<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR326839_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Hellevoetsluis 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hellevoetsluis</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-04-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hellevoetsluis</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Groot-Hellevoet, 27 december 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Hellevoetsluis 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) artikel 5 lid 1 en 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>19-12-13/08</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Onbekend</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Hellevoetsluis 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nummer: 19-12-13/08 AANGEPAST EXEMPLAAR</al><al/><al>De raad der gemeente Hellevoetsluis;</al><al>gehoord de commissie zorg, welzijn en onderwijs;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 december 2013,
                        nummer: 19-12-13/08;</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>vast te stellen de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente
                        Hellevoetsluis 2014.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt
                                verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>Aanvraag</vet>: het verzoek van een belanghebbende om
                                        in aanmerking te komen voor één of meerdere voorzieningen om
                                        een resultaat te bereiken in het kader van deze
                                        verordening.</al></li><li nr="b."><al><vet>Algemeen gebruikelijke voorziening</vet>: een
                                        voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een
                                        beperking, dus ook door anderen gebruikt wordt, algemeen
                                        verkrijgbaar is en niet –aanzienlijk – duurder is dan
                                        vergelijkbare producten. </al></li><li nr="c."><al><vet>Algemene voorziening</vet>: een voorliggende
                                        voorziening die weliswaar niet bestemd is voor, noch te
                                        gebruiken is door alle personen als bedoeld in artikel 4 lid
                                        1 van de wet, maar die anderzijds door iedereen waarvoor de
                                        voorziening wel bedoeld is op eenvoudige wijze te verkrijgen
                                        of te gebruiken is, zonder een ingewikkelde
                                        aanvraagprocedure.</al></li><li nr="d."><al><vet>AWBZ</vet>: Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;</al></li><li nr="e."><al><vet>Belanghebbende</vet>: een persoon met een beperking,
                                        een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal
                                        probleem die behoefte heeft aan compensatie ten behoeve van
                                        het bevorderen van zijn deelname aan het maatschappelijk
                                        verkeer en het zelfstandig functioneren, die voor zichzelf
                                        of, met behulp van een machtiging, door een ander een
                                        aanmelding of een aanvraag doet of laat doen</al></li><li nr="f."><al><vet>Besluit</vet>: Besluit voorzieningen maatschappelijke
                                        ondersteuning gemeente Hellevoetsluis;</al></li><li nr="g."><al><vet>Collectieve voorziening</vet>: een voorziening die
                                        individueel wordt verstrekt maar die door meerdere personen
                                        tegelijk wordt gebruikt, in casu het collectief
                                        vraagafhankelijk vervoer</al></li><li nr="h."><al><vet>College</vet>: college van burgemeester en wethouders
                                        van de gemeente Hellevoetsluis;</al></li><li nr="i."><al><vet>Compensatieplicht</vet>: De plicht van het college aan
                                        personen met een beperking, een chronisch psychisch of een
                                        psychosociaal probleem voorzieningen te bieden ter
                                        compensatie van hun beperkingen op het gebied van
                                        zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie teneinde
                                        hen in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te
                                        verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen
                                        per vervoermiddel en medemensen te ontmoeten en op basis
                                        daarvan sociale verbanden aan te gaan. Daarbij legt artikel
                                        4 van de wet het college de plicht op om een resultaat te
                                        bereiken dat als compensatie mag gelden en dat in het
                                        individuele geval maatwerk is. </al></li><li nr="j."><al><vet>Eigen bijdrage</vet>: een door het Centraal
                                        Administratie Kantoor te berekenen bedrag aan de hand van in
                                        deze verordening vastgestelde grenzen die bij de
                                        verstrekking van een voorziening in natura of in de vorm van
                                        een persoonsgebonden budget voor rekening van de aanvrager
                                        komt;</al></li><li nr="k."><al><vet>Financiële tegemoetkoming</vet>: een geldbedrag, al dan
                                        niet forfaitair of gemaximeerd, bedoeld om een voorziening
                                        mee aan te schaffen voor het te bereiken resultaat.</al></li><li nr="l."><al><vet>Gebruikelijke zorg</vet>: normale, dagelijkse zorg die
                                        personen binnen een leefeenheid geacht worden elkaar
                                        onderling te bieden, omdat ze als leefeenheid een
                                        gezamenlijk huishouden voeren en op die grond een
                                        gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het
                                        functioneren van dit huishouden.</al></li><li nr="m."><al><vet>Gemeenschappelijke ruimte</vet>: gedeelte(n) van een
                                        woongebouw, niet behorende tot de onderscheiden woonruimte,
                                        bestemd en noodzakelijk om de woonruimte van de persoon met
                                        een beperking vanaf de toegang van het woongebouw te
                                        bereiken.</al></li><li nr="n."><al><vet>Gesprek</vet>: het eerste contact na een aanmelding
                                        waarin met degene die maatschappelijke ondersteuning zoekt
                                        zijn gehele situatie wordt geïnventariseerd ten aanzien van
                                        de beperkingen en de gevolgen daarvan, de te bereiken
                                        resultaten, de te kiezen oplossingen via eigen mogelijkheden
                                        of via mogelijkheden van het netwerk dan wel via algemene,
                                        algemeen gebruikelijke collectieve, (wettelijk) voorliggende
                                        en individuele voorzieningen.</al></li><li nr="o."><al><vet>Goedkoopst compenserend</vet>: de naar objectieve
                                        maatstaven gemeten adequate en goedkoopste voorziening
                                        waarmee de gemeente kan voldoen aan de opdracht die in
                                        artikel 4 van de wet aan de gemeente wordt gesteld.</al></li><li nr="p."><al><vet>Hoofdverblijf</vet>: de plaats waar iemand gewoonlijk
                                        verblijft en waar het centrum van zijn dagelijkse sociale en
                                        economische activiteiten ligt. De bepaling van het
                                        hoofdverblijf dient te geschieden aan de hand van objectieve
                                        feitelijke omstandigheden.</al></li><li nr="q."><al><vet>ICF</vet>: International Classification of Functions,
                                        Disabilities and Impairments, een uniform begrippenkader dat
                                        als grondslag wordt gehanteerd om de behoefte aan
                                        voorzieningen in een individueel geval vast te stellen, met
                                        dien verstande dat hierbij onderscheid wordt gemaakt in
                                        stoornis, beperking of participatieprobleem.</al></li><li nr="r."><al><vet>Individuele voorziening</vet>: een voorziening die door
                                        het college ten behoeve van één persoon op basis van artikel
                                        4 Wmo wordt verstrekt.</al></li><li nr="s."><al><vet>Leefeenheid</vet>: een eenheid bestaande uit gehuwden,
                                        die, al dan niet samen met één of meer minderjarige
                                        ongehuwden, duurzaam een huishouden voeren, dan wel een
                                        ongehuwde meerderjarige, die met één of meer minderjarige
                                        ongehuwden duurzaam een huishouden voert. Onder gehuwden
                                        worden ook verstaan ongehuwd samenwonenden en andere
                                        volwassenen die met elkaar en/of met kinderen
                                        samenwonen.</al></li><li nr="t."><al><vet>Maatschappelijke partners</vet>: Organisaties waarmee
                                        de gemeente samenwerkt op het gebied van zorg, welzijn,
                                        wonen, werk en inkomen.</al></li><li nr="u."><al><vet>Maatschappelijke participatie</vet>: deelname aan het
                                        normale maatschappelijke verkeer, te weten het uitvoeren van
                                        activiteiten op het gebied van het voeren van het
                                        huishouden, het normale gebruik van de woning, het
                                        verplaatsen in en om de woning, het zich lokaal verplaatsen
                                        per vervoermiddel en het ontmoeten van medemensen en het op
                                        basis daarvan onderhouden van sociale verbanden.</al></li><li nr="v."><al><vet>Mantelzorger</vet>: een persoon, die mantelzorg
                                        verleent als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b van de
                                        wet;</al></li><li nr="w."><al><vet>Meerkosten</vet>: kosten van een mogelijk volgens de
                                        wet te verlenen voorziening, voor zover dit deel van de
                                        kosten uitgaat boven de voor die persoon als algemeen
                                        gebruikelijk te beschouwen kosten van een dergelijke
                                        voorziening.</al></li><li nr="x."><al><vet>Melding: </vet>de mededeling van een belanghebbende aan
                                        het college dat hij beperkingen ondervindt op grond waarvan
                                        hij verzoekt een afspraak te maken voor een gesprek.</al></li><li nr="y."><al><vet>Persoon met beperkingen</vet>: een persoon als bedoeld
                                        in artikel 1, eerste lid, onder g onderdeel 4, 5 en 6 van de
                                        wet zijnde een persoon met beperkingen, chronisch psychische
                                        problemen of psychosociale problemen, die aantoonbare
                                        moeilijkheden en/of onmogelijkheden ondervindt op het gebied
                                        van maatschappelijke participatie.</al></li><li nr="z."><al><vet>Persoonsgebonden budget</vet>: een geldbedrag om te
                                        gebruiken voor het te bereiken resultaat, als alternatief
                                        voor een voorziening in natura. </al></li><li nr="aa."><al><vet>Psychosociaal probleem</vet>: een situatie van verlies
                                        van zelfstandigheid en, met name, een gebrek aan
                                        mogelijkheden tot deelname aan het maatschappelijk verkeer,
                                        veroorzaakt door belemmeringen die iemand ondervindt in zijn
                                        relatie met anderen, met zijn sociale omgeving. </al></li><li nr="bb."><al><vet>Standplaats</vet>: een kavel, bestemd voor het plaatsen
                                        van een woonwagen en waarop voorzieningen aanwezig zijn om
                                        de woonwagen op het leidingnet van de openbare
                                        nutsbedrijven, andere instellingen of gemeente aan te
                                        sluiten.</al></li><li nr="cc."><al><vet>Verlengings</vet><vet>-/wijzigings</vet><vet>aanvraag</vet>:
                                        een aanvraag van een verlenging of wijziging van een
                                        bestaande indicatie of een aanvraag van een wijziging van of
                                        accessoire voor, een reeds toegekende voorziening.</al></li><li nr="dd."><al><vet>Voorliggende voorziening: </vet>een voorziening die
                                        normaal in de maatschappij aanwezig en beschikbaar is en
                                        bedoeld voor iedereen die daar behoefte aan heeft.</al></li><li nr="ee."><al><vet>Voorzienbaarheid</vet>: Voorspelbaarheid op grond van
                                        de gezinssituatie, medische situatie en/of woonsituatie van
                                        de cliënt.</al></li><li nr="ff."><al><vet>V</vet><vet>oorziening in natura</vet>: een
                                        voorziening, in te zetten om het resultaat te bereiken, die
                                        in eigendom, in bruikleen, in huur of in de vorm van
                                        persoonlijke dienstverlening wordt verstrekt.</al></li><li nr="gg."><al><vet>Wet</vet>: Wet maatschappelijke ondersteuning.</al></li><li nr="hh."><al><vet>Woonwagen</vet>: voor bewoning bestemd gebouw dat is
                                        geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel kan
                                        worden verplaatst.</al></li><li nr="ii."><al><vet>Z</vet><vet>elfredzaamheid</vet>: het lichamelijk,
                                        verstandelijk, geestelijk of financiële vermogen om zelf
                                        voorzieningen te treffen die deelname aan het normale
                                        maatschappelijke verkeer mogelijk maken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan overige begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die
                                in het voorgaande lid niet nader zijn gedefinieerd, wordt dezelfde
                                betekenis toegekend als in de wet en de Algemene wet
                                bestuursrecht.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Resultaatgerichte compensatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>De te bereiken resultaten</titel></kop><al>De op basis van artikel 4 lid 1 van de wet via compenserende maatregelen
                            te bereiken resultaten zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>een schoon en leefbaar huis;</al></li><li nr="b."><al>wonen in een toe- en doorgankelijk huis;</al></li><li nr="c."><al>beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;</al></li><li nr="d."><al>beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding;</al></li><li nr="e."><al>het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                    behoren;</al></li><li nr="f."><al>zich kunnen verplaatsen in en om de woning;</al></li><li nr="g."><al>zich lokaal kunnen verplaatsen per vervoermiddel;</al></li><li nr="h."><al>de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te
                                    nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze
                                    activiteiten. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Hoe te komen tot de te bereiken resultaten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>De Aanvraag of melding.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een persoon die beperkingen ondervindt met betrekking tot de in
                                hoofdstuk 2 genoemde te bereiken resultaten, kan dit aan de gemeente
                                kenbaar maken door het doen van een aanvraag of mondelinge,
                                schriftelijke en digitale melding:</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is ook mogelijk om namens een ander een melding te doen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij binnenkomst van de melding of aanvraag wordt bepaald of een
                                gesprek noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Het gesprek</titel></kop><al>Naar aanleiding van de aanvraag of melding vindt waar nodig een gesprek
                            met de belanghebbende plaats.</al><lijst><li nr="1."><al>Dit gesprek wordt gevoerd door een medewerker van de gemeente of
                                    een medisch adviseur.</al></li><li nr="2."><al>Het gesprek vindt zo mogelijk plaats bij de belanghebbende thuis
                                    of op diens verblijfsadres. De partner en/of huisgenoten van de
                                    belanghebbende zijn zo mogelijk aanwezig bij het gesprek.</al></li><li nr="3."><al>Tijdens het gesprek worden de beperkingen van de belanghebbende
                                    en eventueel die van de huisgeno(o)t(en) benoemd. Vervolgens
                                    wordt in gezamenlijkheid gezocht naar oplossingen.</al></li><li nr="4."><al>Bij het voeren van het gesprek wordt de International
                                    Classification of Functions, Disabilities and Health als basis
                                    voor het begrippenkader gehanteerd.</al></li><li nr="5."><al>Als de melder een mantelzorger is, wordt met de mantelzorger, en
                                    zo mogelijk met de belanghebbende, geïnventariseerd welke
                                    belemmeringen de melder ondervindt bij de uitvoering van de
                                    mantelzorg.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Het gespreksverslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van het gesprek wordt een verslag gemaakt waarin de tijdens het
                                gesprek gemaakte afspraken worden vermeld. Dit verslag wordt aan de
                                belanghebbende toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Opmerkingen over dit verslag van de melder, of van andere personen
                                die bij het gesprek aanwezig waren, zullen als bijlage aan het
                                verslag worden toegevoegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Aanvraag van een voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een voorziening ex artikel 1, lid 1, sub g, onder
                                6 van de wet kan worden voorafgegaan door een gesprek indien:</al><lijst><li nr="a."><al>De aanvraag afkomstig is van een belanghebbende die nog niet
                                        eerder een aanvraag in het kader van de Wmo heeft gedaan bij
                                        de gemeente Hellevoetsluis;</al></li><li nr="b."><al>De aanvraag afkomstig is van een belanghebbende die al
                                        eerder een gesprek heeft gevoerd of een Wmo-voorziening
                                        heeft ontvangen, maar waarbij sprake is van gewijzigde
                                        omstandigheden of gewijzigde te bereiken resultaten;</al></li><li nr="c."><al>Belanghebbende of het college daarom verzoekt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag die vooraf is gegaan door een gesprek kan worden gedaan
                                door een door de aanvrager ondertekend gespreksverslag bij de
                                gemeente in te dienen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Cliënten die al bekend zijn bij de Wmo kunnen schriftelijk een
                                aanvraag indienen via een aanvraag- of wijzigingsformulier.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Beoordeling van de te bereiken resultaten</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Algemene regels</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Het maken van een afweging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het beoordelen welke voorzieningen eventueel worden
                                    getroffen, neemt het college het verslag van het gesprek, indien
                                    aanwezig, of het aanvraagformulier als uitgangspunt. Bij het
                                    bepalen van de voorzieningen houdt het college rekening met de
                                    persoonskenmerken, de behoefte, de voorzienbaarheid en de
                                    capaciteit van de aanvrager om uit oogpunt van organisatie zelf
                                    in maatregelen te voorzien. Daarbij zal onderzoek gedaan worden
                                    naar de noodzaak en mogelijkheid tot leveren van maatwerk ten
                                    aanzien van het te bereiken resultaat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve
                                    voorzieningen die beschikbaar en bruikbaar zijn, worden, als ze
                                    al niet tot een oplossing hebben geleid in het gesprek, of als
                                    er geen gesprek heeft plaatsgevonden, eerst beoordeeld.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>De te bereiken resultaten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Een schoon en leefbaar huis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het eerste te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van
                                    een huishouden bestaat uit het kunnen wonen in een huis dat
                                    schoon is. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer,
                                    slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimten en de
                                    gang/overloop.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op een schoon en leefbaar huis kan een individuele
                                    voorziening getroffen worden voor het lichte en/of het zware
                                    huishoudelijke werk.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die
                                    beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen wordt
                                    dit eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden
                                    beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die
                                    onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Wonen in een geschikt huis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al/><lijst><li nr="a."><al>Het tweede te bereiken resultaat ten aanzien van het
                                            voeren van een huishouden bestaat uit het normaal
                                            gebruik kunnen maken van de woning waar men over
                                            beschikt. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer,
                                            slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimten, berging,
                                            tuin of balkon.</al></li><li nr="b."><al>In aanvulling van het gestelde in het eerste lid kan een
                                            woonvoorziening getroffen worden voor het bezoekbaar
                                            maken van één woonruimte indien de aanvrager zijn
                                            hoofdverblijf heeft in een op grond van artikel 5 van de
                                            Wet toelating zorginstellingen erkende instelling. Het
                                            gaat om het kunnen bereiken en gebruiken van de
                                            woonkamer en een toilet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een
                                    individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van de
                                    bereikbaarheid, toegankelijkheid en doorgankelijkheid van de
                                    woning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover de belanghebbende kan verhuizen naar een geschikte
                                    woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning, welke
                                    verhuizing kan leiden tot het te bereiken resultaat zal deze
                                    mogelijkheid eerst overwogen worden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden
                                    beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die
                                    onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Een
                                    verhuiskostenvergoeding kan dan wel verstrekt worden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het College verstrekt slechts een individuele voorziening als de
                                    belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft, of binnen afzienbare
                                    tijd zal hebben, in de woning waar de voorziening wordt
                                    getroffen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien het College krachtens deze of daaraan voorafgaande
                                    verordening een voorziening heeft verstrekt die leidt tot
                                    waardestijging van de woning, dan gelden bij verkoop van deze
                                    woning de nadere bepalingen zoals vastgelegd in de
                                    beleidsregels.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op het
                                    treffen van voorzieningen aan hotels/pensions,
                                    trekkerswoonwagens, kloosters, AWBZ-instellingen inclusief
                                    verzorgingshuizen, tweede woningen, vakantiewoningen,
                                    recreatiewoningen, kamerverhuur en specifiek op gehandicapten en
                                    ouderen gerichte woongebouwen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op het
                                    treffen van voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten of
                                    voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder
                                    noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen worden.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>In het geval dat de belanghebbende is verhuisd van een geschikte
                                    woning naar een niet geschikte woning terwijl de beperking
                                    waarvoor de voorziening is aangevraagd al bestond, kunnen
                                    woonvoorzieningen worden geweigerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Beschikken over goederen voor primaire
                                    levensbehoeften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het derde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van
                                    een huishouden bestaat uit het voorzien zijn van de dagelijks
                                    benodigde hoeveelheid voedsel voor maaltijden en andere momenten
                                    waarop iets genuttigd wordt, evenals toiletartikelen en
                                    schoonmaakartikelen. In uitzonderlijke omstandigheden kan ook
                                    noodzakelijke bereiding van maaltijden hieronder vallen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op het beschikken over goederen voor primaire
                                    levensbehoeften kan een individuele voorziening worden getroffen
                                    ten aanzien van het doen van boodschappen, voor wat betreft
                                    levensmiddelen, schoonmaakmiddelen, en toiletartikelen, alsmede
                                    het bereiden en aanreiken van maaltijden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die
                                    beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen of voor
                                    zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en
                                    bruikbare boodschappenservice of maaltijdvoorziening die in de
                                    individuele situatie van de belanghebbende kan leiden tot het te
                                    bereiken resultaat wordt deze mogelijkheid eerst
                                    beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden
                                    beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die
                                    onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                                    kleding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het vierde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van
                                    een huishouden bestaat uit het aanwezig zijn van kleding in
                                    gewassen en zo nodig gestreken, opgevouwen of opgehangen
                                    staat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op het beschikken over schone, draagbare en
                                    doelmatige kleding kan een individuele voorziening worden
                                    getroffen ten aanzien van het wassen, drogen en strijken en
                                    opruimen van de dagelijkse was.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die
                                    beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen, wordt
                                    dit eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld. Voor
                                    zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en
                                    bruikbare was- en strijkservice die in de individuele situatie
                                    van de belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat
                                    wordt deze mogelijkheid eerst beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden
                                    beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die
                                    onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                    behoren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het vijfde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van
                                    een huishouden bestaat uit de dagelijkse, gebruikelijke zorg
                                    voor in het huishouden aanwezige kinderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het
                                    gezin behoren, kan een individuele voorziening worden getroffen
                                    ten aanzien van het – zo mogelijk tijdelijk ter overbrugging van
                                    een periode noodzakelijk voor het nemen van meer definitieve
                                    maatregelen – vervangen / ondersteunen van de ouder die in
                                    principe voor de kinderen zorgt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige
                                    en bruikbare voor- tussen- en naschoolse opvang, kinderopvang of
                                    andere opvangmogelijkheden die in de individuele situatie van de
                                    belanghebbende kunnen leiden tot het te bereiken resultaat
                                    worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden
                                    beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die
                                    onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Zich verplaatsen in en om de woning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich verplaatsen
                                    in en om de woning bestaat uit het in staat zijn de woonkamer,
                                    het slaapvertrek en/of de slaapvertrekken, het toilet en de
                                    douche, de berging, de tuin of het balkon kunnen bereiken en
                                    bereiken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op het verplaatsen in en om de woning kan een
                                    individuele voorziening worden getroffen bestaande uit een
                                    rolstoel voor dagelijks zittend gebruik.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige
                                    en bruikbare rolstoelpool die in de individuele situatie van de
                                    belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat wordt
                                    deze mogelijkheden eerst beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden
                                    beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die
                                    onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich lokaal
                                    verplaatsen per vervoermiddel bestaat uit het kunnen doen van
                                    dagelijkse boodschappen, het kunnen bezoeken van familie,
                                    kennissen en het doen van gewenste activiteiten, alles binnen de
                                    directe woon- en leefomgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel,
                                    kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van
                                    het verplaatsen over de korte afstand rond de woning en het
                                    verplaatsen over de langere afstand binnen de directe woon en
                                    leefomgeving.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige
                                    en bruikbare scootmobielpool of van collectief vraagafhankelijk
                                    vervoer van deur tot deur die in de individuele situatie van de
                                    belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat worden
                                    deze mogelijkheden eerst beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden
                                    beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die
                                    onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>De mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel
                                    te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze
                                    activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van de mogelijkheid om
                                    contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan
                                    recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten bestaat
                                    uit het zo mogelijk kunnen afleggen van gewenste bezoeken en het
                                    deelnemen aan gewenste activiteiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de mogelijkheid om contacten te hebben met
                                    medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of
                                    religieuze activiteiten kan een individuele voorziening worden
                                    getroffen ten aanzien van het vervoer naar de gewenste
                                    bestemmingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een of meer
                                    aanwezige en bruikbare (vrijwilligers)organisaties die in de
                                    individuele situatie van belanghebbende kan leiden tot het te
                                    bereiken resultaat worden deze mogelijkheden eerst
                                    beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige
                                    en bruikbare rolstoelpool die in de individuele situatie van de
                                    belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat wordt
                                    deze mogelijkheden eerst beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden
                                    beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die
                                    onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Verstrekking in natura, als persoonsgebonden budget en als financiële
                            tegemoetkoming. Eigen bijdragen en eigen aandeel</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Verstrekking van voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Mogelijke verstrekking wijzen</titel></kop><al>De te treffen voorzieningen kunnen als voorziening in natura, als
                                persoonsgebonden budget of als financiële tegemoetkoming worden
                                verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Normbedragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast met betrekking tot
                                    individuele voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kosten van een individuele voorziening waaronder technische
                                    aanpassingen dienen in redelijke verhouding te staat tot de
                                    resterende technische levensduur van het object waaraan of
                                    waarin de voorziening wordt uitgevoerd.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Verstrekking in natura</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Inhoud beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het treffen van een voorziening in natura wordt in de
                                    beschikking vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>welke de te treffen voorziening is;</al></li><li nr="b."><al>wat de duur is van de verstrekking is;</al></li><li nr="c."><al>hoe de voorziening in natura verstrekt wordt en</al></li><li nr="d."><al>of er sprake is van een overeenkomst waarin deze
                                            verstrekking is geregeld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt dit in
                                    de beschikking opgenomen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.</nr><titel>Verstrekking als persoonsgebonden budget</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Overwegende bezwaren</titel></kop><al>Het college legt in het besluit maatschappelijke ondersteuning
                                gemeente Hellevoetsluis vast in welke situaties sprake is van
                                overwegende bezwaren zodat er geen persoonsgebonden budget verstrekt
                                wordt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Alternatieve vormen van pgb-verstrekking</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Het College kan het persoonsgebonden budget in alternatieve
                                    vormen, zoals een voucher of trekkingsrecht,verstrekken. </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De wijze waarop het pgb kan worden verstrekt wordt door het
                                    college vastgelegd in het Besluit maatschappelijke
                                    ondersteuning. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Inhoud beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een
                                    persoonsgebonden budget wordt in de beschikking vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>Voor welk te bereiken resultaat het persoonsgebonden
                                            budget gebruikt moet worden, eventueel aangevuld met een
                                            programma van eisen waaraan bij de besteding voldaan
                                            moet worden.</al></li><li nr="b."><al>Wat de omvang van het persoonsgebonden budget is en hoe
                                            deze omvang tot stand is gekomen.</al></li><li nr="c."><al>Wat de duur is van de verstrekking waarvoor het
                                            persoonsgebonden budget bedoeld is en welke regels
                                            gelden ten aanzien van verantwoording van het
                                            persoonsgebonden budget.</al></li><li nr="d."><al>De wijze van eventuele terugvordering.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt dit in
                                    de beschikking opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het College legt in het besluit de wijze van berekening van de
                                    hoogte van het PGB vast.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.</nr><titel>Verstrekking als financiële tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Inhoud beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een
                                    financiële tegemoetkoming wordt in de beschikking
                                    vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>voor welk te bereiken resultaat de financiële
                                            tegemoetkoming bestemd is;</al></li><li nr="b."><al>wat de duur van de verstrekking is;</al></li><li nr="c."><al>of er sprake is van een overeenkomst waarin deze
                                            verstrekking is geregeld en</al></li><li nr="d."><al>wat de hoogte van de financiële tegemoetkoming is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als er sprake is van een te betalen eigen aandeel wordt dit in
                                    de beschikking opgenomen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.</nr><titel>Eigen bijdrage en eigen aandeel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Eigen bijdragen en eigen aandeel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een voorziening is een eigen bijdrage of
                                    een eigen aandeel verschuldigd ten aanzien van de volgende
                                    resultaten:</al><lijst><li nr="a."><al>een schoon en leefbaar huis;</al></li><li nr="b."><al>wonen in een geschikt huis;</al></li><li nr="c."><al>beschikken over goederen voor primaire
                                            levensbehoeften;</al></li><li nr="d."><al>beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                                            kleding;</al></li><li nr="e."><al>het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                            behoren;</al></li><li nr="f."><al>zich verplaatsen in, om en nabij de woning voor zover
                                            het geen rolstoel betreft;</al></li><li nr="g."><al>zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel, voor zover
                                            het geen rolstoel betreft;</al></li><li nr="h."><al>de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en
                                            deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of
                                            religieuze activiteiten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College legt in het besluit de wijze van berekening van de
                                    hoogte van de eigen bijdrage of het eigen aandeel vast.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Procedurele bepalingen rond onderzoek, advies en besluitvorming,
                            intrekking en terugvordering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag voor een voorziening binnen acht
                                weken na de dag van ontvangst van de aanvraag. Bij medisch advies is
                                dit binnen twaalf weken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de beschikking niet binnen de volgens de voorgaande leden
                                vastgestelde termijn kan worden afgegeven, stelt het college de
                                aanvrager, met reden omkleed, daarvan in kennis en noemt daarbij een
                                redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden
                                gezien.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Artikel 4.13 van de Algemene wet bestuursrecht is op de in dit
                                artikel genoemde termijnen van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Begrenzingen bij het treffen van een voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover:</al><lijst><li nr="a."><al>deze langdurig noodzakelijk is om de beperkingen op het
                                        gebied van het voeren van het huishouden, het verplaatsen in
                                        en om de woning, het zich lokaal verplaatsen per
                                        vervoermiddel en bij het ontmoeten van medemensen en op
                                        basis daarvan sociale verbanden aangaan op te heffen of te
                                        verminderen. Uitzondering hierop is de hulp bij het
                                        huishouden;</al></li><li nr="b."><al>deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst
                                        adequate voorziening kan worden aangemerkt;</al></li><li nr="c."><al>deze in overwegende mate op de compensatie van beperking(en)
                                        van het individu is gericht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Geen voorziening wordt toegekend: </al><lijst><li nr="a."><al>indien de voorziening voor een persoon als de aanvrager
                                        algemeen gebruikelijk is;</al></li><li nr="b."><al>indien de aanvrager niet woonachtig is in de gemeente
                                        Hellevoetsluis;</al></li><li nr="c."><al>voor zover de ondervonden problemen bij het normale gebruik
                                        van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning
                                        gebruikte materialen;</al></li><li nr="d."><al>voor zover de gevraagde voorzieningen betrekking hebben op
                                        een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor de sociale
                                        woningbouw;</al></li><li nr="e."><al>voor zover er aan de zijde van de aanvrager geen sprake is
                                        van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie
                                        voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor de
                                        voorziening wordt aangevraagd;</al></li><li nr="f."><al>voorzover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de
                                        aanvrager voorafgaand aan het moment van beschikken heeft
                                        gemaakt tenzij de gemeente bij het beschikken redelijke
                                        termijnen heeft overschreden, in welk geval de kosten tot de
                                        hoogte van de goedkoopst adequate voorziening kunnen worden
                                        vergoed;</al></li><li nr="g."><al>indien een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking
                                        heeft reeds eerder krachtens deze, dan wel krachtens de aan
                                        deze verordening voorafgaande Verordening voorzieningen
                                        gehandicapten of op grond van de Regeling Geldelijke Steun
                                        Huisvesting Gehandicapten is verstrekt en de normale
                                        afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet is
                                        verstreken, tenzij de eerder vergoede of versterkte
                                        voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden
                                        die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen;</al></li><li nr="h."><al>indien op grond van andere wet- of regelgeving of een
                                        afgesloten particuliere verzekering aanspraak op de
                                        gevraagde voorziening bestaat.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Advisering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor
                                de beoordeling van het recht op de aangevraagde voorziening, degene
                                door wie een aanvraag is ingediend of bij gebruikelijke zorg diens
                                relevante huisgenoten:</al><lijst><li nr="a."><al>Op te roepen in persoon te verschijnen op een door het
                                        college te bepalen plaats en tijdstip en hem te
                                        bevragen.</al></li><li nr="b."><al>Op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door
                                        een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen
                                        en/of onderzoeken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college vraagt een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie
                                om advies indien:</al><lijst><li nr="a."><al>Het handelt om een aanvraag van een persoon die niet eerder
                                        een voorziening heeft gehad c.q. met wie niet eerder een
                                        gesprek als bedoeld in artikel 3 is gevoerd en dit
                                        noodzakelijk wordt geacht door het college.</al></li><li nr="b."><al>Het college dat overigens gewenst vindt.</al></li><li nr="a."><al>Belanghebbende heeft de mogelijkheid een second opinion aan
                                        te vragen bij een adviesinstantie.</al></li><li nr="b."><al>De kosten van een second opinion van een bevoegde en
                                        onafhankelijke arts optredende als medisch adviseur voor de
                                        aanvrager, worden bij een door deze adviseur afgegeven
                                        afwijkend advies ten gunste van de aanvrager, door de
                                        gemeente aan de aanvrager vergoed.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Wijziging situatie</titel></kop><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een voorziening is verstrekt,
                            is verplicht schriftelijk binnen acht weken aan het college mededeling
                            te doen van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk
                            moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een
                            voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Opschorting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de belanghebbende de voor het behoud van een verleende
                                voorziening van belang zijnde gegevens of de gevorderde
                                bewijsstukken niet, niet tijdig of niet volledig heeft verstrekt en
                                hem dit te verwijten valt dan wel indien de belanghebbende
                                anderszins onvoldoende medewerking verleend aan het onderzoek schort
                                het college het recht op de voorziening op vanaf de dag van het
                                verzuim.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college doet mededeling van de opschorting aan de belanghebbende
                                en nodigen hem uit binnen een door hen te stellen termijn het
                                verzuim te herstellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de belanghebbende het verzuim niet herstelt binnen de daarvoor
                                de daarvoor gestelde termijn, beëindigt het college na het
                                verstrijken van deze termijn de voorziening met ingang van de eerste
                                dag waarover het recht op de voorziening is opgeschort.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan het college
                                besluiten geheel of gedeeltelijk van de opschorting af te zien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Intrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening,
                                geheel of gedeeltelijk intrekken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>Niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden
                                        gesteld bij of krachtens deze verordening.</al></li><li nr="b."><al>Beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat
                                        die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste
                                        gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn
                                        genomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een
                                persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken indien blijkt dat de
                                tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na uitbetaling niet
                                is aangewend voor de bekostiging van het resultaat waarvoor de
                                verlening heeft plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na ontvangst van de verantwoording wordt door het college beoordeeld
                                of er aanleiding bestaat om over te gaan tot terugvordering of
                                verrekening van het verstrekte bedrag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een betaalde financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget
                                wordt geheel of gedeeltelijk teruggevorderd nadat tot gehele of
                                gedeeltelijke intrekking of wijziging daarvan is besloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een voorziening in natura wordt teruggevorderd nadat tot geheel of
                                gedeeltelijke intrekking of wijziging daarvan is besloten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Indien in bijzondere gevallen toepassing van deze verordening tot
                            onbillijkheden van overwegende aard leidt, kan het college ten gunste
                            van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze verordening
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Basistarieven hulp bij de huishouding</titel></kop><al>Voor hulp bij het huishouden worden in het Besluit basistarieven
                            vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33.</nr><titel>Indexering</titel></kop><al>Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze
                            verordening en het op deze verordening berustende besluit geldende
                            bedragen indexeren aan de hand van de prijsindex voor de
                            gezinsconsumptie, zoals bepaald in artikel 4.5 lid 1 van het Besluit
                            maatschappelijke ondersteuning (Stb. 2006, 450).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34.</nr><titel>Geldende jurisprudentie</titel></kop><al>Daar waar deze verordening, het besluit en/of de beleidsregels niet in
                            voorzien, volgen wij geldende jurisprudentie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2014, bij
                            gelijktijdige intrekking van de Verordening Wetmaatschappelijke
                            ondersteuning 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Wet maatschappelijke
                            ondersteuning gemeente Hellevoetsluis 2014”.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 19 december 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening> de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>H.J. van der Wel. mr. F.D. van Heijningen.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>