<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR32642_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Marktverordening gemeente Berkelland 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Berkelland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Berkelland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Berkelbericht 3 januari 2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Marktverordening gemeente Berkelland 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikelen 147, lid 1 en 149.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-10-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsvoorstel 1 september 2005</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Marktverordening gemeente Berkelland 2005</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Berkelland;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van 29 september 2005;</al><al/><al>gelet op artikel 147, eerste lid, alsmede artikel 149 van de
                        Gemeentewet;</al><al/><al>gehoord de Centrale Vereniging voor Ambulante Handel en de
                        marktcommissies;</al><al/><al>overwegende dat het wenselijk is regels te stellen voor een ordelijk verloop
                        van de markten;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de:</al><al><vet>Verordening op de warenmarkt(en) voor de gemeente Berkelland</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>Markt</cursief>: de door het college ingestelde
                                warenmarkt;</al></li><li nr="b."><al><cursief>Marktterrein</cursief>: de gehele openbare of voor het
                                publiek toegankelijke oppervlakte grond, die bij besluit van het
                                college is aangewezen of wordt aangewezen voor het uitoefenen van
                                markthandel;</al></li><li nr="c."><al><cursief>Standplaats</cursief>: de ruimte die voor de duur van een
                                markt op het marktterrein is aangewezen voor het uitoefenen van de
                                markthandel;</al></li><li nr="d."><al><cursief>Vaste plaats</cursief>: de standplaats die op een markt
                                voor onbepaalde tijd ter beschikking wordt gesteld aan de
                                vergunninghouder;</al></li><li nr="e."><al><cursief>Dagplaats</cursief>: een standplaats die per marktdag
                                beschikbaar wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet
                                als vaste plaats is toegewezen dan wel ingenomen;</al></li><li nr="f."><al><cursief>Standwerkerplaats</cursief>: de standplaats die per
                                marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken;</al></li><li nr="g."><al><cursief>Standwerken</cursief>: de activiteit waarbij de
                                vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt, over het door hem
                                te verkopen artikel een aansprekende uiteenzetting houdt en ten
                                slotte tracht een aantal personen gelijktijdig tot aankoop van dat
                                artikel te bewegen;</al></li><li nr="h."><al><cursief>Vergunninghouder</cursief>: degene aan wie door het college
                                van Burgemeester en Wethouders vergunning is verleend voor het
                                innemen van een standplaats;</al></li><li nr="i."><al><cursief>Marktmeester</cursief>: de persoon, die als zodanig door
                                het college is aangewezen;</al></li><li nr="j."><al><cursief>Anciënniteitslijst</cursief>: de lijst van
                                vergunninghouders van een vaste plaats;</al></li><li nr="k."><al><cursief>Gegadigdenlijst</cursief>: de lijst van gegadigden voor een
                                vaste plaats;</al></li><li nr="l."><al><cursief>Branche</cursief>: een door het college te bepalen soort of
                                assortiment van goederen of waren;</al></li><li nr="m."><al><cursief>Kernbranche</cursief>: branche, opgenomen in het
                                kernpakket;</al></li><li nr="n."><al><cursief>Kernpakket</cursief>: een door het college vastgestelde
                                lijst van branches die op de betreffende markt aanwezig zou moeten
                                zijn om een optimaal aantrekkelijke warenmarkt te realiseren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Dag, tijd en plaats van de markt</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing op de door het college ingevolge artikel
                        160 eerste lid onder h, van de Gemeentewet ingestelde marktdagen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inrichting van de markt; branche-indeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college bepaalt ten aanzien van de markt:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal standplaatsen;</al></li><li nr="b."><al>de afmetingen van de standplaatsen;</al></li><li nr="c."><al>de opstelling en indeling van de markt, zonodig in overleg met
                                    de marktcommissie;</al></li><li nr="d."><al>welke standplaatsen worden toegewezen als vaste standplaats en
                                    als standwerkersplaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan voor de markt vaststellen:</al><lijst><li nr="a."><al>een lijst met artikelengroepen of branches;</al></li><li nr="b."><al>een maximumaantal standplaatsen per branche.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde in
                        deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een krachtens
                            deze verordening verleende vergunning of ontheffing ter bescherming van
                            de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is
                            vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing
                            is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en
                            beperkingen in acht te nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Standplaatsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een standplaats op een markt in te nemen zonder
                            vergunning van het college, dan wel in afwijking van de aan die
                            vergunning verbonden voorschriften en beperkingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>een standplaats wordt toegewezen als een vaste standplaats, dagplaats of
                            standwerkersplaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vereisten</titel></kop><al>Voor toewijzing van een standplaats komt uitsluitend in aanmerking een
                        handelingsbekwaam natuurlijk persoon die een aanvraag voor een vergunning
                        heeft ingediend bij het college en die daarbij tevens aantoont dat hij
                        persoonlijk voldoet aan alle publiekrechtelijke verplichtingen op het gebied
                        van bedrijfsuitoefening en bedrijfsorganisatie.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Strafbepaling </titel></kop><al>Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt
                        gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten
                        hoogste drie maanden en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van
                        de rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Intrekking en schorsing vaste standplaatsvergunning</titel></kop><al>Het college kan een vergunning voor een vaste standplaats, al dan niet
                        voorwaardelijk, intrekken dan wel telkens voor ten hoogste vier
                        achtereenvolgende marktdagen schorsen, indien de vergunninghouder of degene
                        die hem bijstaat:</al><lijst><li nr="a."><al>het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften
                                van de vergunning overtreedt;</al></li><li nr="b."><al>van de plaats gebruik wordt gemaakt, strijdig met het doel, waarvoor
                                zij is bestemd;</al></li><li nr="c."><al>zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;</al></li><li nr="d."><al>indien niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldaan wordt
                                dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Uitsluiting vergunninghouder dagplaats of standwerker</titel></kop><al>Het college kan een vergunninghouder van een dagplaats of een standwerker
                        van de toewijzing van een dagplaats of een standwerkerplaats uitsluiten voor
                        ten hoogste vier marktdagen als deze:</al><lijst><li nr="a."><al>het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften
                                van de vergunning overtreedt;</al></li><li nr="b."><al>zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;</al></li><li nr="c."><al>niet als standwerker actief is op een hem toegewezen
                                standwerkerplaats;</al></li><li nr="d."><al>niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt
                                geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Onmiddellijke verwijdering</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet kan het college,
                        als zij dit noodzakelijk acht, een vergunninghouder gelasten zich
                        onmiddellijk van de markt te verwijderen, als deze:</al><lijst><li nr="a."><al>het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften
                                van de vergunning overtreedt;</al></li><li nr="b."><al>zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;</al></li><li nr="c."><al>niet als standwerker actief is op een hem toegewezen
                                standwerkerplaats.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                        verordening zijn belast de marktmeester en overige bij besluit van het
                        college aangewezen personen.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Intrekking oude regelingen</titel></kop><al/><al>De navolgende verordeningen worden ingetrokken:</al><lijst><li nr="·"><al>Marktverordening gemeente Ruurlo vastgesteld door de gemeenteraad
                                van Ruurlo op 13 juni 1988 en nadien gewijzigd;</al></li><li nr="·"><al>Marktverordening gemeente Neede 1994 vastgesteld door de
                                gemeenteraad van Neede op 2 mei 1994;</al></li><li nr="·"><al>Marktverordening gemeente Eibergen vastgesteld door de gemeenteraad
                                van Eibergen op 9 september 1986;</al></li><li nr="·"><al>Marktverordening gemeente Borculo 2000 vastgesteld door de
                                gemeenteraad van Borculo op 29 juni 2000.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Overgangsbepalingen</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Vergunningen en ontheffingen - hoe dan ook genaamd - verleend
                                krachtens de in artikel 13 genoemde Marktverordeningen blijven - als
                                en voor zover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing
                                betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening - van kracht tot
                                de termijn waarvoor zij werden verleend, is verstreken of totdat zij
                                worden ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens voornoemde
                                Marktverordeningen, blijven - als en voor zover de bepalingen
                                ingevolge welke deze verplichtingen zijn opgelegd, ook zijn vervat
                                in deze verordening - van kracht tot de termijn waarvoor zij zijn
                                opgelegd, is verstreken of totdat zijn worden ingetrokken.</al></li><li nr="3."><al>Vergunningen en ontheffingen bedoeld in het eerste lid en
                                verplichtingen bedoeld in het tweede lid, worden geacht
                                vergunningen, ontheffingen en verplichtingen in de zin van deze
                                verordening te zijn.</al></li><li nr="4."><al>als voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een
                                aanvraag om vergunning op grond van voornoemde marktverordeningen is
                                ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                verordening niet op aanvraag is beslist, wordt daarop deze
                                verordening toegepast.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 november 2005.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: "Marktverordening gemeente
                        Berkelland 2005".</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 25 oktober 2005</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit artikel wordt een aantal begrippen dat in de verordening wordt
                        gehanteerd gedefinieerd. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inrichting van de markt; branche-indeling</titel></kop><al>De in dit artikel opgenomen bevoegdheden zijn niet uitgewerkt maar als
                        aandachtspunten in de verordening opgenomen zodat het college de gewenste
                        uitwerking kan geven aan de bepalingen. </al><al/><al>Op grond van het eerste lid, onder a, stelt het college het aantal
                        standplaatsen op de markt vast met onder meer als doel het aantrekkelijk
                        maken van de markt voor de consumenten. Het aantal branches is in principe
                        onbeperkt tenzij het gaat om een gespecialiseerde markt. In de uitspraak van
                        de Afdeling rechtspraak van de Raad van State van 10 april 1990, JG 91.0005,
                        AB (1991) 195 m.nt. J.H. van der Veen werd in dit verband geoordeeld dat het
                        branche-indelingsbesluit dat niet voorzag in een standplaats voor bloemen en
                        planten in strijd is met de Vestigingswet Bedrijven 1954.</al><al/><al>Bij de opstelling en indeling van de markt als bedoeld in het eerste lid,
                        onder c, wordt rekening gehouden met de verschillende branches. Voor de orde
                        op de markt is het van belang te bepalen welke materialen (kraam of ook
                        andere verkoopmaterialen) worden toegelaten en waar deze kunnen worden
                        opgesteld. Naast de traditionele (huur)kraam onderscheidt de Centrale
                        Vereniging voor de Ambulante Handel (CVAH) bijvoorbeeld de instantkraam, de
                        verrijdbare kraam, marktparasols en de verkoopwagens.</al><al/><al>De onder b genoemde afmetingen van de standplaatsen kunnen overigens ook een
                        beperking geven voor bepaalde materialen.</al><al/><al><cursief>Jurisprudentie</cursief></al><al>Het besluit van het college tot toevoeging van een artikelgroep of branche
                        op de markt is een algemeen verbindend voorschrift (avv). Het betreft hier
                        de wijziging van een gemeentelijke, bindende regeling, met externe werking
                        en een algemeen karakter, zodat het bepaalde in artikel 8:2, aanhef en onder
                        a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) aan bezwaar en beroep in de weg
                        staat (ABRS 04-12-2002, nr. 200200350/1/H3, JG 03.00, m.nt. M.
                        Geertsema).</al><al/><al>De Mededingingswet is niet van toepassing op overheidshandelen dat (primair)
                        strekt tot het behartigen van een algemeen (publiek) belang van
                        niet-economische aard en dat kan worden herleid tot of gerelateerd aan
                        (andere) taken en bevoegdheden van het betrokken overheidsorgaan. De
                        gemeente is op dit terrein geen ondernemer (Rechtbank Rotterdam, sector
                        Bestuursrecht – Bloemenmarkt Amsterdam – 14 augustus 2001, JG 02.0013 m.nt.
                        H. Borburgh). De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) is eveneens van
                        mening dat gelet op de doelstelling van artikel 160, eerste lid onder h van
                        de Gemeentewet er een overheidstaak wordt uitgevoerd te weten: het verzorgen
                        van markten. Deze uitoefening draagt geen economisch karakter dat de
                        toepassing van de mededingingsregels zou kunnen rechtvaardigen. Besluit tot
                        vaststelling aantal standplaatsen op de markt, opstelling, indeling en
                        afmetingen is als algemeen verbindend voorschrift niet vatbaar voor bezwaar
                        en beroep. Het betreft hier niet een besluit waarin nader naar tijd, plaats
                        of object de toepasselijkheid van in de verordening reeds besloten liggende
                        normen worden bepaald maar de vaststelling van zelfstandige normen (ABRS 28
                        februari 2000, JG 00.0130 m.nt. M. Geertsema, GS 7118, 4 m.nt. H.H., JB
                        2000, 114 m.nt. J.M.E.D.).</al><al/><al>De regels ten behoeve van een brancheverdeling lenen zich voor herhaalde
                        toepassing. De brancheverdeling is daarmee aan te merken als een algemeen
                        verbindend voorschrift. </al><al/><al>Op grond van de Awb is bezwaar en beroep hiertegen uitgesloten (ABRS 18 mei
                        1995, JG 95,0363 m.nt. R. Timmermans, inzake de wijziging van het aantal
                        standplaatsen per branche).</al><al/><al>Teneinde de orde op de markt te waarborgen, dient de mogelijkheid te worden
                        gecreëerd dat voor het handeldrijven met verkoopwagens afzonderlijke
                        gedeelten van het marktterrein kunnen worden aangewezen. Rechtbank
                        Dordrecht, 30 mei 1997, JG 97.0205 m.nt. M. de Jong, inzake het weren van
                        een markavan; ABRS 16 januari 1997, JG 97.0208, inzake de indeling van de
                        markt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>In deze marktverordening is gekozen voor een vrij summiere regeling (op
                        hoofdlijnen) van de markt. Het college is op grond van dit artikel bevoegd
                        nadere regels te stellen. De raad is door de dualisering van het
                        gemeentebestuur sinds 7 maart 2002 niet meer bevoegd om beleidsregels vast
                        te stellen ten aanzien van collegebevoegdheden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><al>Door aan een vergunning of ontheffing voorschriften en beperkingen te
                        verbinden kan een verfijning in de gewenste rechtstoestand worden
                        aangebracht. De in het eerste lid genoemde belangen in verband waarmee de
                        vergunning of ontheffing is vereist, zijn de gemeentelijke belangen van
                        openbare orde, zedelijkheid en gezondheid, beperking van overlast,
                        regulering van het woon- en leefklimaat en de veiligheid binnen de gemeente.
                        Niet-nakoming van voorschriften die aan een vergunning/ontheffing verbonden
                        zijn, kan grond opleveren voor intrekking van de vergunning/ontheffing of
                        voor toepassing van andere bestuursrechtelijke sancties. De strafbepaling
                        van artikel 8 is eveneens van toepassing.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Standplaatsvergunning</titel></kop><al>De vergunning geeft het recht om een standplaats op de markt in te nemen. De
                        vergunninghouder moet voldoen aan de voorschriften en beperkingen die aan de
                        vergunning zijn verbonden (artikel 5). De vergunning is persoonlijk en niet
                        overdraagbaar.</al><al/><al>De verkoop van waren op een markt dient uitsluitend te geschieden door
                        degenen aan wie door het college vergunning daarvoor is verleend. Iedere
                        andere wijze van verkopen op markten is verboden. Een uitzondering op deze
                        regel kan worden gemaakt voor degenen die de kooplieden van koffie, soepen
                        en dergelijke voorzien.</al><al/><al><cursief>Jurisprudentie</cursief></al><al>Met de verplichting de standplaats persoonlijk in te nemen strookt niet de
                        gebruikmaking van een ontheffing om rond te gaan met koffie en dergelijke op
                        het marktterrein (ABRS 20 januari 1998, jbMarkten bladzijde 9).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vereisten</titel></kop><al>De genoemde publiekrechtelijke verplichtingen zijn de vestigingsvergunning
                        op grond van de Vestigingswet (alleen voor bepaalde branches van toepassing,
                        bijvoorbeeld vis en poeliersproducten), eventuele inschrijving in het
                        handelsregister en de CRK-kaart (registratiekaart van het Centraal
                        Registratiekantoor (CRK) bij het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD)).
                        Indien de aanvrager niet voldoet aan de genoemde eisen kan dit reden zijn de
                        vergunning te weigeren (of in te trekken op grond van artikel 9).</al><al/><al>Het is dwingend vastgelegd dat alleen natuurlijke personen tot de markt
                        worden toegelaten. Hiermee wordt voorkomen dat rechtspersonen een
                        overheersende positie op de markt kunnen innemen. Door de koppeling van de
                        vergunning aan een natuurlijk persoon wordt een zo eerlijk mogelijke
                        verdeling van alle marktstandplaatsen in Nederland bereikt. Uiteraard kan
                        het wel zo zijn dat de natuurlijke persoon een onderneming drijft in de vorm
                        van een rechtspersoon. Ook dan wordt de natuurlijke persoon (de
                        bedrijfsleider) aangemerkt als vergunninghouder. Het is echter niet mogelijk
                        de vergunning op naam van de rechtspersoon te stellen. Een
                        modelaanvraagformulier is als bijlage bij deze verordening gevoegd. Het
                        aanvraagformulier dient als overzicht om een zo volledig mogelijk beeld van
                        de vergunningaanvrager te krijgen. Op het formulier is geen vraag met
                        betrekking tot een WA-marktverzekering opgenomen. Een plicht tot verzekering
                        is niet in de verordening opgenomen aangezien dit niet tot de belangen van
                        de gemeente behoort. De vergunning kan dus niet worden geweigerd indien de
                        aanvrager niet verzekerd is tegen vorderingen tot schadevergoeding waartoe
                        hij als vergunninghouder op een markt krachtens wettelijke
                        aansprakelijkheidsbepalingen zou kunnen worden verplicht wegens aan derden
                        toegebrachte schade.</al><al/><al><cursief>Jurisprudentie</cursief></al><al>Vz ARRS 8 november 1991, jbMarkten bladzijde 65, inzake de intrekking op
                        grond van het niet in bezit zijn van de vereiste papieren; en ABRS 15
                        oktober 1997, jbMarkten bladzijde 41, inzake de inschrijving op de
                        wachtlijst. ABRS 18 april 1995, JG (1995) 241, inzake onderscheid natuurlijk
                        persoon/rechtspersoon.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Intrekking en schorsing vaste standplaatsvergunning</titel></kop><al>Tot intrekking van de vaste standplaatsvergunning kan worden besloten (‘kan’
                        betekent: is bevoegd, dat wil zeggen is niet verplicht).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Onmiddellijke verwijdering</titel></kop><al>In artikel 125 van de Gemeentewet is bepaald dat ter uitvoering van wetten,
                        algemene maatregelen van bestuur en provinciale en gemeentelijke
                        verordeningen het gemeentebestuur de bevoegdheid heeft om bestuursdwang toe
                        te passen. Dit artikel bevat voor het college de bevoegdheidsgrondslag om
                        bestuursdwang toe te passen bij overtreding van de marktverordening en de
                        daarop gebaseerde voorschriften. In de artikelen 5:21 tot en met 5:36 van de
                        Awb worden regels over de besluitvorming omtrent en de toepassing van
                        bestuursdwang (en dwangsom) gegeven. De in artikel 11 geregelde
                        onmiddellijke verwijdering is een vorm van bestuursdwang, waarbij de
                        spoedeisendheid als bedoeld in artikel 5:24, zesde lid, van de Awb wordt
                        verondersteld. Achteraf dient dan het besluit tot het toepassen van
                        bestuursdwang op papier te worden gesteld. Van deze bevoegdheid dient
                        uiteraard alleen in zeer spoedeisende gevallen gebruik te worden gemaakt.
                        Overigens is in artikel 5:23 van de Awb geregeld dat de bepalingen over
                        bestuursdwang niet van toepassing zijn indien wordt opgetreden ter
                        onmiddellijke handhaving van de openbare orde.</al><al/><al>Op grond van artikel 4:8 van de Awb dienen belanghebbenden bij toepassing
                        van artikel 11 in beginsel in de gelegenheid te worden gesteld hun
                        zienswijze (mondeling dan wel schriftelijk) kenbaar te maken. Artikel 4:11
                        Awb bepaalt dat dit horen niet nodig is in spoedeisende situaties. Onderdeel
                        c is gewijd aan de niet-actieve standwerker. Duidelijk kwam in het COM de
                        wens naar voren om dergelijke ‘verkapte stille kramers’ aan te kunnen
                        pakken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>In artikel 5:11 van de Awb wordt aangegeven dat onder toezichthouder wordt
                        verstaan: een natuurlijk persoon, die bij of krachtens een wettelijk
                        voorschrift is belast met het houden van toezicht op de naleving van het
                        bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift. Een persoon die
                        aangewezen is als toezichthouder beschikt in beginsel over alle in afdeling
                        5.2 van de Awb opgenomen bevoegdheden. Op grond van artikel 5:14 van de Awb
                        kunnen deze bevoegdheden bij verordening of bij besluit van het college
                        worden beperkt.</al><al/><al>Het ligt voor de hand de marktmeester als toezichthouder aan te wijzen.</al><al/><al>Door toevoeging van de marktmeester is verzekerd dat deze na beëdiging als
                        opsporings-ambtenaar kan fungeren. Een bepaling over buitengewone
                        opsporingsambtenaren is overbodig en in strijd met aanwijzing 92 van de
                        Aanwijzingen voor de decentrale regelgeving. Immers, in artikel 142, eerste
                        lid, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering, is onder meer
                        bepaald dat met de opsporing van strafbare feiten als buitengewoon
                        opsporingsambtenaar zijn belast de personen die bij verordeningen zijn
                        belast met het toezicht op de naleving daarvan, een en ander voorzover het
                        die feiten betreft en de personen zijn beëdigd. Aangezien buitengewone
                        opsporingsambtenaren hun aanwijzing aan het Wetboek van Strafvordering
                        ontlenen is een nadere regeling niet nodig. De opsporingsbevoegdheid van de
                        buitengewone opsporingsambtenaren beperkt zich tot die zaken waarvoor zij
                        toezichthouder zijn. Zij dienen op grond van het Besluit buitengewoon
                        opsporingsambtenaar aan eisen van vakbekwaamheid en betrouwbaarheid te
                        voldoen en te zijn beëdigd door de procureur-generaal.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Intrekking oude regelingen</titel></kop><al>De datum waarop de oude regelingen vervallen is de datum waarop de
                        verordening in werking treedt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Een overgangsregeling als hier opgenomen achten wij noodzakelijk voor de
                        rechtszekerheid van de betrokkenen. Het is van belang oude rechten te
                        eerbiedigen. </al><al>In het vierde lid is bepaald dat aanvragen om vergunning die nog niet
                        definitief zijn afgehandeld direct onder de nieuwe verordening komen te
                        vallen. Hiermee wordt voorkomen dat nog lange tijd met de oude verordeningen
                        moet worden gewerkt. Voor lopende aanvragen en in behandeling zijnde
                        bezwaarschriften geldt dus de nieuwe verordening.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>