<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR328002_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van Landtoeristenbelasting 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Mook en Middelaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Mook en Middelaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Maasdriehoek, 23-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening landtoeristenbelasting 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=224">Gemeentewet, artikel 224</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0018906&amp;artikel=5">Wet toelating zorginstellingen, artikel 5 lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0011823&amp;artikel=29">Vreemdelingenwet 2000, artikel 29 lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0011823&amp;artikel=8">Vreemdelingenwet 2000, artikel 8 onder c,d,f,g,h</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004770&amp;artikel=9">Invorderingswet 1990, artikel 9 lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=231">Gemeentewet, artikel 231 lid 2 onder b en d</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-12-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013-3977 nr. 12</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van Landtoeristenbelasting 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Intitulé</vet></al><al/><al>Verordening Landtoeristenbelasting 2014</al><al/><al>De raad van de gemeente Mook en Middelaar;</al><al/><al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 19
                        november en 10 december 2013;</al><al/><al>Gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;</al><al/><al>Gezien het advies van de raadscommissie d.d. 28 november 2013;</al><al/><al><vet>Besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de <vet>Verordening op de heffing en invordering van
                            Landtoeristenbelasting 2014</vet>.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>Deze verordening verstaat onder:</al></lid><lid><lidnr>a</lidnr><al>vakantie-onderkomens:</al><al><vet>1.</vet> woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele
                            kampeeronderkomens, stacaravans of chalets, in hoofdzaak bestemd voor en
                            gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve
                            doeleinden;</al><al><vet>2.</vet> hotels, motels, herbergen, pensions en overige logies
                            verstrekkende bedrijven niet behorende tot lid 1. </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>mobiele kampeeronderkomens:</al><al><vet>1.</vet> tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans en
                            soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd
                            zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere
                            recreatieve doeleinden;</al><al><vet>2.</vet> stacaravans en chalets, in hoofdzaak bestemd voor en
                            gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve
                            doeleinden.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: </al><al>woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele
                            kampeeronderkomens, stacaravans of chalets, welke niet in hoofdzaak
                            bestemd zijn als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve
                            doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die
                            doeleinden worden verhuurd dan wel te huur aangeboden;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>toeristische plaats: </al><al>plaats die beschikbaar is voor een mobiel kampeeronderkomen voor een
                            periode van ten hoogste drie maanden;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>seizoenplaats: </al><al>plaats die beschikbaar is voor een mobiel kampeeronderkomen voor een
                            periode van ten minste drie maanden en ten hoogste acht maanden;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>vaste plaats: </al><al>een plaats die is ingericht om gedurende het gehele jaar een mobiel
                            kampeeronderkomen te plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>seizoen: </al><al>Het tijdvak van 1 april tot 1 oktober.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'landtoeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven
                        voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente in
                        vakantieonderkomens, mobiele kampeeronderkomens, niet-beroepsmatige
                        verhuurde ruimten, op toeristische plaatsen, seizoenplaatsen en op vaste
                        plaatsen tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet
                        als ingezetene zijn opgenomen in de basisregistratie personen van de
                        gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als
                            bedoeld in artikel 2.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op
                            degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf,
                            is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel
                            2.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:</al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in
                            artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de
                            Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin
                            van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover
                            deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening,
                            onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang
                            Asielzoekers.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk
                            verblijf forensenbelasting is verschuldigd;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>op vaartuigen voor welk verblijf watertoeristenbelasting is
                            verschuldigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het
                        belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal
                        overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:</al><al><vet>a.</vet> vakantie-onderkomens en niet-beroepsmatig verhuurde
                            ruimten bepaald op het aantal slaapplaatsen;</al><al><vet>b.</vet> mobiele kampeeronderkomens, stacaravans en chalets op
                            vaste plaatsen en seizoenplaatsen bepaald op 2,3 personen;</al><al><vet>c. </vet>mobiele kampeeronderkomens op toeristische plaatsen
                            bepaald op 2,3 personen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is
                            overnacht wordt:</al><al><vet>a.</vet> ingeval verblijf wordt gehouden in vakantieonderkomens,
                            niet beroepsmatig verhuurde ruimten dan wel mobiele kampeeronderkomens,
                            stacaravans en chalets op vaste standplaatsen, bepaald op 55;</al><al><vet>b.</vet> ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele
                            kampeeronderkomens op seizoenplaatsen, bepaald op 50;</al><al><vet>c.</vet> ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele
                            kampeeronderkomens op niet vaste plaatsen bepaald op 365.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het aantal mobiele kampeeronderkomens als bedoeld in het eerste lid,
                            letter c, wordt vastgesteld op het gemiddelde van een zestal tellingen
                            gedurende het belastingjaar, waarbij iedere telling valt binnen een
                            afzonderlijke periode van twee maanden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Opteren voor niet-forfaitaire heffingsgrondslag</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de
                        belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing
                        vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit
                        aantal lager is dan het op grond van artikel 6 berekende aantal.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>Per overnachting bedraagt het tarief € 0,98.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Aanslaggrens</titel></kop><al>Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste
                            termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die
                            in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en de tweede termijn
                            twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
                            gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven voor de
                        heffing en de invordering van de landtoeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Aanmeldingsplicht</titel></kop><al>De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat
                        hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening
                        gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de
                        door het college van burgemeester en wethouders aangewezen
                        gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d,
                        van de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De 'Verordening landtoeristenbelasting 2013' van 6 december 2012 wordt
                        ingetrokken met ingang van de in artikel 16, tweede lid, genoemde datum van
                        ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op
                        de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de 8<sup>e</sup> dag
                            na die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening landtoeristenbelasting
                        2014'.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 12 december 2013.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>Ondertekeningkiezer</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter </ondertekening><ondertekening>Drs. C.M. de Heus mr. drs. W. Gradisen</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>