<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR327006_1</dcterms:identifier><dcterms:title>beheersverordening Buitengebied Pekela</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Pekela</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Pekela</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.pekela.nl/document.php?m=1&amp;fileid=11945&amp;f=ab21e3a9f843a4c75af8c53371f64632&amp;attachment=0">Elektronisch gemeenteblad, 10 juli 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regels van de Beheersverordening Buitengebied Pekela</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0020449&amp;artikel=3.38">Wet Ruimtelijke Ordening, art. 3.38</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-07-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-07-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013R0070</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Regels van de Beheersverordening Buitengebied Pekela</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 1 Inleidende regels</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 1 Begrippen</label></kop><al>In deze regels wordt verstaan onder:</al><al><vet>1.1 beheersverordening:</vet></al><al>de beheersverordening Buitengebied Pekela met identificatienummer
                            NL.IMRO.0765.01BV00012013-0401 van de gemeente Pekela;</al><al><vet>1.2 verordeningsgebied:</vet></al><al>de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de
                            daarbij behorende bijlagen;</al><al><vet>1.3 verbeelding:</vet></al><al>de verbeelding met bijbehorende verklaring, bestaande uit 5 bladen,
                            waarop de bestemmingen van de in de beheersverordening begrepen gronden
                            zijn aangewezen;</al><al><vet>1.4 aanduiding:</vet></al><al>een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid,
                            waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik
                            en/of het bebouwen van deze gronden;</al><al><vet>1.5 aanduidingsgrens:</vet></al><al>de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;</al><al><vet>1.6 aan huis verbonden beroep:</vet></al><al>een dienstverlenend beroep, dat in een woning wordt uitgeoefend door een
                            bewoner van die woning, waarbij de woning in overwegende mate haar
                            woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling
                            heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;</al><al><vet>1.7 aan huis verbonden bedrijf:</vet></al><al>het beroepsmatig verlenen van diensten of het uitoefenen van
                            ambachtelijke bedrijvigheid door middel van handwerk, waarvan de omvang
                            in een woning met bijbehorende gebouwen past en de woonfunctie in
                            ruimtelijke en visuele zin in overwegende mate behouden blijft; onder
                            aan huis verbonden bedrijven worden tevens kapsalons en
                            schoonheidssalons begrepen;</al><al><vet>1.8 agrarisch bedrijf:</vet></al><al>een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel
                            van het telen van gewassen (houtteelt daaronder niet begrepen) en/of het
                            houden van dieren;</al><al><vet>1.9 agrarisch bedrijfsgebouw:</vet></al><al>een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de uitoefening van een
                            agrarisch bedrijf';</al><al><vet>1.10 agrarisch hulpbedrijf:</vet></al><al>een niet-industrieel bedrijf, dat is gericht op het verlenen van
                            diensten, het leveren van dieren of goederen aan agrarische bedrijven of
                            dat is gericht op het verwerken of het opslaan van dieren of producten,
                            die afkomstig zijn van agrarische bedrijven; </al><al><vet>1.11 ambacht:</vet></al><al>het bedrijfsmartig, geheel of overwegend door middel van handwerk
                            vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen,
                            alsook het verkopen en/of het leveren, als ondergeschikte activiteit,
                            van goederen die verband houden met het ambacht;</al><al><vet>1.12 archeologisch deskundige:</vet></al><al>een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen
                            deskundige op het gebied van archeologie;</al><al><vet>1.13 archeologisch onderzoek:</vet></al><al>onderzoek (bureauonderzoek, booronderzoek, gravend onderzoek,
                            begeleiding van bodemingrepen) verricht door een daartoe bevoegde
                            instantie of onderneming;</al><al><vet>1.14 archeologisch onderzoeksgebied:</vet></al><al>een gebied met een daaraan toegekende hoge archeologische verwachting
                            vanwege de kennis en wetenschap van de in dat gebied verwachte
                            overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het
                            verleden; </al><al><vet>1.15 archeologisch waardevol gebied:</vet></al><al>een gebied met een daaraan toegekende archeologische waarde vanwege de
                            kennis en wetenschap van de in dat gebied voorkomende overblijfselen
                            vanmenselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden; </al><al><vet>1.16 bebouwde oppervlakte:</vet></al><al>de som van de oppervlakte van alle gebouwen op een bouwperceel;</al><al><vet>1.17 bebouwing:</vet></al><al>één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al><al><vet>1.18 bebouwingspercentage:</vet></al><al>een in de beheersverordening aangegeven percentage, dat de grootte van
                            het deel van een bouwperceel aangeeft dat maximaal mag worden
                            bebouwd;</al><al><vet>1.19 bedrijf:</vet></al><al>inrichting voor de bedrijfsmatige uitoefening van industrie, ambacht,
                            handel, vervoer of nijverheid;</al><al><vet>1.20 bedrijfsbebouwing:</vet></al><al>één of meerdere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ten
                            dienste staan van de uitoefening van een bedrijf, waaronder niet wordt
                            begrepen een bedrijfswoning met de daarbij behorende bijbehorende
                            bouwwerken; </al><al><vet>1.21 bedrijfswoning:</vet></al><al>een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts
                            bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar,
                            gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk
                            is;</al><al><vet>1.22 belemmeringenstrook:</vet></al><al>een strook grond of water waaraan beperkingen kunnen worden opgelegd in
                            verband met de veiligheid van ondergrondse en/of bovengrondse leidingen; </al><al><vet>1.23 beperkt kwetsbaar object:</vet></al><al>een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid
                            inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is
                            bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden;</al><al><vet>1.24 bestaande:</vet></al><lijst><li nr="1."><al>het gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de
                                    beheersverordening aanwezig is en/of bebouwing die op dat
                                    tijdstip aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden
                                    gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen;</al></li><li nr="2."><al>het onder 1 bedoelde geldt niet voor zover sprake was van strijd
                                    met het voorheen geldende bestemmingsplan, de voorheen geldende
                                    Beheersverordening, daaronder mede begrepen het overgangsrecht
                                    van het bestemmingsplan of de Beheersverordening, of een andere
                                    planologische toestemming;</al></li></lijst><al><vet>1.25 bestaand stedelijk gebied:</vet></al><al>gebied, vastgesteld door Gedeputeerde Staten op grond van artikel 4.20
                            van de provinciale verordening;</al><al><vet>1.26 bestemmingsgrens:</vet></al><al>de grens van een bestemmingsvlak;</al><al><vet>1.27 bestemmingsvlak:</vet></al><al>een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;</al><al><vet>1.28 bijbehorend bouwwerk:</vet></al><al>uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op
                            hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet
                            tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; </al><al><vet>1.29 bouwen:</vet></al><al>het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of
                            veranderen en het vergroten van een bouwwerk;</al><al><vet>1.30 bouwgrens:</vet></al><al>de grens van een bouwvlak;</al><al><vet>1.31 bouwperceel:</vet></al><al>een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een
                            zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;</al><al><vet>1.32 bouwperceelgrens:</vet></al><al>de grens van een bouwperceel;</al><al><vet>1.33 bouwvlak:</vet></al><al>een op de verbeelding aangegeven vlak, waarmee gronden zijn aangeduid,
                            waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen
                            zijnde, zijn toegelaten; </al><al><vet>1.34 bouwwerk:</vet></al><al>een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met
                            de aarde is verbonden; </al><al><vet>1.35 buitengebied:</vet></al><al>gebied, vastgesteld door Gedeputeerde Staten op grond van artikel 4.20
                            van de Provinciale Verordening;</al><al><vet>1.36 cultuurgrond:</vet></al><al>grasland, akkerbouw- of tuingronden (waaronder de houtteelt), met
                            uitzondering van bos;</al><al><vet>1.37 cultuurhistorische waarde:</vet></al><al>de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het
                            beeld dat is ontstaan en door het gebruik dat de mens in de loop van de
                            geschiedenis van dat bouwwerk of gebied heeft gemaakt; </al><al><vet>1.38 dagrecreatief medegebruik:</vet></al><al>een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie
                            van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan; de
                            inrichting van de gronden is beperkt tot voet-, fiets- en ruiterpaden,
                            picknickplaatsen, parkeervoorzieningen, visoevers en naar de aard
                            daarmee gelijk te stellen voorzieningen;</al><al><vet>1.39 delfstof:</vet></al><al>uit de aardkorst gewonnen nuttige stof waaronder fossiele brandstof,
                            zout, zand, grind en klei;</al><al><vet>1.40 detailhandel:</vet></al><al>het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling
                            ter verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die
                            die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de
                            uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;</al><al><vet>1.41 dienstverlening:</vet></al><al>het bedrijfsmatig verlenen van diensten in de vorm van administratieve
                            dienstverlening met een publieksgericht karakter, inclusief medische
                            dienstverlening, alsook schoonmaakbedrijven, wassalons,
                            kappersbedrijven, schoonheidsinstituten, fotoateliers en daarmee naar de
                            aard gelijk te stellen bedrijven;</al><al><vet>1.42 gebouw:</vet></al><al>elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of
                            gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;</al><al><vet>1.43 geluidsbelasting:</vet></al><al>de geluidsbelasting vanwege een weg, een industrieterrein en/of een
                            spoorweg;</al><al><vet>1.44 geluidzoneringsplichtige inrichting:</vet></al><al>een inrichting bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het
                            terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidszone moet worden
                            vastgesteld.</al><al><vet>1.45 grondgebonden agrarisch bedrijf:</vet></al><al>agrarische bedrijfsvoering die hoofdzakelijk niet in gebouwen
                            plaatsvindt, waarbij het gebruik van agrarische gronden noodzakelijk is
                            voor het functioneren van het bedrijf; </al><al><vet>1.46 hoofdgebouw:</vet></al><al>een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de
                            verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een
                            perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig
                            zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;</al><al><vet>1.47 horecabedrijf:</vet></al><al>een bedrijf dat is gericht op het verstrekken van nachtverblijf en/of
                            van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken en/of het exploiteren van
                            zaalaccommodatie;</al><al><vet>1.48 houtteelt:</vet></al><al>bedrijfsmatige uitoefening van uitsluitend het kweken van bomen ten
                            behoeve van de houtproductie op gronden die hier in principe tijdelijk
                            voor worden gebruikt en waarvoor ontheffing is verleend op grond van
                            artikel 6, tweede lid van de Boswet;</al><al><vet>1.49 intensieve veehouderij:</vet></al><al>agrarische bedrijfsvoering, zelfstandig of als neventak, gericht op het
                            geheel of nagenoeg geheel in gebouwen houden van varkens, pluimvee,
                            vleeskalveren en pelsdieren, met uitzondering van het biologisch houden
                            van dieren overeenkomstig de Landbouwkwaliteitswet;</al><al><vet>1.50 kampeermiddelen:</vet></al><al>tenten, tentwagens, kampeerauto’s of caravans, dan wel enig ander
                            onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte
                            daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde; een en ander voor zover deze
                            onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of
                            opgericht, dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief
                            nachtverblijf;</al><al><vet>1.51 kampeerplaats:</vet></al><al>een afgeschermd terrein van beperkte omvang waarop één tot ten hoogste
                            drie kampeermiddelen voor een familie of een bij elkaar horende groep
                            personen kunnen worden geplaatst;</al><al><vet>1.52 kwetsbaar object:</vet></al><al>een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid
                            inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is
                            bepaald, die in acht moet worden genomen;</al><al><vet>1.53 landschappelijke waarde:</vet></al><al>essentiële elementen en kenmerken van landschappen, fysiek van aard,
                            beschreven in bijlage 12 van de provinciale verordening;</al><al><vet>1.54 mestbassin:</vet></al><al>een reservoir bestemd en geschikt voor het bewaren van dunne mest, dat
                            niet geheel of gedeeltelijk is gelegen onder een stal;</al><al>1.55 mestopslag:</al><al>het opslaan van dierlijke mest in mestbassins, niet zijnde mestsilo's,
                            ten behoeve van de aanwending op bouw- of grasland;</al><al><vet>1.56 mestsilo:</vet></al><al>opslagplaats voor mengmest, niet zijnde mestbassin, mestzak of
                            mestkelder;</al><al><vet>1.57 mestzak:</vet></al><al>een mestbassin, geheel of grotendeels gelegen boven het aansluitende
                            terrein, voornamelijk opgebouwd uit kunststoffolies waarvan de
                            bodemafdichting en afdekking één geheel vormen; </al><al><vet>1.58 natuurlijke waarden:</vet></al><al>biotische en abiotische waarden van een gebied; </al><al><vet>1.59 normaal (agrarisch) gebruik:</vet></al><al>gebruikswerkzaamheden die niet leiden tot verstoring van de ongeroerde
                            bodem of verstoring van het reliëf; </al><al><vet>1.60 normaal onderhoud:</vet></al><al>onderhoudswerkzaamheden, als het vervangen van bestrating en dergelijke,
                            die niet leiden tot verstoring van de ongeroerde bodem; </al><al><vet>1.61 overig bouwwerk:</vet></al><al>een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die
                            direct en duurzaam met de aarde is verbonden; in deze beheersverordening
                            worden de overige bouwwerken aangegeven als bouwwerken, geen gebouwen
                            zijnde; </al><al><vet>1.62 permanente bewoning:</vet></al><al>gebruik van een recreatiewoning als feitelijk hoofdverblijf; </al><al><vet>1.63 recreatiewoning:</vet></al><al>woonverblijf bestemd voor recreatief gebruik door gebruikers die hun
                            hoofdverblijf elders hebben; </al><al><vet>1.64 risicovolle inrichting:</vet></al><al>een inrichting, waarvoor ofwel op grond van het Besluit externe
                            veiligheid inrichtingen, ofwel op grond van het Vuurwerkbesluit vanwege
                            de verwerking of opslag van verpakt of onverpakt professioneel vuurwerk,
                            al dan niet in samenhang met consumentenvuurwerk, een grenswaarde,
                            richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand moet worden
                            aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of
                            beperkt kwetsbare objecten;</al><al><vet>1.65 seksinrichting:</vet></al><al>een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin
                            bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele
                            handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch pornografische
                            aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval
                            verstaan; een seksbioscoop, een seksautomatenhal, sekstheater, een
                            parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een
                            erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;</al><al><vet>1.66 stacaravan:</vet></al><al>een caravan, die als een bouwwerk dient te worden aangemerkt;</al><al><vet>1.67 verblijfsrecreatie:</vet></al><al>recreatief verblijf, waarbij wordt overnacht in kampeermiddelen,
                            recreatiewoningen, appartementen en/of recreatieverblijven, waarbij
                            hoofdverblijf elders wordt gehouden;</al><al><vet>1.68 verblijfsrecreatieterrein met een kleinschalig
                            karakter:</vet></al><al>verblijfsrecreatieterrein, geheel of gedeeltelijk ingericht en blijkens
                            die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen
                            of geplaatst houden van ten hoogste 25 kampeerplaatsen ten behoeve van
                            recreatief nachtverblijf, hieronder niet begrepen stacaravans; </al><al><vet>1.69 volwaardig agrarisch bedrijf:</vet></al><al>duurzaam agrarisch bedrijf waarvan het aannemelijk is dat het aan ten
                            minste één arbeidskracht volledige werkgelegenheid biedt of op termijn
                            zal bieden; </al><al><vet>1.70 voorkeurgrenswaarde:</vet></al><al>de in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van
                            geluidsgevoelige objecten, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid
                            uit de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder;</al><al><vet>1.71 windmolen:</vet></al><al>molen die door de wind aangedreven wordt anders dan een
                            windturbine;</al><al><vet>1.72 windturbine:</vet></al><al>door wind aangedreven molen die wordt gebruikt voor de productie van
                            electriciteit;</al><al><vet>1.73 woning:</vet></al><al>complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één
                            afzonderlijk huishouden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2 Wijze van meten</label></kop><al>Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: </al><al><vet>2.1 de dakhelling:</vet></al><al>langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;</al><al><vet>2.2 de goothoogte van een bouwwerk:</vet></al><al>vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het
                            boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; </al><al><vet>2.3 de inhoud van een bouwwerk:</vet></al><al>tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de
                            gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van
                            daken en dakkapellen; </al><al><vet>2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk:</vet></al><al>vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig
                            bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals
                            schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen
                            bouwonderdelen;</al><al><vet>2.5 de oppervlakte van een bouwwerk:</vet></al><al>de tussen (de buitenste verticale projecties van) de buitenzijde van de
                            gevels (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren) gemeten
                            oppervlakte van een bouwwerk;</al><al><vet>2.6 de afstand tot de zijdelingse perceelgrens:</vet></al><al>de kortste afstand van enig punt van een bouwwerk tot de zijdelingse
                            perceelgrens;</al><al><vet>2.7 de hoogte van een windturbine:</vet></al><al>vanaf het peil tot aan de as van de windturbine.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 3 Agrarisch</label></kop><al><vet>3.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Agrarisch</onderstreept>’ aangewezen gronden zijn
                            bestemd voor :</al><lijst><li nr="a."><al>de uitoefening van het agrarisch bedrijf, met dien verstande dat
                                    een volwaardig niet-grondgebonden agrarisch bedrijf uitsluitend
                                    is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'intensieve
                                    veehouderij';</al></li><li nr="b."><al>cultuurgrond;</al></li><li nr="c."><al>een kleinschalig verblijfsrecreatieterrein, met maximaal 16
                                    kampeerplaatsen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding
                                    'kampeerterrein'; </al></li><li nr="d."><al>bestaande mestbassins, mestsilo's en mestzakken, ter plaatse van
                                    de aanduiding 'mestopslag'; </al></li><li nr="e."><al>een tuincentrum, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding
                                    'tuincentrum'; </al></li><li nr="f."><al>een zorgboerderij, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding
                                    'zorgboerderij';</al></li><li nr="g."><al>dagrecreatief medegebruik;</al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="h."><al>gebouwen, waaronder begrepen bedrijfsgebouwen en per bouwperceel
                                    één bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken;</al></li><li nr="i."><al>bestaande kassen; </al></li><li nr="j."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li><li nr="k."><al>watergangen met een maximale insteekbreedte van 8 m;</al></li><li nr="l."><al>andere bijbehorende voorzieningen, waaronder begrepen
                                    nutsvoorzieningen.</al></li></lijst><al>In de bestemming zijn niet begrepen:</al><lijst><li nr="."><al>boom- en fruitteelt, met uitzondering van de teelt van
                                    niet-opgaande gewassen;</al></li><li nr="."><al>houtteelt en de aanleg van bos, met uitzondering van bestaand
                                    productiebos.</al></li></lijst><al><vet>3.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>3.2.1 Gebouwen</vet></al><al>Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van de agrarische
                            bedrijfsvoering gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden
                                    gebouwd, met uitzondering van de bestaande veldschuren en
                                    schuilstallen; </al></li><li nr="b."><al>de oppervlakte van de agrarische bedrijfsbebouwing op het
                                    grondgebied van de voormalige gemeente Oude Pekela bedraagt ten
                                    hoogste 2.000 m2; </al></li><li nr="c."><al>voor zover er sprake is van een (intensieve) veehouderij zijn
                                    uitsluitend de bestaande stallen toegestaan;</al></li><li nr="d."><al>een uitzondering op het bepaalde in sub c geldt voor het bouwen
                                    van nieuwe gebouwen ten behoeve van het houden van
                                    landbouwhuisdieren, onder de voorwaarde dat dit uitsluitend is
                                    toegestaan indien is aangetoond dat er geen sprake is van een
                                    toename van de ammoniakemissie van het betreffende bedrijf;
                                </al></li><li nr="e."><al>in afwijking van het bepaalde in sub d bedraagt de
                                    staloppervlakte van een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf ter
                                    plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' niet meer dan
                                    de bestaande oppervlakte;</al></li><li nr="f."><al>uitbreiding van het bouwperceel binnen het bouwvlak tot een
                                    omvang groter dan 1 ha is alleen mogelijk indien:</al><lijst><li nr="·"><al>de historisch gegroeide landschapsstructuur wordt
                                            gerespecteerd; </al></li><li nr="·"><al>er voldoende afstand in acht wordt genomen tot andere
                                            ruimtelijke elementen; </al></li><li nr="·"><al>de infrastructurele ontsluiting toereikend is;</al></li><li nr="·"><al>de ordening, maatvoering en vormgeving van de
                                            bedrijfsgebouwen evenwichtig is;</al></li><li nr="·"><al>er overeenstemming is over een goede landschappelijke
                                            inpassing en de uitvoering van het plan voor
                                            landschappelijke inpassing is geborgd; het gebruik van
                                            de bebouwing is uitsluitend toegestaan indien de
                                            erfbeplanting overeenkomstig het beplantingsplan is
                                            aangelegd en vervolgens in stand wordt gehouden;</al></li><li nr="·"><al>de voor de bedrijfsvoering niet meer in gebruik zijnde
                                            opstallen, met uitzondering van monumentale of
                                            karakteristieke gebouwen op het bouwperceel worden
                                            gesaneerd;</al></li><li nr="·"><al>geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de
                                            milieusituatie, de natuurlijke en landschappelijke
                                            waarden, de geomorfologische, cultuurhistorische en
                                            archeologische waarden, het bebouwingsbeeld, de
                                            gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en het
                                            woon- en leefklimaat van direct omwonenden;</al></li><li nr="·"><al>er rekening wordt gehouden met het aspect nachtelijke
                                            uitstraling; </al></li></lijst></li><li nr="g."><al>ter plaatse van de aanduiding 'tuincentrum' mag de oppervlakte
                                    van de kassen niet meer dan 60% van het bouwvlak bedragen; </al></li><li nr="h."><al>de oppervlakte van kassen mag per agrarisch bedrijf niet meer
                                    dan 1.000 m2 bedragen; </al></li><li nr="i."><al>de bouwhoogte van de bedrijfsgebouwen mag niet meer dan 12 m
                                    bedragen;</al></li><li nr="j."><al>de bouwhoogte van kassen mag niet meer dan 5 m bedragen, met
                                    dien verstande dat de bouwhoogte van de kassen ter plaatse van
                                    de aanduiding 'tuincentrum' niet meer dan 6 m mag bedragen;
                                </al></li><li nr="k."><al>de dakhelling bedraagt minimaal 22º, dan wel de bestaande
                                    dakhelling indien deze minder bedraagt;</al></li><li nr="l."><al>de afstand van de bedrijfsgebouwen tot de zijdelingse
                                    perceelgrens, niet zijnde de bouwgrens, mag niet minder dan 5 m
                                    bedragen, dan wel de bestaande afstand indien deze minder
                                    bedraagt.</al></li></lijst><al><vet>3.2.2 Bedrijfswoning</vet></al><al>Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de bedrijfswoning mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden
                                    gebouwd, </al></li><li nr="b."><al>het aantal bedrijfswoningen bedraagt niet meer dan één per
                                    bedrijf, dan wel het bestaande aantal indien dit meer
                                    bedraagt;</al></li><li nr="c."><al>de oppervlakte van de bedrijfswoning inclusief de bijbehorende
                                    bouwwerken bedraagt ten hoogste 300 m², dan wel de bestaande
                                    oppervlakte indien deze meer bedraagt;</al></li><li nr="d."><al>de bouwhoogte van inpandige bedrijfswoningen mag niet meer dan
                                    10 m bedragen, van vrijstaande bedrijfswoningen echter niet meer
                                    dan 7,5 m, dan wel de bestaande bouwhoogte indien deze meer
                                    bedraagt;</al></li><li nr="e."><al>de dakhelling bedraagt minimaal 30º, dan wel de bestaande
                                    dakhelling indien deze minder bedraagt;</al></li><li nr="f."><al>bijbehorende bouwwerken dienen aan het hiervoor gestelde te
                                    voldoen, dan wel aan het gestelde in lid
                                        <onderstreept>3.2.3</onderstreept>.</al></li></lijst><al><vet>3.2.3 Bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning</vet></al><al>Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden
                            de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de bijbehorende bouwwerken dienen te worden gebouwd op het
                                    achtererf, op minimaal 3 m achter de gevelrooilijn van het
                                    hoofdgebouw; </al></li><li nr="b."><al>de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een
                                    woning die niet voldoen aan de eisen van het hoofdgebouw
                                    bedraagt niet meer dan 70 m2;</al></li><li nr="c."><al>de goot- en bouwhoogte bedragen niet meer dan respectievelijk 3
                                    m en 5,5 m, met dien verstande dat de bouwhoogte op de
                                    perceelgrens niet meer mag bedragen dan 3 m en deze mag worden
                                    verhoogd in een rechte lijn naar ten hoogste 5,5 m op een
                                    afstand van 3 m uit de perceelgrens.</al></li></lijst><al><vet>3.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende
                            regels:</al><lijst><li nr="a."><al>alle bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder voorzieningen
                                    voor permanente mestopslag, mogen uitsluitend worden opgericht
                                    binnen het bouwvlak, met uitzondering van bouwwerken ten behoeve
                                    van: </al></li></lijst><lijst><li nr="·"><al>erf- en terreinafscheidingen; </al></li><li nr="·"><al>waterbeheersing en waterhuishouding;</al></li><li nr="·"><al>de geleiding of beveiliging van het verkeer;</al></li><li nr="·"><al>ondergrondse transportleidingen;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>voor de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende
                                    maximale bouwhoogten:</al></li></lijst><lijst><li nr="."><al>erf- of terreinafscheidingen langs openbaar toegankelijk gebied:
                                    1 m;</al></li><li nr="."><al>overige erf- of terreinafscheidingen: 2 m;</al></li><li nr="."><al>mestbassins en mestzakken, inclusief vulling: 2 m;</al></li><li nr="."><al>mestsilo's: 8 m;</al></li><li nr="."><al>torensilo’s en windturbines (ashoogte): 15 m;</al></li></lijst><lijst><li nr="."><al>overige bouwwerken: 6 m.</al></li></lijst><al/><al><vet>3.3 Afwijken van de bouwregels</vet></al><al>Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde
                            in:</al><lijst><li nr="a."><al>lid <onderstreept>3.2.1</onderstreept> sub a voor de bouw van
                                    schuilstallen voor het niet-bedrijfsmatig houden van vee tot een
                                    oppervlakte van maximaal 25 m2 en een hoogte van niet meer dan 3
                                    m. </al></li><li nr="b."><al>lid <onderstreept>3.2.1</onderstreept> sub c en d, voor het
                                    bouwen van stallen, mits is aangetoond dat er geen significant
                                    negatieve gevolgen zijn voor de instandhoudingsdoelstelling van
                                    Natura 2000-gebieden als gevolg van ammoniakdepositie;</al></li><li nr="c."><al>lid <onderstreept>3.2.1</onderstreept> sub e voor een vergroting
                                    van de stalvloeroppervlakte van een intensief veehouderijbedrijf
                                    om daarmee tegemoet te komen aan aangescherpte wettelijke eisen
                                    op het gebied van milieu en/of om het welzijn van de te houden
                                    dieren te vergroten door de netto voor het dier beschikbare
                                    leefruimte te vergroten, met dien verstande dat het aantal te
                                    houden dieren zoals vergund niet mag toenemen; </al></li><li nr="d."><al>lid <onderstreept>3.2.1</onderstreept>, sub h ten behoeve van
                                    een grotere oppervlakte van kassen binnen het bouwperceel tot
                                    een maximum van 2.000 m2, mits de landschappelijke en
                                    natuurlijke waarde van het gebied en het woon- en leefklimaat
                                    niet onevenredig worden aangetast;</al></li><li nr="e."><al>lid <onderstreept>3.2.1</onderstreept> sub k en lid
                                        <onderstreept>3.2.2</onderstreept> sub e, voor een platte
                                    afdekking voor zover dit betreft gebouwen waarvan de afstand tot
                                    de naar de weg gekeerde bebouwingsgrens groter is dan 10 m;</al></li><li nr="f."><al>lid <onderstreept>3.2.1</onderstreept> sub k ten behoeve van de
                                    afdekking van bedrijfsgebouwen met een kleinere dakhelling dan
                                    22º of met een gebogen dakvlak.</al></li><li nr="g."><al>lid <onderstreept>3.2.2</onderstreept>sub b, voor de bouw van
                                    een tweede agrarische bedrijfswoning. De omgevingsvergunning kan
                                    alleen worden verleend indien de omvang van het bedrijf zodanig
                                    is dat sprake is van een structureel volwaardig
                                    tweepersoonsbedrijf en dat, gelet op aard, omvang en
                                    continuïteit van het bedrijf, permanent toezicht noodzakelijk
                                    is; </al></li><li nr="h."><al>lid <onderstreept>3.2.2</onderstreept> sub d, voor de bouw van
                                    vrijstaande bedrijfswoningen met een bouwhoogte van 9,5 m voor
                                    zover dit vanuit stedenbouwkundig en landschappelijk oogpunt
                                    aanvaardbaar is; </al></li><li nr="i."><al>lid <onderstreept>3.2.3</onderstreept> sub b, voor het bouwen
                                    van bijbehorende bouwwerken tot een oppervlak van:</al><lijst><li nr="1."><al>maximaal 80 m2, bij een perceel dat groter is dan 500
                                            m2, maar niet groter is dan 750 m2;</al></li><li nr="2."><al>maximaal 90m2, bij een perceelsgrootte van 750 m2 tot
                                            1.000 m2;</al></li><li nr="3."><al>maximaal 100 m2, bij een perceelsgrootte van 1.000 m2
                                            tot 1.250 m2;</al></li><li nr="4."><al>maximaal 110 m2; bij een perceelsgrootte van 1.250 m2
                                            tot 1.500 m2;</al></li><li nr="5."><al>maximaal 120 m2, bij een perceelsgrootte van 1.500 m2
                                            tot 1.750 m2;</al></li><li nr="6."><al>maximaal 130 m2; bij een perceeelsgrootte van 1.750 m2
                                            tot 2.000 m2;</al></li><li nr="7."><al>maximaal 140 m2, bij een perceelsgrotte van 2.000 m2 tot
                                            2.250 m2;</al></li><li nr="8."><al>maximaal 150 m2, bij een perceelsgrootte vanaf 2.250 m2
                                            en groter;</al></li></lijst></li></lijst><al>met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van de woning
                            inclusief de bijbehorende bouwwerken niet groter mag zijn dan 300 m2,
                            dan wel de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt; de
                            omgevingsvergunning wordt alleen verleend wanneer de hoogte niet meer
                            dan 5 m bedraagt; </al><lijst><li nr="j."><al>lid <onderstreept>3.2.3</onderstreept> sub a, voor het bouwen
                                    van een bijbehorend bouwwerk op het achtererf op minimaal 1 m
                                    achter de gevelrooilijn van het hoofdgebouw; </al></li><li nr="k."><al>lid <onderstreept>3.2.4</onderstreept> sub b voor een bouwhoogte
                                    (de kap niet meegerekend) van torensilo’s van ten hoogste 25
                                    m.</al></li></lijst><al/><al><vet>3.4 Specifieke gebruiksregels</vet></al><al>Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik
                            dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt
                            begrepen:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruik van bestaande gebouwen, niet zijnde stallen, voor
                                    het houden van landbouwhuisdieren;</al></li><li nr="b."><al>het gebruik van meer dan één bouwlaag van gebouwen voor het
                                    houden van dieren ten behoeve van de intensieve
                                    veehouderij;</al></li><li nr="c."><al>het gebruik van verlichting in een ligboxenstal die meer dan 150
                                    lux bedraagt, tenzij de stal tussen 20.00 uur en 06.00 uur is
                                    voorzien van voorzieningen die de lichtuitstraling met ten
                                    minste 90% reduceren; deze bepaling geldt niet voor bestaande
                                    stallen; </al></li><li nr="d."><al>het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van
                                    verblijfsrecreatieve doeleinden, met uitzondering van het
                                    kleinschalige verblijfsrecreatieterrein ter plaatse van de
                                    aanduiding ‘kampeerterrein’;</al></li><li nr="e."><al>het gebruik van de gebouwen voor detailhandel, met uitzondering
                                    van:</al><lijst><li nr="·"><al>detailhandel als niet zelfstandig onderdeel van het
                                            agrarisch bedrijf, mits deze activiteit beperkt blijft
                                            tot de verkoop van hoofdzakelijk ambachtelijke,
                                            agrarische en/of aan de agrarische sector gelieerde
                                            producten en de inpandige vloeroppervlakte niet meer
                                            bedraagt dan 120 m2; </al></li><li nr="·"><al>detailhandel in agrarische kwekerijproducten en
                                            producten die daartoe in directe relatie staan,
                                            uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'tuincentrum'.
                                        </al></li></lijst></li></lijst><al/><al><vet>3.5 Afwijken van de gebruiksregels</vet></al><al>Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt
                            van:</al><lijst><li nr="·"><al>het straat- en bebouwingsbeeld;</al></li><li nr="·"><al>de woonsituatie;</al></li><li nr="·"><al>de milieusituatie;</al></li><li nr="·"><al>de verkeersveiligheid;</al></li><li nr="·"><al>de sociale veiligheid;</al></li><li nr="·"><al>de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;</al></li></lijst><al>bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:</al><lijst><li nr="a."><al>lid <onderstreept>3.4</onderstreept> sub a, voor het gebruik van
                                    bestaande gebouwen voor het houden van landbouwhuisdieren, mits
                                    is aangetoond dat er geen significant negatieve gevolgen zijn
                                    voor de instandhoudingsdoelstelling van Natura 2000-gebieden als
                                    gevolg van ammoniakdepositie;</al></li><li nr="b."><al>lid <onderstreept>3.4</onderstreept> sub d, voor het oprichten
                                    van een kleinschalig verblijfsrecreatieterrein bij agrarische
                                    bedrijfswoningen, met dien verstande dat:</al><lijst><li nr="1."><al>het aantal kampeerplaatsen niet meer bedraagt dan
                                            25;</al></li><li nr="2."><al>de kampeerplaatsen zijn gesitueerd binnen het agrarisch
                                            bouwvlak. Indien dat niet mogelijk is, moeten de
                                            kampeerplaatsen direct aansluitend aan het bestaande
                                            bouwvlak worden gerealiseerd;</al></li><li nr="3."><al>er geen stacaravans, chalets en/of trekkershutten worden
                                            opgericht;</al></li><li nr="4."><al>de onderlinge afstand tussen het hoofdgebouw en een
                                            kampeerplaats minimaal 25 m bedraagt;</al></li><li nr="5."><al>de afstand van een kampeerplaats tot de erfgrens van het
                                            direct aangrenzende erf minimaal 25 m bedraagt;</al></li><li nr="6."><al>sanitaire voorzieningen binnen de bestaande bebouwing
                                            dienen te worden gerealiseerd. Indien kan worden
                                            aangetoond dat dit feitelijk niet mogelijk is, is een
                                            zelfstandige sanitaire eenheid, dan wel andere
                                            voorzieningen, zoals een kantine, tot een bebouwde
                                            oppervlakte van ten hoogste 50 m² en een bouwhoogte van
                                            ten hoogste 3 m toegestaan, mits deze voorzieningen
                                            binnen het bestaande bouwvlak worden gebouwd;</al></li><li nr="7."><al>het bevoegd gezag nadere eisen kan stellen ten aanzien
                                            van de situering van de kampeerplaatsen en
                                            landschappelijke inpassing, onder andere door het
                                            aanbrengen van beplantingen.</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>lid <onderstreept>3.1</onderstreept> ten behoeve van het gebruik
                                    voor een aan huis verbonden bedrijf tot maximaal 40% van het
                                    totale vloeroppervlak van het bestaande hoofdgebouw en 50 m²
                                    voor het bedrijf te gebruiken oppervlakte, mits:</al></li><li nr="d."><al>het beoogde gebruik voor bedrijf ondergeschikt blijft aan de
                                    woonbestemming van het bijbehorende perceel;</al></li><li nr="e."><al>de bebouwing niet zodanig wordt gewijzigd dat het voorkomen van
                                    de woonfunctie van het gebouw verloren gaat of te zeer wordt
                                    verminderd;</al></li><li nr="f."><al>het bedrijf op een herkenbare manier onderdeel uitmaakt van het
                                    hoofdgebouw;</al></li><li nr="g."><al>het bedrijf niet in een bij het hoofdgebouw behorend en op
                                    hetzelfde erf staand bijbehorend bouwwerk, maar uitsluitend in
                                    het hoofdgebouw zal worden gerealiseerd;</al></li><li nr="h."><al>er geen zodanig verkeersaantrekkende werking plaatsvindt dat
                                    extra parkeervoorzieningen in de openbare ruimte noodzakelijk
                                    zijn en, uitzonderingen in de beroepsuitoefening daargelaten,
                                    geparkeerd kan worden op eigen erf;</al></li><li nr="i."><al>de bedrijfsuitoefening of activiteiten ten behoeve daarvan (aan-
                                    en toelevering) geen zodanige (geluids)hinder voor de
                                    woonomgeving opleveren dat het woongenot op naburige erven met
                                    een zekere regelmaat in belangrijke mate wordt verstoord;</al></li><li nr="j."><al>geen detailhandels- of horeca-activiteiten plaatsvinden.</al></li></lijst><al/><al><vet>3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen
                                bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden</vet></al><al/><al><vet>3.6.1 Omgevingsvergunning</vet></al><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning
                            van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de volgende werken
                            of werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren:</al><lijst><li nr="a."><al>het aanbrengen van boven- of ondergrondse transport-, energie-
                                    of telecommunicatieleidingen, anders dan ter aansluiting van de
                                    toegelaten bebouwing;</al></li><li nr="b."><al>het vergroten of dempen van waterlopen met een insteekbreedte
                                    groter dan 8 m.</al></li></lijst><al><vet>3.6.2 Uitzonderingen</vet></al><al>Het verbod in lid <onderstreept>3.6.1</onderstreept> is niet van
                            toepassing op werken en werkzaamheden die:</al><lijst><li nr="a."><al>het normale onderhoud en beheer betreffen;</al></li><li nr="b."><al>reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding
                                    van deze beheersverordening;</al></li><li nr="c."><al>gelet op de te beschermen waarden van de grond van geringe
                                    betekenis moeten worden geacht.</al></li></lijst><al><vet>3.6.3 Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="a."><al>De in lid <onderstreept>3.6.1</onderstreept> genoemde vergunning
                                    kan slechts worden verleend indien door de werken of
                                    werkzaamheden direct, dan wel indirect te beschermen waarden van
                                    de grond niet onevenredig worden of kunnen worden
                                    aangetast.</al></li><li nr="b."><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter bescherming van de
                                    aangegeven waarden van de grond bij het verlenen van de in lid
                                        <onderstreept>3.6.1</onderstreept> genoemde vergunning
                                    voorwaarden te stellen met betrekking tot plaats en omvang van
                                    de werken en werkzaamheden en de afwerking van het terrein.
                                </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Bedrijf</label></kop><al><vet>4.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Bedrijf</onderstreept>’ aangewezen gronden zijn
                            bestemd voor: </al><lijst><li nr="a."><al>bedrijven overeenkomstig de bestaande bedrijfsvoering en
                                    bedrijven behorende tot de categorieën 1 en 2 van de bij deze
                                    regels behorende Staat van bedrijven;</al></li><li nr="b."><al>wonen ten behoeve van het bedrijf, al dan niet in combinatie met
                                    een aan huis verbonden beroep; </al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="c."><al>gebouwen, waaronder begrepen bedrijfsgebouwen en per bouwperceel
                                    één bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken; </al></li><li nr="d."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li><li nr="e."><al>verhardingen;</al></li><li nr="f."><al>tuinen en erven;</al></li><li nr="g."><al>andere bijbehorende voorzieningen, waaronder begrepen
                                    nutsvoorzieningen.</al></li></lijst><al>In de bestemming zijn geluidzoneringsplichtige inrichtingen en
                            risicovolle inrichtingen niet begrepen, met uitzondering van bestaande
                            inrichtingen. </al><al><vet>4.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>4.2.1 Gebouwen</vet></al><al>Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van het bedrijf gelden de
                            volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de bedrijfsgebouwen, behoudens bijbehorende bouwwerken, mogen
                                    uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;</al></li><li nr="b."><al>de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen mag ten hoogste de bestaande
                                    oppervlakte aan gebouwen bedragen met dien verstande dat de
                                    totale vloeroppervlakte van de bestaande bedrijfsbebouwing
                                    eenmalig met ten hoogste 20% mag worden vergroot (te rekenen
                                    vanaf 17 juni 2009), mits de uitbreiding niet leidt tot een
                                    onevenredige aantasting van landschap, natuur en milieu en niet
                                    leidt tot verkeersoverlast;</al></li><li nr="c."><al>de bouwhoogte van de hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan is
                                    aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte
                                    (m)'; </al></li><li nr="d."><al>de afstand tussen de bedrijfsgebouwen onderling mag niet minder
                                    dan 4 m bedragen, tenzij ze aaneen worden gebouwd;</al></li><li nr="e."><al>de afstand van de bedrijfsgebouwen tot de zijdelingse
                                    perceelgrens mag niet minder dan 4 m bedragen, dan wel de
                                    bestaande afstand indien deze minder bedraagt.</al></li></lijst><al><vet>4.2.2 Bedrijfswoning</vet></al><al>Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de bedrijfswoning mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden
                                    gebouwd;</al></li><li nr="b."><al>de oppervlakte van de bedrijfswoning inclusief de bijbehorende
                                    bouwwerken bedraagt ten hoogste 300 m², dan wel de bestaande
                                    oppervlakte indien deze meer bedraagt;</al></li><li nr="c."><al>de bouwhoogte van inpandige bedrijfswoningen mag niet meer dan
                                    10 m bedragen, van vrijstaande bedrijfswoningen echter niet meer
                                    dan 7,5 m, dan wel de bestaande bouwhoogte indien deze meer
                                    bedraagt;</al></li><li nr="d."><al>de dakhelling bedraagt minimaal 30º, dan wel de bestaande
                                    dakhelling indien deze minder bedraagt;</al></li><li nr="e."><al>bijbehorende bouwwerken dienen aan het hiervoor gestelde te
                                    voldoen danwel aan het gestelde in lid
                                        <onderstreept>4.2.3</onderstreept>.</al></li></lijst><al><vet>4.2.3 Bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning</vet></al><al>Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden
                            de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de bijbehorende bouwwerken dienen te worden gebouwd op het
                                    achtererf, op minimaal 3 m achter de gevelrooilijn van het
                                    hoofdgebouw; </al></li><li nr="b."><al>de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een
                                    woning die niet voldoen aan de eisen van het hoofdgebouw
                                    bedraagt niet meer dan 70 m2;</al></li><li nr="c."><al>de goot- en bouwhoogte bedragen niet meer dan respectievelijk 3
                                    m en 5,5 m, met dien verstande dat de bouwhoogte op de
                                    perceelgrens niet meer mag bedragen dan 3 m en deze mag worden
                                    verhoogd in een rechte lijn naar ten hoogste 5,5 m op een
                                    afstand van 3 m uit de perceelgrens.</al></li></lijst><al><vet>4.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende
                            regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer
                                    dan 6 m bedragen, met uitzondering van vlaggen- en lichtmasten,
                                    waarvan de hoogte niet meer dan 9 m mag bedragen en van
                                    erfafscheidingen waarvan de hoogte niet meer dan 2 m mag
                                    bedragen.</al></li></lijst><al/><al><vet>4.3 Afwijken van de bouwregels</vet></al><al>Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde
                            in:</al><lijst><li nr="a."><al>lid <onderstreept>4.2.1</onderstreept> sub a en lid
                                        <onderstreept>4.2.2</onderstreept> sub a, voor gebouwdelen
                                    die een integrerend deel uitmaken van het hoofdgebouw; </al></li><li nr="b."><al>lid <onderstreept>4.2.3</onderstreept> sub b, voor het bouwen
                                    van bijbehorende bouwwerken tot een oppervlak van:</al><lijst><li nr="1."><al>maximaal 80 m2, bij een perceel dat groter is dan 500
                                            m2, maar niet groter is dan 750 m2;</al></li><li nr="2."><al>maximaal 90m2, bij een perceelsgrootte van 750 m2 tot
                                            1.000 m2;</al></li><li nr="3."><al>maximaal 100 m2, bij een perceelsgrootte van 1.000 m2
                                            tot 1.250 m2;</al></li><li nr="4."><al>maximaal 110 m2; bij een perceelsgrootte van 1.250 m2
                                            tot 1.500 m2;</al></li><li nr="5."><al>maximaal 120 m2, bij een perceelsgrootte van 1.500 m2
                                            tot 1.750 m2;</al></li><li nr="6."><al>maximaal 130 m2; bij een perceeelsgrootte van 1.750 m2
                                            tot 2.000 m2;</al></li><li nr="7."><al>maximaal 140 m2, bij een perceelsgrotte van 2.000 m2 tot
                                            2.250 m2;</al></li><li nr="8."><al>maximaal 150 m2, bij een perceelsgrootte vanaf 2.250 m2
                                            en groter;</al></li></lijst></li></lijst><al>met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van de woning
                            inclusief de bijbehorende bouwwerken niet groter mag zijn dan 300 m2,
                            dan wel de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt; de
                            omgevingsvergunning wordt alleen verleend wanneer de hoogte niet meer
                            dan 5 m bedraagt; </al><lijst><li nr="c."><al>lid <onderstreept>4.2.3</onderstreept> sub a, voor het bouwen
                                    van een bijbehorend bouwwerk op het achtererf op minimaal 1 m
                                    achter de gevelrooilijn van het hoofdgebouw; </al></li></lijst><al/><al><vet>4.4 Specifieke gebruiksregels</vet></al><al>Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik
                            dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt
                            begrepen:</al><lijst><li nr="·"><al>detailhandel, anders dan de verkoop van ter plaatse
                                    gefabriceerde of geassembleerde goederen, waarbij de
                                    vloeroppervlakte niet meer dan 60 m2 mag bedragen;</al></li><li nr="·"><al>de opslag van materialen of goederen op het erf, anders dan ter
                                    verwezenlijking van de bestemming.</al></li></lijst><al/><al><vet>4.5 Afwijken van de gebruiksregels</vet></al><al>Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt
                            van:</al><lijst><li nr="·"><al>het straat- en bebouwingsbeeld;</al></li><li nr="·"><al>de woonsituatie;</al></li><li nr="·"><al>de milieusituatie;</al></li><li nr="·"><al>de verkeersveiligheid;</al></li><li nr="·"><al>de sociale veiligheid;</al></li><li nr="·"><al>de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;</al></li></lijst><al>bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid
                                <onderstreept>4.1</onderstreept> en toestaan dat tevens bedrijven
                            worden gevestigd die niet zijn genoemd in de bij deze regels behorende
                            Staat van bedrijven (categorie 1 en 2), alsmede die volgens de Staat van
                            bedrijven van een naast hogere categorie zijn, als bedoeld in categorie
                            3.1 van de Staat van bedrijven, indien die bedrijven naar de aard en de
                            invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven categorie 1
                            en 2, met dien verstande dat geluidzoneringsplichtige inrichtingen en
                            risicovolle inrichtingen niet zijn toegestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Bedrijf - Agrarisch hulpbedrijf</label></kop><al><vet>5.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Bedrijf - Agrarisch hulpbedrijf</onderstreept>’
                            aangewezen gronden zijn bestemd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>de uitoefening van een niet-industrieel bedrijf, dat is gericht
                                    op het verlenen van diensten, het leveren van dieren of goederen
                                    aan agrarische bedrijven of dat is gericht op het verwerken of
                                    het opslaan van dieren of producten, die afkomstig zijn van
                                    agrarische bedrijven;</al></li><li nr="b."><al>wonen ten behoeve van het bedrijf, al dan niet in combinatie met
                                    een aan huis verbonden beroep;</al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="c."><al>gebouwen, waaronder begrepen bedrijfsgebouwen en per bouwperceel
                                    één bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken;</al></li><li nr="d."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li><li nr="e."><al>verhardingen;</al></li><li nr="f."><al>tuinen en erven;</al></li><li nr="g."><al>andere bijbehorende voorzieningen, waaronder begrepen
                                    nutsvoorzieningen.</al></li></lijst><al><vet>5.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>5.2.1 Gebouwen</vet></al><al>Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van het bedrijf gelden de
                            volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de bedrijfsgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden
                                    gebouwd;</al></li><li nr="b."><al>de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen mag ten hoogste de bestaande
                                    oppervlakte aan gebouwen bedragen met dien verstande dat de
                                    totale vloeroppervlakte van de bestaande bedrijfsbebouwing
                                    eenmalig met ten hoogste 20% mag worden vergroot (te rekenen
                                    vanaf 17 juni 2009), mits de uitbreiding niet leidt tot een
                                    onevenredige aantasting van landschap, natuur en milieu en niet
                                    leidt tot verkeersoverlast;</al></li><li nr="c."><al>de bouwhoogte mag niet meer dan 10 m bedragen;</al></li><li nr="d."><al>de afstand tot de zijdelingse perceelgrens mag niet minder dan 4
                                    m bedragen, dan wel de bestaande afstand indien deze minder
                                    bedraagt;</al></li><li nr="e."><al>de bedrijfsgebouwen mogen alleen met hellende dakvlakken worden
                                    afgedekt, dan wel de bestaande platte afdekking.</al></li></lijst><al><vet>5.2.2 Bedrijfswoning</vet></al><al>Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de bedrijfswoning mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden
                                    gebouwd;</al></li><li nr="b."><al>de oppervlakte van de bedrijfswoning inclusief de bijbehorende
                                    bouwwerken bedraagt ten hoogste 300 m², dan wel de bestaande
                                    oppervlakte indien deze meer bedraagt;</al></li><li nr="c."><al>de bouwhoogte van inpandige bedrijfswoningen mag niet meer dan
                                    10 m bedragen, van vrijstaande bedrijfswoningen echter niet meer
                                    dan 7,5 m, dan wel de bestaande bouwhoogte indien deze meer
                                    bedraagt;</al></li><li nr="d."><al>de dakhelling bedraagt minimaal 30º, dan wel de bestaande
                                    dakhelling indien deze minder bedraagt;</al></li><li nr="e."><al>bijbehorende bouwwerken dienen aan het hiervoor gestelde te
                                    voldoen danwel aan het gestelde in lid
                                        <onderstreept>5.2.3</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept></al></li></lijst><al><vet>5.2.3 Bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning</vet></al><al>Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden
                            de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de bijbehorende bouwwerken dienen te worden gebouwd op het
                                    achtererf, op minimaal 3 m achter de gevelrooilijn van het
                                    hoofdgebouw; </al></li><li nr="b."><al>de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een
                                    woning die niet voldoen aan de eisen van het hoofdgebouw
                                    bedraagt niet meer dan 70 m2;</al></li><li nr="c."><al>de goot- en bouwhoogte bedragen niet meer dan respectievelijk 3
                                    m en 5,5 m, met dien verstande dat de bouwhoogte op de
                                    perceelgrens niet meer mag bedragen dan 3 m en deze mag worden
                                    verhoogd in een rechte lijn naar ten hoogste 5,5 m op een
                                    afstand van 3 m uit de perceelgrens.</al></li></lijst><al><vet>5.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende
                            regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer
                                    dan 6 m bedragen, met uitzondering van vlaggen- en lichtmasten,
                                    waarvan de hoogte niet meer dan 9 m mag bedragen en van
                                    erfafscheidingen waarvan de hoogte niet meer dan 2 m mag
                                    bedragen.</al></li></lijst><al/><al><vet>5.3 Afwijken van de bouwregels</vet></al><al>Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde
                            in:</al><lijst><li nr="a."><al>lid <onderstreept>5.2.1</onderstreept> sub a en lid
                                        <onderstreept>5.2.2</onderstreept> sub a, voor gebouwdelen
                                    die een integrerend deel uitmaken van het hoofdgebouw;</al></li><li nr="b."><al>lid <onderstreept>5.2.1</onderstreept> sub e en lid
                                        <onderstreept>5.2.2</onderstreept> sub d, voor gebouwen met
                                    een platte afdekking;</al></li><li nr="c."><al>lid <onderstreept>5.2.3</onderstreept> sub b, voor het bouwen
                                    van bijbehorende bouwwerken tot een oppervlak van:</al><lijst><li nr="1."><al>maximaal 80 m2, bij een perceel dat groter is dan 500
                                            m2, maar niet groter is dan 750 m2;</al></li><li nr="2."><al>maximaal 90m2, bij een perceelsgrootte van 750 m2 tot
                                            1.000 m2;</al></li><li nr="3."><al>maximaal 100 m2, bij een perceelsgrootte van 1.000 m2
                                            tot 1.250 m2;</al></li><li nr="4."><al>maximaal 110 m2; bij een perceelsgrootte van 1.250 m2
                                            tot 1.500 m2;</al></li><li nr="5."><al>maximaal 120 m2, bij een perceelsgrootte van 1.500 m2
                                            tot 1.750 m2;</al></li><li nr="6."><al>maximaal 130 m2; bij een perceeelsgrootte van 1.750 m2
                                            tot 2.000 m2;</al></li><li nr="7."><al>maximaal 140 m2, bij een perceelsgrotte van 2.000 m2 tot
                                            2.250 m2;</al></li><li nr="8."><al>maximaal 150 m2, bij een perceelsgrootte vanaf 2.250 m2
                                            en groter;</al></li></lijst></li></lijst><al>met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van de woning
                            inclusief de bijbehorende bouwwerken niet groter mag zijn dan 300 m2,
                            dan wel de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt; de
                            omgevingsvergunning wordt alleen verleend wanneer de hoogte niet meer
                            dan 5 m bedraagt; </al><al>d.lid <onderstreept>5.2.3</onderstreept> sub a, voor het bouwen van een
                            bijbehorend bouwwerk op het achtererf op minimaal 1 m achter de
                            gevelrooilijn van het hoofdgebouw; </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 Bedrijf - Delfstof</label></kop><al><vet>6.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Bedrijf - Delfstof</onderstreept>’ aangewezen
                            gronden zijn bestemd voor:</al><al>a.voorzieningen voor de exploratie en/of exploitatie en/of distributie
                            van aardgas; </al><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="b."><al>gebouwen;</al></li><li nr="c."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li><li nr="d."><al>verhardingen;</al></li><li nr="e."><al>groenvoorzieningen;</al></li><li nr="f."><al>andere bijbehorende voorzieningen, waaronder begrepen
                                    nutsvoorzieningen.</al></li></lijst><al><vet>6.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>6.2.1 Gebouwen</vet></al><al>Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 7 m;</al></li><li nr="b."><al>er mogen geen bedrijfswoningen worden gebouwd. </al></li></lijst><al><vet>6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            regel:</al><lijst><li nr="a."><al>de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 30 m;</al></li><li nr="b."><al>in afwijking van het bepaalde onder a mag de bouwhoogte van de
                                    brandvlampijp niet meer bedragen dan 65 m.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7 Bedrijf - Nutsvoorziening</label></kop><al><vet>7.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Bedrijf - Nutsvoorziening</onderstreept>’
                            aangewezen gronden zijn bestemd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>transformatorgebouwtjes;</al></li><li nr="b."><al>opslag ten behoeve van nutsbedrijven, uitsluitend ter plaatse
                                    van de aanduiding 'opslag';</al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="c."><al>gebouwen;</al></li><li nr="d."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li><li nr="e."><al>verhardingen;</al></li><li nr="f."><al>groenvoorzieningen;</al></li><li nr="g."><al>andere bijbehorende voorzieningen.</al></li></lijst><al/><al><vet>7.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>7.2.1 Gebouwen</vet></al><al>Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden
                                    gebouwd;</al></li><li nr="b."><al>de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 m;</al></li></lijst><al><vet>7.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            regel:</al><lijst><li nr="a."><al>de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 2 m.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8 Cultuur en ontspanning</label></kop><al><vet>8.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor '<onderstreept>Cultuur en ontspanning</onderstreept>' aangewezen
                            gronden zijn bestemd voor:</al><lijst><li nr="1."><al>een seksinrichting;</al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="b."><al>gebouwen, waaronder begrepen bedrijfsgebouwen en één
                                    bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken;</al></li><li nr="c."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li><li nr="d."><al>verhardingen;</al></li><li nr="e."><al>tuinen en erven;</al></li><li nr="f."><al>andere bijbehorende voorzieningen, waaronder begrepen
                                    nutsvoorzieningen.</al></li></lijst><al/><al><vet>8.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>8.2.1 Gebouwen</vet></al><al>Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de oppervlakte aan bedrijfsbebouwing mag niet meer bedragen dan
                                    de bestaande oppervlakte; </al></li><li nr="b."><al>de goot- en bouwhoogte van mag niet meer bedragen dan 10 m;</al></li><li nr="c."><al>de dakhelling bedraagt minimaal 30º, dan wel de bestaande
                                    dakhelling indien deze minder bedraagt;</al></li><li nr="d."><al>de afstand tot de zijdelingse perceelgrens mag niet minder dan 4
                                    m bedragen, dan wel de bestaande afstand indien deze minder
                                    bedraagt;</al></li></lijst><al><vet>8.2.2 Bedrijfswoningen</vet></al><al>Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de oppervlakte van de bedrijfswoning inclusief de bijbehorende
                                    bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 300 m², dan wel de
                                    bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt ;</al></li><li nr="b."><al>de bouwhoogte van inpandige bedrijfswoningen mag niet meer dan
                                    10 m bedragen, van vrijstaande bedrijfswoningen echter niet meer
                                    dan 7,5 m, dan wel de bestaande bouwhoogte indien deze meer
                                    bedraagt;</al></li><li nr="c."><al>de dakhelling bedraagt minimaal 30º, dan wel de bestaande
                                    dakhelling indien deze minder bedraagt;</al></li><li nr="d."><al>bijbehorende bouwwerken dienen aan het hiervoor gestelde te
                                    voldoen, dan wel aan het gestelde in lid
                                        <onderstreept>8.2.3</onderstreept>.</al></li></lijst><al><vet>8.2.3 Bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning</vet></al><al>Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden
                            de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de bijbehorende bouwwerken dienen te worden gebouwd op het
                                    achtererf, op minimaal 3 m achter de gevelrooilijn van het
                                    hoofdgebouw; </al></li><li nr="b."><al>de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een
                                    woning die niet voldoen aan de eisen van het hoofdgebouw
                                    bedraagt niet meer dan 70 m2;</al></li><li nr="c."><al>de goot- en bouwhoogte bedragen niet meer dan respectievelijk 3
                                    m en 5,5 m, met dien verstande dat de bouwhoogte op de
                                    perceelgrens niet meer mag bedragen dan 3 m en deze mag worden
                                    verhoogd in een rechte lijn naar ten hoogste 5,5 m op een
                                    afstand van 3 m uit de perceelgrens. </al></li></lijst><al><vet>8.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende
                            regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer
                                    dan 6 m bedragen, met uitzondering van vlaggen- en lichtmasten,
                                    waarvan de hoogte niet meer dan 9 m mag bedragen en van
                                    erfafscheidingen waarvan de hoogte niet meer dan 2 m mag
                                    bedragen.</al></li></lijst><al/><al><vet>8.3 Afwijken van de bouwregels</vet></al><al>Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: </al><lijst><li nr="a."><al>lid <onderstreept>8.2.3</onderstreept> sub b, voor het bouwen
                                    van bijbehorende bouwwerken tot een oppervlak van:</al><lijst><li nr="1."><al>maximaal 80 m2, bij een perceel dat groter is dan 500
                                            m2, maar niet groter is dan 750 m2;</al></li><li nr="2."><al>maximaal 90m2, bij een perceelsgrootte van 750 m2 tot
                                            1.000 m2;</al></li><li nr="3."><al>maximaal 100 m2, bij een perceelsgrootte van 1.000 m2
                                            tot 1.250 m2;</al></li><li nr="4."><al>maximaal 110 m2; bij een perceelsgrootte van 1.250 m2
                                            tot 1.500 m2;</al></li><li nr="5."><al>maximaal 120 m2, bij een perceelsgrootte van 1.500 m2
                                            tot 1.750 m2;</al></li><li nr="6."><al>maximaal 130 m2; bij een perceeelsgrootte van 1.750 m2
                                            tot 2.000 m2;</al></li><li nr="7."><al>maximaal 140 m2, bij een perceelsgrotte van 2.000 m2 tot
                                            2.250 m2;</al></li><li nr="8."><al>maximaal 150 m2, bij een perceelsgrootte vanaf 2.250 m2
                                            en groter;</al></li></lijst></li></lijst><al>met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van de woning
                            inclusief de bijbehorende bouwwerken niet groter mag zijn dan 300 m2,
                            dan wel de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt; de
                            omgevingsvergunning wordt alleen verleend wanneer de hoogte niet meer
                            dan 5 m bedraagt; </al><lijst><li nr="b."><al>lid <onderstreept>8.2.3</onderstreept> sub a, voor het bouwen
                                    van een bijbehorend bouwwerk op het achtererf op minimaal 1 m
                                    achter de gevelrooilijn van het hoofdgebouw. </al></li></lijst><al/><al><vet>8.4 Specifieke gebruiksregels</vet></al><al>Het gebruik als seksinrichting mag uitsluitend plaatsvinden binnen de
                            bestaande bebouwing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9 Groen</label></kop><al><vet>9.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Groen</onderstreept>’ aangewezen gronden zijn
                            bestemd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>groenvoorzieningen en/of bos;</al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="b."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li><li nr="c."><al>wandel- en fietspaden;</al></li><li nr="d."><al>opgaande beplantingen;</al></li><li nr="e."><al>andere bijbehorende voorzieningen, waaronder begrepen
                                    nutsvoorzieningen.</al></li></lijst><al/><al><vet>9.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>9.2.1 Gebouwen</vet></al><al>Op of in de gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering
                            van bestaande gebouwen.</al><al><vet>9.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende
                            regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer
                                    bedragen dan 6 m, met uitzondering van perceelafscheidingen,
                                    waarvan de hoogte niet meer dan 2 m mag bedragen en lichtmasten,
                                    waarvan de hoogte niet meer dan 9 m mag bedragen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10 Maatschappelijk</label></kop><al><vet>10.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Maatschappelijk</onderstreept>' aangewezen
                            gronden zijn bestemd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>multifunctionele welzijnsvoorzieningen;</al></li><li nr="b."><al>uitsluitend scouting, ter plaatse van de aanduiding
                                    'scouting';</al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="c."><al>gebouwen;</al></li><li nr="d."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li><li nr="e."><al>verhardingen;</al></li><li nr="f."><al>groenvoorzieningen;</al></li><li nr="g."><al>andere bijbehorende voorzieningen, waaronder begrepen
                                    nutsvoorzieningen.</al></li></lijst><al/><al><vet>10.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>10.2.1 Gebouwen</vet></al><al>Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>uitsluitend de bestaande gebouwen zijn toegestaan;</al></li><li nr="b."><al>de goot- en bouwhoogte bedraagt niet meer dan de bestaande goot-
                                    en bouwhoogte; </al></li><li nr="c."><al>de afstand tot de zijdelingse perceelgrens mag niet minder dan 4
                                    m bedragen, dan wel de bestaande afstand indien deze minder
                                    bedraagt.</al></li></lijst><al><vet>10.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende
                            regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer
                                    dan 6 m bedragen, met uitzondering van vlaggen- en lichtmasten,
                                    waarvan de hoogte niet meer dan 9 m mag bedragen en van
                                    erfafscheidingen waarvan de hoogte niet meer dan 2 m mag
                                    bedragen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11 Natuur</label></kop><al><vet>11.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Natuur</onderstreept>’ aangewezen gronden zijn
                            bestemd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het behoud en/of herstel, alsmede de opbouw van de aan deze
                                    gronden eigen landschappelijke en natuurlijke waarden;</al></li><li nr="b."><al>dagrecreatief medegebruik;</al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="c."><al>wandel- en fietspaden;</al></li><li nr="d."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li><li nr="e."><al>andere bijbehorende voorzieningen, waaronder begrepen
                                    nutsvoorzieningen.</al></li></lijst><al/><al><vet>11.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>11.2.1 Gebouwen</vet></al><al>Op of in de gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering
                            van bestaande gebouwen.</al><al><vet>11.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende
                            regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de bouwwerken, geen gebouw zijnde, mogen uitsluitend worden
                                    opgericht ten behoeve van:</al><lijst><li nr="·"><al>landschaps- en natuurbeheer;</al></li><li nr="·"><al>waterbeheersing en waterhuishouding;</al></li><li nr="·"><al>geleiding of beveiliging van het verkeer;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer
                                    bedragen dan 6 m, met uitzondering van perceelafscheidingen
                                    waarvan de hoogte niet meer bedraagt dan 1,5 m.</al></li></lijst><al/><al><vet>11.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen
                                bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden</vet></al><al/><al><vet>11.3.1 Omgevingsvergunning</vet></al><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning
                            van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de volgende werken
                            of werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren:</al><lijst><li nr="a."><al>het aanleggen van wegen;</al></li><li nr="b."><al>het ontginnen, verlagen, afgraven, ophogen en egaliseren van
                                    gronden;</al></li><li nr="c."><al>het diepploegen, mengwoelen of op andere wijze verstoren van het
                                    aanwezige bodemprofiel;</al></li><li nr="d."><al>het aanbrengen van boven- of ondergrondse transport-, energie-
                                    of telecommunicatieleidingen, anders dan ter aansluiting van de
                                    toegelaten bebouwing;</al></li><li nr="e."><al>het vergroten of dempen van waterlopen met een insteekbreedte
                                    groter dan 8 m.</al></li></lijst><al><vet>11.3.2 Uitzonderingen</vet></al><al>Het verbod in lid <onderstreept>11.3.1</onderstreept> is niet van
                            toepassing op werken en werkzaamheden die:</al><lijst><li nr="a."><al>het normale onderhoud en beheer betreffen;</al></li><li nr="b."><al>reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding
                                    van deze beheersverordening;</al></li><li nr="c."><al>gelet op de te beschermen waarden van de grond van geringe
                                    betekenis moeten worden geacht.</al></li></lijst><al><vet>11.3.3 Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="a."><al>De in lid <onderstreept>11.3.1</onderstreept> genoemde
                                    vergunning kan slechts worden verleend indien door de werken of
                                    werkzaamheden direct, dan wel indirect te beschermen waarden van
                                    de grond niet onevenredig worden of kunnen worden
                                    aangetast.</al></li><li nr="b."><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter bescherming van de
                                    aangegeven waarden van de grond bij het verlenen van de in lid
                                        <onderstreept>11.3.1</onderstreept> genoemde vergunning
                                    voorwaarden te stellen met betrekking tot plaats en omvang van
                                    de werken en werkzaamheden en de afwerking van het terrein.
                                </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12 Recreatie - Dagrecreatie</label></kop><al><vet>12.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Recreatie - Dagrecreatie</onderstreept>’
                            aangewezen gronden zijn bestemd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>dagrecreatie;</al></li><li nr="b."><al>een recreatieplas, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke
                                    vorm van water - diepe waterplas';</al></li><li nr="c."><al>volkstuinen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding
                                    'volkstuin'; </al></li></lijst><al>met de daarbij behorende</al><lijst><li nr="d."><al>groenvoorzieningen;</al></li><li nr="e."><al>fiets- en wandelpaden;</al></li><li nr="f."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li><li nr="g."><al>andere bijbehorende voorzieningen, waaronder begrepen
                                    nutsvoorzieningen.</al></li></lijst><al/><al><vet>12.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>12.2.1 Gebouwen</vet></al><al>Op of in de gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering
                            van bestaande gebouwen.</al><al><vet>12.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende
                            regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer
                                    bedragen dan 6 m, met uitzondering van perceelafscheidingen,
                                    waarvan de hoogte niet meer dan 2 m mag bedragen en lichtmasten,
                                    waarvan de hoogte niet meer dan 9 m mag bedragen.</al></li></lijst><al/><al><vet>12.3 Specifieke gebruiksregels</vet></al><al>Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik
                            dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt
                            begrepen:</al><lijst><li nr="a."><al>het dempen en het geheel of gedeeltelijk verondiepen van de
                                    recreatieplas ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van
                                    water - diepe waterplas'. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 13 Sport</label></kop><al><vet>13.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Sport</onderstreept>’ aangewezen gronden zijn
                            bestemd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>schietsport, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding
                                    'specifieke vorm van sport - schietterrein';</al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="b."><al>gebouwen, waaronder begrepen één bedrijfswoning met bijbehorende
                                    bouwwerken; </al></li><li nr="c."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li><li nr="d."><al>terreinen;</al></li><li nr="e."><al>groenvoorzieningen;</al></li><li nr="f."><al>ontsluitingsweg, parkeerterrein(en), fiets- en wandelpaden;</al></li><li nr="g."><al>andere bijbehorende voorzieningen, waaronder begrepen
                                    nutsvoorzieningen.</al></li></lijst><al/><al><vet>13.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>13.2.1 Gebouwen</vet></al><al>Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve de sportvoorzieningen gelden de
                            volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de gebouwen, met uitzondering van schuil- en wachtgelegenheden,
                                    mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;</al></li><li nr="b."><al>de bebouwde oppervlakte van het bouwvlak bedraagt niet meer dan
                                    is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum
                                    bebouwingspercentage (%)'; </al></li><li nr="c."><al>de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 9 m, met
                                    dien verstande dat de hoogte van de gebouwen ten behoeve van het
                                    kogelschieten niet meer dan 3,5 m mag bedragen;</al></li><li nr="d."><al>de afstand tussen de gebouwen mag niet minder dan 4 m bedragen,
                                    tenzij de gebouwen aaneen worden gebouwd.</al></li></lijst><al><vet>13.2.2 Bedrijfswoningen</vet></al><al>Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de bedrijfswoning mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden
                                    gebouwd;</al></li><li nr="b."><al>de oppervlakte van de bedrijfswoning inclusief de bijbehorende
                                    bouwwerken bedraagt ten hoogste 300 m², dan wel de bestaande
                                    oppervlakte indien deze meer bedraagt;</al></li><li nr="c."><al>de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 7,5 m, dan wel de
                                    bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt;</al></li><li nr="d."><al>de dakhelling bedraagt minimaal 30º, dan wel de bestaande
                                    dakhelling indien deze minder bedraagt;</al></li><li nr="e."><al>bijbehorende bouwwerken dienen aan het hiervoor gestelde te
                                    voldoen, dan wel aan het gestelde in lid
                                        <onderstreept>13.2.3</onderstreept>.</al></li></lijst><al><vet>13.2.3 Bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning</vet></al><al>Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden
                            de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de bijbehorende bouwwerken dienen te worden gebouwd op het
                                    achtererf, op minimaal 3 m achter de gevelrooilijn van het
                                    hoofdgebouw; </al></li><li nr="b."><al>de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een
                                    woning die niet voldoen aan de eisen van het hoofdgebouw
                                    bedraagt niet meer dan 70 m2;</al></li><li nr="c."><al>de goot- en bouwhoogte bedragen niet meer dan respectievelijk 3
                                    m en 5,5 m, met dien verstande dat de bouwhoogte op de
                                    perceelgrens niet meer mag bedragen dan 3 m en deze mag worden
                                    verhoogd in een rechte lijn naar ten hoogste 5,5 m op een
                                    afstand van 3 m uit de perceelgrens.</al></li></lijst><al><vet>13.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende
                            regels:</al><lijst><li nr="a."><al>De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ter plaatse van
                                    het schietterrein mag niet meer bedragen dan 15 m.</al></li><li nr="b."><al>De hoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag
                                    niet meer bedragen dan 6 m, met uitzondering van
                                    perceelafscheidingen, waarvan de hoogte niet meer dan 2 m mag
                                    bedragen en lichtmasten, waarvan de hoogte niet meer dan 9 m mag
                                    bedragen.</al></li></lijst><al/><al><vet>13.3 Afwijken van de bouwregels</vet></al><al>Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: </al><lijst><li nr="a."><al>lid <onderstreept>13.2.3</onderstreept> sub b, voor het bouwen
                                    van bijbehorende bouwwerken tot een oppervlak van:</al><lijst><li nr="1."><al>maximaal 80 m2, bij een perceel dat groter is dan 500
                                            m2, maar niet groter is dan 750 m2;</al></li><li nr="2."><al>maximaal 90m2, bij een perceelsgrootte van 750 m2 tot
                                            1.000 m2;</al></li><li nr="3."><al>maximaal 100 m2, bij een perceelsgrootte van 1.000 m2
                                            tot 1.250 m2;</al></li><li nr="4."><al>maximaal 110 m2; bij een perceelsgrootte van 1.250 m2
                                            tot 1.500 m2;</al></li><li nr="5."><al>maximaal 120 m2, bij een perceelsgrootte van 1.500 m2
                                            tot 1.750 m2;</al></li><li nr="6."><al>maximaal 130 m2; bij een perceeelsgrootte van 1.750 m2
                                            tot 2.000 m2;</al></li><li nr="7."><al>maximaal 140 m2, bij een perceelsgrotte van 2.000 m2 tot
                                            2.250 m2;</al></li><li nr="8."><al>maximaal 150 m2, bij een perceelsgrootte vanaf 2.250 m2
                                            en groter;</al></li></lijst></li></lijst><al>met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van de woning
                            inclusief de bijbehorende bouwwerken niet groter mag zijn dan 300 m2,
                            dan wel de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt; de
                            omgevingsvergunning wordt alleen verleend wanneer de hoogte niet meer
                            dan 5 m bedraagt; </al><lijst><li nr="b."><al>lid <onderstreept>13.2.3</onderstreept> sub a, voor het bouwen
                                    van een bijbehorend bouwwerk op het achtererf op minimaal 1 m
                                    achter de gevelrooilijn van het hoofdgebouw. </al></li></lijst><al/><al><vet>13.4 Specifieke gebruiksregels</vet></al><al/><al><vet>13.4.1 Toegestaan gebruik</vet></al><al>Delen van de gebouwen worden gebruikt ten behoeve van:</al><lijst><li nr="a."><al>de uitoefening van een café-restaurantbedrijf;</al></li><li nr="b."><al>de reparatie, verkoop en verhuur van sportartikelen ten behoeve
                                    van de jacht- en schietsport; </al></li></lijst><al>met dien verstande dat de bebouwde oppervlakte ten behoeve van dit
                            gebruik niet meer dan 500 m2 mag bedragen.</al><al><vet>13.4.2 Strijdig gebruik</vet></al><al>Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt in ieder geval begrepen
                            het gebruik van de gronden voor lawaaisporten (zoals motorsport). </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 14 Verkeer</label></kop><al><vet>14.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Verkeer</onderstreept>’ aangewezen gronden zijn
                            bestemd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>bestaande wegen, voet- en fietspaden;</al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="b."><al>verhardingen;</al></li><li nr="c."><al>groenvoorzieningen;</al></li><li nr="d."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van
                                    verkooppunten voor motorbrandstoffen;</al></li><li nr="e."><al>andere bijbehorende voorzieningen, waaronder begrepen
                                    nutsvoorzieningen.</al></li></lijst><al/><al><vet>14.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>14.2.1 Gebouwen</vet></al><al>Op of in de gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering
                            van bestaande gebouwen.</al><al><vet>14.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende
                            regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve
                                    van de geleiding en beveiliging van het verkeer mag niet meer
                                    bedragen dan 9 m;</al></li><li nr="b."><al>de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet
                                    meer bedragen dan 1,5 m.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 15 Verkeer - Fiets- en wandelpad</label></kop><al><vet>15.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Verkeer - Fiets- en wandelpad</onderstreept>
                            aangewezen gronden zijn bestemd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>fiets- en wandelpaden;</al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="b."><al>verhardingen;</al></li><li nr="c."><al>groenvoorzieningen;</al></li><li nr="d."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van
                                    verkooppunten voor motorbrandstoffen;</al></li><li nr="e."><al>andere bijbehorende voorzieningen, waaronder begrepen
                                    nutsvoorzieningen.</al></li></lijst><al/><al><vet>15.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>15.2.1 Gebouwen</vet></al><al>Op of in de gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering
                            van bestaande gebouwen. </al><al><vet>15.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende
                            regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve
                                    van de geleiding en beveiliging van het verkeer mag niet meer
                                    bedragen dan 9 m;</al></li><li nr="b."><al>de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet
                                    meer bedragen dan 1,5 m.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 16 Water</label></kop><al><vet>16.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor '<onderstreept>Water</onderstreept>' aangewezen gronden zijn
                            bestemd voor de regulering van de waterhuishouding en meer specifiek
                            voor:</al><lijst><li nr="a."><al>watergangen;</al></li><li nr="b."><al>gemalen;</al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="c."><al>gebouwen;</al></li><li nr="d."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li><li nr="e."><al>groenvoorzieningen;</al></li><li nr="f."><al>andere bijbehorende voorzieningen, waaronder begrepen
                                    nutsvoorzieningen.</al></li></lijst><al/><al><vet>16.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>16.2.1 Gebouwen</vet></al><al>Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>op of in de gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met
                                    uitzondering van bestaande gebouwen;</al></li><li nr="b."><al>de hoogte van de gebouwen mag niet meer bedragen dan 3,5 m.</al></li></lijst><al><vet>16.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende
                            regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen uitsluitend worden
                                    opgericht ten behoeve van:</al><lijst><li nr="·"><al>de geleiding en beveiliging van het verkeer;</al></li><li nr="·"><al>de waterbeheersing en waterhuishouding;</al></li><li nr="·"><al>ondergrondse transportleidingen;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer
                                    bedragen dan 6 m.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 17 Water – Karakteristieke waterloop</label></kop><al><vet>17.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor '<onderstreept>Water – Karakteristieke waterloop</onderstreept>'
                            aangewezen gronden zijn bestemd voor: </al><lijst><li nr="a."><al>kanalen en wijken en daarmee gelijk te stellen waterlopen ten
                                    behoeve van de wateraanvoer en -afvoer, de waterberging en de
                                    (recreatie)vaart; </al></li><li nr="b."><al>waterhuishoudkundige voorzieningen en gemalen;</al></li><li nr="c."><al>kaden en oeverstroken;</al></li><li nr="d."><al>kunstwerken;</al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="e."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder steigers,
                                    loopplanken, bruggen, sluizen, dammen en duikers.</al></li></lijst><al/><al><vet>17.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>17.2.1 Gebouwen</vet></al><al>Op of in de gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering
                            van bestaande gebouwen. </al><al><vet>17.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende
                            regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de bouwhoogte van scheepvaarttekens en/of kunstwerken in de zin
                                    van bruggen, sluizen en andere naar de aard hiermee gelijk te
                                    stellen bouwwerken mag niet meer bedragen dan 10 m;</al></li><li nr="b."><al>de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag
                                    niet meer bedragen dan 6 m. </al></li></lijst><al/><al><vet>17.3 Specifieke gebruiksregels</vet></al><al>Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik
                            dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt
                            begrepen:</al><lijst><li nr="a."><al>het aanleggen van woonboten met een hoogte groter dan 3,5 m;
                                </al></li><li nr="b."><al>het verleggen van de waterloop;</al></li><li nr="c."><al>het wijzigen van het profiel van de waterloop.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 18 Wonen</label></kop><al><vet>18.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Wonen</onderstreept>’ aangewezen gronden zijn
                            bestemd voor:</al><al>a.wonen, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden
                            beroep;</al><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="b."><al>hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken;</al></li><li nr="c."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al></li><li nr="d."><al>tuinen en erven;</al></li><li nr="e."><al>andere bijbehorende voorzieningen, waaronder begrepen
                                    nutsvoorzieningen.</al></li></lijst><al/><al><vet>18.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>18.2.1 Hoofdgebouwen</vet></al><al>Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal woningen per bestemmingsvlak mag niet meer bedragen
                                    dan één, dan wel het aantal dat is aangegeven ter plaatse van de
                                    aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; </al></li><li nr="b."><al>de gebouwen, behoudens bijbehorende bouwwerken, mogen
                                    uitsluitend binnen het bouwvlak - indien aanwezig - worden
                                    gebouwd;</al></li><li nr="c."><al>als hoofdgebouwen mogen uitsluitend niet-gestapelde woningen
                                    worden gebouwd;</al></li><li nr="d."><al>de woningen mogen uitsluitend vrijstaand worden gebouwd, met
                                    dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘twee-aaneen’
                                    aaneengebouwde woningen zijn toegestaan;</al></li><li nr="e."><al>de bouwhoogte mag niet meer dan 7,5 m bedragen, dan wel niet
                                    meer dan de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt;</al></li><li nr="f."><al>een woning mag uitsluitend met hellende dakvlakken worden
                                    afgedekt, waarvan de minimale dakhelling 30° en de maximale
                                    dakhelling 60° mag bedragen, dan wel de bestaande
                                    dakhelling;</al></li><li nr="g."><al>de oppervlakte van een hoofdgebouw mag niet minder dan 60 m2
                                    bedragen; de oppervlakte van de woning inclusief de bijbehorende
                                    bouwwerken bedraagt ten hoogste 300 m², dan wel de bestaande
                                    oppervlakte indien deze meer bedraagt;</al></li><li nr="h."><al>ten minste één gevel van de woning dient in de naar de weg
                                    gekeerde bouwgrens te worden gebouwd;</al></li><li nr="i."><al>de afstand van de niet-aangebouwde zijde van een woning tot de
                                    zijdelingse perceelgrens mag niet minder dan 2 m bedragen, dan
                                    wel de bestaande afstand indien deze minder bedraag;</al></li><li nr="j."><al>bijbehorende bouwwerken dienen aan het hiervoor gestelde te
                                    voldoen danwel aan het gestelde in lid
                                        <onderstreept>18.2.2</onderstreept>.</al></li></lijst><al><vet>18.2.2 Bijbehorende bouwwerken</vet></al><al>Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende
                            regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de bijbehorende bouwwerken dienen te worden gebouwd op het
                                    achtererf, op minimaal 3 m achter de gevelrooilijn van het
                                    hoofdgebouw; </al></li><li nr="b."><al>voor het bouwen van gebouwen geldt dat ten hoogste 50% van het
                                    erf mag worden bebouwd, met dien verstande dat de gezamenlijke
                                    oppervlakte van de woning inclusief de bijbehorende bouwwerken
                                    niet groter mag zijn dan 300 m2; tenzij de bestaande oppervlakte
                                    meer bedraagt ;</al></li><li nr="c."><al>de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een
                                    woning die niet voldoen aan de eisen van het hoofdgebouw
                                    bedraagt niet meer dan 70 m2;</al></li><li nr="d."><al>de goot- en bouwhoogte bedragen niet meer dan respectievelijk 3
                                    m en 5,5 m, met dien verstande dat de bouwhoogte op de
                                    perceelgrens niet meer mag bedragen dan 3 m en deze mag worden
                                    verhoogd in een rechte lijn naar ten hoogste 5,5 m op een
                                    afstand van 3 m uit de perceelgrens.</al></li></lijst><al>18.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende
                            regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de oppervlakte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag in
                                    totaal niet meer bedragen dan 10 m2;</al></li><li nr="b."><al>voor de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende
                                    maximale hoogten:</al><lijst><li nr="·"><al>erf- en/of terreinafscheidingen achter de naar de weg
                                            gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw of het verlengde
                                            van die gevel(s): 2 m;</al></li><li nr="·"><al>overige erf- en/of terreinafscheidingen 1 m;</al></li><li nr="·"><al>overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 2,25 m.</al></li></lijst></li></lijst><al/><al><vet>18.3 Afwijken van de bouwregels</vet></al><al>Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde
                            in:</al><lijst><li nr="a."><al>lid <onderstreept>18.2.1</onderstreept> sub a, voor de bouw van
                                    een twee onder-een-kap-woningen ter plaatse van een vrijstaande
                                    woning, met dien verstande dat het totaal aantal woningen in het
                                    verordeningsgebied niet mag worden vergroot;</al></li><li nr="a."><al>lid <onderstreept>18.2.1</onderstreept> sub b, voor gebouwdelen
                                    die een integrerend deel uitmaken van het hoofdgebouw; </al></li><li nr="b."><al>lid <onderstreept>18.2.1</onderstreept> sub e, voor een
                                    verhoging van de bouwhoogte tot maximaal 9 m;</al></li><li nr="c."><al>lid <onderstreept>18.2.1</onderstreept> sub h, indien uit de
                                    verkeerssituatie ter plaatse de noodzaak blijkt, met dien
                                    verstande dat bedoelde gevel ten hoogste 8 m achter deze
                                    bouwgrens mag worden opgericht (terugrooien);</al></li><li nr="d."><al>lid <onderstreept>18.2.1</onderstreept> sub i, met dien
                                    verstande dat de onderlinge afstand tussen de (niet-aangebouwde
                                    zijden van de) woningen niet minder dan 4 m mag bedragen;</al></li><li nr="e."><al>lid <onderstreept>18.2.2</onderstreept> sub c, voor het bouwen
                                    van bijbehorende bouwwerken tot een oppervlak van:</al><lijst><li nr="1."><al>maximaal 80 m2, bij een perceel dat groter is dan 500
                                            m2, maar niet groter is dan 750 m2;</al></li><li nr="2."><al>maximaal 90m2, bij een perceelsgrootte van 750 m2 tot
                                            1.000 m2;</al></li><li nr="3."><al>maximaal 100 m2, bij een perceelsgrootte van 1.000 m2
                                            tot 1.250 m2;</al></li><li nr="4."><al>maximaal 110 m2; bij een perceelsgrootte van 1.250 m2
                                            tot 1.500 m2;</al></li><li nr="5."><al>maximaal 120 m2, bij een perceelsgrootte van 1.500 m2
                                            tot 1.750 m2;</al></li><li nr="6."><al>maximaal 130 m2; bij een perceeelsgrootte van 1.750 m2
                                            tot 2.000 m2;</al></li><li nr="7."><al>maximaal 140 m2, bij een perceelsgrotte van 2.000 m2 tot
                                            2.250 m2;</al></li><li nr="8."><al>maximaal 150 m2, bij een perceelsgrootte vanaf 2.250 m2
                                            en groter;</al></li></lijst></li></lijst><al>met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van de woning
                            inclusief de bijbehorende </al><al>bouwwerken niet groter mag zijn dan 300 m<sup>2</sup>, dan wel de
                            bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt; de omgevingsvergunning
                            wordt alleen verleend wanneer de hoogte niet meer dan 5 m bedraagt; </al><lijst><li nr="f."><al>lid <onderstreept>18.2.2</onderstreept> sub a, voor het bouwen
                                    van een bijbehorend bouwwerk op het achtererf op minimaal 1 m
                                    achter de gevelrooilijn van het hoofdgebouw. </al></li></lijst><al/><al><vet>18.4 Specifieke gebruiksregels</vet></al><al>Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik
                            dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt
                            begrepen:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruik van de gronden en/of gebouwen ten behoeve van aan
                                    huis verbonden bedrijf en logiesverstrekking en/of
                                    verblijfsrecreatieve doeleinden.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>18.5 Afwijken van de gebruiksregels</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het
                                    afwijken van het bepaalde in de gebruiksregels ten behoeve van
                                    het gebruik voor een aan huis verbonden bedrijf voor
                                    kleinschalige activiteiten, met dien verstande dat voor het
                                    gebruik van een deel van de woning voor de uitoefening van de
                                    aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten de volgende criteria in
                                    acht dienen te worden genomen: </al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>de woonfunctie moet in overwegende mate worden gehandhaafd, dit
                                    betekent dat:</al></li><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin primair
                                            moet blijven;</al></li><li nr="b"><al>de aan huis verbonden activiteiten ten behoeve van het
                                            bedrijf uitsluitend inpandig mogen worden verricht;</al></li><li nr="c"><al>maximaal 40% van de aanwezige bebouwing mag worden
                                            gebruikt voor de aan huis verbonden activiteiten ten
                                            behoeve van het bedrijf met een maximum van 50 m²;</al></li><li nr="d"><al>degene die het aan huis verbonden bedrijf uitoefent ook
                                            bewoner van de woning dient te zijn;</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>het gebruik mag geen onevenredige hinder voor het woonmilieu
                                    opleveren, dan wel mag geen afbreuk doen aan het woonkarakter
                                    van de wijk of de buurt. Dit betekent dat:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a"><al>de ruimtelijke uitstraling van de activiteiten qua aard,
                                            omvang, uitstraling en intensiteit verenigbaar moet zijn
                                            met het karakter van de omringende woonomgeving;</al></li><li nr="b"><al>geen omgevingsvergunning in afwijking van de
                                            beheersverordening wordt verleend aan bedrijven die
                                            vergunningplichtig zijn krachtens de
                                            milieuwetgeving;</al></li><li nr="c"><al>bedrijfsactiviteiten uitsluitend zijn toegestaan indien
                                            deze voorkomen in het bij deze regels behorende ‘Lijst
                                            toegestane bedrijven aan huis’ of daarmee zijn gelijk te
                                            stellen;</al></li><li nr="d"><al>geen detailhandel mag plaatsvinden, behoudens een
                                            beperkte verkoop in het klein, in direct verband met het
                                            aan huis verbonden bedrijf;</al></li><li nr="e"><al>uitstalling en bezichtigen van goederen is niet
                                            toegestaan;</al></li><li nr="f"><al>buitenopslag van goederen is niet toegestaan;</al></li><li nr="g"><al>het gebruik geen nadelige invloed mag hebben op de
                                            verkeersafwikkeling en de parkeersituatie ter
                                            plaatse;</al></li><li nr="h"><al>het bedrijfsmatig parkeren dient plaats te vinden op het
                                            eigen terrein;</al></li><li nr="i"><al>reclame-uitingen zijn niet toegestaan, met uitzondering
                                            van de vergunningsvrije vormen. </al><al/></li></lijst></li><li nr="b."><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor de
                                    vestiging van bedrijven genoemd in een naast hogere categorie en
                                    bedrijven die naar aard en effecten op het woon- en leefklimaat
                                    van de aangrenzende woningen, al dan niet onder te stellen
                                    voorwaarden, wat betreft geur, stof, geluid en gevaar kunnen
                                    worden gelijkgesteld met de bedrijven genoemd in milieucategorie
                                    1, zoals vermeld in de bij deze regels behorende Staat van
                                    bedrijven. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 19 Leiding - Gas</label></kop><al><vet>19.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor '<onderstreept>Leiding - Gas</onderstreept>' aangewezen gronden
                            zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, mede
                            bestemd voor de instandhouding van ondergrondse hoge druk
                            gastransportleidingen met de daarbij behorende belemmeringenstrook.</al><al>In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de regels van dit artikel
                            vóór de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende
                            gronden van toepassing zijn.</al><al><vet>19.2 Bouwregels</vet></al><al>Voor het bouwen gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>op of in de lid <onderstreept>19.1</onderstreept> bedoelde
                                    gronden zijn geen gebouwen toegestaan, met uitzondering van
                                    bestaande gebouwen;</al></li><li nr="b."><al>op of in de in lid <onderstreept>19.1</onderstreept> bedoelde
                                    gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten
                                    dienste van de bedoelde leiding(en) worden gebouwd;</al></li><li nr="c."><al>ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende
                                    bestemming(en) mag uitsluitend worden gebouwd, indien het
                                    bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of
                                    verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte,
                                    voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en
                                    gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. </al></li></lijst><al><vet>19.3 Afwijken van de bouwregels</vet></al><al>Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het
                            bepaalde in lid <onderstreept>19.2</onderstreept> voor het bouwen
                            overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en) mits het geen
                            kwetsbaar object betreft en de veiligheid van de betrokken leiding niet
                            wordt geschaad. </al><al>Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning wint
                            het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de betrokken
                            leidingbeheerder. </al><al><vet>19.4 Specifieke gebruiksregels</vet></al><al>Het gebruik van de gronden en de bestaande gebouwen als kwetsbaar object
                            is niet toegestaan, met uitzondering van het bestaande gebruik. </al><al><vet>19.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen
                                bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden</vet></al><al><vet>19.5.1 Omgevingsvergunning</vet></al><al>Het is verboden op of in de in lid <onderstreept>19.1</onderstreept>
                            bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning
                            van burgemeester en wethouders, de volgende werken, geen bouwwerken
                            zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:</al><lijst><li nr="1."><al>het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en
                                    bomen;</al></li><li nr="2."><al>het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere
                                    oppervlakteverhardingen;</al></li><li nr="3."><al>het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten,
                                    wegwijzers en ander straatmeubilair;</al></li><li nr="4."><al>het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval
                                    worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen,
                                    egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;</al></li><li nr="5."><al>het permanent opslaan van goederen;</al></li><li nr="6."><al>het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten,
                                    vijvers en andere wateren.</al></li></lijst><al><vet>19.5.2 Uitzonderingen</vet></al><al>Het verbod als bedoeld in lid <onderstreept>19.5.1</onderstreept> is
                            niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: </al><lijst><li nr="1."><al>reeds in uitvoering zijn of vergund zijn op het tijdstip van de
                                    inwerkingtreding van de beheersverordening;</al></li><li nr="2."><al>het normale onderhoud van de leiding en belemmeringenstrook of
                                    van de functies van de andere voorkomende bestemming(en)
                                    betreffen;</al></li><li nr="3."><al>graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet
                                    informatie-uitwisseling ondergrondse netten.</al></li></lijst><al><vet>19.5.3 Voorwaarden</vet></al><al>Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien de betreffende werken
                            en/of werkzaamheden de belangen van de leiding niet schaden. </al><al><vet>19.5.4 Adviesprocedure</vet></al><al>Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning als
                            bedoeld in lid <onderstreept>19.5.1</onderstreept>, wint het bevoegd
                            gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of
                            door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen in verband met
                            de leiding niet worden geschaad en welke voorwaarden dienen te worden
                            gesteld ter voorkoming van eventuele schade.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 20 Leiding - Hoogspanningsverbinding</label></kop><al><vet>20.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor '<onderstreept>Leiding - Hoogspanningsverbinding</onderstreept>‘
                            aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende
                            bestemming(en), mede bestemd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een bovengrondse hoogspanningsleiding;</al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="b."><al>belemmeringenstrook;</al></li><li nr="c."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde.</al></li></lijst><al>In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de regels van dit artikel
                            vóór de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende
                            gronden van toepassing zijn.</al><al><vet>20.2 Bouwregels</vet></al><al><vet>20.2.1 Gebouwen</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Op of in de in lid <onderstreept>20.1</onderstreept> onder b
                                    genoemde belemmeringenstrook mogen geen gebouwen worden gebouwd,
                                    met uitzondering van bestaande gebouwen; de belemmeringenstrook
                                    bedraagt aan weerszijden 34 m voor de combileiding 380 kV- en
                                    110 kV-leiding. </al></li><li nr="b."><al>Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende
                                    bestemming(en) mag uitsluitend worden gebouwd, indien het
                                    bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of
                                    verandering van bestaande bouwwerken. </al></li></lijst><al><vet>20.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Binnen deze bestemming mogen alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde,
                            ten dienste van deze bestemming worden gebouwd.</al><al><vet>20.3 Afwijken van de bouwregels</vet></al><al>Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid
                                <onderstreept>20.2.1</onderstreept> voor het bouwen binnen de
                            belemmeringenstrook overeenkomstig de andere daar voorkomende
                            bestemming(en) indien de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt
                            geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken
                            leidingbeheerder. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 21 Waarde - Archeologie 1</label></kop><al><vet>21.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor '<onderstreept>Waarde - Archeologie 1</onderstreept>' aangewezen
                            gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede
                            bestemd voor behoud van archeologische waarden.</al><al><vet>21.2 Bouwregels</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 50 m2 moet,
                                    alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een
                                    bouwwerk wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden
                                    overlegd waarin, naar het oordeel van burgemeester en
                                    wethouders:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>de archeologische waarden van de gronden die blijkens de
                                            aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn
                                            vastgesteld; en</al></li><li nr="2."><al>in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de
                                            archeologische waarden worden bewaard en/of
                                            gedocumenteerd.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>Indien uit het sub a onder 2 genoemde rapport blijkt dat de
                                    archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de
                                    omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kunnen burgemeester
                                    en wethouders één of meer voorwaarden verbinden aan de
                                    omgevingsvergunning:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>de verplichting tot het treffen van technische
                                            maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de
                                            bodem kunnen worden behouden;</al></li><li nr="2."><al>de verplichting tot het doen van opgravingen;</al></li><li nr="3."><al>de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden
                                            tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een
                                            deskundige op het terrein van archeologische
                                            monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en
                                            wethouders bij de vergunning te stellen
                                            kwalificaties.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om aan de
                                    vergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in sub b, wordt
                                    een archeologisch deskundige om advies gevraagd. </al></li></lijst><al/><al><vet>21.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen
                                bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden</vet></al><al/><al><vet>21.3.1 Omgevingsvergunning</vet></al><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning
                            van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren
                            van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de volgende
                            werken, geen bouwwerken zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te
                            voeren, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze
                            gronden van toepassing zijnde bestemmingen:</al><lijst><li nr="·"><al>het ontgronden, afgraven, egaliseren en ophogen van
                                    gronden;</al></li><li nr="·"><al>het woelen, mengen, diepploegen of ontginnen van gronden of een
                                    naar de aard daarmee gelijk te stellen grondbewerking dieper dan
                                    0,4 m;</al></li><li nr="·"><al>het graven of dempen van watergangen;</al></li><li nr="·"><al>het aanbrengen van systematische drainage in agrarische percelen
                                    dieper dan 0,4 m;</al></li><li nr="·"><al>het graven van sleuven breder dan 0,5 m en dieper dan 1 m ten
                                    behoeve van het aanbrengen van ondergrondse transport-,
                                    energie-, telecommunicatieleidingen, drainage en funderingen en
                                    daarmee verband houdende constructies, installaties en/of
                                    apparatuur;</al></li><li nr="·"><al>het permanent verlagen van het waterpeil.</al></li></lijst><al><vet>21.3.2 Voorwaarden</vet></al><al>Een vergunning als bedoeld in lid <onderstreept>21.3.1</onderstreept>
                            wordt slechts verleend indien:</al><lijst><li nr="a."><al>op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bervoegde
                                    instantie is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer)
                                    aanwezig zijn, of:</al></li><li nr="b."><al>op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde
                                    instantie is anagetoond dat de archeologische waarden door de
                                    werken en/of werken niet onevenredig worden geschaad, of:</al></li><li nr="c."><al>één of meer van de volgende voorwaarden in acht genomen
                                    wordt:</al><lijst><li nr="1."><al>een verplichting tot het treffen van technische
                                            maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem
                                            kunnen worden behouden, of;</al></li><li nr="2."><al>een verplichting tot het doen van archeologisch
                                            onderzoek door middel van opgravingen, of;</al></li><li nr="3."><al>een verplichting de werken en/of werkzaamheden te laten
                                            begeleiden door een deskundige op het terrein van de
                                            archeologische monumentenzorg.</al></li></lijst></li></lijst><al>Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om aan de
                            omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken
                            zijnde, of van werkzaamheden voorwaarden te verbinden wordt een
                            professioneel archeoloog om advies gevraagd.</al><al><vet>21.3.3 Uitzonderingen</vet></al><al>Het verbod als bedoeld in lid <onderstreept>21.3.1</onderstreept> is
                            niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of van
                            werkzaamheden die:</al><lijst><li nr="·"><al>het normale onderhoud en het normale agrarische gebruik
                                    betreffen;</al></li><li nr="·"><al>reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van
                                    de beheersverordening;</al></li><li nr="·"><al>mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende
                                    omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk
                                    zijnde, of van werkzaamheden;</al></li><li nr="·"><al>aanvaardbaar zijn op basis van een eerder onderzoek waaruit is
                                    gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig
                                    zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 22 Waarde - Archeologie 2</label></kop><al><vet>22.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor '<onderstreept>Waarde - Archeologie 2</onderstreept>' aangewezen
                            gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede
                            bestemd voor behoud van gebied van archeologisch belang.</al><al><vet>22.2 Bouwregels</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 100 m2 moet,
                                    alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een
                                    bouwwerk wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden
                                    overlegd waarin, naar het oordeel van burgemeester en
                                    wethouders:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>de archeologische waarden van de gronden die blijkens de
                                            aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn
                                            vastgesteld; en</al></li><li nr="2."><al>in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de
                                            archeologische waarden worden bewaard en/of
                                            gedocumenteerd.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>Indien uit het sub a onder 2 genoemde rapport blijkt dat de
                                    archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de
                                    omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kunnen burgemeester
                                    en wethouders één of meer voorwaarden verbinden aan de
                                    omgevingsvergunning:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>de verplichting tot het treffen van technische
                                            maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de
                                            bodem kunnen worden behouden;</al></li><li nr="2."><al>de verplichting tot het doen van opgravingen;</al></li><li nr="3."><al>de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden
                                            tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een
                                            deskundige op het terrein van archeologische
                                            monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en
                                            wethouders bij de vergunning te stellen
                                            kwalificaties.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om aan de
                                    vergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in sub b, wordt
                                    een archeologisch deskundige om advies gevraagd. </al></li></lijst><al/><al><vet>22.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen
                                bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden</vet></al><al/><al><vet>22.3.1 Omgevingsvergunning</vet></al><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning
                            van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren
                            van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de volgende
                            werken, geen bouwwerken zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te
                            voeren, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze
                            gronden van toepassing zijnde bestemmingen:</al><lijst><li nr="·"><al>het ontgronden, afgraven, egaliseren en ophogen van gronden over
                                    een oppervlakte groter dan 100 m2;</al></li><li nr="·"><al>het woelen, mengen, diepploegen of ontginnen van gronden of een
                                    naar de aard daarmee gelijk te stellen grondbewerking over een
                                    oppervlakte groter dan 100 m2 en dieper dan 0,4 m;</al></li><li nr="·"><al>het graven of dempen van watergangen;</al></li><li nr="·"><al>het aanbrengen van systematische drainage in agrarische percelen
                                    dieper dan 0,4 m;</al></li><li nr="·"><al>het graven van sleuven breder dan 0,5 m en dieper dan 1 m ten
                                    behoeve van het aanbrengen van ondergrondse transport-,
                                    energie-, telecommunicatieleidingen, drainage en funderingen en
                                    daarmee verband houdende constructies, installaties en/of
                                    apparatuur;</al></li><li nr="·"><al>het permanent verlagen van het waterpeil.</al></li></lijst><al><vet>22.3.2 Voorwaarden</vet></al><al>Een vergunning als bedoeld in lid <onderstreept>22.3.1</onderstreept>
                            wordt slechts verleend indien:</al><lijst><li nr="a."><al>op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bervoegde
                                    instantie is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer)
                                    aanwezig zijn, of:</al></li><li nr="b."><al>op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde
                                    instantie is anagetoond dat de archeologische waarden door de
                                    werken en/of werken niet onevenredig worden geschaad, of:</al></li><li nr="c."><al>één of meer van de volgende voorwaarden in acht genomen
                                    wordt:</al><lijst><li nr="1."><al>een verplichting tot het treffen van technische
                                            maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem
                                            kunnen worden behouden, of;</al></li><li nr="2."><al>een verplichting tot het doen van archeologisch
                                            onderzoek door middel van opgravingen, of;</al></li><li nr="3."><al>een verplichting de werken en/of werkzaamheden te laten
                                            begeleiden door een deskundige op het terrein van de
                                            archeologische monumentenzorg.</al></li></lijst></li></lijst><al>Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om aan de
                            omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken
                            zijnde, of van werkzaamheden voorwaarden te verbinden wordt een
                            professioneel archeoloog om advies gevraagd.</al><al/><al><vet>22.3.3 Uitzonderingen</vet></al><al>Het verbod als bedoeld in lid <onderstreept>22.3.1</onderstreept> is
                            niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of van
                            werkzaamheden die:</al><lijst><li nr="·"><al>het normale onderhoud en het normale agrarische gebruik
                                    betreffen;</al></li><li nr="·"><al>reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van
                                    de beheersverordening;</al></li><li nr="·"><al>mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende
                                    omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk
                                    zijnde, of van werkzaamheden;</al></li><li nr="·"><al>aanvaardbaar zijn op basis van een eerder onderzoek waaruit is
                                    gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig
                                    zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 23 Waarde - Archeologie 3</label></kop><al><vet>23.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor '<onderstreept>Waarde - Archeologie
                                3</onderstreept><onderstreept>' </onderstreept>aangewezen gronden
                            zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd
                            voor behoud van archeologisch onderzoeksgebied.</al><al><vet>23.2 Bouwregels</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 200 m2 moet,
                                    alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een
                                    bouwwerk wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden
                                    overlegd waarin, naar het oordeel van burgemeester en
                                    wethouders:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>de archeologische waarden van de gronden die blijkens de
                                            aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn
                                            vastgesteld; en</al></li><li nr="2."><al>in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de
                                            archeologische waarden worden bewaard en/of
                                            gedocumenteerd.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>Indien uit het in sub a onder 2 genoemde rapport blijkt dat de
                                    archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de
                                    omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kunnen burgemeester
                                    en wethouders één of meer voorwaarden verbinden aan de
                                    omgevingsvergunning:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>de verplichting tot het treffen van technische
                                            maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de
                                            bodem kunnen worden behouden;</al></li><li nr="2."><al>de verplichting tot het doen van opgravingen;</al></li><li nr="3."><al>de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden
                                            tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een
                                            deskundige op het terrein van archeologische
                                            monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en
                                            wethouders bij de vergunning te stellen
                                            kwalificaties.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om aan de
                                    vergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in sub b, wordt
                                    een archeologisch deskundige om advies gevraagd. </al></li></lijst><al/><al><vet>23.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen
                                bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden</vet></al><al><vet>23.3.1 Omgevingsvergunning</vet></al><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning
                            van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren
                            van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de volgende
                            werken, geen bouwwerken zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te
                            voeren, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze
                            gronden van toepassing zijnde bestemmingen:</al><lijst><li nr="·"><al>het ontgronden, afgraven, egaliseren en ophogen van gronden over
                                    een oppervlakte groter dan 200 m2;</al></li><li nr="·"><al>het woelen, mengen, diepploegen of ontginnen van gronden of een
                                    naar de aard daarmee gelijk te stellen grondbewerking over een
                                    oppervlakte groter dan 200 m2 en dieper dan 0,4 m;</al></li><li nr="·"><al>het graven of dempen van watergangen;</al></li><li nr="·"><al>het aanbrengen van systematische drainage in agrarische percelen
                                    dieper dan 0,4 m;</al></li><li nr="·"><al>het graven van sleuven breder dan 0,5 m en dieper dan 1 m ten
                                    behoeve van het aanbrengen van ondergrondse transport-,
                                    energie-, telecommunicatieleidingen, drainage en funderingen en
                                    daarmee verband houdende constructies, installaties en/of
                                    apparatuur;</al></li><li nr="·"><al>het permanent verlagen van het waterpeil.</al></li></lijst><al><vet>23.3.2 Voorwaarden</vet></al><al>Een vergunning als bedoeld in lid <onderstreept>23.3.1</onderstreept>
                            wordt slechts verleend indien:</al><lijst><li nr="a."><al>op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bervoegde
                                    instantie is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer)
                                    aanwezig zijn, of:</al></li><li nr="b."><al>op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde
                                    instantie is anagetoond dat de archeologische waarden door de
                                    werken en/of werken niet onevenredig worden geschaad, of:</al></li><li nr="c."><al>één of meer van de volgende voorwaarden in acht genomen
                                    wordt:</al><lijst><li nr="1."><al>een verplichting tot het treffen van technische
                                            maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem
                                            kunnen worden behouden, of;</al></li><li nr="2."><al>een verplichting tot het doen van archeologisch
                                            onderzoek door middel van opgravingen, of;</al></li><li nr="3."><al>een verplichting de werken en/of werkzaamheden te laten
                                            begeleiden door een deskundige op het terrein van de
                                            archeologische monumentenzorg.</al></li></lijst></li></lijst><al>Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om aan de
                            omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken
                            zijnde, of van werkzaamheden voorwaarden te verbinden wordt een
                            professioneel archeoloog om advies gevraagd.</al><al><vet>23.3.3 Uitzonderingen</vet></al><al>Het verbod als bedoeld in lid <onderstreept>23.3.1</onderstreept> is
                            niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of van
                            werkzaamheden die:</al><lijst><li nr="·"><al>het normale onderhoud en het normale agrarische gebruik
                                    betreffen;</al></li><li nr="·"><al>reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van
                                    de beheersverordening;</al></li><li nr="·"><al>mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende
                                    omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk
                                    zijnde, of van werkzaamheden;</al></li><li nr="·"><al>aanvaardbaar zijn op basis van een eerder onderzoek waaruit is
                                    gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig
                                    zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 24 Waarde - Landschap</label></kop><al><vet>24.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor '<onderstreept>Waarde - Landschap</onderstreept>' aangewezen
                            gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede
                            bestemd voor het behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappeljke,
                            natuurlijke en cultuurhistorische waarden. </al><al>Hieronder wordt het behoud herstel en ontwikkeling van de volgende
                            essentiële ruimtelijke kenmerken begrepen:</al><lijst><li nr="·"><al>het reliëf;</al></li><li nr="·"><al>de openheid vanhet landschap.</al></li></lijst><al/><al><vet>24.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen
                                bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden</vet></al><al/><al><vet>24.2.1 Omgevingsvergunning</vet></al><al>Het is verboden op of in de als '<onderstreept>Waarde -
                                Landschap</onderstreept><onderstreept>' </onderstreept>bestemde
                            gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende
                            werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:</al><lijst><li nr="·"><al>het diepploegen, egaliseren en afschuiven van gronden; </al></li><li nr="·"><al>het aanbrengen van houtwallen en - singels, lijnvormige
                                    houtopstanden, uitgezonderd erfbeplantingen.</al></li></lijst><al><vet>24.2.2 Uitzonderingen</vet></al><lijst><li nr="a."><al>De in lid <onderstreept>24.2.1</onderstreept> bedoelde
                                    vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden
                                    betreft die het normale onderhoud tot doel hebben.</al></li><li nr="b."><al>Voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamhedenvergunning
                                    wordt gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn
                                    ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling
                                    betrokken.</al></li></lijst><al><vet>24.2.3 Voorwaarden</vet></al><al>De in lid <onderstreept>24.2.1</onderstreept> bedoelde vergunning mag
                            geen afbreuk doen aan de in lid <onderstreept>24.1</onderstreept>
                            omschreven waarden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 3 Algemene regels</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 25 Anti-dubbeltelregel</label></kop><al>Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een
                            bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven,
                            blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten
                            beschouwing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 26 Algemene bouwregels</label></kop><al><vet>26.1 Reclamemasten</vet></al><al>De bouw van reclamemasten hoger dan 6 m is niet toegestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 27 Algemene gebruiksregels</label></kop><al>Tot een strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken wordt in elk geval
                            gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruik van onbebouwde gronden voor de opslag van voer- en
                                    vaartuigen, schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond- en
                                    bodemspecie, puin en afval; deze bepaling is niet van toepassing
                                    op de opslag van materialen, welke strekken tot realisering van
                                    de omschreven bestemmingen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruik van gebouwen voor permanente bewoning, met
                                    uitzondering van (bedrijfs)woningen;</al></li><li nr="c."><al>het gebruik van de gronden en gebouwen als seksinrichting, met
                                    uitzondering van de seksinrichting ter plaatse van de bestemming
                                        '<onderstreept>Cultuur en ontspanning'</onderstreept>. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 28 Algemene aanduidingsregels</label></kop><al><vet>28.1 Geluidzone - industrie</vet></al><al>Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' geldt de volgende
                            aanvullende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het bouwen van gebouwen geldt dat op grond van de
                                    basisbestemming toelaatbare geluidsgevoelige gebouwen slechts
                                    mogen worden gebouwd, indien de geluidsbelasting niet hoger zal
                                    zijn dan de daarvoor geldende voorkeurgrenswaarde, de verkregen
                                    hogere grenswaarde of de vastgestelde maximaal toegestane
                                    geluidsbelasting. </al></li></lijst><al><vet>28.2 Mestopslag</vet></al><al>Op de voor 'mestopslag´ aangewezen gronden zijn de bestaande mestsilo's
                            en mestbassins toegestaan. </al><al><vet>28.3 Veiligheidszone - Bevi</vet></al><al>In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, gelden op of
                            in de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘veiligheidszone – bevi' de
                            volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>er mogen geen kwetsbare objecten worden gebouwd;</al></li><li nr="b."><al>de bouw van beperkt kwetsbare objecten is toegestaan mits:</al><lijst><li nr="1."><al>er sprake is van zwaarwegende maatschappelijke,
                                            economische en/of planologische redenen;</al></li><li nr="2."><al>is aangetoond dat er hierdoor geen onevenredige afbreuk
                                            wordt gedaan aan de veiligheid van personen.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>28.4 Veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen</vet></al><lijst><li nr="a."><al>De voor ‘veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen’
                                    aangewezen gronden zijn, naast het bepaalde in de andere voor
                                    die gronden aangewezen bestemmingen, mede aangewezen voor het
                                    tegengaan van de vestiging van objecten voor langdurig verblijf
                                    van groepen verminderd zelfredzame personen.</al></li><li nr="b."><al>Gebouwen en/of terreinen mogen niet worden gebruikt als een
                                    object voor langdurig verblijf van verminderd zelfredzame
                                    personen.</al></li><li nr="c."><al>In afwijking van het bepaalde onder a en b mag bestaand gebruik
                                    worden voortgezet.</al></li></lijst><al><vet>28.5 Vrijwaringszone - molenbiotoop 2</vet></al><al/><al><vet>28.5.1 Omschrijving gebiedsaanduiding</vet></al><al>Ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop 2’
                            gelden, naast de in de voorgaande bestemmingen gegeven regels, regels
                            ter bescherming van openheid met het oog op een vrije windvang voor de
                            molen.</al><al><vet>28.5.2 Bouwregels</vet></al><al>Om voor de molen vrije windvang te garanderen en het zicht op de molen
                            veilig te stellen geldt dat: </al><al>a.ter plaatse van de aanduiding ‘vrijwaringszone - molenbiotoop 2’ geen
                            nieuwe bebouwing met een grotere hoogte dan 1/50 van de afstand gemeten
                            tussen het bouwwerk en de voet van de molen vermeerderd met de
                            stellinghoogte (10 m, gemeten vanaf het peil) verminderd met 2 m, mag
                            worden opgericht.</al><al><vet>28.5.3 Nadere eisen</vet></al><al>Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en hoogte van
                            de bebouwing voor zover de gronden zijn gelegen binnen de aanduiding
                            ‘vrijwaringszone – molenbiotoop 2’, teneinde aantasting van de vrije
                            windvang voor de molen te voorkomen.</al><al><vet>28.5.4 Afwijken van de bouwregels</vet></al><al>Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een
                            omgevingsvergunning, afwijken van: </al><al>a.het bepaalde in lid <onderstreept>28.5.2</onderstreept> en toestaan
                            dat hogere bouwwerken, worden gebouwd, mits vooraf advies wordt
                            ingewonnen van de vereniging ‘De Hollandsche Molen’.</al><al><vet>28.5.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen
                                bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke
                                    vergunning (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk,
                                    geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) van het bevoegd
                                    gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of
                                    werkzaamheden uit te voeren ter plaatse van de aanduiding
                                    ‘vrijwaringszone - molenbiotoop 2’:</al><lijst><li nr="1."><al>het ophogen van gronden hoger dan de op grond van de in
                                            lid <onderstreept>28.5.2</onderstreept> maximaal
                                            toelaatbare hoogte voor bouwwerken;</al></li><li nr="2."><al>het aanbrengen van opgaande beplanting hoger dan de op
                                            grond van de in lid <onderstreept>28.5.2</onderstreept>
                                            maximaal toelaatbare hoogte voor bouwwerken;</al></li><li nr="3."><al>het aanbrengen van bovengrondse constructies,
                                            installaties en apparatuur hoger dan de op grond van de
                                            in lid <onderstreept>28.5.2</onderstreept>maximaal
                                            toelaatbare hoogte voor bouwwerken.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Het in lid a vervatte verbod is niet van toepassing op werken en
                                    werkzaamheden, die:</al><lijst><li nr="1."><al>het normale onderhoud betreffen;</al></li><li nr="2."><al>reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de
                                            inwerkingtreding van deze beheersverordening met een
                                            daarvoor benodigde vergunning.</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>De in lid a genoemde vergunning kan slechts worden verleend na
                                    inwinning van advies van de vereniging ‘De Hollandsche
                                    Molen’.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 29 Algemene afwijkingsregels</label></kop><al>29.1 Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het
                            afwijken van:</al><lijst><li nr="a."><al>de in de beheersverordening gegeven maten, afmetingen en
                                    percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en
                                    percentages; </al></li><li nr="b."><al>het bepaalde in de beheersverordening en toestaan dat het beloop
                                    of profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in
                                    geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of
                                    -intensiteit daartoe aanleiding geven;</al></li><li nr="c."><al>het bepaalde in de beheersverordening en toestaan dat
                                    bestemmings- of bouwgrenzen worden overschreden indien een
                                    meetverschil daartoe aanleiding geeft;</al></li><li nr="d."><al>het bepaalde in de beheersverordening voor het bouwen van
                                    antennes, waarvan de bouwhoogte ten hoogste 25 m mag bedragen,
                                    met dien verstande dat:</al><lijst><li nr="·"><al>de noodzaak voor plaatsing van de antenne is
                                            aangetoond;</al></li><li nr="·"><al>de beeldkwaliteit van de omgeving niet wordt
                                            verstoord;</al></li><li nr="·"><al>de antenne in de onmiddellijke nabijheid van hoge
                                            gebouwen en/of bouwwerken of langs grote
                                            infrastructurele lijnen wordt geplaatst;</al></li></lijst></li><li nr="e."><al>het bepaalde in de beheersverordening en toestaan dat openbare
                                    nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar
                                    vervoer, telefooncellen, kiosken, gebouwtjes ten behoeve van de
                                    bediening van kunstwerken, lichtmasten, toiletgebouwtjes, en
                                    naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes en bouwwerken,
                                    geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits:</al><lijst><li nr="·"><al>de inhoud per gebouwtje niet meer dan 100 m³
                                            bedraagt;</al></li><li nr="·"><al>de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten
                                            hoogste 15 m bedraagt, met dien verstande dat de hoogte
                                            van reclamemasten niet meer dan 6 m bedraagt;</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>het oprichten van een kleinschalig verblijfsrecreatieterrein bij
                                    woningen, met dien verstande dat:</al><lijst><li nr="·"><al>de woning een legale nevenfunctie heeft op het gebied
                                            van toerisme en/of recreatie;</al></li><li nr="·"><al>het perceel behorende bij de woning een minimale
                                            oppervlakte heeft van 2.000 m²;</al></li><li nr="·"><al>het perceel niet is gelegen in een omgeving die voor
                                            meer dan de helft bestaat uit woningen;</al></li><li nr="·"><al>het aantal kampeerplaatsen niet meer bedraagt dan
                                            25;</al></li><li nr="·"><al>de kampeerplaatsen zijn gesitueerd binnen het terrein
                                            dat op grond van de beheersverordening is bestemd voor
                                                <onderstreept>Wonen</onderstreept>. Indien dat niet
                                            mogelijk is, moeten de kampeerplaatsen direct
                                            aansluitend aan het bestaande bouwvlak worden
                                            gerealiseerd;</al></li><li nr="·"><al>er geen stacaravans, chalets en/of trekkershutten worden
                                            opgericht;</al></li><li nr="·"><al>de onderlinge afstand tussen het hoofdgebouw en een
                                            kampeerplaats minimaal 25 m bedraagt;</al></li><li nr="·"><al>de onderlinge afstand tussen het hoofdgebouw en het
                                            hoofdgebouw op het direct aangrenzende erf minimaal 25 m
                                            bedraagt;</al></li><li nr="·"><al>de afstand van een kampeerplaats tot de erfgrens van het
                                            direct aangrenzende erf minimaal 25 m bedraagt;</al></li><li nr="·"><al>de onderlinge afstand tussen kleinschalige
                                            verblijfsrecreatieterreinen minimaal 500 m
                                            bedraagt;</al></li><li nr="·"><al>sanitaire voorzieningen binnen de bestaande bebouwing
                                            worden gerealiseerd. Indien kan worden aangetoond dat
                                            dit feitelijk niet mogelijk is, is een zelfstandige
                                            sanitaire eenheid, dan wel andere voorzieningen, zoals
                                            een kantine, tot een bebouwde oppervlakte van ten
                                            hoogste 50 m² en een bouwhoogte van ten hoogste 3 m
                                            toegestaan;</al></li><li nr="·"><al>permanente bewoning anders dan van bedrijfswoningen niet
                                            is toegestaan;</al></li><li nr="·"><al>het bevoegd gezag nadere eisen kan stellen ten aanzien
                                            van de situering van de kampeerplaatsen en
                                            landschappelijke inpassingen, onder andere door het
                                            aanbrengen van beplantingen.</al></li></lijst></li></lijst><al>29.2 De onder lid 29.1, sub a bedoelde afwijkingsmogelijkheden gelden
                            niet ten aanzien van:</al><lijst><li nr="·"><al>de hoogte van reclamemasten (ten hoogste 6 m), </al></li><li nr="·"><al>de maximale oppervlakte van woningen inclusief bijbehorende
                                    bouwwerken (ten hoogste 300 m2);</al></li><li nr="·"><al>de hoogte van antennes (ten hoogste 25 m).</al></li></lijst><al>29.3 de onder 29.1 sub d tot en met f toegelaten bouwwerken mogen er
                            niet toe leiden dat in gebieden, waarin geen bebouwing mag worden
                            opgericht, zoals bebouwingsvrije zones, bebouwing wordt opgericht.</al><al>29.4 De onder 29.1 bedoelde omgevingsvergunning mag niet leiden tot een
                            onevenredige aantasting van:</al><lijst><li nr="·"><al>de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;</al></li><li nr="·"><al>het bebouwingsbeeld;</al></li><li nr="·"><al>de verkeersveiligheid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 30 Overige regels</label></kop><al><vet>Afstemming welstandstoets </vet></al><al>Voor zover de regels in de beheersverordening met betrekking tot:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorgeschreven maximale goothoogte en maximale
                                    bouwhoogte;</al></li><li nr="b."><al>de dakhelling;</al></li><li nr="c."><al>de plaatsing op het bouwperceel;</al></li></lijst><al>ruimte bieden voor verschillende mogelijkheden van het realiseren van
                            gebouwen, is deze ruimte tevens bedoeld voor het kunnen stellen van
                            voorwaarden op basis van de in artikel 12a van de Woningwet aangegeven
                            welstandscriteria, mits:</al><lijst><li nr="·"><al>de goot- en bouwhoogte met niet meer dan 15% afwijken van de
                                    toegestane goot- en bouwhoogte, met uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>gevallen waarbij de bestaande goot- en bouwhoogte worden
                                            vergroot en de bestaande goot- en bouwhoogten van
                                            omliggende bebouwing lager zijn en niet ook worden
                                            vergroot;</al></li><li nr="2."><al>in de welstandsnota specifiek aangegeven karakteristieke
                                            panden;</al></li></lijst></li><li nr="·"><al>de binnen de regels te realiseren oppervlakte van bebouwing
                                    wordt verminderd met meer dan 15%.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregel</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 31 Overgangsrecht</label></kop><al><vet>31.1 Overgangsrecht bouwwerken</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de
                                    beheersverordening aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan
                                    worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het
                                    bouwen, en afwijkt van de beheersverordening, mag, mits deze
                                    afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:</al><lijst><li nr="1."><al>gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;</al></li><li nr="2."><al>na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel
                                            worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de
                                            omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen
                                            twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is
                                            tenietgegaan.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning eenmalig
                                    afwijken van lid 31.1 sub a voor het vergroten van de inhoud van
                                    een bouwwerk als bedoeld in het lid 31.1 sub a met maximaal
                                    10%.</al></li><li nr="c."><al>Lid 31.1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die
                                    weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van de
                                    beheersverordening, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in
                                    strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de
                                    overgangsbepaling van dat plan.</al></li></lijst><al><vet>31.2 Overgangsrecht gebruik</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip
                                    van inwerkingtreding van de beheersverordening en hiermee in
                                    strijd is, mag worden voortgezet.</al></li><li nr="b."><al>Het is verboden het met de beheersverordening strijdige gebruik,
                                    bedoeld in lid 31.2, sub a, te veranderen of te laten veranderen
                                    in een ander met de beheersverordening strijdig gebruik, tenzij
                                    door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt
                                    verkleind.</al></li><li nr="c."><al>Indien het gebruik, bedoeld in lid 31.2 sub a, na de
                                    inwerkingtreding van de beheersverordening voor een periode
                                    langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit
                                    gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.</al></li><li nr="d."><al>Lid 31.2 sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds
                                    in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan,
                                    daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 32 Slotregel</label></kop><al>Deze regels worden aangehaald als ’Regels van de Beheersverordening
                            Buitengebied Pekela'.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><al><vet>Regels</vet></al><al/><al><vet>Inhoudsopgave</vet></al><al>Hoofdstuk 1 Inleidende regels 2</al><al> Artikel 1 Begrippen 3</al><al> Artikel 2 Wijze van meten 11</al><al>Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels 12</al><al> Artikel 3 Agrarisch 13</al><al> Artikel 4 Bedrijf 19</al><al> Artikel 5 Bedrijf - Agrarisch hulpbedrijf 22</al><al> Artikel 6 Bedrijf - Delfstof 24</al><al> Artikel 7 Bedrijf - Nutsvoorziening 25</al><al> Artikel 8 Cultuur en ontspanning 26</al><al> Artikel 9 Groen 28</al><al> Artikel 10 Maatschappelijk 29</al><al> Artikel 11 Natuur 30</al><al> Artikel 12 Recreatie - Dagrecreatie 32</al><al> Artikel 13 Sport 33</al><al> Artikel 14 Verkeer 35</al><al> Artikel 15 Verkeer - Fiets- en wandelpad 36</al><al> Artikel 16 Water 37</al><al> Artikel 17 Water – Karakteristieke waterloop 38</al><al> Artikel 18 Wonen 39</al><al> Artikel 19 Leiding - Gas 42</al><al> Artikel 20 Leiding - Hoogspanningsverbinding 44</al><al> Artikel 21 Waarde - Archeologie 1 45</al><al> Artikel 22 Waarde - Archeologie 2 47</al><al> Artikel 23 Waarde - Archeologie 3 49</al><al> Artikel 24 Waarde - Landschap 51</al><al>Hoofdstuk 3 Algemene regels 52</al><al> Artikel 25 Anti-dubbeltelregel 53</al><al> Artikel 26 Algemene bouwregels 54</al><al> Artikel 27 Algemene gebruiksregels 55</al><al> Artikel 28 Algemene aanduidingsregels 56</al><al> Artikel 29 Algemene afwijkingsregels 58</al><al> Artikel 30 Overige regels 60</al><al>Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregel 61</al><al> Artikel 31 Overgangsrecht 62</al><al> Artikel 32 Slotregel 63</al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>