<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR326552_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Drank- en horecaverordening Schagen 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schagen</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-04-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schagen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.officielebekendmakingen.nl">Gemeenteblad Schagen</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Drank- en horecaverordening Schagen 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikelen 147 en 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Drank- en horecawet, artikelen 4 en 25</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-03-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-04-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-02-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014-10</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Drank en horeca</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Drank- en horecaverordening Schagen 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Schagen,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11 februari 2014,
                        nr. 05V;</al><al>gezien het advies van de commissie commissie Bestuur d.d. 12 maart
                        2014;</al><al>gelet op het bepaalde in de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet, artikel
                        4, eerste tot en met derde lid van de Drank- en Horecawet en de artikelen
                        25a, 25b, 25c en 25d van de Drank- en Horecawet;</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen <vet>Drank- en horecaverordening Schagen 2014</vet>.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a)"><al>de wet: de Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="b)"><al>alcoholhoudende drank: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Drank-
                                en Horecawet;</al></li><li nr="c)"><al>horecabedrijf: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Drank- en
                                Horecawet;</al></li><li nr="d)"><al>horecalokaliteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Drank- en
                                Horecawet;</al></li><li nr="e)"><al>lokaliteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Drank- en
                                Horecawet;</al></li><li nr="f)"><al>inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Drank- en
                                Horecawet;</al></li><li nr="g)"><al>paracommerciële rechtspersoon: hetgeen daaronder wordt verstaan in
                                de Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="h)"><al>sterke drank: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Drank- en
                                Horecawet;</al></li><li nr="i)"><al>slijtersbedrijf: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Drank- en
                                Horecawet;</al></li><li nr="j)"><al>zwak-alcoholhoudende drank: hetgeen daaronder wordt verstaan in de
                                Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="k)"><al>snackbar/cafetaria: een inrichting die tot hoofddoel heeft het
                                verstrekken van al dan niet voor consumptie ter plaatse bereide
                                etenswaren, met als nevenactiviteit het verstrekken van
                                dranken;</al></li><li nr="l)"><al>vergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 3 van de wet;</al></li><li nr="m)"><al>verstrekken: het bedrijfsmatig of anders dan om niet
                                verstrekken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Schenktijden paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verstrekken van alcoholhoudende drank door paracommerciële
                            rechtspersonen is uitsluitend toegestaan binnen de periode die ligt
                            tussen één uur voor aanvang en twee uur na beëindiging van activiteiten
                            die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende
                            paracommerciële rechtspersoon, met dien verstande dat het tijdstip
                            waarop alcoholhoudende drank mag worden verstrekt niet vroeger mag zijn
                            dan 12:00 uur en niet later mag zijn dan 24:00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan van het bepaalde in het eerste lid ontheffing
                            verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Paracommerciële rechtspersonen mogen geen alcoholhoudende drank
                            verstrekken:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en </al></li><li nr="b."><al>tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of
                                    niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende
                                    rechtspersoon betrokken zijn. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid blijft voor bijeenkomsten als bedoeld in
                            het eerste lid onder a buiten toepassing als de inrichting van de
                            paracommerciële rechtspersoon is gelegen binnen een bebouwde kom waar
                            het horecabedrijf uitsluitend door paracommerciële rechtspersonen wordt
                            uitgeoefend en minimaal één van de personen waar de bijeenkomst
                            betrekking op heeft woonachtig is binnen die bebouwde kom. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid blijft voor bijeenkomsten als bedoeld in
                            het eerste lid onder b buiten toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>als de inrichting van de paracommerciële rechtspersoon is
                                    gelegen binnen een bebouwde kom waar het horecabedrijf
                                    uitsluitend door paracommerciële rechtspersonen wordt
                                    uitgeoefend; </al></li><li nr="b."><al>als de bijeenkomst is gericht op personen die rechtstreeks
                                    betrokken zijn bij stichtingen of verenigingen die zich richten
                                    op activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele,
                                    educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid blijft voorts buiten toepassing als
                            aannemelijk wordt gemaakt dat het verstrekken van alcoholhoudende drank
                            tijdens de bijeenkomst niet leidt tot oneerlijke mededinging met
                            horeca-ondernemers, niet zijnde paracommerciële rechtspersonen, die
                            gevestigd zijn binnen de bebouwde kom waar de bijeenkomst wordt
                            gehouden. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Van een bijeenkomst als bedoeld in het vierde lid moet minimaal 4 weken
                            vooraf melding worden gemaakt aan de burgemeester. Bij de melding moet
                            gemotiveerd worden aangegeven waarom het verstrekken van alcoholhoudende
                            drank niet leidt tot oneerlijke mededinging als bedoeld in het vierde
                            lid. Als de burgemeester tot het oordeel komt dat onvoldoende
                            aannemelijk is gemaakt dat het verstrekken van alcoholhoudende drank
                            niet zal leiden tot oneerlijke mededinging als bedoeld in het vierde
                            lid, kan hij het verstrekken van alcoholhoudende drank tijdens die
                            bijeenkomst verbieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Schenktijden alcoholhoudende drank en verbod verstrekken van sterke
                            drank</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten de tijden zoals opgenomen in artikel 2
                            alcoholhoudende drank te verstrekken in een inrichting waarin het
                            horecabedrijf wordt uitgeoefend, niet zijnde een inrichting waarin het
                            horecabedrijf wordt uitgeoefend door een paracommerciële rechtspersoon,
                            welke:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of
                            in hoofdzaak wordt gebruikt om onderwijs te geven aan leerlingen die
                            merendeels de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt,
                            of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of
                            in hoofdzaak in gebruik is bij een of meer jeugd- of
                            jongerenorganisaties.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de in het eerste lid bedoelde inrichtingen is het verboden sterke
                            drank te verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is paracommerciële rechtspersonen verboden sterke drank te
                            verstrekken;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is paracommerciële rechtspersonen verboden alcoholhoudende drank te
                            verstrekken in een lokaliteit gedurende de tijd dat die lokaliteit wordt
                            gebruikt voor activiteiten die geheel of in belangrijke mate zijn
                            gericht op personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben
                            bereikt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden sterke drank voor gebruik ter plaatse te verstrekken in
                            een snackbar of cafetaria.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De burgemeester kan van het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid
                            ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Tijdelijk verbod tot het verstrekken van alcoholhoudende
                            drank</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om in een door de burgemeester aangewezen tijdsruimte in
                            de hele gemeente, in een door de burgemeester aangewezen deel van de
                            gemeente of in een door de burgemeester aangewezen pand of lokaliteit
                            alcoholhoudende drank te verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanwijzing als bedoeld in lid 1 kan worden gegeven in het belang van
                            de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de
                            volksgezondheid. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de
                            Drank- en Horecawet beperken tot het verstrekken van
                            zwak-alcoholhoudende drank.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Prijsacties horeca</titel></kop><al>Ter bescherming van de volksgezondheid en in het belang van de openbare orde
                        is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende dranken
                        te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode
                        van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die in de desbetreffende
                        horecalokaliteit of op het desbetreffende terras gewoonlijk wordt
                        gevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Prijsacties detailhandel (gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Bijzondere bepalingen ten aanzien van ontheffingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan aan een door hem op grond van deze verordening
                                verleende ontheffing voorschriften verbinden in het belang van het
                                reguleren van het gebruik van alcoholhoudende drank.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan een ontheffing als bedoeld in het eerste lid
                                intrekken indien:</al><al>a) Niet langer wordt voldaan aan de in het eerste lid bedoelde
                                voorschriften;</al><al>b) Zich feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van
                                kracht blijven van de ontheffing gevaar oplevert voor de openbare
                                orde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de
                            tweede categorie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet wanneer het bepaalde in de Wet
                            op de economische delicten van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Toezicht en handhaving</titel></kop><al>Met het toezicht op- en de handhaving van het bepaalde in deze verordening
                        zijn belast:</al><lijst><li nr="1."><al>opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 141 Wetboek van
                                Strafvordering;</al></li><li nr="2."><al>de bij besluit van burgemeester en wethouders aangewezen personen,
                                te weten:</al><lijst><li nr="a)"><al>toezichthouders als bedoeld in artikel 5:11 van de Algemene
                                        wet bestuursrecht;</al></li><li nr="b)"><al>buitengewoon opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 142
                                        Wetboek van strafvordering.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet wanneer artikel
                                41 van de wet van toepassing is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Intrekking vorige verordening</titel></kop><al>De Drank- en horecaverordening Schagen 2009 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding en overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening, met uitzondering van het eerste, tweede en derde lid
                            van artikel 4, treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij is
                            bekend gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste, tweede en derde lid van artikel 4 treden in werking twee
                            jaar na de in het eerste lid genoemde dag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op het tijdstip van inwerkingtreding van de bepalingen van deze
                            verordening vervallen de voorschriften en beperkingen die op grond van
                            vóór dat tijdstip door de gemeenteraad, het college van burgemeester en
                            wethouders of de burgemeester genomen besluiten zijn gesteld ten aanzien
                            van het verstrekken van alcoholhoudende drank.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een
                            aanvraag om een beschikking op grond van de Drank- en horecaverordening
                            Schagen 2009 is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt op die
                            aanvraag deze verordening toegepast.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op bezwaarschriften gericht tegen een besluit krachtens de Drank- en
                            horecaverordening Schagen 2009 wordt beslist met toepassing van deze
                            verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Drank- en horecaverordening Schagen
                        2014.</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de vergadering van: 25 maart 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad van de gemeente Schagen,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening><ondertekening>Mevrouw E. Zwagerman Mevrouw M.J.P. van Kampen - Nouwen</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de Drank- en horecaverordening Schagen 2014</titel></kop><tussenkop>Inhoudsopgave</tussenkop><al>Aanleiding en leeswijzer: 1</al><al>A1: Algemene toelichting 6</al><al>A2: Inhoudelijke strekking van de bepalingen 8</al><al>B: Uitgebreide artikelsgewijze toelichting 13</al><al>C: Tekst van de artikelen 4 en 25a t/m 25d van de Drank- en Horecawet 22</al><al/><tussenkop>Aanleiding en leeswijzer:</tussenkop><tussenkop>Nieuwe Drank- en Horecawet</tussenkop><al>Het besluit om te komen tot een nieuwe “Drank- en Horecaverordening Schagen
                    2014” vloeit in de eerste plaats voort uit artikel 4 van de Drank- en Horecawet
                    (DHW). Dat artikel verplicht de gemeente namelijk om bepaalde onderwerpen in een
                    verordening te regelen. Naast de verplicht op te nemen bepalingen zijn er ook
                    bepalingen met een facultatief (niet-verplicht) karakter. Die laatste categorie
                    bepalingen is gebaseerd op de artikelen 25 a tot en met 25d van de DHW. Het
                    voorstel heeft ook een relatie met het regionale alcoholmatigingsproject “In
                    Control of Alcohol”.</al><al/><tussenkop>Leeswijzer</tussenkop><al>In deze toelichting is een onderdeel opgenomen met de kop <vet>A2: Inhoudelijke
                        strekking van de bepalingen.</vet> Dat onderdeel is bedoeld om met een
                    minimum aan leeswerk toch een beeld te krijgen van de strekking van de
                    bepalingen. Voor diegenen die behoefte hebben aan een meer gedetailleerde
                    uiteenzetting is een uitgebreide toelichting opgenomen in het <vet>onderdeel B:
                        Uitgebreide artikelsgewijze toelichting.</vet>Als achtergrondinformatie is
                    in onderdeel C de letterlijke tekst van de artikelen 4 en 25a tot en met 25d van
                    de Drank- en Horecawet opgenomen.</al><al> In deze toelichting worden begrippen gehanteerd die omwille van de leesbaarheid
                    van het stuk nadere uitleg vooraf verdienen. Het betreft de volgende
                    begrippen:</al><lijst><li nr="-"><al>paracommerciële horeca</al></li><li nr="-"><al>bijeenkomsten van persoonlijke aard</al></li><li nr="-"><al>bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks
                            bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken
                            zijn</al></li><li nr="-"><al>sluitingstijden en openingstijden</al></li><li nr="-"><al>schenktijden</al></li><li nr="-"><al>18-minners</al></li><li nr="a)"><al><vet>paracommerciële horeca</vet> Met paracommerciële horeca wordt
                            gedoeld op de verkoop van alcoholhoudende drank door
                                <onderstreept>paracommerciële rechtspersonen</onderstreept>. In de
                            praktijk gaat het hier meestal om stichtingen en verenigingen. Bekende
                            voorbeelden van “paracommerciële horeca” zijn de door stichtingen
                            geëxploiteerde horecavoorzieningen in culturele accommodaties, dorps- en
                            buurthuizen en de kantines van (sport)verenigingen. De wettelijke
                            definitie van een paracommerciële rechtspersoon is: <cursief>een
                                rechtspersoon niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten
                                vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast
                                activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele,
                                educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de
                                exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf.</cursief> Als een
                            horeca-inrichting niet valt onder de definitie van paracommerciële
                            horeca dan is sprake van een “reguliere”(commerciële) horeca-inrichting.
                        </al></li><li nr="b)"><al><vet>bijeenkomsten van persoonlijke aard</vet> en</al></li><li nr="c)"><al><vet>bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet
                                rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon
                                betrokken zijn.</vet> Bij “<vet>bijeenkomsten van persoonlijke
                                aard</vet>” gaat het om bijeenkomsten die in het teken staan van de
                                <cursief>privé</cursief>situatie van één of meerdere specifieke
                            personen. De meest bekende voorbeelden zijn bijeenkomsten
                            (feesten/partijen-recepties) in het kader van een huwelijk of een
                            verjaardag. Bijeenkomsten van persoonlijke aard die een direct verband
                            hebben met de activiteiten van de rechtspersoon vallen niet onder het
                            verbod. De volgende voorbeelden dienen ter verduidelijking: Voorbeeld 1:
                            de heer Jansen <vet>is 10 jaar voorzitter van de voetbalvereniging</vet>
                            en wil dat jubileum vieren in de kantine van die vereniging. Voorbeeld
                            2: de heer Jansen <vet>is 25 jaar getrouwd</vet> en wil dat jubileum
                            vieren in de kantine van de voetbalvereniging. Voorbeeld 3: een lid van
                            de voetbalvereniging <vet>wordt 50 jaar</vet> en wil dat vieren in de
                            kantine van de voetbalvereniging. In het geval van voorbeeld 1 mag wel
                            alcoholhoudende drank worden geschonken maar in de gevallen van de
                            voorbeelden 2 en 3 mag dat niet. Hoewel het bij voorbeeld 1 op zich gaat
                            om een bijeenkomst die betrekking heeft op een specifiek persoon en
                            daarmee misschien de indruk kan wekken om “van persoonlijke aard” te
                            zijn, is die bijeenkomst gekoppeld aan de functie van de heer Jansen
                            binnen de vereniging. Tijdens zo’n jubileum mag dus wel alcoholhoudende
                            drank worden geschonken. In de voorbeelden 2 en 3 gaat het wel om een
                            lid van de voetbalvereniging maar dat die persoon 25 jaar getrouwd is of
                            50 jaar oud wordt heeft op zich niets met die vereniging te maken. In
                            die gevallen mag dus geen alcoholhoudende drank worden geschonken.
                                “<vet>Bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet
                                rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon
                                betrokken zijn</vet>” zijn bijeenkomsten die op zich eigenlijk niets
                            te maken hebben met het doel van de vereniging of stichting waar die
                            bijeenkomst wordt gehouden. Ook hier enkele voorbeelden ter
                            verduidelijking:</al></li></lijst><al> Voorbeeld 1: Een bekende zeezeiler wil een lezing houden over een door hem met
                    zijn schip gemaakte wereldreis. Hij houdt die lezing in de kantine van een
                    voetbalvereniging. Voorbeeld 2: het gaat om dezelfde zeezeiler en dezelfde
                    lezing maar nu in de kantine van een watersportvereniging. In voorbeeld 1 kan
                    niet worden gesproken van een verband tussen het onderwerp van de bijeenkomst
                    (wereldreis met een zeilschip) en de voetbalvereniging. Tijdens zo’n bijeenkomst
                    mag dus geen alcoholhoudende drank worden geschonken. In voorbeeld 2 kan wèl
                    worden gesproken van een verband (zeiltocht – watersport) en mag dus wel
                    alcoholhoudende drank worden geschonken. Een verband kan er ook zijn als de
                    wereldreiziger zijn lezing houdt in bijvoorbeeld een bibliotheek (wereldreis –
                    andere culturen).</al><lijst><li nr="d)"><al><vet>sluitingstijden en openingstijden </vet>Sluitingstijden zijn de
                            tijden waarbinnen een horeca-inrichting gesloten moet zijn voor publiek.
                            Voorbeeld: tussen 02:00 en 06:00 uur. De sluitingstijden worden
                            vastgesteld in het belang van het voorkomen van overlast voor de woon-
                            en leefomgeving. Daarvoor is een apart artikel (artikel 2:29) opgenomen
                            in de Algemene plaatselijke verordening. Als de sluitingstijden zijn
                            vastgesteld vloeien daar automatisch ook de openingstijden uit voort.
                            Als de sluitingstijd is bepaald op “<cursief>tussen 02:00 en 06:00
                                uur</cursief>” dan zijn de openingstijden logischerwijze
                                “<cursief>van 06:00 tot 02:00 uur</cursief>”. Een horeca-inrichting
                                <onderstreept>moet</onderstreept> gesloten zijn tijdens de
                            sluitingstijden en <onderstreept>mag</onderstreept> geopend zijn tijdens
                            de openingstijden. </al></li><li nr="e)"><al><vet>schenktijden</vet> Schenktijden zijn de tijden waarbinnen het
                            toegestaan is om alcoholhoudende drank te verstrekken. De schenktijden
                            hebben te maken met het verstrekken van
                                <onderstreept>alcoholhoudende</onderstreept> drank en zijn niet per
                            definitie gelijk aan de openingstijden. Uiteraard kunnen de schenktijden
                            nooit ruimer zijn dan de openingstijden. </al></li><li nr="f)"><al><vet>18-minners</vet> Ter uitvoering van het
                            jeugd-alcoholmatigingsbeleid zijn in de verordening bepalingen opgenomen
                            die specifiek betrekking hebben op “personen die de leeftijd van 18 jaar
                            nog niet hebben bereikt”. Gemakshalve wordt deze doelgroep ook aangeduid
                            met de term “18-minners”. </al></li></lijst><al><vet>Kern van de <onderstreept>verplicht</onderstreept> op te nemen
                        bepalingen</vet></al><al>Op grond van artikel 4, derde lid van de DHW is de gemeente
                        <onderstreept>verplicht</onderstreept> om, ter voorkoming van oneerlijke
                    mededinging door de paracommerciële horeca, in een gemeentelijke verordening in
                    ieder geval regels te stellen voor de volgende onderwerpen (met bij elk
                    onderwerp een voorbeeld ter verduidelijking):</al><lijst><li nr="·"><al>de <vet>schenktijden</vet> (bijvoorbeeld “tussen 12:00 en 24:00
                            uur”)</al></li><li nr="·"><al>de <vet>bijeenkomsten van persoonlijke aard</vet> (bijvoorbeeld
                            “helemaal niet” of “maximaal 4 x per kalenderjaar”) en</al></li><li nr="·"><al>de <vet>bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet
                                rechtstreeks</vet> bij de activiteiten van de betreffende
                            rechtspersoon betrokken zijn (bijvoorbeeld “helemaal niet” of “maximaal
                            1 x per kalenderjaar”).</al></li></lijst><al><vet>Kern van de <onderstreept>facultatief</onderstreept> op te nemen
                        bepalingen</vet></al><al>Op grond van de artikelen 25a, 25b, 25c en 25d van de DHW is de gemeente
                        <onderstreept>bevoegd</onderstreept> om een aantal aspecten nader te
                    regelen. Het betreft de volgende onderwerpen (met ook hier bij elk onderwerp een
                    voorbeeld):</al><lijst><li nr="·"><al>de schenktijden in de reguliere (commerciële) horeca (bijvoorbeeld
                            “tussen 12:00 en 24:00 uur”)</al></li><li nr="·"><al>een verbod op het verstrekken van sterke drank in de paracommerciële
                            en/of reguliere (commerciële) horeca (bijvoorbeeld “indien de locatie
                            deel uitmaakt van een gebouw voor het geven van onderwijs”)</al></li><li nr="·"><al>beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven (bijvoorbeeld:
                            “geen alcoholverkoop in door de burgemeester te bepalen delen van de
                            gemeente op door de burgemeester te bepalen tijden”)</al></li><li nr="·"><al>prijsacties in de horeca (bijvoorbeeld “happy hours”)</al></li><li nr="·"><al>prijsacties in de detailhandel (bijvoorbeeld “deze week 3 kratten halen,
                            2 betalen”)</al></li></lijst><al>Bij de facultatieve bepalingen kan dus worden gekozen voor de mogelijkheid om ze
                    (nog) niet over te nemen. In dat geval wordt in de verordening achter de kop van
                    het artikel vermeld “(gereserveerd)”.</al><al>De letterlijke tekst van de artikelen 4 en 25a t/m d DHW is opgenomen in
                    onderdeel C van deze toelichting.</al><al/><tussenkop>Regionale projecten en lokale omstandigheden</tussenkop><al>Bij het vaststellen van de verordening moest niet alleen rekening worden
                    gehouden met de tekst van de DHW maar ook met verschillende andere aspecten.
                    Kort gezegd zijn dat:</al><lijst><li nr="1."><al>de reeds bestaande lokale regelgeving;</al></li><li nr="2."><al>regionale initiatieven in het kader van het
                            (jeugd)alcoholmatigingsbeleid;</al></li><li nr="3."><al>lokale omstandigheden die om “maatwerk” vragen.</al></li></lijst><al>De reeds bestaande lokale regelgeving bestaat uit de op 26 januari 2010 door de
                    voormalige gemeente Schagen vastgestelde “Drank- en horecaverordening Schagen
                    2009” en uit de sluitingstijdenregeling die is vastgelegd in artikel 2:29 van de
                    Algemene plaatselijke verordening Schagen (APV). De regionale initiatieven zijn
                    neergelegd in het regionale alcoholmatigingsbeleid “In Control of Alcohol” en,
                    als uitvloeisel daarvan, een regionale beleidslijn voor de door de gemeenten in
                    hun verordening op te nemen bepalingen. </al><tussenkop>Regionaal model als leidraad maar wel aangepast aan lokale
                    omstandigheden</tussenkop><al>De Drank- en Horecaverordening Schagen 2014 is gebaseerd op enerzijds de reeds
                    bestaande Drank- en horecaverordening Schagen 2009 en anderzijds het regionale
                    model voor aanpassing van de APV zoals dat is opgesteld onder aansturing van de
                    Veiligheidsregio Noord-Holland Noord (VRNHN). Dat regionale model is vastgesteld
                    in de vergadering van het Algemeen Bestuur van de VRNHN van 5 juli 2013 en
                    vervolgens aangeboden aan de gemeenten. De VRNHN pleit voor integrale overname
                    van het regionale model maar heeft daarbij wel aangegeven dat gemeenten op zich
                    de mogelijkheid hebben om van dat model af te wijken indien de lokale
                    omstandigheden daar aanleiding toe geven (lokaal maatwerk). Een reden voor
                    lokaal maatwerk kan bijvoorbeeld zijn dat in de gemeente of in delen daarvan
                    onvoldoende reguliere horeca aanwezig is om te voorzien in de behoefte aan
                    accommodatie voor feesten en partijen binnen de eigen woon- en
                    leefomgeving.</al><al>Bij het opleggen van beperkingen aan de paracommerciële horeca moet ook rekening
                    worden gehouden met de specifieke functie van verenigingen en stichtingen in
                    onze samenleving.</al><al>Bij het verenigingsleven is het faciliteren van de sociale interactie tussen de
                    leden of de bezoekers vaak een onmisbaar aspect van de wijze waarop de
                    doelstelling van de vereniging wordt gerealiseerd. Om die sociale interactie te
                    kunnen faciliteren is een eigen accommodatie met horecafaciliteiten veelal
                    onontbeerlijk en eigenlijk onafhankelijk van de vraag of er ook reguliere horeca
                    in de omgeving is gevestigd. De reguliere horeca verwijst nogal eens naar het in
                    haar ogen te lage tarief voor de consumpties bij sportverenigingen en
                    dergelijke. Daarbij mag echter niet worden voorbijgegaan aan het gegeven dat
                    leden van verenigingen in het algemeen ook via hun contributie of door
                    verplichte werkdiensten direct of indirect moeten bijdragen aan de inkomsten van
                    de vereniging. Die bijdrage in de vorm van contributie of werkdienst wordt
                    immers niet verlangd bij klanten van de reguliere horeca.</al><al>Ook bij wijk-, buurt- en dorpshuizen is de sociale interactie tussen de
                    bezoekers een belangrijk onderdeel van de activiteiten. Vooral in de kleinere
                    kernen biedt de reguliere horeca in de eigen woon- en leefomgeving niet altijd
                    een reëel alternatief.</al><al>Bij het opstellen van de concept-verordening is ook rekening gehouden met het
                    spanningsveld tussen enerzijds de wenselijkheid van regels en anderzijds de mate
                    waarin die regels kunnen worden gecontroleerd en -waar nodig- gehandhaafd. Op
                    basis daarvan is het regionale model op onderdelen aangepast en intern besproken
                    met onder meer de afdeling Samenleving en het taakveld Toezicht en
                    Handhaving.</al><al/><tussenkop>Nieuwe afdeling in de APV of een aparte Drank- en horecaverordening? </tussenkop><al>Bij het regionale model is uitgegaan van gemeenten die geen aparte Drank- en
                    horecaverordening hebben. Het regionale model is daarom gegoten in de vorm van
                    een wijziging van de APV.</al><al>De voormalige gemeenten Harenkarspel en Zijpe hadden geen aparte Drank- en
                    horecaverordening maar de voormalige gemeente Schagen had zo’n aparte
                    verordening wèl. Het betreft de al eerder vermelde “Drank- en horecaverordening
                    Schagen 2009”. Ingevolge artikel 28 van de Wet algemene regels gemeentelijke
                    indeling behoudt die regeling haar rechtskracht voor het grondgebied waarvoor ze
                    is vastgesteld gedurende twee jaar (dus tot 1 januari 2015) tenzij de regeling
                    eerder wordt ingetrokken. In het voorstel tot vaststelling van de Drank- en
                    horecaverordening Schagen 2014 zijn de bepalingen van de eerder vastgestelde
                    Schager verordening meegenomen tenzij er aanleiding was om die bepalingen niet
                    over te nemen.</al><al>Er is voor gekozen om de bepalingen over het alcoholgebruik te bundelen in één
                    specifieke verordening (de Drank- en horecaverordening Schagen 2014). Die keuze
                    heeft te maken met de omstandigheid dat de gemeente al over zo’n specifieke
                    Drank- en horecaverordening beschikt. Het in z’n geheel vervangen van die
                    verordening is handzamer en eenvoudiger dan een aanpassing van de (veel
                    uitgebreidere) APV. Dit betekent wel dat de te hanteren nummering in de Drank-
                    en horecaverordening zal afwijken van de (APV-)nummering die is gebruikt in het
                    regionale model. Om toch een goede vergelijking te kunnen blijven maken met de
                    bepalingen van dat regionale model is in de toelichting, daar waar dat van
                    toepassing is, achter elk artikel een verwijzing geplaatst naar de nummering van
                    het regionale model.</al><al/><tussenkop>Overgangstermijn</tussenkop><al>Om zowel publiek als horecaondernemers voldoende gelegenheid te bieden om zich
                    te kunnen voorbereiden is een overgangstermijn van twee jaar opgenomen voor de
                    schenktijden en het verbod op schenken van sterke drank voor reguliere horeca in
                    gebouwen met instellingen voor jeugd en/of onderwijs aan 18-minners.</al><al/><tussenkop>Inspraak </tussenkop><al>Het voorstel strekt tot het vaststellen van beleid dat gevolgen heeft voor
                    diverse groepen van belanghebbenden. Die groepen van belanghebbenden zijn
                    ondermeer:</al><lijst><li nr="-"><al>de exploitanten van paracommerciële horecainrichtingen</al></li><li nr="-"><al>de exploitanten van reguliere horecainrichtingen en slijterijen</al></li><li nr="-"><al>detailhandelaren die alcoholhoudende drank verkopen</al></li><li nr="-"><al>de bezoekers van paracommerciële en reguliere horecainrichtingen,
                            slijterijen en detailhandel</al></li><li nr="-"><al>de voorstanders van alcoholmatiging</al></li></lijst><al>Bovenvermelde groepen hebben elk hun eigen specifieke (en niet zelden
                    tegengestelde) belangen en zullen de voorgestelde maatregelen dan ook
                    verschillend waarderen. Met name de voor de paracommerciële horeca voorgestelde
                    beperkingen kunnen negatieve gevolgen hebben voor de wijze waarop stichtingen en
                    verenigingen hun maatschappelijke functie kunnen voortzetten.</al><al>In de verordening is getracht om te komen tot een evenwichtige balans tussen
                    enerzijds de wettelijke verplichting om beperkende maatregelen in te voeren en
                    anderzijds alle betrokken belangen. Op grond van artikel 2 van de
                    Inspraakverordening Schagen kon het college van burgemeester en wethouders
                    besluiten om ten aanzien van de voorbereiding van de verordening toch nog een
                    inspraakprocedure te volgen. In het kader van een zo zorgvuldig mogelijke
                    voorbereiding is besloten om die inspraakprocedure te volgen. Die procedure
                    hield in dat het ontwerp van de verordening gedurende een periode van 6 weken
                    ter inzage is gelegd. In die periode konden ingezetenen en belanghebbenden hun
                    zienswijze geven over de voorgestelde verordening. De zienswijzen zijn
                    meegewogen bij het opstellen van het definitieve raadsvoorstel.</al><al/><tussenkop><vet>A1: Algemene toelichting</vet></tussenkop><al>De wettelijke grondslag voor deze regels wordt gevormd door artikel 147
                    Gemeentewet en de artikelen 4 en 25a tot en met 25d van de Drank- en Horecawet
                    (hierna: de wet). </al><al>Volgens artikel 4 van de wet is de gemeente <cursief>verplicht</cursief> om, ter
                    voorkoming van oneerlijke mededinging, regels op te stellen waaraan
                    paracommerciële rechtspersonen zich moeten houden bij de verstrekking van
                    alcoholhoudende drank. Die regels moeten volgens de wet in elk geval betrekking
                    hebben op de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="a."><al>de schenktijden;</al></li><li nr="b."><al>bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen;</al></li><li nr="c."><al>bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks
                            bij de activiteiten van de betreffende rechtspersoon betrokken
                            zijn.</al></li></lijst><al>Naast artikel 4 van de wet zijn ook de artikelen 25a tot en met 25d van belang.
                    De artikelen 25a tot en met 25d geven de gemeente de bevoegdheid (dus niet een
                    verplichting) om in een verordening nadere regels op te nemen over het
                    verstrekken van alcoholhoudende drank. In de tekst van de verordening is het
                    verschil tussen de wettelijk verplichte en de niet-verplichte bepalingen tot
                    uiting gebracht door de artikelen met niet-verplichte bepalingen cursief weer te
                    geven. </al><al>Artikel 4 van de wet richt zich uitsluitend op het tegengaan van oneerlijke
                    mededinging door paracommerciële horecabedrijven en heeft dan ook een economisch
                    motief. De artikelen 25a tot en met 25d van de wet zijn primair bedoeld in het
                    belang van de bescherming van de volksgezondheid en in het belang van de
                    openbare orde. Die artikelen vormen ook de basis voor een nadere uitwerking van
                    het door de gemeenteraad vastgestelde beleid op het gebied van het terugdringen
                    van alcoholgebruik door de jeugd. Dat beleid, verder aangeduid als
                    “alcoholmatigingsbeleid” staat bekend onder de naam “Helder in de Kop” of “In
                    Control of Alcohol”.</al><al>In de memorie van toelichting (Kamerstukken II 2008/09, nr 3, blz. 10) staat dat
                        <cursief>de regering er van uitgaat dat de gemeenten de belangrijke
                        maatschappelijke functie van de verschillende paracommerciële instellingen
                        in acht zullen nemen en geen onnodige beperkingen zullen opleggen daar waar
                        de mededinging niet in het geding is en er geen sprake is van onverantwoorde
                        verstrekking van alcohol, met name aan jongeren</cursief>. Het is dus van
                    belang dat er alleen regels worden gesteld als er in de lokale situatie
                    inderdaad sprake is van <cursief>oneerlijke</cursief> mededinging. Het is niet
                    mogelijk om beperkingen op te leggen die <cursief>iedere</cursief> mededinging
                    met de reguliere horeca tegengaan; dan zou de raad buiten de
                    bevoegdheidsgrondslag van de DHW treden.</al><al>Mede in het kader van het regionale project “In Control of Alcohol” onder
                    aansturing van de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord (VRNHN) een regionaal
                    model opgesteld. Dat regionale model is vastgesteld in de vergadering van het
                    Algemeen Bestuur van de VRNHN van 5 juli 2013 en vervolgens aangeboden aan de
                    gemeenten. De VRNHN pleit voor integrale overname van het regionale model maar
                    heeft daarbij wel aangegeven dat gemeenten op zich de mogelijkheid hebben om van
                    dat model af te wijken indien de lokale omstandigheden daar aanleiding toe geven
                    (lokaal maatwerk). Op basis van dat uitgangspunt is het regionale model op
                    onderdelen aangepast en intern besproken met onder meer de afdeling Samenleving
                    en het taakveld Toezicht en Handhaving</al><al>In het kader van het ontwerpen van een regionaal modelbeleid hebben Koninklijke
                    Horeca Nederland (KHN)en het Platform Dorpshuizen (PDH) hun zienswijzen op
                    respectievelijk 3 en 10 december 2012 naar voren gebracht. </al><al>Door <vet>KHN</vet> is aangegeven dat die belangenorganisatie van mening is
                    dat:</al><lijst><li nr="a)"><al>een eindtijd zou moeten worden vastgelegd voor het schenken van
                            alcoholhoudende drank in paracommerciële inrichtingen, bijv. door te
                            stellen dat schenken tot 1 uur na de laatste activiteit is toegestaan.
                            KHN vindt de in het regionale model voorgestelde eindtijd om te schenken
                            te ruim omdat die voorgestelde tijd geen verbinding legt met de
                            activiteiten. KHN ziet liever een maximale schenktijd van 23.00 uur.
                        </al></li><li nr="b)"><al>het terugdringen van oneerlijke concurrentie het belangrijkste onderdeel
                            uit de verordening moet zijn. KHN vraagt zich ook af wanneer er dan
                            sprake is van “oneerlijke mededinging” zoals opgenomen in art. 2:34b van
                            het regionale model. </al></li><li nr="c)"><al>het zwaartepunt van het toezicht door gemeenten bij de controle op
                            drinken door 16-minners zou moeten liggen. </al></li><li nr="d)"><al>met een toegangstijd van 00:00 uur gekoppeld aan de leeftijd van 18 jaar
                            op zich kan worden ingestemd maar dat in het verlengde daarvan de
                            toegangstijd van 01:00 uur die in de Westfriese gemeenten geldt moet
                            worden ingetrokken. Overigens is door KHN, afdeling Schagen, tijdens een
                            gesprek op 31 december 2013 gesteld dat KHN na 3 december 2012 haar
                            standpunt heeft gewijzigd en een “standaard” koppeling van de leeftijd
                            van 18 jaar aan een toegangstijdstip niet meer steunt.</al></li><li nr="e)"><al>reguleren alleen dient plaats te vinden waar dat echt nodig is. Als
                            voorbeeld wordt genoemd het in het regionale model opgenomen artikel
                            2:34d (beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven). </al></li><li nr="f)"><al>regulering van de prijsacties in de horeca alleen dient te worden
                            opgenomen als er dan ook daadwerkelijk handhaving plaatsvindt. </al></li></lijst><al>Door het <vet>PDH</vet> is aangegeven dat die belangenorganisatie van mening is
                    dat:</al><lijst><li nr="a)"><al>voor de paracommerciële instellingen met dagbestedingen voor ouderen een
                            schenktijd tot uiterlijk 17.00 uur te beperkend is. Ook een algeheel
                            verbod op sterke drank is te beperkend waar het gaat om de doelgroep die
                            ouder is dan 18 jaar. Vooral voor ouderen is een borreltje of glaasje
                            advocaat een vrij gebruikelijke consumptiekeuze. Er zijn voldoende
                            zwaarwegende argumenten om die doelgroep zo drastisch te beperken.
                            Hiervoor zou maatwerk door middel van ontheffingen wellicht een
                            oplossing zijn.</al></li><li nr="b)"><al>met de strekking van het artikel over bijeenkomsten bij paracommerciële
                            instellingen (regionaal artikel 2:34b) wordt ingestemd mits het voor de
                            gemeente mogelijk blijft om maatwerk te leveren. </al></li></lijst><tussenkop>Drank- en horecaverordening Schagen 2009</tussenkop><al>Door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Schagen is bij besluit van 26
                    januari 2010 de “Drank- en horecaverordening Schagen 2009” vastgesteld. Die
                    verordening is alleen van kracht voor het grondgebied van de voormalige gemeente
                    Schagen. Ingevolge artikel 28 van de Wet algemene regels gemeentelijke indeling
                    behoudt die verordening haar rechtskracht voor het grondgebied waarvoor ze is
                    vastgesteld gedurende twee jaar, tenzij de regeling eerder wordt ingetrokken. In
                    het voorstel tot vaststelling van de Drank- en horecaverordening Schagen 2014
                    zijn de bepalingen van de eerder vastgestelde Schager verordening
                    meegenomen.</al><al>In het kader van deze algemene toelichting is in onderdeel C de tekst van de
                    artikelen 4 en 25a tot en met 25 d van de Drank- en Horecawet als
                    achtergrondinformatie opgenomen.</al><al/><tussenkop>A2: Inhoudelijke strekking van de bepalingen</tussenkop><al>In de verordening geeft artikel 1 de begripsbepalingen en bevatten de artikelen
                    10 tot en met 15 zaken zoals overgangsbepalingen, strafbepalingen en de
                    citeertitel. De inhoudelijke kern van de verordening ligt in de artikelen 2 tot
                    en met 9. De strekking van die artikelen is hier onder beknopt weergegeven.
                    Daarbij is ook bij elk artikel aangegeven in hoeverre wordt afgeweken van het
                    regionale model, wat de alternatieven zijn en wat -<onderstreept>voor zover op
                        het moment van opstellen van de concept-verordening bekend
                        was</onderstreept>- de standpunten zijn van de buurgemeenten Den Helder,
                    Hollands Kroon en Langedijk.</al><al>Voor het leesgemak wordt in de beschrijving van de strekking van de artikelen
                    het begrip “paracommerciële rechtspersonen” afgekort tot “de paracommercie” en
                    het begrip “alcoholhoudende drank” tot “alcohol”. </al><tussenkop>Art. 2 Schenktijden paracommerciële horeca (verplicht te
                    regelen)</tussenkop><tussenkop>Strekking:</tussenkop><al>De paracommercie mag alcohol alleen verstrekken binnen de periode die ligt
                    tussen één uur voor aanvang en twee uur na beëindiging van activiteiten die
                    passen binnen de statutaire doelomschrijving. Alcohol mag echter niet eerder
                    worden verstrekt dan 12:00 uur en niet later dan 24:00 uur. De burgemeester kan
                    van deze bepaling ontheffing verlenen.</al><al>Verschil met het regionale model? Ja.</al><al>Het regionale model (art. 2:34a) gaat uit van het concreet benoemen van de
                    tijdstippen, te weten:</al><tussenkop>“maandag tot en met vrijdag na 17.00 uur en tot
                    sluitingstijd;</tussenkop><tussenkop>zaterdag na 15.00 uur en tot sluitingstijd;</tussenkop><tussenkop>zondag na 13.00 uur en tot sluitingstijd.”</tussenkop><al>Het regionale model kent geen ontheffingsmogelijkheid.</al><al>In deze verordening is er voor gekozen om de schenktijden te koppelen aan de
                    statutaire doelstelling van de instelling, een en ander binnen de grenzen van
                    12:00 en 24:00 uur. Schenktijden toestaan “tot sluitingstijd” is niet logisch
                    omdat “sluitingstijd” op zich onvoldoende concreet is en het, zeker bij een wat
                    later sluitingstijdstip, in het algemeen wenselijk is dat al vóór dat
                    sluitingstijdstip gestopt wordt met het verstrekken van consumpties
                    (afbouwregeling). </al><al>Mogelijke alternatieven: kiezen voor het regionale model en/of aanpassing van de
                    genoemde tijdstippen.</al><al>Standpunten buurgemeenten:</al><al>Den Helder: Van 1 uur voorafgaande aan de activiteit van de betrokken instelling
                    tot 2 uur na afloop van die activiteit, een en ander tussen 12:00 en 00:00
                    uur.</al><al>Hollands Kroon: tussen 12:00 uur en één uur na de laatste activiteit.</al><al>Langedijk: zaterdag van 15:00 uur tot sluitingstijd, zondag van 13:00 uur tot
                    sluitingstijd, overige dagen van 17:00 uur tot sluitingstijd. Wijk- en
                    buurtcentra alle dagen van 13:00 uur tot sluitingstijd.</al><tussenkop>Art. 3 Alcoholverstrekking tijdens bijeenkomsten bij paracommerciële
                    horeca (verplicht te regelen)</tussenkop><tussenkop>Strekking:</tussenkop><al>Het is voor de paracommercie verboden om alcohol te verstrekken:</al><lijst><li nr="1."><al>Tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard (bruiloften, verjaardagen
                            e.d.) en</al></li><li nr="2."><al>Tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet
                            rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon
                            betrokken zijn (“bijeenkomsten van derden”).</al></li></lijst><al>Het verbod geldt niet in de volgende gevallen:</al><lijst><li nr="a."><al>Voor paracommercie in bebouwde kommen waar geen commerciële horeca
                            aanwezig is. Voor feesten van persoonlijke aard geldt dat dan als
                            aanvullende voorwaarde dat minimaal één van de personen waar de
                            bijeenkomst betrekking op heeft woonachtig moet zijn binnen die bebouwde
                            kom.</al></li><li nr="b."><al>Voor bijeenkomsten van derden als die derde een andere stichting of
                            vereniging is die zich richt op activiteiten van recreatieve, sportieve,
                            sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige
                            aard.</al></li><li nr="c."><al>Als aannemelijk wordt gemaakt dat geen oneerlijke mededinging optreedt
                            met de commerciële horeca in dezelfde bebouwde kom. Deze bijeenkomsten
                            moeten vooraf worden gemeld aan de burgemeester.</al></li></lijst><tussenkop>Toelichting:</tussenkop><al>De strekking is dat tijdens zulke bijeenkomsten geen alcoholhoudende drank mag
                    worden geschonken. Er is echter een uitzondering gemaakt voor de situaties waar
                    binnen de betreffende bebouwde kom alleen maar paracommerciële horeca is en,
                    voor wat betreft bijeenkomsten van persoonlijke aard, als tenminste één van de
                    personen waar de bijeenkomst betrekking op heeft woonachtig is binnen die
                    bebouwde kom. </al><al>Deze uitzondering is opgenomen omdat wordt onderkend dat het voor inwoners
                    belangrijk is dat zij bruiloften en verjaardagen kunnen houden in hun eigen
                    woonomgeving en het niet redelijk lijkt dat zij, ook indien in de eigen
                    woonomgeving geen commerciële horeca aanwezig is, voor dergelijke belangrijke
                    gebeurtenissen worden genoodzaakt om uit te wijken naar elders. </al><al>Een tweede uitzondering is gemaakt voor bijeenkomsten van andere stichtingen of
                    verenigingen. Die uitzondering is gemaakt om het mogelijk te maken dat de
                    paracommercie haar accommodatie laat mede-gebruiken door andere stichtingen en
                    verenigingen.</al><al>Een derde en laatste uitzondering is gemaakt voor de gevallen waar op zich ook
                    commerciële horeca aanwezig is binnen dezelfde bebouwde kom maar waarbij
                    aannemelijk kan worden gemaakt dat er geen oneerlijke mededinging optreedt met
                    die commerciële horeca. Die uitzondering is gemaakt om in te spelen op de
                    gevallen waarin de plaatselijke commerciële horeca geen bezwaar hebben tegen de
                    bijeenkomst in de paracommercie en gevallen waarin de plaatselijke commerciële
                    horeca zelf die bijeenkomst niet wil of kan faciliteren. Om wel inzicht te
                    blijven houden in het aantal van dergelijke bijeenkomsten binnen de
                    paracommerciële horeca is een meldplicht opgenomen.</al><al>Verschil met het regionale model? Ja.</al><al>In het regionale model art. 2:34b is als eerste optie gekozen voor een verbod op
                    het schenken van alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke
                    aard “<cursief>wanneer dit leidt tot oneerlijke mededinging</cursief>”. Die
                    zinsnede is echter dermate vaag dat zij naar verwachting zal leiden tot
                    (ongewenste) discussies en interpretatieverschillen over wanneer al dan niet
                    sprake is van oneerlijke mededinging. Het tweede alternatief in het regionale
                    model staat het schenken van alcoholhoudende drank toe tijdens een concreet
                    aantal (4) bijeenkomsten van persoonlijke aard per kalenderjaar.</al><al>In deze verordening is gekozen voor een algeheel verbod met, om lokaal maatwerk
                    te kunnen leveren, een uitzondering voor bijeenkomsten van persoonlijke aard als
                    binnen de eigen woonomgeving geen commerciële horeca aanwezig is.</al><al>Mogelijke alternatieven:</al><lijst><li nr="a."><al>de aantallen toegestane bijeenkomsten wijzigen. Dat aantal mag wel op
                            nul worden gesteld maar mag niet onbeperkt zijn.</al></li><li nr="b."><al>een andere redactie hanteren waarbij alcoholverstrekking tijdens
                            bijeenkomsten wordt verboden “wanneer dit leidt tot oneerlijke
                            mededinging”. Dat alternatief kan echter aanleiding geven tot
                            interpretatieverschillen/discussies over de vraag wanneer al dan niet
                            sprake is van oneerlijke mededinging.</al></li></lijst><al>Standpunten buurgemeenten:</al><al>Den Helder : mag niet “wanneer dit leidt tot oneerlijke concurrentie”. </al><al>Hollands Kroon : mag helemaal niet.</al><al>Langedijk : mag helemaal niet.</al><tussenkop>Art. 4 Schenktijden alcoholhoudende drank en verbod verstrekken van
                    sterke drank</tussenkop><tussenkop>1. Schenktijden</tussenkop><tussenkop>Strekking:</tussenkop><al>De reguliere horeca moet zich houden aan de schenktijden die gelden voor de
                    paracommercie als die reguliere horeca gevestigd is in een gebouw dat ook
                    gebruikt wordt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>Onderwijs aan 18-minners</al></li><li nr="b."><al>Jeugd- en jongerenwerk</al></li></lijst><al>Ontheffing is mogelijk.</al><al>Standpunten buurgemeenten:</al><al>Den Helder : idem maar zonder algemene ontheffingmogelijkheid en ook geldend
                    voor de combinatie van commerciële horeca met met wijkgebouwen/buurthuizen of
                    sportinstellingen </al><al>Hollands Kroon : als Den Helder.</al><al>Langedijk : niet geregeld.</al><tussenkop>2. Verbod op verstrekken van sterke drank</tussenkop><tussenkop>Strekking:</tussenkop><al>Het is verboden sterke drank te verstrekken:</al><lijst><li nr="a."><al>in de paracommercie</al></li><li nr="b."><al>in een snackbar of cafetaria (voor gebruik ter plaatse)</al></li><li nr="c."><al>in een gebouw dat ook gebruikt wordt voor:</al></li><li nr="1."><al>Onderwijs aan 18-minners</al></li><li nr="2."><al>Jeugd- en jongerenwerk</al></li></lijst><al>Voor a. en c. is ontheffing mogelijk, voor b. niet.</al><al>Standpunten buurgemeenten:</al><al>Den Helder : geen verbod op sterke drank. </al><al>Hollands Kroon : geen verbod op sterke drank.</al><al>Langedijk : verbod op sterke drank in de paracommerciële horeca.</al><al>Verschil met het regionale model? Ja.</al><al>Deze bepaling heeft op zich dezelfde strekking als het regionale model (art.
                    2:34c) maar in het model Schagen 2014 is de ontheffingsmogelijkheid toegevoegd
                    om lokaal maatwerk te kunnen leveren. In het regionale model is ook commerciële
                    horeca genoemd die in een gebouw is gevestigd dat tevens wordt gebruikt voor
                    “sport” of als “gemeentelijk wijkgebouw of buurthuis”. Die twee categorieën zijn
                    in deze verordening niet overgenomen omdat zij in dit stadium worden beschouwd
                    als een onnodig complicerende beperking voor de commerciële horeca.</al><tussenkop>3. Verbod op verstrekken van alcoholhoudende drank:</tussenkop><tussenkop>Strekking: </tussenkop><al>De paracommercie mag geen alcohol verstrekken in de periode waarin de lokaliteit
                    wordt gebruikt voor activiteiten voor 18-minners.</al><al>Verschil met het regionale model? Ja.</al><al>Deze bepaling staat niet in het regionale model maar is afkomstig van de Drank-
                    en horecaverordening Schagen 2009. In die verordening is aangehaakt aan de in de
                    Drank- en Horecawet vermelde grens van 16 jaar. Omdat die wettelijke grens per 1
                    januari 2014 wordt verhoogd naar 18 jaar is in de nieuwe verordening ook 18 jaar
                    opgenomen.</al><al>Mogelijke alternatieven: artikel niet opnemen of op onderdelen aanpassen (opname
                    is namelijk niet verplicht).</al><tussenkop>Art. 5 Tijdelijk verbod op het verstrekken van alcoholhoudende
                    drank:</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan verbieden dat alcoholhoudende drank wordt verstrekt
                            gedurende een bepaalde termijn in de gemeente of een deel daarvan of in
                            een bepaald pand of bepaalde lokaliteit.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan een horecavergunning beperken tot alleen
                            zwak-alcoholhoudende drank.</al></li></lijst><al>Verschil met het regionale model? Ja.</al><al>Deze bepaling is afkomstig van de Drank- en horecaverordening Schagen 2009. In
                    het regionale model is wel een soortgelijke bepaling als onderdeel A opgenomen
                    (art. 2:34d) maar daarbij zouden dan de tijden en plaatsen in de verordening
                    zelf moeten worden vermeld. De Schager variant biedt meer flexibiliteit om in te
                    spelen op evenementen en andere tijdelijke gebeurtenissen. Het meest bekende
                    praktijkvoorbeeld is de “drooglegging” van het centrum van Schagen op de dag van
                    de Paasvee-tentoonstelling tot 12:00 uur.</al><al>Mogelijke alternatieven: artikel niet opnemen of op onderdelen aanpassen (opname
                    is namelijk niet verplicht).</al><al>Standpunten buurgemeenten:</al><al>Den Helder : niet opgenomen. </al><al>Hollands Kroon : niet opgenomen.</al><al>Langedijk : niet opgenomen.</al><tussenkop>Art. 6 Beperkingen voor andere detailhandel dan
                    slijtersbedrijven</tussenkop><al>Strekking: Gereserveerd (niet opgenomen)</al><al>Mogelijke alternatieven: alsnog beperkingen opnemen (opname is niet
                    verplicht).</al><al>Standpunten buurgemeenten:</al><al>Den Helder : niet opgenomen. </al><al>Hollands Kroon : niet opgenomen.</al><al>Langedijk : niet opgenomen.</al><tussenkop>Art. 7 Koppeling van toegangstijd aan leeftijden</tussenkop><al>Strekking: gereserveerd (niet opgenomen)</al><al>Verschil met het regionale model? Ja.</al><al>In het regionale model is een toegangsstop opgenomen (01:00 uur) voor
                    18-minners. Een toegangsstop is het tijdstip waarna men niet meer naar binnen
                    mag. Wie op het tijdstip van de toegangsstop al in de horeca aanwezig zijn, mag
                    daar echter tot sluitingstijd blijven. </al><al>De gemeente kiest er voor om de toegangsstop niet op te nemen in deze
                    verordening maar nader uit te werken in het sluitingstijdenbeleid op grond van
                    artikel 2:29 en 2:30 van de APV. Daarbij kan gedacht worden aan het opnemen van
                    een toegangsstop bij het verlenen van een ontheffing voor het sluitingsuur. Uit
                    een oogpunt van handhaafbaarheid (ook voor de horeca-ondernemer) zal een
                    dergelijke toegangsstop dan gelden voor alle bezoekers en niet worden gekoppeld
                    aan een bepaalde leeftijd. Als tijdstip voor een toegangsstop wordt vooralsnog
                    gedacht aan een tijdstip van niet eerder dan 02:00 uur. Daarmee wordt dan
                    aangesloten op de reeds bestaande praktijk in een deel van de gemeente.</al><al>Mogelijke alternatieven: artikel op onderdelen aanpassen (opname is namelijk
                    niet verplicht).</al><al>Standpunten buurgemeenten:</al><al>Den Helder : niet opgenomen. </al><al>Hollands Kroon : niet opgenomen.</al><al>Langedijk : één algehele toegangsstop van 01:00 uur.</al><tussenkop>Art. 8 Prijsacties in de horeca</tussenkop><al>Het artikel geeft een verbod op “happy hours” in de horeca. Dat zijn acties
                    waarbij voor een korte periode (maximaal 24 uur) een prijs wordt gehanteerd die
                    lager is dan 60% van de normale prijs. Ook vormen van prijsacties zoals “2 halen
                    1 betalen” en “Ladies Nights” (avonden waarop vrouwen gratis mogen drinken)
                    vallen er onder.</al><al>Verschil met het regionale model? Nee</al><al>De strekking van het regionale model (art. 2:34g) is om prijsacties te
                    verbieden.</al><al>Mogelijke alternatieven: artikel niet opnemen (opname is niet verplicht).</al><al>Standpunten buurgemeenten:</al><al>Den Helder : verbod op “happy hours” in de horeca. </al><al>Hollands Kroon : niet opgenomen.</al><al>Langedijk : niet opgenomen.</al><tussenkop>Art. 9 Prijsacties in de detailhandel</tussenkop><al>Gereserveerd (nog niet opgenomen)</al><al>Verschil met het regionale model? Ja.</al><al>De strekking van het regionale model (art. 2:34f) is om prijsacties te
                    verbieden.</al><al>Mogelijke alternatieven: regionale model wel opnemen (opname is echter niet
                    verplicht).</al><al>Standpunten buurgemeenten:</al><al>Den Helder : niet opgenomen. </al><al>Hollands Kroon : niet opgenomen.</al><al>Langedijk : alleen de <cursief>mogelijkheid</cursief> van een verbod
                    opgenomen.</al><tussenkop>B: Uitgebreide artikelsgewijze toelichting </tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop><tussenkop>Toelichting:</tussenkop><al>De begripsbepalingen zijn opgenomen om eventuele onduidelijkheden en mogelijke
                    interpretatieverschillen van de in de verordening gehanteerde begrippen te
                    voorkomen.</al><tussenkop>Artikel 2 Schenktijden paracommerciële rechtspersonen (regionaal model
                    art. 2:34a)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het verstrekken van alcoholhoudende drank door paracommerciële
                            rechtspersonen is uitsluitend toegestaan binnen de periode die ligt
                            tussen één uur voor aanvang en twee uur na beëindiging van activiteiten
                            die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende
                            paracommerciële rechtspersoon, met dien verstande dat het tijdstip
                            waarop alcoholhoudende drank mag worden verstrekt niet vroeger mag zijn
                            dan 12:00 uur en niet later mag zijn dan 24:00 uur.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan van het bepaalde in het eerste lid ontheffing
                            verlenen.</al></li></lijst><tussenkop>Toelichting:</tussenkop><al>Volgens artikel 4, derde lid, van de DHW moeten er, ter voorkoming van
                    oneerlijke concurrentie, in elk geval regels worden gesteld voor o.m.
                    schenktijden. Die schenktijden worden bepaald door het aanvangstijdstip en de
                    eindtijd. In het regionale model is er voor gekozen om geen concrete eindtijd te
                    vermelden maar in plaats daarvan te verwijzen naar “sluitingstijd”. De
                    sluitingstijd voor openbare inrichtingen is geregeld in artikel 2:29 van de
                    APV.</al><al>De regionale suggestie is niet overgenomen omdat de sluitingstijd van een
                    inrichting niet per definitie hetzelfde tijdstip is als het tijdstip waarop
                    gestopt moet worden met alcoholverstrekking. De sluitingstijd heeft betrekking
                    op de <vet>aanwezigheid</vet> van bezoekers in de inrichting en er zijn gevallen
                    denkbaar waarin, als een soort “afbouwregeling” al vóór die sluitingstijd
                    maatregelen moeten worden getroffen om het vertrek van de bezoekers te
                    bevorderen. Die maatregelen kunnen bestaan uit het intensiveren van de
                    verlichting, het stoppen met muziek en het stoppen met het verstrekken van
                    consumpties (lees: het verstrekken van alcoholhoudende drank). In die gevallen
                    ontstaat er onduidelijkheid als in artikel 2:34a de mogelijkheid wordt geboden
                    om “tot sluitingstijd” te blijven schenken. Daarom is hier gekozen voor “tot
                    uiterlijk 24:00 uur”. Er lijkt geen aanleiding te zijn om te veronderstellen dat
                    paracommerciële horecainrichtingen als regel tot later dan 24:00 uur de
                    gelegenheid moeten hebben om alcoholhoudende drank te verstrekken. Mocht zich
                    toch een bijzondere situatie voordoen waarin gemotiveerd kan worden aangegeven
                    dat een ontheffing gewenst is, dan kan de ontheffingsmogelijkheid van het (nieuw
                    toegevoegde) tweede lid worden gebruikt om maatwerk te leveren.</al><al>Het vroegste tijdstip waarop begonnen mag worden met alcoholverstrekking is
                    gesteld op 12:00 uur. In het regionale model stonden begintijden van 17:00 uur
                    voor de maandag tot en met de vrijdag, 15:00 uur voor de zaterdag en 13:00 uur
                    op de zondag. Die tijdstippen werden, gelet op de gebruikelijke openingstijden
                    van een aantal paracommerciële rechtspersonen, als te beperkend beschouwd. In
                    dat licht is ook van belang dat de regering er van uitgaat dat de gemeente de
                    belangrijke maatschappelijke functie van de verschillende paracommerciële
                    instellingen in acht zal nemen en geen onnodige beperkingen zal opleggen daar
                    waar de mededinging niet in het geding is en er geen sprake is van
                    onverantwoorde verstrekking van alcohol, met name aan jongeren (memorie van
                    toelichting, Kamerstukken II 2008/09, nr 3, blz. 10). Gelet op het vorenstaande
                    is gekozen voor het tijdvak “tussen 12:00 en 24:00 uur”. Daarmee wordt ook
                    aangesloten aan de schenktijden in de buurgemeente Den Helder.</al><al>Anders dan in het regionale model is er in het artikel voor gekozen om de
                    schenktijden nadrukkelijk te relateren aan de statutaire doelstelling van de
                    instelling. Met “activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving”
                    wordt niet alleen gedoeld op de kernactiviteit (bijvoorbeeld de daadwerkelijke
                    wedstrijden bij een tennistournooi) maar ook aan hetgeen aan zo’n kernactiviteit
                    verbonden is (inloop, voorbespreking, prijsuitreiking, nabespreking e.d.).</al><tussenkop>Artikel 3 Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Paracommerciële rechtspersonen mogen geen alcoholhoudende drank
                            verstrekken:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en </al></li><li nr="b."><al>tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of
                                    niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende
                                    rechtspersoon betrokken zijn. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid blijft voor bijeenkomsten als bedoeld in
                            het eerste lid onder a buiten toepassing als de inrichting van de
                            paracommerciële rechtspersoon is gelegen binnen een bebouwde kom waar
                            het horecabedrijf uitsluitend door paracommerciële rechtspersonen wordt
                            uitgeoefend en minimaal één van de personen waar de bijeenkomst
                            betrekking op heeft woonachtig is binnen die bebouwde kom. </al></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het eerste lid blijft voor bijeenkomsten als bedoeld in
                            het eerste lid onder b buiten toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>als de inrichting van de paracommerciële rechtspersoon is
                                    gelegen binnen een bebouwde kom waar het horecabedrijf
                                    uitsluitend door paracommerciële rechtspersonen wordt
                                    uitgeoefend; </al></li><li nr="b."><al>als de bijeenkomst is gericht op personen die rechtstreeks
                                    betrokken zijn bij stichtingen of verenigingen die zich richten
                                    op activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele,
                                    educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard. </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het bepaalde in het eerste lid blijft voorts buiten toepassing als
                            aannemelijk wordt gemaakt dat het verstrekken van alcoholhoudende drank
                            tijdens de bijeenkomst niet leidt tot oneerlijke mededinging met
                            horeca-ondernemers, niet zijnde paracommerciële rechtspersonen, die
                            gevestigd zijn binnen de bebouwde kom waar de bijeenkomst wordt
                            gehouden. </al></li><li nr="5."><al>Van een bijeenkomst als bedoeld in het vierde lid moet minimaal 4 weken
                            vooraf melding worden gemaakt aan de burgemeester. Bij de melding moet
                            gemotiveerd worden aangegeven waarom het verstrekken van alcoholhoudende
                            drank niet leidt tot oneerlijke mededinging als bedoeld in het vierde
                            lid. Als de burgemeester tot het oordeel komt dat onvoldoende
                            aannemelijk is gemaakt dat het verstrekken van alcoholhoudende drank
                            niet zal leiden tot oneerlijke mededinging als bedoeld in het vierde
                            lid, kan hij het verstrekken van alcoholhoudende drank tijdens die
                            bijeenkomst verbieden.</al></li></lijst><al><vet>Toelichting</vet>: </al><al>De strekking van het artikel is kort weergegeven als volgt:</al><al>Uitgangspunt is dat in de paracommerciële horeca geen alcoholhoudende drank mag
                    worden geschonken tijdens “bijeenkomsten van persoonlijke aard” en tijdens
                    bijeenkomsten van derden. De in de wet gebruikte term voor die laatste categorie
                    bijeenkomsten is “<cursief>bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet
                        of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon
                        betrokken zijn”.</cursief></al><al>Met <cursief>bijeenkomsten van persoonlijke aard</cursief> wordt gedoeld op
                    bijeenkomsten, waarbij meestal alcoholhoudende drank wordt genuttigd, die
                    specifiek primair verband houden met een of meer personen. Voorbeelden zijn
                    bruiloften, recepties, jubilea, verjaardagen, condoleancebijeenkomsten e.d. </al><al>Bijeenkomsten van persoonlijke aard die een direct verband hebben met de
                    activiteiten van de rechtspersoon vallen niet onder het verbod. </al><al>De volgende voorbeelden dienen ter verduidelijking:</al><al>Voorbeeld 1: de heer Jansen is 10 jaar voorzitter van de voetbalvereniging en
                    wil dat jubileum vieren in de kantine van die vereniging.</al><al>Voorbeeld 2: de heer Jansen is 25 jaar getrouwd en wil dat jubileum vieren in de
                    kantine van de voetbalvereniging.</al><al>Voorbeeld 3: een lid van de voetbalvereniging wordt 50 jaar en wil dat vieren in
                    de kantine van de voetbalvereniging.</al><al>In het geval van voorbeeld 1 mag wel alcoholhoudende drank worden geschonken
                    maar in de gevallen van de voorbeelden 2 en 3 mag dat niet.</al><al>Hoewel het bij voorbeeld 1 op zich gaat om een bijeenkomst die betrekking heeft
                    op een specifiek persoon en daarmee misschien de indruk kan wekken om “van
                    persoonlijke aard” te zijn, is die bijeenkomst primair gekoppeld aan de
                        <onderstreept>functie</onderstreept> van de heer Jansen binnen de
                    vereniging. Tijdens zo’n jubileum mag dus wel alcoholhoudende drank worden
                    geschonken. </al><al>In de voorbeelden 2 en 3 gaat het wel om een lid van de voetbalvereniging maar
                    dat die persoon 25 jaar getrouwd is of 50 jaar oud wordt heeft op zich niets met
                    die vereniging te maken. In die gevallen mag dus geen alcoholhoudende drank
                    worden geschonken.</al><al>Voor het gemak en de leesbaarheid wordt in deze toelichting op een aantal
                    plaatsen het woord “vereniging” gebruikt maar er wordt mee gedoeld op alle
                    soorten “paracommerciële rechtspersonen”.</al><al>Bij <cursief>bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet
                        rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon
                        betrokken zijn</cursief>, kan worden gedacht aan activiteiten die niet
                    specifiek aan de paracommerciële rechtspersoon zijn gebonden. Dit doet zich voor
                    als een paracommerciële rechtspersoon zijn kantine of een andere ruimte verhuurt
                    aan derden om bijvoorbeeld een feest te geven (voor niet-leden van de vereniging
                    of voor niet-betrokkenen bij de stichting). Schouwburgen en dergelijke
                    instellingen kennen vaak een brede programmering aan culturele activiteiten. Die
                    activiteiten vallen nagenoeg altijd onder de statutaire doelstelling van de
                    schouwburg en zijn daarom zonder meer toegestaan. </al><al>In het regionale model zijn twee alternatieven opgenomen voor het artikel. Het
                    eerste alternatief verbiedt alle bijeenkomsten “<cursief>die leiden tot
                        oneerlijke mededinging</cursief>”. In de toelichting op dat alternatief is
                    aangegeven dat een criterium voor het ontbreken van oneerlijke concurrentie kan
                    zijn “<cursief>wanneer er geen reguliere horeca in de omgeving aanwezig is die
                        een reëel alternatief biedt</cursief>. Het nadeel van die redactie is dat
                    het een bron voor interpretatieverschillen kan vormen over de vraag wanneer al
                    dan niet sprake is van oneerlijke concurrentie en hoe de begrippen “in de
                    omgeving” en “reëel alternatief” moeten worden uitgelegd.</al><al>Het tweede alternatief geeft expliciet aan hoeveel bijeenkomsten per jaar zijn
                    toegestaan. Er is in het regionale model voor gekozen om dan per jaar in elke
                    paracommerciële instelling vier bijeenkomsten van persoonlijke aard toe te
                    staan. Het uitgangspunt is dat enerzijds de paracommerciële rechtspersoon de
                    ruimte moet hebben om in beperkte mate bijeenkomsten van persoonlijke aard te
                    faciliteren en dat anderzijds het aantal toegestane bijeenkomsten dan ook
                    inderdaad (duidelijk) beperkt moet blijven om oneerlijke concurrentie met de
                    reguliere horeca te voorkomen. In het Schager model is geen van beide
                    alternatieven overgenomen.</al><al>Er zijn situaties denkbaar waarin een strikte toepassing van het verbod als
                    onnodig belemmerend kan worden ervaren. Daarom zijn uitzonderingen opgenomen
                    voor de volgende gevallen:</al><lijst><li nr="1."><al>als in dezelfde bebouwde kom geen commerciële horeca aanwezig is. Voor
                            bijeenkomsten van persoonlijke aard (bruiloften e.d.) geldt wel als
                            vereiste dat tenminste één van de personen waar het feest om draait
                            woonachtig moet zijn in die bebouwde kom.</al></li><li nr="2."><al>als de bijeenkomst is gericht op personen die rechtstreeks betrokken
                            zijn bij stichtingen of verenigingen die zich richten op activiteiten
                            van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve,
                            levensbeschouwelijke of godsdienstige aard.</al></li><li nr="3."><al>als binnen dezelfde bebouwde kom wel commerciële horeca aanwezig is maar
                            aannemelijk kan worden gemaakt dat het schenken van alcoholhoudende
                            drank tijdens de bijeenkomst niet leidt tot oneerlijke mededinging met
                            die horeca. Van zo’n bijeenkomst moet vooraf melding worden gemaakt aan
                            de burgemeester. Indien onvoldoende aannemelijk wordt gemaakt dat geen
                            oneerlijke mededinging optreedt dan kan de burgemeester alsnog verbieden
                            dat alcoholhoudende drank wordt verstrekt.</al></li></lijst><al>De eerste uitzondering is opgenomen om tegemoet te komen aan de wens dat onze
                    inwoners voor dit soort bijeenkomsten in beginsel “in het eigen dorp” terecht
                    moeten kunnen. Voor inwoners is het belangrijk dat zij bruiloften en
                    verjaardagen kunnen houden in hun eigen woonomgeving. Het lijkt niet redelijk om
                    die inwoners te verplichten om, indien in de eigen woonomgeving geen commerciële
                    horeca aanwezig is, voor dergelijke belangrijke gebeurtenissen uit te wijken
                    naar elders.</al><al>De tweede uitzondering is opgenomen om het mogelijk te maken dat
                    sportverenigingen hun accommodaties efficiënter kunnen exploiteren in de vorm
                    van medegebruik door andere sportverenigingen en om het mogelijk te maken dat
                    stichtingen en verenigingen die zelf geen accommodatie hebben gebruik kunnen
                    maken van de faciliteiten van wijk- en buurthuizen. Te denken valt aan
                    bijvoorbeeld een vereniging die haar accommodatie slechts op enkele dagen in de
                    week zelf gebruikt en op andere dagen in gebruik wil geven bij een andere
                    vereniging. Het gaat hier dus om een uitzondering ten behoeve van het gedeelde
                    gebruik van accommodatie tussen stichtingen en verenigingen onderling. De
                    uitzondering is niet bedoeld om particulieren de gelegenheid te bieden een
                    verenigingskantine te huren of te laten gebruiken.</al><al>De derde uitzondering is opgenomen om in te kunnen spelen op de situaties waarin
                    de commerciële horeca binnen dezelfde bebouwde kom de betreffende bijeenkomst
                    niet kan of niet wil faciliteren of om andere redenen geen bezwaar heeft tegen
                    het schenken van alcoholhoudende drank tijdens de bijeenkomst. Van zo’n
                    bijeenkomst moet vooraf melding worden gemaakt aan de burgemeester.</al><al>Hieronder wordt meer uitgebreid ingegaan op het artikel.</al><tussenkop>Artikel 3, lid 1</tussenkop><al>Het eerste lid van het artikel geeft een verbod voor de paracommerciële horeca
                    om alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens feesten van persoonlijke aard en
                    tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks
                    bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. Dat
                    verbod is het uitgangspunt.</al><tussenkop>Artikel 3, lid 2</tussenkop><al>Het tweede lid is opgenomen voor feesten van persoonlijke aard (“bruiloften,
                    verjaardagen e.d.”) die gehouden worden bij een paracommerciële rechtspersoon in
                    een bebouwde kom waar verder geen commerciële horeca is gevestigd. Als
                    aanvullende voorwaarde geldt dat tenminste één van de personen waar het feest om
                    draait woonachtig moet zijn binnen de betreffende bebouwde kom. Met “woonachtig”
                    wordt in dit geval bedoeld dat die persoon als zodanig moet zijn geregistreerd
                    in de gemeentelijke bevolkingsadministratie. De achterliggende gedachte is dat
                    onze inwoners hun bruiloften en verjaardagen en dergelijke moeten kunnen houden
                    in hun eigen woonomgeving, ook als daar geen commerciële horeca is
                    gevestigd.</al><tussenkop>Artikel 3, lid 3 onder a</tussenkop><al>Het derde lid onder a is opgenomen voor bijeenkomsten van derden (bijeenkomsten
                    die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten
                    van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn)waarbij in de betreffende
                    bebouwde kom geen commerciële horeca aanwezig is. Ook hier is de achterliggende
                    gedachte dat men in beginsel “in het eigen dorp” terecht moet kunnen.</al><tussenkop>Artikel 3, lid 3 onder b</tussenkop><al>Het derde lid onder b is opgenomen voor bijeenkomsten van derden maar waarbij
                    die “derden” wel rechtstreeks betrokken zijn bij andere stichtingen of
                    verenigingen die zich richten op activiteiten van recreatieve, sportieve,
                    sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijk of godsdienstige aard. Deze
                    uitzondering is opgenomen om het mogelijk te maken dat (sport)verenigingen hun
                    accommodaties efficiënter kunnen exploiteren in de vorm van medegebruik door
                    andere (sport)verenigingen en om het mogelijk te maken dat stichtingen en
                    verenigingen die zelf geen accommodatie hebben gebruik kunnen maken van de
                    faciliteiten van wijk- en buurthuizen. Wijk- en buurthuizen zijn daar immers
                    vaak juist voor in het leven geroepen.</al><tussenkop>Artikel 3, lid 4</tussenkop><al>Het vierde lid is opgenomen voor situaties waarin binnen de betreffende bebouwde
                    kom wel commerciële horeca is gevestigd waar de bijeenkomst kan worden gehouden
                    maar waarbij aannemelijk kan worden gemaakt dat geen oneerlijke mededinging
                    optreedt met die commerciële horeca. Van zo’n situatie kan sprake zijn als die
                    commerciële horeca:</al><lijst><li nr="-"><al>de betreffende bijeenkomst door omstandigheden niet kan of wil
                            faciliteren of</al></li><li nr="-"><al>geen bezwaar heeft tegen het schenken van alcoholhoudende drank bij de
                            betreffende bijeenkomst in de paracommerciële inrichting.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 3, lid 5</tussenkop><tussenkop>Artikel 3, lid 5</tussenkop><al>Het vijfde lid geeft de paracommerciële horeca de verplichting om een
                    bijeenkomst als bedoeld in het vierde lid vooraf te melden aan de burgemeester.
                    Daarbij moet gemotiveerd worden aangegeven waarom geen oneerlijke mededinging
                    optreedt. De burgemeester kan alsnog besluiten om het verstrekken van
                    alcoholhoudende drank tijdens die bijeenkomst te verbieden. </al><al>Bij het opstellen van het artikel is getracht om zoveel mogelijk te komen tot
                    “lokaal maatwerk”. In dat licht is ook van belang dat de regering er van uitgaat
                    dat de gemeente de belangrijke maatschappelijke functie van de verschillende
                    paracommerciële instellingen in acht zal nemen en geen onnodige beperkingen zal
                    opleggen daar waar de mededinging niet in het geding is. Dat uitgangspunt van de
                    regering is opgenomen in de In de memorie van toelichting bij de wijziging van
                    de Drank- en horecawet. </al><al>Met de nieuwe redactie van artikel 3 is ook getracht om tegemoet te komen aan de
                    door Koninklijke Horeca Nederland, afdeling Schagen, geuite wens voor meer
                    duidelijkheid.</al><tussenkop>Ontheffing door de burgemeester.</tussenkop><al>Op grond van artikel 4, vierde lid, van de DHW heeft de burgemeester de
                    bevoegdheid om, met het oog op bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard
                    voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen, ontheffing te
                    verlenen van de bij of krachtens deze verordening gestelde regels. Deze
                    ontheffingsmogelijkheid is in het leven geroepen om te kunnen inspelen op
                    “bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard”. Die in de wet opgenomen
                    ontheffingsmogelijkheid kan dus alleen worden toegepast voor bijzondere
                    gelegenheden “van zeer tijdelijke aard”. Er zijn echter ook situaties denkbaar
                    waarin het wenselijk is om ontheffing te verlenen van de regels om redenen van
                    meer <onderstreept>structurele</onderstreept> aard. Daarom zijn in deze
                    verordening ook specifieke ontheffingsmogelijkheden opgenomen. </al><tussenkop>Verplichte en niet-verplichte bepalingen</tussenkop><al>De regeling op grond van artikel 4 van de DHW, hier uitgewerkt in de artikelen 2
                    en 3, is -zoals al eerder vermeld- verplicht. Dat geldt niet voor de hierna
                    volgende artikelen, die in cursief in de tekst van de verordening zijn verwerkt.
                    De artikelen 25a, 25b, 25c en 25d van de DHW, waar zij op gebaseerd zijn,
                    bepalen dat de raad bij verordening deze onderwerpen <cursief>kan</cursief>
                    regelen. Voor deze artikelen geldt uiteraard ook dat ze alleen opgenomen dienen
                    te worden als een regeling noodzakelijk is. De nu volgende artikelen hebben niet
                    als doel het tegengaan van oneerlijke mededinging, maar het tegengaan van
                    onverantwoord alcoholgebruik, met name door jongeren. </al><tussenkop>Artikel 4 Schenktijden alcoholhoudende drank en verbod verstrekken van
                    sterke drank (regionaal model art. 2:34c)</tussenkop><tussenkop>1. Het is verboden buiten de tijden zoals opgenomen in artikel 2
                    alcoholhoudende drank te verstrekken in een inrichting waarin het horecabedrijf
                    wordt uitgeoefend, niet zijnde een inrichting waarin het horecabedrijf wordt
                    uitgeoefend door een paracommerciële rechtspersoon, welke:</tussenkop><tussenkop>a. deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend
                    of in hoofdzaak wordt gebruikt om onderwijs te geven aan leerlingen die
                    merendeels de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, of</tussenkop><tussenkop>b. deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend
                    of in hoofdzaak in gebruik is bij een of meer jeugd- of
                    jongerenorganisaties.</tussenkop><tussenkop>2. In de in het eerste lid bedoelde inrichtingen is het verboden sterke
                    drank te verstrekken.</tussenkop><tussenkop>3. Het is paracommerciële rechtspersonen verboden sterke drank te
                    verstrekken.</tussenkop><tussenkop>4. Het is paracommerciële rechtspersonen verboden alcoholhoudende drank
                    te verstrekken in een lokaliteit gedurende de tijd dat die lokaliteit wordt
                    gebruikt voor activiteiten die geheel of in belangrijke mate zijn gericht op
                    personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt.</tussenkop><tussenkop>5. Het is verboden sterke drank te voor gebruik ter plaatse te
                    verstrekken in een snackbar of cafetaria.</tussenkop><tussenkop>6. De burgemeester kan van het bepaalde in het eerste, tweede en derde
                    lid ontheffing verlenen.</tussenkop><tussenkop>Toelichting:</tussenkop><al>Dit artikel heeft tot doel om de verstrekking van alcoholhoudende dranken door
                    commerciële kantines bij jongerenorganisaties en onderwijsinstellingen en
                    dergelijke te beperken. Het artikel legt deze horecabedrijven dezelfde
                    schenktijden op als de ‘echte’ paracommerciële horeca en bovendien wordt bepaald
                    dat er in deze commerciële kantines, net als in de paracommerciële horeca,
                    alleen zwak- alcoholhoudende dranken mogen worden geschonken. De grondslag van
                    deze beperkingen is artikel 25a van de Drank- en Horecawet.</al><al>Lid 3 is overgeheveld van regionaal model art. 2:34a naar dit artikel omdat de
                    kop van dit artikel de lading beter dekt. Lid 4 en lid 5 zijn ontleend aan art.
                    3, lid 2 respectievelijk art. 2 van de Drank- en horecaverordening Schagen 2009.
                    In die verordening is aangehaakt aan de in de Drank- en Horecawet vermelde grens
                    van 16 jaar. Omdat die wettelijke grens per 1 januari 2014 wordt verhoogd naar
                    18 jaar is in de nieuwe verordening ook 18 jaar opgenomen. Lid 6 is toegevoegd
                    en kan nader worden uitgewerkt in een beleidsuitspraak met, voor wat betreft
                    ontheffing van het verbod op sterke drank, iets van de volgende strekking:
                    “ontheffing wordt in ieder geval niet verleend als de doelgroep van die
                    inrichting of de bezoekers van die inrichting in belangrijke mate bestaat uit
                    personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt” en “als er geen
                    functionele relatie is tussen het horecabedrijf en de onder a t/m d genoemde
                    organisaties en instellingen”.</al><tussenkop>Achtergrond</tussenkop><al>In veel gemeenten zijn multifunctionele accommodaties (mfa’s). In deze gebouwen
                    zijn vaak voorzieningen voor sport, jeugd, onderwijs, buurtorganisaties en
                    andere maatschappelijke voorzieningen gevestigd. In deze gebouwen is echter ook
                    vaak een horecavoorziening, bijvoorbeeld een voor alle bezoekers van het gebouw
                    bedoelde kantine. Het kan zijn dat die horecavoorziening wordt geëxploiteerd op
                    commerciële basis (bijvoorbeeld door een ondernemer die de horecavoorziening
                    heeft gepacht). Een gemeente kan het wenselijk vinden om dergelijke commerciële
                    horecainrichtingen, gelet op hun doelgroep en situering, beperkingen op te
                    leggen die gelijk zijn aan de beperkingen die gelden voor paracommerciële
                    horecainrichtingen. Het zal dan specifiek gaan om schenktijden en een verbod op
                    het schenken van sterke drank. Artikel 4 van deze verordening biedt daartoe dan
                    de mogelijkheid. Een nadeel van het opnemen van deze beperkingen is dat zij
                    forse gevolgen kunnen hebben voor de exploitatiemogelijkheden en dat het
                    horecabedrijf in deze inrichtingen wellicht niet meer op een rendabele manier
                    kan worden uitgevoerd. Dat kan er toe leiden dat bestaande commerciële pachters
                    besluiten om de bedrijfsvoering te staken en het moeilijk of onmogelijk wordt om
                    voor dergelijke horecavoorzieningen gegadigden voor overname te vinden.</al><al>Het kan zijn dat een commerciële horecainrichting op zich wel gevestigd is in
                    een gebouw als bedoeld in artikel 4, lid 1 onder a t/m d maar er niet (of
                    slechts in beperkte mate) een directe relatie is met de bezoekers van de overige
                    voorzieningen in dat gebouw. Kortom: wanneer de horecavoorziening in belangrijke
                    mate een “eigen” doelgroep heeft die los staat van de overige voorzieningen in
                    het gebouw. In zo’n geval zal het opleggen van de in dit artikel bedoelde
                    beperkingen een buitenproportionele maatregel kunnen zijn. De in het 6e lid
                    opgenomen ontheffingsmogelijkheid maakt het mogelijk om voor dergelijke gevallen
                    maatwerk te leveren.</al><al>In het regionale model is ook commerciële horeca genoemd die in een gebouw is
                    gevestigd dat tevens wordt gebruikt voor “sport” of als “gemeentelijk wijkgebouw
                    of buurthuis”. Die twee categorieën zijn in deze verordening niet overgenomen
                    omdat zij in dit stadium worden beschouwd als een onnodig complicerende
                    beperking voor de commerciële horeca.</al><tussenkop>Overgangstermijn</tussenkop><al>Op grond van het bepaalde in artikel 14, tweede lid van deze verordening geldt
                    voor het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid van artikel 4 een
                    overgangstermijn van twee jaar na inwerkingtreding van de verordening. Die
                    overgangstermijn is ontleend aan het regionale modelbeleid en geeft de
                    betreffende commerciële en paracommerciële horecaondernemingen een periode van
                    twee jaar om hun bedrijfsvoering aan te passen.</al><tussenkop>Artikel 5 Tijdelijk verbod tot het verstrekken van alcoholhoudende drank
                    (regionaal model art. 2:34d)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al><cursief>Het is verboden om in een door de burgemeester aangewezen
                                tijdsruimte in de hele gemeente, in een door de burgemeester
                                aangewezen deel van de gemeente of in een door de burgemeester
                                aangewezen pand of lokaliteit alcoholhoudende drank te
                                verstrekken.</cursief></al></li><li nr="2."><al><cursief>Een aanwijzing als bedoeld in lid 1 kan worden gegeven in het
                                belang van de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de
                                zedelijkheid of de volksgezondheid. </cursief></al></li><li nr="3."><al><cursief>De burgemeester kan een vergunning als bedoeld in artikel 3 van
                                de Drank- en Horecawet beperken tot het verstrekken van
                                zwak-alcoholhoudende drank.</cursief></al></li></lijst><tussenkop>Toelichting:</tussenkop><al>De leden 1 en 2 zijn ontleend aan de Drank- en horecaverordening Schagen 2009,
                    art. 4.</al><tussenkop>Artikel 6 Beperkingen voor andere detailhandel dan slijtersbedrijven
                    –gereserveerd (regionaal model art. 2:34e)</tussenkop><tussenkop>Toelichting:</tussenkop><al>In het eerste ontwerp van de verordening was een artikel 6 opgenomen. Naar
                    aanleiding van de ingediende zienswijzen is de inhoud van dat artikel vervallen.
                    Omdat het omnummeren van de overige artikelen van de verordening tot onnodige
                    complicaties zou leiden is het artikel wel in de verordening gehandhaafd, echter
                    nu met de aantekening “gereserveerd”.</al><tussenkop>Artikel 7 Koppeling toegang aan leeftijden –gereserveerd (regionaal model
                    art. 2:34f)</tussenkop><tussenkop>Toelichting:</tussenkop><al>In het eerste ontwerp van de verordening was een artikel 7 opgenomen. Naar
                    aanleiding van de ingediende zienswijzen is de inhoud van dat artikel vervallen.
                    Omdat het omnummeren van de overige artikelen van de verordening tot onnodige
                    complicaties zou leiden is het artikel wel in de verordening gehandhaafd, echter
                    nu met de aantekening “gereserveerd”.</al><tussenkop>Artikel 8 Verbod happy hours in horecabedrijven (regionaal model art.
                    2:34g)</tussenkop><al>Ter bescherming van de volksgezondheid en in het belang van de openbare orde is
                    het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende dranken te
                    verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24
                    uur of korter lager is dan 60% van de prijs die in de desbetreffende
                    horecalokaliteit of op het desbetreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd.</al><tussenkop>Toelichting:</tussenkop><al>Artikel 8 was in het eerste ontwerp van de verordening “gereserveerd”, dus (nog)
                    niet overgenomen uit het regionale model.</al><al>Het artikel is gebaseerd op artikel 25d van de Drank- en Horecawet. Dat artikel
                    biedt gemeenten de mogelijkheid om prijsacties in de horeca en in de
                    detailhandel te beperken. </al><al>Prijsacties in de horeca worden over het algemeen aangeduid als “happy hours”.
                    Happy hours zijn doorgaans afgebakende tijden (enkele uren, één dag in de week)
                    waarop alcoholhoudende drank tegen een gereduceerd tarief wordt aangeboden. In
                    de Drank- en Horecawet is bepaald dat de maatregel alleen betrekking kan hebben
                    op “het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende
                    dranken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur
                    of korter lager is dan 60% van de prijs die in de betreffende horecalokaliteit
                    of op het betreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd”. Ook vormen van
                    prijsacties zoals “2 halen 1 betalen” en “Ladies Nights” (avonden waarop vrouwen
                    gratis mogen drinken) vallen onder de in artikel 2:34g bedoelde
                    prijsacties.</al><al>Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is alsnog besloten aan artikel 8
                    invulling te geven. Door een verbod op “happy hours” op te nemen wordt
                    tegemoetgekomen aan de zienswijze van Koninklijke Horeca Nederland, afdeling
                    Schagen. Ook loopt de verordening nu op dit punt in de pas met het beleid in de
                    buurgemeente Den Helder.</al><tussenkop>Artikel 9 Prijsacties detailhandel –gereserveerd (regionaal model art.
                    2:34h)</tussenkop><tussenkop>Toelichting:</tussenkop><al>Het gaat hier volgens de wet om prijsacties die één week of korter duren èn een
                    prijskorting geven van meer dan 30% op de reguliere verkoopprijs in die winkel.
                    Ook vallen hieronder bepaalde koppelverkoopacties, zoals ‘Bij € 25,-
                    boodschappen een krat X-bier voor maar € 6,95’, tenminste als er normaal
                    gesproken géén korting wordt gegeven op dergelijke kratten bier bij € 25,-
                    boodschappen én een krat X-bier pleegt te worden verkocht voor een bedrag dat
                    30% hoger ligt dan € 6,95.</al><al>Gemeenten kunnen deze bepalingen alleen inzetten ter bescherming van de
                    volksgezondheid of in het belang van de openbare orde. De maatregelen zullen in
                    de gemeentelijke verordening dan ook duidelijk moeten worden toegelicht vanuit
                    dit perspectief. </al><al>Het handhaven van deze bepaling is zeer tijdrovend. In het regionale model is
                    aangegeven dat deze bepaling alleen voor opname in aanmerking komt als er ook
                    daadwerkelijk voldoende capaciteit is voor toezicht en handhaving. In dit
                    verband doet zich een spanningsveld voor tussen enerzijds het met dit
                    wetsartikel beoogde doel en anderzijds de (thans) voor de gemeente beschikbare
                    middelen om de benodigde handhaving adequaat te kunnen uitvoeren. Vooral de
                    recente en nog te verwachten bezuinigingen zijn reden om te adviseren 9 op dit
                    moment nog <onderstreept>niet</onderstreept> op te nemen.</al><tussenkop>Artikel 10 Bijzondere bepalingen ten aanzien van ontheffingen</tussenkop><tussenkop>1. De burgemeester kan aan een door hem op grond van deze verordening
                    verleende ontheffing voorschriften verbinden in het belang van het reguleren van
                    het gebruik van alcoholhoudende drank. </tussenkop><tussenkop>2. De burgemeester kan een ontheffing als bedoeld in het eerste lid
                    intrekken indien:</tussenkop><tussenkop>a) Niet langer wordt voldaan aan de in het eerste lid bedoelde
                    voorschriften;</tussenkop><tussenkop>b) Zich feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht
                    blijven van de ontheffing gevaar oplevert voor de openbare orde.</tussenkop><tussenkop>Toelichting:</tussenkop><al>Dit artikel is ontleend aan de Drank- en horecaverordening Schagen 2009, art. 5
                    .</al><tussenkop>Artikel 11 Strafbepaling</tussenkop><lijst><li nr="1."><al><cursief>Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening
                                wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of
                                geldboete van de tweede categorie.</cursief></al></li><li nr="2."><al><cursief>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet wanneer het bepaalde
                                in de Wet op de economische delicten van toepassing
                            is.</cursief></al></li></lijst><tussenkop>Artikel 12 Toezicht en handhaving</tussenkop><tussenkop>Met het toezicht op- en de handhaving van het bepaalde in deze
                    verordening zijn belast:</tussenkop><lijst><li nr="1."><al><cursief>opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 141 Wetboek van
                                Strafvordering;</cursief></al></li><li nr="2."><al><cursief>de bij besluit van burgemeester en wethouders aangewezen
                                personen, te weten:</cursief></al><lijst><li nr="c)"><al><cursief>toezichthouders als bedoeld in artikel 5:11 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht;</cursief></al></li><li nr="d)"><al><cursief>buitengewoon opsporingsambtenaren als bedoeld in
                                        artikel 142 Wetboek van strafvordering.</cursief></al></li></lijst></li><li nr="3."><al><cursief>Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet wanneer
                                artikel 41 van de wet van toepassing is.</cursief></al></li></lijst><tussenkop>Toelichting:</tussenkop><al>Dit artikel is ontleend aan de Drank- en horecaverordening Schagen 2009, art.
                    11.</al><tussenkop>Artikel 13 Intrekking vorige verordeningDe Drank- en horecaverordening
                    Schagen 2009 wordt ingetrokken.</tussenkop><tussenkop>Artikel 14 Inwerkingtreding en overgangsrecht</tussenkop><tussenkop>1. Deze verordening, met uitzondering van het eerste, tweede en derde lid
                    van artikel 4, treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij is bekend
                    gemaakt.</tussenkop><tussenkop>2. het eerste, tweede en derde lid van artikel 4 treden in werking twee
                    jaar na de in het eerste lid genoemde dag. </tussenkop><tussenkop>3. Op het tijdstip van inwerkingtreding van de bepalingen van deze
                    verordening vervallen de voorschriften en beperkingen die op grond van vóór dat
                    tijdstip door de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders of de
                    burgemeester genomen besluiten zijn gesteld ten aanzien van het verstrekken van
                    alcoholhoudende drank. </tussenkop><tussenkop>4. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een
                    aanvraag om een beschikking op grond van de Drank- en horecaverordening Schagen
                    2009 is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt op die aanvraag deze
                    verordening toegepast.</tussenkop><tussenkop>5. Op bezwaarschriften gericht tegen een besluit krachtens de Drank- en
                    horecaverordening Schagen 2009 wordt beslist met toepassing van deze
                    verordening.</tussenkop><tussenkop>Toelichting:</tussenkop><al>Met het bepaalde in het tweede lid wordt aangesloten bij de overgangsbepaling
                    van het regionale model. Het betekent dat de in het eerste, tweede en derde lid
                    van artikel 4 opgenomen verboden niet al direct in werking treden maar dat de
                    betreffende commerciële en paracommerciële horecaondernemingen een periode van
                    twee jaar hebben om hun bedrijfsvoering aan te passen.</al><tussenkop>C: Tekst van de artikelen 4 en 25a t/m 25d van de Drank- en
                    Horecawet</tussenkop><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al><vet>1.</vet>Bij gemeentelijke verordening worden ter voorkoming van oneerlijke
                    mededinging regels gesteld waaraan paracommerciële rechtspersonen zich te houden
                    hebben bij de verstrekking van alcoholhoudende drank.</al><al><vet>2.</vet>Bij zodanige verordening is het de gemeente toegestaan rekening te
                    houden met de aard van de paracommerciële rechtspersoon.</al><al><vet>3.</vet>De in het eerste lid bedoelde regels hebben in elk geval betrekking
                    op de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="a."><al>de tijden gedurende welke in de betrokken inrichting alcoholhoudende
                            drank mag worden verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>in de inrichting te houden bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals
                            bruiloften en partijen;</al></li><li nr="c."><al>in de inrichting te houden bijeenkomsten die gericht zijn op personen
                            die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de betreffende
                            rechtspersoon betrokken zijn.</al></li></lijst><al><vet>4.</vet>De burgemeester kan met het oog op bijzondere gelegenheden van zeer
                    tijdelijke aard voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen
                    ontheffing verlenen van de bij of krachtens dit artikel gestelde regels.</al><al><vet>5.</vet>De ontheffing, of een afschrift daarvan, is in de inrichting
                    aanwezig.</al><tussenkop>Artikel 25a</tussenkop><al><vet>1.</vet>Bij gemeentelijke verordening kan het bedrijfsmatig of anders dan
                    om niet verstrekken van alcoholhoudende drank in inrichtingen worden verboden of
                    aan beperkingen worden onderworpen.</al><al><vet>2.</vet>Bij zodanige verordening kan worden bepaald dat:</al><lijst><li nr="a."><al>het verbod slechts geldt voor inrichtingen van een bij die verordening
                            aangewezen aard, in bij die verordening aangewezen delen van de gemeente
                            of voor een bij die verordening aangewezen tijdsruimte;</al></li><li nr="b."><al>de burgemeester volgens bij die verordening te stellen regels
                            voorschriften aan een vergunning als bedoeld in artikel 3 kan verbinden
                            en de vergunning kan beperken tot het verstrekken van
                            zwak-alcoholhoudende drank.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 25b</tussenkop><al><vet>1.</vet>Bij gemeentelijke verordening kan worden verboden dat in
                    horecalokaliteiten en op terrassen bezoekers worden toegelaten beneden een bij
                    die verordening te bepalen leeftijd welke echter niet hoger mag zijn dan 21
                    jaar.</al><al><vet>2.</vet>Bij zodanige verordening kan worden bepaald dat:</al><lijst><li nr="a."><al>het verbod slechts geldt voor horecalokaliteiten en terrassen van een
                            bij die verordening aangewezen aard, in bij die verordening aangewezen
                            delen van de gemeente of voor een bij die verordening aangewezen
                            tijdsruimte;</al></li><li nr="b."><al>de leeftijd van degene die wenst te worden toegelaten, wordt vastgesteld
                            op de in artikel 20, vierde lid, bedoelde wijze.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 25c</tussenkop><al><vet>1.</vet>Bij gemeentelijke verordening kan het bedrijfsmatig of anders dan
                    om niet verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank in of vanuit locaties als
                    bedoeld in artikel 18, tweede lid, of artikel 19, tweede lid, onder a, worden
                    verboden of aan beperkingen worden onderworpen. Een dergelijk verbod of
                    beperking heeft slechts betrekking op een beperkte tijdsruimte.</al><al><vet>2.</vet>Bij zodanige verordening kan worden bepaald dat het verbod slechts
                    geldt in bij die verordening aangewezen delen van de gemeente.</al><tussenkop>Artikel 25d</tussenkop><al><vet>1.</vet>Bij gemeentelijke verordening kan het ter bescherming van de
                    volksgezondheid of in het belang van de openbare orde worden verboden
                    bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende dranken:</al><lijst><li nr="a."><al>te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een
                            periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die in de
                            betreffende horecalokaliteit of op het betreffende terras gewoonlijk
                            wordt gevraagd;</al></li><li nr="b."><al>aan te bieden voor gebruik elders dan ter plaatse tegen een prijs die
                            voor een periode van één week of korter lager is dan 70% van de prijs
                            die in het betreffende verkooppunt gewoonlijk wordt gevraagd.</al></li></lijst><al><vet>2.</vet>Bij zodanige verordening kan worden bepaald dat het verbod slechts
                    geldt voor aanbiedingen en verstrekkingen van een bij die verordening aangewezen
                    aard of in bij die verordening aangewezen delen van de gemeente.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>