<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR327184_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bomenverordening Utrechtse Heuvelrug 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-04-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentenieuws, 18-07-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bomenverordening Utrechtse Heuvelrug 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-07-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-03-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Bomenverordening Utrechtse Heuvelrug 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Algemene bepalingen</vet></al><al>ARTIKEL 1</al><al><cursief>Begripsomschrijvingen</cursief></al><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><al><vet>a. boom: </vet>een houtachtig, overblijvend gewas met een
                            dwarsstamomtrek van minimaal 94 centimeter (stamdiameter 30 cm) op 1,3
                            meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de
                            omtrek van de dikste stam. In het kader van een herplant - of
                            instandhoudingsplicht als bedoeld in de artikelen 5 en 6, kunnen
                            voorschriften gesteld en maatregelen genomen worden voor bomen kleiner
                            dan 94 centimeter stamomtrek (stamdiameter 30 cm) op 1,3 meter boven het
                            maaiveld; </al><al><vet>b. houtopstand: </vet>één of meer bomen, hakhout, een houtwal, een
                            grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van
                            bosplantsoen; een struweel of heg, met de onder sub a genoemde minimale
                            stamomtrek;</al><al><vet>- hakhout: </vet>één of meer bomen of boomvormers, die na te zijn
                            geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;</al><al><vet>- houtwal: </vet>lijnvormige bosaanplant, hoofdzakelijk bestaande
                            uit inheemse heesters, struiken en boomvormers;</al><al><vet>- (lint) begroeiing: </vet>begroeiing bestaande uit heesters,
                            struiken, bomen ( bijvoorbeeld hagen en heggen) met een minimale breedte
                            van 0,75 meter en een minimale hoogte van 1,30 meter;</al><al><vet>- bosplantsoen: </vet>aanplant van jong bos, bestaande uit
                            hoofdzakelijk heesters,</al><al>struiken en boomvormers; </al><al><vet>- struweel: </vet>een begroeiing van hoofdzakelijk inheemse soorten
                            heesters en struiken;</al><al><vet>- heg: </vet>een lintvormige aanplant van heesters of struiken, al
                            dan niet in een vorm gesnoeid, met een minimale lengte van 3 meter;</al><al><vet>c. berk: </vet>bedoeld wordtde boomsoort Ruwe berk <cursief>(Betula
                                pendula)</cursief>;</al><al><vet>d. conifeer: </vet>bedoeld worden de soorten van het geslacht
                                <cursief>Thuja </cursief>en <cursief>Chamaecyparis </cursief>zoals
                            de Californische - of Lawsoncypres (<cursief>Chamaecyparis
                                lawsoniana</cursief>) en de Westerse levensboom (<cursief>Thuja
                                occidentalis).</cursief></al><al><vet>e</vet>. <vet>vellen:</vet> rooien; kappen; verplanten; het snoeien
                            van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip
                            van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als
                            ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering
                            van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben;</al><al><vet>f. kappen:</vet> het geheel of grotendeels verwijderen van het
                            bovengrondse deel van de houtopstand; </al><al><vet>g</vet>.<vet> knotten:</vet> het tot op de oude snoeiplaats
                            verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen;</al><al><vet>h. kandelaberen: </vet>het tot op de hoofdtakken inkorten van
                            houtopstand;</al><al><vet>i. dunning:</vet> velling, welke uitsluitend als een
                            verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende
                            houtopstand moet worden beschouwd; <vet>j. bebouwde kom: </vet>de
                            bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde
                            lid, van de Boswet; <vet>k</vet><vet>. boomwaarde:</vet> de monetaire
                            waarde van een boom, zoals getaxeerd volgens de richtlijnen van de
                            Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen en houtige gewassen
                            (NVTB);</al><al><vet>l. bomen effect analyse:</vet> een standaard beoordeling van de
                            gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor houtopstand, op basis van
                            landelijke richtlijnen van de Bomenstichting<cursief>;</cursief></al><al><vet>m. herplantfonds: </vet>door de gemeente beheerd fonds waarin
                            financiële compensatie voor herplant wordt gestort. De middelen in het
                            fonds worden strikt gebruikt voor herplant;</al><al><vet>n. bomenfonds:</vet> bijdrageregeling voor behoud van alszodanig
                            door Burgemeester en wethouders aangewezen waardevolle bomen;</al><al><vet>o. Wabo:</vet> Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al><al><vet>p.</vet><vet>omgevingsvergunning: </vet>de vergunning als bedoeld
                            in artikel 2.2 van de Wabo;</al><al><vet>q. bevoegd gezag:</vet> bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1.
                            van de Wabo, voor de activiteit (doen) vellen van houtopstanden. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Vergunningen</vet></al><al>ARTIKEL 2</al><al><cursief>Omgevingsvergunning voor het vellen van
                            houtopstanden</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning (omgevingsvergunning) van het
                                    bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen. </al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    houtopstand die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze wordt
                                    geëxploiteerd als bedoeld in artikel 15 lid 2 en 3 van de
                                    Boswet</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                            Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last
                                            van Burgemeester en wethouders, zulks onverminderd het
                                            bepaalde in artikel 5 van deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
                                            reguliere onderhoud;</al></li><li nr="c."><al>het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke
                                            beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of
                                            leibomen ter uitvoering van het reguliere
                                            onderhoud;</al></li><li nr="d."><al>ruwe berk <cursief>(Betula pendula)</cursief>; </al></li><li nr="e."><al>coniferen, waarmee uitsluitend de soorten van het
                                            geslacht Thuja en Chamaecyparis worden bedoeld;</al></li><li nr="f."><al>Amerikaanse vogelkers;</al></li><li nr="g."><al>het vellen van een dode houtopstand danwel het vellen
                                            van een houtopstand, waarbij sprake is van dunning,
                                            mits: - het voornemen tot vellen hiervan schriftelijk
                                            bij Burgemeester en wethouders is gemeld; - Burgemeester
                                            en wethouders de ontvangst van de melding schriftelijk
                                            hebben bevestigd en hierbij heeft aangegeven dat de
                                            gemelde boom c.q. houtopstand een boom cq. houtopstand
                                            is als bedoeld in dit onderdeel;</al></li><li nr="h."><al>wanneer niet binnen acht weken na ontvangst van de
                                            melding als bedoeld onder f. een schriftelijke
                                            bevestiging is verzonden door Burgemeester en
                                            wethouders, mag tot vellen van de dode houtopstand of de
                                            Amerikaanse vogelkers worden overgegaan. Burgemeester en
                                            wethouders kunnen de termijn waarbinnen de bevestiging
                                            dient te zijn verzonden met maximaal acht weken
                                            verlengen. </al></li></lijst></li></lijst><al>ARTIKEL 3</al><al><cursief>Aanvraag vergunning</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>De vergunning moet worden aangevraagd door of namens, dan wel
                                    met toestemming van degene, die krachtens zakelijk recht, of
                                    door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid,
                                    gerechtigd is over de houtopstand te beschikken. De aanvraag om
                                    een omgevingsvergunning dient te voldoen aan artikel 2.8 Wabo.
                                </al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan ingeval van
                                    een voorgenomen grootschalige bomenkap, waarin rederlijkerwijs
                                    niet kan worden verlangd dat alle te kappen bomen afzonderlijk
                                    op schaal op tekening worden aangegeven, de situatietekening
                                    volstaan door het aangeven van het gebied waarbinnen de te
                                    kappen bomen staan. Op het aanvraagformulier dient te worden
                                    aangegeven voor welke boomsoorten en aantallen de aanvraag wordt
                                    gedaan. De te kappen bomen dienen in dit geval ter plaatse te
                                    worden gemerkt. Voor een objectieve belangenafweging kan door
                                    Burgemeester en wethouders een bomen effect analyse, en/of een
                                    herinrichtingsplan met te herplanten bomen worden gevraagd.</al></li><li nr="3."><al>Wanneer Burgemeester en wethouders door of namens de Minister
                                    van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een afschrift hebben
                                    ontvangen van de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2
                                    van de Boswet beschouwt bevoegd gezag dit afschrift mede als een
                                    vergunningaanvraag. </al></li></lijst><al>ARTIKEL 4</al><al><cursief>Criteria</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren dan welonder
                                    voorschriften verlenen.</al></li><li nr="2."><al>Een vergunning wordt onder verwijzing naar beleidsregels
                                    geweigerd indien de belangen van verlening niet opwegen tegen de
                                    belangen van behoud van de houtopstand op basis van één of meer
                                    van de volgende waarden:</al></li><li nr="a."><al>natuurwaarden;</al></li><li nr="b."><al>milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>landschappelijke waarden;</al></li><li nr="d."><al>cultuurhistorische waarden;</al></li><li nr="e."><al>waarden van stads - en dorpsschoon;</al></li><li nr="f."><al>waarden voor recreatie en leefbaarheid.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid kan
                                    deBurgemeester toestemming geven tot direct vellen, indien er
                                    sprake is van grote gevaarzetting of vergelijkend spoedeisend
                                    belang.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Vergunningvoorschriften, herplant- en
                            instandhoudingsplicht</vet></al><al>ARTIKEL 5</al><al><cursief>Bijzondere vergunningsvoorschriften</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften, danwel aan
                                    de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2, derde lid
                                    onder g, kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde
                                    termijn en overeenkomstig de door Burgemeester en wethouders te
                                    geven aanwijzingen moet worden herplant. Hieronder worden
                                    ondermeer begrepen de boomsoort, de handelsmaat en de
                                    herplantlocatie(s).</al></li><li nr="2."><al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan
                                    kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                    herplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen.</al></li><li nr="3."><al>Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kan het
                                    voorschrift behoren tot het opstellen en overleggen van een
                                    bomen effect analyse in geval van bouw of aanleg van werken
                                    nabij te behouden bomen.</al></li><li nr="4."><al>Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld
                                    in dit artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is
                                    verplicht daaraan te voldoen.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 6</al><al><cursief>Instandhoudingsplicht</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Indien houtopstand, waarop het verbod tot vellen van toepassing
                                    is, zonder vergunning van Burgemeester en wethouders is geveld,
                                    dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kunnen Burgemeester en
                                    wethouders aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich
                                    de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde
                                    tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting
                                    opleggen te herplanten overeenkomstig de door hen te geven
                                    aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.</al></li><li nr="2."><al>Alleen in uitzonderlijke gevallen waarin niet ter plaatse kan
                                    worden herplant, wordt een financiële bijdrage gestort in het
                                    gemeentelijk herplantfonds.</al></li><li nr="3."><al>De verplichtingen en voorschriften van dit artikel kunnen gelden
                                    voor bomen kleiner dan de in artikel 1 van deze verordening
                                    genoemde minimummaat.</al></li><li nr="4."><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd,
                                    dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na
                                    herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen.</al></li><li nr="5."><al>Indien houtopstand, waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                    deze afdeling van toepassing is in het voortbestaan ernstig
                                    wordt bedreigd, kunnen Burgemeester en wethouders aan de
                                    zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand
                                    bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen
                                    van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om:</al><lijst><li nr="a."><al>Overeenkomstig de door hen te geven aanwijzigen binnen
                                            een door hen te stellen termijn voorzieningen te
                                            treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen;</al></li><li nr="b."><al>Een bomen effect analyse op te stellen en aan te
                                            bieden.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld
                                    in dit artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is
                                    verplicht daaraan te voldoen.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Overige en slotbepalingen</vet></al><al>ARTIKEL 7</al><al><cursief>Schadevergoeding</cursief></al><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om schadevergoeding
                            op grond van artikel 17 van deBoswet. </al><al>ARTIKEL 8</al><al><cursief>Bestrijding van boomziekten</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Indien zich op een terrein één of meer bomen bevinden die naar
                                    het oordeel van Burgemeester en wethouders gevaar opleveren van
                                    verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de
                                    ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende, indien
                                    hij daartoe door Burgemeester en wethouders is aangeschreven,
                                    verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen
                                    termijn:</al><lijst><li nr="a."><al>De houtopstand te vellen;</al></li><li nr="b."><al>Conform richtlijnen van de gemeente de gevelde
                                            houtopstand direct zodanig te behandelen dat
                                            verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden gevelde bomen of delen daarvan voorhanden of in
                                    voorraad te hebben of te vervoeren, indien het een boomsoort
                                    betreft die de desbetreffende boomziekte kan verspreiden.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen vergunning verlenen van het
                                    onder het tweede lid van dit artikel gestelde verbod.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 9</al><al><cursief>Samenhang </cursief><cursief>tussen één of meerdere
                                (deel)vergunningen (omgevingsvergunning)</cursief></al><al>Een vergunning tot het vellen van houtopstand kan worden geweigerd,
                            nadat een omgevingsvergunning voor één of meerdere andere samenhangende
                            deelvergunningen is verleend, indien de rechthebbende aanvrager van een
                            vergunning tot vellen niet, of niet tijdig, of niet volledig de
                            aanwezigheid heeft gemeld van een beeldbepalende of anderszins
                            waardevolle houtopstand aan Burgemeester en wethouders. </al><al>ARTIKEL 10</al><al><cursief>Bescherming publieke houtopstand</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om houtopstanden, die publiek eigendom zijn: -
                                    te beschadigen, te bekladden of te beplakken; - daaraan
                                    snoeiwerk te verrichten, tenzij het snoeiwerk wordt verricht
                                    door of namens de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden om een of meer voorwerpen in of aan een openbare
                                    houtopstand aan te brengen of anderszins te bevestigen,
                                    behoudens vergunning van Burgemeester en wethouders. </al></li></lijst><al>ARTIKEL 11</al><al><cursief>Strafbepaling</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Degene aan wie een voorschrift als bedoeld in artikel 2, derde
                                    lid, artikel 4, eerste lid, artikel 5, eerste, tweede, derde,
                                    vierde lid, artikel 8, eerste lid is gegeven, onderscheidenlijk
                                    een verplichting als bedoeld in artikel 6, eerste, tweede,
                                    derde, vierde, vijfde en zesde lid, is opgelegd, alsmede diens
                                    rechtsopvolger, is gehouden dienovereenkomstig te handelen.</al></li><li nr="2."><al>Hij die handelt in strijd met artikel 2, eerste lid, artikel 8,
                                    tweede lid, artikel 10, eerste en tweede lid danwel een
                                    voorschrift onderscheidenlijk een verplichting als bedoeld in
                                    het vorige lid niet na komt, wordt gestraft met een hechtenis
                                    van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede
                                    categorie. Tevens kan een rechterlijke beoordeling op grond van
                                    dit artikel openbaar gemaakt worden. </al></li></lijst><al>ARTIKEL 12</al><al><cursief>Opsporing en toezicht</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Met de opsporing van de in artikel 11 strafbaar gestelde feiten
                                    zijn behalve de ambtenaren, genoemd in artikel 141 van het
                                    Wetboek van Strafvordering, belast de daartoe door Burgemeester
                                    en wethouders aangewezen personen.</al></li><li nr="2."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                    krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van
                                    Burgemeester en wethouders aangewezen personen.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 13</al><al><cursief>Betreden van gebouwen en terreinen</cursief></al><al>Zo dikwijls de zorg voor de naleving van enig voorschrift van deze
                            verordening dit vereist, wordt hierbij aan hen die met de zorg voor de
                            naleving daarvan zijn belast of daaraan moeten meewerken, de last
                            verstrekt gebouwen, niet zijnde woningen, en terreinen te betreden,
                            desnoods tegen de wil van de rechthebbende. </al><al>ARTIKEL 14</al><al><cursief>Overgangsbepaling</cursief></al><al>De aanvragen om een vergunning tot vellen, die zijn ontvangen voor de in
                            artikel 15 bepaalde datum van inwerkingtreding, vallen onder de
                            verordening die van kracht was voorafgaande aan deze verordening. </al><al>ARTIKEL 15</al><al><cursief>Slotbepaling</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Bomenverordening
                                    Utrechtse Heuvelrug 2013.</al></li><li nr="2."><al>Zij treedt in werking met ingang van 1 oktober 2013, onder
                                    gelijktijdige intrekking van de Bomenverordening Utrechtse
                                    Heuvelrug 2010.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 8 juli 2013,</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>W.Hooghiemstra G.F. Naafs</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Bomenverordening 2013 Utrechtse Heuvelrug</vet></al><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr></kop><al><vet>Algemene bepalingen</vet></al><al>ARTIKEL 1</al><al><cursief>Begripsomschrijvingen</cursief></al><al><vet>a. boom: </vet>afbakening van het begrip boom is van belang in verband
                        met het aangeven van de ondergrens van de bescherming. De minimale
                        stamomtrek is de meest gangbare en meest heldere vorm van afbakening. Door
                        de minimale stamomtrek en de meerstammigheid zullen zeer oude struiken ook
                        beschermd zijn. Om bomen die in het kader van een herplantplicht geplant
                        zijn te beschermen, is de mogelijkheid opgenomen om ook bomen met een
                        kleinere stamomtrek dan 94 cm (stamdiameter 30 cm) kapvergunningplichtig te
                        maken. Deze bomen zouden anders vogelvrij kunnen zijn.</al><al><vet>b</vet><vet>. houtopstand: </vet>het kernbegrip van deze verordening,
                        waarop het kapverbod en de vergunningplicht van toepassing zijn. Door dit
                        begrip consequent centraal te stellen wordt duidelijk dat de bescherming
                        betrekking heeft op meer dan bomen alleen.</al><al><vet>- hakhout</vet><vet>: </vet>de beschrijving van dit begrip spreekt voor
                        zich.</al><al><vet>- houtwal. </vet>de beschrijving van dit begrip spreekt voor zich.</al><al><vet>- (lint)begroeiing: </vet>vanwege de grote ecologische waarde van
                        dergelijke begroeiingen (bijv. een meidoorn- of mispelhaag) is bescherming
                        hiervan een noodzaak. Er staat "begroeiing" in plaats van beplanting om ook
                        spontaan opgeslagen groen bescherming te bieden.</al><al><vet>- bosplantsoen: </vet>de beschrijving van dit begrip spreekt voor
                        zich.</al><al><vet>- struweel:</vet> de beschrijving van dit begrip spreekt voor
                        zich.</al><al><vet>- heg: </vet>de beschrijving van dit begrip spreekt voor zich.</al><al><vet>c</vet><vet>. berk: </vet>bedoeld wordtde boomsoort Ruwe berk
                            <cursief>(Betula pendula).</cursief></al><al><vet>d</vet><vet>. conifeer: </vet>bedoeld worden de zgn. ‘schubconiferen’,
                        die tot de Cypressen familie <cursief>(Cupressacaea) </cursief>behoren.
                        Voorbeelden hiervan zijn de veel voorkomende Californische - of Lawsoncypres
                            (<cursief>Chamaecyparis lawsoniana</cursief>) of de Westerse levensboom
                            (<cursief>Thuja occidentalis).</cursief></al><al><vet>e. vellen:</vet> elke wijze van het te gronde richten van een
                        houtopstand ongeacht of dit gedeeltelijk is, bijvoorbeeld bij kappen, of
                        volledig, zoals bij rooien (inclusief stobbe verwijderen). Ook ingrepen die
                        een ingrijpende wijziging betekenen, zoals kandelaberen of het snoeien van
                        meer dan 20 procent van het kroonvolume, vallen onder vellen. Dit om het
                        ernstig beschadigen of ontsieren van een boomkroon tegen te kunnen gaan. Het
                        instandhouden door periodieke snoei van de door kandelaberen of knotten
                        ontstane kroonvorm is niet vergunningplichtig. De eerste keer kandelaberen
                        of knotten is wel vergunningplichtig. Het verwijderen van hoofdwortels,
                        waarvan kan worden aangenomen dat daardoor de houtopstand ernstige schade
                        oploopt, valt eveneens onder het begrip vellen. Door de verordening ook van
                        toepassing te laten zijn op het ernstig beschadigen of ontsieren van
                        samengestelde verschijningsvormen, worden grootschalige ingrepen in
                        houtopstand eveneens vergunningplichtig.</al><al><vet>f. kappen: </vet>de beschrijving van dit begrip spreekt voor zich.</al><al><vet>g. knotten: </vet> de beschrijving van dit begrip spreekt voor
                        zich.</al><al><vet>h. kandelaberen: </vet>de beschrijving van dit begrip spreekt voor
                        zich.</al><al><vet>i. dunning:</vet> de beschrijving van dit begrip spreekt voor zich.
                            <vet>j</vet>.<vet> bebouwde kom: </vet>de beschrijving van dit begrip
                        spreekt voor zich.</al><al><vet>k. boomwaarde:</vet> de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van
                        Taxateurs van Bomen en houtige gewassen (NVTB, Postbus 683, 7300 AK
                        Apeldoorn, tel. 055-5999449) voor de monetaire boomwaarde worden jaarlijks
                        vastgesteld aan de hand van de prijsindexcijfers van het CBS,
                        marktprijsgemiddelden en andere kengetallen. De richtlijnen gelden als de
                        meest deskundige methodiek voor de wijze van vaststellen van de geldwaarde
                        van bomen en worden in de rechtspraak erkend. Het spreekt overigens voor
                        zich dat bomen ook vele andere waarden dan monetaire waarde kunnen
                        vertegenwoordigen.</al><al><vet>l. bomen effect analyse:</vet> waardevolle houtopstanden worden
                        regelmatig (ernstig) beschadigd of vernietigd door bouw en aanleg van
                        huizen, wegen, rioleringen of kabels en leidingen. Vaak gebeurt dit
                        ongewenst en onbedoeld, omdat er te laat is gekeken naar de gevolgen voor de
                        bomen, waardoor ze niet ingepast of (onherstelbaar) beschadigd raken. De
                        bomen effect analyse (BEA) is de landelijke richtlijn voor een nauwgezette
                        en onafhankelijke beoordeling, voorafgaand aan de voorgenomen bouw of
                        aanleg. Deze standaardisering waarborgt de boomtechnische kwaliteit en
                        garandeert een goede beoordeling van alle effecten en mogelijke
                        alternatieven. Een BEA dient uitgevoerd te worden door een deskundig
                        boomverzorger of boomtechnisch adviseur. De resultaten van deze beoordeling
                        kunnen vervolgens worden meegenomen in de besluitvorming rond bouw of
                        aanleg.</al><al><vet>m. herplantfonds: </vet>uitgangspunt bij herplant is dat op dezelfde
                        lokatie of in de directe nabijheid van de te kappen houtopstand wordt
                        herplant. In de praktijk is dat niet altijd mogelijk. In deze uitzonderlijke
                        gevallen kunnen Burgemeester en wethouders bepalen dat een financiële
                        compensatie is toegestaan doormiddel van een bijdrage in het herplantfonds.
                        De middelen in het herplantfonds mogen door de gemeente alleen worden
                        aangewend voor herplant. Burgemeester en wethouders kunnen in een
                        beleidsregel nader uitwerken hoe met deze regeling wordt omgegaan en hoe de
                        hoogte van de financiële compensatie wordt berekend. </al><al><vet>n. bomenfonds:</vet> Burgemeester en wethouders stellen een lijst met
                        waardevolle bomen op. Het bomenfonds biedt de mogelijkheid om eigenaren van
                        alszodanig aangemerkte bomen een bijdrage te verlenen (financieel of met
                        advies) voor het onderhoud. Deze regeling geldt al voor de voormalig
                        gemeente Doorn en wordt binnen de hele gemeente uitgebreid.</al><al><vet>o. Wabo:</vet> Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al><al><vet>p.</vet><vet>omgevingsvergunning: </vet>de beschrijving van dit begrip
                        spreekt voor zich.</al><al><vet>q. bevoegd gezag:</vet> de beschrijving van dit begrip spreekt voor
                        zich. </al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr></kop><al><vet>Vergunningen</vet></al><al>ARTIKEL 2</al><al><cursief>Omgevingsvergunning voor het vellen van
                        houtopstanden</cursief></al><al>1.Dit verbod is in verschillende opzichten ruimer dan het lijkt. Vellen is
                        meer dan alleen omzagen en houtopstand is meer dan alleen een boom (zie
                        artikel 1). </al><al><vet>Dode houtopstand. </vet>Het kapverbod geldt voor vitale en minder
                        vitale bomen. Voor dode houtopstand geldt een meldingsplicht.Hiermee kan
                        voorkomen worden dat een kwaadwillende boomeigenaar er voor zorgt dat een
                        gezonde boom dood gaat of `bij vergissing´ een gezonde boom kapt. Het kan
                        tevens wenselijk zijn om dode bomen te bewaren vanwege hun ecologisch
                        waardevolle functies of omdat er wettelijk beschermde diersoorten in
                        nestelen.</al><lijst><li nr="2."><al>De bevoegdheid tot het instellen van een verbod tot vellen bij
                                gemeentelijke verordening wordt in artikel 15 van de Boswet beperkt.
                                Deze beperking heeft inhoudelijk betrekking op de in artikel 15 lid
                                2 Boswet genoemde houtopstand:</al><lijst><li nr="a."><al>populieren of wilgen als wegbeplantingen of éénrijige
                                        beplantingen op of langs landbouwgronden, tenzij deze zijn
                                        geknot;</al></li><li nr="b."><al>fruitbomen en windschermen om boomgaarden;</al></li><li nr="c."><al>fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan twaalf jaar,
                                        bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor
                                        in het bijzonder bestemde terreinen;</al></li><li nr="d."><al>kweekgoed;</al></li><li nr="e."><al>houtopstand, die deel uitmaakt van als zodanig bij het
                                        Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen
                                        is binnen een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een
                                        zelfstandige eenheid vormt die: </al></li></lijst></li><li nr="−"><al>ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are; </al></li><li nr="−"><al>ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend
                                over het totale aantal rijen.</al></li></lijst><al>De zinsnede “die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden
                        geëxploiteerd” bedoelt de alle hiervoor genoemde uitzonderingen conform de
                        Memorie van Toelichting op de Boswet te beperken tot bomen met een
                        aantoonbare economisch doel en te onderscheiden van sierbomen. Bij vrucht of
                        fruitbomen (inclusief notenbomen), zijn sierbomen die vruchten dragen dus
                        wel kapvergunningplichtig. Onder het kapverbod valt het houden en de
                        economische exploitatie van (vrucht)bomen niet. </al><al>ARTIKEL 3</al><al>Aanvraag vergunning</al><lijst><li nr="1."><al>Schriftelijke aanvraag is vanzelfsprekend noodzakelijk. Een
                                situatietekening, op te stellen door de aanvrager, blijkt in de
                                praktijk nodig aangezien men anders een tweede maal de kapvergunning
                                voor een andere houtopstand zou kunnen gebruiken. Indien de aanvraag
                                het gevolg is van een geplande verandering van de situatie
                                (bijvoorbeeld bij een kapaanvraag in het kader van een bouwplan) is
                                zowel een tekening nodig van de bestaande situatie als van de
                                toekomstige situatie. Op het aanvraagformulier moet dit zijn
                                aangegeven.</al></li><li nr="−"><al><vet>Aanvragers </vet>kunnen slechts zijn: eigenaren van of zakelijk
                                gerechtigden tot een houtopstand.</al></li><li nr="−"><al><vet>Zakelijk gerechtigden </vet>zijn in beginsel degenen die een
                                notariële akte kunnen overleggen inzake het recht van erfpacht,
                                pacht, opstal, erfdienstbaarheid, vruchtgebruik of pootrecht
                                betreffende de houtopstand. Lokale Kerkgenootschappen vallen daar in
                                beginsel ook onder.</al></li><li nr="−"><al><vet>Huurders </vet>hebben een persoonlijk en geen zakelijk recht.
                                Zij moeten dus de schriftelijke toestemming voor kapaanvraag van de
                                verhuurder, die eigenaar van de houtopstand is, overleggen. De
                                eigenaar van een houtopstand kan bij (huur)overeenkomst of bij
                                machtiging zijn huurders het recht tot vergunningaanvraag
                                verlenen.</al></li><li nr="−"><al><vet>Publiekrechtelijke bevoegdheden. </vet>Ook de gemeente zelf,
                                waterschappen, hoogheemraadschappen of andere publiekrechtelijke
                                instanties (Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer, enz) kunnen aanvrager
                                zijn. Zij volgen dezelfde procedure als andere aanvragers. </al></li><li nr="−"><al>Een<vet> situatietekening </vet>is verplicht om misverstand over de
                                exacte standplaats van de boom te voorkomen. Indien de aanvraag het
                                gevolg is van een geplande verandering van de situatie is zowel een
                                tekening nodig van de bestaande situatie als van de toekomstige
                                situatie (lid 2).</al></li><li nr="2."><al>In geval van een grootschalige bomenkap kunnen de eisen ten aanzien
                                van de situatietekening in voorkomende gevallen minder uitgebreid
                                zijn. In de praktijk is gebleken dat het bijna ondoenlijk is om in
                                sommige gevallen alle te kappen bomen op schaal op tekening te
                                zetten. Er is gekozen om in die gevallen de aanvraagmethode in het
                                kader van de Boswet toe te passen. </al></li></lijst><al>ARTIKEL 4</al><al><cursief>Criteria</cursief></al><al>1.Dit artikel bevat de criteria, die in ieder besluit inzake een aanvraag
                        tot vellen genoemd moeten worden. Over het algemeen wordt ervan uitgegaan
                        dat (te) zieke of gevaarlijke bomen altijd voor vergunning in aanmerking
                        zullen komen. Ervaring leert dat de algemene termen waarin hier genoemde
                        weigeringsgronden gesteld zijn nadere uitwerking behoeven van criteria voor
                        boombelang en verwijderingsbelang. Deze criteria kunnen in een
                        afwegingsmodel worden geplaatst dat als instrument bij de beoordeling van de
                        aanvraag wordt gehanteerd. De beslissing op de aanvraag moet waar mogelijk
                        verwijzen naar beleidsbesluiten. Ook de door derde-belanghebbenden
                        ingediende zienswijzen moeten meegewogen worden.</al><al>Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 3:46- 3:50 en 4:82 –
                        4:84) dient de motivering van het besluit van Burgemeester en wethouders te
                        verwijzen naar gemeentelijke beleidsregels zoals bestemmings-, groen-,
                        bomen-, of landschapsplannen en bijbehorende (beschermings)categorieën en
                        beleidskaarten.</al><al>2.In dit artikel worden de volgende criteria genoemd.</al><al><vet><onderstreept>a. Natuurwaarden</onderstreept></vet></al><al>Potentieel is iedere boom of boomgroep ecologisch van belang. In elke boom
                        kan een vogel nestelen en er zijn altijd wel insecten die in een boom
                        voorkomen (naast ‘vogelvoer’ zijn insecten nuttige afbrekers van organisch
                        materiaal in de houtopstand). Maar dat is niet in eerste instantie wat met
                        natuurwaarde wordt bedoeld.</al><al>Er zijn bomen of boomgroepen die een extra toegevoegde ecologische waarde
                        hebben voor de natuur. Bijvoorbeeld eiken, vooral exemplaren van 50 jaar en
                        ouder: vele honderden verschillende soorten inheemse insecten voelen zich
                        thuis op de eik en zijn voor hun voortbestaan zelfs van deze soort
                        afhankelijk! Deze insecten zijn op hun beurt van belang voor bijvoorbeeld
                        vogels, zeker gedurende het broedseizoen. De vleermuis maakt gebruik van de
                        bomen om zich te verplaatsen. De eik maakt zo een zeer belangrijk onderdeel
                        uit van het ecologische voedselweb. Heeft een eik honderden soorten insecten
                        ´bij zich´, een plataan heeft er bijvoorbeeld slechts maximaal 2 of 3. Dat
                        illustreert het potentiële verschil in natuurwaarde.</al><al>Een houtopstand heeft in ieder geval natuurwaarde als deze:</al><lijst><li nr="−"><al>Een schuil/broedplaats biedt aan fauna;</al></li><li nr="−"><al>Fourageergelegenheid biedt aan fauna;</al></li><li nr="−"><al>Huisvesting biedt aan beschermde flora;</al></li><li nr="−"><al>Op zichzelf natuurwaarde heeft als solitair, of verbindende schakel
                                (“stepping stone”) maar ook als onderdeel van: bos, verbindingszone,
                                EHS) en aan die natuurwaarde afbreuk wordt gedaan wanneer de boom
                                wordt gekapt.</al></li></lijst><al><vet><onderstreept>b. Milieuwaarden</onderstreept></vet></al><al>Bij Milieuwaarden van een houtopstand moet gedacht worden aan de mate waarin
                        een houtopstand een bijdrage levert aan zaken als luchtkwaliteit,
                        fijnstoffiltering en waterberging.</al><al><vet><onderstreept>c. Landschappelijke waarden</onderstreept></vet></al><al>Dit is een sterk streekgebonden aspect van houtopstanden en is veelal van
                        belang buiten de bebouwde omgeving (maar ook wel eens daar binnen). Of een
                        houtopstand of een type beplanting karakteristiek is voor een landschap
                        hangt nauw samen met het ontstaan van het landschap, de
                        ontginningsgeschiedenis en de grondsoort. </al><al>Een houtopstand heeft in ieder geval landschappelijke waarde als deze:</al><al>−Typerend is voor de lokale omstandigheden, bepaald door de
                        ontstaansgeschiedenis, de bodemgesteldheid, waterhuishouding e.d. (lanen,
                        restant bosje, houtwal, solitaire boom).</al><al><vet><onderstreept>d. Cultuurhistorische waarden</onderstreept></vet></al><al>Als een boom, boomgroep of laanstructuur karakteristiek is voor de
                        ontstaans- of de ontginningsgeschiedenis van een plek of omgeving (dit kan
                        tevens te maken hebben met de soort en/of met de leeftijd van een boom), of
                        als de boom ooit geplant is vanwege een heugelijk feit in het verleden, dan
                        heeft deze houtopstand een (hoge) cultuurhistorische waarde. Een sierpeer in
                        een wijk heeft dat bijvoorbeeld niet, een oude houtwal in een oudere wijk
                        heeft dat vaak wel.</al><al>Een houtopstand heeft in ieder geval cultuurhistorische waarde als
                        deze;</al><lijst><li nr="−"><al>Beschreven is binnen een monumentale structuur;</al></li><li nr="−"><al>Aangewezen is als onderdeel van een gemeentelijk of
                                rijksmonument;</al></li><li nr="−"><al>Is geplant als herdenkingsboom;</al></li></lijst><al><vet><onderstreept>e. Waarden van stads- en
                        dorpsschoon</onderstreept></vet></al><al>Dit is te vergelijken met de landschappelijke waarde, maar dan in de
                        bebouwde omgeving, dus vooral in de kernen zelf. De grens tussen landschap
                        en dorp is vaak lastig te trekken.</al><al>Hierbij moet worden ingeschat wat de invloed op het dorpsschoon is als er
                        een boom of een aantal bomen wordt verwijderd. Bomen kunnen (lelijke)
                        gebouwen aan het zicht onttrekken, ze kunnen lege plekken opvullen, ze
                        kunnen een structuur versterken (bijvoorbeeld een weg) en kunnen bijdragen
                        aan het groene karakter van een wijk.</al><al>Maar ook bomen met een bijzondere vorm, kleur of ouderdom vallen extra op:
                        zij leveren een bijdrage aan stads- en dorpsschoon. Dat kunnen overigens ook
                        ´gewone´ soorten zijn, maar dan met een kenmerkende vorm, of heel groot, of
                        erg oud. Zij bepalen het beeld van die specifieke plek. Die plek wordt
                        geassocieerd met die boom en andersom.</al><al>Een houtopstand heeft in ieder geval waarde voor stads- en dorpsschoon als
                        deze:</al><lijst><li nr="−"><al>Onderdeel is van een beschermd stads-/dorpsgezicht;</al></li><li nr="−"><al>Bijzonder fraai en/of zeldzaam is (hoogte, dikte, vorm, leeftijd,
                                soort);</al></li><li nr="−"><al>Onderdeel is van het straat-/ laan-/ wijkbeeld. Dan wordt niet naar
                                de tuin op zich gekeken (in geval particulier) maar naar het totale
                                straatbeeld. Dit is dikwijls beschreven in beleidsplannen;</al></li><li nr="−"><al>Onderdeel is van een hoofdbomen en/of -groenstructuur;</al></li><li nr="−"><al>Karakteristiek is voor een wijk (zoals bijvoorbeeld de grove den op
                                de hogere delen van de Heuvelrug);</al></li><li nr="−"><al>Karakteristiek is voor de plek (ensemblewaarde, een belangrijke
                                samenhang heeft met de directe omgeving). </al></li></lijst><al><vet><onderstreept>f. Waarden voor recreatie en
                            leefbaarheid</onderstreept></vet></al><al>Bomen leveren een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid van een dorp of
                        omgeving. Zij vangen de wind af, zij filteren stof uit de lucht, ze dempen
                        geluid, ze leveren zuurstof, ze zorgen voor koelte in de zomer en remmen al
                        te grote temperatuurschommelingen af, ze vormen een groen decor, ze..
                        enzovoorts. </al><al>De meeste bomen leveren wel een bijdrage aan de leefbaarheid, maar zeker in
                        ´betonnen´ nieuwbouwwijken is elke bijdrage aan die leefbaarheid meer dan
                        welkom. Dan is ook een eenzame sierpeer welkom! De bomen kunnen bovendien
                        waardevol zijn als speelplaats voor kinderen of lommerrijke, beschutte plek
                        voor ouderen. </al><al>Een houtopstand heeft in ieder geval waarde voor recreatie en leefbaarheid
                        als deze:</al><lijst><li nr="−"><al>Algemeen gewaardeerd wordt om de schaduw die de houtopstand geeft,
                                of een bijdrage levert aan het leefmilieu (bijvoorbeeld een klimboom
                                voor kinderen, wijkontmoetingsplek, bijdrage aan aangename
                                woonomgeving).</al></li><li nr="3."><al>Noodkap. Direct vellen als gevolg van grote gevaarzetting of
                                vergelijkbaar spoedeisend belang van openbare orde of veiligheid is
                                bedoeld aan te sluiten bij de bevoegdheden van de Burgemeester op
                                grond van de artikelen 173 en 175 van de Gemeentewet.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr></kop><al><vet>Vergunningvoorschriften, herplant- en instandhoudingsplicht</vet></al><al>ARTIKEL 5</al><al><cursief>Bijzondere vergunningsvoorschriften</cursief></al><al><vet>Herplantplicht.</vet> De voorschriften moeten concreet en precies
                        worden uitgewerkt, bijvoorbeeld naar locatie, boomsoort of grootte en binnen
                        een bepaalde tijd. Uit de rechtspraak naar aanleiding van de herplantplicht
                        blijkt dat beleidsmatige uitwerking van aard en omvang van de herplantplicht
                        noodzakelijk is. </al><al>ARTIKEL 6</al><al><cursief>Instandhoudingsplicht</cursief></al><al><vet>Voorschriften. </vet>Herplantvoorschriften zijn concreet en eenduidig
                        en mogen gedetailleerd soort, locatie en plantwijze voorschrijven. De wijze
                        waarop de zelfstandige herplant- en instandhoudingsplicht wordt uitgevoerd,
                        vraagt dus om beleidsmatige uitwerking. Deze uitwerking kan deel uitmaken
                        van een breder opgezet handhavingsbeleid. Factoren die daarbij een rol
                        spelen, zijn de ernst van de overtreding, de mate van
                        (on)verantwoordelijkheid die aan de overtreder kan worden toegekend en de
                        feitelijke mogelijkheden tot uitvoering van een herplant. Onder het
                        handhavingsbeleid vallen ook de richtlijnen voor het effectief uitvoeren van
                        de strafvervolging door politie en daartoe aangestelde opsporingsambtenaren,
                        zoals bedoeld in artikel 12. </al><al><vet>Financiële herplant. </vet>Burgemeester en wethouders bepalen de hoogte
                        van de financiële bijdrage. Volgens rechtspraak moet een financiële
                        herplantplicht daadwerkelijk voor herplant elders gebruikt worden en niet
                        voor een ander doel in het kader van boombeheer. Bovendien moet die herplant
                        zo nabij als mogelijk uitgevoerd worden. De kaders hiervoor zijn beschreven
                        in het Herplantbeleid gemeente Utrechtse Heuvelrug 2010.</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr></kop><al><vet>Overige- en slotbepalingen</vet></al><al>ARTIKEL 7</al><al><cursief>Schadevergoeding</cursief></al><al>De <vet>Boswet </vet>schrijft voor dat een gemeentelijke verordening dit
                        artikel moet bevatten, hoewel uit de (gepubliceerde) rechtspraak geen enkel
                        geval van een schade-uitkering op grond van dit artikel bekend is. Rechters
                        lijken niet snel (onredelijk) nadeel aanwezig te achten indien een
                        vergunning om te vellen geweigerd wordt.</al><al>ARTIKEL 8</al><al><cursief>Bestrijding van boomziekten</cursief></al><al>Dit artikel is bedoeld om besmettelijke boomziekten zoals de iepziekte
                        adequaat te kunnen bestrijden. Belangrijk is dat verspreiding van potentieel
                        broedhout en de besmetting wordt voorkomen. </al><al>ARTIKEL 9</al><al><cursief>Samenhang tussen één of meerdere (deel)vergunningen
                            (omgevingsvergunning)</cursief></al><al>Een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘kappen’ kan worden geweigerd,
                        nadat een omgevingsvergunning voor een andere, hiermee samenhangende
                        deelactiviteit is verleend, wanneer niet, niet volledig, of niet tijdig een
                        beeldbepalende of anderszins waardevolle houtopstand is gemeld aan
                        Burgemeester en wethouders. Tijdige afstemming is daarom van groot belang
                        voor een goede samenloop van de verschillende (deel)vergunningen. </al><al>ARTIKEL 10</al><al><cursief>Bescherming publieke houtopstand</cursief></al><al>Dit artikel beoogt te voorkomen dat publieke houtopstand beschadigd raakt.
                        De in het tweede lid geboden mogelijkheid tot vergunning dient daarom
                        zorgvuldig en terughoudend te worden toegepast en alleen in die gevallen
                        waarbij de houtopstand niet beschadigd raakt.</al><al>ARTIKEL 11</al><al><cursief>Strafbepaling</cursief></al><al>De op grond van dit artikel ingestelde strafvervolging laat onverlet de
                        mogelijkheid van het instellen door Burgemeester en wethouders van een
                        privaatrechtelijke vordering tot schadevergoeding wegens schade aan bomen of
                        houtopstand.</al><al><vet>Ratio. </vet>De strafmaatbepalingen zijn de basis voor aangifte bij de
                        politie en eventuele strafvervolging door justitie. De bepalingen zijn
                        overeenkomstig de grenzen van de Gemeentewet vastgesteld. Soms kan de
                        rechter overgaan tot bijzondere maatregelen, zoals publicatie van een vonnis
                        of voordeeltoekenning (d.w.z. dat justitie afziet van strafvervolging indien
                        verdachte de schade vergoedt).</al><al><vet>Samenloop. </vet>Ook een samengaan met andere delicten (vernieling van
                        eigendom, belediging van personen, enz.) is vaak aanleiding om een illegale
                        kap of beschadiging door justitie aan te laten pakken.</al><al>De op grond van dit artikel ingestelde strafvervolging laat onverlet de
                        mogelijkheid tot het instellen door Burgemeester en wethouders van een
                        privaatrechtelijke vordering tot schadevergoeding wegens schade aan publieke
                        bomen of houtopstanden.</al><al><vet>Schadevergoeding. </vet>De ingestelde strafvervolging staat het
                        instellen van een privaatrechtelijke schadevordering als gevolg van
                        waardevermindering of verlies van de boom niet in de weg. Wel blijken
                        rechters en officieren in de praktijk terughoudend in het tweemaal juridisch
                        aanpakken van hetzelfde feit.</al><al>ARTIKEL 12</al><al><cursief>Opsporing en Toezicht</cursief></al><al>De tekst van het artikel spreekt voor zich</al><al>ARTIKEL 13</al><al><cursief>Betreden van gebouwen en terreinen</cursief></al><al>De tekst van het artikel spreekt voor zich</al><al>ARTIKEL 14</al><al><cursief>Overgangsbepaling</cursief></al><al>De tekst van het artikel spreekt voor zich</al><al>ARTIKEL 15</al><al><cursief>Slotbepaling</cursief></al><al>De tekst van het artikel spreekt voor zich</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>