen onvoldoende zijn om voorzieningen
                            ongelimiteerd aan te bieden kan het college een maximumbedrag en/of
                            maximum aantal personen vaststellen die van een voorziening gebruik
                            kunnen maken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>– Algemene bepalingen over voorzieningen</titel></kop><al>In lid 1 wordt verwezen naar het uitvoeringsbesluit, welke een nadere
                            specificatie is van en daarmee een aanvulling is op deze
                            verordening.</al><al>In lid 2 wordt aangegeven dat het college nadere verplichtingen aan
                            voorzieningen kan verbinden. Dit kan middels een uitvoeringsbesluit,
                            maar ook middels beleidsafspraken en/of individuele afspraken met
                            belanghebbende.</al><al>In lid 3 worden een viertal redenen om een voorziening te beëindigen
                            opgenoemd.</al><al>In lid 4 wordt een, niet uitputtend, aantal onderwerpen opgesomd
                            waarover bij uitvoeringsbesluit nadere regels kunnen worden
                            gesteld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>– Sociale activering</titel></kop><al>Naast het aanbieden van voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling ka
                            het college aan uitkeringsgerechtigden ook activiteiten aanbieden als
                            voorbereiding op een traject richting arbeidsinschakeling.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>– Werk met behoud van uitkering</titel></kop><al>In dit artikel wordt beschreven dat werk met behoud van uitkering als
                            voorziening kan worden aangeboden, mits het een doel voor ogen heeft in
                            het kader van (toekomstige) arbeidsinschakeling, het de
                            concurrentieverhoudingen niet onverantwoord beïnvloed en niet tot
                            verdringing leidt.</al><al>Voor twee van drie onder lid 2 genoemde opties is een schriftelijke
                            overeenkomst vereist, waarin het doel en de wijze van begeleiding worden
                            vastgelegd.</al><al>In lid 5 ligt besloten dat het college bij uitvoeringsbesluit tenminste
                            nadere regels moet stellen ten aanzien van de maximale duur en
                            voorwaarden voor werk met behoud van uitkering. Werk met behoud van
                            uitkering is namelijk altijd bedoeld als een tijdelijke voorziening met
                            een gericht doel.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>– Werk met loonkostensubsidie</titel></kop><al>In dit artikel wordt beschreven dat werk met loonkostensubsidie als
                            voorziening kan worden aangeboden in het kader van concrete
                            arbeidsinschakeling, mits het de concurrentieverhoudingen niet
                            onverantwoord beïnvloed en niet tot verdringing leidt.</al><al>De van toepassing zijnde rechtspositie moet schriftelijk worden
                            vastgelegd. Net als voor werk met behoud van uitkering geldt dat het
                            college bij uitvoeringsbesluit nadere regels moet stellen. Tenminste ten
                            aanzien van de duur en hoogte van de subsidie en de verplichtingen die
                            aan de subsidie worden verbonden. Enerzijds omdat werk met
                            loonkostensubsidie is bedoeld als gerichte opstap naar reguliere
                            arbeidsinschakeling en alleen moet worden ingezet als dit binnen
                            afzienbare tijd te realiseren is. Anderzijds omdat het een dure
                            voorziening is, welke beslag legt op een substantieel deel van de
                            beschikbare middelen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>– Scholing</titel></kop><al>In dit artikel staat dat scholing als voorziening kan worden aangeboden,
                            mits gericht op arbeidsinschakeling. Omdat bij het aanbieden van
                            voorzieningen de kortste, noodzakelijke weg naar reguliere, algemeen
                            geaccepteerde arbeid als uitgangspunt wordt genomen, kan het college bij
                            uitvoeringsbesluit regels ten aanzien van de noodzakelijkheid van de
                            scholing en de duur stellen als kader voor de concrete uitvoering van
                            deze voorziening. Om te voorkomen dat een onevenredig bedrag wordt
                            besteed aan scholing kan het college ook een kostenplafond
                            instellen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>– Vrijlating van inkomsten uit arbeid</titel></kop><al>Er kan vrijlating van inkomsten plaatsvinden in het kader van
                            arbeidsinschakeling conform hetgeen hierover is bepaald in de WWB. Dit
                            impliceert dat er een reïntegratietraject tussen gemeente en
                            belanghebbende is overeengekomen waarin de activiteiten in het kader van
                            arbeidsinschakeling zijn vastgelegd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>– Overige vergoedingen</titel></kop><al>Via dit artikel wordt de optie opengehouden om voorzieningen die niet
                            specifiek genoemd zijn binnen een traject in te kunnen zetten, als dit
                            door het college noodzakelijk wordt geacht. Hierdoor kan rekening worden
                            gehouden met persoonlijke situaties en maatwerk worden aangeboden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>– Persoonsgebonden reïntegratiebudget</titel></kop><al>Met dit artikel wordt de optie om belanghebbenden zelf meer de regie
                            over hun traject gericht op arbeidsinschakeling te kunnen laten voeren
                            open gehouden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>– Alleenstaande ouders</titel></kop><al>Voor alleenstaande ouders met ontheffing op grond van artikel 9a van de
                            WWB geldt dat deze wel verplicht blijven deel te nemen aan
                            voorzieningen. Als men daarbij niet beschikt over een startkwalificatie
                            is het college wettelijk verplicht tenminste een scholing of opleiding
                            aan te bieden die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>– Tegenprestatie naar vermogen</titel></kop><al>Er kan door het college aan uitkeringsgerechtigden een verplichting
                            worden opgelegd tot het verrichten van onbeloonde maatschappelijke
                            nuttige werkzaamheden die niet leiden tot verdringing op de
                            arbeidsmarkt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>– Hardheidsclausule en Artikel 19 – Citeertitel</titel></kop><al>Deze artikelen behoeven geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>– Inwerkingtreding</titel></kop><al>Met de komst van de WWB in 2004 is er een Verordening Premiebeleid WWB
                            2004 vastgesteld. In de daarop volgende jaren is de
                            Reïntegratieverordening aangepast maar de Verordening Premiebeleid is
                            daar nooit in meegenomen. Het premiebeleid is in de voorliggende
                            Re-integratieverordening opgenomen. Derhalve moet de Verordening
                            Premiebeleid WWB 2004 worden ingetrokken.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>