<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR327388_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Lansingerland 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.lansingerland.nl">In de Heraut, 1 mei 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Lansingerland 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 8, lid 1, onderdeel i</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-04-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BR1300043/ BW1300161/ T13.01584</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Lansingerland
            2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>beslagvrije voet: beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen
                                    475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke
                                    Rechtsvordering;</al></li><li nr="b."><al>toepasselijke bijstandsnorm: de hoogte van de bijstandsnorm
                                    bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de wet die geldt voor de
                                    alleenstaande of het gezin die de bestuurlijke boete opgelegd
                                    krijgt;</al></li><li nr="c."><al>recidiveboete: bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a,
                                    vijfde lid, van de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="d."><al>verrekenen<cursief>: </cursief>verrekening als bedoeld in
                                    artikel 60, vierde lid, van de Wet werk en bijstand.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Bescherming beslagvrije voet bij verrekening wegens recidive</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Verrekenen bij voldoende saldo</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het saldo van alle bank- en spaarrekeningen van de
                                belanghebbende(n) ten minste tweemaal de toepasselijke bijstandsnorm
                                bedraagt, verrekenen burgemeester en wethouders de recidiveboete
                                zonder inachtneming van de beslagvrije voet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verrekening, bedoeld in het eerste lid, geschiedt gedurende een
                                tijdvak van drie maanden vanaf de maand na dagtekening waarop de
                                bestuurlijke boete is opgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Verrekenen bij geen of onvoldoende saldo</titel></kop><al>Op schriftelijk verzoek van de belanghebbende(n), verrekenen
                            burgemeesters en wethouders de recidiveboete, indien is aangetoond dat
                            het saldo van alle bank- en spaarrekeningen van de belanghebbende(n)
                            lager is dan tweemaal de toepasselijke bijstandsnorm, op de volgende
                            wijze;</al><lijst><li nr="a."><al>gedurende één maand zonder inachtneming van de beslagvrije voet,
                                    vanaf het moment van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete
                                    is opgelegd;</al></li><li nr="b."><al>aansluitend op de verrekening als bedoeld onder a, verrekenen
                                    burgemeester en wethouders de recidiveboete in de daarop
                                    volgende twee maanden op een dusdanige wijze dat
                                    belanghebbende(n) blijft beschikken over een inkomen ter hoogte
                                    van 80% van de toepasselijke bijstandsnorm.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet</titel></kop><al>In afwijking van de artikelen 2 en 3 kunnen burgemeester en wethouders,
                            op schriftelijk verzoek van de belanghebbende(n), de recidiveboete met
                            inachtneming van de beslagvrije voet verrekenen. Bij schriftelijk
                            verzoek dient de belanghebbende(n):</al><lijst><li nr="a."><al>aannemelijk te maken dat verrekening op de wijze, bedoeld in de
                                    artikelen 2 of 3, zou leiden tot huisuitzetting van
                                    belanghebbende(n); of</al></li><li nr="b."><al>anderszins sprake is van dringende redenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</titel></kop><al> De artikelen 2, 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de
                            verrekening van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18a, eerste
                            lid, van de Wet werk en bijstand, indien en voor zover deze boete nog
                            niet is betaald op het moment van verrekening van de recidiveboete.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening verrekening
                            bestuurlijke boete bij recidive Lansingerland 2013.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Lansingerland in de openbare
                        raadsvergadering van 25 april 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Kees van ’t Hart Ewald van Vliet</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemeen deel</tussenkop><al>Op 1 januari 2013 is de "Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid
                    SZW-wetgeving", de zogenaamde Fraudewet, in werking getreden. Voor de Wet werk
                    en bijstand (WWB) introduceert deze wet de bestuurlijke boete bij een
                    verwijtbare schending van de inlichtingenplicht. Het college van burgemeester en
                    wethouders is verplicht de bestuurlijke boete met de lopende uitkering te
                    verrekenen. In beginsel moet bij deze verrekening de bescherming van de
                    beslagvrije voet (garantie tot het behouden van 90 % van de toepasselijke
                    bijstandsnorm) in acht genomen worden. Is echter sprake van een bestuurlijke
                    boete wegens herhaalde schending van de inlichtingenplicht (recidive), dan kan
                    het college besluiten gedurende maximaal drie maanden te verrekenen zonder
                    rekening te houden met de bescherming die de beslagvrije voet biedt.</al><al/><al>Bij schending van de inlichtingenplicht in de WWB werd tot 1 januari 2013 de
                    uitkering afgestemd door toepassing van de Afstemmingsverordening WWB. Dit
                    betekende dat er gedurende een of meerdere maanden een verlaging van de
                    uitkering plaatsvond. De Fraudewet brengt verandering in het sanctioneren van
                    schending van de inlichtingenplicht. In plaats van een verlaging van de
                    uitkering, wordt per 1 januari 2013 een bestuurlijke boete opgelegd als sprake
                    is van een verwijtbare schending van de inlichtingenplicht. Een bestuurlijke
                    boete is een geldboete ten hoogte van maximaal het benadelingsbedrag voor de
                    gemeente. </al><al/><al>Met de komst van de Fraudewet is de gemeenteraad per 1 januari 2013 verplicht in
                    een verordening nadere regels te stellen over de bevoegdheid om de beslagvrije
                    voet tijdelijk buiten werking te stellen bij verrekening van de recidiveboete.
                    Gemeenten krijgen daarmee de ruimte een afweging te maken van situaties of
                    omstandigheden waarin het buiten werking stellen van de beslagvrije voet niet
                    proportioneel wordt geacht. De nieuwe bevoegdheid kan op veel verschillende
                    manieren worden ingevuld. </al><tussenkop><cursief><onderstreept>Beslagvrije
                    voet</onderstreept></cursief></tussenkop><al>De beslagvrije voet is het deel van de uitkering waarover geen beslag gelegd kan
                    worden of verrekening kan plaatsvinden vanwege rechtsbescherming van een minimum
                    inkomen. Dit op grond van het Wetboek van Burgerlijk Rechtsvordering.
                    Belanghebbenden blijven door de bescherming van de beslagvrije voet over 90 %
                    van het geldende minimum inkomen beschikken voor zijn of haar levensonderhoud.
                    De bevoegdheid van de gemeenteraad strekt zich uit tot het al dan niet in acht
                    nemen van de beslagvrije voet bij verrekening van de recidiveboete.</al><al/><al>De gemeente Lansingerland kiest ervoor om de recidiveboete volledig en maximaal
                    te verrekenen voor de duur van drie maanden. Het gaat immers om een boete bij
                    recidive: de belanghebbende heeft voor de tweede maal verwijtbaar zijn
                    inlichtingenplicht geschonden, waarbij volledige verrekening proportioneel wordt
                    geacht.</al><al/><al>In de verordening wordt wel de mogelijkheid aan de recidivist geboden, om aan te
                    tonen, dat verrekening van de bestuurlijke boete niet proportioneel is. Hiervoor
                    is aansluiting gemaakt bij het actuele banksaldo van de belanghebbende en diens
                    gezinsleden om tijdens de verrekening van de recidiveboete te individualiseren.
                    Tevens wordt in de verordening aangegeven dat er van verrekening met de
                    beslagvrije voet wordt afgezien, alser sprake is van dringende redenen die
                    leiden tot een situatie van onredelijke en onbillijke aard. Door een individuele
                    beoordeling te maken rondom de verrekening, houdt het college op verzoek van de
                    belanghebbende rekening met de omstandigheden in de individuele situatie. Het
                    niet kunnen betalen van de vaste lasten kan immers leiden tot een
                    schuldenproblematiek met gevolgen voor de woonsituatie van de belanghebbende en
                    zijn gezinsleden. Uiteraard moet de belanghebbende deze problematiek deels zelf
                    oplossen, maar biedt het college de mogelijkheid tot maatwerk. Door dit maatwerk
                    is er balans tussen de aanscherping van de handhaving en de zorgplicht van de
                    gemeente.</al><al/><al>De bevoegdheid van de gemeenteraad strekt zich slechts uit over het al dan niet
                    in acht nemen van de beslagvrije voet bij verrekening van de recidiveboete.
                    Terugvordering van ten onrechte verstrekte uitkering als gevolg van een
                    schending van de inlichtingenplicht, is een wettelijke verplichting. Bij
                    verrekening van de terugvordering dient echter altijd rekening gehouden te
                    worden met de beslagvrije voet.</al><al/><al>Gemeenten kunnen te maken krijgen met verzoeken van andere gemeenten om een door
                    hen opgelegde recidiveboete te verrekenen. De bevoegdheid tot verrekenen kan
                    plaatsvinden zonder machtiging van de belanghebbende, een zogenaamde
                    pseudoverrekening, welke op grond van artikel 60a van de WWB kan worden
                    toegepast. Het college, dat de boete heeft opgelegd, zal in dat geval aangeven
                    in hoeverre het de beslagvrije voet in acht wil nemen (volgens de regels van de
                    gemeentelijke verordening). De gemeente die de uitkering verstrekt, moet in
                    beginsel gehoor geven aan dit verzoek. Mocht de beslagvrije voet niet
                    gerespecteerd worden, dan kan de belanghebbende het college waarvan hij
                    uitkering ontvangt, verzoeken de beslagvrije voet toch in acht te nemen. In
                    artikel 60b, tweede lid, van de WWB is geregeld dat het college die de uitkering
                    verstrekt, de bevoegdheid heeft aan dit verzoek van belanghebbende tegemoet te
                    komen. Het ligt voor de hand dat het college bij de beslissing op dat verzoek
                    handelt analoog aan de regels die in de eigen gemeentelijke verordening zijn
                    vastgelegd.</al><tussenkop>Periode</tussenkop><al>Een bestuurlijke boete wordt verrekend in de maand volgend op het besluit. Van
                    recidive is sprake tot vijf jaar na het opleggen van de (eerste) boete.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begrippen</tussenkop><al>In deze bepaling zijn een aantal begrippen nader omschreven. De meeste behoeven
                    geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Beslagvrije voet</tussenkop><al>De beslagvrije voet is het deel van de uitkering waarover geen beslag gelegd kan
                    worden of verrekening kan plaatsvinden vanwege rechtsbescherming van een minimum
                    inkomen. Dit op grond van het Wetboek van Burgerlijk Rechtsvordering.
                    Belanghebbenden blijven door de bescherming van de beslagvrije voet over 90 %
                    van het geldende minimum inkomen beschikken voor zijn of haar
                    levensonderhoud.</al><tussenkop>Saldo bankrekeningen</tussenkop><al>De VNG verordening kent de definitie ‘bezit’. Het gaat daarbij om (de waarde
                    van) alle bezittingen waarover een belanghebbende of diens gezinsleden
                    beschikken of redelijkerwijs kunnen beschikken. Bezittingen kunnen zowel bestaan
                    uit geld als op geld waardeerbare goederen. In de uitvoering moet, voordat de
                    verrekening toegepast kan worden, een onderzoek plaatsvinden naar gelden en op
                    geld waardeerbare goederen. Om de verrekening uitvoeringstechnisch efficiënt en
                    simpel te houden is de keuze gemaakt om niet het begrip ‘bezit’ toe te passen,
                    maar te kiezen voor het actieve saldo van alle bank- en spaarrekeningen van de
                    belanghebbende en diens gezinsleden. </al><al>Een belanghebbende die vanwege de volledige verrekening met de beslagvrije voet
                    zonder inkomsten komt te zitten, zal het saldo van de bankrekeningen waarover
                    hij of zijn gezinsleden beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, volledig
                    moeten aanwenden om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te kunnen
                    voorzien. </al><tussenkop>Verrekenen</tussenkop><al>De WWB kent een ruimer begrip van verrekenen dan het Wetboek van Burgerlijke
                    Rechtsvordering. Voor de duidelijkheid is daarom een aparte begripsbepaling
                    opgenomen in de verordening.</al><tussenkop>Artikel 2. Verrekenen bij voldoende saldo</tussenkop><al>Uitgangspunt van deze verordening is dat volledige verrekening zonder toepassing
                    van de beslagvrije voet plaats vindt gedurende de maximale termijn van drie
                    maanden als de belanghebbende en diens gezinsleden over voldoende saldo
                    beschikken om dit op te kunnen vangen. Dat uitgangspunt is vastgelegd in artikel
                    2 van deze verordening. Van voldoende saldo is sprake als het saldo van alle
                    bank- en spaarrekeningen waarover belanghebbende en diens gezinsleden beschikt
                    op de datum van het besluit tot het opleggen van de recidiveboete, ten minste
                    tweemaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt. Immers, bij aanwending van
                    deze gelden, zou een periode van drie maanden overbrugd moeten kunnen worden.
                    Voor deze keuze is aansluiting gezocht bij de mogelijkheid tot afstemming voor
                    een maand met 100 %, zoals deze in de Afstemmingsverordening van toepassing is.
                    Bijvoorbeeld als een belanghebbende door eigen toedoen algemeen geaccepteerde
                    arbeid niet heeft behouden, vindt afstemming plaats van 100 % op de
                    toepasselijke bijstandsnorm. Hierdoor heeft de belanghebbende een maand geen
                    bijstand om in zijn levensonderhoud te voorzien.</al><tussenkop>Artikel 3. Verrekenen bij geen of onvoldoende saldo</tussenkop><al>Het college biedt de mogelijkheid tot individualisering op schriftelijk verzoek
                    van de belanghebbende. Indien wordt aangetoond dat belanghebbende en diens
                    gezinsleden over onvoldoende saldo beschikken, om een periode van drie maanden
                    door volledige verrekening zonder toepassing van de beslagvrije voet te kunnen
                    overbruggen, vanaf de datum van het besluit tot het opleggen van de
                    recidiveboete is genomen. Als het saldo van alle bank- en spaarrekeningen, waar
                    men per direct over kan beschikken, van de belanghebbende of diens gezinsleden,
                    minder bedragen dan tweemaal de toepasselijke bijstandsnorm, dan verrekent het
                    college slechts één maand zonder inachtneming van de beslagvrije voet. Voor de
                    overige twee maanden vindt weliswaar verrekening met de beslagvrije voet plaats,
                    maar niet volledig. Belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte
                    van 80% van de toepasselijke bijstandsnorm. </al><al/><al>Voor het percentage van 80% is aansluiting gezocht bij de
                    invorderingsmogelijkheden die de Belastingdienst heeft bij notoire wanbetalers.
                    Onder omstandigheden kan deze de beslagvrije voet (90% van de toepasselijke
                    bijstandsnorm) verlagen met 10% op grond van artikel 19, eerste lid, van de
                    Invorderingswet 1990. </al><al/><al>De mogelijkheid tot individualiseren in dit artikel wordt toegepast, tenzij een
                    tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft plaatsgevonden. Als blijkt
                    dat in de voorliggende twee maanden voorafgaand aan de datum van het indienen
                    van het schriftelijk verzoek, een tekort schietend besef van
                    verantwoordelijkheid heeft plaatsgevonden, dat heeft geleid tot onvoldoende
                    saldo op de bank- en spaarrekeningen van de belanghebbende en diens gezinsleden,
                    ziet het college gemotiveerd af van individualisering.</al><al/><al>Met de gekozen opzet wordt enerzijds uiting gegeven aan het principe dat fraude
                    niet mag lonen. Het gaat hier immers om belanghebbenden die herhaaldelijk hun
                    inlichtingenplicht hebben geschonden. Daar mag een duidelijk signaal tegenover
                    staan. Anderzijds wordt rekening gehouden met de zorgplicht van gemeenten. Het
                    volledig buiten werking stellen van de beslagvrije voet gedurende drie maanden
                    kan kwalijke maatschappelijke consequenties hebben. Dat moet voorkomen worden,
                    nu de regeling daarmee zijn doel voorbij zou schieten.</al><tussenkop>Artikel 4. Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet</tussenkop><al>Hoewel het hier gaat om een herhaaldelijke schending van de inlichtingenplicht,
                    zijn situaties denkbaar waarin volledige verrekening zonder toepassing van de
                    beslagvrije voet niet aanvaardbaar wordt geacht. Die situaties komen aan de orde
                    in artikel 4. Het gaat daarbij altijd om individuele omstandigheden waaraan het
                    college zal moeten toetsen. </al><al/><al>In onderdeel a is geregeld dat het college kan besluiten in afwijking van de
                    artikelen 2 en 3 toch de beslagvrije voet te respecteren wanneer volledige
                    verrekening waarschijnlijk leidt tot huisuitzetting van belanghebbende en diens
                    gezin. Voorkomen moet worden dat een belanghebbende door de volledige
                    verrekening op straat komt te staan, nu dit de problematiek alleen maar
                    verergert, met alle maatschappelijke kosten van dien. Het is aan de
                    belanghebbende(n) om met een schriftelijk verzoek aan te tonen dat verrekenen
                    zonder inachtneming van de beslagvrije voet zou leiden tot huisuitzetting.</al><al/><al>Een dreigende huisuitzetting wordt in deze verordening gezien als een dringende
                    reden om van verrekening met de beslagvrije voet af te zien. Dat volgt uit het
                    woord 'anderszins' in onderdeel b. Ook bij aanwezigheid van andere dringende
                    redenen dan een dreigende huisuitzetting, kan het college rekening houden met de
                    bescherming van de beslagvrije voet. Van dringende redenen is niet snel sprake.
                    Het gaat slechts om incidentele gevallen, waarbij de behoeftige omstandigheden
                    waarin de belanghebbende en diens gezinsleden verkeren op geen enkele andere
                    wijze te verhelpen zijn. Het enkele feit dat het belanghebbende door de
                    verrekening aan middelen ontbreekt om in het bestaan te voorzien, is op zich
                    geen voldoende voorwaarde om te kunnen spreken van dringende redenen.</al><tussenkop>Artikel 5. Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</tussenkop><al> In artikel 60b, derde lid, van de WWB is bepaald dat de bevoegdheid om te
                    verrekenen met de beslagvrije voet ook van toepassing is op eerder opgelegde
                    bestuurlijke boetes voor zover op het moment van verrekening van de
                    recidiveboete, die eerdere boetes nog niet zijn betaald. Mocht het college die
                    eerdere, nog openstaande boetes gaan verrekenen, dan regelt artikel 5 dat de
                    bepalingen in deze verordening van overeenkomstige toepassing zijn.</al><tussenkop>Artikel 6. Inwerkingtreding</tussenkop><al>Deze verordening treedt in werking vanaf de datum dat artikel 8 lid 1 onderdeel
                    i van de Wet werk en bijstand in werking is getreden, waarin de verplichting is
                    opgelegd aan de gemeenteraad, om een verordening vast te stellen over de
                    verrekening van de bestuurlijke boete bij recidive, zijnde 1 januari 2013. </al><tussenkop>Artikel 7. Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>