<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR32713_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Werkleeraanbod Wet investeren in jongeren</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-03-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">de Peperbus, 17-02-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Werkleeraanbod Wet investeren in jongeren</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=6">artikel 6 Wet Werk en Bijstand </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-02-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-02-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2009-10-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>gb 1-2010.40</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Uitvoeringsbesluit verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren (beleidsregel)</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Hoe de gemeente omgaat met het werkleeraanbod voor jongeren</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      VERORDENING WERKLEERAANBOD WET INVESTEREN IN JONGEREN
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Algemene Bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>wet: de Wet investeren in jongeren;</al></li>
              <li nr="b."><al>algemeen geaccepteerde arbeid; alle arbeid, niet zijnde arbeid
                                    in het kader van de Wet sociale werkvoorziening, die algemeen
                                    maatschappelijk aanvaard is en niet indruist tegen de openbare
                                    orde of goede zeden; </al></li>
              <li nr="c."><al>werkleeraanbod: het aanbod van algemeen geaccepteerde arbeid,
                                    een voorziening gericht op arbeidsinschakeling, waaronder
                                    begrepen scholing, opleiding of sociale activering en
                                    ondersteuning bij arbeidsinschakeling;</al></li>
              <li nr="d."><al>sociale activering: het verrichten van onbeloonde
                                    maatschappelijke zinvolle activiteiten gericht op
                                    arbeidsinschakeling of, als arbeidsinschakeling nog niet
                                    mogelijk is, op zelfstandig maatschappelijke participatie; </al></li>
              <li nr="e."><al>startkwalificatie: een diploma van een opleiding als bedoeld in
                                    artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet
                                    educatie en beroepsonderwijs of een diploma hoger algemeen
                                    voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs
                                    als bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk 8 van de Wet op het
                                    voortgezet onderwijs;</al></li>
              <li nr="f."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Zwolle;</al></li>
              <li nr="g."><al>inburgeraar: een jongere die als nieuwkomer of als oudkomer
                                    gebruik maakt van een duaal inburgeringstraject</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Verhouding tot de Algemene Subsidieverordening</titel>
            </kop>
            <al>De Algemene subsidieverordening 2006 is niet van toepassing op subsidies
                            die in het kader van een werkleeraanbod worden verleend.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Opdracht aan het college</titel>
            </kop>
            <al>Het college: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>is verantwoordelijk voor het doen van een werkleeraanbod;</al></li>
              <li nr="b."><al>werkt bij de uitvoering van het eerste lid samen met het
                                    Uitvoeringsinstituut werknemersverzekering;</al></li>
              <li nr="c."><al>kan aan werkgevers ten behoeve van de arbeidsinschakeling van
                                    jongeren een voorziening aanbieden als bedoeld in artikel 12, 13
                                    of 14.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Het werkleeraanbod</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Arbeidsinschakeling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college biedt jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod en
                                die naar het oordeel van het college direct inzetbaar zijn op de
                                arbeidsmarkt in beginsel algemeen geaccepteerde arbeid of
                                ondersteuning bij de arbeidsinschakeling aan.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien algemeen geaccepteerde arbeid niet beschikbaar is, biedt het
                                college een werkleeraanbod aan dat bestaat uit:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>voorzieningen gericht op het behoud of vergroten van de
                                        arbeidsbekwaamheid en of </al></li>
                <li nr="b."><al>activiteiten of werkzaamheden gericht op de
                                        arbeidsinschakeling.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Maatwerk</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Bij jongeren die naar het oordeel van het college nog niet direct
                                inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt wordt een persoonlijk plan met de
                                jongere opgesteld. Dit persoonlijke plan moet leiden tot een
                                werkleeraanbod dat de jongere ondersteunt bij het behalen van een
                                startkwalificatie en of het vinden van reguliere arbeid. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voor alleenstaande ouders die geen scholing volgen in het kader van
                                de Wet Verbetering Alleenstaande ouders (WVAA) wordt het werkaanbod
                                afgestemd op hun omstandigheden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Voor die jongeren waar het volgen van een opleiding of reguliere
                                arbeid niet mogelijk is, worden in eerste instantie activiteiten
                                aangeboden gericht op sociale activering.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Voor jongeren met een arbeidshandicap wordt het werkleeraanbod
                                afgestemd op hun mogelijkheden.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Inhoud, duur en intensiteit van het werkleeraanbod</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Onverminderd artikel 5 lid 1 kan het werkleeraanbod bestaan
                                uit:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>arbeidsactivering en –toeleiding;</al></li>
                <li nr="b."><al>stages bij bedrijven of instellingen;</al></li>
                <li nr="c."><al>opleidingen die de toegang tot de arbeidsmarkt
                                        bevorderen;</al></li>
                <li nr="d."><al>gesubsidieerd werk;</al></li>
                <li nr="e."><al>diagnose-instrumenten;</al></li>
                <li nr="f."><al>jobcoaching</al></li>
                <li nr="g."><al>jobhunting;</al></li>
                <li nr="h."><al>voorbereidingstrajecten voor zelfstandige arbeid;</al></li>
                <li nr="i."><al>nazorg bij arbeidsinschakeling;</al></li>
                <li nr="j."><al>ondersteuning bij een beroep op maatschappelijke opvang of
                                        medische zorg;</al></li>
                <li nr="k."><al>voorzieningen en of trajecten in het kader van bevordering
                                        van de geestgelijke gezond; </al></li>
                <li nr="l."><al>voorzieningen en of trajecten in het kader van
                                        verslavingsproblematiek en of dak- en thuisloosheid; </al></li>
                <li nr="m."><al>begeleiding en of trajecten gericht op het starten of
                                        hervatten van onderwijs of opleiding gericht op het
                                        verkrijgen van een startkwalificatie;</al></li>
                <li nr="n."><al>ondersteuning bij maatschappelijke participatie;</al></li>
                <li nr="o."><al>sociale activering;</al></li>
                <li nr="p."><al>ondersteunende instrumenten, waaronder kinderopvang,
                                        schuldhulpverlening, activiteiten gericht op het vergroten
                                        van financiële redzaamheid, onderzoeken door deskundigen en
                                        taal- en beroepsgerichte scholing.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het werkleeraanbod kan bestaan uit één of meerdere voorzieningen
                                genoemd in het eerste lid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college vult de voorziening bedoeld in het eerste lid voor de
                                jongere die niet beschikt over een startkwalificatie in met scholing
                                of opleiding die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert, tenzij
                                naar het oordeel van het college een dergelijke scholing of
                                opleiding de krachten of bekwaamheden van de jongere te boven gaat
                                of onvoldoende bijdraagt aan vergroting van de kans op
                                arbeidsinschakeling van de jongere.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Bij de inzet van voorzieningen kiest het college voor voorzieningen
                                die beschikbaar, adequaat en toereikend zijn voor het doel dat wordt
                                beoogd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Het college stelt nadere regels vast over de duur en de intensiteit
                                van het werkleeraanbod. Hierbij wordt rekening gehouden met de
                                mogelijkheden en de belastbaarheid van de jongere.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Uitvoering door derden</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan in verband met de invulling en uitvoering van het
                            werkleeraanbod afspraken maken met derden, waaronder werkgevers en
                            re-integratiebedrijven, alsmede subsidies verstrekken.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Verplichtingen van de jongere</titel>
            </kop>
            <al>Een jongere die gebruik maakt van een voorziening is gehouden te voldoen
                            aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Wet structuur
                            uitvoering werk en inkomen, deze verordening, alsmede aan de
                            verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft
                            verbonden.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Intrekking werkleeraanbod</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan het werkleeraanbod intrekken of herzien, indien
                            wijziging optreedt in de omstandigheden, krachten of bekwaamheden van de
                            jongere dan wel indien de jongere niet voldoet aan een of meer op hem
                            rustende verplichtingen als bedoeld in hoofdstuk 5 van de wet en hem dit
                            te verwijten valt. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Budgetplafond</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan een of meer budgetplafonds vaststellen voor de
                                verschillende voorzieningen genoemd in hoofdstuk 2</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat
                                in aanmerking komt voor een specifieke voorziening.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Subsidies, premies en vergoedingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Loonkostensubsidie</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan een loonkostensubsidie aan een werkgever verstrekken
                                om daarmee het opdoen van werkervaring of de overgang naar een
                                reguliere functie bij betreffende werkgever of een andere werkgever
                                voor belanghebbende mogelijk te maken.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De loonkostensubsidie aan werkgevers is alleen mogelijk ten behoeve
                                van arbeidsplaatsen die worden vervuld door belanghebbenden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De loonkostensubsidie is mogelijk ten behoeve van arbeidsplaatsen in
                                organisaties met of zonder winstoogmerk.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Premie voor werkgevers</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan aan een werkgever een premie geven als een jongere
                                algemeen geaccepteerde arbeid wordt geboden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De premie wordt alleen verstrekt als de jongere met het aanvaarden
                                van de algemeen geaccepteerde arbeid, uitkeringsonafhankelijk
                                wordt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De premie wordt alleen verstrekt indien er geen sprake is van een
                                loonkostensubsidie, zoals bedoeld in artikel 12.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De premie wordt alleen verstrekt indien de werkgever geen gebruik
                                heeft gemaakt van de garantieregeling, zoals bedoeld in artikel
                                14.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>De premie wordt alleen verstrekt als de werkgever een
                                arbeidsovereenkomst heeft gesloten met de werknemer (belanghebbende)
                                en deze overeenkomst daadwerkelijk van kracht is.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>De premie wordt per belanghebbende éénmalig na het verstrijken van
                                de contractperiode verstrekt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>7.</lidnr>
              <al>De premie is mogelijk ten behoeve van organisaties met of zonder
                                winstoogmerk. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Garantieregeling voor werkgevers</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan aan een werkgever een garantieregeling bieden als
                                een belanghebbende gedurende de contractperiode uitvalt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De garantieregeling wordt alleen verstrekt als de werkgever een
                                arbeidsovereenkomst heeft gesloten met de werknemer (belanghebbende)
                                en deze overeenkomst daadwerkelijk van kracht is.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De garantieregeling wordt gedurende maximaal 3 aaneengesloten
                                maanden verstrekt bij een contract voor bepaalde tijd, zijnde
                                minimaal 6 aaneengesloten maanden of een contract voor onbepaalde
                                tijd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De garantieregeling wordt alleen verstrekt indien er geen beroep kan
                                worden gedaan op een voorliggende voorziening.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>De garantieregeling is mogelijk ten behoeve van arbeidsplaatsen in
                                organisaties met of zonder winstoogmerk.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>Persoongebonden re-integratiebudget voor werkgevers</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan een persoonsgebonden re-integratiebudget aan een
                                werkgever verstrekken voor de begeleiding en scholing (al of niet
                                door derden) van een jongere tijdens het opdoen van werkervaring bij
                                betreffende werkgever. De jongere voert zelf de regie en levert een
                                actieve bijdrage aan de invulling van de begeleiding en
                                scholing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het persoonsgebonden re-integratiebudget is mogelijk ten behoeve van
                                organisaties met of zonder winstoogmerk.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16</nr>
              <titel>Stimuleringspremie voor jongeren</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan aan een jongere een stimuleringspremie toekennen</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>bij het aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid, dat leidt
                                    tot beëindiging van de inkomensvoorziening die aan de jongere
                                    wordt verstrekt:</al></li>
              <li nr="b."><al>bij beëindiging van de inkomensvoorziening en een door het
                                    college noodzakelijk geachte financiële overbrugging. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17</nr>
              <titel>Vergoeding voor jongeren</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan aan een jongere die ten behoeve van de uitvoering van
                            een werkleeraanbod noodzakelijke kosten maakt, een vergoeding voor die
                            kosten verstrekken.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18</nr>
              <titel>Nadere regels voor het verstrekken van subsidies, premies en
                                vergoedingen</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan nadere regels stellen over de duur van de subsidie, de
                            hoogte, de voorwaarden, voor de verlening van de subsidies, premies en
                            vergoedingen als bedoeld in de artikelen 10 tot en met 15. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artkel</label>
              <nr>19</nr>
              <titel>Budgetplafonds</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college kan een of meer budgetplafonds vaststellen voor de
                                    verschillende voorzieningen genoemd in hoofdstuk 3</al></li>
              <li nr="2."><al>Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen
                                    dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>20</nr>
              <titel>De inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking op de datum van publicatie en werkt
                            terug tot 1 oktober 2009.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <nota-toelichting>
        <tussenkop>TOELICHTING VERORDENING WERKLEERAANBOD WET INVESTEREN IN
                    JONGEREN</tussenkop>
        <tussenkop>Waarom een verordening werkleeraanbod Wet investeren in
                    jongeren (WIJ)?</tussenkop>
        <al>Op 1 oktober 2009 is de Wet investeren in jongeren (WIJ) in werking getreden.
                    Doelstelling van deze wet is de duurzame arbeidsparticipatie in regulier werk
                    van jongeren tot 27 jaar. Om dit te bereiken geeft deze wet een jongere een
                    recht op een werkleeraanbod. Het werkleerrecht gaat er van uit dat jongeren die
                    goed geschoold zijn en over voldoende kwalificaties beschikken gemakkelijker aan
                    het werk zullen komen en daardoor zelfstandig in hun levensonderhoud kunnen
                    voorzien. </al>
        <al>De WIJ verplicht gemeenten om te investeren in de arbeidsinschakeling van alle
                    jongeren, ook bij een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Daartoe moeten
                    gemeenten jongeren in beginsel een werkleeraanbod doen. De WIJ schrijft voor dat
                    de gemeenteraad via een verordening regels stelt voor het werkleeraanbod.</al>
        <tussenkop>Wat regelt deze verordening?</tussenkop>
        <al>De WIJ biedt de gemeente ten aanzien van het werkleeraanbod veel
                    beleidsvrijheid. Hierdoor kan de gemeente maatwerk leveren. Gezien de
                    verantwoordelijkheid die de gemeenteraad in het kader van dit wetsvoorstel
                    heeft, en mede met het oog op de rechtszekerheid, is bepaald dat het
                    gemeentelijke beleid in een verordening moet worden vastgelegd. De jongere moet
                    uit de verordening kunnen afleiden welke voorzieningen het college kan inzetten
                    om het doel, de duurzame arbeidsparticipatie, te bereiken. </al>
        <al>Er is voor worden gekozen om het beleid zoveel mogelijk in de verordening zelf
                    vast te leggen. Dat heeft als voordeel dat het beleid in één document samengevat
                    is. Op onderdelen biedt deze verordening het college de mogelijkheid om het
                    beleid nader uit te werken. Het college kan op grond van deze verordening
                    uitvoeringsbesluiten vaststellen.</al>
        <tussenkop>Duurzame arbeidsparticipatie</tussenkop>
        <al>Voor jongeren in de leeftijd van 16 tot 27 jaar ontstaat onder de voorwaarden
                    die in de WIJ zijn genoemd, een individueel recht op een werkleeraanbod. Dat is
                    meer dan een recht op een eenmalige voorziening. Zo nodig is het een recht op
                    een reeks voorzieningen gericht op de kortste weg naar duurzame
                    arbeidsparticipatie. Langs welke route die weg verloopt, is een individueel
                    gegeven dat wordt bepaald door de afstand van de jongere tot de arbeidsmarkt en
                    de beschikbaarheid van voorzieningen. Onder duurzame arbeidsparticipatie wordt
                    verstaan de arbeidsinschakeling waarbij jongeren gedurende langere tijd en op
                    eigen kracht aan het arbeidsproces kunnen deelnemen en arbeid verrichten dat
                    past bij hun kennis en vaardigheden of deze kennis en vaardigheden bevordert
                    (Kamerstukken II 2008-2009, 31 775, nr. 7, p. 11). Tot dat punt is bereikt is de
                    gemeente verplicht de jongere (bij herhaling) een werkleeraanbod te doen gericht
                    op arbeidsinschakeling. Er is nadrukkelijk voor gekozen om niet bij voorbaat te
                    bepalen hoe lang de algemeen geaccepteerde arbeid zou moeten duren voordat over
                    ‘duurzame arbeidsparticipatie’ kan worden gesproken (Handelingen TK 2008-2009,
                    nr. 76, p. 6006). De jongere dient op het punt gebracht te worden dat hij geen
                    ondersteuning van het college meer nodig heeft.</al>
        <tussenkop>Relatie met re-integratieverordening WWB</tussenkop>
        <al>Het instrumentarium dat reeds beschikbaar is voor de re-integratie in het kader
                    van de WWB kan, uitgezonderd participatieplaatsen en vrijlating van inkomsten
                    uit arbeid, tevens worden ingezet voor de vormgeving van het werkleeraanbod. Om
                    die reden is in deze verordening aansluiting gezocht bij de
                    re-integratieverordening WWB.</al>
        <tussenkop>Relatie met de afstemmingsverordening WIJ</tussenkop>
        <al>De verordening Werkleeraanbod en de afstemmingsverordening vormen twee kanten
                    van dezelfde medaille. Immers, de WIJ legt het college plicht op om jongeren een
                    werkleeraanbod te doen. Het werkleeraanbod wordt door deze verordening
                    gefaciliteerd. Anderzijds staat daar wel wat tegenover. De relatie tussen
                    werken/leren en een uitkering is fundamenteel anders dan de WWB, waarbij het
                    recht op bijstand vooropstaat met als afgeleide de plicht tot
                    arbeidsparticipatie. Met de WIJ wordt een ‘paradigmawisseling’ beoogd: is het
                    uitgangspunt in de WWB ‘een uitkering, mits’ in de WIJ is dit omgedraaid en
                    geldt als uitgangpunt ‘geen uitkering, tenzij’.</al>
        <al/>
        <al>Evenals in de WWB geldt binnen de WIJ een stelsel van rechten en plichten. De
                    gemeente is onder bepaalde voorwaarden verplicht een werkleeraanbod en eventueel
                    een inkomensvoorziening aan te bieden. De jongere is verplicht zich te houden
                    aan diverse verplichtingen. Worden deze verplichtingen geschonden, dan kan het
                    werkleeraanbod worden ingetrokken en dient de inkomensvoorziening verlaagd te
                    worden (artikel 41, eerste lid WIJ). Die verlaging geschiedt conform de regels
                    die in een gemeentelijke verordening moeten zijn vastgelegd (artikel 12, eerste
                    lid onderdeel b WIJ). Dat is de Afstemmingsverplichting WIJ.</al>
        <al/>
        <al>De jongere is verplicht het aanbod te aanvaarden en verplichtingen die aan het
                    werkleeraanbod zijn gekoppeld na te leven. Komt de jongere die verplichtingen
                    niet na, dan vormt dat een grond voor verlaging van de inkomensvoorziening.
                    Beide verordeningen sluiten dus op elkaar aan. In verband daarmee is in de
                    verordening Werkleeraanbod herhaald dat onder de voorwaarden, genoemd in artikel
                    21 WIJ het werkleeraanbod ingetrokken kan worden. Omdat met deze intrekking
                    tevens het recht op inkomensvoorziening vervalt, is het van belang dat wordt
                    afgebakend wanneer de inkomensvoorziening verlaagd en wanneer deze ingetrokken
                    wordt. Uitgangspunt van de wetgever is daarbij geweest dat bij schending van
                    verplichtingen primair een maatregel aangewezen is en pas in tweede instantie
                    intrekking van het werkleeraanbod en daarmee tevens van de inkomensvoorziening
                    aan de orde komt. Het opleggen van een maatregel is derhalve regel, het
                    intrekken van het werkleeraanbod uitzondering. Het is aan de gemeenten
                    overgelaten om beleid vast te stellen over de grensafbakening tussen maatregel
                    en intrekking werkleeraanbod.</al>
        <tussenkop>Staatssteun</tussenkop>
        <al>De Europese regelgeving over staatssteun kan een beperking van de mogelijkheden
                    voor het gemeentelijke re-integratiebeleid en het beleid m.b.t. het
                    werkleeraanbod opleveren. Van belang is dat per 1 januari 2009 de Europese
                    vrijstellingsverordening werkgelegenheidssteun (Nr. 2204/2002) is komen te
                    vervallen. Wel van toepassing zijn de Verordening de minimis-steun (Verordening
                    (EG) Nr. 69/2001) en de Algemene groepsvrijstellingsverordening (nr. 800/2008).
                    De vraag of een gemeente thans gehouden is om activiteiten bij de Europese
                    commissie te melden kan beantwoord worden met behulp van onderstaande
                    stappenplan: </al>
        <al/>
        <al>Stap 1: Heeft de staatssteun een generiek karakter of betreft het steun aan een
                    organisatie die geen economische activiteiten verricht?</al>
        <al/>
        <al>Generiek houdt in dat de steunmaatregel in wezen non-discriminatoir werkt. Elke
                    onderneming kan voor de steunmaatregel in aanmerking komen. Steun met een
                    generiek karakter behoeft daarom niet gemeld te worden. Dit zelfde geldt voor
                    steun aan een organisatie die geen economische activiteiten verricht.</al>
        <al/>
        <al>Stap 2: (enkel te nemen indien de staatsteun een niet-generiek karakter draagt)
                    Blijft de steun beneden de € 200.000,00 per 3 kalenderjaren?</al>
        <al/>
        <al>Zo ja, dan kan de gemeente er voor kiezen de de-minimisverordening toe </al>
        <al>te passen. De steun hoeft dan niet te worden aangemeld.</al>
        <al/>
        <al>Stap 3: (enkel te nemen indien de staatsteun meer dan € 200.000,00 per 3
                    kalenderjaren bedraagt) Blijft de steun beneden de 15 miljoen per 3
                    kalenderjaren en voldoet de steunregeling aan de voorwaarden van de nieuwe
                    Algemene groepsvrijstellingsverordening nr. 800/2008.</al>
        <al/>
        <al>Zo ja, dan is ook in die situatie geen melding noodzakelijk. </al>
        <al>Volgens de algemene groepsvrijstellingsverordening mag maximaal 75% van de
                    loonkosten (definitie in artikel 2 lid 15; kort gezegd het bruto loon en de
                    verplichte bijdragen) voor het tewerkstellen van een arbeidsgehandicapte
                    gedurende de gehele periode waarin de arbeidsgehandicapte in dienst is worden
                    vergoed door steun (artikel 41). De steun mag alleen worden gebruikt om
                    werkgelegenheid te scheppen. </al>
        <al/>
        <al>Stap 4: (enkel indien de bovenstaande stappen geen uitsluitsel geven) Dient de
                    verstrekte subsidie wel te worden aangemerkt als staatsteun?</al>
        <al/>
        <al>Indien de subsidie enkel ziet op compensatie voor de mindere
                    arbeidsproductiviteit, is in wezen geen sprake van een voordeel voor een
                    onderneming, dat deze niet op commerciële manier zou hebben verkregen. In wezen
                    is dan geen sprake van staatsteun waardoor de subsidieregeling ook niet gemeld
                    hoeft te worden. </al>
        <al/>
        <al>Blijkt melding op basis van het bovenstaande noodzakelijk/wenselijk dan zal de
                    gemeente hier zelf voor moeten zorg dragen o.a. door toezending van een
                    samenvatting van de regeling aan de Commissie en het opstellen van jaarlijkse
                    verslagen over de toepassing van de verordening. De verstrekking van de gegevens
                    aan SZW is daarmee ook komen te vervallen.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>
            <cursief>Toelichting per artikel</cursief>
          </vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet>
        </al>
        <al>Begrippen die in de verordening worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in
                    de WIJ. Daarom worden bepaalde begrippen, zoals ‘werkleeraanbod’,
                    ‘arbeidsinschakeling’ en ‘jongere’, niet opnieuw gedefinieerd. Wel gedefinieerd
                    zijn de begrippen ‘startkwalificatie’ en ‘algemeen geaccepteerde arbeid’, omdat
                    deze in de WIJ niet nader zijn omschreven. Het begrip ‘startkwalificatie’ is
                    afkomstig uit de Wet educatie en beroepsonderwijs en wordt wel in de WWB
                    gedefinieerd (art. 6, eerste lid, onderdeel d WWB). De omschrijving van
                    ‘algemeen geaccepteerde arbeid’ is afkomstig uit de nota naar aanleiding van het
                    verslag (Kamerstukken II 2008-2009, 31 775, nr. 7, p.28).</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 3 Opdracht college</vet>
        </al>
        <al>In dit artikel wordt aangegeven dat het college verantwoordelijk is voor het
                    doen en de uitvoering van het werkleeraanbod. Het college werkt waar mogelijk en
                    wenselijk is samen met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekering. Voor alle
                    duidelijkheid is aangegeven dat het college ook verantwoordelijk is voor
                    aanbieden van voorzieningen aan werkgevers als deze voorzieningen de
                    arbeidsinschakeling van jongeren kunnen bevorderen.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 4 Arbeidsinschakeling</vet>
        </al>
        <al>Het werkleeraanbod is in eerste instantie gericht op arbeidsinschakeling. Indien
                    beschikbaar wordt in eerste instantie betaalde arbeid aangeboden. Indien
                    algemeen geaccepteerde arbeid niet beschikbaar is, biedt het college een
                    werkleeraanbod aan dat bestaat uit voorzieningen gericht op het behoud of
                    vergroten van de arbeidsbekwaamheid en of activiteiten of werkzaamheden gericht
                    op de arbeidsinschakeling.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 5 Maatwerk</vet>
        </al>
        <al>Uitgangspunt is dat maatwerk wordt geleverd: dat het werkleeraanbod wordt
                    afgestemd op de omstandigheden, krachten en capaciteiten van de jongere (artikel
                    18, eerste lid WIJ). De wensen van jongeren worden betrokken bij het vormgeven
                    van het werkleeraanbod (artikel 14, eerste lid WIJ). Het college is verplicht
                    die wensen vast te leggen in de rapportage die ten grondslag ligt aan het
                    werkleeraanbod en dient daarbij tevens aan te geven op welke wijze die wensen
                    bij het werkleeraanbod betrokken zijn.</al>
        <al/>
        <al>Wanneer het doen van een werkleeraanbod bestaande uit werken en/of leren niet
                    direct mogelijk is, dient een aanbod gedaan te worden dat op termijn perspectief
                    biedt op arbeidsinschakeling. Dat kan betekenen dat voorzieningen worden ingezet
                    in de vorm van zorg- of hulpverlening, waarbij ook aandacht kan worden besteed
                    aan belemmerende factoren, zoals psychische, sociale en cognitieve problemen.
                    Het werkleeraanbod omvat immers het geheel van re-integratievoorzieningen, dat
                    gericht is op duurzame arbeidsparticipatie. Is de jongere naar het oordeel van
                    het college in het geheel niet in staat dat om redenen van lichamelijk, sociale
                    of psychische aard uitvoering wordt gegeven aan een werkleeraanbod, dan kan
                    daarvan vooralsnog worden afgezien (artikel 17, tweede lid WIJ). Zorgtaken
                    kunnen worden aangemerkt als reden van sociale aard, voor zover daarmee geen
                    rekening kan worden gehouden door middel van een voorziening.</al>
        <al/>
        <al>Bij de vormgeving van het werkleeraanbod in de WIJ is speciale aandacht besteed
                    aan alleenstaande ouders, vanwege hun zorgtaken en mogelijke medische en/of
                    fysieke beperkingen. Daarom geldt voor alleenstaande ouders met een ten laste
                    komend kind jonger dan vijf jaar, dat het werkleeraanbod desgevraagd wordt
                    ingevuld door middel van scholing of opleiding die de toegang tot de
                    arbeidsmarkt bevordert, tenzij een dergelijke scholing de krachten of
                    bekwaamheden van de jongere te boven gaat (artikel 17, vierde lid, WIJ). </al>
        <al>Daarmee loopt deze regeling parallel met de WWB (artikel 9a WWB). Anders dan in
                    de WWB echter is uit oogpunt van deregulering afgezien van een maximale termijn
                    van zes jaar. Dit omdat gezien de maximale duur van het werkleerrecht (van 18
                    tot 27 jaar) deze maximale termijn in de meeste gevallen reeds in de
                    werkleerperiode zal zijn geïncorporeerd.</al>
        <al/>
        <al>De WIJ zondert zelfstandigen uit van het recht op een werkleeraanbod en van het
                    recht op inkomensvoorziening (artikel 23, eerste lid, onderdeel e jo. artikel
                    42, eerste lid, onderdeel m, WIJ). Zij kunnen een beroep doen op algemene
                    bijstand of bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal op
                    grond van artikel 78f van de WWB, zodat de (jongere) zelfstandige zich geheel
                    kan richten op zijn bestaan als zelfstandige. In het zesde lid van artikel 17
                    WIJ wordt evenwel bepaald dat het college de mogelijkheid (niet de verplichting)
                    heeft om aan de jongere die als zelfstandige wil beginnen een werkleeraanbod te
                    doen dat bestaat uit een voorbereidingsperiode op het bestaan als zelfstandige.
                    Dit werkleeraanbod duurt maximaal twaalf maanden en kan slechts worden
                    aangeboden op verzoek van de jongere.</al>
        <al/>
        <al>Voor de groep jongeren met een medische beperking (die niet behoren tot de
                    doelgroep van de WAJONG) is het van belang dat het aanbod aansluit bij hun
                    mogelijkheden. Het uitgangspunt van maatwerk bij het werkleerrecht zal vooral
                    voor deze groep een cruciale rol spelen. Aan de hand van de individuele situatie
                    zal beoordeeld moeten worden welk aanbod past bij de jongere gelet op zijn/haar
                    mogelijkheden en beperkingen. Het werkleeraanbod moet aansluiten bij de
                    individuele mogelijkheden van de persoon in verband met gezondheid en
                    belastbaarheid. Maatwerk betekent een zorgvuldige op de persoon toegesneden
                    afweging bij de uiteindelijke keuze van een traject. Voor de groep jongeren die
                    weinig perspectief heeft op arbeidsinschakeling behoort sociale activering tot
                    mogelijkheden. Als een werkleeraanbod vanwege de medische situatie in het geheel
                    niet mogelijk is, wordt de gehandicapte geen aanbod gedaan. Wel kan aanspraak op
                    een inkomensvoorziening bestaan.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 6 Inhoud, duur en intensiteit van het werkleeraanbod</vet>
        </al>
        <al>Artikel 6 geeft een opsomming aan van voorzieningen en of activiteiten die deel
                    kunnen uitmaken van het werkleeraanbod. Het werkleeraanbod kan samengesteld zijn
                    uit een combinatie van algemeen geaccepteerde arbeid, ondersteuning bij
                    arbeidsinschakeling en één of meerdere voorzieningen. Onder voorziening wordt
                    verstaan een instrument dat wordt ingezet om de jongere dichterbij de
                    arbeidsmarkt te brengen. Dit kan zoals gezegd allerlei vormen hebben, variërend
                    van schuldhulpverlening tot training van werknemersvaardigheden.</al>
        <al/>
        <al>Het begrip ‘werkleeraanbod’ moet ruim worden uitgelegd. Het werkleeraanbod kan
                    allerlei vormen hebben, variërend van een ‘echte’ baan tot vakgerichte scholing
                    of een combinatie van beide. Een werkleeraanbod kan ook bestaan uit
                    voorzieningen die nodig worden geacht op weg naar arbeidsinschakeling, zoals een
                    sollicitatietraining, een cursus gericht op de ontwikkeling van
                    werknemersvaardigheden, een stageplaats, schuldhulpverlening, sociale
                    activering, nazorg en gesubsidieerde arbeid. Afgezien van participatieplaatsen
                    kan het gehele instrumentarium dat gemeenten hebben ontwikkeld voor de
                    re-integratie in het kader van de WWB, ook op jongeren toegepast worden.
                    Participatieplaatsen zijn uitgezonderd. Bij jongeren zal de situatie waarin de
                    afstand tot de arbeidsmarkt dusdanig groot is dat die alleen met de maximale
                    drie jaar additionele arbeid te overbruggen is zich niet in die mate voordoen
                    dat de regering participatieplaatsen in de vorm van artikel 10a WWB noodzakelijk
                    acht. Ook uitgezonderd is het reguliere onderwijs dat door het Rijk wordt
                    bekostigd (zie ook artikel 23, eerste lid, onderdeel a WIJ). Het college kan de
                    jongere weliswaar adviseren een dergelijke vorm van onderwijs te volgen of weer
                    te gaan volgen als dit zinvol wordt geacht, maar het is geen voorziening die de
                    gemeente kan inzetten om vorm te geven aan het werkleeraanbod. Een premie voor
                    de arbeidsinschakeling past niet bij het uitgangspunt dat jongeren die daartoe
                    in staat zijn moeten leren of werken. Daarom is er geen aanleiding om werken
                    en/of leren te belonen met een financiële vrijlating van inkomsten uit
                    deeltijdarbeid of van een premie i.v.m. arbeidsinschakeling bij de
                    inkomensvoorziening. Dat geldt evenzeer voor een onkostenvergoeding voor
                    vrijwilligerswerk, tenzij deze bestemd is voor aantoonbaar gemaakte kosten.</al>
        <al/>
        <al>Het college bepaalt de inhoud van het werkleeraanbod. Dat geldt ook voor de
                    vraag of het accent komt te liggen op werken of leren. Gelet op de duurzame
                    arbeidsparticipatie als einddoel, zal werken de hoogste prioriteit hebben als de
                    jongere daartoe in staat is. Zijn er echter belemmeringen op de weg daar
                    naartoe, dan kunnen allerlei voorzieningen worden ingezet om dat einddoel te
                    bereiken. Van belang daarbij is dat de startkwalificatie binnen het
                    werkleeraanbod een ijkpunt vormt, omdat deze in belangrijke mate kan bijdragen
                    aan duurzame arbeidsparticipatie. Het is aan de gemeenten overgelaten om te
                    beoordelen in hoeverre de jongere in staat moet worden gesteld een dergelijke
                    kwalificatie te behalen of anderszins scholing te ontvangen die de toegang tot
                    de arbeidsmarkt bevordert.</al>
        <al/>
        <al>Het college stelt, via een uitvoeringsbesluit, nadere regels vast over de duur
                    en de intensiteit van het werkleeraanbod. Hierbij wordt rekening gehouden met de
                    mogelijkheden en de belastbaarheid van de jongere.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 8 Uitvoering door derden </vet>
        </al>
        <al>In artikel 11, vierde lid van de WIJ is bepaald dat het college de uitvoering
                    van de WIJ, behoudens het vaststellen van de rechten en plichten en de daarvoor
                    noodzakelijke beoordeling van zijn omstandigheden, door derden kan laten
                    verrichten. De genoemde vaststelling kan wel worden gemandateerd aan
                    bestuursorganen. Er zijn in de WIJ geen wettelijke belemmeringen opgeworpen om
                    de feitelijke werkzaamheden m.b.t. de uitvoering van het werkleeraanbod of de
                    inrichting van het werkleeraanbod in handen te stellen van derden, zoals
                    opleidingsinstituten en re-integratiebedrijven. De verordening biedt het college
                    de mogelijkheid hiervoor afspraken te maken. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 10 tot en met 18 Subsidies, premies en vergoedingen</vet>
        </al>
        <al>Naast het werkleeraanbod kan het college subsidies, premies en vergoedingen
                    aanbieden aan zowel werkgevers als jongeren. </al>
        <al/>
        <al>De voorzieningen voor werkgevers worden verstrekt om te bevorderen dat
                    werkgevers jongeren in dienst nemen. De voorzieningen voor werkgevers bestaan
                    uit: loonkostensubsidies, premies voor werkgevers bij het in dienst nemen van
                    jongeren, een garantieregeling voor werkgevers en of een persoongebonden
                    re-integratiebudget voor werkgevers. </al>
        <al/>
        <al>Een jongere kan in aanmerking komen voor een stimuleringspremie bij
                    werkaanvaarding die leidt tot beëindiging van de inkomensvoorziening. Voor de
                    jongere die gaat deelnemen of deelneemt aan een werkleeraanbod is een vergoeding
                    mogelijk voor de kosten die de jongere hiervoor moet maken. Er wordt aan een
                    jongere geen vergoeding verstrekt voor part time arbeid en het vrijlaten van
                    inkomsten is niet mogelijk.</al>
        <al/>
        <al>Het college stelt via een uitvoeringsbesluit nadere regels voor het verstrekken
                    van subsidies,premies en vergoedingen en bepaalt de hoogte en de duur
                    hiervan.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>