<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR328031_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de Heffing en Invordering van onroerende-zaakbelasting 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Mook en Middelaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Mook en Middelaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Maasdriehoek 23-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerende zaakbelastingen 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220">Gemeentewet, artikel 220</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220a">Gemeentewet, artikel 220a</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220b">Gemeentewet, artikel 220b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220c">Gemeentewet, artikel 220c</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220d">Gemeentewet, artikel 220d</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220e">Gemeentewet, artikel 220e</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220f">Gemeentewet, artikel 220f</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220g">Gemeentewet, artikel 220g (vervallen per 29-12-2007)</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220h">Gemeentewet, artikel 220h</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0007119&amp;artikel=16, 17, 18, 19, 20, 21">Wet waardering onroerende zaken, hoofdstuk III</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0007119&amp;artikel=22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 29a">Wet waardering onroerende zaken, hoofdstuk IV (artikel 29a vervallen per 1-1-2007)</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0007119&amp;artikel=17">Wet waardering onroerende zaken, artikel 17</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0007119&amp;artikel=18">Wet waardering onroerende zaken, artikel 18</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0007119&amp;artikel=20">Wet waardering onroerende zaken, artikel 20 lid 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004914&amp;artikel=8">Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, artikel 8</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004770&amp;artikel=9">Invorderingswet 1990, artikel 9 lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013-3977, nr. 12</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Onroerende zaakbelastingen 2014.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Mook en Middelaar;</al><al/><al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van d.d.
                        19 november en 10 december 2013;</al><al/><al>Gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;</al><al/><al>Gezien het advies van de raadscommissie d.d. 28 november 2013;</al><al/><al><vet>Besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de <vet>verordening op de Heffing en Invordering van
                            onroerende-zaakbelasting 2014</vet>.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam 'onroerende-zaakbelastingen' worden voor binnen de
                            gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:</al><al><vet>a. </vet>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van
                            het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning
                            dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
                            persoonlijk recht, gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting;</al><al><vet>b.</vet> een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van
                            het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens
                            eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen:
                            eigenarenbelasting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><al><vet>a.</vet> gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende
                            zaak in gebruik is gegeven (verder: de gebruiker), aangemerkt als
                            gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven (verder: de
                            gebruikgever); de gebruikgever is bevoegd de belasting als zodanig te
                            verhalen op de gebruiker;</al><al><vet>b.</vet> het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                            volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende
                            zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter
                            beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te
                            verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom,
                            bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het
                            kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld,
                            tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens
                            eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                            hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die
                            op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is
                            vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend
                            aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig
                            dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                            waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde
                            voor het kalenderjaar, bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als voor een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van
                            hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de
                            heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige
                            toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20,
                            tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is
                            gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde
                            van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond,
                            daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van
                            glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt
                            van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te
                            gebruiken;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt
                            van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in
                            onderdeel a bedoelde grond;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                            eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van
                            levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van
                            zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de
                            Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden
                            genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928,
                            met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden,
                            zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met
                            volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg
                            uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd
                            worden;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail,
                            een en ander met inbegrip van kunstwerken;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door
                            organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen,
                            met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als
                            woning;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater
                            en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van
                            publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van
                            zodanige werken die dienen als woning;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder
                            dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en
                            die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken;</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al>onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de
                            publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige
                            onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van
                            onderwijs;</al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen -
                            niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het
                            publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente,
                            zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten,
                            fonteinen, banken, abri's, hekken en palen;</al></lid><lid><lidnr>l.</lidnr><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn
                            of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken
                            die dienen als woning;</al></lid><lid><lidnr>m.</lidnr><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen
                            van zodanige onroerende zaken die dienen als woning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vrijstelling voor de in onderdeel j van het eerste lid bedoelde
                            onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet voor zover de
                            gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten
                            de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot
                            woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                            woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                            heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: </al><al><vet>a.</vet> de gebruikersbelasting 0,1665%;</al><al><vet>b.</vet> de eigenarenbelasting</al><al><vet> 1.</vet> voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen
                            0,1207%;</al><al><vet>2. </vet>voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning
                            dienen 0,2082%. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar beneden
                            afgerond op gehele euro's.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor belastingbedragen tot € 10 vindt geen invordering plaats. Voor de
                            toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een
                            aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen
                            onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één
                            belastingbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                            maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen
                            door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de
                            aanslagen moeten worden betaald in 8 gelijke termijnen. De eerste
                            termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die
                            in de dagtekening is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens
                            een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven voor de
                        heffing en de invordering van de onroerende-zaakbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De 'Verordening onroerende zaakbelasting 2013' van 6 december 2012 wordt
                        ingetrokken met ingang van de in artikel 10, tweede lid, genoemde datum van
                        ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op
                        de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2014 of, zo
                            dit later is, de 8e dag na die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: 'Verordening onroerende
                        zaakbelastingen 2014’.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 12 december 2013.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter </ondertekening><ondertekening>Drs. C.M. de Heus mr. drs. W. Gradisen</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>