<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR326959_1</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG 2014WET WERK EN BIJSTAND</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bunnik</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Bilt</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wijk bij Duurstede</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zeist</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">door deelnemende gemeenten</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Langdurigheidstoeslag 2014 Regionale Dienst Werk en inkomen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikelen 8, eerste lid, onderdeel d en 36 van de Wet werk en bijstand</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-02-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG 2014 WET WERK EN BIJSTAND</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>HetAlgemeenBestuurvande Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn
                            Heuvelrug (RDWI KRH),</vet></al><al/><al>Gezien het voorstel van het Dagelijkse Bestuur van 12-02-2014,</al><al/><al>Gelet op de artikelen 8, eerste lid, onderdeel d en 36 van de Wet werk en
                        bijstand,</al><al/><al>overwegende dat het noodzakelijk is het verstrekken van
                        langdurigheidstoeslag aan personen van 21 jaar of ouder doch jonger dan de
                        pensioengerechtigde leeftijd,</al><al/><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>VERORDENINGLANGDURIGHEIDSTOESLAG2014WETWERKENBIJSTAND</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>I ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>De wet: de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="b."><al>Referteperiode: een periode van 36 maanden voorafgaand aan de
                                    peildatum;</al></li><li nr="c."><al>Peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht op
                                    langdurigheidstoeslag ontstaat;</al></li><li nr="d."><al>Bijstandsnorm: de norm als bedoeld in artikel 5 onderdeel c van
                                    de wet;</al></li><li nr="e."><al>Inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met
                                    dien verstande dat voor de zinsnede “een periode waarover een
                                    beroep op bijstand wordt gedaan” moet worden gelezen de
                                    “referteperiode”. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van
                                    artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op
                                    langdurigheidstoeslag als inkomen gezien;</al></li><li nr="f."><al>In aanmerking te nemen vermogen: het vermogen als bedoeld in
                                    artikel 34 van de wet op de peildatum.</al></li></lijst><al>.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het Dagelijks Bestuur van
                            de Regionale Dienst Werk en Inkomen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>II Recht op langdurigheidstoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><al>Tot de doelgroep behoren personen van 21 jaar en ouder doch jonger dan
                            de pensioengerechtigde leeftijd, die een langdurig laag inkomen hebben
                            en geen in aanmerking te nemen vermogen, en die geen uitzicht hebben op
                            inkomensverbetering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Langdurig, laag inkomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de in artikel 36, eerste lid van de wet gestelde voorwaarde van
                                het hebben van een langdurig, laag inkomen is voldaan als gedurende
                                de referteperiode het inkomen niet uitkomt boven 100 % van de
                                bijstandsnorm.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tevens wordt als langdurig, laag inkomen aangemerkt het inkomen dat
                                gedurende de referteperiode gemiddeld hoger is dan 100% van het
                                wettelijk sociaal minimum, maar waarvan dat meerdere is aangewend
                                ter aflossing van een schuldenlast in het kader van een minnelijke
                                schuldregeling of een opgelegde schuldregeling op grond van de Wet
                                Schuldsanering Natuurlijke Personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Hoogte van de langdurigheidstoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar:</al><lijst><li nr="a."><al>voor gehuwden € 530,00;</al></li><li nr="b."><al>voor een alleenstaande ouder € 476,00;</al></li><li nr="c."><al>voor een alleenstaande € 372,00.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in lid 2 genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari
                                aangepast met het percentage waarmee het minimumloon ten opzichte
                                van 1 januari van het voorafgaande jaar is gestegen. De bedragen
                                worden in hele euro’s naar boven afgerond.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum
                                bepalend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van recht
                                op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of 13, eerste lid van
                                de wet komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een
                                langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande
                                of alleenstaande ouder zou gelden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Beleid</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur van de Regionale Dienst Werk en Inkomen kan ter
                            uitvoering van deze verordening nadere beleidsregels vaststellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het Dagelijks
                            Bestuur van de Regionale Sociale Dienst Kromme Rijn Heuvelrug.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>III Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                            Langdurigheidstoeslag 2014 Regionale Dienst Werk en inkomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2014 en
                            treedt in de plaats van de Verordening Langdurigheidstoeslag 2012.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de Regionale Dienst Werk en
                        Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug in zijn openbare vergadering van 26 februari
                        2014.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting verordening langdurigheidstoeslag 2014 Wet werk en
                        bijstand</titel></kop><al>Wettelijke grondslag</al><al>Op grond van artikel 8, eerste lid, onderdeel d WWB dient de gemeenteraad (op
                    grond van de Gemeenschappelijke Regeling in dit geval het AB) regels vast te
                    stellen met betrekking tot het verlenen van een langdurigheidstoeslag. Deze
                    regels dienen in ieder geval betrekking te hebben op de referteperiode, de
                    hoogte van de langdurigheidstoeslag en de wijze waarop invulling wordt gegeven
                    aan de begrippen langdurig, laag inkomen, en “geen uitzicht op
                    inkomensverbetering” zoals die in artikel 36, eerste lid van de wet worden
                    gebruikt.</al><al/><al>Ambtshalve toekenning</al><al>In de wet wordt bepaald dat het college de toeslag op aanvraag verstrekt. Dit
                    sluit de mogelijkheid voor ambtshalve toekenning uit. Hierdoor wordt aangegeven
                    dat het gaat om een vorm van bijzondere bijstand, waarbij geldt dat voor elk
                    individueel geval beoordeeld moet worden of er recht bestaat.</al><al>Er zijn echter mogelijkheden om de aanvraag te vereenvoudigen. Als uit de
                    administratie blijkt dat in de situatie van belanghebbende het afgelopen jaar
                    geen wijzigingen zijn opgetreden, dan kan een volledig ingevuld
                    aanvraagformulier toegezonden worden, waarna belanghebbende door het zetten van
                    een handtekening de aanvraag officieel maakt.</al><al>Een andere mogelijkheid is om de langdurigheidstoeslag middels een negatieve
                    machtiging uit te betalen maar dan slechts in die gevallen waarbij het een
                    herhalingsaanvraag betreft.</al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al>Artikel 1</al><al>Begrippen die in de WWB voorkomen hebben in deze verordening dezelfde betekenis.
                    Ten aanzien van een aantal begrippen, die als zodanig niet in de WWB zelf staan
                    gedefinieerd is een definitie in deze verordening gegeven.</al><al>Met betrekking tot het begrip “inkomen” is een van de WWB afwijkende definitie
                    opgenomen. Nu de wetgever de gemeenteraad (bij ons het AB) opdracht heeft
                    gegeven om in de verordening regels te geven met betrekking tot onder andere het
                    begrip “langdurig, laag inkomen” is de gemeente bevoegd om dit begrip voor de
                    toepassing van artikel 36, eerste lid WWB nader te definiëren.</al><al/><al>Artikel 2</al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><al>Artikel 3</al><al>Hierin staat een aantal begrippen waardoor de doelgroep wordt bepaald. Het
                    begrip langdurig laag is uitgewerkt in artikel 4. Het begrip “geen uitzicht
                    hebben op inkomensverbetering” brengt met zich mee dat er naar categorieën moet
                    worden ingedeeld. Dit laatste leent zich voor vaststelling in een beleidsregel,
                    waarin is voorzien in artikel 1 van de Beleidsregel Langdurigheidstoeslag
                    Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug 2014</al><al/><al>Artikel 4</al><al>De referteperiode is het tijdvak waarin men een inkomen tot 100% van de
                    bijstandsnorm moet hebben ontvangen om in aanmerking te komen voor de
                    langdurigheidstoeslag. De referteperiode bedraagt 3 jaar. </al><al>Mensen met een inkomen boven de hier gestelde inkomensgrens, die middels een
                    minnelijk of wettelijk traject aflossen op schulden houden van hun inkomen niet
                    meer over dan maximaal 95% van de bijstandsnorm. Omdat hun feitelijk inkomen
                    hoger kan zijn dan het te toetsen inkomen, bestaat de kans dat deze groep buiten
                    de armoedevoorzieningen valt. Omdat ze ook al huur en zorgtoeslag mislopen wordt
                    dat onredelijk geacht. Voor deze groep wordt het besteedbaar inkomen dat
                    overblijft na schuldaflossing getoetst.</al><al/><al>Artikel 5</al><al>De hoogte van de langdurigheidstoeslag is gebaseerd op de huidige
                    hoogte(geïndexeerd). Om niet jaarlijks de verordening aan te hoeven passen wordt
                    gekozen om de hoogte jaarlijks automatisch mee te laten lopen met de
                    bijstandsnormen. Omdat de bijstandsnormen in beginsel twee keer per jaar worden
                    geïndexeerd en de langdurigheidstoeslag maar een keer, wordt steeds de
                    vergelijking gemaakt met de bijstandsnormen van per 1 januari van het
                    voorafgaande jaar. Bij de indexering worden de nieuwe normen op hele bedragen
                    afgerond.</al><al>In het vierde lid wordt een regeling analoog aan artikel 24 WWB gegeven voor
                    situaties waarin bij gehuwden een van beide partners is uitgesloten van het
                    recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of 13 eerste lid WWB.</al><al>De WWB voorziet immers niet in een afwijzingsgrond voor de rechthebbende
                    echtgenoot, terwijl daarentegen het toekennen van het bedrag voor gehuwden in
                    een dergelijke situatie niet voor de hand ligt.</al><al>NB: het vierde lid ziet enkel op de situatie dat er bij een echtgenoot sprake is
                    van een uitsluitingsgrond op grond van artikel 11 of 13 eerste lid WWB.</al><al>Een andere situatie betreft de beoordeling van de referteperiode. Indien één van
                    beide echtgenoten niet in aanmerking komt voor het recht op
                    langdurigheidstoeslag wegens het niet voldoen aan de voorwaarden als genoemd in
                    artikel 36 WWB of in deze verordening, hebben beide echtgenoten geen recht op
                    langdurigheidstoeslag. Het recht op langdurigheidstoeslag komt gehuwden immers
                    gezamenlijk toe. Zij moeten daarom allebei, zowel afzonderlijk als gezamenlijk
                    aan de voorwaarden voldoen.</al><al/><al>Artikel 6</al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>