<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR326629_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening gemeentelijke rekenkamercommissie Leiden 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leiden</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-08-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leiden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-17872.html">Overheid.nl en stadskrant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening gemeentelijke rekenkamercommissie Leiden 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-03-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-12-23</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV 14.0026</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de rekenkamercommissie voor de gemeente
            Leiden</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: Gemeentewet; </al></li><li nr="b."><al>commissie: rekenkamercommissie; </al></li><li nr="c."><al>subcommissie: een door de rekenkamercommissie ingestelde commissie
                                bestaande uit een aantal leden van de rekenkamercommissie ten
                                behoeve van de begeleiding van extern uitgevoerd onderzoek. In geval
                                van een regionaal onderzoek kan dat ook een lid van de Leidse
                                rekenkamercommissie zijn die deelneemt in een regionale
                                subcommissie;</al></li><li nr="d."><al>voorzitter: voorzitter van de rekenkamercommissie; </al></li><li nr="e."><al>college: college van burgemeester en wethouders; </al></li><li nr="f."><al>secretaris: ambtelijk secretaris van de rekenkamercommissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een commissie die door de raad wordt ingesteld en wordt aangeduid
                            als de rekenkamercommissie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamercommissie bestaat uit 5 leden</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekenkamercommissie heeft een raadscommissie als vast aanspreekpunt
                            van de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taken</titel></kop><al> De commissie onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de
                        rechtmatigheid door het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. Een door
                        de commissie ingesteld onderzoek naar de rechtmatigheid van het door het
                        gemeentebestuur gevoerde bestuur bevat geen controle van de jaarrekening als
                        bedoeld in artikel 213 van de Gemeentewet, tweede lid</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Benoeming leden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad benoemt de 5 leden van de commissie. De selectie van de leden
                            vindt plaats op basis van een openbare sollicitatieprocedure. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van de commissie worden voor een periode van vier jaar benoemd.
                            Aftredende leden kunnen terstond worden herbenoemd voor maximaal nog één
                            periode van vier jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad benoemt uit het midden van de commissie de voorzitter en
                            plaatsvervangende voorzitter. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig
                            en periodiek bijeenroepen van de commissie, het leiden van de
                            vergaderingen, het bewaken van de uitgangspunten en werkwijze en het
                            bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. De voorzitter voert
                            hiertoe regelmatig overleg met de onderzoekers en met het secretariaat.
                            Bij ontstentenis van de voorzitter treedt de plaatsvervangend voorzitter
                            op als voorzitter. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rekenkamercommissie stelt aan het begin van de zittingsperiode een
                            rooster van aftreden op.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Eed</titel></kop><al>Ten aanzien van de leden is artikel 81 g van de Gemeentewet van
                        overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ontslag en non-activiteit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad ontslaat de leden en plaatsvervangende leden of stelt hen op
                            non-actief. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lidmaatschap van een lid eindigt: </al><lijst><li nr="1."><al>op eigen verzoek; </al></li><li nr="2."><al>bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het
                                    lidmaatschap van de commissie. </al></li><li nr="3."><al>wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                    uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een
                                    uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot
                                    gevolg heeft; </al></li><li nr="4."><al>indien het lid bij onherroepelijk geworden rechtelijke uitspraak
                                    onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is
                                    verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens
                                    schulden is gegijzeld. </al><al/><al>De leden van de commissie kunnen door de raad worden ontslagen
                                    wanneer zij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt zijn hun
                                    functie te vervullen. </al><al/></li></lijst><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vergoeding voor werkzaamheden van de leden van de commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en leden ontvangen per vergadering een vergoeding op grond
                            van artikel 3 lid 1 van de Verordening geldelijke voorzieningen raads-
                            en commissieleden en fractieondersteuning 2014.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op grond van artikel 3 lid 3 van de Verordening geldelijke Voorzieningen
                            raads- en commissieleden 2014 wordt de vergoeding van de leden verhoogt
                            met 50%, met dien verstande dat de vergoeding per vergadering voor de
                            voorzitter daarnaast nog wordt vermeerderd met 25%.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de jaren 2014, 2015 en 2016 wordt ten aanzien van de hoogte van de
                            vergoedingen een overgangsregeling gehanteerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergoedingen genoemd in het eerste lid komen ten laste van het budget
                            van de rekenkamercommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ambtelijk secretaris</titel></kop><lid><lidnr/><al>1.De griffie draagt zorg voor een ambtelijk secretaris van de
                            commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris staat de commissie bij de uitvoering van haar taken
                            terzijde.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De secretaris legt rechtstreeks verantwoording af aan de commissie over
                            de wijze waarop de ondersteunende taken worden verricht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De secretaris draagt zorg voor de agendaplanning, de verslaglegging en
                            de vorming van dossiers.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Onderzoeksmedewerkers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Interne onderzoeksmedewerkers worden voor de duur van het onderzoek en
                            in overleg met de commissie door de gemeentesecretaris aangewezen; zij
                            worden in voldoende mate voor de vervulling van hun taak vrijgesteld.
                            Hun werkzaamheden worden door de commissie bekostigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onderzoeksmedewerkers hebben geheimhoudingsplicht met betrekking tot de
                            verkregen informatie en zijn alleen voor het vervullen van hun
                            werkzaamheden verantwoording verschuldigd aan de commissie in afwijking
                            van hetgeen is bepaald in de verordening op de ambtelijke bijstand van
                            de gemeente Leiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie is tevens bevoegd ten laste van het budget als bedoeld in
                            artikel 14xterne deskundigheid in te schakelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Reglement van Orde</titel></kop><al>De commissie stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en andere
                        werkzaamheden vast. Zij zendt het reglement na vaststelling onverwijld ter
                        kennisneming naar de Raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Onderwerpselectie en opdrachtverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt, formuleert de
                            probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de commissie
                            ter kennisgeving aan de raad verstuurd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan de commissie een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen
                            van een onderzoek. De rekenkamer bericht de raad binnen een maand in
                            hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan. Indien de commissie niet aan het
                            verzoek van de raad voldoet, zal zij daarvoor goede gronden
                            aanvoeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering,
                            begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar
                            vastgestelde onderzoeksopzet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te
                            informeren. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en bij
                            alle ambtenaren die mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te
                            winnen die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken. De
                            leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn
                            verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de commissie gestelde
                            termijn te verstrekken. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie is bevoegd bij instellingen waaraan de gemeente een
                            subsidie heeft verstrekt ten bedrage van ten minste vijftig procent van
                            de baten van deze instelling, over de jaren waarop deze subsidie
                            betrekking heeft, nadere inlichtingen in te winnen over de
                            jaarrekeningen, daarop betrekking hebbende rapporten van hen die deze
                            jaarrekeningen hebben gecontroleerd en overige documenten met betrekking
                            tot die instelling die bij het gemeentebestuur berusten. Indien een of
                            meer documenten ontbreken, kan de commissie van de betrokken instelling
                            de overlegging daarvan vorderen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De commissie vergadert zoveel als zij nodig acht, ter bespreking van
                            procedurele en inhoudelijke aspecten van het onderzoek. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een subcommissie is een bijeenkomst van een deel van de leden van de
                            rekenkamercommissie ten behoeve van de begeleiding van extern uitgevoerd
                            onderzoek. In het reglement van orde van de rekenkamercommissie wordt de
                            definitie van een bijeenkomst van de subcommissie en de wijze van
                            verantwoording naar de raad vastgelegd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De commissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn openbaar. Op
                            grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van
                            bestuur kan de commissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd of
                            gedeelten daarvan als geheim aanmerken. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De commissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen. </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De commissie stelt de betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door
                            haar te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, hun
                            zienswijze op het conceptonderzoeksrapport aan de commissie kenbaar te
                            maken. Betrokkenen zijn in ieder geval degenen wier taakuitvoering
                            (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt wie
                            verder als betrokkenen worden aangemerkt. Het hoor- en wederhoor heeft
                            betrekking op feitelijke informatie</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Na vaststelling door de commissie worden het onderzoeksrapport en de
                            nota met conclusies en aanbevelingen en de zienswijzen van betrokkenen
                            op het rapport zo spoedig mogelijk, onder toezending van een afschrift
                            aan het college en betrokkenen, aan de raad aangeboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Het proces rondom de behandeling van rekenkamerrapporten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na publicatie van het rapport wordt het rapport aangeboden en
                            informatief behandeld in een van de raadscommissies, afhankelijk van het
                            onderwerp van het rapport. De rekenkamercommissie kan tijdens deze
                            vergadering een toelichting geven op het rapport.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders wordt in de gelegenheid
                            gesteld een advies op het rapport uit te brengen binnen een periode van
                            maximaal zes weken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vervolgens vindt in een volgende raadscommissievergadering een
                            inhoudelijke behandeling plaats aan de hand van een raadsvoorstel. In
                            dit raadsvoorstel wordt besloten of, en hoe, de aanbevelingen van de
                            rekenkamercommissie worden overgenomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Tijdens de uiteindelijke behandeling in de raad wordt een besluit
                            genomen over het raadsvoorstel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar
                            gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar
                            taken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten
                            gebracht van: </al><lijst><li nr="a."><al>de vergoedingen aan de leden; </al></li><li nr="b."><al>interne onderzoeksmedewerkers; </al></li><li nr="c."><al>externe deskundigen die eventueel door de commissie zijn
                                    ingeschakeld; </al></li><li nr="d."><al>eventuele overige uitgaven die de commissie nodig acht voor de
                                    uitoefening van haar taak. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie is voor de besteding van het budget uitsluitend
                            verantwoording verschuldigd aan de raad. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Jaarlijks dient de commissie een jaarverslag en –rekening in vóór 1
                            maart van het daaropvolgende jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Inwerkingtreding en Intrekking</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking de eerste dag na publicatie en
                        tegelijkertijd wordt de Verordening op de Rekenkamercommissie 2009
                        ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening gemeentelijke
                        rekenkamercommissie Leiden 2014.</al><al/></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Artikelgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Dit artikel bevat enkele definities om te voorkomen dat bepaalde begrippen
                        telkens in hun geheel moeten worden uitgeschreven. </al><al>In deze modelverordening is gekozen om de begrippen doelmatigheid,
                        doeltreffendheid en rechtmatigheid (die in artikel 182 van de Gemeentewet
                        zijn genoemd) niet in artikel 1 op te nemen. Hiermee willen wij voorkomen
                        dat gemeenten in de verordening een eigen definitie hanteren. Wel wordt in
                        deze toelichting uiteengezet wat onder deze termen wordt verstaan.
                        Doelmatigheid is de mate waarin de nagestreefde beleidsdoelen tegen zo
                        gering mogelijke kosten worden bereikt. Bij doeltreffendheid gaat het er om
                        of het resultaat van het beleid beantwoordt aan wat er met het beleid werd
                        beoogd en de gestelde beleidsdoelen worden verwezenlijkt. Bij rechtmatigheid
                        gaat het om het voldoen aan de wettelijke kaders en regelgeving. Het gaat
                        dan vooral om wet- en regelgeving die direct van belang is voor de
                        rechtmatigheid van de totstandkoming van de gemeentelijke baten en
                        lasten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Rekenkamercommissie</titel></kop><al>Wanneer gemeenten geen rekenkamer instellen, stellen zij op grond van
                        artikel 81o van de wet regels vast voor de uitoefening van de
                        rekenkamerfunctie. De wet spreekt van een rekenkamerfunctie. In deze
                        modelverordening is gekozen voor een rekenkamercommissie met uitsluitend
                        externen. De voorzitter wordt uit de leden gekozen. De raad bepaalt zelf
                        hoeveel leden de rekenkamer zal hebben.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taken</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Benoeming leden</titel></kop><al>De raad benoemt de 5 leden van de commissie. De selectie van de leden vindt
                        plaats op basis van een openbare sollicitatieprocedure. Bij de selectie
                        wordt gezocht naar leden die in Leiden wonen, dan wel op een andere wijze
                        een band met de gemeente Leiden hebben. Daarnaast wordt als criterium
                        gehanteerd dat kandidaten in maximaal 1 andere rekenkamer(commissie|)
                        zitting hebben.</al><al>Leden worden voor een periode van vier jaar benoemd, er bestaat een rooster
                        van aftreden zodat aftredende leden nog voor maximaal één periode van vier
                        jaar kunnen worden herbenoemd. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Eed</titel></kop><al>De verplichting deze eed of verklaring en belofte af te leggen, vloeit voort
                        uit artikel 81g van de Gemeentewet en wordt van overeenkomstige toepassing
                        verklaard op de leden van de rekenkamercommissie.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ontslag en non-acitiviteit</titel></kop><al>Dit artikel handelt over het ontslag van de leden en over de mogelijkheid
                        (of soms verplichting) hen op non-actief te stellen in bepaalde
                        situaties.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vergoeding voor werkzaamheden van de leden van de commissie</titel></kop><al>In dit artikel is de vergoeding die leden voor hun werkzaamheden ontvangen,
                        vastgelegd. De vergoedingensystematiek voor de voorzitter en leden is in
                        overeenstemming gebracht met alle andere adviescommissies binnen de gemeente
                        waarbij de regeling is een bedrag per bijgewoonde vergadering uit te keren,
                        conform de jaarlijkse circulaire van het ministerie van BZK. Op grond van
                        lid 3 van de Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden
                        en fractieondersteuning 2014 heeft de raad, in afwijking van het bepaalde in
                        lid 1, een hogere vergoeding toegekend in verband met de bijzondere
                        beroepsmatige deskundigheid (50% extra). Tevens is vastgelegd dat de
                        vergoeding van de voorzitter wordt vermeerderd met 25%.</al><al>Voorgesteld wordt om voor de voorzitter en leden van de Rekenkamercommissie
                        voor de jaren 2015 en 2016 een overgangsregeling te hanteren zodat de hoogte
                        van de vergoeding in twee stappen in 2016 overeenkomstig de gehanteerde
                        vergoedingensystematiek zal zijn. In 2014 blijft de vergoeding nog gelijk
                        aan voorgaande jaren.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ambtelijk secretaris</titel></kop><al>De rekenkamercommissie wordt bijgestaan door een secretaris. De
                        rekenkamercommissie dient zelfstandig te functioneren en in het derde lid is
                        voorzien in een rechtstreekse verantwoordingsrelatie van de secretaris ten
                        opzichte van de rekenkamercommissie.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Onderzoeksmedewerkers</titel></kop><al>Dit artikel waarborgt de daadwerkelijke beschikbaarheid van voldoende
                        onderzoekscapaciteit met betrekking tot de beschikbaarheid van interne en
                        externe onderzoeksmedewerkers.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Reglement van orde</titel></kop><al>Artikel 81i van de Gemeentewet wordt van overeenkomstige toepassing
                        verklaard op de rekenkamercommissie. In het reglement van orde moeten/kunnen
                        zaken als de vergoeding, volgorde van aftreden bij een meerhoofdige
                        rekenkamercommissie, verhouding secretaris-voorzitter, de procedure die
                        wordt gevolgd bij onderzoeken, hoe wordt omgegaan met verzoeken van derden
                        om onderzoek te verrichten enzovoorts geregeld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Onderwerpselectie en opdrachtverlening</titel></kop><al>De rekenkamercommissie dient onafhankelijk te zijn en om deze
                        onafhankelijkheid te bevorderen is het van belang dat zij zelfstandig de
                        onderzoeksonderwerpen kan kiezen. De rekenkamercommissie kan op verzoek van
                        de raad een onderzoek instellen maar is niet verplicht het verzoek van de
                        raad in te willigen. Dit verzoek van de raad wordt in artikel 182, tweede
                        lid van de wet expliciet genoemd. Doordat deze mogelijkheid uitdrukkelijk in
                        de wet is genoemd, wordt er een bepaald gewicht toegekend aan het verzoek
                        van de raad. Indien de rekenkamercommissie niet voldoet aan een goed
                        gemotiveerd verzoek van de raad zal zij daarvoor goede gronden
                        aanvoeren.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><al>Om te waarborgen dat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van haar
                        onderzoek over voldoende en relevante gegevens kan beschikken is voorzien in
                        de bevoegdheid om inlichtingen in te winnen van alle leden van het
                        gemeentebestuur en van alle ambtenaren. </al><al>Daarnaast wordt in dit artikel geregeld dat de rekenkamercommissie ook bij
                        instellingen inlichtingen kan inwinnen, voor zover de baten voor meer dan
                        50% uit subsidie van de gemeente Leiden afkomstig zijn.</al><al>De rapporten van de rekenkamercommissie zijn in beginsel openbaar maar op
                        grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wob kunnen rapporten of
                        gedeelten daarvan als geheim worden aangemerkt.</al><al>Uit oogpunt van zorgvuldigheid is het van groot belang dat de onderzochte
                        partij de kans krijgt om te reageren op het (nog niet gepubliceerde)
                        ontwerponderzoeksrapport. Er vindt dan wederhoor plaats waarbij de
                        feitelijke bevindingen die uit het onderzoek voortvloeien aan het College
                        worden voorgelegd met de vraag eventuele onjuistheden eruit te halen en te
                        corrigeren. Tot slot brengt de rekenkamer een definitief rapport naar buiten
                        met bevindingen, conclusies en eventueel aanbevelingen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Het proces rondom de behandeling van rapporten</titel></kop><al>Over de behandeling van rekenkamerrapporten in de raad is wettelijk niets
                        geregeld. In de Gemeentewet staat alleen dat de rekenkamer al haar rapporten
                        aan de gemeenteraad en het college toestuurt. Hierdoor verschilt de manier
                        waarop een rekenkamerrapport wordt behandeld per gemeente.</al><al>Na publicatie wordt een rapport van de rekenkamer aangeboden aan de
                        gemeenteraad. Vervolgens bepaalt het presidium, in overleg met de griffie,
                        wanneer het rapport wordt behandeld en in welke raadscommissie. In eerste
                        instantie wordt het rapport informatief behandeld in een van de
                        raadscommissies waarbij de rekenkamercommissie in de gelegenheid wordt
                        gesteld een toelichting te geven. Leden van de raadscommissie kunnen vragen
                        stellen aan de rekenkamercommissie. Afhankelijk van het onderwerp van het
                        rapport wordt gekeken in welke raadscommissie dit zal zijn. Tevens is er
                        gelegenheid (ook na de presentatie) tot het stellen van technische vragen
                        over het rapport aan de rekenkamercommissie. Vervolgens vraagt de
                        raadscommissie een reactie op het rapport in de vorm van een
                        concept-raadsvoorstel. Binnen zes weken zal het College dit voorstel
                        uitbrengen aan de raadscommissie.</al><al>Vervolgens zal in een volgende raadscommissie de inhoudelijke behandeling
                        plaatsvinden aan de hand van een conceptraadsvoorstel inzake het al dan niet
                        overnemen van de aanbevelingen. Tijdens de uiteindelijke behandeling neemt
                        de raad een besluit over het raadsvoorstel. Vervolgens is het aan het
                        college om aan de slag te gaan met het besluit van de raad. De griffie zal
                        toezien op de gang van zaken met betrekking tot de verdere uitwerking en
                        uitvoering van de aanbevelingen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Budget</titel></kop><al>De rekenkamercommissie is zelfstandig verantwoordelijk voor de besteding van
                        het budget dat noodzakelijk is voor de uitvoering van haar taak. Ten laste
                        van het budget worden de in het tweede lid genoemde kosten gebracht.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>en 16 Inwerkingtreding en Intrekking en Citeertitel</titel></kop><al>Deze artikelen behoeven geen toelichting.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>