<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR326811_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregel intrekken Omgevingsvergunning voor de activiteit Bouwen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zwartewaterland</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-03-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zwartewaterland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://secure.zwartewaterland.nl/actueel/gemeentepublicaties_3863/item/publicaties-2014-03_27659.html">De Stadskoerier, 26mrt2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregel intrekken omgevingsvergunning</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wabo</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0024779"/><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-03-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-03-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregel intrekken Omgevingsvergunning voor de activiteit Bouwen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel/></kop><structuurtekst><al><vet>Inhoudsopgave</vet></al><al><cursief>Beleidsregel</cursief><cursief> intrekken </cursief><cursief>O</cursief><cursief>mgevingsvergunning</cursief><cursief> voor de activiteit Bouwen</cursief></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Inleiding</vet> 1</al></li><li nr="1."><al>1 Doelstelling 1</al></li><li nr="1."><al>2 Begripsbepaling 2</al></li><li nr="2."><al><vet>Intrekken </vet> 3</al></li><li nr="2."><al>1 Intrekkingsregeling bij uitblijven aanvang activiteiten 3</al></li><li nr="2."><al>2 Intrekkingsregeling bij stilleggen van de activiteiten 3</al></li><li nr="2."><al>3 Ruimere begunstigingstermijn voor start of herstart 4</al><al> activiteiten</al></li><li nr="2."><al>4 Intrekken na toekenning ruimere termijn 4</al></li><li nr="2."><al>5 Uitsluiting overige intrekkingsgronden 4</al></li><li nr="3."><al><vet>Procedure tot intrekking van de omgevingsvergunning</vet> 5</al></li><li nr="3."><al>1 Reguliere voorbereidingsprocedure 5</al></li><li nr="3."><al>2 Uniforme openbare voorbereidingsprocedure 5</al></li><li nr="4."><al><vet>Hardheidsclausule</vet> 6</al></li><li nr="5."><al><vet>Leges</vet> 7</al></li><li nr="6."><al><vet>Overgangsbepaling en inwerkingtreding</vet> 8</al></li><li nr="6."><al>1 Overgangsrecht 8</al></li><li nr="6."><al>2 Inwerkingtreding 8</al></li><li nr="7."><al><vet>Toelichting </vet> 9</al><al> Bevoegdheid 9</al><al> Beleidsnotitie 9</al><al> Bouwverordening 9</al><al> Wet Basisregistraties Adressen en Gebouwen 9</al><al> Toelichting artikelsgewijs 10</al></li></lijst><al><vet>1. </vet><vet>Inleiding</vet></al><al>Door de gemeente Zwartewaterland worden jaarlijks vele omgevingsvergunningen</al><al>verleend, zowel aan particulieren als aan bedrijven. De meeste van deze activiteiten wordenook vrij snel, nadat de omgevingsvergunning is verleend, uitgevoerd.</al><al>Het komt echter ook voor dat er geen of pas na een aantal jaar gebruik wordt gemaakt vande vergunning. Hiermee ontstaat een zogenaamde ‘slapende’ vergunning, waarin devergunde situatie niet overeen komt met de feitelijke situatie.</al><al>In het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna te noemen: Wabo)die op 1 oktober 2010 in werking is getreden moeten ook de ‘slapende’ <cursief>bouw</cursief>vergunningenen ontheffingen (mits onherroepelijk) worden aangemerkt als een omgevingsvergunning.</al><al>In beginsel heeft een verleende omgevingsvergunning een onbeperkte geldigheidsduur. Degemeente heeft slechts een bevoegdheid te besluiten aan de geldigheidsduur een eind temaken, indien een intrekkingsgrond zoals opgenomen in artikel 2.33, lid 2 Wabo zichvoordoet. Het ongebruikt laten voortbestaan van vergunde rechten is om meerdere redenenongewenst, bijvoorbeeld:</al><al>1.voorkomen moet worden dat (nieuwe) planologische en stedenbouwkundige</al><al>inzichten worden doorkruist door activiteiten die in het verleden zijn vergund, maar nog niet gerealiseerd;</al><lijst><li nr="2."><al>aan de nieuwste technische eisen wordt voor het uitvoeren van activiteiten op basis van een oude vergunning vaak niet meer voldaan;</al></li><li nr="3."><al>vanuit administratief oogpunt is het gewenst dat het gemeentelijke bouwarchief</al><al> zoveel mogelijk overeenstemt met de feitelijke situatie buiten;</al></li><li nr="4."><al>een verschil van de feitelijke - en planologische situatie zorgt voor problemen bij</al><al>ttaxaties in het kader van de WOZ;</al></li><li nr="5."><al>het actueel aanvullen en beheren van de Basisregistraties voor Adressen en</al><al> Gebouwen (BAG) en daarmee eenduidige informatie kunnen bieden.</al></li><li nr="6."><al>voor omwonenden is het onplezierig als zij geconfronteerd worden met oude</al><al> bouwrechten, waartegen zij geen rechtsmiddelen meer kunnen aanwenden.</al></li></lijst><al>Met het oog op deze ongewenste situaties, is het wenselijk om de omgevingsvergunning nietoneindig te laten voortbestaan. Bij het niet starten van activiteiten kan het van belang zijnde afgegeven vergunning in te trekken.</al><al>Het is hierbij van belang om te kunnen bepalen wanneer er sprake is van ‘het starten vanactiviteiten’. Uit de jurisprudentie in het algemeen is op te maken dat hiervan sprake is als ereen feitelijk begin is gemaakt met de werkzaamheden. Bij bouwen is bijvoorbeeld het stortenvan funderingen (zijnde een constructieve handeling) als het starten vanbouwwerkzaamheden aan te merken. Daarentegen vallen voorbereidende handelingen(zoals het plaatsen van een bouwbord, het uitzetten van de bouw en het verrichten vangraafwerkzaamheden) niet onder het begrip ‘starten van bouwen’.</al><al><vet>1.1 </vet><vet>Doelstelling</vet></al><al>Het beleid dient een kader te scheppen binnen welke het college van burgemeester enwethouders van de haar in de Wabo toegekende bevoegdheid tot intrekking vanomgevingsvergunningen gebruik mag maken. Het beleid moet voorkomen dat er ‘slapende’vergunningen ontstaan. De beleidsregel kan ook worden toegepast op de reeds ‘slapende’vergunningen.</al><al><vet>1.2 </vet><vet>Begripsbepaling</vet></al><al>In deze beleidsregels wordt verstaan onder:</al><al><vet><cursief>Activiteit </cursief></vet>Activiteit als bedoel in artikel 2.1, eerste lid,</al><al> of 2.2 van de Wabo</al><al><vet><cursief>Intrekken </cursief></vet>Het geheel of gedeeltelijk intrekken van een</al><al> Omgevingsvergunning</al><al><vet><cursief>Omgevingsvergunning </cursief></vet>Omgevingsvergunning als bedoeld in artikel</al><al>2.1 of 2.2 van de Wabo</al><al><vet>2. </vet><vet>Intrekken</vet></al><al><vet>2.1 </vet><vet>Intrekkingsregeling bij uitblijven aanvang activiteiten</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Conform het bepaalde in artikel 2.33, lid 2 onder a van de Wabo is het college van</al><al> burgemeester en wethouders bevoegd om een verleende omgevingsvergunning</al><al> geheel of gedeeltelijk in te trekken als er niet binnen 26 weken na het onherroepelijk</al><al> worden van de verkregen omgevingsvergunning een begin is gemaakt met de</al><al> verleende activiteit.</al></li><li nr="b."><al>Enkel indien zich urgente en zwaarwegende planologische belangen voordoen, wordt</al><al> van deze bevoegdheid na 26 weken actief gebruik gemaakt. Doen zich geen urgente</al><al> en zwaarwegende planologische belangen voor dan wordt na 104 weken, na het</al><al> onherroepelijk worden van de verleende vergunning gebruik gemaakt van deze</al><al> bevoegdheid.</al></li><li nr="c."><al>Onder ‘urgente en zwaarwegende planologische belangen’ wordt in dit kader een</al><al> situatie verstaan waarbij voor het gebied waarbinnen het vergunde object is</al><al> gesitueerd een bestemmingsplan in voorbereiding is en het vergunde object het</al><al> toekomstig planologisch kader frustreert. Hierbij moet ten minste sprake zijn van een</al><al> ontwerpbestemmingsplan welke op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke</al><al> ordening ter inzage is gelegd en is gepubliceerd.</al></li><li nr="d."><al>Aan elke vergunninghouder waarvan geconstateerd is dat niet tijdig na het</al><al> onherroepelijk worden van een verleende omgevingsvergunning is begonnen met de</al><al> verleende activiteit, wordt een voornemen tot intrekking van de verleende</al><al> omgevingsvergunning bekend gemaakt conform artikel 2.5 van deze beleidsnotitie.</al></li><li nr="e."><al>In het geval er een zienswijze is ingediend wordt bekeken of de ingediende</al><al> zienswijze aanleiding geeft tot het gunnen van een ruimere termijn waarbinnen met</al><al> de activiteit een begin moet zijn gemaakt.</al></li><li nr="f."><al>De termijn bedoeld onder e wordt naar redelijkheid en in het licht van het concrete</al><al> geval bepaald, maar bedraagt nooit meer dan 156 weken na het onherroepelijk</al><al> worden van de verleende omgevingsvergunning.</al></li></lijst><al><vet>2.2 </vet><vet>Intrekkingsregeling bij stilleggen activiteiten</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Conform het bepaalde in artikel 2.33, lid 2 onder a van de Wabo is het college van</al><al> burgemeester en wethouders bevoegd om een verleende omgevingsvergunning in te</al><al> trekken als de activiteit langer dan 26 weken heeft stilgelegen.</al></li><li nr="b."><al>Van deze bevoegdheid wordt actief gebruik gemaakt. Dat wil zeggen dat indien de</al><al> activiteiten gedurende 26 weken stilliggen de omgevingsvergunning wordt</al><al> ingetrokken.</al></li><li nr="c."><al>Aan elke vergunninghouder met een omgevingsvergunning waarbij geconstateerd</al><al> wordt dat de activiteiten 26 weken hebben stilgelegen, wordt een voornemen tot</al><al> intrekking van de verleende vergunning bekendgemaakt conform artikel 2.5 van deze</al><al> beleidsnotitie.</al></li><li nr="d."><al>In het geval er een zienswijze is ingediend wordt bekeken of de ingediende</al><al> zienswijze aanleiding geeft tot het gunnen van een ruimere termijn waarbinnen weer</al><al> gestart moet worden met de activiteit.</al></li><li nr="e."><al>De termijn bedoeld onder d wordt naar redelijkheid en in het licht van het concrete</al><al> geval bepaald, maar bedraagt nooit meer dan 104 weken na het onherroepelijk</al><al> worden van de verleende omgevingsvergunning.</al></li></lijst><al><vet>2.3 </vet><vet>Ruimere begunstigingstermijn voor start of herstart activiteiten</vet></al><al>In de volgende situaties is sprake van een concreet geval waarvoor een ruimere termijn kan</al><al>worden gegund zoals bedoeld in artikel 2.1, onder f en artikel 2.2, onder e van deze</al><al>beleidsregels.</al><lijst><li nr="a."><al>De vergunninghouder kan met concrete documenten (geaccepteerde offerte van een</al><al> bouwondernemer, facturen van bestelde bouwmaterialen en/of hiermee gelijk te</al><al> stellen documenten) zijn intentie tot het starten van de uitvoering aantonen.</al></li><li nr="b."><al>De vergunninghouder kan persoonlijke omstandigheden opvoeren. Bijvoorbeeld een</al><al> sterfgeval of ziekte in de familie, financiële omstandigheden, welke aantoonbaar tot uitstel van de activiteiten hebben geleid. Een ruimere termijn wordt enkel gegund indien de persoonlijke omstandigheid zich niet meer dan 26 weken voor de start van de intrekkingsprocedure heeft voorgedaan of deze op dat moment nog voortduurt.</al></li></lijst><al><vet>2.4 </vet><vet>Intr</vet><vet>ekken na toekenning </vet><vet>ruimere termijn</vet></al><al>Indien er binnen de in artikel 2.1, onder f en artikel 2.2, onder e van deze beleidsregels gestelde ruimere termijn geen begin is gemaakt met de uitvoering wordt de verleende</al><al>omgevingsvergunning alsnog ingetrokken.</al><al><vet>2.5 </vet><vet>Uitsluiting overige intrekkingsgronden</vet></al><al>Deze beleidsregels laten de besluitvorming aangaande de overige in de artikelen 2.33, lid 2en 5.19 Wabo opgenomen intrekkingsbevoegdheden onverlet. In de Wabo is onderscheidgemaakt tussen reguliere intrekkingsgronden en intrekking als sanctie.</al><al><vet>3. </vet><vet>Procedure tot intrekking van de omgevingsvergunning activiteit bouwen</vet></al><al><cursief>Overeenkomstig artikel 3.15 van de Wabo wordt voor de intrekking van de</cursief></al><al><cursief>omgevingsvergunning dezelfde procedure gevolgd als de voorbereidingsprocedure waarmee</cursief></al><al><cursief>de vergunning tot stand is gekomen.</cursief></al><al><vet>3.1 </vet><vet>Reguliere voorbereidingsprocedure</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Hierbij krijgen de belanghebbenden, voordat een omgevingsvergunning wordt</al><al> ingetrokken, de gelegenheid om hierover binnen een redelijke termijn een zienswijze</al><al> naar voren te brengen (conform artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht).</al><al> Deze redelijke termijn is bepaald op 4 weken.</al></li><li nr="b."><al>De gemeente neemt binnen 8 weken na de ontvangst van de in sub a bedoelde</al><al> zienswijze een besluit over het al dan niet intrekken van de omgevingsvergunning</al><al> conform deze beleidsregels.</al></li><li nr="c."><al>Het besluit tot intrekking van de omgevingsvergunning wordt</al><al> bekendgemaakt aan de vergunninghouder en eventueel aan derdebelanghebbenden.</al><al> Tevens wordt de vergunning gepubliceerd op de website van de gemeente en in </al><al> het plaatselijke huis-aan-huisblad.</al></li></lijst><al><vet>3.2 </vet><vet>Uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afd. 3.4 Awb)</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Hierbij wordt voordat een omgevingsvergunning wordt ingetrokken het ontwerp van</al><al> het te nemen besluit gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Voorafgaand aan deze</al><al> ter inzage legging wordt een kennisgeving van het ontwerpbesluit gepubliceerd op de</al><al> website van de gemeente en in het plaatselijke huis-aan-huisblad.</al></li><li nr="b."><al>Belanghebbenden kunnen zowel schriftelijk als mondeling hun zienswijze over het</al><al> ontwerp naar voren brengen.</al></li><li nr="c."><al>Indien er geen zienswijzen naar voren zijn gebracht neemt de gemeente binnen 4</al><al> weken nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken</al><al> het besluit. Indien er wel zienswijzen naar voren zijn gebracht neemt de gemeente</al><al> het besluit uiterlijk 12 weken na de ter inzage legging (conform artikel 3:18 Awb).</al></li><li nr="d."><al>Het besluit tot intrekking van de omgevingsvergunning wordt bekendgemaakt aan de</al><al> vergunninghouder en eventueel aan de derdebelanghebbenden. Tevens wordt de</al><al> vergunning gepubliceerd op de website van de gemeente en in het plaatselijke huis-aan-huisblad.</al></li></lijst><al><vet>4. Hardheidsclausule</vet></al><al>Er wordt volgens deze beleidsregels gehandeld tenzij dat voor één of meer</al><al>belanghebbenden gevolgen heeft die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn</al><al>in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen.</al><al><vet>5. Leges</vet></al><al>Conform de Legesverordening kan de vergunninghouder in bepaalde gevallen verzoeken om</al><al>teruggave van de geheven leges wanneer de omgevingsvergunning is ingetrokken.</al><al><vet>6. Overgangsbepaling en inwerkingtreding</vet></al><al><vet>6.1 </vet><vet>Overgangsrecht</vet></al><al>Aan deze beleidsregel wordt terugwerkende kracht verleend. Dit betekent dat de</al><al>intrekkingprocedure ook wordt toegepast ten aanzien van omgevingsvergunningen die voorde datum van inwerkingtreding van deze beleidsregel zijn verleend.</al><al><vet>6.2 </vet><vet>Inwerkingtreding</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking;</al></li><li nr="2."><al>De “Beleidsregel intrekken bouwvergunning”, d.d. 15 april 2008, wordt ingetrokken.</al></li></lijst><al>Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van Zwartewaterland van 18 maart 2013. </al><al>Burgemeester en wethouders van Zwartewaterland,</al><al>de secretaris, de burgemeester,</al><al>mr. D. Leentjes ing. E.J. Bilder</al><al><vet>Toelichting</vet></al><al><vet>Bevoegdheid</vet></al><al>Op grond van artikel 5.19 van de Wabo is het bestuursorgaan dat bevoegd is een</al><al>vergunning of ontheffing te verlenen, tevens bevoegd de vergunning of ontheffing geheel ofgedeeltelijk in te trekken. Artikel 2.33, lid 2 van de Wabo geeft het college de bevoegdheidom de vergunning 26 weken na het onherroepelijk worden ervan in te trekken, indien nogniet is aangevangen met de activiteiten waarvoor de vergunning is verleend.</al><al><vet>Beleidsnotitie</vet></al><al>Het is wenselijk om bovenstaande bevoegdheid concreet uit te werken in een beleidsregelen een actief intrekkingsbeleid te hanteren. In deze beleidsregels zijn richtlijnen opgenomenover de procedure die wordt doorlopen en moet leiden tot het intrekken van (oude)omgevingsvergunningen. Hiermee wordt voorkomen dat aan ‘verouderde’ activiteiten, diemogelijk niet meer voldoen aan de op dat moment geldende voorschriften (Bouwbesluit,bouwverordening), uitvoering wordt gegeven. Onder meer eisen ten aanzien vanbrandveiligheid en constructieve veiligheid worden in de loop van dejaren aangescherpt om onveilige situaties zoveel mogelijk te voorkomen.</al><al>Met de beleidsregels wordt ook een deel rechtszekerheid en rechtsgelijkheid gecreëerd voorbetrokken partijen en belanghebbenden, aangezien iedereen weet wanneer een nietuitgevoerde omgevingsvergunning door het college wordt ingetrokken. Tevens kunnen debeleidsregels bijdragen aan een goede ruimtelijke ordening, met name bij veranderdeplanologische inzichten.</al><al><vet>Bouwverordening</vet></al><al>In de Wabo zijn in artikel 2.33, lid 2 de facultatieve intrekkingsgronden voor o.a. eenomgevingsvergunning met een bouwcomponent opgenomen. In sub a van dit artikel is de 26weken termijn die voorheen was opgenomen in de gemeentelijke bouwverordening. Artikel4.1 is in de Bouwverordening (13e serie wijzigingen) komen te vervallen enopgenomen in artikel 2.33, lid 2, sub a van de Wabo.</al><al><vet>Wet Basisregistraties Adressen en Gebouwen</vet></al><al>Ten slotte is dit beleid wenselijk vanuit het oogpunt van de Basis Gebouwen Registratie(BGR). In de BGR worden gegevens en brondocumenten (in dit geval de</al><al>omgevingsvergunning) vastgelegd van onder meer panden en verblijfsobjecten. Het verlenenvan een omgevingsvergunning kan leiden tot het ontstaan, vervallen of uitbreiden van eenpand of verblijfsobject. Vanaf het moment dat de omgevingsvergunning voor de activiteitbouwen is verleend, worden de (voorlopige) gegevens van een nieuw of gewijzigd panden/of verblijfsobject vastgelegd in de Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG). Het</al><al>betreft gegevens als de nummeraanduiding (huisnummer), het bouwjaar, het gebruiksdoel,de gebruiksoppervlakte en de geometrie.</al><al>In de BGR wordt ook de levensloop van het pand en/of het verblijfsobject vastgelegd. Dezelevensloop start bij het afgeven van de omgevingsvergunning. Om te waarborgen dat demeest actuele gegevens in de BAG worden vastgelegd heeft het de voorkeur eerderopgenomen voorlopige gegevens uit de BAG te verwijderen op het moment dat duidelijkwordt dat een verleende omgevings-vergunning niet wordt geëffectueerd. De actualiteit wordtgewaarborgd door het vaststellen van en actief uitvoering geven aan het intrekkingsbeleid.</al><al><vet>Toelichting artikelsgewijs</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr></kop><al>Dit artikel bepaalt dat, indien er geen ‘urgente en zwaarwegende planologische belangen’zijn, een omgevingsvergunning waarvan geen gebruik is gemaakt na 104 weken na hetonherroepelijk worden van de verleende omgevingsvergunning, wordt ingetrokken. Determijn van 104 weken is tot stand gekomen, rekeninghoudend met diverse aspecten dieinvloed kunnen hebben op de uitvoering van de activiteiten. Hierbij kan worden gedacht aan:</al><al> o De planning van de bouw (moment vergunningverlening, aanvraag offertes, de keuze</al><al> van en de planning van de aannemer);</al><al> o Vertragende omstandigheden als het weer en persoonlijke gebeurtenissen;</al><al>Sub e en f van dit artikel bieden de mogelijkheid om in concrete gevallen een ruimere termijnte bieden met een maximum van 156 weken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr></kop><al>Dit artikel bepaalt dat een omgevingsvergunning, waarbij de activiteit gedurende 26 wekenaaneengesloten heeft stilgelegen, wordt ingetrokken. De termijn start op het moment van deconstatering dat de activiteit stilligt.</al><al>De termijn die hier wordt gehanteerd is aanzienlijk korter dan bij het uitblijven van deaanvang van de activiteit. Reden hiervoor is dat wanneer wordt geconstateerd dat deuitvoering stilligt er al een aanzienlijke periode is verstreken vanaf het onherroepelijk wordenvan de omgevingsvergunning. Daarnaast zijn niet voltooide bouwwerken e.d. bouwkundig enruimtelijk ongewenst. Het komt de bouw en het bouwwerk niet ten goede wanneer deconstructie en bouwelementen langdurig in ‘weer en wind’ liggen. Ten aanzien van hetstraatbeeld is een gebouw in aanbouw niet wenselijk. In een nieuwbouwwijk kan dit tevensongewenstegevolgen hebben gezien de fasering en inrichting van het openbaar terrein zoals destraatinrichting.</al><al>Sub d en e van dit artikel bieden de mogelijkheid om in concrete gevallen een ruimeretermijn te bieden met een maximum van 104 weken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr></kop><al>In dit artikel worden situaties omschreven, waarbij sprake is van een concreet geval, op</al><al>grond waarvan een ruimere termijn als bedoeld in artikel 2.1 en 2.2 gehanteerd kan worden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr></kop><al>Hierin is opgenomen dat indien de eventueel toegekende ruimere termijn voor de start ofherstart van de activiteit is verstreken en start of herstart van de activiteit is uitgebleven deomgevingsvergunning alsnog wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>In dit artikel leest u de procedure die wordt doorlopen voor het intrekken van een</al><al>omgevingsvergunning. De procedure maakt onderscheid naaromgevings-vergunningen dietot stand zijn gekomen met de reguliere en met de uitgebreide voorbereidingsprocedure.</al><al>Belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld om hun zienswijzen naar voren tebrengen. Deze worden vervolgens meegenomen in de overwegingen die leiden tot hetbesluit over intrekking van de omgevingsvergunning.</al><al>Indien een omgevingsvergunning is ingetrokken wordt dit gepubliceerd op de gemeentelijkewebsite en in het plaatselijke huis-aan-huisblad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>Dit artikel biedt de mogelijkheid om af te zien van het intrekken van de</al><al>omgevingsvergunning. Deze mogelijkheid wordt toegepast indien het intrekkingsbesluitonevenredige gevolgen heeft ten opzichte van het doel dat wordt nagestreefd.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>