Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Purmerend

Verordening rechtspositie, mandaat- en volmachtsbesluit griffie Purmerend 2014

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatiePurmerend
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening rechtspositie, mandaat- en volmachtsbesluit griffie Purmerend 2014
CiteertitelVerordening rechtspositie, mandaat- en volmachtsbesluit griffie Purmerend 2014
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

In afwijking van artikel 16, treedt de verordening in werking op 28 maart 2014

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Ambtenarenwet, art. 125
  2. 1.0:c:BWBR0001947&g=2014-03-28
  3. Gemeentewet, art. 107e

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

28-03-201422-11-2018Nieuwe regeling

06-03-2014

Gemeenteblad 16773

1113532

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening rechtspositie, mandaat- en volmachtsbesluit griffie Purmerend 2014

De raad van de gemeente Purmerend,

 

gelezen het voorstel van het presidium d.d. 6 maart 2014, nr. 1113532,

 

gelet op artikel 125 van de Ambtenarenwet,

 

artikel 107e van de Gemeentewet,

 

B E S L U I T:

 

de volgende verordening vast te stellen:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    (gemeente)raad: het orgaan zoals bedoeld in titel II hoofdstuk II van de Gemeentewet;

  • b.

    presidium: het presidium zoals bedoeld in het reglement van orde voor de raad;

  • c.

    griffier: de functionaris, zoals bedoeld in artikel 107 Gemeentewet;

  • d.

    loco-griffier: de plaatsvervanger van de griffier, zoals bedoeld in artikel 107d Gemeentewet;

  • e.

    griffiemedewerker: medewerker van de gemeente die hiërarchisch onder de griffier valt;

  • f.

    collegeorganisatie: medewerkers van de gemeente ressorterend onder het college en de secretaris, zoals bedoeld in artikel 102 Gemeentewet;

  • g.

    lokale arbeidsvoorwaardenregelingen: het alleen in Purmerend van kracht zijnde deel van de arbeidsvoorwaardenregelingen, niet zijnde de landelijke CAR-UWO.

Artikel 2 Werkingssfeer

Deze verordening is van toepassing op ambtenaren werkzaam voor de griffie van de gemeente Purmerend in de functie van:

  • 1.

    griffier;

  • 2.

    griffiemedewerker.

Artikel 3 Bevoegd gezag

De raad is het bevoegd gezag ten aanzien van de griffier en de griffiemedewerkers.

Artikel 4 Aansluiting bij lokale arbeidsvoorwaardenregelingen

  • 1.

    Voor griffiemedewerkers zijn de lokale arbeidsvoorwaardenregelingen van de collegeorganisatie van overeenkomstige toepassing, behoudens de bij deze verordening of in enig ander besluit van de raad gestelde uitzonderingen.

  • 2.

    Voordat het college besluit over wijziging van de lokale arbeidsvoorwaardenregelingen wordt de griffier in de gelegenheid gesteld daarover advies uit te brengen.

Artikel 5 (Onder)mandaatverlening en uitzonderingen

  • 1.

    Besluiten over de toepassing en uitvoering van lokale arbeidsvoorwaardenregelingen t.a.v. de griffier en griffiemedewerkers, inclusief de toepassing van hardheidsclausules, worden in mandaat genomen door het presidium.

  • 2.

    Besluiten over de toepassing en uitvoering van lokale arbeidsvoorwaardenregelingen t.a.v. griffiemedewerkers, inclusief de toepassing van hardheidsclausules, worden in ondermandaat genomen door de griffier.

  • 3.

    Op lid 1 en lid 2 bestaan de volgende uitzonderingen:

    • a.

      Over schorsing, onvrijwillig ontslag en strafontslag van griffiemedewerkers besluit het presidium;

    • b.

      Over (her)benoeming en ontslag van de griffier besluit de raad.

Artikel 6 Ondertekening

De ondertekening van gemandateerde besluiten vindt op onderstaande wijzen plaats:

  • a.

    bij mandaat:

     

    “De gemeenteraad van Purmerend,

    namens deze,

    het presidium,

     

    Handtekening raadsvoorzitter

     

     

     

    (naam)”;

     

  • b.

    bij ondermandaat:

     

    “De gemeenteraad van Purmerend,

    namens deze,

    de griffier,

     

    Handtekening griffier

     

     

  • (naam)”.

Artikel 7 Overeenkomsten

  • 1.

    Overeenkomsten die personele aangelegenheden betreffen worden in mandaat en binnen de door de raad vastgestelde financiële kaders door de griffier aangegaan.

  • 2.

    Het reglement van orde voor de raad bepaalt dat de griffier budgethouder is van het budget van de raad. Overeenkomsten die uit dit budgethouderschap voortvloeien, worden in mandaat en binnen de door de raad vastgestelde financiële kaders door de griffier aangegaan.

  • 3.

    De griffier is gemachtigd om overeenkomsten te ondertekenen die binnen de conform lid 1 en lid 2 verleende mandaten zijn aangegaan.

Artikel 8 Kwaliteitsborging, dienstverleningsovereenkomst met P&O

De griffier kan een dienstverleningsovereenkomst met de collegeorganisatie sluiten over de invulling van de dienstverlening door de collegeorganisatie op het gebied van personeelszaken.

Artikel 9 Aflegging van eed of verklaring en belofte

  • 1.

    Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de griffier en de loco-griffier in de vergadering van de raad, in handen van de voorzitter, de eed of verklaring en belofte af die bij wet, bij instructie of bij besluit van de raad is voorgeschreven.

  • 2.

    Griffiemedewerkers, m.u.v. de loco-griffier, leggen in handen van de griffier de eed of verklaring en belofte af die bij wet, bij instructie of bij besluit van de raad is voorgeschreven.

Artikel 10 Beoordeling

  • 1.

    Personeelsbeoordeling, op basis van de toepasselijke lokale arbeidsvoorwaardenregelingen, van griffiemedewerkers vindt plaats door de griffier, en van de griffier door het presidium.

  • 2.

    Waar in de arbeidsvoorwaardenregeling sprake is van “naast hogere manager” wordt bij de beoordeling van griffiemedewerkers gelezen “het presidium”, en bij de beoordeling van de griffier “de raad”.

  • 3.

    Voor zover de arbeidsvoorwaardenregeling voorziet in het indienen van bedenkingen of een zienswijze, kan de griffiemedewerker deze indienen bij het presidium, en de griffier bij de raad.

Artikel 11 Werktijden

Na overleg met de betrokken griffiemedewerker(s) kan de griffier de arbeidstijden vaststellen in afwijking van de lokale arbeidsvoorwaardenregelingen voor zover de werkzaamheden van de raad dit noodzakelijk maken.

Artikel 12 Overwerkaanspraken

In afwijking van de lokale arbeidsvoorwaardenregelingen bestaat voor griffiemedewerkers het recht op overwerkvergoeding uitsluitend uit verlof gelijk aan het aantal volle uren van het overwerk.

Artikel 13 Functiewaardering en functieboek

De raad stelt een functieboek vast met daarin de functiebeschrijving en functiewaardering van de functies van de griffier en de griffiemedewerkers met gebruikmaking van dezelfde methode als van toepassing voor de functies in de collegeorganisatie.

Artikel 14 Medezeggenschap, gemeenschappelijke ondernemingsraad, georganiseerd overleg

  • 1.

    De raad en het college stellen een gemeenschappelijke ondernemingsraad in zoals bedoeld in artikel 3 lid 1 Wet op de Ondernemingsraden.

  • 2.

    Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 23 lid 4 Wet op de Ondernemingsraden wordt bepaald dat de secretaris het overleg voert met de ondernemingsraad.

  • 3.

    De griffier kan te allen tijde deelnemen aan de overlegvergaderingen bedoeld in genoemd artikel 23 en daarin het woord voeren.

  • 4.

    Over aangelegenheden die in hoofdzaak op de griffier en de griffiemedewerkers betrekking hebben, worden slechts voorstellen en aanvragen aan de ondernemingsraad voorgelegd die de instemming hebben van de griffier.

  • 5.

    De griffier voert het overleg met de ondernemingsraad over een aanvraag om advies of instemming betreffende een voorgenomen besluit van de raad voor zover daarop de Wet op de Ondernemingsraden van toepassing is.

  • 6.

    Lid 1 tot en met lid 5 gelden mutatis mutandis voor het georganiseerd overleg.

Artikel 15 Onvoorzien

In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, besluit de raad.

Artikel 16 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op de dag na vaststelling.

  • 2.

    Op dat tijdstip vervalt de tot dan geldende verordening rechtspositie, mandaat- en volmachtsbesluit griffie Purmerend.

Artikel 17 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als:

Verordening rechtspositie, mandaat- en volmachtsbesluit griffie Purmerend 2014.

I.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 6 maart 2014,

de griffier, J.F. Kamminga

de voorzitter, D. Bijl

II.

In verband met artikel 4 “Aansluiting bij lokale arbeidsvoorwaardenregelingen”, artikel 7 lid 1 en lid 2 “Overeenkomsten”, en artikel 14 “Medezeggenschap, gemeenschappelijke ondernemingsraad, georganiseerd overleg”:

Burgemeester en wethouders van Purmerend,

de secretaris, M.J.H. Smulders

de burgemeester, D. Bijl

III.

In verband met artikel 7 lid 3 "Overeenkomsten":

De burgemeester van Purmerend,

D. Bijl

IV.

In verband met artikel 7 lid 3 "Overeenkomsten":

De griffier van de gemeenteraad van Purmerend,

J.F. Kamminga

Artikelsgewijze toelichting  

Artikel 3 Bevoegd gezag

In artikelen 107 en 107e lid 2 Gemeentewet is geregeld dat de raad de griffier en de op de griffie werkzame ambtenaren benoemt, schorst en ontslaat.

 

Artikel 4 Aansluiting bij lokale arbeidsvoorwaardenregelingen

De landelijke CAR-UWO (deel I van de arbeidsvoorwaardenregelingen) geldt ook voor de ambtenaren van de griffie. Artikel 4 heeft daarom betrekking op de lokale arbeidsvoorwaardenregelingen (deel II van de arbeidsvoorwaardenregelingen). “Van overeenkomstige toepassing” betekent bijvoorbeeld dat waar in de lokale arbeidsvoorwaardenregelingen staat “het college van B en W” of “burgemeester en wethouders” dan wel een variant daarop, “de raad” moet worden gelezen voor zover de arbeidsvoorwaardenregelingen van toepassing zijn en betrekking hebben op de griffier en griffiemedewerkers. Ander voorbeeld: waar in de lokale arbeidsvoorwaardenregelingen sprake is van “algemeen directeur”, “gemeentesecretaris”, “directieteam” of “DT”, moet “griffier” worden gelezen voor zover de arbeidsvoorwaardenregelingen van toepassing zijn en betrekking hebben op de griffier en griffiemedewerkers. Indien de raad het wenselijk vindt om voor de griffie af te wijken van de regelingen voor de collegeorganisatie kan daarvoor een afzonderlijke regeling met uitzonderingsbepalingen worden vastgesteld.

 

Artikel 5 (Onder)mandaatverlening en uitzonderingen

De (onder)mandaatverlening betreft in ieder geval:

  • a.

    Personele en/of organisatorische aangelegenheden waaruit financiële verplichtingen voortvloeien;

  • b.

    Het binnen de geldende wet- en regelgeving en de overige vastgestelde kaders uitvoering en toepassing geven aan de regelingen op het gebied van arbeidsvoorwaarden en rechtspositie;

  • c.

    Het binnen de geldende kaders en het beschikbaar gestelde budget toekennen van beloningscomponenten;

  • d.

    Het aanpassen van de formatie, waaronder het aanstellen van personeel, binnen de geldende kaders van de loonkostenbegroting;

  • e.

    Het binnen de geldende kaders en het beschikbaar gestelde budget inhuren van derden;

  • f.

    Het binnen de geldende kaders en het beschikbaar gestelde budget aangaan van verplichtingen ter uitvoering van de Arbowet;

  • g.

    Het binnen de geldende kaders en het beschikbaar gestelde budget vaststellen van het op de griffiemedewerkers gerichte vormings- en opleidingsplan;

  • h.

    Het binnen de geldende kaders en het beschikbaar gestelde budget (doen) bekostigen van reïntegratietrajecten van griffiemedewerkers;

  • i.

    Het binnen de geldende kaders en het beschikbaar gestelde budget (doen) bekostigen van loopbaantrajecten van griffiemedewerkers.

    De griffier legt over de toepassing van het ondermandaat verantwoording af aan het presidium. In overeenstemming met het reglement van orde voor de raad fungeert het presidium als werkgeverscommissie.

 

Artikel 7 Overeenkomsten

Het college is exclusief bevoegd te besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente (artikel 160 lid 1 sub e Gemeentewet). Het is dan ook het college dat mandaat verleent tot het aangaan van overeenkomsten. De burgemeester ondertekent overeenkomsten waarbij de gemeente als rechtspersoon betrokken is. Het is dan ook de burgemeester die volmacht verleent om overeenkomsten, die binnen het door het college verleende mandaat zijn aangegaan, te ondertekenen. Vandaar ook de medeondertekening van deze verordening door het college en door de burgemeester. Omdat de griffier niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het college of de burgemeester, is artikel 10:4 Algemene Wet Bestuursrecht van toepassing, inhoudende dat voor deze mandaatverlening de instemming van de gemandateerde (i.c. de griffier) en van degene onder wiens verantwoordelijkheid hij werkt (i.c. de raad) noodzakelijk is. Om die reden ondertekent de griffier deze verordening niet alleen namens de raad, maar ook als gemandateerde ambtenaar.

 

Artikel 12 Overwerkaanspraken

De overwerkregeling in de CAR-UWO kent de mogelijkheid om een uitzondering te maken op de aanspraak op een overwerkvergoeding. Van deze mogelijkheid wordt hier gebruik gemaakt om de aanspraak van griffiemedewerkers te beperken tot een vergoeding van tijd-voor-tijd en niet daar bovenop een vergoeding in geld. Dit neemt niet weg dat de griffier op basis van artikel 3:2:1 lid 4 kan beslissen dat de gemaakte overuren worden uitbetaald indien het niet mogelijk is voor deze uren verlof te verlenen.

 

Artikel 13 Functiewaardering en functieboek

Er kan voor worden gekozen om dit functieboek op te nemen als onderdeel van het functieboek van de collegeorganisatie.