<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR32643_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Referendumverordening gemeente Renswoude 2006</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Renswoude</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Renswoude</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Heraut, 17.04.2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Referendumverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artt. 108, 147, 149 eb 154 Gemeentewet en de Kieswet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-03-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-04-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>281</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Afdeling Algemene Zaken</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Referendumverordening gemeente Renswoude 2006</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr. 281</al><al>De raad van de gemeente Renswoude;</al><al>Overwegende, </al><al>dat het wenselijk is nu er op gemeentelijk niveau aanvullende regels kunnen
                        worden vastgelegd omtrent de mogelijkheden tot het organiseren van een
                        referendum, in een verordening vast te leggen onder welke voorwaarden in de
                        gemeente Renswoude een referendum mogelijk is;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 28 februari
                        2006;</al><al>gelet op het bepaalde in de artikelen 108, eerste lid, 147,149 en 154 van de
                        Gemeentewet en de betreffende bepalingen van de Kieswet;</al><al>BESLUIT:</al><al>vast te stellen de</al><al><vet>Referendumverordening gemeente Renswoude 2006</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>raadplegend referendum: een volksstemming, waarbij de
                                    kiesgerechtigden zich uitspreken over een door de raad
                                    geïnitieerd en vastgesteld onderwerp;</al></li><li nr="b."><al>raadgevend referendum: een volksstemming over een door de
                                    burgers aangedragen en geformuleerd onderwerp;</al></li><li nr="c."><al>kiesgerechtigden: de ingezetenen van de gemeente Renswoude die
                                    kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de
                                    gemeenteraad en ingeschreven staan in het in artikel D1 van de
                                    Kieswet bedoelde register;</al></li><li nr="d."><al>raad: de gemeenteraad van Renswoude;</al></li><li nr="e."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                    Renswoude;</al></li><li nr="f."><al>een groot project: een maatschappelijk vraagstuk, waarvan de
                                    oplossing veel tijd of geld kost, diep ingrijpende gevolgen voor
                                    de Renswoudse samenleving kan hebben of waarbij vele partijen
                                    zijn betrokken;</al></li><li nr="g."><al>startnotitie: een door de raad vast te stellen notitie waarin
                                    een korte heldere probleemstelling is opgenomen, het
                                    besluitvormingsproces van het groot project is beschreven,
                                    alsmede een korte heldere schets wordt gegeven van hetgeen
                                    waarover de inwoners worden geraadpleegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2</nr><titel>Toepassingsgebied</titel></kop><al>Een raadplegend referendum dan wel een raadgevend referendum wordt
                            gehouden onder de kiesgerechtigden van het gehele grondgebied van de
                            gemeente Renswoude.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>raadplegend referendum</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>3</nr><titel>Onderwerp</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan een besluit nemen tot het houden van een referendum over
                                een groot project.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De volgende onderwerpen kunnen in ieder geval géén onderwerp van een
                                referendum zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>besluiten over voorstellen, gericht op het voor kennisgeving
                                        aannemen van nota's, rapporten en dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>besluiten over individuele kwesties en personen, zoals
                                        benoemingen, ontslagen, schorsingen;</al></li><li nr="c."><al>besluiten in het kader van deze verordening;</al></li><li nr="d."><al>vaststelling en wijziging van de
                                        (meerjaren)programmabegroting;</al></li><li nr="e."><al>vaststelling van gemeentelijke belastingen en tarieven;</al></li><li nr="f."><al>vaststelling van de jaarrekening en het jaarverslag;</al></li><li nr="g."><al>besluiten over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor
                                        ambtsdragers, gewezen ambtsdragers en hun nabestaanden;</al></li><li nr="h."><al>besluiten die onderworpen zijn aan c.q. onderdeel uitmaken
                                        van een wettelijk geregelde procedure en waarbij die
                                        procedure zich niet verdraagt met het (inlassen van een)
                                        referendum;</al></li><li nr="i."><al>besluiten op grond van een gehouden referendum;</al></li><li nr="j."><al>besluiten met een spoedeisend karakter;</al></li><li nr="k."><al>besluiten over bij de raad ingediende bezwaarschriften,
                                        klachten of zaken die bij een gerechtelijke instantie in
                                        behandeling zijn;</al></li><li nr="l."><al>besluiten waarbij het belang van een referendum niet opweegt
                                        tegen de verantwoordelijkheid van de raad voor kwetsbare
                                        groepen en hun plaats in de samenleving.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alvorens de raad besluit tot het houden van een referendum stelt de
                                raad een startnotitie vast over de in het referendum aan de orde
                                zijnde problematiek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>4</nr><titel>Procedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt tenminste tien weken voor het te houden referendum met
                                inachtnemening van het bepaalde in deze verordening en, indien van
                                toepassing, gelet op het advies van de commissie als bedoeld in lid
                                2, de datum en de formulering van de vraagstelling van het te houden
                                referendum vast. De datum waarop het referendum plaatsvindt ligt
                                binnen vijf maanden na de dag waarop de raad heeft besloten tot het
                                houden van het referendum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad kan zich ter voorbereiding van het referendum laten
                                adviseren door een hiertoe door hem in te stellen commissie van ten
                                hoogste vijf leden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan de in het tweede lid bedoelde commissie in ieder geval
                                advies vragen over:</al><lijst><li nr="Ø"><al>de formulering van de vraagstelling van het referendum;</al></li><li nr="Ø"><al>de wijze waarop gestemd wordt;</al></li><li nr="Ø"><al>de wijze waarop van gemeentezijde voorlichting over het
                                        referendum wordt verstrekt;</al></li><li nr="Ø"><al>organisatorische kwesties.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het referendum wordt van de kiesgerechtigden een oordeel gevraagd
                                over de vraagstelling, waarbij afhankelijk van de vraagstelling de
                                mogelijkheid wordt geboden om:</al><lijst><li nr="a."><al>vóór of tegen het voorstel te stemmen;</al></li><li nr="b."><al>een keuze te maken uit verschillende aangedragen oplossingen
                                        of oplossingsrichtingen;</al></li><li nr="c."><al>een combinatie van de mogelijkheid genoemd onder a en
                                        b.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad stelt nadat hij besloten heeft om een referendum te houden
                                tevens een budget beschikbaar voor voorlichting en organisatie van
                                het referendum.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn belast met de uitvoering van het
                                besluit van de gemeenteraad tot het houden van een referendum.
                                Burgemeester en wethouders regelen de bestuurlijke en ambtelijke
                                coördinatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>5</nr><titel>Oproeping</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gerechtigd tot deelnemen aan het referendum zijn degenen die op de
                                drieënveertigste dag voor de dag waarop het referendum wordt
                                gehouden, kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de
                                gemeenteraad, waarbij het vereiste van het hebben bereikt van de
                                achttienjarige leeftijd wordt beoordeeld naar de toestand van deze
                                dag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bepalingen van de Kieswet zijn voorzover nodig van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Kiesgerechtigden worden opgeroepen om hun stem uit te brengen in het
                                kader van het te houden referendum.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Kiesgerechtigden krijgen voor het referendum een afzonderlijke
                                oproepingskaart. Op deze oproepingskaart worden de vraagstelling,
                                alsmede de daarbij behorende keuzemogelijkheden vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in het derde en vierde lid geldt ook wanneer sprake is
                                van een combinatie met een verkiezing van de leden van een
                                vertegenwoordigend lichaam. Een referendum mag niet tegelijkertijd
                                plaatsvinden met de verkiezing van de leden van de
                                gemeenteraad.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Deelname aan het referendum door middel van een volmacht of in een
                                ander stemlokaal dan waarvoor de oproeping geldt, is mogelijk. Het
                                ter zake in de Kieswet bepaalde is van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>6</nr><titel>Stemming en uitslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het referendum wordt als geldig beschouwd, indien meer dan dertig
                                procent van de kiesgerechtigden een geldige stem heeft
                                uitgebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uitslag van het referendum wordt berekend op basis van de gewone
                                meerderheid van het totaal aantal uitgebrachte, geldige
                                stemmen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van de uitkomst van de stemming van het referendum wordt een
                                proces-verbaal opgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na de telling worden de referendumkaarten in verzegelde pakken
                                bewaard.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De uitslag van het referendum wordt openbaar gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>7</nr><titel>Raadsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad neemt binnen zes weken na de dag waarop het referendum heeft
                                plaatsgevonden een besluit naar aanleiding van de uitslag van het
                                referendum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval de besluitvorming met zich meebrengt dat een besluit verder
                                in procedure kan worden gebracht, geschiedt dit per omgaande.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>raadgevend referendum</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>8</nr><titel>Inleidend verzoek kiesgerechtigden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kiesgerechtigden kunnen bij de raad op een daarvoor door het college
                                vastgesteld formulier een inleidend verzoek indienen tot het houden
                                van een referendum over een door hen aangedragen voorgenomen
                                raadsbesluit, niet betreffende een uitgesloten onderwerp als bedoeld
                                in artikel 3, lid 2 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verzoek moet worden ingediend door tenminste 25 kiesgerechtigden
                                voor de verkiezingen van de gemeenteraad van Renswoude.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verzoek moet vergezeld gaan van een handtekening van elke
                                kiesgerechtigde die het verzoek ondersteunt met een opgave van zijn
                                of haar naam, geboortedatum, adres en woonplaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verzoek vermeldt om welk voorgenomen besluit het gaat en moet
                                bij de voorzitter van de raad worden ingediend tenminste zeven dagen
                                voor de vergadering van de raad waarvoor het voorgenomen besluit is
                                geagendeerd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien het verzoek door tenminste het voorgeschreven aantal
                                kiesgerechtigden wordt ingediend, beslist de raad binnen acht weken
                                met inachtneming van het gestelde in artikel 3 van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De raad kan zijn beslissing op het inleidend verzoek voor ten
                                hoogste acht weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>9</nr><titel>Definitief verzoek kiesgerechtigden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een definitief verzoek tot het houden van een referendum moet worden
                                ingediend bij de gemeenteraad binnen zes weken na de dag waarop de
                                publicatie door het college van het raadsbesluit als bedoeld in
                                artikel 8, lid 5, waarin is besloten tot het gelegenheid bieden een
                                definitief verzoek in te dienen, heeft plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek als bedoeld in het voorgaande lid moet worden ingediend
                                door tenminste 200 kiesgerechtigden voor de verkiezingen van de
                                gemeenteraad van Renswoude.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verzoek moet vergezeld gaan van een handtekening van elke
                                kiesgerechtigde die het verzoek indient met een opgave van zijn of
                                haar naam, geboortedatum, adres en woonplaats. Het college stelt
                                hiervoor een formulier vast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gegevens, genoemd in het vorige lid, dienen te worden ingevuld op
                                door het college vastgestelde lijsten die tijdens de openingstijden
                                van de gemeentewinkel en gedurende de in het eerste lid genoemde
                                termijn beschikbaar zijn in het gemeentehuis en op één of meer
                                andere, door het college aan te wijzen, locaties.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij het invullen van de in het vorige lid bedoelde gegevens dient de
                                kiesgerechtigde zich te legitimeren met een geldig
                                identiteitsbewijs.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien het definitief verzoek voldoet aan de in de vorige leden
                                gestelde eisen, beslist de raad binnen acht weken na het verstrijken
                                van de in het eerste lid bedoelde termijn of een referendum wordt
                                gehouden.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De raad kan zijn beslissing ten hoogste voor een periode van acht
                                weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>10</nr><titel>Procedure rond de stemming bij een referendum</titel></kop><al>De procedure rond de stemming van het raadgevend referendum is gelijk
                            aan die voor een raadplegend referendum. De artikelen 4 tot en met 7 van
                            deze verordening zijn hierbij van overeenkomstige toepassing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>11</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede
                            categorie, wordt gestraft degene die bij die stemming:</al><lijst><li nr="a."><al>stembiljetten of volmachtbewijzen namaakt of vervalst met het
                                    oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen
                                    te doen gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>Stembiljetten of volmachtbewijzen die hij zelf heeft nagemaakt
                                    of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij
                                    deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst
                                    gebruikt of door anderen doet gebruiken dan wel deze met het
                                    oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of door
                                    anderen te doen gebruiken, in voorraad heeft;</al></li><li nr="c."><al>Stembiljetten, volmachtbewijzen of oproepingskaarten voorhanden
                                    heeft met het oogmerk deze wederrechtelijk te gebruiken of door
                                    anderen te laten gebruiken.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de derde dag na bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeerartikel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Referendumverordening
                            gemeente Renswoude 2006.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad der gemeente Renswoude,
                            d.d. 14 maart 2006.</ondertekening><ondertekening>de voorzitter, de griffier,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Nota-toelichting</titel></kop><tussenkop>Toelichting, behorende bij de referendumverordening voor de gemeente
                    Renswoude 2006</tussenkop><al/><tussenkop>algemeen</tussenkop><al>De gemeenteraad heeft de keus om een verordening vast te stellen of niets te
                    regelen. Niets regelen betekent niet dat referenda onmogelijk zijn. De raad kan,
                    op basis van de autonome bevoegdheid neergelegd in de Gemeentewet, te allen
                    tijde besluiten om over een concreet onderwerp een referendum te organiseren. </al><al>De uitslag van een referendum kan nooit bindend zijn voor de raad of in de
                    plaats kan komen van een door de raad te nemen besluit. De uitkomst van het
                    referendum moet dus worden gezien als een advies van de bevolking aan de raad.
                    Ieder raadslid beslist individueel of hij/zij zich gebonden acht aan de uitslag
                    van een referendum. Hij/zij houdt altijd het recht om bij een stemming naar
                    aanleiding van een gehouden referendum zich uit te spreken tegen de uitkomst het
                    referendum. Hiervoor gelden echter wel zwaarwegende argumenten.</al><al>Naast de mogelijkheid voor een raadplegend referendum, een referendum waartoe de
                    gemeenteraad zelf besluit en dat moet gaan over een groot project of
                    maatschappelijk vraagstuk, is de mogelijkheid voor een raadgevend referendum
                    opgenomen. Hierdoor hebben burgers de mogelijkheid om over een bepaald onderwerp
                    een verzoek in te dienen bij de gemeenteraad om een referendum te
                    organiseren.</al><al>Deze verordening ziet alleen op de zogenaamde niet-correctieve referenda. Dat
                    wil zeggen dat referenda (zowel raadplegend als raadgevend) alleen mogelijk zijn
                    over te nemen raadsbeslissingen. Correctieve referenda, dit zijn referenda over
                    reeds genomen besluiten, zijn niet opgenomen in deze verordening.</al><al>Het is om uiteenlopende redenen wenselijk een referendumverordening in Renswoude
                    in te voeren. Dit biedt de volgende mogelijkheden:</al><lijst><li nr="Ø"><al>er worden heldere procedures vastgelegd, die voor elk te organiseren
                            referendum kunnen worden toegepast;</al></li><li nr="Ø"><al>burgers kunnen het initiatief nemen om aan de raad te verzoeken een
                            referendum te houden.</al></li></lijst><al>Een referendum kan niet in de plaats komen van de wettelijk voorgeschreven
                    inspraakmogelijkheden. Dat geldt zowel voor de wetten, zoals bijvoorbeeld op het
                    terrein van Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, maar geldt ook voor de
                    gemeentelijke inspraakverordening.</al><al/><tussenkop>artikelgewijze toelichting</tussenkop><al/><tussenkop>artikel 1</tussenkop><al>In deze verordening gaat het om een <cursief>raadplegend </cursief>en een
                        <cursief>raadgevend </cursief>referendum. Een raadplegend referendum is een
                    referendum waartoe de gemeenteraad zelf beslist. Het moet hierbij gaan om een
                    groot project of maatschappelijk vraagstuk en waartoe een startnotitie wordt
                    opgesteld, waarin de mogelijkheid voor een referendum wordt gemeld. Het vindt
                    plaats voordat de raad een besluit neemt en waarbij de kiesgerechtigden gevraagd
                    wordt een uitspraak te doen over een gewenste oplossingsrichting. Het is steeds
                    de raad die bepaalt over welk onderwerp een referendum wordt gehouden.</al><al>Voor het begrip kiesgerechtigde is aansluiting gezocht bij de Kieswet.</al><al>Een raadgevend referendum is een initiatief vanuit de bevolking om over een
                    bepaald onderwerp, niet zijnde een uitgesloten onderwerp, een referendum te
                    houden.</al><al/><tussenkop>artikel 3</tussenkop><al>Hier wordt tot uitdrukking gebracht waar een raadplegend referendum over kan
                    gaan. Een aantal onderwerpen is uitgesloten. Ook wordt de koppeling gemaakt met
                    een groot project of vraagstuk en een startnotitie.</al><al/><tussenkop>artikelen 4 tot en met 7</tussenkop><al>Deze artikelen regelen de gang van zaken rond de organisatie van een referendum.
                    De gemeenteraad kan zich hierbij laten ondersteunen door een daartoe ingestelde
                    commissie. De mogelijkheid dat raadsleden zelf hierin zitting nemen is
                    opengelaten. Vanwege de onafhankelijkheid verdient het echter de voorkeur om
                    geen raadsleden te benoemen. Voor de eenduidigheid in de procedure wordt zoveel
                    mogelijk aangesloten bij de gang van zaken rond de verkiezingen.</al><al>Om te voorkomen dat een referendum een te grote stempel drukt op verkiezingen
                    van leden van de gemeenteraad, is in het vijfde lid van artikel 5 bepaald, dat
                    deze niet gelijktijdig kunnen plaatsvinden. Bij de verkiezing van leden van de
                    gemeenteraad gaat het om de lijn die de partijen de komende vier jaren volgen,
                    niet om het ene (gevoelige) besluit.</al><al>De eerste vergadering nadat de uitslag van het referendum bekend is, moet de
                    raad een besluit nemen over het onderwerp van het referendum, dit om zo snel
                    mogelijk duidelijkheid te kunnen bieden aan de burgers.</al><al>Geldigheid van de uitslag wil niet zeggen dat de uitslag ook bindend is voor de
                    raad. Het geeft enkel aan, dat aangenomen kan worden dat de uitslag voldoende
                    draagvlak heeft onder de bevolking. De raad kan zich vooraf niet binden aan de
                    uitslag van het referendum Wel is het mogelijk dat individuele raadsleden,
                    wanneer zij dat zelf wenselijk achten, vooraf te kennen geven welke
                    consequenties zij aan de uitslag verbinden.</al><al/><tussenkop>artikelen 8 tot en met 10</tussenkop><al>Kiesgerechtigden kunnen een verzoek bij de raad indienen tot het houden van een
                    referendum. Het is logisch dat burgers dan ook zelf kunnen beslissen wanneer dit
                    noodzakelijk is. Het zou niet juist zijn wanneer de raad alleen zelf kan bepalen
                    bij welk besluit en wanneer het moment is aangebroken waarop burgers hun gekozen
                    volksvertegenwoordigers kunnen adviseren.</al><al>De drempel van 25 kiesgerechtigde inwoners is gekozen om uit te gaan van een
                    concreet getal in plaats van het hanteren van een percentage. In artikel 8 is
                    het zogeheten inleidend verzoek geregeld. Ter wille van de uniformiteit en
                    verwerkbaarheid wordt door het college (bevoegdheid artikel 4:4 Algemene wet
                    bestuursrecht) een aanvraagformulier vastgesteld en beschikbaar gesteld. Op
                    basis hiervan wordt het aantal handtekeningen geteld. Door middel van
                    steekproefsgewijze controle kan worden bepaald of het aantal handtekeningen
                    voldoende is. In deze fase is sprake van een 'haalsysteem' voor de
                    handtekeningen. De initiatiefnemers kunnen die bij wijze van spreken deur aan
                    deur gaan ophalen. Op basis van het aantal handtekeningen beslist de raad
                    uiteindelijk of er wel of geen verdere procedure tot het houden van een
                    referendum komt.</al><al>Het raadsbesluit is onderworpen aan de Algemene wet bestuursrecht. Dat betekent
                    dat de mogelijkheid van bezwaar en beroep, inclusief een voorlopige voorziening,
                    openstaat.</al><al>Nadat de raad besloten heeft dat het inleidend verzoek tot het houden van een
                    referendum wordt gehonoreerd, wordt de gelegenheid geboden een definitief
                    verzoek in te dienen. Hiertoe geldt eveneens een vaste drempel van 200
                    kiesgerechtigden. Hier geldt de eis dat betrokkenen 'de brengplicht' hebben. Zij
                    dienen zich in het gemeentehuis te vervoegen en zich door middel van een
                    identiteitsbewijs te legitimeren.</al><al>Het besluit van de raad is vatbaar voor de rechtsmiddelen, genoemd in de
                    Algemene wet bestuursrecht.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>