<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR3280_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening inzake werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van telecommunicatiekabels</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wijk bij Duurstede</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wijk bij Duurstede</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Wijkse Courant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Telecommunicatieverordening gemeente Wijk bij Duurstede</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 5.2, vierde lid, van de Telecommunicatiewet en artikel 149 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2002-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-02-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-09-18</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>telecommunicatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening inzake werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van telecommunicatiekabels</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>1.</al><al><vet>Telecommunicatieverordening Gemeente Wijk bij Duurstede</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Wijk bij Duurstede; Gelet op artikel 5.2, vierde
                        lid, van de Telecommunicatiewet en artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al/><al>Besluit: vast te stellen de volgende verordening: <vet>Verordening
                        inzake werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en
                        opruiming van telecommunicatiekabels; </vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><al>a.wet : Telecommunicatiewet;</al><al>b. openbaar telecommunicatienetwerk : telecommunicatienetwerk als
                            genoemd in artikel 1.1, onder g, van de wet; </al><al> c. omroepnetwerk : omroepnetwerk als genoemd in artikel 1.1, onder o,
                            van de wet; </al><al> d. kabels : kabels, genoemd in artikel 1.1, onder r, van de wet; </al><al> e. openbare gronden : openbare wegen en wateren, als genoemd in artikel
                            1.1, onder s, van de wet; </al><al> f. aanbieder : aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of
                            een omroepnetwerk; </al><al>g. werkzaamheden : werkzaamheden in verband met de aanleg,
                            instandhouding en opruiming van kabels ten dienste van eenopenbaar
                            telecommunicatienetwerk of van een omroepnetwerk in en op openbare
                            gronden; </al><al> h. gedoogplichtige : degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in
                            artikel 5.1, eerste lid, van de wet; </al><al> i. college : college van burgemeester en wethouders; </al><al> j. melding : melding als bedoeld in artikel 5.2, derde lid, aanhef en
                            onder a, van de wet; </al><al> k. instemmingsbesluit : besluit van het college als bedoeld in artikel
                            5.2, derde lid, aanhef en onder b, van de wet. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Tijdstip van melding van voorgenomen werkzaamheden</titel></kop><al> Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, meldt in ieder geval acht
                        weken voor de aanvang van de werkzaamheden het voornemen daartoe bij het
                        college. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel> Melding werkzaamheden</titel></kop><al>1. Voor de melding maakt de aanbieder gebruik van een daartoe door het
                        college vastgesteld formulier. </al><al>2. Bij de melding verstrekt de aanbieder in ieder geval de volgende
                        gegevens: </al><al> a. de door de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit afgegeven
                        registratie;</al><al> b. een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel; </al><al> c. naam, adres en telefoonnummer van degene die de kabel in eigendom heeft,
                        degene die de kabel beheert en degene die de kabel exploiteert; </al><al>d. een opgave van de soort kabel en het beoogde gebruik; </al><al> e. welke belanghebbenden en instanties vooraf in kennis worden gesteld van
                        de voorgenomen datum van aanvang, beëindiging en de aard van de
                        werkzaamheden; </al><al>f. een uitvoeringsplan met daarin opgenomen: - een opgave van het gewenste
                        tracé; - een opgave van de objecten die ten tijde van de werkzaamheden
                        worden geplaatst, alsmede van de situering daarvan; - een omschrijving van
                        eventuele opbrekingen; - de doorsnede van de kabel of kabelgoot; - de lengte
                        en breedte van de kabelsleuf; - de maatregelen voor de bereikbaarheid van in
                        de openbare gronden aanwezige kabels en leidingen; - het voorgenomen
                        tijdstip van aanvang en beëindiging van de werkzaamheden; - naam, adres en
                        telefoonnummer van de aannemer(s) of onderaannemers(s) die belast is (zijn)
                        met de werkzaamheden en van een contactpersoon ten tijde van de uitvoering
                        van de werkzaamheden. </al><al>3.Indien de werkzaamheden mede betrekking hebben op gronden van een andere
                        gedoogplichtige dan de gemeente, wordt uiterlijk vier weken na ontvangst van
                        de melding, als genoemd in het eerste lid, het college schriftelijk in
                        kennis gesteld van de uitkomsten van het overleg tussen de aanbieder en de
                        andere gedoogplichtige. 4. Het college kan nadere regels stellen inzake de
                        gegevens die bij de melding worden verstrekt. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen bij instemming</titel></kop><al>1. Het college kan aan het instemmingsbesluit voorschriften en beperkingen
                        verbinden in het belang van de:</al><al>a. openbare orde; </al><al>b. het voorkomen of beperken van schade of overlast; </al><al> c. de bruikbaarheid van de openbare gronden; </al><al> d. het veilig en doelmatig gebruik van de openbare gronden; </al><al> e. het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare gronden; </al><al> f. de belemmering van doelmatig beheer en onderhoud van de openbare
                        gronden; </al><al> g. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; </al><al> h. de bescherming van groenvoorzieningen. </al><al>2.Ter bescherming van de belangen als genoemd in het eerste lid, kan het
                        college in ieder geval aan het instemmingsbesluit voorschriften of
                        beperkingen verbinden over het medegebruik van voorzieningen, zoals
                        kabelgoten en geleidingen, en een zekerheidsstelling voor de nakoming van
                        verplichtingen die gesteld zijn bij de voorschriften en beperkingen aan
                        het</al><al>instemmingsbesluit. </al><al>3. De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming
                        van kabels en medegebruik van voorzieningen dient te geschieden conform de
                        kabellegregeling gemeente Wijk bij Duurstede.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Zakelijk karakter instemmingsbesluit</titel></kop><al>Indien de kabel wordt overgedragen aan een nieuwe aanbieder gaan de rechten
                        en plichten die betrekking hebben op de kabel van de oude aanbieder over op
                        de nieuwe aanbieder. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Melding wijziging</titel></kop><al>De aanbieder stelt het college onverwijld in kennis van het feit dat het
                        eigendom, de exploitatie of het beheer van de kabel verandert of het feit
                        dat de kabel niet langer ten dienste staat van een openbaar
                        telecommunicatienetwerk of van een omroepnetwerk in of op openbare gronden.
                        </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>De aanwezigheid van kabels en kabelwerken in of op openbare gronden,
                        voorzover deze zijn aangelegd met toepassing van hoofdstuk VI van de Wet op
                        de telecommunicatievoorzieningen, dient door de aanbieders binnen een jaar
                        na inwerkingtreding van deze verordening te worden gemeld aan het college
                        via het aanmeldingsformulier als genoemd in artikel 3, tweede lid.
                        </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al> Op dit besluit is de Tijdelijke referendumwet van toepassing. Het besluit
                        treedt inwerking 6 weken na bekendmaking. Indien een aantal kiesgerechtigden
                        over dit besluit een referendum wil houden, moet binnen 3 weken na
                        bekendmaking door 125 kiesgerechtigden een verzoek tot het houden van een
                        referendum worden gedaan. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Telecommunicatieverordening gemeente
                        Wijk bij Duurstede”. </al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering </ondertekening><ondertekening>van 17 december 2002 </ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De secretaris, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>Toelichting telecommunicatieverordening </al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al><cursief>a. </cursief><cursief>wet</cursief>De verordening is
                        gebaseerd op de Telecommunicatiewet (TW). Deze wet is de opvolger van de Wet
                        op de telecommunicatievoorzieningen, die op zijn beurt de Telegraaf- en
                        Telefoonwet van 1904 heeft vervangen. </al><al><cursief>b. openbaar telecommunicatienetwerk </cursief>Een
                        openbaar telecommunicatienetwerk wordt in artikel 1, onder g, TW omschreven
                        als een telecommunicatienetwerk dat onder meer voor de verrichting van
                        openbare telecommunicatiediensten wordt gebruikt of een
                        telecommunicatienetwerk waarmee aan het publiek de mogelijkheid tot
                        overdracht van signalen tussen netwerkaansluitpunten ter beschikking gesteld
                        wordt. Deze omschrijving valt in twee delen uiteen. In de eerste plaats
                        geldt dat een openbaar telecommunicatienetwerk wordt gebruikt voor de
                        verrichting van openbare telecommunicatiediensten. Dit betekent dat de
                        betreffende telecommunicatiedienst beschikbaar is voor het publiek. Deze
                        dienst wordt openbaar aangeboden en is beschikbaar voor eenieder die van dat
                        aanbod gebruik wil maken. Dit betekent dat telecommunicatiediensten die
                        uitsluitend beschikbaar zijn voor leden van een besloten gebruikersgroep,
                        niet openbaar zijn. Het kan bijvoorbeeld gaan om een besloten netwerk op een
                        bedrijventerrein. In het tweede deel van de omschrijving wordt gesproken
                        over de "mogelijkheid tot overdracht van signalen tussen
                        netwerkaansluitpunten". Hiermee wordt onder meer gedoeld op huurlijnen. Een
                        huurlijn wordt in de TW in artikel 1, onder i, gedefinieerd als het aan het
                        publiek ter beschikking stellen van transparante transmissiecapaciteit
                        tussen twee netwerkaansluitpunten van een telecommunicatienetwerk, zonder
                        routeringsfuncties waarover gebruikers kunnen beschikken als onderdeel van
                        de geleverde huurlijn. Met een voorbeeld zal worden verduidelijkt wat
                        hiermee precies wordt bedoeld. Stel dat een bedrijf twee filialen met elkaar
                        wil verbinden door middel van een kabel voor telecommunicatie en
                        dataverkeer. De kabel is voor exclusief gebruik van het bedrijf. Er doen
                        zich twee mogelijkheden voor: - Het bedrijf neemt een aanbieder van openbare
                        telecommunicatienetwerken in de arm. Die zorgt ervoor dat de kabel wordt
                        gelegd en exploiteert deze in het vervolg. Het bedrijf huurt vervolgens de
                        lijn. Deze huurlijn is te beschouwen als een openbaar
                        telecommunicatienetwerk en moet dus worden gedoogd. - Het bedrijf laat in
                        eigen beheer en voor eigen kosten de kabel leggen en exploiteert de lijn
                        zelf. Het betreft een niet-openbaar netwerk, waarvoor de gemeente niet
                        gedoogplichtig is. </al><al><cursief>c. omroepnetwerk</cursief>Een omroepnetwerk wordt in
                        artikel 1, onder o, TW omschreven als technische inrichtingen, of onderdelen
                        daarvan, die worden gebruikt om met gebruik van kabels of radioverbindingen
                        tussen punten programma’s te verspreiden naar een of meer bij anderen in
                        gebruik zijnde gronden, wonin-gen of niet tot woning dienende gebouwen. In
                        de meeste gevallen zal het gaan om het kabeltelevisienetwerk, met behulp
                        waarvan radio- en televisieprogramma’s worden doorgegeven. De aanbieder van
                        een omroepnetwerk kan via ditzelfde netwerk ook openbare
                        telecommunicatiediensten aanbieden, dan wel het netwerk als openbaar
                        telecommunicatienetwerk gebruiken. Voor beide activiteiten is een
                        afzonderlijke registratie verplicht. </al><al><cursief>d. kabels</cursief>Onder het begrip kabels vallen,
                        overeenkomstig artikel 1.1, onder r, TW, niet alleen de feitelijke kabels,
                        maar ook de ondersteuningswerken, beschermingswerken en signaalinrichtingen.
                        Tevens worden tot het begrip kabels gerekend: de inrichtingen bestemd om
                        daarin verbinding tot stand te brengen tussen kabels in, op of boven
                        openbare gronden enerzijds en kabels in gebouwen en daarmee één geheel
                        vormende gronden anderzijds, dan wel tussen laatstgenoemde kabels onderling.
                        Of een bepaald object dat een telecomaanbieder wil aanbrengen onder de
                        omschrijving van het begrip kabels valt, is in de eerste plaats een
                        technisch vraagstuk. Daarnaast moet ook worden bezien welke objecten
                        gemeenten in het verleden hebben gedoogd. Materieel bezien moet onder de TW
                        namelijk hetzelfde worden gedoogd als onder de Wet op de
                        telecommunicatievoorzieningen (WTV). Formeel bezien valt op dat de
                        letterlijke omschrijving van het begrip kabels in de TW is verruimd ten
                        opzichte van de omschrijving uit de WTV. Dit komt doordat nu ook kabelwerken
                        onder de omschrijving van kabels zijn gebracht, terwijl deze in de WTV
                        afzonderlijk waren gedefinieerd. De kabelwerken uit de WTV moesten echter
                        ook worden gedoogd. De invoering van de TW betekent op dit punt dus geen
                        verruiming van de mogelijkheden voor aanbieders om objecten te plaatsen.
                        Onder de TW vallen alleen openbare kabels. Werkzaamheden aan andere
                        telecomkabels kunnen onder het vergunningenregime van de algemene
                        plaatselijke verordening (APV) vallen; zie bijvoorbeeld artikel 2.1.5.2
                        model-APV van de VNG. </al><al><cursief>e. openbare gronden</cursief>In artikel 1, onder s, TW
                        wordt het begrip openbare gronden beschreven. Hiertoe worden gerekend
                        openbare wegen, met inbegrip van de daartoe behorende stoepen, glooiingen,
                        bermen, sloten, bruggen, viaducten, tunnels, duikers, beschoeiingen en
                        andere werken, alsmede wateren met de daartoe behorende bruggen,
                        plantsoenen, pleinen en andere plaatsen, die voor eenieder toegankelijk
                        zijn. Onder het begrip openbare gronden wordt ook het begrip weg, zoals
                        gebruikt wordt in de model-APV van de VNG, begrepen. Het begrip openbare
                        gronden is echter ruimer dan het begrip weg uit de model-APV, aangezien
                        hieronder ook de wateren met de daarbij behorende bruggen, plantsoenen,
                        pleinen en andere plaatsen die voor eenieder toegankelijk zijn worden
                        gerekend. </al><al><cursief>f. aanbieder</cursief>Het begrip aanbieder wordt
                        gedefinieerd als een aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of
                        een omroepnetwerk. Voor deze aanbieders geldt de verplichting, zoals genoemd
                        in artikel 5.2, derde lid, TW om voorafgaand aan de aanvang van
                        werkzaamheden ten behoeve van een openbaar telecommunicatie of omroepnetwerk
                        deze werkzaamheden te melden en vervolgens een instemmingsbesluit van het
                        college van burgemeester en wethouders af te wachten. </al><al><cursief>g. werkzaamheden</cursief>Werkzaamheden in verband met de
                        aanleg, instandhouding en opruiming van kabels ten dienste van een openbaar
                        telecommunicatienetwerk of van een omroepnetwerk in en op openbare gronden
                        betreffen ook de werkzaamheden die verband houden met het medegebruik van
                        voorzieningen. Bij het medegebruik van voorzieningen moet onder andere
                        gedacht worden aan het medegebruik van kabelgoten of geleidingen. Voor
                        dergelijke werkzaamheden geldt ook de meldingsplicht en is eerst een
                        instemmingsbesluit vereist voordat zij mogen worden uitgevoerd. Over het
                        medegebruik van voorzieningen wordt nader ingegaan bij de toelichting op
                        artikel 4. </al><al><cursief>h. gedoogplichtige</cursief>In artikel 5.1, eerste lid,
                        TW wordt bepaald dat eenieder verplicht is om de aanleg en instandhouding
                        van kabels ten dienste van een openbaar telecommunicatienetwerk of van een
                        omroepnetwerk in en op openbare gronden, alsmede de opruiming daarvan, te
                        gedogen. De beheerders van openbare gronden moeten dus goedvinden
                        (‘gedogen’) dat aanbieders van een openbaar telecommunicatienetwerk of een
                        omroepnetwerk kabels in hun grond leggen. Tot de beheerders van het openbare
                        gebied behoren gemeenten, provincies, waterschappen, het Rijk en
                        particulieren in het bezit van openbare grond. </al><al><cursief>i. college</cursief>Ten behoeve van de leesbaarheid van
                        de verordening wordt het college van burgemeester en wethouders aangeduid
                        met het college. Waar in hoofdstuk 5 van de TW wordt gesproken over ‘het
                        college’, wordt OPTA bedoeld, en niet het college van B &amp; W.
                        </al><al><cursief>j. en k. melding en instemmingsbesluit</cursief>In
                        artikel 5.2, derde lid, TW staat dat een aanbieder van een openbaar
                        telecommunicatienetwerk of van een omroepnetwerk slechts overgaat tot het
                        verrichten van werkzaamheden indien deze: </al><al>a. het voornemen daartoe heeft gemeld bij burgemeester en wethouders van de
                        desbetreffende gemeente, en </al><al> b. van burgemeester en wethouders instemming heeft verkregen over tijdstip,
                        plaats en werkwijze van uitvoering van de werkzaamheden. </al><al>Deze bepaling brengt met zich mee dat een aanbieder niet met de
                        werkzaamheden mag beginnen voordat hij instemming daarvoor heeft verkregen
                        van het college van burgemeester en wethouders. </al><al/><al><vet>Artikel 2 Tijdstip van melding</vet></al><al> In artikel 5.2, vierde lid, TW is bepaald dat de gemeenteraad bij
                        verordening in ieder geval regels stelt inzake het tijdstip, voorafgaand aan
                        het verrichten van werkzaamheden waarop de melding uiterlijk moet zijn
                        gedaan. Artikel 2 van de verordening is hier een nadere uitwerking van.
                        Gekozen is voor een termijn van acht weken. Deze termijn sluit aan bij de
                        termijn als genoemd in artikel 4:13, tweede lid, van de Algemene wet
                        bestuursrecht (Awb). Dit staat het college van burgemeester en wethouders
                        echter niet in de weg om eerder, bijvoorbeeld na drie weken, op een melding
                        te besluiten. Het staat de gemeente vrij om een andere termijn dan acht
                        weken in de verordening op te nemen. Wordt gekozen om in de verordening een
                        kortere termijn op te nemen, dan wordt aanbevolen om deze termijn ook als
                        beslistermijn te hanteren. Het zou immers onlogisch zijn indien twee weken
                        voor de voorgenomen aanvang van de werkzaamheden een melding moet worden
                        ingediend, terwijl binnen die termijn nog geen uitsluitsel kan worden
                        gegeven over de instemming. Het tijdstip van melding voorafgaand aan de
                        aanvang van de werkzaamheden zou ook afhankelijk gesteld kunnen worden van
                        de plaats van de werkzaamheden. Het is voorstelbaar dat voor een
                        graafwerkzaamheid in het centrum van de gemeente meer coördinatie van de
                        zijde van de gemeente nodig is dan voor een graafwerkzaamheid in het
                        buitengebied van de gemeente. Bij werkzaamheden in het centrum of op een
                        hoofdroute door de gemeente moeten al dikwijls verkeersmaatregelen worden
                        getroffen of andere voorzieningen. Om die reden heeft de gemeente voor de
                        coördinatie van die werkzaamheden meer tijd nodig. Artikel 2 zou daarom
                        kunnen worden uitgebreid met een lid, luidende: Als werkzaamheden worden
                        verricht op hoofdroutes en in het centrumgebied, zoals omschreven op de
                        bijgevoegde kaart, of als bij werkzaamheden meerdere gedoogplichtigen zijn
                        betrokken, wordt de melding uiterlijk......weken voor de aanvang van de
                        werkzaamheden gemeld bij het college. Vanzelfsprekend dient in dat geval een
                        kaart van de gemeente met daarop getekend de hoofdroutes of het
                        centrumgebied tesamen met de verordening te worden vastgesteld. </al><al/><al><vet>Artikel 3 Melding</vet></al><al>Artikel 5.2, vierde lid, TW bepaalt onder meer dat de gemeenteraad bij
                        verordening in ieder geval regels vaststelt over de gegevens die bij de
                        melding moeten worden verstrekt, waaronder een uitvoeringsplan. Artikel 3
                        van de verordening is hiervan een nadere uitwerking. Gegevens die op basis
                        van artikel 4:2 van de Awb, zoals de dagtekening van de aanvraag, moeten
                        worden vermeld, zijn niet nog eens opgenomen in de opsomming van artikel 3.
                        De verplichting om deze gegevens te verstrekken volgt immers rechtstreeks
                        uit de Awb. In artikel 3, eerste lid, is het gebruik van een
                        aanmeldingsformulier voorgeschreven. Een ordelijke en efficiënte afhandeling
                        van de aanvraag wordt immers bevorderd door de gebruikmaking van een
                        speciaal daartoe bestemd formulier. In de opsomming uit het tweede lid van
                        artikel 3 wordt allereerst de registratie, afgegeven door de Onafhankelijke
                        Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA) genoemd. De OPTA is per 1
                        augustus 1997 ingesteld in verband met de liberalisering van de Europese
                        telecommunicatiemarkt. De taken van de OPTA zijn: toezicht op de
                        telecommunicatiemarkt, beslechting van geschillen, uitgifte van nummers en
                        de registratie van marktpartijen. Een uittreksel uit het handelsregister van
                        de Kamer van Koophandel wordt genoemd in de opsomming van artikel 3. Indien
                        getwijfeld wordt of de werkzaamheden gedoogd moeten worden, vormt de
                        inschrijving bij de Kamer van Koophandel namelijk een aanwijzing voor het
                        vermoeden dat het bedrijf in ieder geval openbare telecommunicatiediensten
                        aanbiedt en daarmee dat hun werkzaamheden, werkzaamheden aan een te gedogen
                        openbare kabel kunnen zijn. Van belang is verder of er sprake is van een
                        huurlijn. Om die reden wordt bij de melding gevraagd aan te geven om wat
                        voor soort kabel het gaat. Een huurlijn is te beschouwen als een openbaar
                        telecommunicatienetwerk en moet dus worden gedoogd. Lijnen in eigen beheer
                        of voor eigen exploitatie vormen een niet-openbaar netwerk. De gemeente is
                        voor deze lijnen niet gedoogplichtig op grond van de wet. Voor werkzaamheden
                        aan deze lijnen dient een vergunning op grond van de APV te worden verleend;
                        zie bij voorbeeld artikel 2.1.5.2 model-APV van de VNG. Tevens moet worden
                        aangegeven wie vooraf in kennis worden gesteld van de voorgenomen
                        werkzaamheden. Gedacht kan worden aan burgers of ondernemers die overlast
                        zullen ondervinden van de werkzaamheden. In sommige gevallen kan het ook
                        noodzakelijk zijn dat de politie en de brandweer op de hoogte worden
                        gesteld. Dit zal zich vooral voordoen wanneer de werkzaamheden met
                        wegversperringen gepaard gaan. Uit het uitvoeringsplan moet voorts blijken
                        op welke wijze de werkzaamheden worden uitgevoerd. Van belang is onder
                        andere dat de kabels zo worden aangelegd dat de bereikbaarheid voor in de
                        grond reeds aanwezige kabels blijft behouden. Om die reden is het van belang
                        waar de kabelsleuf precies word gesitueerd. Het derde lid ziet op de
                        situatie dat de werkzaamheden ook betrekking hebben op gronden van andere
                        gedoogplichtigen. In dat geval dienen ook de belangen van deze
                        gedoogplichtigen bij het instemmingsbesluit te worden betrokken. Uit artikel
                        5.2, eerste en tweede lid, TW vloeit immers voort dat de gemeente met de
                        coördinatie wordt belast van de werkzaamheden aan telecommunicatie- en
                        omroepnetwerken binnen haar grondgebied en dat de gemeente hierbij andere
                        belangen moet betrekken. Gelet hierop is in het derde lid van artikel 3 van
                        de verordening opgenomen dat de uitkomst van het overleg tussen de
                        aanbieders en de andere gedoogplichtigen uiterlijk vier weken na ontvangst
                        van de melding aan het college van burgemeester en wethouders wordt gemeld.
                        De aanbieder kan op deze wijze tegelijkertijd met de melding aan het college
                        van burgemeester en wethouders de andere gedoogplichtigen benaderen. Om geen
                        discussie te krijgen over de aanvang van de vier weken termijn is het aan te
                        bevelen om na ontvangst van de melding een ontvangstbevestiging te sturen.
                        Voordat tot instemming wordt besloten, dient het resultaat van dit overleg
                        bij de gemeente bekend te zijn. Deze procedure draagt bij aan een redelijke
                        afdoeningstermijn door het college van burgemeester en wethouders. Indien de
                        belangen van de andere gedoogplichtigen niet overeenkomen met de belangen
                        van de gemeente, ligt het vervolgens op de weg van de het college van
                        burgemeester en wethouders om de belangen zo goed mogelijk tegen elkaar af
                        te wegen. Daartoe zou bijvoorbeeld van de zijde van de gemeente een overleg
                        kunnen worden geëntameerd met alle betrokkenen, waaronder in ieder geval de
                        aanbieders en de andere gedoogplichtigen. Indien de partijen er niet in
                        onderling overleg uitkomen, moet het college van burgemeester en wethouders
                        na afweging van alle belangen een beslissing nemen. In het vierde lid is
                        opgenomen dat het college nadere regels kan stellen voor de gegevens die bij
                        de melding worden verstrekt. Het is mogelijk dat het college bij
                        werkzaamheden in het centrum andere eisen stelt aan het uitvoeringsplan dan
                        bij werkzaamheden in het buitengebied. Door het stellen van nadere regels
                        kan hierin onderscheid worden gemaakt. De bevoegdheid tot het stellen van
                        nadere regels is gebaseerd op artikel 156, derde lid, van de Gemeentewet.
                        Indien het college bij een individuele melding meent dat er onvoldoende
                        gegevens zijn overgelegd om een beslissing te nemen over de instemming, kan
                        het op basis van artikel 4:5 van de Awb nadere gegevens opvragen.
                        </al><al/><al><vet>Artikel 4 Voorschriften en beperkingen bij instemming</vet></al><al>Uit artikel 5.2, tweede lid, TW volgt dat de gemeente bij de coördinatie
                        andere werkzaamheden en andere belangen waarin de TW niet voorziet, moet
                        betrekken. Gedacht kan worden aan de belangen zoals genoemd in het eerste
                        lid van artikel 4 van de verordening. Bij de formulering van deze belangen
                        is aansluiting gezocht bij de terminologie uit de model-APV van de VNG. De
                        belangenafweging kan ertoe leiden dat aan het instemmingsbesluit
                        voorschriften of beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften of
                        beperkingen mogen niet zodanig belemmerend werken dat niet meer gesproken
                        zou kunnen worden van de gedoogplicht van de gemeente. Een dergelijke aanpak
                        zou in strijd zijn met de Telecommunicatiewet. Artikel 5.2, tweede lid, TW
                        bepaalt immers dat de coördinatie niet mag leiden tot een zodanige
                        vertraging van voorgenomen werkzaamheden dat redelijkerwijs niet meer kan
                        worden gesproken van gedogen. In het instemmingsbesluit kan het tijdstip van
                        aanvang van de werkzaamheden op enige tijd na het tijdstip van de melding
                        van de voorgenomen aanvang worden gesteld. De gedoogplicht wordt hierdoor in
                        beginsel niet geschonden. In de Nota naar aanleiding van het verslag van 29
                        december 1997 zegt de minister hierover: "Of dit tijdstip één maand of zes
                        maanden verder weg kan zijn gelegen is niet aan de wetgever om voor eens en
                        altijd te bepalen. Van gemeente tot gemeente, maar zelfs binnen een gemeente
                        kunnen de omstandigheden verschillen. Denk hierbij aan omstandigheden als:
                        buitenwijk, centrum, soort grond, wanneer meest recente opbreking." De
                        wetgever heeft gelet op deze diversiteit geen termijn willen stellen
                        waarbinnen met de werkzaamheden moet zijn begonnen. Het college van
                        burgemeester en wethouders zal daarom voor elke concrete situatie moeten
                        afwegen of op de voorgenomen aanvangsdatum van de werkzaamheden ook
                        daadwerkelijk een aanvang kan worden gemaakt. De coördinatieplicht brengt
                        met zich mee dat vanuit de gemeenten zo veel mogelijk onderzocht wordt of
                        verschillende verzoeken tot werkzaamheden in de openbare grond niet kunnen
                        worden gecombineerd. Dit voorkomt dat een weg bijvoorbeeld om het halfjaar
                        wordt opengebroken. Voor bijvoorbeeld burgers, ondernemers etc. kan dit veel
                        overlast met zich meebrengen. Daarnaast kan het ook in het belang van de
                        aanbieders zijn om gezamenlijk de kosten van het openbreken van de grond te
                        dragen. Niet alleen beperkingen in de tijd kunnen aan het instemmingsbesluit
                        worden verbonden, maar ook voorschriften of beperkingen omtrent de wijze van
                        uitvoering. Een bepaald traject van de kabel kan, gelet op de belangen die
                        genoemd worden in het eerste lid, op grote bezwaren stuiten. Het is dan van
                        belang om samen met de aanbieder te onderzoeken of de kabel ook via een
                        ander traject kan worden aangelegd. De gemeente kan vervolgens instemming
                        geven voor een van de melding afwijkend traject. Werkzaamheden ten behoeve
                        van huisaansluitingen komen dikwijls in een gemeente voor. Deze kleine
                        werkzaamheden dienen op grond van de TW te worden gemeld aan de gemeente. Om
                        te voorkomen dat de gemeente voor elke huisaansluiting een apart
                        instemmingsbesluit moet nemen, kan in het instemmingsbesluit voor het
                        "moedertraject" worden opgenomen dat de instemming ook geldt voor
                        toekomstige huisaansluitingen. Door in een voorschrift te bepalen dat
                        werkzaamheden hiervoor vooraf moeten worden gemeld aan het college van
                        burgemeester en wethouders, blijft de gemeente op de hoogte van waar en
                        wanneer de openbare grond wordt opengebroken. Er kan ook een voorschrift aan
                        het instemmingsbesluit worden verbonden waarin wordt geregeld hoe te
                        handelen bij storingen aan het telecommunicatie- of omroepnetwerk. Indien
                        zich een storing voordoet, dient deze immers dikwijls direct verhopen te
                        worden. Het vooraf melden en het wachten op voorafgaande instemming is dan
                        niet in alle gevallen mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan een storing die zich
                        in het weekend voordoet. Indien de storing direct verholpen moet worden, is
                        het van belang dat wel achteraf melding wordt gemaakt van de werkzaamheden.
                        Met het oog daarop kan een voorschrift aan het instemmingsbesluit worden
                        verbonden dat bepaalt dat indien bij storingen de daarvoor uit te voeren
                        werkzaamheden niet vooraf gemeld kunnen worden en het college van
                        burgemeester en wethouders niet vooraf gevraagd kan worden om instemming,
                        binnen 48 uur na de werkzaamheden het college alsnog hiervan in kennis wordt
                        gesteld. Bij de kamerbehandeling van de TW heeft de minister gesteld dat de
                        gemeente een marktpartij kan verplichten om kabelgoten te gebruiken die voor
                        andere telecomaanbieders toegankelijk zijn. In de verordening wordt
                        uitdrukkelijk bepaald dat een voorschrift hierover aan het
                        instemmingsbesluit kan worden verbonden. Dit betekent niet alleen dat een
                        marktpartij door het college van burgemeester en wethouders kan worden
                        verplicht om van bestaande kabelgoten gebruik te maken, maar ook dat een
                        marktpartij kan worden verplicht om nog niet aanwezige kabelgoten te
                        realiseren. Omdat dit grote kosten met zich mee kan brengen voor een
                        aanbieder, moet de gemeente zich er terdege van bewust zijn dat het
                        verbinden van een dergelijk voorschrift aan het instemmingsbesluit op een
                        daadkrachtige motivering moet berusten. Overigens zijn de aanbieders van
                        telecommunicatienetwerken verplicht, op basis van artikel 5.10, TW, om
                        elkaar medegebruik van voorzieningen (waaronder kabelgoten) te verlenen,
                        mits daar een redelijke vergoeding tegenover staat. Dit is echter een zaak
                        waar de gemeente buiten staat. Ook kan de gemeente een voorschrift of
                        beperking aan het instemmingsbesluit verbinden waarbij een zekerheid wordt
                        verlangd over de nakoming van bepaalde verplichtingen. In het bestuursrecht
                        is het verbinden van een financiële voorwaarde aan een besluit in beginsel
                        toegestaan als daarmee de met het besluit meespelende belangen worden
                        gediend. Als voorbeeld kan genoemd worden het verbinden van een voorschrift
                        aan het instemmingsbesluit inhoudende dat een waarborgsom moet worden
                        gestort om het wegoppervlak weer in de oude staat terug te brengen. Artikel
                        5.2, vierde lid, onder c, TW bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening in
                        ieder geval regels vaststelt over de wijze van uitvoering bij aanleg,
                        onderhoud, verplaatsing en opruiming en van medegebruik van voorzieningen.
                        Gelet hierop moet in het derde lid van artikel 4 een verwijzing naar de in
                        de gemeente gebruikte technische vereisten worden opgenomen. Veel gemeenten
                        gebruiken in de praktijk een handboek met technische gegevens waaraan
                        graafwerkzaamheden moeten voldoen. Een verwijzing hiernaar in artikel 4
                        zorgt ervoor dat de wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud en
                        verplaatsing, alsmede de opruiming van kabels en het medegebruik van
                        voorzieningen, dient te geschieden conform deze technische vereisten. De TW
                        laat de publiekrechtelijke bevoegdheden van de gemeente en andere overheden
                        die zijn gebaseerd op specifieke wettelijke regelingen onverlet. Dat wil
                        zeggen dat de aanbieder van een telecommunicatie- of omroepnetwerk bij deze
                        overheden de benodigde vergunningen, ontheffingen etc. dient aan te vragen
                        (bijvoorbeeld een vergunning op basis van de keur van het waterschap als de
                        kabel in een dijklichaam wordt aangelegd). Het ontbreken van dergelijke
                        vergunningen of ontheffingen kan echter geen reden zijn om het
                        instemmingsbesluit te weigeren. </al><al><vet>Bekendmaking</vet> Het instemmingsbesluit zal bekendgemaakt moeten
                        worden overeenkomstig artikel 3:41 Awb. Toezending van het
                        instemmingsbesluit aan de aanvrager, welke meestal de aanbieder zal zijn,
                        ligt dan in de rede. De Awb vereist niet dat besluiten die, ingevolge
                        artikel 3:41, aan een of meer belanghebbenden zijn gericht, openbaar
                        bekendgemaakt worden. Indien het gemeentelijk gebruik is dat dergelijke
                        besluiten toch worden gepubliceerd, zijn ook anderen tijdig op de hoogte van
                        de verlening. </al><al><vet>Bezwaar, beroep en schadevergoeding</vet> Tegen het instemmingsbesluit
                        kunnen belanghebbenden bezwaar aantekenen bij het college van burgemeester
                        en wethouders. Vervolgens staat ingevolge artikel 17.1, TW beroep open op de
                        arrondissementsrechtbank te Rotterdam en ingevolge artikel 20 van de Wet
                        bestuusrechtspraak bedrijfsorganisatie hoger beroep bij het College van
                        Beroep voor het bedrijfsleven (CBB). Is er schade veroorzaakt die verband
                        houdt met de gedoogplicht, dan beperkt het recht op schadevergoeding,
                        ingevolge artikel 5.4, TW, zich voor eigenaren en beheerders van openbare
                        gronden tot vergoeding van de kosten van de voorzieningen en van de meerdere
                        kosten van onderhoud. Artikel 5.9, TW bepaalt dat een eis tot
                        schadevergoeding aanhangig gemaakt dient te worden bij de kantonrechter in
                        wiens ambtsgebied de onroerende zaak is gelegen waaraan schade wordt
                        toegebracht. Hoger beroep tegen de uitspraak van de kantonrechter is voorts
                        toegestaan. Artikel 5.7, TW regelt de kostenvergoeding in het geval dat de
                        kabels verplaatst moeten worden. Indien de gemeente als gedoogplichtige wil
                        dat kabels worden verplaatst in verband met de oprichting van een gebouw of
                        de uitvoering van werken, dan dient de aanbieder dit op eigen kosten te
                        doen. In andere gevallen moeten de kosten van het verplaatsen worden vergoed
                        aan de aanbieder. Ontstaat een geschil over de kosten, dan kan de OPTA om
                        een beschikking worden gevraagd, waartegen beroep openstaat bij de
                        bovengenoemde arrondissementsrechtbank en hoger beroep bij het CBB. Artikel
                        5.8, TW geeft een regeling voor bomen en beplanting die hinderlijk zijn voor
                        de telecommunicatie- of omroepnetwerken. Rechthebbenden van bomen of
                        beplantingen zijn verplicht te voldoen aan een verzoek van de aanbieder van
                        een openbaar telecommunicatie- of omroepnetwerk om deze te snoeien of in te
                        korten indien deze hinderlijk zijn of worden voor de aanleg, instandhouding
                        en exploitatie van deze netwerken. De OPTA is bevoegd om bestuursdwang toe
                        te passen indien de rechthebbende niet voldoent aan een dergelijk verzoek
                        van de aanbieder. De aanbieders kunnen, ingevolge het derde lid van artikel
                        5.8, TW, ook zelf tot het opsnoeien of inkorten van wortels of takken
                        overgaan. Er moet dan wel sprake zijn van ernstige belemmering of storing
                        van de telecommunicatie. Artikel 5.9, TW bepaalt verder dat de
                        rechthebbenden ten aanzien van de bomen of beplantingen het recht op
                        schadevergoeding aanhangig kunnen maken bij de kantonrechter. Hoger beroep
                        hiervan is toegelaten. Ontstaat er een geschil over de gedoogplicht ex
                        artikel 5.1, tweede lid, TW van interlokale en internationale kabels in
                        niet-openbare gronden, met uitzondering van huizen en aangrenzende tuinen,
                        dan kan op basis van artikel 5.3, tweede lid, TW de OPTA als
                        geschillenbeslechter optreden. De OPTA kan vervolgens een beschikking
                        afgeven waartegen beroep openstaat bij de Rotterdamse
                        arrondissementsrechtbank en hoger beroep bij het CBB. De wet kent ten
                        aanzien van deze gedoogplicht geen beperking toe aan de omvang van het
                        verzoek tot schadevergoeding. Alle schade kan opgevoerd worden in een
                        procedure voor de kantonrechter. Hoger beroep is hierop mogelijk. Worden
                        kabels boven de grond aangebracht zonder dat deze de grond raken of in en
                        aan gebouwen bijbehorende gronden, dan is eenieder verplicht om deze te
                        gedogen. Is er schade geleden, dan kan deze via de bovengenoemde procedure
                        bij de kantonrechter aanhangig worden gemaakt. In de artikelen 5.5 en 5.9,
                        TW is dit nader geregeld. </al><al><vet>Handhaving</vet> Indien de aanbieder zonder voorafgaande melding of
                        zonder instemming van het college van burgemeester en wethouders
                        werkzaamheden verricht, wordt in strijd gehandeld met artikel 5.2, derde
                        lid, TW. Dit vormt een economisch delict in de zin van de Wet op de
                        economische delicten (WED). Ook het handelen in strijd met artikel 5.2,
                        derde lid, inhoudende het handelen in strijd met het in het
                        instemmingsbesluit opgenomen tijdstip van aanvang of voltooiing en de wijze
                        van uitvoering, is onder de werking van de WED gebracht. Handhaving van deze
                        artikelen vindt plaats door de daarvoor in artikel 17 WED aangewezen
                        ambtenaren. Naast deze strafrechtelijke handhaving is bestuursrechtelijke
                        handhaving mogelijk. Het college van burgemeester en wethouders kan via een
                        bestuursdwangprocedure ex artikel 125 Gemeentewet of een dwangsomprocedure
                        ex artikel 125 Gemeentewet juncto 5:32 Awb naleving van de bepalingen uit de
                        verordening afdwingen. </al><al/><al><vet>Artikel 5 Zakelijk karakter instemmingsbesluit</vet></al><al>Het verdient aanbeveling om aan het instemmingsbesluit een zakelijk karakter
                        mee te geven. In de situatie dat een nieuwe aanbieder van de kabel
                        gebruikmaakt, is het gewenst dat ook voor hem de voorschriften en
                        beperkingen gelden die aan het instemmingsbesluit zijn verbonden. Het is
                        bijvoorbeeld van belang dat ook een nieuwe aanbieder zich houdt aan het
                        voorschrift over het ruimen van de kabel indien deze niet meer ten dienste
                        staat van een openbaar telecommunicatie- of omroepnetwerk. </al><al/><al><vet>Artikel 6 Melding wijziging </vet></al><al>Voor de gemeente is het van belang om een actueel overzicht te hebben en te
                        houden van de ondergrondse infrastructuur. Daarbij gaat het niet alleen om
                        waar welke kabels liggen, maar ook wie de eigenaar is, de beheerder of de
                        exploitant. Om deze reden is in de verordening een verplichting opgenomen om
                        de wijziging van het eigendom, de exploitatie of het beheer van de kabel te
                        melden. Het eigendom, de exploitatie of het beheer kunnen in verschillende
                        handen liggen. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat de aanbieder niet alleen
                        degene is die gebruikmaakt van de kabel, de exploitant, maar ook het
                        eigendom van de kabel heeft, terwijl het beheer van de kabel is uitbesteed
                        aan een aannemer die alle onderhoudswerkzaamheden uitvoert. Tevens is het
                        van belang voor de gemeente om te weten of de kabels nog steeds ten dienste
                        staan van een openbaar telecommunicatie- of omroepnetwerk. Zijn de kabels
                        niet meer openbaar, dan zijn ze niet meer gedoogplichtig. Dit is
                        bijvoorbeeld van belang voor de precarioheffing. De heffing van
                        precariobelasting is namelijk niet toegestaan over openbare kabels, maar wel
                        over niet-openbare kabels. </al><al/><al><vet>Artikel 7 Overgangsbepaling</vet></al><al>Het is wenselijk dat de gemeente binnen afzienbare tijd een volledig
                        overzicht heeft van de kabels die in het verleden in de grond zijn gelegd.
                        Sommige gemeenten zijn aangesloten bij KLIC, een stichting die registreert
                        waar kabels zijn gelegen. Voor deze gemeenten en de gemeenten die zelf alle
                        kabels hebben geregistreerd is artikel 7 wellicht overbodig. Voor gemeenten
                        die een actueel overzicht ontberen, is in artikel 7 opgenomen dat de
                        aanbieders van de kabels en kabelwerken die in het verleden zijn gelegd, de
                        aanwezigheid daarvan moeten melden bij het college met het daartoe bestemde
                        aanmeldingsformulier. Voor toekomstige werkzaamheden aan kabels en
                        kabelwerken die voor de inwerkingtreding van de TW zijn aangebracht, geldt
                        het regime van de TW. Dit is bepaald in artikel 20.5, eerste lid, TW.
                        </al><al/><al><vet>Artikel 8 Inwerkingtreding</vet></al><al>Op het dit besluit is de Tijdelijke referendumwet van toepassing. Het
                        besluit treedt inwerking 6 weken na bekendmaking. Indien een aantal
                        kiesgerechtigden over dit besluit een referendum wil houden, moet binnen 3
                        weken na bekendmaking door 125 kiesgerechtigden een verzoek tot het houden
                        van een referendum worden gedaan. </al><al/><al><vet>Artikel 9 Citeertitel</vet> Door toevoeging van de naam van de gemeente
                        aan de citeertitel is het voor eenieder die de verordening opvraagt
                        duidelijk dat dit de verordening betreft van die met name genoemde gemeente.
                    </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>