<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR328046_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van Reinigingsrechten 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Mook en Middelaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Mook en Middelaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Maasdriehoek 23-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reinigingsheffingen 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=229">Gemeentewet, artikel 229 lid 1, aanhef en onder a, b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003245&amp;artikel=15.33">Wet milieubeheer, artikel 15.33</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003245&amp;artikel=10.21">Wet milieubeheer, artikel 10.21</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003245&amp;artikel=10.22">Wet milieubeheer, artikel 10.22</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=225">Gemeentewet, artikel 255</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004770&amp;artikel=9">Invorderingswet 1990, artikel 9 lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-12-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013-3977, 12</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van Reinigingsrechten 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Intitulé</vet></al><al/><al>Vaststelling verordening Reinigingsheffing 2014</al><al/><al>De raad van de gemeente Mook en Middelaar;</al><al/><al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 19
                        november en 10 december 2013;</al><al/><al>Gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de
                        Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al/><al>Gezien het advies van de raadscommissie d.d. 28 november 2013;</al><al/><al><vet>Besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de <vet>Verordening op de heffing en de invordering van
                            Reinigingsrechten 2014</vet>.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><lid><lidnr/><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een afvalstoffenheffing;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>reinigingsrechten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Perceel: een gebouwde onroerende zaak, of gedeelte ervan, dat
                                blijkens indeling en inrichting bestemd is om als afzonderlijk
                                geheel door een particuliere huishouding te worden gebruikt. Met
                                perceel worden gelijk gesteld: een stacaravan, een woonboot, een
                                woonwagen en een demontabel zomer- of vakantiehuisje, indien
                                gebruikt door een particuliere huishouding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Groep van percelen: een groep van meerdere percelen, waarvoor op
                                grond van de Algemene plaatselijke verordening Mook en Middelaar
                                voor de inzameling van restafafval en/of groente-, fruit- en
                                tuinafval gemeenschappelijk gebruik wordt gemaakt van één of
                                meerdere verzamelcontainers.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bedrijfspand: een gebouwde onroerende zaak, of een zelfstandig
                                gebruikt gedeelte ervan, geen perceel dan wel groep van percelen
                                zijnde.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Huishoudelijk afval: afvalstoffen afkomstig uit particuliere
                                huishoudens, afvalwater en autowrakken daaronder niet begrepen,
                                behoudens voor zover het afgegeven of ingezamelde bestanddelen van
                                die afvalstoffen betreffen, die zijn aangewezen als gevaarlijke
                                afvalstoffen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bedrijfsafval: afval, afkomstig van kleine bedrijven, kantoren en
                                winkels dat naar aard, omvang en samenstelling gelijk is te stellen
                                aan huishoudelijk afval.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Container: het van gemeentewege voor de inzameling van groente-,
                                fruit- en tuinafval en/of restafval verstrekt inzamelmiddel.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Kalenderweek: een aaneengesloten periode van zeven dagen, beginnende
                                met een maandag en eindigende met een zondag.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Afvalstoffenheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting
                                geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij
                                behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven
                                ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan
                                krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
                                verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                                geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                                omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit,
                                beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten
                                aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet
                                milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke
                                afvalstoffen geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker
                                aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet
                                        krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                        recht feitelijk gebruik maakt van het perceel;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is
                                        afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft
                                        afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven,
                                opgenomen in de hoofdstukken 1 en 2 van de bij deze verordening
                                behorende tarieventabel met inachtneming van de overige leden van
                                dit artikel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de berekening van de belasting wordt een gedeelte van een in de
                                tarieventabel genoemde volume-eenheid als een volle eenheid
                                aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de berekening van de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1,
                                onderdeel 1.2 van de tarieventabel wordt uitgegaan van de gewichten
                                die zijn vastgesteld met behulp van de weegapparatuur op de wegende
                                inzamelauto.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het gewicht van het per kalenderweek ingezamelde huishoudelijk afval
                                wordt per perceel dan wel groep van percelen vastgesteld op het
                                verschil van het gewicht van de ter lediging aangeboden container
                                voor en na lediging. </al><al/></lid><lid><lidnr>4.1.</lidnr><al>Het gewicht per perceel dat behoort tot een groep van percelen
                                wordt, voor wat betreft het door middel van een verzamelcontainer
                                ingezamelde restafval, vervolgens vastgesteld op een, naar het
                                aantal percelen van de betrokken groep van percelen, evenredig
                                gedeelte van het totale gewicht van de betrokken groep van
                                percelen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vaststelling van het totaal per belastingtijdvak ingezamelde
                                gewicht van de afvalstoffen van een perceel vindt plaats door een
                                optelling van de gewichten van het wekelijks ingezamelde groente-,
                                fruit- en tuinafval en/of het restafval van dit perceel in het
                                betreffende belastingtijdvak, waarbij dit totaal wordt afgerond op
                                gehele kilo's naar beneden.</al></lid><lid><lidnr>5.1.</lidnr><al>De vaststelling van het totaal per belastingtijdvak ingezamelde
                                gewicht van de afvalstoffen van een perceel behorende tot een groep
                                van percelen vindt plaats door een optelling van de, voor dat
                                perceel, op grond van artikel 4.1 vastgestelde gewichten in het
                                betreffende belastingtijdvak, vermeerderd met het voor dat perceel,
                                op grond van artikel 5 vastgestelde gewicht van het wekelijks
                                ingezamelde groente-, fruit- en tuinafval in het betreffende
                                belastingtijdvak, waarbij dit totaal wordt afgerond op gehele kilo's
                                naar beneden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien tijdens een inzamelbeurt door een calamiteit of technische
                                storing aan de wegende inzamelauto, de herkennings-, wegings- of
                                registratieapparatuur of van de middelen waarmee de
                                registratiegegevens van de geledigde containers worden opgeslagen,
                                van een aangeboden container geen of een onjuiste automatische
                                weging, herkenning, registratie of gegevensverwerking plaatsvindt,
                                wordt voor de inzameling van de afvalstoffen per perceel, al dan
                                niet behorende tot een groep van percelen, voor alle betrokken
                                percelen, ongeacht of de bij deze percelen behorende containers
                                worden aangeboden, voor de betreffende inzamelbeurt een forfaitair
                                gewicht vastgesteld overeenkomstig het gestelde in de leden 7 en
                                8.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het forfaitaire gewicht als bedoeld in lid 6 wordt bepaald op het
                                totaal over het voorafgaande belastingtijdvak bij de betrokken
                                percelen vastgestelde gewicht van de afvalstoffen gedeeld door het
                                aantal inzamelbeurten gedurende het voorafgaande
                                belastingtijdvak.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                                aanvangt, of indien om andere redenen geen forfaitair gewicht als
                                bedoeld in lid 7 kan worden vastgesteld, wordt het forfaitair
                                gewicht bepaald op 12 kilogram.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met betrekking tot de belasting die per tijdvak wordt geheven is het
                                belastingtijdvak gelijk aan een aaneengesloten periode van
                                zesentwintig kalenderweken, aanvangend op 1 januari van het
                                kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste belastingtijdvak gaat in op de datum van ingang van de
                                heffing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.1 van de
                                tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak
                                of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.2 van de
                                tarieventabel is verschuldigd na afloop van het
                                belastingtijdvak.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van een belastingtijdvak
                                aanvangt, is de belasting, als bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.1
                                van de tarieventabel, verschuldigd voor zoveel zesentwintigste
                                gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in
                                het tijdvak, na aanvang van de belastingplicht, nog zesentwintigste
                                gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting
                                overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van een belastingtijdvak
                                eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel zesentwintigste
                                gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting van de
                                voor een volledig belastingtijdvak verschuldigde belasting als
                                bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.1 van de tarieventabel, als er
                                in dat belastingtijdvak, na beëindiging van de belastingplicht, nog
                                zesentwintigste gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde
                                belasting overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder
                                bedraagt dan € 5,--.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                perceel in feitelijk gebruik neemt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8a</nr><titel>Lokale lastenvermindering</titel></kop><al>Indien het op voet van artikel 255 van de Gemeentewet kwijt te schelden
                            bedrag lager is dan het bedrag dat zou zijn kwijtgescholden indien de
                            vermindering van het tarief op grond van de lokale lastenverlichting
                            niet was toegepast, wordt het verschuil tussen die bedragen door de in
                            artikel 231, tweede lid, onderdeel c van de Gemeentewet bedoelde
                            gemeenteambtenaar bij een voor administratief beroep bij het college van
                            burgemeester en wethouders vatbare beschikking vastgesteld en uitbetaald
                            aan degene die om kwijtschelding verzoekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld voor de overige belasting</titel></kop><al>De belasting als bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel is
                            verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van
                                de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden
                                afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in 2 gelijke
                                termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand
                                volgend op de maand die in de dagtekening is vermeld en de volgende
                                termijn een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Reinigingsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam "reinigingsrechten" worden rechten geheven voor het
                                genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bedoelde genot van diensten bestaat uit het
                                wekelijks inzamelen van bedrijfsafval van beperkte omvang of
                                hoeveelheid, zulks door middel van een door de gemeente beschikbaar
                                gesteld inzamelmiddel tot een maximum van 240 liter per week.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten
                            behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de
                            bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven,
                                opgenomen in hoofdstuk 3 van de bij deze verordening behorende
                                tarieventabel met inachtneming van de overige leden van dit
                                artikel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de
                                tarieventabel genoemde volume-eenheid als een volle eenheid
                                aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de berekening van de rechten als bedoeld in hoofdstuk 3,
                                onderdeel 3.2 van de tarieventabel wordt uitgegaan van de gewichten
                                die zijn vastgesteld met behulp van de weegapparatuur op de wegende
                                inzamelauto.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het gewicht van het per kalenderweek ingezamelde bedrijfsafval wordt
                                per bedrijfspand vastgesteld op het verschil van het gewicht van de
                                ter lediging aangeboden container voor en na lediging.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vaststelling van het totaal per belastingtijdvak ingezamelde
                                gewicht van het bedrijfsafval van een bedrijfspand vindt plaats door
                                een optelling van de gewichten van het wekelijks ingezamelde
                                bedrijfsafval van dit bedrijfspand in het betreffende
                                belastingtijdvak, waarbij dit totaal wordt afgerond op gehele kilo's
                                naar beneden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien tijdens een inzamelbeurt door een calamiteit of door
                                technische storing aan de wegende inzamelauto, de herkennings-,
                                wegings- of registratieapparatuur of van de middelen waarmee de
                                registratiegegevens van de geledigde containers worden opgeslagen,
                                van een aangeboden container geen of een onjuiste automatische
                                weging, herkenning, registratie of gegevensverwerking plaatsvindt,
                                wordt voor de inzameling van het bedrijfsafval voor alle betrokken
                                bedrijfspanden, ongeacht of de bij deze bedrijfspanden behorende
                                containers worden aangeboden, voor de betreffende inzamelbeurt een
                                forfaitair gewicht per bedrijfspand vastgesteld overeenkomstig het
                                gestelde in de leden 7 en 8.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het forfaitair gewicht als bedoeld in lid 6 wordt bepaald op het
                                totaal over het voorafgaande belastingtijdvak bij de betrokken
                                bedrijfspanden vastgestelde gewicht van het bedrijfsafval, gedeeld
                                door het aantal inzamelbeurten gedurende het voorafgaande
                                belastingtijdvak.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                                aanvangt, of indien om andere redenen geen forfaitair gewicht als
                                bedoeld in lid 7 kan worden vastgesteld, wordt het forfaitair
                                gewicht bepaald op 12 kilogram.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met betrekking tot de belasting die per tijdvak wordt geheven is het
                                belastingtijdvak gelijk aan een aaneengesloten periode van
                                zesentwintig kalenderweken, aanvangend op 1 januari van het
                                kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste belastingtijdvak gaat in op de datum van ingang van de
                                heffing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel worden
                                geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar
                                feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden
                                geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving
                                waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt
                                door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan
                                de belastingschuldige bekendgemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten als bedoeld in hoofdstuk 3, onderdeel 3.1 van de
                                tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar
                                of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechten als bedoeld in hoofdstuk 3, onderdeel 3.2 van de
                                tarieventabel zijn verschuldigd na afloop van het
                                belastingtijdvak.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van een belastingtijdvak
                                aanvangt zijn de rechten, als bedoeld in hoofdstuk 3, onderdeel 3.1
                                van de tarieventabel, verschuldigd voor zoveel kalenderweken als er
                                in het tijdvak, na aanvang van de belastingplicht, nog
                                zesentwintigste gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde
                                belasting overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van een belastingtijdvak
                                eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel zesentwintigste
                                gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting van de
                                voor een volledig belastingtijdvak verschuldigde belasting als
                                bedoeld in hoofdstuk 3, onderdeel 3.1 van de tarieventabel, als er
                                in dat belastingtijdvak, na beëindiging van de belastingplicht, nog
                                zesentwintigste gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde
                                belasting overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder
                                bedraagt dan € 5,00.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van
                                de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden
                                afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in 2 gelijke
                                termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand
                                volgend op de maand die in de dagtekening is vermeld en de volgende
                                termijn een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Aanvullende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing
                            en reinigingsheffingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De ‘Verordening reinigingsheffingen 2013’ van 6 december 2012 wordt
                            ingetrokken met ingang van de in artikel 20, tweede lid, genoemde datum
                            van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                            blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                            voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de 8<sup>e</sup>
                                dag na die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening reinigingsheffingen
                            2014’.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 12 december 2013.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter </ondertekening><ondertekening>Drs. C.M. de Heus mr. drs. W. Gradisen </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TARIEVENTABEL 2014 BEHORENDE BIJ DE VERORDENING REINIGINGSHEFFINGEN
                        2014</titel></kop><divisie><kop><label>Algemeen</label></kop><al>De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze
                        verschuldigd is. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing per
                            belastingtijdvak.</titel></kop><lijst><li nr="1.1"><al>De belasting bedraagt per perceel per belastingtijdvak € 63,72</al></li><li nr="1.2"><al>Onverminderd het bepaalde in onderdeel 1.1 bedraagt de belasting
                                per</al><al>kilogram restafval welke gedurende het belastingtijdvak in een
                                container</al><al> wordt ingezameld € 0,13</al></li><li nr="1.3"><al>Onverminderd het bepaalde in onderdeel 1.1 bedraagt de belasting
                                per</al><al> kilogram groente-, fruit- en tuinafval welke gedurende het
                                belastingtijdvak</al><al>in een container wordt ingezameld € 0,05</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Maatstaven en overige tarieven.</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor het
                        achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen op een daartoe van gemeentewege
                        ter beschikking gestelde plaats, per kilogram:</al><al><vet>2.1 </vet>GFT-afval € 0,05</al><al><vet>2.2</vet> Restafval € 0,13 </al><al><vet>2.3 </vet>Grof huishoudelijk afval € 0,13</al><al><vet>2.4 </vet>Grof tuinafval € 0,05</al><al><vet>2.5 </vet>Glas € Gratis</al><al><vet>2.6 </vet>Textiel / schoenen € Gratis</al><al><vet>2.7 </vet>Metaal, oud ijzer, blik € Gratis</al><al><vet>2.8 </vet>Oud papier en karton € Gratis</al><al><vet>2.9 </vet>Schoon puin € 0,13</al><al><vet>2.10 </vet>Hout € 0,13</al><al><vet>2.11 </vet>Electrische- en electronische apparatuur € Gratis</al><al><vet>2.12 </vet>KCA € Gratis</al><al><vet>2.13 </vet>Asbest € Gratis</al><al><vet>2.14 </vet>Gips, kalkzandsteen, keramiek € 0,13</al><al><vet>2.15 </vet>Bitumen (dakleer) € 0,13</al></divisie><divisie><kop><titel>Hoofdstuk 3 Maatstaven en tarieven reinigingsrechten per
                            belastingtijdvak.</titel></kop><lijst><li nr="3.1"><al>De belasting bedraagt per container per belastingtijdvak</al><al> € 31,86</al></li><li nr="3.2"><al>De belasting als bepaald in onderdeel 3.1 wordt per kilogram
                                bedrijfsafval</al><al>welke gedurende het belastingtijdvak in een container wordt
                                ingezameld</al><al> vermeerderd met € 0,13</al></li></lijst><al>Behoort bij raadsbesluit van 12 december 2013.</al><al>De griffier, De voorzitter,</al><al/><al>Drs. C.M. de Heus Mr. Drs. W. Gradisen</al><al/></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>