<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR327354_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2014 gemeente Zoetermeer</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zoetermeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zoetermeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.zoetermeer.nl/bekendmakingen">20 maart 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artt. 44, tweede en derde lid, 95 tot en met 99 en 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-03-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-03-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>DOC 2014-000106</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden van 9 juli 2007</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2014 gemeente
                Zoetermeer</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="·"><al>a.commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de
                                    Gemeentewet; </al></li><li nr="·"><al>b.Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22
                                    maart 1994, Stb. 243; </al></li><li nr="·"><al>c.Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk
                                    Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244; </al></li><li nr="·"><al>d.Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling
                                    van 20 februari 2004, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van
                                    het Rechtspositiebesluit wethouders; </al></li><li nr="·"><al>e.raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder;
                                </al></li><li nr="·"><al>f.griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de
                                    Gemeentewet; </al></li><li nr="·"><al>g.gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van
                                    de Gemeentewet;</al></li><li nr="·"><al>h.seniorenconvent: het door de raad ingestelde overlegplatform
                                    ter bespreking van spoedeisende zaken en afstemmingszaken; </al></li><li nr="·"><al>i.presidium: het door de raad ingestelde overlegplatform ter
                                    voorbereiding van de commissie- en raadsvergaderingen. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor raads- en commissieleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden voor raadsleden bedoeld in artikel
                            2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, is
                            gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en
                            Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 7 vastgestelde maximum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een
                                commissie en haar subcommissies of een door de raad, gehoord het
                                presidium, verklaarde buitengewone commissievergadering, bedoeld in
                                artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is
                                gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en
                                Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 5 vastgestelde maximum.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die
                                als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden
                                als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet ontvangt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergoeding wordt slechts één maal per vergaderavond uitgekeerd.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissie </al><lijst><li nr="·"><al>a.als raadslid of wethouder; </al></li><li nr="·"><al>b.uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van
                                        een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een
                                        functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege
                                        wordt gesubsidieerd; </al></li><li nr="·"><al>c.als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling,
                                        organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de
                                        commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang
                                        dient.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een
                                hogere vergoeding vaststellen, zulks tot ten hoogste 180% van het in
                                het eerste lid bedoelde bedrag van de vergoeding, ten aanzien van </al><lijst><li nr="·"><al>a.een lid van een commissie die op grond van zijn bijzondere
                                        beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de
                                        commissie voor deelname aan haar werkzaamheden is
                                        aangetrokken, en </al></li><li nr="·"><al>b.een lid van een commissie ten aanzien waarvan de
                                        vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke
                                        verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en de
                                        omvang van de door hem te verrichten arbeid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en het vijfde lid
                                ontvangen de leden van de volgende commissies een vergoeding van
                                150% van het in het eerste lid bedoelde bedrag van de
                                vergoeding:</al><lijst><li nr="·"><al>a.Commissie voor de Behandeling Bezwaar- en
                                        beroepschriften;</al></li><li nr="·"><al>b.Bezwarencommissie Personele Aangelegenheden;</al></li><li nr="·"><al>c.Bezwaarschriftencommissie Sociale Voorzieningen;</al></li><li nr="·"><al>d.Rekenkamercommissie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en het vijfde lid
                                ontvangen de voorzitters van de in het zesde lid genoemde commissies
                                alsmede de voorzitter(s) van de Begeleidingscommissie Werk, Zorg en
                                Inkomen, de Participatieraad WMO en de Adviescommissie
                                Toegankelijkheid een vergoeding van 180% van het in het eerste lid
                                bedoelde bedrag van de vergoeding.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>In afwijking van hetgeen in het eerste en vijfde lid is bepaald
                                wordt aan de leden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit een
                                uurloon ter hoogte van het architectenhonorarium vastgesteld door de
                                Bond van Nederlandse Architecten, welk uit te keren bedrag voor
                                BTW-plichtigen wordt vermeerderd met het hierover verschuldigde
                                BTW-tarief, uitbetaald<cursief>.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap
                            verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 7, vermeld
                            in tabel II van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel></kop><al>Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is geweest
                            ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 4, naar
                            evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is
                            geweest. </al><al>De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 4,
                            geschiedt in maandelijkse termijnen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verlaging vergoeding werkzaamheden bij
                                arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan op
                            verzoek van een raadslid worden verlaagd in het geval hij een uitkering
                            ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Compensatie korting werkloosheidsuitkering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het geval een raadslid een uitkering op grond van de
                                Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die
                                wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het
                                uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel
                                2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid
                                ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd
                                tot het bedrag van bedoelde korting. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het Besluit
                                Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel ontvangt en de na
                                toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane
                                korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het
                                raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde
                                vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt
                                deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag
                                van bedoelde korting. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Reiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte
                                kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente
                                ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur vergoed.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of wethouder is en
                                niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de commissie is
                                benoemd worden de reiskosten voor het bijwonen van de vergaderingen
                                van de commissie vergoed. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergoeding als bedoeld in het eerste en tweede lid betreft: </al><lijst><li nr="·"><al>a.bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                                        taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid
                                        gemaakte noodzakelijke reiskosten; </al></li><li nr="·"><al>b.bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding
                                        van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten
                                        overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b. van
                                        de Regeling rechtspositie wethouders.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake
                                van reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het
                                raadslid vergoed. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake
                                van reizen binnen en buiten het grondgebied van de gemeente worden
                                aan het commissielid vergoed. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergoeding is overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel
                                c, van de Regeling rechtspositie wethouders. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Buitenlandse excursie of reis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid maakt uitsluitend een buitenlandse reis uit hoofde van
                                zijn lidmaatschap als de raad, gehoord het seniorenconvent, hiermee
                                heeft ingestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeenteraad kan een commissie uit de gemeenteraad, inclusief de
                                niet raadsleden, toestemming verlenen voor een excursie of reis naar
                                het buitenland. De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden
                                verbinden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de in het tweede lid bedoelde excursie of reis zowel raads-
                                als commissieleden deelnemen, kan de gemeenteraad afhankelijk van
                                het aantal deelnemende raadsleden, vaststellen hoeveel
                                commissieleden hieraan kunnen deelnemen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid bedoelde excursie of reis wordt door
                                of vanwege de gemeente georganiseerd. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen geheel of
                                gedeeltelijk voor rekening van de gemeente. De raad neemt hierover
                                per voorkomend geval een beslissing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van deelname van een raadslid of commissielid aan
                                cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk
                                belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd
                                komen voor rekening van de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het raadslid of commissielid dat wil deelnemen aan een cursus,
                                congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente
                                wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde
                                aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie
                                en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de
                                gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met de
                                vervulling van het raads- of commissielidmaatschap.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Computer</titel></kop><al>Door de gemeente wordt aan het raadslid, gedurende de uitoefening van
                            het raadslidmaatschap, een iPad in bruikleen ter beschikking
                            gesteld.</al><al>Het college stelt een bruikleenovereenkomst vast. </al><al>Het raadslid ondertekent voor de bruikleen een bruikleenovereenkomst met
                            de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en
                            onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van
                            die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deelnemen aan de
                            fietsregeling als bedoeld in artikel 3.10 van de Uitvoeringsregeling
                            loonbelasting 2011. Naar keuze van het raadslid wordt de raadsvergoeding
                            verminderd met de vergoeding voor de fiets als bedoeld in de
                            Uitvoeringsregeling. </al><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen
                            aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Ziektekostenvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Raadsleden ontvangen een tegemoetkoming in de kosten van een
                                ziektekostenverzekering als bedoeld in artikel 11 van het
                                Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval een raadslid gedurende een gedeelte van het
                                kalenderjaar lid van de raad is geweest ontvangt hij de
                                tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van
                                het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid,
                                geschiedt in maandelijkse termijnen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Werkkostenregeling</titel></kop><al>Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid,
                            onderdeel f van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen: </al><lijst><li nr="·"><al>a.de vergoedingen op grond van artikel 4;</al></li><li nr="·"><al>b.de vergoedingen op grond van artikel 8;</al></li><li nr="·"><al>c.de vergoedingen op grond van artikel 9;</al></li><li nr="·"><al>d.de vergoedingen en verstrekkingen op grond van artikel
                                    10;</al></li><li nr="·"><al>e.de vergoedingen op grond van artikel 11;</al></li><li nr="·"><al>f.de vergoedingen en verstrekkingen op grond van artikel 12 van
                                    deze verordening en artikel 7a, eerste lid van het
                                    Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het wethouderschapschap
                            verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 18.001 en
                            hoger, vermeld in artikel 25 van het Rechtspositiebesluit
                            wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><al>De tegemoetkoming voor het reizen tussen zijn woning en de plaats van
                            tewerkstelling van de wethouder is gelijk aan de vergoeding bedoeld in
                            artikel 3 van de Regeling rechtspositie wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Zakelijke reiskosten</titel></kop><al>Aan de wethouder wordt naast de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 17
                            vergoeding verleend voor reiskosten ter zake van andere dan de in
                            artikel 17 bedoelde reizen ten behoeve van de gemeente gemaakt
                            overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 van de Regeling rechtspositie
                            wethouders. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten
                                Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                reis- en verblijfkosten vergoed. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland is vooraf
                                toestemming van het college vereist. Het college meldt het besluit
                                via de besluitenlijst van het college. De gemeenteraad kan aan deze
                                toestemming voorwaarden verbinden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen,
                                seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens
                                de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                                gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                                symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag
                                gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente
                                als deelname van algemeen belang is in verband met de uitoefening
                                van het ambt van wethouder. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Computer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Door de gemeente wordt aan de wethouder, gedurende de uitoefening
                                van het wethouderschap, een iPad inclusief internetabonnement in
                                bruikleen ter beschikking gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt een bruikleenovereenkomst vast. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De wethouder ondertekent voor de bruikleen een bruikleenovereenkomst
                                met de gemeente. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Mobiele telefoon</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op aanvraag wordt de wethouder voor uitsluitend de uitoefening van
                                zijn ambt een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking
                                gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De wethouder kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in
                                artikel 3.10 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011. Naar
                                keuze van de wethouder wordt de bezoldiging dan wel
                                eindejaarsuitkering verminderd met de vergoeding voor de fiets als
                                bedoeld in de Uitvoeringsregeling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen
                                aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Reis- en pensionkosten en verhuiskosten bij benoeming</titel></kop><al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente
                            beschikt heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding van: </al><lijst><li nr="·"><al>a.reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel
                                    1 van de Regeling rechtspositie wethouders; </al></li><li nr="·"><al>b.verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                    overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling
                                    rechtspositie wethouders. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Werkkostenregeling</titel></kop><al>Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid,
                            onderdeel f van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen: </al><lijst><li nr="·"><al>a.de vergoedingen op grond van artikel 16; </al></li><li nr="·"><al>b.de vergoedingen op grond van artikel 17;</al></li><li nr="·"><al>c.de verstrekkingen op grond van artikel 18; </al></li><li nr="·"><al>d.de vergoedingen op grond van artikel 19; </al></li><li nr="·"><al>e.de vergoedingen en verstrekkingen op grond van artikel 20 van
                                    deze verordening en artikel 27a van het Rechtspositiebesluit
                                    wethouders; </al></li><li nr="·"><al>f.de verstrekkingen op grond van artikel 21; </al></li><li nr="·"><al>g.de vergoedingen op grond van artikel 24. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Betaling van kosten</titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door </al><lijst><li nr="·"><al>a.betaling uit eigen middelen; of </al></li><li nr="·"><al>b.rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente; of
                                </al></li><li nr="·"><al>c.een gemeentelijke creditcard. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 8, 9, 10,
                                11, 17, 18, 19, 20 en 24 wordt gebruik gemaakt van een
                                declaratieformulier, waarvan het model door het college is
                                vastgesteld, indien deze kosten uit eigen middelen vooruit zijn
                                betaald. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld, voorzien van
                                originele bewijsstukken en ondertekend binnen 6 maanden ingediend
                                bij:</al><lijst><li nr="·"><al>a.indien het een wethouder betreft bij de gemeentesecretaris
                                        en </al></li><li nr="·"><al>b.indien het een raadslid of commissielid betreft bij de
                                        griffier, </al></li><li nr="·"><al>c.of een door hen aangewezen ambtenaar. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 8, 9, 10, 11, 17,
                                18, 19 en 20 kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de
                                door het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder voor akkoord
                                ondertekende factuur aan de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het
                                begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is
                                vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het begeleidingsformulier en de factuur wordt binnen 6 maanden
                                ingediend bij:</al><lijst><li nr="·"><al>a.indien het een wethouder betreft bij de gemeentesecretaris
                                        en </al></li><li nr="·"><al>b.indien het een raadslid of commissielid betreft bij de
                                        griffier, </al></li><li nr="·"><al>c.of een door hen aangewezen ambtenaar.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Gebruik creditcard</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding van de kosten van een buitenlandse vlucht gemaakt door
                                een wethouder, die ten laste van de gemeente komen, kan plaatsvinden
                                door gebruikmaking van de gemeentelijke creditcard. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeentesecretaris draagt zorg voor het gebruik en beheer van de
                                gemeentelijke creditcard. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Controle van de uitgaven gedaan met de gemeentelijke creditcard
                                vindt plaats door de gemeentesecretaris of de aangewezen ambtenaar.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Verlies of diefstal van de creditcard wordt direct gemeld bij de
                                betreffende creditcardmaatschappij en zo spoedig mogelijk ook bij de
                                gemeente. Het eigen risico bij verlies en diefstal komt mits is
                                voldaan aan de daarvoor geldende regels, voor rekening van de
                                gemeente. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden,
                            vastgesteld op 9 juli 2007, sedertdien gewijzigd, wordt ingetrokken.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug
                            tot en met 1 januari 2014.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                            wethouders, raads- en commissieleden 2014. </al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 10 maart 2014,</ondertekening><ondertekening>Ondertekening,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Zoetermeer, 10 maart 2014</ondertekening><ondertekening>de griffier, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>drs K. Bolt Ch.B. Aptroot</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>