<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR32768_1</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING HANDHAVING INKOMENSVOORZIENINGEN</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-02-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">de Peperbus, 17-02-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening handhaving inkomensvoorzieningen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 8a Wet Werk en Bijstand</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-02-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-02-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2009-10-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-10-08</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>gb 1-2010.40</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening beschrijft hoe de gemeente misbruik voorkomt en/of opspoort</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING HANDHAVING INKOMENSVOORZIENINGEN</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a.college:het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                            Zwolle </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte verordening</titel></kop><al>Deze Verordening heeft betrekking op de uitvoering van de:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="b."><al>Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="c."><al>Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="d."><al>Wet werk en inkomen kunstenaars en</al></li><li nr="e."><al>Wet investeren in jongeren. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Actieplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt tenminste eenmaal per 4 kalenderjaren een
                                actieplan vast waarin aandacht wordt besteed aan de bestrijding van
                                het ten onrechte ontvangen van bijstand, uitkeringen en
                                inkomensvoorzieningen alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik
                                van de in artikel 2 genoemde wetten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de werkingsduur van het actieplan vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college informeert de raad, voorafgaand aan het opnieuw
                                vaststellen van een actieplan, zoals bedoeld in het eerste lid, over
                                de doeltreffendheid en de effecten van het gevoerde beleid en de
                                eventueel voorgenomen wijzigingen van beleid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Onderwerpen actieplan</titel></kop><al>Het actieplan als genoemd in artikel 3, lid 1, besteedt in ieder geval
                            aandacht aan:</al><lijst><li nr="a."><al>De visie van de gemeente op handhaving;</al></li><li nr="b."><al>Het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de
                                    wet;</al></li><li nr="c."><al>Het opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de
                                    wet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college is bevoegd om nadere regels te stellen met betrekking tot de
                            uitvoering van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de datum van publicatie en werkt
                            terug tot 1 oktober 2009..</al></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting </tussenkop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al>In het oorspronkelijke wetsvoorstel van de Wet werk en bijstand (WWB) was geen
                    bepaling opgenomen over de plicht tot het vaststellen van een verordening
                    gericht op fraudebestrijding. Via een amendement is hierover een bepaling
                    opgenomen in artikel 8a WWB. In dit artikel is de verplichting opgenomen om in
                    het kader van het financiële beheer bij verordening regels op te stellen voor de
                    bestrijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand alsmede misbruik en
                    oneigenlijk gebruik van de Wet werk en bijstand. In navolging van hetgeen in de
                    Wet werk en bijstand is bepaald zijn soortgelijke bepalingen opgenomen in andere
                    sociale voorzieningen, die door de gemeente worden uitgevoerd. In artikel 2
                    wordt aangegeven op welke wetten deze verordening betrekking heeft.</al><al>Afgezien van de korte bepaling in artikel 8a van de Wet werk en bijstand, zijn
                    er geen nadere aanduidingen over wat nu precies in de verordening moet worden
                    geregeld. In de Algemene bijstandswet was bepaald dat er in het jaarlijks
                    verplicht gestelde beleidsplan aandacht besteed moest worden aan de bestrijding
                    van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. De WWB kent geen verplichting
                    meer om jaarlijks een beleidsplan vast te stellen. Op grond van deze verordening
                    stelt het college van burgemeester en wethouders een actieplan vast en bepaalt
                    zij de werkingsduur van dit plan. Het college stelt via de gebruikelijke cyclus
                    (begroting, beleidsverslag, jaarverslag) de gemeenteraad in kennis van de
                    beleidsvoornemens voor het komende jaar en de resultaten van het beleid in het
                    voorafgaande jaar.</al><al>Er is bewust voor gekozen deze verordening niet de naam fraudeverordening te
                    geven maar om te spreken van handhaving. Door deze naamgeving wordt benadrukt
                    dat het niet alleen gaat om de opsporing van fraude maar dat het voorkomen van
                    fraude een aspect is dat minstens zo belangrijk is. Handhaving is namelijk niet
                    alleen gericht op de opsporing van gepleegde fraude maar wil ook de spontane
                    naleving van de wet- en regelgeving bevorderen.</al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting. .</al><tussenkop>Artikel 2 Reikwijdte verordening</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting</al><tussenkop>Artikel 3 Actieplan</tussenkop><al>In dit artikel wordt bepaald dat de wijze waarop ten onrechte ontvangen van
                    bijstand alsmede het misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet wordt bestreden
                    aandacht krijgt in een actieplan. Dit actieplan wordt vastgesteld door het
                    college van burgemeester en wethouders. Via dit artikel draagt de raad het
                    college op om tenminste eenmaal per 4 kalenderjaren een actieplan op te stellen.
                    Deze bepaling laat aan het college ruimte om als daartoe een noodzaak is, binnen
                    de genoemde termijn van 4 jaar het actieplan te herzien. Voordat het college het
                    actieplan opnieuw vaststelt, informeert zij de raad over het gevoerde beleid, de
                    effecten van dit beleid en de voorgenomen wijzigingen van beleid. Op deze wijze
                    kan de raad, indien zij daar aanleiding toeziet, invloed uitoefenen.</al><tussenkop>Artikel 4 Onderwerpen actieplan</tussenkop><al>Dit artikel bepaalt de onderdelen die in ieder geval aan de orde moeten komen in
                    het actieplan. De onder a genoemde gemeentelijke visie op handhaving vormt de
                    basis voor de verdere uitwerking van het handhavingsbeleid.</al><al>Onder b en c is opgenomen dat zowel de preventieve kant als de repressieve kant
                    van het handhavingsbeleid aan de orde moeten komen in het beleidsplan. De
                    preventieve kant van het handhavingsbeleid is gericht op het bevorderen van de
                    spontane naleving van wet- en regelgeving. De repressieve kant richt zich op de
                    opsporing van het niet naleven van de wet- en regelgeving. Hierbij zal ook
                    aandacht besteed moeten worden aan de maatregelen die genomen worden als
                    misbruik of oneigenlijk gebruik wordt vastgesteld. In het actieplan worden ook
                    te meten doelstellingen opgenomen.</al><tussenkop>Artikel 5 Nadere regels</tussenkop><al>Voor de juiste uitvoering van de verordening kan het noodzakelijk zijn dat
                    nadere uitvoeringsregels worden vastgesteld. Dit artikel geeft het college de
                    bevoegdheid om dergelijke regels vast te stellen.</al><tussenkop>Artikel 6 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Deze verordening treedt na publicatie in werking en werkt terug tot 1 oktober
                    2009. Op 1 oktober 2009 is de Wet investeren in jongeren (WIJ) in werking
                    getreden. Ook in deze WIJ wordt voorgeschreven dat de gemeenteraad een
                    verordening vaststelt met betrekking tot het bestrijden van misbruik. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>