<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>326751_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-03-31</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2013nbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-06-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012/57</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Verordening vastgesteld door de RegioRaad</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><officiele-inhoudsopgave><al>Regionale Huisvestingsverordening</al><al>Stadsregio Amsterdam 2013</al><al>Inhoudsopgave</al><al>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen 4</al><al>Artikel 1 Definities 4</al><al>Hoofdstuk 2 Verdeling van woonruimte 5</al><al>AFDELING I WOONRUIMTEVERDELING 5</al><al>Paragraaf 1 Werkingsgebied 5</al><al>Artikel 2 Werkingsgebied 5</al><al>Artikel 3 Reikwijdte vergunningplicht 6</al><al>Artikel 4 Toelatingscriteria 6</al><al>Paragraaf 2 Procedure aanvraag huisvestingsvergunning 6</al><al>Artikel 5 Aanvraag vergunning en in te dienen bescheiden 6</al><al>Artikel 6 Beslistermijn 6</al><al>Artikel 7 Gegevens op vergunning 7</al><al>Paragraaf 3 Vergunningverlening 7</al><al>Artikel 8 Criteria voor vergunningverlening 7</al><al>Artikel 9 Passendheid: relatie huur- inkomen 7</al><al>Artikel 10 Passendheid: bezettingsnormen 7</al><al>Artikel 11 Woningruil en wisselwoning 7</al><al>Artikel 12 Vruchteloze aanbieding 8</al><al>Artikel 13 Intrekken vergunning 8</al><al>Paragraaf 4 Urgentie 8</al><al>Artikel 14 Urgentie 8</al><al>Artikel 15 Nadere uitwerking 9</al><al>Paragraaf 5 Leegmelding en voordracht 9</al><al>Artikel 16 Werkingsgebied 9</al><al>Artikel 17 Leegmelding 10</al><al>Artikel 18 Voordracht 10</al><al>AFDELING II VERDELING VAN STANDPLAATSEN WOONWAGENS 10</al><al>Paragraaf 6 Standplaatsen voor woonwagens 10</al><al>Artikel 19 Werkingsgebied 10</al><al>Artikel 20 Reikwijdte vergunningplicht 10</al><al>Artikel 21 Inschrijving register 11</al><al>Artikel 22 In te dienen bescheiden 11</al><al>Artikel 23 Criteria voor vergunningverlening 11</al><al>Artikel 24 Intrekken vergunning 12</al><al>Artikel 25 Nadere uitwerking 12</al><al>Hoofdstuk 3 Wijziging van de woonruimtevoorraad 12</al><al>AFDELING I ONTTREKKING, SAMENVOEGING EN OMZETTING 12</al><al>Paragraaf 1 Werkingsgebied 12</al><al>Artikel 26 Werkingsgebied 12</al><al>Artikel 27 Reikwijdte vergunningsplicht 13</al><al>Paragraaf 2 Procedure aanvraag onttrekkingsvergunning 13</al><al>Artikel 28 Aanvraag vergunning 13</al><al>Artikel 29 Op te nemen gegevens 13</al><al>Artikel 30 In te dienen bescheiden 13</al><al>Artikel 31 Beslistermijn 14</al><al>Artikel 32 Samenloop onttrekking en bouwen 14</al><al>Artikel 33 Beschikkingsvereisten 14</al><al>Paragraaf 3 Vergunningverlening 14</al><al>Artikel 34 Criteria voor vergunningverlening 14</al><al>Artikel 35 Voorwaarden en voorschriften 15</al><al>Artikel 36 Intrekken vergunning 15</al><al>Artikel 37 Tijdelijke onttrekking 15</al><al>Paragraaf 4 Tijdelijke onttrekking voor short stay (kort wonen) 16</al><al>Artikel 38 Vergunning voor short stay 16</al><al>Artikel 39 In de aanvraag op te nemen gegevens en bescheiden 16</al><al>Artikel 40 Belangenafweging 16</al><al>Artikel 41 Quotum 16</al><al>AFDELING II SPLITSING 16</al><al>Paragraaf 5 Werkingsgebied 16</al><al>Artikel 42 Werkingsgebied 17</al><al>Artikel 43 Reikwijdte vergunningplicht 17</al><al>Paragraaf 6 Procedure aanvraag splitsingsvergunning 17</al><al>Artikel 44 Aanvraag vergunning 17</al><al>Artikel 45 Op te nemen gegevens 17</al><al>Artikel 46 In te dienen bescheiden 18</al><al>Artikel 47 Beslistermijn 18</al><al>Artikel 48 Beschikkingsvereisten 18</al><al>Paragraaf 7 Vergunningverlening 18</al><al>Artikel 49 Weigeringsgronden 18</al><al>Artikel 50 Aanhoudingsgronden 19</al><al>Artikel 51 Voorwaarden en verplichtingen 20</al><al>Artikel 52 Vergunningverlening corporaties 21</al><al>Artikel 53 Quotum 21</al><al>Artikel 54 Intrekken vergunning 21</al><al>Hoofdstuk 4 Verdere bepalingen 21</al><al>Paragraaf 1 Wijzigingen 21</al><al>Artikel 55 Overleg bij wijziging 21</al><al>Artikel 56 Overeenkomsten 21</al><al>Paragraaf 2 Verslaglegging en monitoring 21</al><al>Artikel 57 Verstrekken van inlichtingen 22</al><al>Paragraaf 3 Handhaving en toezicht 22</al><al>Artikel 58 Handelen in strijd met onttrekkingsvergunning 22</al><al>Artikel 59 Bestuurlijke boete 22</al><al>Paragraaf 4 Restbepalingen 22</al><al>Artikel 60 Mandaat 22</al><al>Artikel 61 Uitleg verordening 22</al><al>Artikel 62 Hardheidsclausule 22</al><al>Hoofdstuk 5 Overgangs- en slotbepalingen 22</al><al>Artikel 63 Experimenten 22</al><al>Artikel 64 Overgangsbepalingen 22</al><al>Artikel 65 Citeertitel 23</al><al>Artikel 66 Inwerkingtreding 23</al><al>Bijlage 1 24</al><al>Bijlage 2 25</al><al>Bijlage 3 26</al><al>Bijlage 4 27</al><al>Bijlage 5 28</al><al>Toelichting Regionale huisvestingsverordening 29</al></officiele-inhoudsopgave><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Huisvestingsbesluit.</al></li><li nr="b."><al>Burgemeester en wethouders: het College van burgemeester en
                                wethouders.</al></li><li nr="c."><al>Complex: een aaneengesloten groep woonruimten die als eenheid is
                                aangewezen.</al></li><li nr="d."><al>Convenant: Convenant woonruimteverdeling Stadsregio Amsterdam
                                2013.</al></li><li nr="e."><al>Corporaties: toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 70,
                                eerste lid van de Woningwet die werkzaam zijn in één of meer
                                gemeenten van de Stadsregio Amsterdam.</al></li><li nr="f."><al>Dagelijks Bestuur: het dagelijks bestuur van de Stadsregio
                                Amsterdam.</al></li><li nr="g."><al>Huishouden: een alleenstaande dan wel twee personen met of zonder
                                kinderen, die een gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te
                                voeren.</al></li><li nr="h."><al>Huisvestingsvergunning: de vergunning, bedoeld in artikel 7 van de
                                wet.</al></li><li nr="i."><al>Huurprijs: de prijs die bij huur of verhuur is verschuldigd voor het
                                enkele gebruik van een woonruimte of standplaats voor een woonwagen,
                                uitgedrukt in een bedrag per maand berekend volgens het
                                woningwaarderingstelsel behorende bij het Besluit huurprijzen
                                woonruimte.</al></li><li nr="j."><al>Huurprijsgrens: het daaromtrent in artikel 6, derde lid, onder b van
                                de wet bepaalde.</al></li><li nr="k."><al>Inkomen: rekeninkomen als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder i
                                van de Wet op de huurtoeslag.</al></li><li nr="l."><al>Koopprijsgrens: de grens bedoeld in artikel 15, lid 1, sub a van de
                                Wet bevordering eigenwoningbezit, welke grens met ingang van 1
                                januari van elk jaar wordt aangepast overeenkomstig artikel 41,
                                eerste lid, van de Wet bevordering eigenwoningbezit.</al></li><li nr="m."><al>Koopwoningen: woonruimte die door de eigenaar in de zin van het
                                burgerlijk wetboek wordt bewoond.</al></li><li nr="n."><al>Onttrekkingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 30,
                                eerste lid, van de wet.</al></li><li nr="o."><al>Onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet-zijnde woonruimte
                                bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft of welke niet
                                door een huishouden zelfstandig kan worden bewoond, zonder dat dit
                                huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen
                                buiten die woonruimte, waarbij als wezenlijke voorzieningen worden
                                aangemerkt: keuken en toilet.</al></li><li nr="p."><al>Regioraad: het algemeen bestuur van de Stadsregio Amsterdam.</al></li><li nr="q."><al>Rekenhuur: de prijs die bij huur en verhuur per maand is
                                verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte zoals
                                omschreven in artikel 5 van de Wet op de huurtoeslag.</al></li><li nr="r."><al>Short stay: het structureel aanbieden van een zelfstandige
                                woonruimte voor tijdelijke bewoning aan één huishouden voor een
                                aaneensluitende periode van tenminste één week en maximaal zes
                                maanden.</al></li><li nr="s."><al>Splitsingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 33 van de
                                wet.</al></li><li nr="t."><al>Stadsregio Amsterdam: WGR+-regio in de zin van artikel 104 van de
                                Wet gemeenschappelijke regelingen dat bestaat uit de gemeenten
                                Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Diemen, Edam-Volendam,
                                Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend,
                                Uithoorn, Waterland, Wormerland, Zaanstad en Zeevang.</al></li><li nr="u."><al>Standplaats: een standplaats zoals benoemd in artikel 1, eerste lid
                                onder e van de wet.</al></li><li nr="v."><al>Traditionele doelgroep: de groep (degenen) die volgens de bepalingen
                                in artikel 18 van de voormalige Woonwagenwet voor een
                                bewonersverklaring in aanmerking kon (konden) komen.</al></li><li nr="w."><al>Tweede woning huur: woonruimte met een rekenhuur hoger dan de
                                huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13 eerste lid onder a van de
                                Wet op de huurtoeslag, die niet permanent wordt gebruikt door een en
                                dezelfde natuurlijke persoon die huurder is.</al></li><li nr="x."><al>Tweede woning koop: woonruimte die wordt gebruikt door een
                                natuurlijk persoon die eigenaar is in de zin van het burgerlijk
                                wetboek en die zijn hoofdverblijf niet heeft in de gemeente
                                Amsterdam, waarbij het om niet meer dan één woonruimte kan
                                gaan.</al></li><li nr="y."><al>Wet: de Huisvestingswet.</al></li><li nr="z."><al>Woningruil: ruil waarbij twee of meer huishoudens zich daadwerkelijk
                                vestigen in elkaars woning.</al></li><li nr="aa."><al>Woongroep: een samenlevingsverband bestaande uit tenminste drie
                                personen tussen wie geen familierechtelijke relatie bestaat.</al></li><li nr="bb."><al>Woonoppervlak: het gezamenlijk oppervlak van de vertrekken zoals dat
                                wordt berekend volgens het Besluit huurprijzen woonruimte.</al></li><li nr="cc."><al>Woonwagen: een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een
                                standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden
                                verplaatst.</al></li><li nr="dd."><al>Zelfstandige woonruimte: woonruimte die een eigen toegang heeft en
                                welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit
                                huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen
                                buiten de woonruimte.</al></li><li nr="ee."><al>Zoekprofiel: de beperking die een huishouden in het bezit van een
                                urgentieverklaring krijgt opgelegd bij het zoeken naar zelfstandige
                                woonruimte.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Verdeling van woonruimte</titel></kop><structuurtekst><al>AFDELING I WOONRUIMTEVERDELING</al><al>Paragraaf 1 Werkingsgebied</al><al>Artikel 2 Werkingsgebied</al><lijst><li nr="1."><al>Het bepaalde in deze afdeling is van toepassing in de volgende
                                gemeenten:</al><lijst><li nr="a."><al>Amstelveen;</al></li><li nr="b."><al>Amsterdam;</al></li><li nr="c."><al>Beemster;</al></li><li nr="d."><al>Diemen;</al></li><li nr="e."><al>Landsmeer;</al></li><li nr="f."><al>Oostzaan;</al></li><li nr="g."><al>Ouder-Amstel;</al></li><li nr="h."><al>Purmerend;</al></li><li nr="i."><al>Waterland;</al></li><li nr="j."><al>Wormerland;</al></li><li nr="k."><al>Zeevang.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In de gemeenten genoemd in het eerste lid worden als woonruimten als
                                bedoeld in artikel 5 van de wet aangewezen alle zelfstandige
                                huurwoningen met een rekenhuur tot de huurtoeslaggrens als bedoeld
                                in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag
                                (664,66 euro prijspeil 1 januari 2012).</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid worden in de gemeente Amsterdam
                                zelfstandige huurwoningen in eigendom van een corporatie die
                                deelneemt aan het Convenant niet aangewezen.</al></li><li nr="4."><al>In de gemeenten Amstelveen, Amsterdam, Landsmeer, Oostzaan,
                                Ouder-Amstel en Purmerend worden tevens als woonruimten als bedoeld
                                in artikel 5 van de wet aangewezen alle nieuwbouwkoopwoningen met
                                een koopprijs beneden de koopprijsgrens (163.625 euro prijspeil 1
                                januari 2009) die in gebruik worden genomen door de eigenaar ervan
                                en die niet eerder bewoond zijn geweest.</al></li><li nr="5."><al>In afwijking van het tweede en derde lid is deze afdeling niet van
                                toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>Onzelfstandige woonruimte en woonruimte voor inwoning;</al></li><li nr="b."><al>Woonschepen en ligplaatsen voor woonschepen;</al></li><li nr="c."><al>Woonwagens en standplaatsen voor woonwagens;</al></li><li nr="d."><al>De complexen genoemd in bijlage één behorende bij deze
                                        verordening.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>In gemeente Amsterdam is paragraaf 4 is niet van toepassing.</al></li></lijst><al>Artikel 3 Reikwijdte vergunningplicht</al><al>Het is verboden de in artikel 2 aangewezen woonruimte zonder een
                        huisvestingsvergunning:</al><lijst><li nr="a."><al>in gebruik te nemen voor bewoning;</al></li><li nr="b."><al>in gebruik te geven aan een huishouden.</al></li></lijst><al>Artikel 4 Toelatingscriteria</al><al>Om toegelaten te worden tot de in artikel 2 genoemde woonruimten gelden de
                        volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>tenminste één van de leden van het huishouden is achttien jaar of
                                ouder;</al></li><li nr="b."><al>de leden van het huishouden bezitten de Nederlandse nationaliteit of
                                worden op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander
                                behandeld of zijn vreemdeling en verblijven rechtmatig in Nederland
                                als bedoeld in artikel 8, a t/m e en l van de Vreemdelingenwet
                                2000.</al></li></lijst><al>Paragraaf 2 Procedure aanvraag huisvestingsvergunning</al><al>Artikel 5 Aanvraag vergunning en in te dienen bescheiden</al><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag voor een huisvestingsvergunning wordt ingediend bij
                                burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente door middel van
                                een daartoe vastgesteld formulier en gaat vergezeld van de volgende
                                bewijsstukken:</al><lijst><li nr="a."><al>recente inkomensgegevens van werkgever, uitkeringsinstantie
                                        of pensioeninstantie dan wel de meest recente aanslag
                                        inkomstenbelasting of een accountantsverklaring indien
                                        aanvrager zelfstandig werkzaam is;</al></li><li nr="b."><al>een uittreksel uit de Gemeentelijke Basisadministratie van
                                        de woonplaats van aanvrager;</al></li><li nr="c."><al>een geldig identiteitsbewijs;</al></li><li nr="d."><al>een geldig verblijfsdocument indien aanvrager niet de
                                        Nederlandse nationaliteit bezit;</al></li><li nr="e."><al>bij een nieuwbouwkoopwoning: een afschrift van het
                                        eigendomsbewijs of de</al></li></lijst></li></lijst><al>koopovereenkomst.</al><lijst><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om nadere gegevens te vragen
                                die nodig zijn om de aanvraag te beoordelen.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders nemen de aanvraag niet verder in
                                behandeling indien de aanvrager niet aannemelijk kan maken dat hij,
                                indien hij een huisvestingsvergunning krijgt voor de in de aanvraag
                                aangegeven woonruimte, de woonruimte daadwerkelijk in gebruik zal
                                nemen.</al></li></lijst><al>Artikel 6 Beslistermijn</al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na datum van
                                indiening op de aanvraag voor een huisvestingsvergunning.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de beslistermijn eenmalig te
                                verlengen met vier weken.</al></li></lijst><al>Artikel 7 Gegevens op vergunning</al><lijst><li nr="1."><al>De beschikking op de aanvraag bevat tenminste:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de samenstelling van het huishouden dat de woonruimte wil
                                        betrekken;</al></li><li nr="c."><al>het adres van de woonruimte waar de aanvraag betrekking op
                                        heeft;</al></li><li nr="d."><al>de mededeling dat binnen vier weken van de vergunning
                                        gebruik wordt gemaakt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen in de beschikking tevens opnemen
                                dat de vergunning slechts geldig is indien het gehele huishouden dan
                                wel de gehele woongroep waarvoor de vergunning is verleend, de
                                woonruimte betrekt.</al></li></lijst><al>Paragraaf 3 Vergunningverlening</al><al>Artikel 8 Criteria voor vergunningverlening</al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders verlenen de huisvestingsvergunning voor
                                het betrekken van een huurwoning, indien het huishouden voldoet aan
                                de volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>het huishouden voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel
                                        4;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager voldoet aan de passendheidseisen bedoeld in
                                        artikel 9 en 10;</al></li><li nr="c."><al>er is geen andere gegadigde die op grond van een
                                        urgentieverklaring als bedoeld in artikel 14 eerder in
                                        aanmerking komt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders verlenen de huisvestingsvergunning voor
                                het betrekken van een nieuwbouwkoopwoning die niet eerder bewoond is
                                geweest indien het huishouden voldoet aan de voorwaarden genoemd in
                                artikel 4.</al></li></lijst><al>3 Per huishouden wordt slechts één huisvestingsvergunning verleend.</al><al>Artikel 9 Passendheid: relatie huur- inkomen</al><lijst><li nr="1."><al>Het inkomen van het huishouden staat in een redelijke verhouding tot
                                de huurprijs van de woonruimte zoals geformuleerd in tabel 1 in
                                bijlage 2.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op een
                                huishouden dat een huurwoning van een corporatie betrekt.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen indien de toestand op de
                                woningmarkt daarvoor aanleiding geeft andere inkomenscriteria
                                vaststellen dan die worden genoemd in het eerste lid.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders informeren het dagelijks bestuur binnen
                                één maand na vaststelling van afwijkende inkomenscriteria genoemd in
                                het derde lid over die afwijkende criteria.</al></li></lijst><al>Artikel 10 Passendheid: bezettingsnormen</al><lijst><li nr="1."><al>De omvang van het huishouden moet passen bij de grootte van de
                                woonruimte overeenkomstig de regels genoemd in bijlage 3.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen indien de toestand op de
                                woningmarkt daarvoor aanleiding geeft afwijkende bezettingsnormen
                                vaststellen dan die worden genoemd in het eerste lid.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders informeren het dagelijks bestuur binnen
                                één maand na vaststelling van afwijkende bezettingsnormen genoemd in
                                het tweede lid over die afwijkende normen.</al></li></lijst><al>Artikel 11 Woningruil en wisselwoning</al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders verlenen in het geval van woningruil, een
                                huisvestingsvergunning indien:</al><lijst><li nr="a."><al>op voorhand niet te voorzien is dat ingebruikneming van de
                                        woning door een van de partijen van beperkte duur zal zijn
                                        en</al></li><li nr="b."><al>het een woonruimte betreft met een bijzondere bestemming,
                                        zoals een met subsidie voor een gehandicapte aangepaste
                                        woonruimte of woning in een beschermde woonomgeving en het
                                        huishouden voor een dergelijke woning in aanmerking komt
                                        en</al></li><li nr="c."><al>voldaan wordt aan de bezettingsnormen bedoeld in artikel
                                        10.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Geen huisvestingsvergunning zal worden verleend, indien sprake is
                                van woningruil en één van de betrokken woonruimten een wisselwoning
                                betreft of een woonruimte die krachtens besluit van burgemeester en
                                wethouders is bestemd om in het kader van een stedelijk
                                vernieuwingsplan te worden ontruimd.</al></li></lijst><al>Artikel 12 Vruchteloze aanbieding</al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders verlenen ontheffing van één of meer
                                criteria voor het verlenen van een huisvestingsvergunning indien de
                                woonruimte gedurende dertien weken, tenminste twee keer, tevergeefs
                                is aangeboden via een lokaal of regionaal medium aan woningzoekenden
                                die ingevolge artikel 8 voor de woonruimte in aanmerking komen. Geen
                                ontheffing kan worden verleend van het criterium
                                verblijfsstatus.</al></li><li nr="2."><al>De termijn van dertien weken genoemd in het eerste lid, start op de
                                datum waarop de eerste advertentie is verschenen.</al></li><li nr="3."><al>De woonruimte wordt aangeboden tegen een redelijke huur- of
                                koopprijs.</al></li><li nr="4."><al>In afwijking van het eerste lid verlenen burgemeester en wethouders,
                                nadat hun door verhuurders is aangetoond dat een bepaalde categorie
                                huurwoningen minder goed verhuurbaar is, voor die bepaalde categorie
                                huurwoningen ontheffing van één of meer criteria voor een
                                huisvestingsvergunning, uitgezonderd het criterium verblijfstatus,
                                voor een nader vast te stellen periode.</al></li></lijst><al>Artikel 13 Intrekken vergunning</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken,
                        indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergunninghouder de in de vergunning vermelde woonruimte niet
                                binnen de genoemde termijn in gebruik heeft genomen;</al></li><li nr="b."><al>de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder
                                verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kan
                                vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.</al></li></lijst><al>Paragraaf 4 Urgentie </al><al>Artikel 14 Urgentie</al><lijst><li nr="1."><al>Een huishouden dat voldoet aan de criteria genoemd in het artikel 4
                                en dat geen gebruik kan maken van een voorliggende voorziening, kan
                                een urgentieverklaring aanvragen bij burgemeester en wethouders op
                                een daartoe door hen vastgesteld formulier.</al></li><li nr="2."><al>Een urgentieverklaring kan worden verleend indien de aanvrager:</al><lijst><li nr="a."><al>in een acute noodsituatie verkeert;</al></li><li nr="b."><al>op grond van medische of sociale redenen dringend woonruimte
                                        nodig heeft;</al></li><li nr="c."><al>moet omzien naar een woonruimte na verblijf in een
                                        psychiatrische instelling, een opvanghuis of een erkende
                                        hulp- of dienstverleningsinstelling;</al></li><li nr="d."><al>woonruimte nodig heeft in verband met de sloop of
                                        ingrijpende renovatie van de huidige woning of bij
                                        herstructurering van het gebied waarin deze woonruimte is
                                        gelegen;</al></li><li nr="e."><al>houder is van een verblijfsvergunning, verleend op grond van
                                        een asielverzoek, als omschreven in artikel 8 onder a t/m e
                                        en l van de Vreemdelingenwet 2000 en die na verlening van de
                                        vergunning voor de eerste maal woonruimte zoekt.</al></li><li nr="f."><al>valt onder de door het Rijk aangewezen groepen;</al></li><li nr="g."><al>valt onder de door burgemeester en wethouders aangewezen
                                        groepen van kandidaten.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouder beslissen zo spoedig mogelijk, doch
                                uiterlijk binnen acht weken na de datum van ontvangst van de
                                aanvraag.</al></li><li nr="4."><al>De beslistermijn kan eenmalig met ten hoogste vier weken worden
                                verlengd.</al></li><li nr="5."><al>Op of bij de urgentieverklaring vermelden burgemeester en wethouders
                                de volgende informatie:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam, het adres en de woonplaats;</al></li><li nr="b."><al>de geboortedatum;</al></li><li nr="c."><al>het dossiernummer;</al></li><li nr="d."><al>de datum van inschrijving;</al></li><li nr="e."><al>het zoekprofiel;</al></li><li nr="f."><al>de wijze van bemiddeling.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Deze verklaring is alleen geldig in de gemeente waar deze is
                                afgegeven.</al></li><li nr="7."><al>In afwijking van het zesde lid zijn verklaringen voor
                                stadsvernieuwingsurgenten afgegeven in de gemeenten Amstelveen,
                                Amsterdam, Haarlemmermeer, Purmerend Uithoorn en Zaanstad geldig in
                                de zes genoemde gemeenten.</al></li><li nr="8."><al>De urgentieverklaring is geldig voor ten hoogste 52 weken.</al></li><li nr="9."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de geldigheidsduur van de
                                verklaring verlengen voor bijzondere gevallen of bijzondere
                                urgentiecategorieën.</al></li><li nr="10."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de urgentieverklaring intrekken
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het huishouden niet meer in de omstandigheden verkeert op
                                        basis waarvan de verklaring is verleend;</al></li><li nr="b."><al>indien de feitelijke omstandigheden niet overeenstemmen met
                                        de beschrijving van die omstandigheden in de Gemeentelijke
                                        Basisadministratie;</al></li><li nr="c."><al>het huishouden daarom verzoekt;</al></li><li nr="d."><al>de urgentieverklaring is verleend op grond van door het
                                        huishouden verstrekte gegevens waarvan de aanvrager wist of
                                        redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
                                        waren;</al></li><li nr="e."><al>het huishouden een aanbieding van een naar het oordeel van
                                        burgemeester en wethouders passende woonruimte heeft
                                        geweigerd, of</al></li><li nr="f."><al>de termijn waarvoor de verklaring is verstrekt, is
                                        verstreken.</al></li></lijst></li></lijst><al>Artikel 15 Nadere uitwerking</al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders stellen in ieder geval nadere regels op
                                met betrekking tot:</al><lijst><li nr="a."><al>de procedure voor het aanvragen;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de urgentie wordt verstrekt of geweigerd;</al></li><li nr="c."><al>bemiddeling voor woonruimte;</al></li><li nr="d."><al>af te geven zoekprofielen voor aanvragers;</al></li><li nr="e."><al>de wijze van volgordebepaling van huishoudens met een
                                        urgentieverklaring.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders wijzen complexen aan, waar huishoudens
                                stadsvernieuwingsurgent kunnen worden.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders stellen voor de op grond van het tweede
                                lid aangewezen complexen een peildatum vast.</al></li></lijst><al>Paragraaf 5 Leegmelding en voordracht</al><al>Artikel 16 Werkingsgebied</al><al>Deze paragraaf is van toepassing in de gemeenten:</al><lijst><li nr="a."><al>Amstelveen;</al></li><li nr="b."><al>Amsterdam;</al></li><li nr="c."><al>Diemen;</al></li><li nr="d."><al>Landsmeer;</al></li><li nr="e."><al>Oostzaan;</al></li><li nr="f."><al>Ouder-Amstel.</al></li></lijst><al>Artikel 17 Leegmelding</al><lijst><li nr="1."><al>De eigenaar van een woonruimte aangewezen in artikel 2, is verplicht
                                het ter beschikking komen van die woning binnen vijf werkdagen aan
                                burgemeester en wethouder te melden. De melding geschiedt op een
                                door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid niet van toepassing voor eigenaren van woonruimte die
                                deelnemen aan het Convenant.</al></li><li nr="3."><al>Een woonruimte wordt geacht ter beschikking te zijn gekomen,
                                wanneer:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die de woonruimte in gebruik heeft, aan de eigenaar
                                        het gebruik daarvan heeft opgezegd;</al></li><li nr="b."><al>de woonruimte is ontruimd op basis van een uitspraak van de
                                        burgerlijke rechter of op last van de officier van justitie,
                                        dan wel vaststaat dat ontruiming rechtens mogelijk is;</al></li><li nr="c."><al>de woonruimte niet langer als zodanig in gebruik is;</al></li><li nr="d."><al>op enigerlei andere wijze is gebleken dat de woonruimte te
                                        huur of vrij van huur te koop is;</al></li><li nr="e."><al>de woonruimte niet langer wordt bewoond door de laatste
                                        bewoner die de</al></li></lijst></li></lijst><al>woonruimte als hoofdverblijf in gebruik had overeenkomstig de regels,
                        gesteld bij of krachtens de Huisvestingswet;</al><lijst><li nr="f."><al>de woonruimte na woningverbetering of verbouwing weer voor bewoning
                                geschikt is.</al><lijst><li nr="4."><al>De eigenaar is verplicht tot leegmelding van woonruimte aan
                                        burgemeester en wethouders, op het moment dat een woonruimte
                                        langer dan twee maanden leegstaat of zal leegstaan.</al></li></lijst></li></lijst><al>Artikel 18 Voordracht</al><lijst><li nr="1."><al>De eigenaar kan bij de melding als bedoeld in artikel 17, eerste lid
                                een huishouden voordragen.</al></li><li nr="2."><al>De eigenaar draagt in ieder geval binnen vier weken na melding van
                                beschikbaar komen van de woning een huishouden voor.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders verlenen een huisvestingsvergunning,
                                indien het voorgedragen huishouden voldoet aan de criteria genoemd
                                in artikel 8.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen in door hen bepaalde gevallen
                                binnen twee weken na de melding van beschikbaar komen, bij de
                                eigenaar van een ter beschikking gekomen woonruimte een
                                woningzoekende voordragen.</al></li><li nr="5."><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de
                                voordrachtsregeling genoemd in het vierde lid.</al></li><li nr="6."><al>Burgemeester en wethouders weigeren de voordracht indien door de
                                eigenaar is gehandeld met de kennelijke strekking afbreuk te doen
                                aan de werking van de regels die bij of krachtens de wet zijn
                                gesteld.</al></li></lijst><al>AFDELING II VERDELING VAN STANDPLAATSEN WOONWAGENS</al><al>Paragraaf 6 Standplaatsen voor woonwagens</al><al>Artikel 19 Werkingsgebied</al><al>In de gemeenten Amstelveen, Amsterdam, Oostzaan, Ouder-Amstel en
                        Purmerend</al><al>worden alle standplaatsen aangewezen als woonruimte als bedoeld in artikel
                        1, derde lid onder a, van de wet.</al><al>Artikel 20 Reikwijdte vergunningplicht</al><al>Het is verboden zonder een huisvestingsvergunning een aangewezen standplaats
                        in gebruik te nemen of te geven.</al><al>Artikel 21 Inschrijving register</al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders houden een register bij van
                                standplaatszoekenden. Het register vermeldt de standplaatszoekenden
                                in volgorde van inschrijvingsdatum.</al></li><li nr="2."><al>Om op de in het eerste lid genoemde lijst te kunnen worden
                                ingeschreven moet de standplaatsgerechtigde aantonen dat hij voldoet
                                aan de criteria genoemd in artikel 4.</al></li><li nr="3."><al>De inschrijving in het register is geldig voor één jaar.
                                Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van de inschrijving
                                verlengen.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders verstrekken aan de standplaatszoekende
                                een bewijs van inschrijving, waarop in ieder geval de volgende
                                gegevens zijn vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>inschrijvingsnummer;</al></li><li nr="b."><al>datum van inschrijving;</al></li><li nr="c."><al>naam en adres van aanvrager.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Burgemeester en wethouders halen een inschrijving door in het
                                register indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de standplaatszoekende niet meer aan de vereisten voor
                                        inschrijving voldoet;</al></li><li nr="b."><al>de standplaatszoekende daarom verzoekt;</al></li><li nr="c."><al>de standplaatszoekende is overleden;</al></li><li nr="d."><al>de geldigheidstermijn van de inschrijving is
                                        verstreken;</al></li><li nr="e."><al>de standplaatszoekende een standplaats of woning in
                                        Nederland krijgt toegewezen en deze accepteert;</al></li><li nr="f."><al>de standplaatszoekende een standplaats achterlaat bij
                                        toewijzen en acceptatie van een woning;</al></li><li nr="g."><al>de standplaatszoekende gegevens heeft verstrekt bij de
                                        inschrijving waarvan deze wist of redelijkerwijs kan
                                        vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren;</al></li><li nr="h."><al>de standplaatszoekende niet binnen tien dagen zijn
                                        inschrijving heeft gecontinueerd door inzending van een door
                                        burgemeester en wethouders te verstrekken
                                        enquêteformulier.</al></li></lijst></li></lijst><al>Artikel 22 In te dienen bescheiden</al><lijst><li nr="1."><al>Bij inschrijving in het register worden de volgende bescheiden
                                overgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een uittreksel uit de Gemeentelijke Basisadministratie van
                                        de woonplaats van aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>een geldig identiteitsbewijs;</al></li><li nr="c."><al>een geldig verblijfsdocument indien aanvrager niet de
                                        Nederlandse nationaliteit bezit;</al></li><li nr="d."><al>bewijzen van inkomsten waaruit het huidige inkomen van het
                                        huishouden blijkt;</al></li><li nr="e."><al>indien de aanvrager behoort tot de groep personen genoemd in
                                        artikel 18 van de voormalige Woonwagenwet: een
                                        bewonersverklaring waaruit blijkt dat de woningzoekende
                                        daadwerkelijk tot de traditionele doelgroep behoort.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In de gemeente Amsterdam worden eveneens bescheiden overgelegd
                                waaruit blijkt dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de standplaatszoekende een bedrijf of beroep uitoefent dat
                                        verband houdt met de exploitatie van het circus- of
                                        kermisbedrijf;</al></li><li nr="b."><al>minimaal 70% van zijn/haar gemiddeld jaarinkomen over de
                                        afgelopen drie kalenderjaar binnen het onder a genoemde
                                        bedrijf of beroep heeft vergaard.</al></li></lijst></li></lijst><al>3 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om nadere gegevens te vragen die
                        nodig zijn om de inschrijving te beoordelen.</al><al>Artikel 23 Criteria voor vergunningverlening</al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders verlenen de huisvestingsvergunning voor
                                het betrekken van een standplaats, indien het huishouden voldoet aan
                                de voorwaarden genoemd in artikel 4 en het huishouden volgens de
                                volgordebepaling bedoeld in artikel 25 als eerste voor de
                                standplaats in aanmerking komt.</al></li><li nr="2."><al>Artikel 5, derde lid, artikel 6 en artikel 7, eerste lid, zijn van
                                overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Er kan één huisvestingsvergunning per huishouden worden
                                verstrekt.</al></li></lijst><al>Artikel 24 Intrekken vergunning</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken,
                        indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergunninghouder schriftelijk te kennen heeft gegeven van de
                                vergunning geen gebruik meer te willen maken;</al></li><li nr="b."><al>de vergunninghouder de in de vergunning vermelde standplaats niet
                                binnen de genoemde termijn in gebruik heeft genomen;</al></li><li nr="c."><al>de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder
                                verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kan
                                vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.</al></li></lijst><al>Artikel 25 Nadere uitwerking </al><al>Burgemeester en wethouders stellen regels op over de wijze van verdeling en
                        volgordebepaling bij toewijzing van een standplaats aan een
                        standplaatszoekende.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Wijziging van de woonruimtevoorraad</titel></kop><structuurtekst><al>AFDELING I ONTTREKKING, SAMENVOEGING EN OMZETTING</al><al>Paragraaf 1 Werkingsgebied</al><al>Artikel 26 Werkingsgebied</al><lijst><li nr="1."><al>Het bepaalde in paragraaf één tot met drie is van toepassing in de
                                volgende gemeenten:</al><lijst><li nr="a."><al>Amstelveen;</al></li><li nr="b."><al>Amsterdam;</al></li><li nr="c."><al>Beemster;</al></li><li nr="d."><al>Edam-Volendam;</al></li><li nr="e."><al>Haarlemmermeer</al></li><li nr="f."><al>Landsmeer;</al></li><li nr="g."><al>Oostzaan;</al></li><li nr="h."><al>Purmerend;</al></li><li nr="i."><al>Uithoorn;</al></li><li nr="j."><al>Waterland;</al></li><li nr="k."><al>Wormerland;</al></li><li nr="l."><al>Zeevang.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in paragraaf vier is van toepassing in de gemeente
                                Amsterdam.</al></li><li nr="3."><al>Als woonruimte als bedoeld in artikel 30 van de wet wordt in de
                                gemeente Amsterdam aangewezen alle woonruimte ongeacht huur- of
                                koopprijs met uitzondering van</al><lijst><li nr="a."><al>tweede woning huur en tweede woning koop zoals bedoeld in
                                        artikel 1 onder w en x; en</al></li><li nr="b."><al>door burgemeester en wethouders aangewezen woonruimte voor
                                        huisvesting van studenten die staan ingeschreven bij een
                                        universiteit, een hogere beroepsopleiding of een middelbare
                                        beroepsopleiding gevestigd in het gebied van de Stadsregio
                                        Amsterdam, alsmede voor promovendi verbonden aan deze
                                        instellingen, waarbij sprake is van omzetting van
                                        zelfstandige en onzelfstandige woonruimte.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Als woonruimte als bedoeld in artikel 30 van de wet, wordt in de
                                gemeente Amstelveen aangewezen, woonruimte onder de huur- en
                                koopprijsgrens.</al></li><li nr="5."><al>Als woonruimte bedoeld in artikel 30 van de wet, wordt in de
                                gemeenten Beemster, Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend,
                                Uithoorn, Waterland, Wormerland en Zeevang aangewezen:</al><lijst><li nr="a."><al>alle woonruimte ongeacht huur- of koopprijs voor zover het
                                        betreft onttrekking aan de bestemming tot bewoning;</al></li><li nr="b."><al>woonruimte onder de huur- of koopprijsgrens voor zover het
                                        betreft met andere woonruimte samenvoegen of van
                                        zelfstandige in onzelfstandige woonruimte omzetten</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Als woonruimte als bedoeld in artikel 30 van de wet wordt in de
                                gemeente Haarlemmermeer aangewezen:</al><lijst><li nr="a."><al>alle woonruimte ongeacht de huur- en koopprijs voor zover
                                        het betreft omzetting van zelfstandige woonruimte in
                                        onzelfstandige woonruimte; en</al></li><li nr="b."><al>alle woonruimte onder de huur- en koopprijsgrens voor zover
                                        het betreft onttrekking aan de bestemming tot bewoning of
                                        met andere woonruimte samen te voegen.</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>In afwijking van het derde lid wordt als werkingsgebied voor
                                paragraaf vier (short stay) aangewezen alleen woonruimte tot stand
                                gekomen vóór 2008, gelegen in de gemeente Amsterdam.</al></li></lijst><al>Artikel 27 Reikwijdte vergunningsplicht</al><al>Het is verboden om woonruimte aangewezen in artikel 26, derde tot en met
                        zevende lid zonder vergunning aan bestemming tot bewoning te onttrekken, met
                        andere woonruimte samen te voegen of van zelfstandig in onzelfstandige
                        woonruimte om te zetten.</al><al>Paragraaf 2 Procedure aanvraag onttrekkingsvergunning</al><al>Artikel 28 Aanvraag vergunning</al><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag wordt ingediend op een daartoe door burgemeester en
                                wethouders vastgesteld formulier en gaat ten minste vergezeld van de
                                in de artikelen 29 en 30 vermelde gegevens en bescheiden.</al></li><li nr="2."><al>De aanvraag en de daarbij behorende bescheiden moeten in het door
                                burgemeester en wethouders vastgestelde aantal worden
                                ingediend.</al></li><li nr="3."><al>De aanvraag mag meer dan één gebouw betreffen indien zij betrekking
                                heeft op met elkaar samenhangende gebouwen.</al></li></lijst><al>Artikel 29 Op te nemen gegevens</al><al>Bij de aanvraag worden de volgende gegevens verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van de eigenaar;</al></li><li nr="b."><al>de straat, het huisnummer en de kadastrale ligging van het gebouw
                                waarop de aanvraag betrekking heeft;</al></li><li nr="c."><al>de aard en het huidige gebruik van de woonruimte(n) waarop de
                                aanvraag betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>de namen en de adressen van de bewoners van de woonruimte(n) waarop
                                de aanvraag betrekking heeft;</al></li><li nr="e."><al>de koopprijs dan wel de feitelijk betaalde en de maximaal redelijke
                                huurprijs van de woonruimte(n) waarop de aanvraag betrekking
                                heeft;</al></li><li nr="f."><al>in geval van samenvoeging: de naam van de toekomstige bewoner, de
                                omvang van diens huishouden en de maximaal redelijke huurprijs van
                                de samen te voegen woonruimte;</al></li><li nr="g."><al>de motivering van het verzoek.</al></li></lijst><al>Artikel 30 In te dienen bescheiden</al><al>Bij de aanvraag worden de volgende bescheiden overgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>één of meer tekeningen van de plattegrond op schaal van iedere
                                verdieping van het gebouw, alsmede van de verdieping of verdiepingen
                                waarop de aanvraag betrekking heeft, met een aanduiding van de
                                beoogde bestemming;</al></li><li nr="b."><al>een situatietekening, gebaseerd op door of namens burgemeester en
                                wethouders aangegeven kaartmateriaal waaruit blijkt de situering van
                                het gebouw ten opzichte van de in de nabijheid gelegen
                                bouwwerken;</al></li><li nr="c."><al>een compensatievoorstel als bedoeld in artikel 35 eerste lid onder
                                a;</al></li><li nr="d."><al>de laatste WOZ-waardebeschikking;</al></li><li nr="e."><al>bescheiden betreffende eventueel verleende subsidies ten behoeve van
                                woningverbetering.</al></li></lijst><al>Artikel 31 Beslistermijn </al><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen twaalf weken na de dag waarop de
                        aanvraag is ingediend. Zij kunnen deze termijn eenmaal met ten hoogste vier
                        weken verlengen.</al><al>Artikel 32 Samenloop onttrekking en bouwen</al><lijst><li nr="1."><al>Indien voor het gebouw of de gebouwgedeelten waarop de aanvraag
                                betrekking heeft, tevens een omgevingsvergunning is aangevraagd, kan
                                bij de aanvraag voor overeenkomstige gegevens en bescheiden worden
                                verwezen naar de coördinatiebepaling voor vergunningaanvragen uit de
                                gemeentelijke bouwverordening voor zover die is opgenomen.</al></li><li nr="2."><al>In de situatie als bedoeld in het eerste lid, kunnen burgemeester en
                                wethouders de beslissing over een aanvraag voor de
                                onttrekkingsvergunning aanhouden.</al></li><li nr="3."><al>De aanhouding eindigt uiterlijk twee weken na de beslissing op de
                                aanvraag voor de omgevingsvergunning.</al></li></lijst><al>Artikel 33 Beschikkingsvereisten</al><al>De onttrekkingsvergunning bevat tenminste de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de woonruimte(n) waarop de beschikking betrekking heeft, aangeduid
                                met de straat, het huisnummer of de kadastrale ligging, waarbij voor
                                het overige kan worden verwezen naar de bijgevoegde bescheiden als
                                bedoeld in artikel 30; en</al></li><li nr="b."><al>de geboden reële compensatie of de verlangde financiële compensatie
                                als bedoeld in artikel 35, eerste lid onder a en b;</al></li><li nr="c."><al>de overige opgelegde voorwaarden genoemd in artikel 35, eerste lid;
                                en</al></li><li nr="d."><al>de mededeling dat binnen één jaar nadat de vergunning onherroepelijk
                                is geworden van de vergunning moet worden gebruikgemaakt dan wel de
                                termijn in geval van een tijdelijke vergunning.</al></li></lijst><al>Paragraaf 3 Vergunningverlening</al><al>Artikel 34 Criteria voor vergunningverlening</al><lijst><li nr="1."><al>Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat het belang
                                dat met de onttrekking, samenvoeging of omzetting is gediend even
                                groot is als of groter is dan het belang van het behoud of de
                                samenstelling van de woonruimtevoorraad, wordt de vergunning
                                verleend.</al></li><li nr="2."><al>Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat het belang
                                van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad groter
                                is dan het met de onttrekking, samenvoeging of omzetting gediende
                                belang wordt de vergunning verleend onder het stellen van
                                voorwaarden en voorschriften behoudens het bepaalde in het derde
                                lid.</al></li><li nr="3."><al>Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat het belang
                                van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad groter
                                is dan het met de onttrekking, samenvoeging of omzetting gediende
                                belang en dit belang niet door het stellen van voorwaarden en
                                voorschriften voldoende kan worden gediend, wordt de vergunning
                                geweigerd.</al></li><li nr="4."><al>Het behoud of de samenstelling van de woningvoorraad omvat ook de
                                leefbaarheid.</al></li></lijst><al>Artikel 35 Voorwaarden en voorschriften</al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning de volgende
                                voorwaarden en voorschriften verbinden:</al><lijst><li nr="a."><al>het toevoegen van een of meer naar het oordeel van
                                        burgemeester en wethouders gelijkwaardige woonruimte aan de
                                        woonruimtevoorraad (reële compensatie);</al></li><li nr="b."><al>het betalen van een financiële compensatie bij onttrekking
                                        van ten hoogste 12% van de WOZ-waarde van de woonruimte
                                        waarvoor de onttrekkingsvergunning is aangevraagd;</al></li><li nr="c."><al>de samenvoeging levert een woonruimte op met een huur- of
                                        koopprijs beneden de huur- of koopprijsgrens;</al></li><li nr="d."><al>de samenvoeging levert een woonruimte op met een door
                                        burgemeester of wethouders vast te stellen huur- of
                                        koopprijs;</al></li><li nr="e."><al>een te krap wonend huishouden woont na de samenvoeging van
                                        woonruimte overeenkomstig artikel 10 passend; .</al></li><li nr="f."><al>een samengevoegde woonruimte wordt gedurende een bepaalde
                                        periode toegewezen aan huishoudens met een inkomen tot een
                                        door burgemeester en wethouders bepaalde inkomensgrens;
                                        of</al></li><li nr="g."><al>het waarborgen van een geordend woon- en leefmilieu
                                        waaronder in ieder geval wordt verstaan een veilige woon- en
                                        leefomgeving.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien burgemeester en wethouders de voorwaarde genoemd in het
                                eerste lid onder b aan een vergunning willen verbinden, stellen zij
                                de hoogte van de financiële compensatie vast.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen beslissen tot:</al><lijst><li nr="a."><al>geheel of gedeeltelijke vrijstelling van compensatie zoals
                                        bedoeld in het eerste lid onder b;</al></li><li nr="b."><al>het verlenen van een vrijstelling bij samenvoeging indien
                                        door de eigenaar-bewoner een investering is gedaan ten
                                        behoeve van noodzakelijk bouwkundige herstel.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Indien op grond van het derde lid onder b vrijstelling wordt
                                verleend hangt de vrijstelling af van de hoogte van de investering
                                in relatie tot de economische waarde van de kleinste woning.</al></li><li nr="5."><al>De te ontvangen compensatie als bedoeld in eerste lid onder b, wordt
                                gestort in het lokale volkshuisvestingsfonds, dat wordt gebruikt
                                voor het realiseren van nieuwe woonruimte.</al></li></lijst><al>Artikel 36 Intrekken vergunning</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen een onttrekkingsvergunning intrekken
                        indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet binnen één jaar nadat de beschikking onherroepelijk is
                                geworden, is overgegaan tot onttrekking;</al></li><li nr="b."><al>de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder
                                verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest
                                vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren;</al></li><li nr="c."><al>niet wordt voldaan aan de bij de vergunning gestelde voorwaarden en
                                voorschriften.</al></li></lijst><al>Artikel 37 Tijdelijke onttrekking</al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een tijdelijke
                                onttrekkingsvergunning verlenen als het belang van de aanvrager
                                slechts voor een bepaalde tijd aanwezig is.</al></li><li nr="2."><al>Een tijdelijke onttrekkingsvergunning kan worden verleend voor ten
                                hoogste vijf jaar.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning voor tijdelijke
                                onttrekking de voorwaarde van financiële compensatie verbinden.</al></li><li nr="4."><al>Deze compensatie bedraagt ten hoogste 1,2 % van de WOZ-waarde van de
                                betreffende woonruimte.</al></li></lijst><al>Paragraaf 4 Tijdelijke onttrekking voor short stay (kort wonen)</al><al>Artikel 38 Vergunning voor short stay</al><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 37 kunnen burgemeester en wethouders in
                                verband met short stay een vergunning verlenen wegens de tijdelijke
                                onttrekking aan de bestemming tot bewoning van zelfstandige
                                woonruimte voor een periode van maximaal 10 jaar.</al></li><li nr="2."><al>De vergunning wordt slechts verleend indien de woonruimte geschikt
                                blijft voor bewoning.</al></li></lijst><al>Artikel 39 In de aanvraag op te nemen gegevens en bescheiden</al><al>In afwijking van het bepaalde in de artikelen 29 en 30 bevat de aanvraag de
                        volgende gegevens en bescheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>de straat, het huisnummer en de kadastrale ligging van het gebouw
                                waarop de aanvraag betrekking heeft;</al></li><li nr="b."><al>de aard en het huidige gebruik van de woonruimte(n) waarop de
                                aanvraag betrekking heeft;</al></li><li nr="c."><al>de maximaal redelijke huurprijs van de woonruimte(n) waarop de
                                aanvraag betrekking heeft aan de hand van een puntenwaardering van
                                de woonruimte volgens het woningwaarderingstelsel als bedoeld in
                                bijlage 1 behorende bij het Besluit huurprijzen woonruimte;</al></li><li nr="d."><al>uittreksel uit het kadaster ten bewijze dat de aanvrager eigenaar is
                                en een kopie van een geldig identiteitsbewijs van de eigenaar;</al></li><li nr="e."><al>de motivering van het verzoek.</al></li></lijst><al>Artikel 40 Belangenafweging</al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning tenzij het belang
                                van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad alsmede
                                de bescherming van de leefbaarheid groter is dan het belang van de
                                aanvrager.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de voorwaarden en voorschriften
                                genoemd in artikel 35 aan de vergunning short stay verbinden.</al></li></lijst><al>Artikel 41 Quotum </al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen per stadsdeel een quotum
                                vaststellen voor het maximaal aantal te verlenen vergunningen.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij verdeelbesluit bepalen dat
                                uitsluitend vergunningen worden verleend in bepaalde gebieden binnen
                                een stadsdeel.</al></li></lijst><al>AFDELING II SPLITSING</al><al>Paragraaf 5 Werkingsgebied</al><al>Artikel 42 Werkingsgebied</al><lijst><li nr="1."><al>Het bepaalde in Afdeling II is behoudens artikel 51 van toepassing
                                in de gemeenten:</al><lijst><li nr="a."><al>Amstelveen;</al></li><li nr="b."><al>Amsterdam;</al></li><li nr="c."><al>Diemen;</al></li><li nr="d."><al>Oostzaan.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In de gemeente Amsterdam worden als gebouwen aangewezen alle
                                gebouwen, tot stand gekomen vóór 1940 in het gebied zoals opgenomen
                                in bijlage 4. De gebiedsafbakening is vastgesteld bij Koninklijk
                                Besluit van 8 augustus 1977, nr. 19 (Gemeenteblad 1977, afd.3
                                volgnr. 145).</al></li><li nr="3."><al>Uitgezonderd van de aanwijzing in het tweede lid zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>gebouwen die naar het oordeel van burgemeester en wethouders
                                        door ingrijpende vernieuwbouw afdoende voldoen aan de
                                        nieuwbouweisen.</al></li><li nr="b."><al>gebouwen die eigendom zijn van coöperatieve
                                        flatexploitatievereniging en waarvan de eigendom wordt
                                        gesplitst in een zelfde aantal appartementsrechten, als het
                                        aantal lidmaatschapsrechten van de flatexploitatievereniging
                                        onder de voorwaarde dat de lidmaatschapsrechten
                                        daadwerkelijk zijn uitgegeven overeenkomstig een eerder
                                        verleende splitsingsvergunning.</al></li><li nr="c."><al>gebouwen waarin meerdere woonruimten aanwezig zijn, die alle
                                        samen in één appartementsrecht worden ondergebracht.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>In de gemeente Amstelveen worden als gebouwen aangewezen alle huur-
                                en koopwoningen beneden de huur- en koopprijsgrens.</al></li><li nr="5."><al>In de gemeente Diemen worden als gebouwen aangewezen alle
                                huurwoningen beneden de huurprijsgrens.</al></li><li nr="6."><al>In de gemeenten Oostzaan worden als gebouwen aangewezen alle
                                gebouwen bevattende woonruimte.</al></li></lijst><al>Artikel 43 Reikwijdte vergunningplicht</al><al>Het is verboden een recht op een gebouw dat behoort tot de in artikel 42
                        aangewezen categorie, zonder vergunning van burgemeester en wethouders te
                        splitsen in appartementsrechten als bedoeld in artikel 106, eerste en vierde
                        lid, boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, indien een of meer
                        appartementsrechten de bevoegdheid omvatten tot het gebruik van een of meer
                        gedeelten van het gebouw als woonruimten.</al><al>Paragraaf 6 Procedure aanvraag splitsingsvergunning</al><al>Artikel 44 Aanvraag vergunning</al><lijst><li nr="1."><al>Een splitsingsvergunning moet schriftelijk worden aangevraagd op een
                                door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier.</al></li><li nr="2."><al>De aanvraag mag meer dan één gebouw betreffen als het aangrenzende
                                gebouwen betreft.</al></li></lijst><al>Artikel 45 Op te nemen gegevens</al><lijst><li nr="1."><al>Bij de aanvraag worden de volgende gegevens verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en (correspondentie)adres van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de straat, het huisnummer en de kadastrale ligging van het
                                        gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft en het jaar van
                                        totstandkoming;</al></li><li nr="c."><al>de aard en het huidige gebruik van de woonruimte(n) waarop
                                        de aanvraag betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>de namen en de adressen van de bewoners van de woonruimte(n)
                                        waarop de aanvraag betrekking heeft;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In aanvulling op het eerste lid wordt in de gemeente Amsterdam
                                tevens de maximale huurprijs van de woonruimten van het gebouw
                                verstrekt.</al></li></lijst><al>Artikel 46 In te dienen bescheiden</al><lijst><li nr="1."><al>Bij de aanvraag worden tenminste de volgende bescheiden
                                overgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>één of meer tekeningen waaruit blijkt:</al><lijst><li nr="-"><al>de plattegrond van iedere verdieping van het
                                                gebouw;</al></li><li nr="-"><al>de lengte- en dwarsdoorsneden;</al></li><li nr="-"><al>alle gevelaanzichten;</al></li><li nr="-"><al>details die verband houden met de geluidwering en de
                                                brandveiligheid.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>een situatietekening, gebaseerd op door of namens
                                        burgemeester en wethouders aangegeven kaartmateriaal,
                                        waaruit blijkt de situering van het gebouw ten opzichte van
                                        de in de nabijheid gelegen bouwwerken;</al></li><li nr="c."><al>een splitsingsplan dat voldoet aan de vereisten als
                                        neergelegd in artikel 109 van boek 5 van het Burgerlijk
                                        Wetboek en het krachtens dat artikel vastgestelde besluit
                                        betreffende splitsing in appartementsrechten, waarin de
                                        indeling en de met de splitsing beoogde eigendomswijzigingen
                                        zijn aangegeven op ten minste de schaal 1 :100 en</al></li><li nr="d."><al>een bouwkundig rapport waaruit afdoende blijkt dat de
                                        toestand van het gebouw zich uit een oogpunt van indeling of
                                        staat van onderhoud niet tegen splitsing verzet, dan wel hoe
                                        het gebouw hiertoe zal worden aangepast.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In aanvulling op het eerste lid wordt in de gemeente Amsterdam
                                tevens een ondertekende verklaring inzake deelname aan de
                                Gedragscode splitsen Amsterdam overgelegd.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het eerste en tweede lid worden in de gemeente
                                Amsterdam bij de aanvraag voor een splitsingsvergunning door een
                                corporatie die lid is van de Amsterdamse Federatie van
                                Woningcorporaties, die bescheiden overgelegd die worden gevraagd in
                                het convenant als bedoeld in artikel 52, onder c.</al></li></lijst><al>Artikel 47 Beslistermijn</al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken na de dag
                                waarop de aanvraag is ingediend.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de beslistermijn eenmalig met
                                dertien weken verlengen.</al></li></lijst><al>Artikel 48 Beschikkingsvereisten</al><lijst><li nr="1."><al>De splitsingsvergunning bevat in ieder geval de volgende
                                gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de woonruimte(n) waarop de beschikking betrekking heeft,
                                        aangeduid met de straat, het huisnummer en/of de kadastrale
                                        ligging, waarbij in ieder geval wordt verwezen naar het
                                        splitsingsplan als bedoeld in artikel 109 boek 5 van het
                                        Burgerlijk Wetboek.</al></li><li nr="b."><al>de termijn waarbinnen van de splitsingsvergunning gebruik
                                        moet worden gemaakt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De splitsingsvergunning heeft een geldigheidsduur van één jaar nadat
                                de vergunning onherroepelijk is geworden, tenzij een langere
                                geldigheidsduur is vermeld.</al></li></lijst><al>Paragraaf 7 Vergunningverlening</al><al>Artikel 49 Weigeringsgronden </al><al>In verband met woonruimtevoorraad</al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de splitsingsvergunning weigeren
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebouw of het gedeelte van het gebouw waarop de
                                        vergunningaanvraag betrekking heeft, één of meer woonruimten
                                        bevat die worden verhuurd of die laatstelijk verhuurd zijn
                                        geweest;</al></li><li nr="b."><al>dan wel het gebouw of gedeelte van een gebouw, voor zover
                                        dit geheel of gedeeltelijk verhuurd is geweest voor
                                        bewoning, in strijd met de voorschriften van een
                                        bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.5 dan wel een
                                        inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.26 of 3.28 van de
                                        Wet ruimtelijke ordening of met enig wettelijk voorschrift,
                                        geheel of gedeeltelijk voor een ander doel dan voor bewoning
                                        in gebruik genomen;</al></li><li nr="c."><al>de maximale huurprijs voor één of meer van die woonruimte de
                                        huurtoeslaggrens niet te boven gaat;</al></li><li nr="d."><al>niet gewaarborgd is dat die woonruimte(n) na de voorgenomen
                                        splitsing bestemd blijft of blijven voor verhuur ter
                                        bewoning en</al></li><li nr="e."><al>het belang dat de aanvrager heeft bij splitsing niet opweegt
                                        tegen het belang van het behoud van de woonruimtevoorraad,
                                        voor zover die voor verhuur is bestemd.</al></li></lijst></li></lijst><al>In verband met belemmering van de stadsvernieuwing</al><lijst><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de splitsingsvergunning eveneens
                                weigeren indien:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het gebied waarin het gebouw waarop de aanvraag
                                        betrekking heeft is gelegen, een bestemmingsplan als bedoeld
                                        in artikel 3.5 van de Wet ruimtelijke ordening van kracht
                                        is, dan wel een ontwerp voor een zodanig plan of zodanige
                                        verordening of voor een herziening daarvan in procedure
                                        is;</al></li><li nr="b."><al>het ontwerp voor dat plan of voor die verordening, dan wel
                                        voor de herziening daarvan ter inzage is gelegd voordat de
                                        aanvraag van de splitsingsvergunning is ingediend, dan wel,
                                        indien de aanvraag krachtens artikel 50 is aangehouden, voor
                                        dat die aanhouding is geëindigd;</al></li><li nr="c."><al>de voorgenomen splitsing naar het oordeel van burgemeester
                                        en wethouders nadelig gevolgen kan hebben voor de met het
                                        plan of die verordening nagestreefde of na te streven
                                        doeleinden en</al></li><li nr="d."><al>het belang dat de aanvrager bij splitsing heeft, niet
                                        opweegt tegen het belang van het voorkomen van belemmering
                                        van de modernisering of vervanging.</al></li></lijst></li></lijst><al>In verband met de toestand van het gebouw</al><lijst><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de splitsingsvergunning ten slotte
                                weigeren indien;</al><lijst><li nr="a."><al>de toestand van het gebouw waarop de aanvraag betrekking
                                        heeft, zich uit een oogpunt van indeling of de staat van
                                        onderhoud geheel of ten dele verzet, en</al></li><li nr="b."><al>de desbetreffende gebreken niet door het treffen van
                                        voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen kunnen
                                        worden opgeheven, dan wel onvoldoende verzekerd is, dat die
                                        gebreken zullen worden opgeheven.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Van gebreken als bedoeld in het voorgaande lid is in ieder geval
                                sprake, indien een handhavingsbesluit ingevolge artikel 1b, tweede
                                lid van de Woningwet is genomen of is aangeschreven ingevolge de
                                artikelen 13 of 13a van de Woningwet.</al></li></lijst><al>Artikel 50 Aanhoudingsgronden </al><al>In verband met belemmering van de stadsvernieuwing</al><al>1.Burgemeester en wethouders houden de beslissing op een aanvraag aan
                        indien:</al><al>a een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 3.7 van de Wet
                        ruimtelijke ordening van kracht is met het oog op de voorbereiding van een
                        stadsvernieuwingsplan of van een herziening daarvan; </al><al>b dat besluit is genomen voordat de aanvraag om vergunning werd
                        ingediend;</al><al>c redelijkerwijs mag worden verwacht dat de in het stadsvernieuwingsplan op
                        te nemen maatregelen nadelig kunnen worden beïnvloed door de voorgenomen
                        splitsing, en</al><al>d redelijkerwijs mag worden verwacht dat het belang dat de
                        vergunningaanvrager bij splitsing heeft, niet opweegt tegen het belang van
                        het voorkomen van belemmering van de modernisering of vervanging.</al><al>2.De aanhouding als bedoeld in het eerste lid duurt niet langer dan tot het
                        moment dat het voorbereidingsbesluit ingevolge artikel 3.7 van de Wet
                        ruimtelijke ordening is vervallen, waarna burgemeester en wethouders binnen
                        vier weken beslissen op een aanvraag om een splitsingsvergunning.</al><al>In verband met de toestand van het gebouw</al><lijst><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders houden de beslissing op een aanvraag aan
                                indien de aanvrager aannemelijk kan maken dat hij de gebreken als
                                bedoeld in artikel 49, derde lid met het oog op de voorgenomen
                                splitsing zal opheffen binnen een daarvoor door burgemeester en
                                wethouders gestelde termijn.</al></li><li nr="4."><al>Van gebreken als bedoeld in het voorgaande lid is in ieder geval
                                sprake, indien een handhavingsbesluit ingevolge artikel 1b, tweede
                                lid van de Woningwet is genomen of is aangeschreven ingevolge de
                                artikelen 13 of 13a van de Woningwet.</al></li><li nr="5."><al>In geval van het vierde lid, wordt in het besluit tot aanhouding met
                                betrekking tot de op te heffen gebreken en de daarvoor geldende
                                termijn verwezen naar die aanschrijving.</al></li><li nr="6."><al>Nadat door burgemeester en wethouders is vastgesteld dat de gebreken
                                als bedoeld in artikel 49 derde en vierde lid zijn hersteld, dan wel
                                de noodzakelijke voorzieningen zijn getroffen binnen de daarvoor
                                aangegeven termijn, wordt met inachtneming van de Bouwverordening
                                van de betreffende gemeente binnen vier weken de vergunning
                                verleend.</al></li></lijst><al>Artikel 51 Voorwaarden en verplichtingen</al><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel is alleen van toepassing in de gemeente Amsterdam.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen indien een aanvraag voor een
                                splitsingsvergunning wordt gedaan in samenhang met een bouwplan in
                                het kader van een complexgewijze aanpak of waarvoor een
                                bouwvergunning is verleend, de vergunning verlenen onder de
                                opschortende voorwaarde dat het betreffende bouwplan is
                                uitgevoerd.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het derde lid van artikel 50, kunnen burgemeester
                                en wethouders een zekerheidstelling eisen, waardoor de uitvoering
                                van het door hen goedgekeurde maar nog niet uitgevoerde bouwplan,
                                dan wel het opheffen van de bouwkundige gebreken aan het gebouw
                                verzekerd wordt.</al></li><li nr="4."><al>In geval van toepassing van het derde lid, wordt binnen acht weken
                                na verlening van de splitsingsvergunning een aanvang gemaakt met de
                                werkzaamheden.</al></li><li nr="5."><al>De gereedmelding van de werkzaamheden wordt binnen een door
                                burgemeester en wethouders bepaalde termijn bij hen gedaan.</al></li><li nr="6."><al>Burgemeester en wethouders kunnen op een door aanvrager tijdig
                                gedaan schriftelijk verzoek een van het vijfde lid afwijkende
                                termijn vaststellen.</al></li><li nr="7."><al>Burgemeester en wethouders kunnen in hun oordeel omtrent weigering
                                of aanhouding van de splitsingsvergunning betrekken de wijze waarop
                                de aanvrager van de vergunning zich heeft gedragen conform de
                                Gedragscode splitsen Amsterdam.</al></li></lijst><al>Artikel 52 Vergunningverlening corporaties</al><al>Een aanvraag voor een splitsingsvergunning door een corporatie wordt
                        niet</al><al>geweigerd, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>er geen bezwaar is van de kant van burgemeester en wethouders op
                                grond van een zwaarwegend volkshuisvestingsbelang;</al></li><li nr="b."><al>er van de zijde van de Minister van Binnenlandse zaken en
                                Koninkrijksrelaties geen bezwaar is als bedoeld in artikel 11e,
                                derde lid, onder b, van het Besluit beheer sociale huursector tot
                                verkoop van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft;</al></li><li nr="c."><al>de woningcorporatie voldoet aan de bepalingen van een tussen
                                burgemeester en wethouders en de corporatie(s) overeengekomen of
                                overeen te komen convenant inzake splitsing en verkoop van
                                huurwoningen.</al></li></lijst><al>Artikel 53 Quotum</al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeesters en wethouders kunnen per gebiedsdeel een quotum
                                vaststellen voor het aantal te verlenen vergunningen per jaar.</al></li><li nr="2."><al>Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt genomen voor 1
                                september van het kalenderjaar.</al></li></lijst><al>Artikel 54 Intrekken vergunning</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen een splitsingsvergunning intrekken
                        indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet binnen één jaar nadat de beschikking onherroepelijk is
                                geworden, is overgegaan tot overschrijving in openbare registers van
                                de akte van splitsing in appartementsrechten, bedoeld in artikel 109
                                van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, of tot het verlenen van
                                deelnemings- of lidmaatschapsrechten;</al></li><li nr="b."><al>de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder
                                verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest
                                vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Verdere bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Paragraaf 1 Wijzigingen</al><al>Artikel 55 Overleg bij wijziging</al><al>Bij de voorbereiding van een besluit tot wijziging van deze verordening
                        pleegt het dagelijks bestuur overleg met burgemeester en wethouders en met
                        de in de Stadsregio werkzame corporaties en met andere daarvoor naar zijn
                        oordeel in aanmerking komende organisaties die binnen de Stadsregio werkzaam
                        zijn op het gebied van de volkshuisvesting.</al><al>Artikel 56 Overeenkomsten</al><al>De Stadsregio Amsterdam kan met eigenaren van woonruimten een overeenkomst
                        sluiten over de verdeling van woonruimte. </al><al>Paragraaf 2 Verslaglegging en monitoring</al><al>Artikel 57 Verstrekken van inlichtingen</al><al>Burgemeester en wethouders verstrekken het dagelijks bestuur alle door haar
                        verlangde inlichtingen, die naar zijn oordeel nodig zijn voor een juiste
                        beoordeling van de wijze waarop burgemeester en wethouders deze verordening
                        uitvoeren.</al><al>Paragraaf 3 Handhaving en toezicht</al><al>Artikel 58 Handelen in strijd met onttrekkingsvergunning</al><al>Hij die handelt in strijd met enig aan de vergunning als bedoeld in artikel
                        30 van de wet verbonden voorschrift, wordt geacht zonder vergunning te
                        hebben gehandeld.</al><al>Artikel 59 Bestuurlijke boete </al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een bestuurlijke boete opleggen
                                bij overtreding van artikel 7 en artikel 30 van de wet.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders leggen een boete op</al><lijst><li nr="a."><al>voor de eerste overtreding van de artikelen genoemd in het
                                        eerste lid overeenkomstig kolom A van de in bijlage vijf
                                        opgenomen tabel;</al></li><li nr="b."><al>voor de tweede en volgende overtreding van de artikelen
                                        genoemd in het eerste lid binnen drie jaar na de eerste
                                        overtreding overeenkomstig kolom B van de in bijlage 5
                                        genoemde tabel.</al></li></lijst></li></lijst><al>Paragraaf 4 Restbepalingen</al><al>Artikel 60 Mandaat</al><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de uitoefening van hun bevoegdheden
                        krachtens hoofdstuk 2 te mandateren aan corporaties en eigenaren van
                        particuliere huurwoningen.</al><al>Artikel 61 Uitleg verordening</al><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslissen burgemeester
                        en wethouders, gehoord het dagelijks bestuur, waarbij zij zich uitsluitend
                        zullen laten leiden door overwegingen betrekking hebbende op de evenwichtige
                        en rechtvaardige verdeling van schaarse woonruimte.</al><al>Artikel 62 Hardheidsclausule</al><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in gevallen waarin de toepassing van
                        deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten
                        gunste van de aanvrager af te wijken van deze verordening.</al><al>Hoofdstuk 5 Overgangs- en slotbepalingen</al><al>Artikel 63 Experimenten</al><al>De regioraad is bevoegd, op voorstel van burgemeester en wethouders, voor
                        een bepaalde periode af te wijken van (onderdelen van) deze verordening ten
                        behoeve van experimenten in het belang van de volkshuisvesting, mits niet in
                        strijd met de wet of het besluit.</al><al>Artikel 64 Overgangsbepalingen</al><lijst><li nr="1."><al>Aanvragen voor een huisvestingsvergunning als bedoeld in artikel 5,
                                een urgentieverklaring als bedoeld in artikel 14, een
                                onttrekkingsvergunning als bedoeld in artikel 28 of 38 en een
                                splitsingsvergunning als bedoeld in artikel 44, die vóór de dag van
                                inwerkingtreding van onderhavige verordening zijn ingediend, worden
                                behandeld volgens de Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio
                                Amsterdam 2010.</al></li><li nr="2."><al>Vergunningen, toestemmingen, urgentieverklaringen, met inbegrip van
                                daaraan verbonden voorwaarden en voorschriften vóór het tijdstip van
                                inwerkingtreding van de onderhavige verordening verleend krachtens
                                de Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2010,
                                gelden als vergunningen, toestemmingen, urgentieverklaringen en
                                indicaties, met inbegrip van daaraan verbonden voorwaarden en
                                voorschriften als bedoeld in deze verordening.</al></li><li nr="3."><al>Indicaties met inbegrip van de daaraan verbonden voorwaarden en
                                voorschriften verleend vóór het tijdstip van de inwerkingtreding van
                                de onderhavige verordening blijven gelden als indicaties op grond
                                van voordien geldende regionale huisvestingsverordeningen.</al></li><li nr="4."><al>Indien een bezwaarschrift wordt of is ingediend met betrekking tot
                                een beslissing bedoeld in het tweede lid, wordt op het bezwaar
                                eveneens beslist met toepassing van de ten tijde van de aanvraag
                                geldende bepalingen.</al></li><li nr="5."><al>De voor de inwerkingtreding gedane inschrijvingen van
                                standplaatszoekenden, worden geacht inschrijvingen te zijn als
                                bedoeld in artikel 21 van deze verordening.</al></li><li nr="6."><al>Wanneer het aantal aanvragen voor een vergunning als bedoeld in
                                artikel 38 (short stay) die binnen een door burgemeester en
                                wethouders vast te stellen termijn voor de eerste keer zijn gedaan
                                meer bedraagt dan op grond van artikel 41 vastgestelde quotum, zal
                                loting plaatsvinden.</al></li><li nr="7."><al>De voor inwerkingtreding van deze verordening vastgestelde
                                beleidsregels blijven onverkort van toepassing indien ze door de
                                inwerkingtreding van deze verordening niet worden gewijzigd.</al></li></lijst><al>Artikel 65 Citeertitel</al><al>Deze verordening wordt aangehaald als Regionale Huisvestingsverordening
                        Stadsregio Amsterdam 2013.</al><al>Artikel 66 Inwerkingtreding</al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2013.</al></li><li nr="2."><al>De Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2010 wordt
                                per 1 januari 2013 ingetrokken.</al></li></lijst><al></al><al></al><al></al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><al>Bijlage 1 </al><al>Behorende bij artikel 2, vijfde lid</al><al>Gemeente Amstelveen</al><lijst><li nr="1."><al>Bejaardenwoningen met dienstverlening op indicatie van de Stichting
                                Welzijn Ouderen</al></li><li nr="2."><al>Woonruimten geleden in het complex ‘Aemstelsteijn’ aan de Laan van
                                de Helende Meesters</al></li></lijst><al>Gemeente Purmerend</al><lijst><li nr="3."><al>Woonruimten in de Oude Stad boven het Willem Eggert Centrum</al></li><li nr="4."><al>Woonruimten in beheer bij AFC vastgoed en Hoorn, De Vos, Metselaar
                                en Sturop</al></li></lijst><al>Bijlage 2</al><al>Behorende bij artikel 9</al><al>Voor alle regiogemeenten </al><al>Huishouden Max. Inkomen € Max. huur €</al><al>(prijspeil 1 januari 2012)</al><al>Alle huishoudens 43.000 664,66</al><al>Nb prijspeil 2013 invoegen</al><al>Bijlage 3 </al><al>Behorende bij artikel 10</al><al>Gemeente Amstelveen</al><al>Woning met woonoppervlak of aantal kamers Huishouden met minimaal</al><al>1 kamer , 2 kamer en 3 kamerwoningen 1 persoon</al><al>4 kamerwoning &lt; 60 m2 1 persoon</al><al>4 kamerwoning &gt; 60 m2 2 personen</al><al>5 kamerwoning 5 of meer personen</al><al>Overige gemeenten uitgezonderd Amstelveen, Amsterdam en Diemen</al><al>Woning met aantal kamers Huishouden met minimaal</al><al>1 1 persoon</al><al>2 1 persoon</al><al>3 1 persoon</al><al>4 2 personen</al><al>5 3 personen</al><al>Bijlage 4 </al><al>Werkingsgebied splitsingsvergunning per gemeente</al><al>Gemeente Amstelveen</al><al>Alle huur- en koopwoningen beneden huur- of koopprijsgrens.</al><al>Gemeente Amsterdam </al><al>Gebouwen van vóór 1940 in </al><lijst><li nr="a."><al>het gebied omgrensd door
                                Javaplantsoen-Kramatweg-Valentijnkade-Molukkenstraat-het
                                spoorwegemplacement-Kruislaan-de Weespertrekvaart-de Amstel-
                                President
                                Kennedylaan-Europaplein-Wielingenstraat-Diepenbrockstraat-het Zuider
                                Amstelkanaal-Stadionplein-de noordzijde van het Olympisch stadion-de
                                Stadiongracht-het Olympiakanaal-de Schinkel-
                                Riekerhaven-Westlandgracht-Theophile de
                                Bockstraat-Warmondstraat-Postjeskade-een lijn geprojecteerd in het
                                noordelijk verlengde daarvan-Orteliuskade-Robert
                                Scottstraat-Erasmusgracht-Rijksweg
                                no.10-Basisweg-Tranformatorweg-Spaarndammerdijk-Tasmanstraat-de
                                steiger van de derde pontverbinding-het IJ-het Zijkanaal
                                I-Klaprozenweg-Floraweg-Sneeuwbalweg-Buiksloterdijk-Purmerweg-Dirkshornplantsoen-Medemblikstraat-Watergangseweg-de
                                Schellingwouderbreek-Zuiderzeeweg-Flevoweg-Javaplantsoen;</al></li><li nr="b."><al>het gedeelte van Tuindorp Watergraafsmeer dat wordt omgrensd door
                                Zaaiersweg-Middenweg-Onderlangs-Duivendrechtselaan;</al></li><li nr="c."><al>het gedeelte van Tuindorp Oostzaan voor zover dit wordt omgrensd
                                door de Meteorensingel en de Kometensingel;</al></li><li nr="d."><al>het gedeelte van de bebouwing geleden ter weerszijden van de
                                Oostzanerdijk, de Landsmeerdijk, de Kadoelenweg, de Stoombootweg en
                                het Zuideinde.</al></li></lijst><al>Gemeente Diemen</al><al>Alle huurwoningen met een rekenhuur beneden de huurprijsgrens.</al><al>Gemeente Oostzaan</al><al>Gebouwen bevattende woonruimte.</al><al>Bijlage 5</al><al>Behorende bij artikel 59</al><al>Tabel bestuurlijke boete Kolom A Kolom B</al><al> Boetebedrag</al><al>1e keer Boetebedrag </al><al>2e e.v. keer binnen 3 jaar na de 1e keer</al><al>In gebruik nemen van woonruimte zonder vergunning</al><al> 340*</al><al>*wettelijk maximum 340*</al><al>*wettelijk maximum</al><al>• w</al><al>In gebruik geven van woonruimte zonder vergunning bij niet-bedrijfsmatige
                        exploitatie (door huurder of door eigenaar met één woning in de
                        verhuur)</al><al> 3000 4500</al><al>In gebruik geven van woonruimte zonder vergunning bij bedrijfsmatige
                        exploitatie (eigenaar/verhuurder met meer dan één woning)</al><al> 6000 9000</al><al>In gebruik geven van woonruimte zonder vergunning door een huurder tegen een
                        hogere huurprijs dan door hemzelf feitelijk wordt betaald</al><al> 12000 18500*</al><al>Onttrekken zonder vergunning </al><al> 12000 18500*</al><al>Toelichting Regionale huisvestingsverordening</al><al>Algemeen</al><al>Inleiding</al><al>De regioraad van de Stadsregio Amsterdam bevoegd een regionale
                        huisvestingsverordening vast te stellen (artikel 2, derde lid van de
                        Huisvestingswet). Doel van de wetgever is om te bewerkstelligen dat er
                        binnen een Stadsregio een samenhangend woonbeleid wordt gevoerd. </al><al>In de verordening zijn regels gesteld voor:</al><al>o de verdeling van (schaarse) woonruimte (huisvestingsvergunning), en</al><al>o het behoud of de samenstelling van de woningvoorraad (vergunningenstelsels
                        voor het samenvoegen, onttrekken en splitsen van woonruimte).</al><al>Opzet en beleidsuitgangspunten verordening </al><al>De nieuwe regionale verordening beoogt één eenduidige, samenhangende,
                        transparante regeling te zijn met oog voor de lokale verschillen in aard en
                        samenstelling van de woningvoorraad tussen de gemeenten in de stadsregio.
                        Het bestaande beleid dat was neergelegd in de voorgaande verordening is op
                        enkele onderdelen gewijzigd. De regionale bindingseisen zijn vervallen en de
                        gemeente Haarlemmermeer heeft verzocht te worden opgenomen in hoofdstuk 3,
                        afdeling I van de verordening. De bezettingsnormen voor de gemeente
                        Amsterdam en Diemen zijn vervallen. Gemeenten hebben zelf bepaald van welke
                        hoofdstukken en afdelingen in de verordening zij gebruik maken. Aan het
                        begin van elke afdeling in de verordening is aangegeven in welke gemeenten
                        de betreffende bepalingen van toepassing zijn.</al><al>De verordening geeft alleen bepalingen die betrekking hebben op de verlening
                        van de huisvestingsvergunning, de onttrekkingsvergunning en de
                        splitsingsvergunning. Daarvoor zijn inhoudelijke criteria voor de drie
                        vergunningenstelsels alsmede procedurebepalingen opgenomen..</al><al>De overige belangrijkste beleidsuitgangpunten in de regionale
                        huisvestingsverordening zijn als volgt samen te vatten:</al><al>• één open regionale markt waar woningzoekenden vrije toegang hebben;</al><al>• formulering van het woonruimteverdelingsbeleid voor woonruimte en
                        standplaatsen;</al><al>• regionale bepalingen voor behoud of samenstelling woonruimtevoorraad</al><al>• één inhoudelijk kader voor urgentiecriteria. </al><al>De regionale huisvestingverordening vormt de grondslag voor het bestuurlijk
                        handelen bij woonruimteverdeling en bij behoud of samenstelling van de
                        woningvoorraad. De Stadsregio stelt de verordening vast, de gemeenten
                        (burgemeester en wethouders) voeren de verordening uit.</al><al>Op diverse plaatsen is ruimte voor het lokale bestuur om beleidsregels op te
                        stellen op grond van artikel 4.81 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht. In
                        deze beleidsregels kan het ‘lokale’ beleid worden uitgewerkt, voor zover dat
                        past binnen het regionaal gegeven kader. Beleidsregels mogen daarmee niet in
                        strijd zijn.</al><al>Relatie met het Convenant woonruimteverdeling</al><al>Naast de regionale verordening is ook een convenant gesloten met afspraken
                        over woonruimteverdeling. Het Convenant is gesloten tussen de Stadsregio en
                        de woningcorporaties, werkzaam in de stadsregio en die deel uitmaken van het
                        Platform Woningcorporaties Noordvleugel Randstad.</al><al>De regels van het Convenant woonruimteverdeling hebben alleen betrekking op
                        de verdeling van de huurwoningen van corporaties. Voor andere
                        woningeigenaren gelden deze afspraken niet. De huisvestingsverordening
                        daarentegen geldt voor alle woningeigenaren met woningbezit dat valt binnen
                        de gegeven reikwijdte van de drie vergunningenstelsels.</al><al>In het Convenant zijn onderdelen opgenomen die géén betrekking hebben op de
                        vergunningverlening. Het gaat om inschrijvings- en verdelingsstelsels en
                        volgordebepaling bij woningtoewijzing. Deze onderdelen zijn daarom niet in
                        de verordening opgenomen.</al><al>Ook het invullen van de lokale beleidsruimte en de labeling van woonruimte
                        gaan niet over de verlening van de huisvestingsvergunning. </al><al>Op andere plaatsen zijn bepalingen in de verordening vrijwel identiek met
                        die in het Convenant. Dat is het geval bij de artikelen die de
                        vergunningverlening betreffen. Het gaat hierbij om de toelatingscriteria
                        voor vergunningverlening (artikel 4 verordening), ten dele de passendheid
                        (artikel 9 verordening) en de urgentiecriteria (artikel 14, tweede lid a t/m
                        f verordening).</al><al>Gemeenten kunnen ten aanzien van het onderdeel woonruimteverdeling
                        (hoofdstuk 2) kiezen om alleen te werken met de bepalingen uit het
                        Convenant. De verdeling van woonruimte van de corporaties de
                        urgentieverlening inbegrepen, vindt dan geheel plaats onder
                        privaatrechtelijke spelregels. Andere eigenaren vallen hier niet onder.</al><al>Gemeenten kunnen ook kiezen voor het toepassen van zowel de regels uit het
                        Convenant voor de corporaties als de regels uit de verordening voor overige
                        woningeigenaren.</al><al>Verdeling standplaatsen</al><al>De huisvestingsverordening geeft bepalingen voor het verdelen van
                        standplaatsen voor woonwagens. Gemeenten kunnen voor het betrekken van een
                        standplaats huisvestingsvergunningen eisen. Kandidaten moeten zich kunnen
                        inschrijven. De manier waarop vrijkomende standplaatsen worden toegewezen
                        aan de ingeschrevenen is niet geregeld. Gemeenten kunnen bij toewijzing
                        voorrang geven aan personen uit de traditionele doelgroep. Kandidaten moeten
                        dat wel aantonen.</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen overeenkomsten sluiten met beheerders of
                        woningcorporaties over de wijze van verdeling van standplaatsen. Binnen de
                        stadsregio kent de gemeente Zaanstad een dergelijke overeenkomst.</al><al>Regionaal kader voor behoud of samenstelling woningvoorraad</al><al>In de huisvestingsverordening is regionaal beleid opgenomen ten aanzien van
                        het behoud of samenstelling van de woningvoorraad. De opgenomen bepalingen
                        gelden voor de gemeenten in de regio die kiezen hiervan gebruik te maken. De
                        reikwijdte van de vergunningsplicht is per (groep van) gemeenten in de
                        verordening vastgelegd. In de Stadsregio willen elf gemeenten beleid voeren
                        voor onttrekking van woonruimte. Dit betreft de gemeenten Amstelveen,
                        Amsterdam, Beemster, Edam-Volendam, Haarlemmermeer, Oostzaan, Purmerend,
                        Uithoorn, Waterland, Wormerland en Zeevang. De overige gemeenten hebben hier
                        geen behoefte aan. </al><al>De gemeente Amstelveen, Amsterdam, Diemen en Oostzaan willen
                        splitsingsbeleid voeren.</al><al>De bepalingen over onttrekking, samenvoeging, omzetting en splitsing hebben
                        een groter werkingsgebied dan de verdelingsbepalingen voor woonruimte. De
                        verdelingsbepalingen gaan over huurwoningen tot de maximale huurgrens voor
                        huurtoeslag. Het onttrekkingsbeleid kan alle woonruimte ongeacht huur- of
                        koopprijs omvatten. Het splitsingsbeleid kan betrekking hebben op alle
                        gebouwen bevattende woonruimte.</al><al>Soms wil de gemeente een ander gebruik dan wonen voor een tijdelijke periode
                        toestaan. De verordening biedt hiervoor nog twee mogelijkheden. Er kan
                        vergunning worden verleend voor tijdelijke onttrekking van woonruimte of een
                        vergunning voor short stay (kort wonen). </al><al>Een voorbeeld van tijdelijke onttrekking is zelfstandige woning in gebruik
                        geven als onzelfstandige woonruimte aan studenten, totdat voor hen bestemde
                        nieuwbouw gereed is. De zelfstandige woonruimte wordt omgezet in
                        onzelfstandige woonruimte. De tijdelijkheid moet worden aangetoond door de
                        aanvrager. In dat geval kan een vergunning voor tijdelijke onttrekking
                        worden verleend. De toelichting bij de Huisvestingswet spreekt hierbij van
                        een termijn van vijf jaar. Voor een tijdelijke onttrekking kan een
                        financiële compensatie worden gevraagd. Dit zal wel een lager bedrag moeten
                        zijn dan bij permanente onttrekking, omdat er sprake is van
                        tijdelijkheid.</al><al>De gemeente Amsterdam wil “kort wonen” in de stad reguleren. Het gaat dan om
                        verblijf in de stad voor een periode langer dan zeven nachten en korter dan
                        zes maanden. Verblijft men langer dan zes maanden dan valt dit onder wonen
                        als bedoeld in de Huisvestingswet. Verblijf korter dan zeven nachten in de
                        stad valt onder hotelmatig gebruik.</al><al>Voor kort wonen is veel belangstelling bij expats en mensen die stages lopen
                        of tijdelijke opdrachten doen bij (internationale) bedrijven. Het
                        internationale karakter van de stad trekt deze doelgroepen aan.</al><al>Daarnaast, wil de gemeente Amsterdam mede in het kader van (inter)nationaal
                        aantrekkelijke vestigingsstad, het mogelijk maken dat mensen die in
                        Amsterdam permanent een woning als tweede woning willen gebruiken, dat ook
                        kunnen doen. Uitgangspunt is daarbij dat de gebruiker buiten Amsterdam woont
                        en de woning zelf als tweede woning gebruikt. Omdat de huurder of eigenaar
                        zijn woning als tweede woning gebruikt, kan het niet meer dan één woning
                        tegelijkertijd betreffen.</al><al>Rechtsbescherming</al><al>Gemeenten die de woonruimteverdeling laten plaatsvinden op grond van het
                        Convenant, zullen voor de rechtsbescherming van woningzoekenden een
                        onafhankelijke klachtencommissie in het leven moeten roepen. </al><al>In de gemeenten die werken met een of meer vergunningenstelsel kunnen
                        burgers bezwaar en beroep instellen op grond van de Algemene wet
                        bestuursrecht.</al><al>Indeling van de huisvestingsverordening</al><al>De verordening bestaat uit vijf hoofdstukken. Hoofdstuk 1 geeft definities.
                        Hoofdstuk 2 geeft bepalingen over de verdeling van woonruimte en
                        standplaatsen. Hoofdstuk 3 regelt samenvoeging, onttrekking, omzetting en
                        splitsing van woonruimte. Hoofdstuk 4 geeft bepalingen voor handhaving en
                        sancties. Hoofdstuk 5 tenslotte geeft overgangsbepalingen. </al><al>Artikelgewijze toelichting</al><al>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</al><al>In dit hoofdstuk zijn definities van begrippen opgenomen die in de
                        huisvestingsverordening worden gebruikt.</al><al>Hoofdstuk 2 Verdeling van woonruimte</al><al>Afdeling I Woonruimteverdeling</al><al>Deze afdeling geeft regels voor het verlenen van huisvestingsvergunningen
                        ten behoeve van een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van woonruimte.
                        Deze afdeling geldt in de gemeenten Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Diemen,
                        Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Waterland, Wormerland en
                        Zeevang. Deze elf gemeenten willen verdelingsbeleid voeren op grond van de
                        huisvestingsverordening en ook met de bijbehorende huisvestingsvergunning
                        werken. In Amsterdam geldt de plicht voor een huisvestingsvergunning alleen
                        voor particuliere eigenaren die goedkope huurwoningen verhuren. De
                        woningtoewijzing van huurwoningen van corporaties is geregeld in het
                        convenant. Ook de gemeenten Aalsmeer, Edam-Volendam, Haarlemmermeer,
                        Uithoorn en Zaanstad voeren voor wat betreft de woonruimteverdeling beleid
                        op grond van het Convenant Woonruimteverdeling 2013. Deze gemeenten
                        beschikken over weinig particulier bezit en hebben voldoende aan de gemaakte
                        afspraken met de corporaties en maken daarom geen gebruik van hoofdstuk 2
                        van de verordening.</al><al>Artikel 2 Werkingsgebied</al><al>In dit artikel is de woonruimte aangewezen die onder de reikwijdte van dit
                        hoofdstuk valt. De huisvestingsverordening geeft hiervoor prijsgrenzen. Een
                        voor huurwoningen en een prijsgrens voor koopwoningen.</al><al>Alle huurwoningen (dus zowel in bezit van particulieren als in bezit van
                        corporaties) met een rekenhuur tot de maximumgrens voor huurtoeslag
                        vergunningplichtig. Deze grens is ook vastgelegd in het Convenant
                        Woonruimteverdeling.</al><al>De reikwijdte in de koopsector blijft in de hele regio beperkt tot
                        nieuwbouwkoopwoningen met een prijs tot € 163.625 (prijspeil 1 januari
                        2009). Deze grens komt uit de Huisvestingswet en is gebaseerd op het bedrag
                        genoemd in de Wet bevordering eigenwoningbezit. </al><al>In het vierde lid is geformuleerd dat de huisvestingsvergunning niet geldt
                        voor onzelfstandige woningen, woonwagens, ligschepen en stand- en
                        ligplaatsen. Voor standplaatsen voor woonwagens geldt wel een
                        vergunningsplicht. In afdeling II is de verdeling van standplaatsen
                        opgenomen.</al><al>Artikel 3 Reikwijdte vergunningplicht</al><al>Dit artikel regelt dat de aangewezen woonruimte in artikel 2 zonder
                        huisvestingsvergunning niet mag worden betrokken en niet in gebruik mag
                        worden gegeven. Hieruit spreekt de wederzijdse verantwoordelijkheid van
                        huurder en verhuurder.</al><al>Artikel 4 Toelatingscriteria</al><al>Om voor een huisvestingsvergunning in aanmerking te kunnen komen moet de
                        aanvrager in ieder geval 18 jaar zijn en rechtmatig in Nederland verblijven.
                        Dat wil zeggen Nederlander zijn of beschikken over een rechtmatige
                        verblijfstitel. Verder moet de woning passend zijn overeenkomstig artikel 9. </al><al>Artikel 5 Aanvraag vergunning en in te dienen bescheiden</al><al>Een huishouden moet de huisvestingsvergunning aanvragen op een formulier van
                        burgemeester en wethouders in de gemeente waar hij woont. Dit artikel geeft
                        aan welke bescheiden de aanvrager moet aanleveren bij de aanvraag.</al><al>Op grond van het tweede lid kunnen burgemeester en wethouders meer
                        informatie vragen als zij dit nodig hebben om de aanvraag te kunnen
                        beoordelen.</al><al>In het derde lid is bepaald dat een aanvraag alleen in behandeling wordt
                        genomen als de aanvrager aannemelijk kan maken dat hij ook daadwerkelijk in
                        de woonruimte waarvoor hij de vergunning aanvraagt, gaat wonen. Dit laatste
                        kan duidelijk worden uit het overleggen van een bereidverklaring waarin
                        staat dat de eigenaar de woning daadwerkelijk aan aanvrager in gebruik wil
                        geven. In de gemeente Amsterdam moet bij de aanvraag een dergelijke
                        bereidverklaring worden ingediend bij de aanvraag om
                        huisvestingsvergunning.</al><al>Artikel 6 Beslistermijn vergunning</al><al>Burgemeester en wethouders moeten binnen 8 weken een beslissing nemen op de
                        aanvraag. Verlenging van de beslistermijn is mogelijk tot 12 weken.</al><al>Artikel 7 Gegevens op de vergunning</al><al>Dit artikel vermeldt welke gegevens op de huisvestingsvergunning worden
                        vermeld. Het tweede lid regelt dat kan worden bepaald dat de vergunning
                        slechts geldig is als het hele huishouden of de hele woongroep de woning
                        daadwerkelijk betrekt.</al><al>Artikel 8 Criteria voor vergunningverlening</al><al>Dit artikel regelt wanneer een huisvestingsvergunning wordt verleend. Het
                        eerste lid heeft betrekking op huurwoningen. De aanvrager moet voldoen aan
                        de toelatingscriteria uit artikel 4 van de verordening, dus 18 jaar of ouder
                        zijn en rechtmatig in Nederland verblijven. Daarnaast moet de
                        woningzoekenden voldoen aan passendheidscriteria, als deze zijn gesteld voor
                        het betrekken van de woonruimte. en er moet geen andere kandidaat zijn die
                        op grond van een urgentieverklaring eerder voor de woning en dus de
                        huisvestingsvergunning in aanmerking komt. Dit is een limitatieve opsomming.
                        Als de aanvrager aan de criteria voldoet, moet de vergunning worden
                        verleend.</al><al>De vergunningverlening voor het betrekken van een nieuwbouwkoopwoning is
                        geregeld in het tweede lid. Hierbij kunnen alleen de toelatingscriteria van
                        artikel 4 worden gehanteerd. Passendheid- en urgentiecriteria zijn niet
                        mogelijk. Dit is in overeenstemming met het huidige beleid van de gemeenten
                        in de stadsregio.</al><al>Artikel 9 Passendheid: relatie huur-inkomen</al><al>Met woonruimteverdeling wordt beoogd de doelgroep van beleid zo goed
                        mogelijk te huisvesten. Daarom kent de verordening de mogelijkheid
                        passendheidseisen te verbinden aan de vergunningverlening. Deze eisen hebben
                        enerzijds betrekking op de relatie huur-inkomen (financiële passendheid) en
                        anderzijds op de grootte van het huishouden en de woning (bezettingsnorm).
                        Dit artikel regelt de financiële passendheid. Achtergrond hiervan is dat de
                        sociale huurwoningenvoorraad bedoeld is voor mensen met een laag inkomen.
                        Deze woningen moeten dan ook bij voorkeur bij deze mensen terecht komen. Dit
                        komt tot uitdrukking in het eerste lid. </al><al>In de verordening is één huur-inkomenstabel opgenomen. Deze tabel geeft
                        maximumnormen. Burgemeester en wethouders hebben de mogelijkheid om lokaal
                        passendheidstabellen vast te stellen, waarbij de normen alleen mogen worden
                        versoepeld. De toestand op de woningmarkt moet hiervoor aanleiding geven.
                        Hieronder wordt verstaan de samenstelling van vraag naar woonruimte in
                        verhouding tot het aanbod van woonruimte. Aanvullende afspraken moeten
                        worden gemeld bij het dagelijks bestuur van de Stadsregio.</al><al>De financiële passendheidsregels gelden niet voor corporaties, alleen voor
                        overige eigenaren met huurwoningen onder de maximale huurgrens voor
                        huurtoeslag.</al><al>Voor corporaties zijn in het convenant afspraken gemaakt over financiële
                        passendheid.</al><al>Artikel 10 Passendheid: bezettingsnorm</al><al>Dit artikel regelt de relatie tussen grootte van de woning en de grootte van
                        het huishouden.</al><al>Bij de bezettingsnormen bestaan ook verschillen tussen de gemeenten in de
                        regio. Daarom zijn in de verordening zijn meerdere tabellen opgenomen. Dit
                        zijn minimumnormen. In Amsterdam en Diemen gelden geen
                        bezettingsnormen.</al><al>Als lokaal andere aanvullende afspraken worden gemaakt, moeten gemeenten dit
                        melden aan het dagelijks bestuur van de Stadsregio. Ook hiervoor geldt dat
                        alleen mag worden afgeweken als de toestand op de woningmarkt dit
                        vraagt.</al><al>Artikel 11 Woningruil en wisselwoning</al><al>Dit artikel geeft aan hoe om te gaan met het verlenen van
                        huisvestingsvergunningen bij woningruil en wisselwoningen. </al><al>Artikel 12 Vruchteloze aanbieding</al><al>De verordening kent een, wettelijk verplichte, vruchteloze
                        aanbiedingsprocedure. Eigenaren van (huur of nieuwbouwkoop)woningen, die de
                        woning drie maanden zonder resultaat aanbieden aan woningzoekenden die aan
                        de criteria voor een huisvestingsvergunning voldoen, kunnen de woning
                        verhuren of verkopen aan iemand die daaraan niet voldoet. Het aanbieden kan
                        via een advertentie in een lokale of regionale krant, maar ook digitaal via
                        een website.</al><al>In de huidige praktijk wordt deze bepaling vooral ingezet voor de
                        particuliere huursector die onder de huurprijsgrens valt, maar deze bepaling
                        kan ook worden gebruikt voor de nieuwbouwkoopsector. Soms zijn bepaalde
                        complexen moeilijk verhuurbaar. In die gevallen kunnen burgemeester en
                        wethouders voor een bepaalde periode op voorhand ontheffing verlenen van een
                        of meer criteria voor de huisvestingsvergunning. Het criterium rechtmatig
                        verblijf blijft vereist.</al><al>Artikel 13 Intrekken vergunning</al><al>Dit artikel geeft de gronden waarop een huisvestingsvergunning kan worden
                        ingetrokken. Deze gronden komen uit artikel 28 van de Huisvestingswet.</al><al>Artikel 14 Urgentie</al><al>De urgentiecategorieën op grond waarvan een woningzoekende voorrang op
                        andere woningzoekenden kan krijgen zijn in de verordening vastgelegd.
                        Artikel 14 biedt een kader voor de toe te passen urgentiecriteria in de
                        stadsregio. Door afstemming van de criteria genoemd in artikel 14, tweede
                        lid met de betreffende bepalingen uit het Convenant, is in alle gemeenten
                        hetzelfde inhoudelijke kader van toepassing. De uitwerking van het
                        urgentiebeleid vindt lokaal plaats. Artikel 15 biedt hiervoor de basis. De
                        verordening ziet toe op de rechtvaardige en evenwichtige verdeling van
                        schaarse woonruimte. De woningmarkt binnen het gebied van de stadsregio is
                        en blijft naar verwachting krap. Het verlenen van voorrang aan
                        woningzoekenden zal om deze reden dan ook zorgvuldig en verdedigbaar ten
                        aanzien van de reguliere woningzoekenden moeten gebeuren.</al><al>Urgentieverklaringen kunnen worden verleend aan woningzoekenden die als
                        gevolg van de noodsituatie waarin zij verkeren op korte termijn een andere
                        woning nodig hebben en die geen gebruik hebben kunnen maken van een andere
                        voorliggende (wettelijke) voorziening, bijvoorbeeld op grond van de Wet
                        Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Wat onder noodsituatie wordt verstaan
                        is in het tweede lid nader aangegeven. </al><al>Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van urgentie staat de eigen
                        verantwoordelijkheid van de urgentie-verzoekende voorop. De overheid is niet
                        verantwoordelijk voor probleemsituaties die door de urgentie-verzoekende
                        zijn veroorzaakt. Het moet gaan om echte noodsituaties waarbij een ongewilde
                        en ongeplande verhuizing noodzakelijk is. Het willen maken van
                        ’wooncarrière’ kan niet de bedoeling zijn van een urgentieverzoek.</al><al>Om urgentie te kunnen verkrijgen moet de aanvrager 18 jaar of ouder zijn en
                        de Nederlandse nationaliteit hebben of een geldige verblijfstitel hebben De
                        urgentieverklaring wordt bij burgemeester en wethouders aangevraagd. Zij
                        kunnen de behandeling van urgenties mandateren aan andere organisaties.</al><al>Urgentiecriteria</al><al>Het tweede lid noemt de criteria op grond waarvan een woningzoekende urgent
                        kan worden. De criteria genoemd onder a t/m g corresponderen met het
                        Convenant woonruimteverdeling 2013.</al><al>Het is voorstelbaar dat gemeenten bij het aanvragen van urgentie enkele
                        algemene uitgangspunten hanteren bij de toepassing van de genoemde criteria
                        a t/m e. Het kan dan gaan om de volgende uitgangspunten: De aanvrager is
                        niet verantwoordelijk voor zijn woonprobleem, de aanvrager heeft aannemelijk
                        gemaakt dat hij gedurende een bepaalde periode heeft geprobeerd om
                        woonruimte te verkrijgen, de aanvrager heeft geen mogelijkheden om het
                        woonprobleem zelf op te lossen binnen een aanvaardbare periode en de
                        aanvrager kan zelfstandig een huishouden voeren.</al><al>Onder a ‘acute noodsituatie’ vallen onder meer de situaties waarin
                        woningzoekenden door brand of overstroming hun woning hebben verloren. Het
                        gaat om calamiteiten.</al><al>Bij b ‘sociale of medische redenen’, kan het gaan om diverse situaties. Te
                        denken valt aan gevallen waarin de woonsituatie zodanig ontwricht is dat de
                        aanvrager of andere leden van het huishouden hierdoor ernstig geestelijk of
                        lichamelijk belast zijn en enkel een verhuizing naar andere woonruimte een
                        oplossing biedt. Ook kan het gaan om financiële problemen die buiten schuld
                        van de aanvrager zijn ontstaan, waardoor de aanvrager de woonlasten niet
                        meer kan opbrengen. Financiële problemen veroorzaakt door een echtscheiding
                        vallen hier in principe niet onder.</al><al>Bij medische redenen valt te denken aan situaties, waarin de huidige
                        woonsituatie niet meer passend is door bijvoorbeeld een progressieve ziekte,
                        dan wel door andere fysieke belemmeringen. Huishoudens met een indicatie op
                        grond van de WMO vallen hieronder. In de praktijk wordt in veel gemeenten
                        advies gevraagd van een ter zake deskundige instantie om de feitelijke
                        situatie te beoordelen en rapport uit te brengen.</al><al>De onderdelen d ‘woningzoekenden uit herstructureringsgebieden’ en e
                        ‘vreemdelingen’ (asielzoekers) die een verblijfsvergunning hebben gekregen
                        en die voor de eerste keer op zoek zijn naar woonruimte, spreken voor zich.
                        Onder g ‘aangewezen groepen van kandidaten’ vallen maatschappelijk
                        noodzakelijke beroepsgroepen, bijvoorbeeld leraren en agenten.</al><al>De beslistermijn van acht weken, met eenmalig een verlenging van vier weken,
                        is gebaseerd op de Algemene wet bestuursrecht.</al><al>Op de urgentieverklaring moeten enkele gegevens worden vermeld. Zoekprofiel
                        en wijze van bemiddeling zijn daarbij van groot belang. Hiermee wordt immers
                        bepaald waar een urgent woningzoekende op mag reageren en hoe hij wordt
                        bemiddeld voor andere woonruimte.</al><al>Geldigheid</al><al>Urgentie geldt alleen in de gemeente waar de urgentie is aangevraagd c.q.
                        verleend. Hieraan ligt ten grondslag dat de woningzoekende in gemeente waar
                        hij of zij urgent is geworden en erkenning heeft gekregen ook daar gebruik
                        kan maken van de voorrang. Op dit punt is voor stadsvernieuwingsurgenten uit
                        Amstelveen, Amsterdam, Haarlemmermeer, Purmerend, Uithoorn en Zaanstad een
                        uitzondering gemaakt, in verband met afspraken die daaromtrent zijn gemaakt
                        tussen deze zes gemeenten op grond van het Convenant
                        woonruimteverdeling.</al><al>Een urgentieverklaring is maximaal 52 weken geldig. Deze termijn is gekozen
                        om de regeling helder en overzichtelijk te houden. 52 weken is de meest
                        voorkomende termijn in de partiële verordeningen. Burgemeester en wethouders
                        kunnen in bijzondere gevallen en voor bijzondere categorieën de termijn
                        verlengen. Onder bijzondere gevallen vallen bijvoorbeeld grote gezinnen die
                        recht hebben op een grote woning (vijf kamers of meer). Dergelijke woningen
                        komen in sommige gemeenten sporadisch beschikbaar, waardoor het nodig kan
                        zijn de urgentieverklaring na één jaar te verlengen. Verlenging vergt een
                        apart besluit.</al><al>De verordening geeft de gronden waarop burgemeester en wethouders een
                        verleende urgentieverklaring kunnen intrekken. </al><al>Artikel 15 Nadere uitwerking urgentie</al><al>Aangezien de lokale uitvoering is gelaten aan de regiogemeenten moeten
                        burgemeester en wethouders regels stellen voor de procedure inzake het
                        aanvragen en verstrekken van urgentie, de wijze van bemiddeling bij het
                        zoeken naar woonruimte, de af te geven zoekprofielen voor aanvragers en een
                        volgordebepaling voor urgenten.</al><al>Bepaald moet worden welke gegevens een aanvrager moet overleggen bij het
                        aanvragen van een urgentieverklaring, aan welke instantie advies gevraagd
                        wordt over de aanvraag, hoe en of de gemeente wil bemiddelen voor personen
                        met een urgentieverklaring en voor welke woonruimte een urgent
                        woningzoekende in aanmerking kan komen.</al><al>De afgiftedatum van de urgentieverklaring kan als volgordecriterium gelden.
                        Er kan ook voor een andere volgorde worden gekozen. Bijvoorbeeld voorrang
                        voor stadsvernieuwingsurgenten boven andere urgenten.</al><al>Ten behoeve van de stadsvernieuwingsurgenten is een bepaling omtrent de
                        peildatum waarop zij als stadsvernieuwingskandidaat worden aangewezen door
                        burgemeester en wethouders opgenomen. In de praktijk zal het besluit voor
                        stadsvernieuwingsurgentie ten minste 12 maanden voor de daadwerkelijke sloop
                        of renovatie worden genomen.</al><al>In de praktijk verlenen niet altijd burgemeester en wethouders de
                        urgentieverklaring maar hebben zij de uitvoering daarvan overgedragen aan
                        externe instanties of (samengestelde) urgentiecommissies. Burgemeester en
                        wethouders kunnen op grond van de Algemene wet bestuursrecht de verlening
                        van urgentieverklaringen mandateren. Bijvoorbeeld aan de in hun gemeente
                        werkzame corporaties. Voor de volledigheid is ook in hoofdstuk 4 een
                        mandaatsbepaling opgenomen.</al><al>Artikel 16 Werkingsgebied</al><al>Dit artikel regelt welke gemeenten gebruik willen maken van de mogelijkheid
                        tot het opleggen van een leegmeldingsplicht voor woningeigenaren en het
                        kunnen (laten) doen van voordrachten. De gemeenten Amstelveen, Amsterdam,
                        Diemen, Landsmeer, Oostzaan, en Ouder-Amstel hebben er voor gekozen van deze
                        bepalingen gebruik te maken.</al><al>Artikel 17 Leegmelding</al><al>Dit artikel regelt dat eigenaren van woonruimte die onder de
                        vergunningplicht valt, binnen vijf dagen moeten melden dat hun woning
                        beschikbaar komt voor bewoning door een ander. </al><al>Het tweede lid geeft aan dat de ter beschikkingsmelding niet geldt voor
                        eigenaren van woonruimte die deelnemen aan het Convenant
                        woonruimteverdeling. Het derde lid in welke situaties (a t/m f) een woning
                        ter beschikking is gekomen. </al><al>In het vierde lid is de melding van leegstand opgenomen. Burgemeester en
                        wethouders kunnen bepalen dat eigenaren woningen die langer dan twee maanden
                        leeg staan bij hen moeten leegmelden.</al><al>Artikel 18 Voordracht</al><al>Dit artikel geeft regels voor voordracht en de intrekking van de voordracht.
                        Zowel de woningeigenaar als burgemeester en wethouders kunnen een huishouden
                        voordragen. In de praktijk maken vooral particuliere eigenaren hiervan
                        gebruik. De eigenaar draagt binnen vier weken een kandidaat voor. De
                        voorgedragen kandidaat moet voldoen aan de vereisten van artikel 8 om voor
                        een huisvestingsvergunning in aanmerking te kunnen komen.</al><al>Het vierde en vijfde lid gaan over voordrachten gedaan door burgemeester en
                        wethouders. Omdat er een grote verscheidenheid bestaat bij de gemeenten
                        wanneer burgemeester en wethouders een voordracht kunnen doen, moeten
                        gemeenten genoemd in artikel 17 zelf bepalen in welke gevallen zij een
                        voordracht gaan doen. Te denken valt aan gevallen waarbij de woonruimte in
                        strijd met artikel 18 niet tijdig is leeg gemeld of waarbij de eigenaar niet
                        zelf binnen vier weken een huishouden voordraagt. </al><al>Ook kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat zij woningzoekenden
                        voordragen die in het bezit zijn van een urgentieverklaring.</al><al>In de gemeente Amsterdam wordt het zesde lid gebruikt om valse voordrachten
                        van (over het algemeen) particuliere huiseigenaren te kunnen aanpakken.</al><al>Hoofdstuk 2 Verdeling van woonruimte</al><al>Afdeling II Verdeling van Standplaatsen Woonwagens</al><al>Artikel 19 Werkingsgebied</al><al>Enkele gemeenten willen ook beleid voeren ten aanzien van de verdeling
                        standplaatsen voor woonwagens. In afdeling II is het betrekken van
                        standplaatsen onder een verdelingsregime gebracht.</al><al>De gemeenten Amstelveen, Amsterdam, Oostzaan, Ouder-Amstel en Purmerend
                        willen gebruik maken van het vergunningstelsel voor standplaatsen. De
                        gemeente Zaanstad heeft met corporaties een overeenkomst gesloten over de
                        verdeling hiervan, en werkt derhalve niet met het vergunningenstelsel. De
                        overige gemeenten hebben geen standplaatsen voor woonwagens of werken niet
                        met huisvestingsvergunningen voor standplaatsen.</al><al>Artikel 20 Reikwijdte vergunningplicht</al><al>De vergunningplicht voor het betrekken van en het in gebruik geven van een
                        standplaats is in dit artikel vastgelegd.</al><al>Artikel 21 Inschrijving register</al><al>Personen die in aanmerking willen komen voor het betrekken van een
                        standplaats worden door burgemeester en wethouders opgenomen in een
                        register. Voor inschrijving moet aan dezelfde criteria worden voldaan als
                        bij inschrijving voor toelating tot de markt voor woonruimte, dus 18 jaar of
                        ouder zijn, rechtsgeldig in Nederland verblijven en economisch of
                        maatschappelijk gebonden zijn aan de regio.</al><al>De gemeente Amstelveen hanteert als aanvullende eis dat huishoudens zich
                        inschrijven bij Woningnet.</al><al>Bepaald is dat een inschrijving één jaar geldig is. Burgemeester en
                        wethouders hebben de bevoegdheid de inschrijving te verlenging zolang als
                        nodig is. De ingeschrevene ontvangt een bewijs van inschrijving. </al><al>Een inschrijving kan ook worden doorgehaald. In het zesde lid zijn de
                        redenen genoemd op grond waarvan doorhaling kan plaatsvinden. Deze redenen
                        zijn gedestilleerd uit de huisvestingsverordeningen van de gemeenten die
                        regels bevatten ten aanzien van standplaatsen.</al><al>Artikel 22 In te dienen bescheiden</al><al>Dit artikel geeft aan welke bescheiden en gegevens de standplaatszoekende
                        moet overleggen om ingeschreven te worden. Dit zijn dezelfde gegevens als
                        die voor het aanvragen van een huisvestingsvergunning voor een huurwoning
                        moeten worden overgelegd. Gemeenten kunnen regelen dat de traditionele
                        doelgroep voorrang krijgt bij het verkrijgen van een standplaats boven
                        personen die niet eerder in een woonwagen hebben gewoond of wonen. Hierover
                        kunnen aanvullend gegevens worden gevraagd.</al><al>De gemeente Amsterdam kent een aparte groep standplaatszoekenden, namelijk
                        personen die werken bij een kermis- of circusbedrijf. Van hen worden bij
                        inschrijving gegevens gevraagd waarmee wordt aangetoond dat zij tot deze
                        doelgroep behoren.</al><al>Artikel 23 Criteria voor vergunningverlening</al><al>Dit artikel geeft de criteria om in aanmerking te komen voor een
                        huisvestingsvergunning. De criteria zijn al eerder benoemd in artikel 4.
                        Voor standplaatsen gelden geen passendheidseisen. Huishoudens komen in een
                        door burgemeester en wethouders bepaalde volgorde aan de beurt voor de
                        standplaats.</al><al>Artikel 24 Intrekken vergunning</al><al>De criteria voor het intrekken van de huisvestingsvergunning zijn hetzelfde
                        als die voor huisvestingsvergunningen bij woonruimte.</al><al>Artikel 25 Nadere uitwerking</al><al>Artikel 2 tweede lid van de Huisvestingswet geeft aan dat de regioraad
                        nagaat hoe bij de verdeling van standplaatsen voorrang kan worden verleend
                        aan woningzoekenden die in een woonwagen wonen of hebben gewoond. Het is aan
                        burgemeester en wethouders hierover nadere regels stellen. Tevens moeten
                        burgemeesters en wethouders de volgorde bepalen waarin woningzoekenden aan
                        de beurt komen voor een standplaats.</al><al>Hoofdstuk 3 Wijziging van de woonruimtevoorraad</al><al>Afdeling I Onttrekking, samenvoeging en omzetting</al><al>Artikel 26 Werkingsgebied</al><al>Dit artikel regelt in welke gemeente de vergunningplicht voor onttrekking,
                        samenvoeging of omzetting van toepassing is. De gemeenten Amsterdam,
                        Amstelveen, Beemster, Edam-Volendam, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan,
                        Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland en Zeevang kiezen voor een
                        vergunningstelsel.</al><al>Dit artikel bepaalt ook welke woonruimte onder de vergunningplicht valt. De
                        aanwijzing hiervan is op gemeenteniveau gedaan. Afhankelijk van de opbouw
                        van de woningvoorraad en de druk op de woningmarkt kiezen gemeenten voor een
                        verschillende reikwijdte van de vergunningplicht.</al><al>Artikel 27 Reikwijdte vergunningplicht</al><al>Dit artikel geeft het verbod om zonder vergunning woonruimte te onttrekken
                        aan de bestemming wonen, samen te voegen of om te zetten van zelfstandige
                        woonruimte in onzelfstandige woonruimte.</al><al>Artikel 28 Aanvraag vergunning</al><al>De aanvraag voor een vergunning moet worden ingediend bij burgemeester en
                        wethouders.</al><al>Artikel 29 Op de nemen gegevens </al><al>De aanvrager moet bij de vergunningaanvraag onder meer adresgegevens van
                        eigenaar en bewoners aanleveren, alsmede de koopprijs of de feitelijk
                        betaalde dan wel maximale redelijke huurprijs van de woonruimte waar de
                        aanvraag betrekking op heeft. Ook moet de aanvrager de voorgenomen
                        onttrekking, samenvoeging of omzetting motiveren.</al><al>Artikel 30 In te dienen bescheiden</al><al>Bij een aanvraag moeten verschillende bescheiden worden overgelegd. Het gaat
                        onder andere om tekeningen waarmee burgemeester en wethouders inzicht
                        krijgen in de situatie. In geval er sprake is van reële compensatie, wordt
                        van de aanvrager een compensatievoorstel gevraagd. Ook kan informatie over
                        eventueel verleende subsidies voor woningverbetering worden opgevraagd.</al><al>Artikel 31 Beslistermijn</al><al>De beslistermijn op de vergunningaanvraag is twaalf weken, met een
                        verlenging van vier weken.</al><al>Artikel 32 Samenloop onttrekking en bouwen</al><al>Een aanvraag voor woningonttrekking kan samenlopen met de aanvraag voor een
                        omgevingsvergunning. Dit artikel regelt dat een aanvraag voor een
                        onttrekkingsvergunning dan kan worden aangehouden tot ten hoogste twee weken
                        na de beslissing over de omgevingsvergunning.</al><al>Artikel 33 Beschikkingsvereisten</al><al>Dit artikel schrijft voor wat op de onttrekkingsbeschikking moet worden
                        vermeld. Het moet duidelijk zijn om welke woonruimte(n) het gaat, welke
                        compensatie moet worden geboden. Nadat de vergunning onherroepelijk is
                        geworden, moet binnen één jaar van de vergunning gebruik worden
                        gemaakt.</al><al>Artikel 34 Criteria voor vergunningverlening</al><al>Dit artikel geeft de inhoudelijke criteria op grond waarvan de
                        onttrekkingsvergunning wordt verleend of wordt geweigerd. Het gaat bij de
                        vergunningverlening steeds om een individuele belangenafweging tussen het
                        belang van de aanvrager enerzijds en het belang van het behoud of
                        samenstelling van de woningvoorraad anderzijds.</al><al>Is het belang van de aanvrager even groot als of groter dan het belang tot
                        behoud of samenstelling van de woningvoorraad, dan wordt de vergunning
                        verleend.</al><al>Is het belang van het behoud of samenstelling van de woningvoorraad groter,
                        maar kan dit belang door het stellen van voorwaarden en voorschriften bij de
                        vergunning voldoende worden gewaarborgd, dan wordt de vergunning ook
                        verleend.</al><al>Is het waarborgen van het belang van het behoud of samenstelling van de
                        woningvoorraad niet meer mogelijk door het stellen van voorwaarden en
                        voorschriften, dan wordt de vergunning geweigerd.</al><al>Bij de belangenafweging kan leefbaarheid in een wijk, buurt of straat worden
                        betrokken. Leefbaarheid is onderdeel van het behoud of samenstelling van de
                        woningvoorraad. Voor de helderheid is dit in het vierde lid nader
                        geëxpliciteerd.</al><al>Artikel 35 Voorwaarden en voorschriften</al><al>Artikel 32 van de Huisvestingswet geeft aan dat de voorwaarden en
                        voorschriften die kunnen worden verbonden aan de onttrekkingsvergunning in
                        de verordening moeten zijn opgenomen. Artikel 35 vormt hier de uitwerking
                        van.</al><al>Met de voorwaarden en voorschriften die burgemeester en wethouders aan de
                        onttrekkingsvergunning kunnen verbinden, wordt het terzake door hen gewenste
                        beleid bij behoud en samenstelling van de woningvoorraad door
                        woningonttrekking mogelijk gemaakt. Het stellen van voorwaarden en
                        voorschriften is een bevoegdheid, geen verplichting. Er kunnen verschillende
                        voorwaarden en voorschriften aan de vergunning worden verbonden. Deze moeten
                        logischerwijs wel samenhangen met de impact van onttrekking op het behoud of
                        samenstelling van de woningvoorraad, leefbaarheid inbegrepen.</al><al>Compensatie</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen compensatie vragen voor het verlies van
                        woonruimte. Dit kan in reële zin - in de vorm van nieuwe woonruimte- maar
                        ook in financiële zin. De verordening bepaalt de maximum hoogte voor de
                        financiële compensatie, te weten 12% van de waarde volgens de Wet waardering
                        onroerende zaken (WOZ). De gekozen maatstaf, te weten de waardering voor de
                        Wet waardering onroerende zaken biedt een objectieve grondslag van de waarde
                        in het economisch verkeer. De waarde geeft ook de eventuele verschillen
                        binnen de regio weer. Verder is de maatstaf in iedere gemeente
                        beschikbaar.</al><al>Omdat de druk op de markt per gemeente verschilt, geeft de verordening één
                        maximumpercentage. Gemeenten die deze voorwaarde aan de vergunning willen
                        verbinden, moeten beleidsregels opstellen ten aanzien van de hoogte van de
                        financiële compensatie die zij willen vragen. Gemeenten kunnen alleen lagere
                        percentages vaststellen.</al><al>Het artikel biedt ook mogelijkheden om per type woningonttrekking
                        (onttrekking aan woonbestemming, samenvoegen van woonruimte of omzetten van
                        woonruimte) verschillende percentages te hanteren. Voor de berekening van de
                        hoogte van de financiële compensatie bij het samenvoegen van woonruimte moet
                        worden uitgegaan van de WOZ-waarde van de kleinste woning.</al><al>De gemeenten kunnen beleid formuleren voor het verlenen van vrijstelling van
                        compensatie. Zij kunnen aangeven in welke gevallen bijvoorbeeld geen
                        compensatie wordt gevraagd. Verder schrijft de verordening voor dat in het
                        geval van samenvoeging van woonruimte waarbij de eigenaar een investeringen
                        heeft gedaan in noodzakelijke bouwkundig herstel van het pand, bij de
                        vrijstelling rekening wordt gehouden met de hoogte van de gedane
                        investering. Te ontvangen compensatie moet worden gestort in het lokale
                        volkshuisvestingsfonds. Gelden daaruit kunnen worden gebruikt voor het
                        creëren van nieuwe woonruimte door nieuwbouw of verbouw.</al><al>Naast reële of financiële compensatie, kunnen ook voorwaarden worden gesteld
                        van volkshuisvestelijke aard. Gevraagd kan worden dat na samenvoeging of
                        omzetting een woonruimte ontstaat met een huur- of koopprijs beneden de huur
                        of koopprijsgrens of tot een andere door burgemeester en wethouders
                        vastgestelde grens. Hiermee wordt goedkope en middeldure woonruimte
                        toegevoegd aan de voorraad. Ook kan worden gevraagd dat een huishouden dat
                        na samenvoeging of omzetting de woonruimte gaat betrekken, passend gaat
                        wonen of dat de samengevoegde woonruimte voor een bepaalde periode worden
                        toegewezen aan huishoudens tot een door burgemeester en wethouders bepaald
                        inkomensniveau. Met oog op de leefbaarheid kunnen ook voorwaarden en
                        voorschriften worden gesteld om een geordend woon- en leefmilieu te
                        waarborgen. Dit omvat naast het voorkomen van overlast ook veiligheid voor
                        directe buren en andere omwonenden.</al><al>Tenslotte regelt dit artikel dat ook geheel of gedeeltelijke vrijstelling
                        van compensatie kan worden gegeven als de eigenaar ten behoeve van de
                        noodzakelijke verbouwing, bijvoorbeeld bij samenvoeging van twee woningen,
                        een flinke investering doet. Het staat gemeenten vrij om ook andere
                        vrijstellingsmogelijkheden in beleidsregels op te nemen.</al><al>Artikel 36 Intrekking vergunning</al><al>Dit artikel geeft de gronden waarop een onttrekkingsvergunning kan worden
                        ingetrokken. De intrekkingsgronden zijn vergelijkbaar met die voor de
                        huisvestingsvergunning en de splitsingsvergunning. De vergunning kan ook
                        worden ingetrokken als niet aan de daarbij gestelde voorwaarden en
                        voorschriften wordt voldaan.</al><al>Artikel 37 Tijdelijke onttrekking</al><al>De verordening biedt de mogelijkheid om ook vergunning te verlenen voor die
                        gevallen dat woonruimte tijdelijk wordt onttrokken. Deze vergunning kan voor
                        ten hoogste 5 jaar worden verstrekt.</al><al>Artikel 38 Vergunning short stay</al><al>Bij short stay wordt zelfstandige woonruimte gebruikt voor verblijf korter
                        dan zes maanden en langer dan zeven nachten. Hierdoor wordt de woning
                        onttrokken aan de bestemming wonen. Wonen is verblijf langer dan zes
                        maanden. Bij kort wonen is het mogelijk dat tijdelijke huurcontracten worden
                        aangeboden, waarvoor andere regels gelden dan bij normale huurcontracten. In
                        de gemeente Amsterdam mogen volgens het huidige beleid mogen alleen vrije
                        sector woningen tijdelijk worden onttrokken voor short stay voor één periode
                        van 10 jaar. Er is geen verlenging mogelijk. Vanwege het tekort aan
                        woonruimte is het niet wenselijk dat aan het goedkope deel van de voorraad
                        woningen voor ander gebruik worden onttrokken.</al><al>Nieuwbouw die speciaal bedoeld is om te verhuren aan deze doelgroepen, dus
                        korter dan zes maanden en het omzetten van kantoorgebouwen voor short stay,
                        vallen niet onder de vergunningplicht. Het vergunningstelsel voor short stay
                        is alleen van toepassing in de gemeente Amsterdam (zie artikel 26).</al><al>Artikel 39 In de aanvraag op te nemen gegevens en bescheiden </al><al>Bij de aanvraag voor een vergunning moeten een aantal gegevens worden
                        overgelegd. Uit die gegevens moet onder meer blijken dat de aanvrager de
                        eigenaar is.</al><al>Artikel 40 Belangenafweging</al><al>Dit artikel expliciteert nog eens dat bij de vergunningverlening een
                        belangenafweging moet plaatsvinden tussen enerzijds het belang van de
                        aanvrager en anderzijds het belang van behoud of samenstelling van de
                        woningvoorraad. In het laatste belang zijn de effecten die de verandering
                        van de woningvoorraad voor de leefbaarheid kunnen hebben, begrepen. Te
                        denken valt aan gevaar voor overlast, te eenzijdige bewoning of teveel
                        bedrijven in een woonomgeving. Het beschermen van de leefbaarheid in een
                        straat, wijk of buurt vormt derhalve onderdeel van de belangenafweging.</al><al>Artikel 41 Quotum</al><al>Dit artikel regelt dat burgemeester en wethouders per stadsdeel een quotum
                        kunnen vaststellen voor het maximum aantal te verlenen vergunningen voor
                        short stay. In een verdeelbesluit kan nader worden aangegeven dat
                        uitsluitend in bepaalde gebieden (per stadsdeel) vergunningen worden
                        verleend. Hiermee wordt gestreefd naar aanvaardbare aantallen tijdelijke
                        onttrekking voor dit doel en voldoende spreiding over de stad. In gebieden
                        die hier niet genoemd zijn, zullen in verband met de leefbaarheid geen
                        vergunningen worden afgegeven.</al><al>Hoofdstuk 3 Wijziging van de woonruimtevoorraad</al><al>Afdeling II Splitsing</al><al>Artikel 42 Werkingsgebied</al><al>Dit artikel geeft per gemeente het werkingsgebied aan. Gemeenten bepalen
                        welk deel van hun woningvoorraad vanuit behoud en samenstelling van de
                        woningvoorraad moet worden beschermd. Door een vergunningplicht in te voeren
                        kunnen veranderingen door woningsplitsing worden beoordeeld op
                        wenselijkheid.</al><al>Het werkingsgebied is per gemeente verschillend. Dit hangt samen met de
                        samenstelling van de plaatselijke woningvoorraad. In de gemeente Amstelveen
                        vallen bijvoorbeeld alle huur- of koopwoningen beneden de huur- of
                        koopprijsgrens onder de vergunningplicht. In Diemen zijn als gebouwen
                        aangewezen alle huurwoningen beneden de huurprijsgrens. In Oostzaan zijn
                        alle gebouwen waarin woonruimte is ondergebracht onder de vergunningplicht
                        gebracht. In Amsterdam gaat het om alle gebouwen die vóór 1940 tot stand
                        gekomen zijn in het gebied vastgesteld bij Koninklijk Besluit van 8 augustus
                        1977, nr 19. Op deze hoofdregel zijn een drietal uitzonderingen gemaakt
                        (tweede lid).</al><al>Artikel 43 Reikwijdte vergunningplicht</al><al>Dit artikel bepaalt dat het verboden is zonder vergunning van burgemeester
                        en wethouders een (eigendoms)recht op een gebouw dat onder de aangewezen
                        categorie van artikel 42 valt, te splitsen in appartementsrechten.</al><al>Artikel 44 Aanvraag vergunning</al><al>De aanvraag voor een splitsingsvergunning moet worden ingediend op een door
                        burgemeester en wethouders vastgesteld formulier. Een aanvraag mag meerdere
                        gebouwen betreffen.</al><al>Artikel 45 en 46 Op te nemen gegevens en in te dienen bescheiden</al><al>Deze artikelen regelen welke gegevens de aanvrager moet aanleveren en welke
                        bescheiden moeten worden ingeleverd bij de aanvraag.</al><al>Artikel 47 Beslistermijn</al><al>Binnen 13 weken moet een beslissing worden genomen over de aanvraag. Deze
                        termijn kan eenmalig met 13 weken worden verlengd. De termijn is ruim omdat
                        de praktijk leert dat splitsingsaanvragen gecompliceerd kunnen zijn en
                        regelmatig samengaan met bouwkundige ingrepen. Ook kunnen er
                        herstructureringsplannen in het geding zijn. Daarom kan veel tijd nodig zijn
                        om onderzoek te doen en de aanvraag te beoordelen.</al><al>Artikel 48 Beschikkingsvereisten</al><al>De splitsingsvergunning moet aangeven op welke woonruimte(n) die betrekking
                        heeft en binnen welke termijn die moet worden gebruikt. In het tweede lid is
                        bepaald dat de vergunning één jaar geldig is, tenzij een langere tijd is
                        aangegeven.</al><al>Artikel 49 Weigeringsgronden</al><al>De weigerings- en aanhoudingsgronden voor een aanvraag om een
                        splitsingsvergunning zijn in de Huisvestingswet en het Huisvestingsbesluit
                        vastgelegd. In dit artikel zijn deze limitatieve weigeringsgronden verwoord.
                        Er zijn drie invalshoeken gegeven om een vergunning te weigeren. Weigering
                        kan verband houden met de woonruimtevoorraad, met belemmering van de
                        stadsvernieuwing of met de bouwkundige toestand van het gebouw.</al><al>Artikel 50 Aanhoudingsgronden</al><al>Dit artikel regelt wanneer een aanvraag kan worden aangehouden. Dit kan in
                        verband met belemmering van de stadsvernieuwing of in verband met de
                        toestand van het gebouw. </al><al>Artikel 51 Voorwaarden en verplichtingen</al><al>Dit artikel regelt voorwaarden en voorschriften die aan de
                        vergunningverlening kunnen worden verbonden. Binnen de stadsregio heeft de
                        gemeente Amsterdam het meest met woningsplitsing te maken. Dit artikel ziet
                        op de situatie waarin sprake is van een aanvraag voor een
                        splitsingsvergunning, in samenhang met een bouwplan voor complex woningen of
                        in samenhang met een bouwplan waarvoor al een bouwvergunning is verleend. De
                        splitsingsvergunning wordt dan onder de opschortende voorwaarde verleend dat
                        het bouwplan al is uitgevoerd. Ook kan een zekerheidsstelling (bankgarantie)
                        worden gevraagd dat het bouwplan wordt uitgevoerd. In dit laatste geval moet
                        binnen acht weken na de verlening van de vergunning met de verbouwing worden
                        gestart. Verder moet binnen een door burgemeester en wethouders bepaalde
                        termijn het werk gereed gemeld worden. Dit artikel is alleen van toepassing
                        in de gemeente Amsterdam.</al><al>Artikel 52 Vergunningverlening corporaties</al><al>Woningcorporaties kunnen in het kader van herstructurering en voorraadbeheer
                        behoefte hebben aan woningsplitsing om daarna de appartementen te verkopen.
                        Gemeenten kunnen hierover afspraken hebben gemaakt, die vastgelegd zijn in
                        een overeenkomst of convenant.</al><al>Dit artikel regelt dat in die gevallen, naast instemming voor verkoop van
                        burgemeester en wethouders en de minister, de splitsingsvergunning wordt
                        verleend.</al><al>Artikel 53 Quotum</al><al>Dit artikel geeft burgemeesters en wethouders de bevoegdheid om te bepalen
                        dat voor een gebiedsdeel slechts een bepaald aantal splitsingsvergunningen
                        per jaar zal worden afgegeven. Een dergelijk besluit moet worden genomen
                        voor 1 september van het kalenderjaar.</al><al>Artikel 54 Intrekken vergunning</al><al>Dit artikel geeft de gronden waarop een vergunning kan worden ingetrokken.
                        Dat kan als niet binnen één jaar de appartementsrechten zijn ingeschreven in
                        het kadaster. Ook als er onjuiste gegevens zijn verstrekt of de gegevens
                        waren onvolledig, en de vergunninghouder moest dit redelijkerwijs vermoeden,
                        kan de vergunning worden ingetrokken.</al><al>Hoofdstuk 4 Verdere bepalingen</al><al>Artikel 55 Overleg bij wijziging </al><al>In dit artikel is bepaald dat het dagelijks bestuur bij wijziging van deze
                        verordening overleg moet plegen met de in de stadsregio werkzame
                        woningcorporaties. Ook kan met andere daarvoor in hun ogen in aanmerking
                        komende organisaties overleg worden gevoerd.</al><al>Artikel 56 Overeenkomsten</al><al>De Stadsregio kan naast of in plaats van een huisvestingsverordening
                        overeenkomsten met eigenaren van woonruimte over de verdeling van woonruimte
                        sluiten. In de verordening is deze bevoegdheid geëxpliciteerd. Dit sluit
                        logisch aan bij de huidige gang van zaken. Er is een Convenant
                        woonruimteverdeling gesloten tussen de stadsregio enerzijds en de
                        corporaties die aangesloten zijn het Platform Woningcorporaties Noordvleugel
                        Randstad anderzijds.</al><al>Vanwege de regionale verordening en het Convenant woonruimteverdeling hebben
                        gemeenten minder feitelijke armslag om nog aanvullende overeenkomsten te
                        sluiten.</al><al>Gemeenten kunnen met woningeigenaren overeenkomsten sluiten mits deze niet
                        overlappen of in strijd zijn met hetgeen in de huisvestingsverordening of in
                        het Convenant is geregeld. Dus geen afspraken over bijvoorbeeld de criteria
                        voor vergunningverlening, maar wel over labeling zoals het Convenant dat
                        toestaat. Ook kunnen gemeenten verdelings- of toewijzingsafspraken maken
                        over woonruimten, die niet onder deze verordening of het Convenant
                        woonruimteverdeling vallen. </al><al>Tot slot kunnen ook afspraken worden gemaakt met eigenaren over onderwerpen
                        die niet in de verordening of het Convenant zijn geregeld zoals bijvoorbeeld
                        prestatieafspraken.</al><al>Artikel 57 Verstrekken van inlichtingen</al><al>De uitvoering van de verordening vindt lokaal plaats. Het dagelijks bestuur
                        kan zich informeren over de wijze van uitvoering. Burgemeester en wethouders
                        zijn verplicht alle inlichtingen te geven die voor een dergelijke
                        beoordeling nodig is.</al><al>Artikel 58 Handelen in strijd met de onttrekkingsvergunning</al><al>Dit artikel bepaalt dat degene die handelt in strijd met de voorschriften en
                        voorwaarden die aan de onttrekkingsvergunning zijn verbonden, geacht wordt
                        zonder vergunning te hebben gehandeld.</al><al>Artikel 59 Bestuurlijke boete</al><al>De verordening geeft burgemeester en wethouders de mogelijkheid om bij
                        overtredingen van artikel 7 en 30 van de Huisvestingswet een bestuurlijke
                        boete op te leggen. De boetes kunnen worden opgelegd voor het zonder
                        huisvestingsvergunning in gebruik geven en nemen van een vergunningplichtige
                        woonruimte, evenals bij het zonder vergunning onttrekken en voor andere
                        doeleinden gebruiken van aangewezen woonruimte. Met de boetes kan worden
                        opgetreden tegen onrechtmatige bewoning bij illegale onderverhuur,
                        doorverhuur of overbewoning. Ook kan tegen onrechtmatig gebruik voor andere
                        doeleinden worden opgetreden. Bijvoorbeeld de woning gebruiken voor
                        kamerverhuur of pension, prostitutie, hennepteelt of drugshandel. Gebruik
                        voor andere doeleinden wordt gelet op de krapte op de woningmarkt zeer
                        ernstig bevonden en derhalve zwaar beboet. Hoge boetes gelden ook bij
                        ‘illegale doorverhuur’ waarbij de huurder winst maakt.</al><al>De bestuurlijke boete is hoger als binnen drie jaar opnieuw eenzelfde
                        overtreding wordt vastgesteld. Na een eerste overtreding wordt de overtreder
                        immers geacht te weten dat een dergelijke handeling kan worden beboet.
                        Eigenaren/verhuurders met meer dan één woning worden geacht de regelgeving
                        te kennen. Bij overtreding worden zij zwaarder beboet dan
                        eigenaren/verhuurders met één woning.</al><al>De op te leggen boetes zijn vastgelegd in bijlage 5. Burgemeester en
                        wethouders kunnen slechts wegens bijzondere omstandigheden afwijken van de
                        genoemde bedragen. De overtreder zal daar in beginsel een voldoende
                        onderbouwd beroep op moeten doen. (artikel 5.46, derde lid, Algemene wet
                        bestuursrecht).</al><al>Artikel 60 Mandaat</al><al>In veel gevallen voeren burgemeester en wethouders de woonruimteverdeling
                        niet zelf uit maar hebben ze een of meer bevoegdheden uit hoofdstuk 2 van de
                        verordening gemandateerd. Hoewel dit een algemene bevoegdheid is, gebaseerd
                        op de Algemene wet bestuursrecht, is dit artikel voor de volledigheid
                        opgenomen.</al><al>Artikel 61 Uitleg verordening</al><al>Het kan voorkomen dat in de verordening ergens niet in voorziet. In zo’n
                        geval beslissen burgemeester en wethouders, nadat zij het dagelijks bestuur
                        van de Stadsregio hierover hebben geraadpleegd, over de uitleg van de
                        verordening. Hierbij mogen zij zich uitsluitend laten leiden door
                        overwegingen die betrekking hebben op de evenwichtige en rechtvaardige
                        verdeling van schaarse woonruimte.</al><al>Artikel 62 Hardheidsclausule</al><al>Er kunnen zich individuele gevallen voordoen waarin strikte toepassing van
                        deze verordening onbedoeld en onvoorzien buitengewoon onbillijk uitwerken.
                        In die gevallen kunnen burgemeester en wethouders besluiten om af te wijken
                        van de bepalingen van deze verordening. Aard en strekking van de
                        hardheidsclausule is zodanig dat deze slechts met uiterste terughoudendheid
                        kan worden toegepast.</al><al>Hoofdstuk 5 Overgangs- en slotbepalingen</al><al>Artikel 63 Experimenten</al><al>De ontwikkelingen op gebied van beleid en uitvoering staan niet stil.
                        Gemeenten kunnen behoefte hebben aan experimenten. Met dit artikel kan voor
                        een beperkte periode worden afgeweken van de bepalingen uit deze
                        verordening. Het dagelijks bestuur beslist hierover. Bij een beperkte
                        periode moet worden gedacht een aan een periode van maximaal twee jaar. Voor
                        zover het experiment woningbezit betreft van een woningcorporatie, kan in
                        maximaal 10 procent van het sociale huurwoningbezit worden geëxperimenteerd.
                        Deze beleidslijn is afgesproken tussen partijen bij het Convenant. </al><al>Artikel 64 Overgangsbepalingen</al><al>Dit artikel geeft enkele overgangsbepalingen die onder meer duidelijkheid
                        geven hoe met aanvragen voor vergunningen en bezwaarschriften die voor 1
                        januari 2013 zijn ingediend, moet worden omgegaan.</al><al>Artikel 65 Citeertitel</al><al>De verordening kan worden aangehaald als de Regionale
                        Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2013.</al><al>Artikel 66 Inwerkingtreding</al><al>De verordening treedt op 1 januari 2013 in werking. Per die datum wordt de
                        Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2010
                        ingetrokken.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>