<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR327039_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieverordening sloop ongewenste bebouwing buitengebied gemeente Alphen-Chaam</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Alphen-Chaam</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-04-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Alphen-Chaam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ons Weekblad, 18-07-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieverordening sloop ongewenste bebouwing buitengebied gemeente Alphen-Chaam</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=4%3A2">Algemene wet bestuursrecht, art. 4:2 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=108%2C%20147%2C%20149">Gemeentewet, art. 108, 147, 149 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-05-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-07-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieverordening sloop ongewenste bebouwing buitengebied gemeente Alphen-Chaam</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Alphen-Chaam,</al><al>gelet op het bepaalde in:</al><al>titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht</al><al>de artikelen 108, eerste lid, 147, eerste lid, en 149 van de
                        Gemeentewet,</al><al>BESLUIT:</al><al>vast te stellen de navolgende bepalingen voor de subsidiëring van de sloop
                        van ongewenste bebouwing in het buitengebied van de gemeente:</al><al><vet>SUBSIDIEVERORDENING SLOOP ONGEWENSTE BEBOUWING BUITENGEBIED</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en wethouders van
                        de gemeente … .</al><al>Gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of
                        gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; voor de toepassing van deze
                        verordening worden kassen met een oppervlakte van 5000 m2 of meer buiten
                        beschouwing gelaten.</al><al>Glasopstanden: constructie van staand glas of een staande constructie van
                        met glas overeenkomend materiaal.</al><al>Sloopperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop zelfstandige, bij elkaar
                        behorende bebouwing aanwezig is die de rechthebbende geheel of gedeeltelijk
                        wenst te slopen.</al><al>Buitengebied: het gebied buiten de op grond van artikel 20a van de
                        Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde bebouwde kom en het gebied dat op grond
                        van een door de gemeenteraad vastgesteld ruimtelijk plan als toekomstig
                        onderdeel van de bebouwde kom kan worden aangemerkt; kleine kernen,
                        gehuchten en buurtschappen waarvoor geen bebouwde kom is vastgesteld, worden
                        tot het buitengebied gerekend.</al><al>Milieuvergunning: vergunning verleend krachtens artikel 8.1, eerste lid, van
                        de Wet milieubeheer.</al><al>EHS: de ecologische hoofdstructuur, zoals die is geïntroduceerd in het
                        Natuurbeleidsplan van het Rijk (1990) en voortgezet in de rijksnota "Natuur
                        voor mensen, mensen voor natuur" (2000); voor de begrenzing op detailniveau
                        zijn de door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant krachtens de
                        Subsidieregeling Natuurbeheer 2000 vastgestelde Natuurgebiedsplannen van
                        Noord-Brabant bepalend; de beheersgebieden blijven voor de onderhavige
                        verordening buiten beschouwing.</al><al>BBL: het bureau beheer landbouwgronden als bedoeld in artikel 28 van de Wet
                        agrarisch grondverkeer.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Aanwijzing gebieden en categorieën gebouwen</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders wijzen gedeelten van het buitengebied aan waarin
                        zij de sloop van gebouwen in het belang van natuur en landschap gewenst
                        achten.</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen tevens categorieën van gebouwen aanwijzen
                        waarvan zij de sloop in het belang van natuur en landschap in het bijzonder
                        gewenst achten.</al><al>Een aanwijzing op grond van het eerste of tweede lid maken burgemeester en
                        wethouders openbaar bekend in de plaatselijke weekbladen en de gemeentelijke
                        website.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Subsidiabele activiteit</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders verstrekken op aanvraag subsidie voor de gehele
                        of gedeeltelijke sloop van gebouwen, danwel, indien zij toepassing hebben
                        gegeven aan artikel 2, tweede lid, van de door hen aangewezen categorieën
                        van gebouwen, in de door hen op grond van artikel 2, eerste lid, aangewezen
                        gedeelten van het buitengebied.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Voorwaarden voor subsidie</titel></kop><al>De subsidie wordt slechts verstrekt indien:</al><al>alle op het sloopperceel aanwezige gebouwen worden gesloopt, mits de te
                        slopen oppervlakte tenminste 200 m2 bedraagt; woningen en daarbij behorende
                        bijgebouwen met een maximale gezamenlijke oppervlakte van 200 m2, alsmede
                        cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, mogen worden behouden.</al><al>de fundamenten en de ondergrondse voorzieningen van het sloopperceel zijn
                        verwijderd, op op een wijze die verantwoord is uit een oogpunt van
                        milieuzorg, en het sloopperceel is geëgaliseerd;</al><al>aan het sloopperceel, voorzover nodig, een passende andere bestemming is
                        verleend;</al><al>bodemverontreiniging op het sloopperceel, indien aanwezig, is teruggebracht
                        tot een niveau dat in verband met het te verwachten grondgebruik
                        aanvaardbaar kan worden geacht;</al><al>de milieuvergunning, indien verleend, voor een inrichting op het
                        sloopperceel is ingetrokken;</al><al>de binnen de gemeente gelegen gronden van degene door of namens wie de
                        subsidie-aanvraag is ingediend, met uitzondering van de bij een woning op
                        het sloopperceel behorende grond, waarvan de oppervlakte ten hoogste een
                        hectare bedraagt, voorzover die in de EHS zijn gelegen, voorafgaand aan de
                        subsidevaststelling in eigendom zijn overgedragen aan BBL, dan wel zijn
                        onttrokken aan pacht (beëindiging pachtovereenkomst) voorzover deze gronden
                        eigendom zijn van Staatsbosbeheer of een particuliere
                        natuurbeschermingsorganisatie, een en ander behoudens het bepaalde in lid 3
                        van dit artikel;</al><al>bij de aanvraag ten behoeve van BBL melding is gedaan van de gronden, die
                        degene door of namens wie de subsidie-aanvraag is ingediend, in eigendom
                        heeft op het grondgebied van de gemeente.</al><al>De in het eerste lid, onder f) genoemde voorwaarde geldt niet indien voor de
                        bedoelde gronden ten tijde van de subsidieverlening een beheers- of
                        inrichtingssubsidie wordt verstrekt met toepassing van de Subsidieregeling
                        natuurbeheer 2000.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Uitsluiting van subsidie</titel></kop><al>Geen subsidie wordt verstrekt indien:</al><al>met de sloopwerkzaamheden is begonnen voordat de ontvangst van de aanvraag
                        voor subsidie schriftelijk is bevestigd aan de aanvrager; onder het beginnen
                        met de uitvoering wordt mede verstaan het aangaan van verplichtingen;</al><al>op het sloopperceel woningbouw is toegestaan volgens een geldend
                        bestemmingsplan als bedoeld in artikel 10 van de Wet op de Ruimtelijke
                        Ordening, of volgens een geldend besluit als bedoeld in deze wet;</al><al>de te slopen gebouwen zijn ingebracht bij een verzoek om gemeentelijke
                        planologische medewerking aan een ruimte voor ruimte woning, of een
                        verbeterproject in het buitengebied, als bedoeld in paragraaf 3.6.2 van het
                        Streekplan Noord-Brabant 2002 "Brabant in balans", en op het verzoek
                        positief is beslist door het college van burgemeester en wethouders;</al><al>de te slopen gebouwen plaats maken voor een nieuw landgoed of een nieuwe
                        buitenplaats waaraan op de voet van de in het vorige onderdeel genoemde
                        onderdeel van het Streekplan Noord-Brabant 2002 planologische medewerking is
                        verleend door het college van burgemeester en wethouders;</al><al>het sloopperceel is aangekocht door of in eigendom is van een
                        overheidslichaam;</al><al>de oppervlakte van de in eigendom van de subsidie-aanvrager zijnde gronden
                        binnen de gemeente, voorozover deze in de EHS liggen, na de datum waarop
                        deze verordening wordt bekendgemaakt, anders dan door eigendomsoverdracht
                        aan BBL, Staatsbosbeheer of een particuliere natuurbeschermingsorganisatie
                        is verkleind, tenzij voor het gedeelte waarmee de oppervlakte is verkleind
                        ten tijde van de subsidieverlening op grond van de onderhavige verordening
                        een beheers- of inrichtingssubsidie wordt verstrekt met toepassing van de
                        Subsidieregeling natuurbeheer 2000.</al><al>Indien voor de betrokken sloopactiviteiten eveneens subsidie wordt verstrekt
                        door een of meer andere overheidsorganen wordt op grond van deze verordening
                        slechts een zodanig bedrag aan subsidie verleend dat de som van de subsidies
                        niet meer bedraagt dan het op grond van artikel 6 vast te stellen
                        bedrag.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Hoogte van de subsidie</titel></kop><al>De hoogte van de subsidie wordt bepaald aan de hand van de oppervlakte van
                        de te slopen en te verwijderen objecten, als volgt:</al><al>Te slopen of te verwijderen object Subsidiebedrag per m2</al><al>Glasopstanden € 3,-</al><al>Gebouw, niet zijnde glasopstanden € 15,-</al><al>Asbestplaat € 7,50</al><al>Onderkeldering € 2,50</al><al>Maximum per m2 te slopen gebouw € 25,-</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Openstelling, subsidieplafond</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders bepalen de periode waarin een subsidie als
                        bedoeld in artikel 3 kan worden aangevraagd, alsmede het subsidieplafond dat
                        zij voor deze aanvraagperiode hanteren.</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen besluiten om een of meer vervolgperioden
                        aan te wijzen, waarbij zij telkens het subsidieplafond aangeven en
                        afwijkende subsidiebedragen kunnen vaststellen.</al><al>De openstelling, het subsidieplafond en, indien van toepassing, afwijkende
                        subsidiebedragen maken burgemeester en wethouders openbaar bekend in de
                        plaatselijke weekbladen en de gemeentelijke website.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Prioritering</titel></kop><al>Indien door toewijzing van alle subsidieaanvragen die zijn ingediend in een
                        aanvraagperiode het subsidieplafond zou worden overschreden, dan stellen
                        burgemeester en wethouders een rangorde vast met toepassing van door hen
                        vóór de openstelling vastgestelde regels. Deze regels worden overeenkomstig
                        het bepaalde in artikel 7, derde lid, bekendgemaakt.</al><al>De subsidies worden in dit geval slechts verstrekt voor die
                        sloopactiviteiten die de hoogste prioriteit hebben of slooppercelen waarop
                        sloop de hoogste prioriteit heeft, totdat het voor de aanvraagperiode
                        vastgestelde plafond is bereikt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Subsidieverlening</titel></kop><al>De aanvraag tot subsidieverlening wordt op een daartoe vastgesteld
                        formulier, vergezeld van de daarin aangegeven documenten, ingediend bij het
                        college van burgemeester en wethouders.</al><al>Indien de aanvraag onvolledig is, stellen burgemeester en wethouders de
                        aanvrager in de gelegenheid om binnen twee weken na kennisgeving hiervan de
                        aanvraag aan te vullen met de ontbrekende gegevens.</al><al>Burgemeester en wethouders nemen binnen 12 weken na ontvangst van de
                        aanvraag of, indien deze onvolledig was, na ontvangst van de ontbrekende
                        gegevens, een beslissing over de subsidieverlening.</al><al>De termijn voor het nemen van de beslissing kan door burgemeester en
                        wethouders worden verlengd met ten hoogste 12 weken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Verplichtingen van de subsidie-ontvanger</titel></kop><al>De subsidie-ontvanger zorgt ervoor dat uiterlijk binnen een jaar na de
                        verlening van de subsidie wordt voldaan aan de in artikel 3 genoemde
                        voorwaarden. In geval van overmacht is het mogelijk om deze periode met
                        maximaal 6 maanden te verlengen.</al><al>De subsidie-ontvanger is verplicht fysieke en administratieve controle toe
                        te laten door de door burgemeester en wethouders aangewezen
                        toezichthouders.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Subsidievaststelling</titel></kop><al>De aanvraag tot subsidievaststelling wordt op een daartoe vastgesteld
                        formulier, vergezeld van de daarin aangegeven documenten, ingediend bij het
                        college van burgemeester en wethouders, binnen drie maanden nadat is voldaan
                        aan de in artikel 3 genoemde voorwaarden.</al><al>Burgemeester en wethouders nemen binnen 8 weken na ontvangst van een
                        ontvankelijke aanvraag een beslissing over de subsidievaststelling.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Bevoorschotting, intrekking en terugvordering</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie-ontvanger op diens verzoek een
                        voorschot betalen van ten hoogste 50% van de sloopkosten. Het voorschot
                        wordt verstrekt na overlegging van rekeningen voor gemaakte kosten.</al><al>Een beschikking tot subsdieverlening of -vaststelling wordt ingetrokken
                        indien binnen vijf jaren nadat deze is genomen, voor het sloopperceel een
                        bestemmingsplan of een besluit als bedoeld in de Wet op de Ruimtelijke
                        Ordening tot stand komt op basis waarvan woningbouw is toegelaten, tenzij de
                        subsidieontvanger het sloopperceel heeft vervreemd en ten genoegen van
                        burgemeester en wethouders aannemelijk kan maken:</al><al>dat hij noch zijn wederpartij op het tijdstip waarop de vervreemding
                        plaatsvond op de hoogte waren of konden zijn van het feit dat een zodanig
                        bestemmingsplan of besluit werd of zou worden voorbereid, alsmede</al><al>dat de voorwaarden waaronder de vervreemding heeft plaatsgevonden zodanig
                        zijn dat daaruit blijkt dat daarbij geen rol heeft gespeeld de verwachting
                        dat het gemeentebestuur nadien zou kunnen besluiten een zodanig
                        bestemmingsplan of besluit te gaan voorbereiden of vaststellen.</al><al>Indien de beschikking tot subsidieverlening of -vaststelling is ingetrokken
                        of ten nadele van de subsidie-ontvanger is gewijzigd, betaalt de ontvanger
                        de subsidiebedragen en voorschotten terug op eerste vordering van
                        burgemeester en wethouders, vermeerderd met de wettelijke rente over de
                        periode van de datum van uitbetaling van de subsidie tot het tijdstip van
                        voldoening.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Hardheidsclausule</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om af te wijken van vorenstaande
                        bepalingen in gevallen waarin de onverkorte toepassing daarvan voor een of
                        meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere
                        omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met met deze bepalingen
                        te dienen doelen.</al><al>In de in het eerste lid bedoelde gevallen alsmede in gevallen die niet zijn
                        voorzien in deze beleidsregels beslissen burgemeester en wethouders naar
                        redelijkheid en billijkheid.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Bekendmaking en inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening worden bekendgemaakt door publicatie in de plaatselijke
                        weekbladen en de gemeentelijke website. Zij treedt in werking op een nader
                        genoemde datum in de publicatie in de plaatselijke weekbladen en de
                        gemeentelijke website.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening worden aangehaald als: "Subsidieverordening sloop
                        ongewenste bebouwing buitengebied gemeente Alphen-Chaam.</al></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting algemeen</titel></kop><al/><al>Terugdringen verstening buitengebied</al><al>Het tegengaan en terugdringen van verspreide bebouwing in het buitengebied
                    (‘verstening van het buitengebied’) is een van de doelstellingen van het
                    gemeentelijke en provinciale ruimtelijke beleid. De doelstelling om overtollige
                    bebouwing terug te dringen is de laatste jaren in gewicht toegenomen, omdat
                    steeds meer agrarische bedrijven worden beëindigd. Als gevolg hiervan komen er
                    steeds meer leegstaande stallen, met de bijbehorende risico’s van verloedering
                    en ongewenst gebruik.</al><al>Het weren van ongewenste bebouwing gebeurt vooral door de toepassing en de
                    handhaving van het bestemmingsplan buitengebied. Voor het terugdringen van
                    ongewenste bebouwing zijn echter andere instrumenten nodig, waarbij met name
                    moet worden gedacht aan financiële prikkels. De onderhavige subsidieverordening
                    voorziet hierin. Op grond van deze verordening kan subsidie worden verstrekt van
                    maximaal € 25 per m2 voor de sloop van gebouwen op een sloopperceel in de
                    natuur- en landschappelijk waardevolle gedeelten van het buitengebied, waarbij
                    woningen, bijgebouwen en cultuurhistorisch waardevolle gebouwen mogen worden
                    behouden.</al><al>Model-verordening, financiële bijdrage en uitvoering Provincie
                    Noord-Brabant</al><al>De onderhavige verordening is opgesteld op grond van een model-verordening van
                    de Provincie Noord-Brabant. Gemeenten die op grond van dit model een
                    subsidieverordening openstellen kunnen rekenen op een financiële bijdrage van de
                    provincie van maximaal € 400.000. Hierbij hebben gemeenten die medewerking
                    verlenen aan de ontwikkeling van ruimte voor ruimtekavels voorrang. Dit omdat de
                    provincie de financiële middelen voor de sloop van overtollige bebouwing in het
                    buitengebied wenst terug te verdienen met behulp van de aanpak ruimte voor
                    ruimte. Volgens de aanpak ruimte voor ruimte wordt woningbouw toegestaan in ruil
                    voor een, uit de bestemmingswinst te betalen, financiële bijdrage aan een
                    provinciaal fonds voor de sloop van overtollige bebouwing in het
                    buitengebied.</al><al>De uitvoering van de verordening zal worden verzorgd door de Provincie
                    Noord-Brabant, zodat het beslag op de ambtelijke capaciteit van de gemeente
                    beperkt is.</al><al>Aanwijzing gebieden en objecten</al><al>Het terugdringen van verspreide bebouwing is het meest gewenst in gebieden die
                    vanuit een oogpunt van natuur en landschap als waardevol moeten worden
                    aangemerkt. In de verordening is daarom voorzien in een aanwijzing van deze
                    gebieden (artikel 2, eerste lid). Voor de aanwijzing kunnen aanknopingspunten
                    worden gezocht in het Reconstructieplan De Baronie, dat in april 2005 is
                    vastgesteld door Provinciale Staten van Noord-Brabant.</al><al>Slooppercelen</al><al>Het terugdringen van verspreide bebouwing heeft alleen zin heeft wanneer de te
                    slopen gebouwen enige betekenis hebben voor natuur en landschap. Daarom moet
                    alle bebouwing van een sloopperceel worden verwijderd, afgezien van de woning,
                    bijgebouwen en cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. De te slopen bebouwing
                    moet verder een oppervlakte hebben van tenminste 200 m2. (artikel 4, eerste lid,
                    aanhef en onder a))</al><al>Tenderprocedure, prioritering</al><al>De onderhavige subsidieregeling wordt opengesteld door middel van een
                    tenderprocedure. Daarin wordt gedurende een bepaalde tijd (bijvoorbeeld een
                    maand) de mogelijkheid geboden om subsidieaanvragen in te dienen, waarna alle
                    aanvragen worden geprioriteerd. De criteria voor prioritering worden nader
                    vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Het kan dan
                    bijvoorbeeld gaan om de bijdrage aan de kwaliteit van natuur- en landschap. Ook
                    kan ervoor worden gekozen om aan bepaalde gebieden voorrang te geven, waarbij
                    binnen een gebied zonodig wordt geloot.</al><al>Europese aspecten</al><al>Verwacht kan worden dat subsidies op grond van de onderhavige verordening onder
                    meer terecht komen bij landbouwbedrijven, bijvoorbeeld in het geval dat een
                    tweede locatie wordt afgestoten. In zulke situaties rijst de vraag of er sprake
                    is van ongeoorloofde staatssteun in de zin van artikel 87, eerste lid, van het
                    Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap. Om hierover zekerheid te
                    verkrijgen heeft de Provincie Noord-Brabant een eerdere versie van de
                    model-verordening aangemeld bij de Europese Commissie, op grond van artikel 88,
                    derde lid, van het Verdrag. Bij beschikking van 6 december 2002, C(2002) 4854,
                    heeft de Commissie laten weten dat zij geen bezwaar heeft tegen de aangemelde
                    steunmaatregel. Gezien deze beslissing kan de subsidieverordening in
                    overeenstemming worden geacht met het Verdrag.</al><al>Landelijke en provinciale sloopregelingen buitengebied</al><al>Op landelijk niveau is de belangrijkste subsidieregeling voor de sloop van
                    gebouwen in het buitengebied de Regeling beëindiging veehouderijtakken (Rbv). In
                    deze regeling is een subsidiemogelijkheid opgenomen voor de sloop van beëindigde
                    intensieve veehouderijen, gelegen in een van de twee Nederlandse
                    reconstructiegebieden (concentratiegebieden voor de intensieve veehouderij; het
                    concentratiegebied Zuid omvat een gedeelte van de provincies Noord-Brabant en
                    Limburg). Tot op heden zijn twee tranches van de Rbv opengesteld (maart 2000,
                    respectievelijk oktober 2001). Op dit moment is er geen zicht op een derde
                    tranche.</al><al>De Provincie Noord-Brabant kent drie regelingen die voorzien in sloop van
                    gebouwen in het buitengebied, namelijk de:</al><al>Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderij (VIV)</al><al>Beëindigingsregeling Intensieve Veehouderij (BIV)</al><al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden</al><al>De VIV voorziet in de aankoop van intensieve veehouderijen in
                    extensiveringsgebieden die zich willen verplaatsen naar een duurzame locatie
                    elders in Nederland. Extensiveringsgebieden zijn aangewezen in de
                    reconstructieplannen en gebiedsplannen voor het landelijk gebied. Bij de aankoop
                    verplicht de veehouder zich tot sloop van de betrokken bedrijfsgebouwen. In de
                    aankoopsom zijn bijdragen in de sloop- en de verplaatsingskosten begrepen.
                    Vermoedelijk wordt dit laatste element in een afzonderlijke subsidieregeling
                    ondergebracht, dit vanwege de staatssteunaspecten. De regeling wordt
                    gefinancierd uit de algemene middelen van de provincie, met uitzondering van de
                    sloopbijdrage, die wordt bekostigd uit de opbrengsten die worden verkregen uit
                    de aanpak ruimte voor ruimte.</al><al>De BIV zal naar verwachting in 2008 worden opengesteld. Deze regeling voorziet
                    in de aankoop van intensieve veehouderijen die in extensieveringsgebieden in of
                    rondom natuurgebieden zijn gelegen, maar niet elders zullen worden voortgezet.
                    De veehouder verplicht zich tot sloop van de betrokken bedrijfsgebouwen. Ook
                    deze regeling zal voorzien in een vergoeding voor de sloopkosten die wordt
                    gefinancierd uit de algemene middelen van de provincie.</al><al>De subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden is in
                    2007 opengesteld. Zij voorziet in subsidie voor de beëindiging en sloop van
                    glastuinbouwbedrijven met een glasopstand van tenminste 5.000 m2, gelegen in de
                    Groene hoofdstructuur – landbouw en in de Agrarische hoofdstructuur landschap,
                    zoals die zijn begrensd in het Streekplan Noord-Brabant 2002. De regeling wordt
                    bekostigd uit de opbrengsten die worden verkregen uit de aanpak ruimte voor
                    ruimte.</al><al>De drie provinciale regelingen worden, evenals de onderhavige subsidieregeling,
                    door de provincie gezien als uitvoeringsinstrumenten van het provinciale beleid
                    voor de revitalisering van het landelijk gebied van Noord-Brabant.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>