<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR32634_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening kinderopvang als gevolg van sociaal medische redenen 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-03-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">de Peperbus, 18-11-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening kinderopvang als gevolg van sociaal medische redenen 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0008588&amp;artikel=149">artikel 149 Gemeentewet </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-11-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-11-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>gb 1-2009.124</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regelgeving met betrekking tot het verkrijgen van een tegemoetkoming van kinderopvang als gevolg van medische redenen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      VERORDENING KINDEROPVANG ALS GEVOLG VAN SOCIAAL MEDISCHE REDENEN
            2009
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders
                                            van de gemeente Zwolle;</al></li>
                <li nr="b."><al>belanghebbende: de persoon die ten behoeve van zichzelf
                                            of zijn partner een tegemoetkoming in de kosten van
                                            kinderopvang als gevolg van sociaal medische redenen
                                            vraagt;</al></li>
                <li nr="c."><al>kind: het eigen kind of stiefkind van belanghebbende en
                                            of diens partner, waarvoor een tegemoetkoming wordt
                                            gevraagd;</al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr=""><lijst>
                <li nr=""><al>Met een kind wordt gelijkgesteld een pleegkind;</al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr=""><lijst>
                <li nr="d."><al>ten laste komend kind: het kind voor wie de
                                            belanghebbende of diens partner aanspraak op
                                            kinderbijslag kan maken;</al></li>
                <li nr="e."><al>partner: de persoon die al of niet gehuwd met de
                                            belanghebbende een gezamenlijke huishouding voert,
                                            tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste
                                            graad;</al></li>
                <li nr="f."><al>gezamenlijke huishouding: bij de beoordeling of er
                                            sprake is van een gezamenlijke huishouding wordt
                                            aangesloten bij de bepalingen die hiervoor in de Wet
                                            werk en bijstand gelden;</al></li>
                <li nr="g."><al>tegemoetkoming: een financiële bijdrage in de kosten van
                                            kinderopvang als gevolg van sociaal medische
                                            redenen;</al></li>
                <li nr="h."><al>burgerservice nummer: het nummer, bedoeld in artikel 1,
                                            onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen
                                            burgerservicenummer;</al></li>
                <li nr="i."><al>vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de
                                            Vreemdelingenwet 2000;</al></li>
                <li nr="j."><al>peuterspeelzaal: een voorziening waarin uitsluitend
                                            kinderen vanaf de leeftijd van twee jaar tot het
                                            tijdstip waarop zij kunnen deelnemen aan het
                                            basisonderwijs verblijven in een speelgroep;</al></li>
                <li nr="k."><al>overblijf mogelijkheid: een voorziening waarin kinderen
                                            die deelnemen aan het basisonderwijs tijdens de
                                            middagpauze kunnen verblijven.</al></li>
                <li nr="l."><al>inkomen: de som van alle inkomsten die worden genoten
                                            door de belanghebbende en of diens partner, met
                                            uitzondering van:</al><lijst>
                    <li nr="1°"><al>uitkeringen ingevolge de Algemene
                                                  Kinderbijslagwet;</al></li>
                    <li nr="2°"><al>vakantietoeslagen;</al></li>
                    <li nr="3°"><al>inkomsten van het kind of kinderen;</al></li>
                    <li nr="4°"><al>tegemoetkomingen ingevolge de Algemene wet
                                                  inkomensafhankelijke regelingen;</al></li>
                    <li nr="5°"><al>eigen woningbijdrage of bijzondere bijdrage
                                                  ontvangen op grond van de Wet bevordering
                                                  eigenwoningbezit;</al></li>
                    <li nr="6°"><al>vergoedingen en tegemoetkomingen, waaronder
                                                  begrepen de tegemoetkoming ontvangen op grond van
                                                  het Tijdelijk besluit tegemoetkoming buitengewone
                                                  uitgaven, voor, alsmede de vermindering of
                                                  teruggave van, loonbelasting of inkomstenbelasting
                                                  en van premies, volksverzekering op grond van
                                                  kosten die niet tot de algemeen noodzakelijke
                                                  bestaanskosten in de zin van de Wet werk en
                                                  bijstand behoren;</al></li>
                    <li nr="7°"><al>vrije vergoedingen en vrije verstrekkingen op
                                                  grond van Hoofdstuk IIA van de Wet op de
                                                  loonbelasting 1964;</al></li>
                    <li nr="8°"><al>tegemoetkomingen studiekosten, voorzover deze
                                                  geen betrekking hebben op de voorziening in de
                                                  algemene bestaanskosten van belanghebbende en of
                                                  diens partner;</al></li>
                    <li nr="9°"><al>de langdurigheidstoeslag, zoals genoemd in
                                                  artikel 36 van de Wet werk en bijstand;</al></li>
                    <li nr="10°"><al>de financiële tegemoetkoming waarop personen met
                                                  een ouderdomspensioen op grond van de Algemene
                                                  Ouderdomswet recht hebben;</al></li>
                    <li nr="11°"><al>doeluitkeringen die niet bestemd zijn voor de
                                                  voorziening in de algemene bestaanskosten.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr=""><lijst>
                <li nr=""><al>Het inkomen wordt in aanmerking genomen over het bruto
                                            bedrag. </al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="2."><al>De in artikel 1 lid 1 onder b. tot en met f. en j. van de Wet
                                    kinderopvang gedefinieerde begrippen zijn ook van toepassing op
                                    deze verordening.</al></li>
            <li nr="3."><al>Artikel 1 lid 2 van de Wet kinderopvang is ook van toepassing op
                                    deze verordening.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Kinderopvang als gevolg van sociaal medische redenen</titel>
          </kop>
          <al>In deze verordening wordt onder kinderopvang als gevolg van sociaal
                            medische redenen verstaan: kinderopvang die noodzakelijk is:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>als gevolg van lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke of
                                    psychische beperkingen of</al></li>
            <li nr="b."><al>voor een goede en gezonde ontwikkeling van het kind.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Aanspraak op een tegemoetkoming</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Een belanghebbende heeft aanspraak op een tegemoetkoming, indien de
                                kinderopvang:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>naar het oordeel van het college noodzakelijk is en</al></li>
              <li nr="b."><al>de opvang voldoet aan de bepalingen genoemd in de Wet
                                        kinderopvang en</al></li>
              <li nr="c."><al>de opvang betrekking heeft op een ten laste van
                                        belanghebbende of diens partner komend kind en</al></li>
              <li nr="d."><al>het kind op het zelfde adres als de belanghebbende staat
                                        ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie
                                        persoonsgegevens van de gemeente Zwolle.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In afwijking van het gestelde in het eerste lid onder b kan, kan een
                                tegemoetkoming verleend worden als het college het noodzakelijk
                                vindt dat de opvang als gevolg van sociaal medische redenen
                                plaatsvindt in:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>een peuterspeelzaal of</al></li>
              <li nr="b."><al>een overblijf mogelijkheid.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Een belanghebbende en diens partner worden voor de toepassing van
                                deze verordening geacht gezamenlijk één aanspraak op een
                                tegemoetkoming te hebben.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Geen aanspraak op een tegemoetkoming</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Een belanghebbende heeft geen aanspraak op een tegemoetkoming als
                                belanghebbende en of diens partner aanspraak kan maken op:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>een tegemoetkoming en of toeslag op grond van de Wet
                                        kinderopvang;</al></li>
              <li nr="b."><al>een tegemoetkoming uit andere hoofde.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Een belanghebbende heeft geen aanspraak op een tegemoetkoming in de
                                kosten van opvang als bedoeld in artikel 3 lid 2 als het netto
                                inkomen meer bedraagt 115% van de norm voor algemene kosten van het
                                bestaan als bedoeld in de artikelen 20 tot en met 29 van de Wet werk
                                en bijstand.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Aanspraak op een tegemoetkoming door vreemdelingen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Een belanghebbende die als vreemdeling is aan te merken, heeft
                                aanspraak op een tegemoetkoming als deze op grond van de bepalingen
                                van de Wet Werk en Bijstand wordt gelijkgesteld met een Nederlander.
                            </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Indien de partner van een belanghebbende is aan te merken als een
                                vreemdeling die niet voldoet aan het gestelde in het eerste lid,
                                heeft de belanghebbende geen aanspraak op een
                                tegemoetkoming.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Aanvraag</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Een aanvraag voor een tegemoetkoming bevat: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>naam, adres en bsn-nummer van belanghebbende;</al></li>
              <li nr="b."><al>indien van toepassing: naam en bsn-nummer van de
                                        partner;</al></li>
              <li nr="c."><al>naam, geboortedatum en bsn-nummer van het kind of de
                                        kinderen waarop de aangevraagde tegemoetkoming betrekking
                                        heeft;</al></li>
              <li nr="d."><al>een offerte of contract van het kindercentrum of
                                        gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen waarin in
                                        ieder geval wordt aangegeven: het aantal uren kinderopvang
                                        per kind, de kostprijs per uur en de aanvangsdatum van de
                                        opvang;</al></li>
              <li nr="e."><al>overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen
                                        besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming. </al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Voor het indienen van de aanvraag maakt belanghebbende gebruik van
                                een door het college vastgesteld formulier.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag mede
                                ondertekend door de partner.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Beslistermijn</titel>
          </kop>
          <al>Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van
                            alle benodigde gegevens.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Ingangsdatum tegemoetkoming</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum waarop
                                    de aanvraag voor de tegemoetkoming door het college in ontvangst
                                    is genomen.</al></li>
            <li nr="2."><al>Als op de in het eerste lid genoemde datum nog geen kinderopvang
                                    plaatsvindt, wordt de tegemoetkoming verleend met ingang van de
                                    datum waarop de kinderopvang zal plaatsvinden.</al></li>
            <li nr="3."><al>Het college kan in afwijking van het gestelde in het eerste lid
                                    besluiten de tegemoetkoming toe te kennen vanaf een datum die
                                    ligt voor de datum waarop de aanvraag in ontvangst is genomen,
                                    mits de aanvraag binnen een redelijke termijn na de start van de
                                    kinderopvang is ontvangen.</al></li>
            <li nr="4."><al>De in het derde lid genoemde redelijke termijn bedraagt ten
                                    hoogste 60 kalenderdagen.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Duur van de tegemoetkoming</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De tegemoetkoming wordt verleend voor de periode dat het college
                                    de kinderopvang noodzakelijk acht.</al></li>
            <li nr="2."><al>Na maximaal 12 kalendermaanden, gerekend vanaf de ingangsdatum
                                    van de tegemoetkoming, vindt een herbeoordeling plaats van de
                                    noodzaak tot kinderopvang. </al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Hoogte van de tegemoetkoming</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>het inkomen van belanghebbende en, indien hij een partner
                                        heeft, dat van zijn partner en</al></li>
              <li nr="b."><al>de kosten van de kinderopvang per kind die worden bepaald
                                        door:</al><lijst>
                  <li nr="1.°"><al>het aantal uren kinderopvang per kind dat naar het
                                                oordeel van het college noodzakelijk is, </al></li>
                  <li nr="2°"><al>de voor de kinderopvang te betalen uurprijs en</al></li>
                  <li nr="3°"><al>de soort kinderopvang.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De maximale uurprijs, is gelijk aan het bedrag genoemd in artikel 4
                                van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten
                                kinderopvang.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien de prijs per uur kinderopvang hoger ligt dan de maximum
                                uurprijs, als bedoeld in het derde lid, wordt in plaats van de prijs
                                per uur kinderopvang de maximum uurprijs in aanmerking genomen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De maximum uurprijs, bedoeld in het tweede lid, wordt jaarlijks
                                aangepast overeenkomstig het gestelde in artikel 5 van het Besluit
                                kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>In afwijking van het gestelde in het derde lid wordt bij de
                                vaststelling van de hoogte van de tegemoetkoming uitgegaan van de
                                werkelijke kosten als er naar het oordeel van het college geen
                                kinderopvang beschikbaar is tegen een uurprijs zoals bedoeld in het
                                tweede lid en of er andere redenen zijn om van de maximum uurprijs
                                af te wijken.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>Indien de tegemoetkoming betrekking heeft op de kosten van opvang
                                als bedoeld in artikel 3 lid 2 wordt de hoogte van de tegemoetkoming
                                vastgesteld op de door belanghebbende of diens partner verschuldigde
                                bijdrage.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>7.</lidnr>
            <al>Het college stelt bij besluit nadere regels omtrent de vaststelling
                                van de hoogte en de berekeningswijze van de tegemoetkoming.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Jaarlijkse vaststelling van de hoogte van de
                                tegemoetkoming</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De hoogte van de tegemoetkoming wordt jaarlijks voor ten hoogste één
                                kalenderjaar vastgesteld.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Voor de jaarlijkse vaststelling van de hoogte van de tegemoetkoming,
                                dient belanghebbende voor afloop van het kalenderjaar: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>te verklaren dat er zich geen wijzigingen in de situatie van
                                        hem, zijn partner en het kind waar de kinderopvang
                                        betrekking op heeft, hebben voorgedaan en</al></li>
              <li nr="b."><al>een offerte of contract van het kindercentrum of
                                        gastouderbureau, dat de kinderopvang gaat verzorgen, te
                                        overleggen. In de offerte of contract moet in ieder geval
                                        aangegeven worden: het aantal uren kinderopvang per kind en
                                        de kostprijs per uur.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Voor de opgave, als bedoeld in het tweede lid, maakt de ouder
                                gebruik van een door het college vastgesteld formulier.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Wijziging of beëindiging van de tegemoetkoming</titel>
          </kop>
          <al>De vastgestelde tegemoetkoming wordt gewijzigd of beëindigd indien:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>naar het oordeel van het college de noodzaak tot kinderopvang is
                                    gewijzigd of is vervallen; </al></li>
            <li nr="b."><al>het kind minder uren gebruik maakt van kinderopvang, dan waarop
                                    de vastgestelde tegemoetkoming is gebaseerd of geen gebruik
                                    maakt van kinderopvang;</al></li>
            <li nr="c."><al>belanghebbende, diens partner en of het kind, niet meer voldoen
                                    aan de bepalingen van deze verordening.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>Het besluit</titel>
          </kop>
          <al>Het besluit tot verlening van een tegemoetkoming in de kosten van
                            kinderopvang bevat in ieder geval:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>de naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de
                                    tegemoetkoming betrekking heeft;</al></li>
            <li nr="b."><al>de naam en adres van het kindercentrum of gastouderbureau waar
                                    de kinderopvang plaatsvindt;</al></li>
            <li nr="c."><al>de omvang van de kinderopvang waarvoor de tegemoetkoming wordt
                                    verleend;</al></li>
            <li nr="d."><al>de wijze waarop het bedrag van de tegemoetkoming wordt bepaald
                                    en het bedrag dat op basis hiervan wordt verleend;</al></li>
            <li nr="e."><al>de wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald;</al></li>
            <li nr="f."><al>de verplichtingen van belanghebbende.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>14</nr>
            <titel>Uitbetaling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De tegemoetkoming wordt maandelijks aan belanghebbende uitbetaald.
                                Belanghebbende dient hiervoor maandelijks een nota van het
                                kindercentrum of het gastouderbureau waar de kinderopvang
                                plaatsvindt te overleggen. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In afwijking van het eerste lid kan op verzoek van belanghebbende de
                                tegemoetkoming in maandelijkse termijnen aan het kindercentrum of
                                het gastouderbureau waar de opvang plaatsvindt worden betaald.
                                Indien hiervan gebruik wordt gemaakt is de ouder niet verplicht
                                maandelijks een nota te overleggen. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het college kan nadere voorschriften stellen over de wijze van
                                uitbetaling. </al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>15</nr>
            <titel>Verplichtingen van belanghebbende</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Belanghebbende doet het college onmiddellijk na het bekend worden
                                daarvan uit eigen beweging schriftelijk mededeling van inlichtingen
                                en gegevens die kunnen leiden tot wijziging of beëindiging van de
                                tegemoetkoming.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Belanghebbende verstrekt desgevraagd aan het college, binnen een
                                door het college te stellen redelijke termijn, alle gegevens en
                                inlichtingen van hem en zijn partner die voor de aanspraak op en de
                                hoogte van de tegemoetkoming van belang zijn.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het college wijzigt of trekt de beschikking tot het verlenen van de
                                tegemoetkoming in en vordert het te veel betaalde bedrag terug of
                                in, als belanghebbende niet voldoet aan de inlichtingenplicht
                                genoemd onder lid 1 en 2 en als gevolg hiervan of als gevolg van een
                                andere reden ten onrechte of een te hoge tegemoetkoming heeft
                                ontvangen. </al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>16</nr>
            <titel>Hardheidsclausule</titel>
          </kop>
          <al>Het college kan in bijzondere gevallen artikel 3 lid 1 onder c en d,
                            artikel 4 lid 2, artikel 5 lid 2, artikel 6 en artikel 18 buiten
                            toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het
                            belang van belanghebbende leidt tot onbillijkheid van overwegende
                            aard.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>17</nr>
            <titel>Ingangsdatum</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Deze verordening treedt in werking op de datum bekendmaking.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De bepalingen van deze verordening zijn ook van toepassing op
                                aanvragen voor een tegemoetkoming over het kalenderjaar 2009 waarop
                                voor de datum van inwerkingtreding op grond van de Verordening Wet
                                kinderopvang, zoals dit op dat moment gold, is besloten.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>18</nr>
            <titel>Overgangsbepaling</titel>
          </kop>
          <al>Indien de toepassing van deze verordening er toe leidt dat de hoogte van
                            de tegemoetkoming lager is dan de hoogte van de tegemoetkoming die op
                            grond van de Verordening Wet kinderopvang is vastgesteld, blijft de
                            hoogte van de tegemoetkoming ongewijzigd tot 31 december 2009.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <nota-toelichting>
        <tussenkop>TOELICHTING VERORDENING KINDEROPVANG ALS GEVOLG VAN SOCIAAL MEDISCHE
                    REDENEN 2009</tussenkop>
        <al/>
        <tussenkop>Wat regelt deze verordening?</tussenkop>
        <al>In deze verordening wordt geregeld:</al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>in welke situaties de gemeente Zwolle een tegemoetkoming in de kosten
                            van kinderopvang als gevolg van sociale medische redenen verleent;</al></li>
          <li nr="·"><al>wat onder kinderopvang wordt verstaan;</al></li>
          <li nr="·"><al>waar deze kinderopvang en de houder van een kindercentrum aan moeten
                            voldoen;</al></li>
          <li nr="·"><al>wie voor een tegemoetkoming in aanmerking komt;</al></li>
          <li nr="·"><al>hoe de hoogte van de tegemoetkoming wordt vastgesteld;</al></li>
          <li nr="·"><al>aan welke voorwaarden men moet voldoen om in aanmerking te komen voor de
                            tegemoetkoming en</al></li>
          <li nr="·"><al>het proces van de verstrekking.</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>Waarom een verordening kinderopvang als gevolg van
                    sociaal medische redenen?</tussenkop>
        <al>De Wet kinderopvang regelt de kinderopvang en de verstrekking van de
                    kinderopvangtoeslag en of de verstrekking van tegemoetkoming in de kosten van
                    kinderopvang. Het gaat hierbij om situaties waarbij de ouders betaalde arbeid
                    verrichten, studeren of een uitkering ontvangen en in verband hiermee aan een
                    re-integratieverplichting moeten voldoen. </al>
        <al>In de tekst van de Wet kinderopvang zijn bepalingen opgenomen die betrekking
                    hebben op kinderopvang die op sociaal medische indicatie noodzakelijk is. Er is
                    echter besloten dat de bepalingen die betrekking hebben op kinderopvang als
                    gevolg van een sociaal medische indicatie niet in werking treden. De reden
                    hiervoor ligt in het feit dat het niet mogelijk was om een landelijke
                    indicatiestelling te regelen. </al>
        <al/>
        <al>Door het besluit om de artikelen in de Wet kinderopvang die betrekking hebben op
                    kinderopvang als gevolg sociaal medische redenen niet in werking te laten
                    treden, ontstaat de volgende situatie:</al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>Als er naast een sociaal medische indicatie ook sprake is van
                            kinderopvang als gevolg van betaalde arbeid, studie of een
                            reïntegratieverplichting is een toeslag en of tegemoetkoming op basis
                            van de Wet kinderopvang mogelijk. </al></li>
          <li nr="·"><al>Als kinderopvang uitsluitend op grond van een sociaal medische reden
                            nodig is, komt men niet voor een toeslag of tegemoetkoming op grond van
                            de Wet kinderopvang in aanmerking. Het gaat hierbij zowel om de
                            kinderopvangtoeslag van het rijk (belastingdienst), als de
                            tegemoetkoming van het UWV en of de gemeente. </al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>Het rijk stelt via de algemene uitkering van het gemeentefonds middelen ter
                    beschikking, zodat de gemeente naar eigen inzicht een tegemoetkoming in de
                    kosten van kinderopvang als gevolg van sociaal medische redenen kan
                    verstrekken.</al>
        <al>De noodzaak tot kinderopvang op sociaal medische gronden, de kosten die hieraan
                    verbonden zijn en het feit dat er geen andere voorziening is, rechtvaardigen dat
                    de gemeente de betrokken ouder ondersteuning biedt. </al>
        <al>In deze verordening zijn daarom bepalingen opgenomen die er toe leiden dat voor
                    kinderopvang op sociaal medische indicatie een tegemoetkoming mogelijk is. </al>
        <tussenkop>De tegemoetkoming kinderopvang als gevolg van sociaal
                    medische redenen in het kort.</tussenkop>
        <al>In zijn algemeenheid geldt dat bij de tegemoetkoming kinderopvang als sociaal
                    medische redenenaansluiting is gezocht bij de Wet kinderopvang. Dit houdt in dat
                    de belanghebbende zelf de kinderopvang regelt, hiervoor een contract met een
                    kindercentrum sluit, in beginsel zelf de rekeningen betaalt en afhankelijk van
                    het inkomen hiervoor een tegemoetkoming van de gemeente ontvangt. </al>
        <al/>
        <al>Bij de bepalingen wat onder kinderopvang wordt verstaan, waar de kinderopvang en
                    de houder van een centrum waar kinderopvang plaatsvindt aan moeten voldoen en de
                    maximale uurprijs is aansluiting gezocht bij de Wet kinderopvang. Ten einde meer
                    maatwerk te kunnen leveren, is in deze verordening bepaald dat, in afwijking van
                    de Wet kinderopvang, ook een tegemoetkoming mogelijk is voor de kosten van
                    opvang in een peuterspeelzaal en het overblijven tijdens de middagpauze op de
                    basisschool. In veel situaties zal voor de opvang in een peuterspeelzaal geen
                    tegemoetkoming noodzakelijk zijn omdat de gemeente Zwolle de peuterspeelzalen
                    zodanig subsidieert dat een ouder met een inkomen tot 115% van de WWB-norm voor
                    algemene bestaanskosten, geen bijdrage verschuldigd is voor opvang in een
                    peuterspeelzaal. </al>
        <al/>
        <al>Vanwege een eenduidige uitvoering met andere regelingen die Sociale Zaken en
                    Werkgelegenheid uitvoert, is voor een aantal begrippen (bijvoorbeeld kind, ten
                    laste komend kind, partner en inkomen) aansluiting gezocht bij de bepalingen van
                    de Wet werk en bijstand. </al>
        <al/>
        <al>De hoogte van de tegemoetkoming is mede afhankelijk van het inkomen van
                    belanghebbende en of diens partner. Afhankelijk van de hoogte van het inkomen
                    wordt een percentage van de kosten voor kinderopvang vergoed. Hierbij is
                    aansluiting gezocht bij de tabellen die de Belastingdienst Toeslagen hanteert
                    bij de kinderopvangtoeslag. </al>
        <al/>
        <al>Bij de wijze waarop de tegemoetkoming wordt verleend en de voorwaarden is
                    aansluiting gezocht bij de gemeentelijke verordening Wet kinderopvang 2009.</al>
        <al>De tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang als gevolg van sociaal medische
                    redenen is een subsidie in de zin van artikel 4:21 van de Algemene wet
                    bestuursrecht (Awb), te weten: een aanspraak op financiële middelen door een
                    bestuursorgaan verstrekt met het oog op een bepaalde activiteit van de
                    aanvrager. Titel 4.2 van de Awb die regels stelt over subsidies is van
                    toepassing op de tegemoetkomingen. Dit betekent dat op de verstrekking van
                    tegemoetkomingen in de kosten van kinderopvang door de gemeente twee regelingen
                    van toepassing zijn: </al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>de gemeentelijke verordening kinderopvang als gevolg van sociaal
                            medische redenen 2009;</al></li>
          <li nr="2."><al>de subsidieregels in titel 4.2 van de Awb.</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>De gemeente beschikt over een algemene subsidieverordening. De vraag is aan de
                    orde wat de verhouding is tussen de verordening kinderopvang als gevolg van
                    sociaal medische redenen en de algemene subsidieverordening, en meer in het
                    bijzonder of de algemene subsidieverordening ook van toepassing is op
                    tegemoetkomingen in de kosten van kinderopvang. Deze verordening staat geheel
                    los van de algemene subsidieverordening. Derhalve is de algemene
                    subsidieverordening niet van toepassing op de verstrekking van tegemoetkomingen.
                    Het principe geldt dan dat de meest specifieke regeling voorrang krijgt boven de
                    algemene regeling.</al>
        <tussenkop>Hoofdlijnen van het proces van verstrekking van de
                    tegemoetkomingen</tussenkop>
        <al>In deze verordening zijn de hoofdlijnen van het proces van verstrekking van de
                    tegemoetkomingen door de gemeente Zwolle vastgelegd. Daarbij zijn twee
                    uitgangspunten gehanteerd. Het eerste uitgangspunt is dat de uitvoeringslasten
                    voor zowel de gemeente als de aanvragers van de tegemoetkoming zo beperkt
                    mogelijk moeten zijn. Het tweede uitgangspunt is dat de gemeentelijke uitgaven
                    die gemoeid zijn met de verstrekking van de tegemoetkomingen zo goed mogelijk
                    beheersbaar zijn. </al>
        <tussenkop>Bepalingen om de beheersbaarheid van de gemeentelijke
                    uitgaven te bevorderen</tussenkop>
        <al>De gemeentelijke tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang is een zogeheten
                    ‘open-einde regeling’. Dit betekent dat iedereen die tot de doelgroep behoort
                    aanspraak heeft op een tegemoetkoming van de gemeente. </al>
        <al/>
        <al>Om de kosten die gepaard gaan met de verstrekking van de tegemoetkomingen
                    beheersbaar te houden, zijn in deze verordening de volgende bepalingen
                    opgenomen:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>De omvang van de aanspraak op een tegemoetkoming is aan beperkingen
                            gebonden. In de verordening is bepaald dat de tegemoetkoming wordt
                            verstrekt indien er naar het oordeel van het college een noodzaak tot
                            kinderopvang als gevolg van sociaal medische redenen aanwezig is en de
                            tegemoetkoming wordt slechts verstrekt voor het aantal uren kinderopvang
                            per week dat naar het oordeel van het college redelijkerwijs
                            noodzakelijk is.</al></li>
          <li nr="-"><al>In beginsel worden geen tegemoetkomingen met terugwerkende kracht
                            verstrekt. Een tegemoetkoming wordt verstrekt met ingang van het
                            tijdstip waarop de aanvraag voor een tegemoetkoming door de gemeente in
                            ontvangst is genomen. Deze verordening biedt de mogelijkheid om in
                            beperkte mate van dit beginsel af te wijken. In de praktijk blijkt dat
                            het stringent vasthouden aan het niet met terugwerkende kracht
                            verstrekken tot problemen leidt, bijvoorbeeld in situaties dat
                            kinderopvang snel geregeld moet worden. </al></li>
          <li nr="-"><al>De tegemoetkoming wordt alleen verstrekt als er daadwerkelijk
                            kinderopvang plaatsvindt. </al></li>
          <li nr="-"><al>De tegemoetkoming wordt in beginsel maandelijks aan de ouder uitbetaald
                            aan de hand van te overleggen nota‘s. Op verzoek van de ouder kan
                            uitbetaling aan het kindcentrum of het gastouderbureau plaatsvinden.
                            Deze wijze van betalen geniet de voorkeur. Hierdoor blijft de omvang van
                            eventuele onverschuldigde betalingen die de gemeente van de ouders moet
                            terugvorderen, beperkt. </al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>Duur van de tegemoetkomingen en de jaarlijkse
                    vaststelling van de hoogte van de tegemoetkoming</tussenkop>
        <al>Een tegemoetkoming wordt in principe verstrekt voor de duur dat kinderopvang
                    nodig is en voldaan wordt aan de bepalingen van deze verordening. Daarmee wordt
                    aangesloten bij de wijze waarop de gemeente de tegemoetkomingen in het kader van
                    de Wet kinderopvang verstrekt. Dit betekent dat in tegenstelling tot de oude
                    verordening een tegemoetkoming niet telkens na een periode van 12 maanden
                    opnieuw moet worden aangevraagd. Na maximaal 12 maanden vindt wel een
                    herbeoordeling van de noodzaak plaats en de hoogte van de tegemoetkoming wordt
                    voor het begin van een kalenderjaar opnieuw vastgesteld. </al>
        <tussenkop>Vaststelling van de hoogte van de tegemoetkoming in één
                    stap.</tussenkop>
        <al>In deze verordening is bepaald dat de hoogte van de tegemoetkoming per
                    kalenderjaar wordt vastgesteld en dat de ouder voor het eind van het vorige
                    kalenderjaar hiervoor gegevens verstrekt. Ten opzichte van de oude verordening
                    is de vaststelling van de hoogte van de tegemoetkoming gewijzigd. </al>
        <al>Zoals eerder is aangegeven wordt de tegemoetkoming als een subsidie gezien. Op
                    grond van de Algemene wet bestuursrecht vindt de verstrekking van een subsidie
                    in twee stappen plaats. De eerste stap is de beschikking tot het verlenen van de
                    subsidie. Deze beschikking geeft de ontvanger van de subsidie een
                    voorwaardelijke aanspraak op subsidie tot een bepaald bedrag. De aanspraak is
                    voorwaardelijk omdat op het moment dat de beschikking wordt gegeven nog niet
                    zeker is dat de aanvrager daadwerkelijk de kosten zal maken of de dienst zal
                    leveren en zich aan de opgelegde verplichtingen houdt. Ondanks het
                    voorwaardelijke karakter schept de subsidieverlening wel een rechtens
                    afdwingbare aanspraak.</al>
        <al>De tweede stap is de beschikking tot het vaststellen van de subsidie. In deze
                    beschikking wordt vastgesteld in hoeverre de ontvanger aan de gestelde
                    voorwaarden heeft voldaan en hoeveel het uiteindelijke bedrag van de subsidie
                    is. Met het vaststellen van de tegemoetkoming wordt de subsidie definitief.
                    Voordat de subsidie wordt vastgesteld kan de gemeente onderzoek doen naar de
                    rechtmatigheid van de subsidie door gegevens te controleren en eventueel
                    inlichtingen op te vragen.</al>
        <al>Deze lijn gold op grond van de oude verordening ook voor de tegemoetkoming
                    kinderopvang als gevolg van sociaal medische redenen. In de praktijk betekende
                    dit dat na afloop van het kalenderjaar de ouder (of het opvangcentrum) een
                    opgave moest doen van het aantal uren dat daadwerkelijk kinderopvang was
                    afgenomen. Aan de hand van deze opgave stelde de gemeente de definitieve
                    tegemoetkoming vast. In de praktijk bleek deze werkwijze niet of nauwelijks tot
                    herziening van de voorlopige vaststelling te leiden. De Algemene wet
                    bestuursrecht maakt het mogelijk om de subsidie in één stap te regelen. In deze
                    variant wordt de subsidie direct vastgesteld (de verlening en de vaststelling
                    van de subsidie wordt dan gecombineerd). In deze verordening is er voor gekozen
                    de tegemoetkoming in één stap vast te stellen, waardoor de jaarlijkse controle
                    achteraf kan vervallen. De gemeente behoudt voldoende mogelijkheden om de
                    tegemoetkoming tussentijds te wijzigen en of terug te vorderen. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>
            <cursief>Artikelsgewijze toelichting </cursief>
          </vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 1 Algemene bepalingen</vet>
        </al>
        <al>Zoals eerder is aangegeven is in zijn algemeenheid aansluiting is gezocht bij de
                    Wet kinderopvang. Dit komt mede tot uitdrukking in de definitie van de begrippen
                    in lid 1 onder h, j en k. Daarnaast wordt in het tweede lid verwezen naar
                    definities van de Wet kinderopvang die op overeenkomstige wijze van toepassing
                    zijn op deze verordening. Het gaat hierbij onder andere om bepalingen wat tot
                    kinderopvang wordt gerekend en waar kinderopvang en of de houder van een
                    kinderopvangcentrum moet voldoen. Artikel 1 lid 2 van de Wet kinderopvang geeft
                    aan wat niet tot de kinderopvang wordt gerekend. Ook deze bepaling geldt voor
                    deze verordening.</al>
        <al>De definities genoemd in het eerste lid onder c (kind), d (ten laste komend
                    kind), e (partner), f (gezamenlijke huishouding), en l (inkomen) zijn ontleend
                    aan de Wet werk en bijstand. In het kader van deze verordening wordt een
                    pleegkind gelijkgesteld met het eigen of stiefkind van belanghebbende en of
                    diens partner. Bij het inkomstenbegrip wordt in tegenstelling tot de Wet werk en
                    bijstand uitgegaan van het bruto inkomen. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 2</vet>
        </al>
        <al>In artikel 2 wordt aangegeven wanneer er sprake is van een sociaal medische
                    indicatie. Zowel vanuit de situatie van de ouder als vanuit kind kan er sprake
                    zijn van een sociaal medische indicatie. Door verschillende oorzaken hebben
                    ouders niet de mogelijkheid om het kind datgene te bieden wat het nodig heeft om
                    zich zo optimaal mogelijk te ontwikkelen. Door plaatsing van het kind op een
                    kindercentrum wordt de thuissituatie ontlast. Ouders krijgen zo de tijd en rust
                    om hun eigen leven op orde te brengen. Vanuit de ouder kan het gaan om:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>Gezondheidsproblemen</al></li>
          <li nr="-"><al>Pedagogische onmacht</al></li>
          <li nr="-"><al>Psychische belasting of psychische problematiek, waarbij o.a. gedacht
                            kan worden aan:</al></li>
          <li nr="-"><al>Relatieproblemen, problemen rond echtscheiding</al></li>
          <li nr="-"><al>Financiële problemen</al></li>
          <li nr="-"><al>Verslaving</al></li>
          <li nr="-"><al>Huis of woonomgeving</al></li>
        </lijst>
        <al>Voor kinderen met een (dreigende) ontwikkelingsachterstand kan de plaatsing in
                    een kindercentrum een stimulans geven tot het verbeteren van de ontwikkeling van
                    het kind. Het kan hierbij gaan om: </al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>Sociaal-emotionele ontwikkeling</al></li>
          <li nr="-"><al>Verstandelijke ontwikkeling</al></li>
          <li nr="-"><al>Lichamelijke ontwikkeling</al></li>
          <li nr="-"><al>Zintuiglijke ontwikkeling</al></li>
          <li nr="-"><al>Taalachterstanden</al></li>
          <li nr="-"><al>Aanvulling op de opvoeding thuis.</al></li>
        </lijst>
        <al>Veelal kunnen kind, ouders en omgeving niet los van elkaar gezien worden. In de
                    meeste gevallen gaat het om een combinatie van factoren. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 3 Aanspraak op een tegemoetkoming</vet>
        </al>
        <al>Artikel 3 geeft aan dat een tegemoetkoming voor de kosten van kinderopvang als
                    gevolg van sociaal medische indicatie alleen mogelijk als deze kinderopvang naar
                    het oordeel van het college noodzakelijk is. Het gaat hierbij zowel om de
                    redenen waarom kinderopvang nodig is als om het aantal benodigde uren. Voor de
                    vaststelling van de noodzaak tot kinderopvang op sociaal medische gronden moet
                    de ouder een schriftelijke verklaring van een verwijzer overleggen. Uit deze
                    verklaring moeten de noodzaak en het noodzakelijk aantal uren blijken. Onder een
                    verwijzer wordt verstaan een professionele hulpverlener in het kader van de
                    jeugdzorg, de gezondheidszorg, het algemeen maatschappelijk werk, de
                    verslavingszorg en of de kinderbescherming een professionele relatie met het
                    kind of het gezin onderhoudt en die vandaar uit zicht heeft op de omstandigheden
                    van het kind en of de ouder(s). Een advies van Kinderopvang Plus wordt eveneens
                    geaccepteerd. De gemeente stelt zelf een onderzoek naar de noodzakelijkheid is
                    als het gaat om een andere verwijzer, de verwijzer niet bereid is om een
                    schriftelijke indicatie af te geven en of de gemeente twijfelt aan de indicatie
                    met betrekking tot de noodzaak en of het aantal benodigde uren kinderopvang. Zo
                    nodig vraagt de gemeente advies aan een derde. Als de belanghebbende en of diens
                    partner onvoldoende of in het geheel niet meewerkt aan het onderzoek naar de
                    noodzaak wordt de aanvraag afgewezen, op grond van het feit dat de noodzaak niet
                    is vast te stellen.</al>
        <al/>
        <al>Verder bepaalt dit artikel dat een tegemoetkoming voor de kosten van
                    kinderopvang als gevolg van sociaal medische indicatie alleen mogelijk is, als
                    deze kinderopvang voldoet aan de begripsomschrijvingen en voorwaarden die in de
                    Wet kinderopvang worden genoemd.</al>
        <al>De Wet kinderopvang geeft geen toeslag en of tegemoetkoming voor de opvang in
                    een peuterspeelzaal en of overblijfmogelijkheid op de basisschool. In beginsel
                    gelden deze regels ook voor de tegemoetkoming als gevolg van sociaal medische
                    redenen. Het komt voor dat het in het belang van (de ontwikkeling van) het kind
                    noodzakelijk of wenselijk is om van het genoemde beginsel af te wijken. De
                    verordening biedt deze mogelijkheid. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn van
                    een mogelijkheid die een peuterspeelzaal biedt in het bestrijden van
                    taalachterstand terwijl een kinderopvangcentrum die mogelijkheid niet biedt. Het
                    is eveneens mogelijk dat er een combinatie van opvangvormen plaatsvindt. </al>
        <al/>
        <al>Het artikel beperkt de aanspraak op een tegemoetkoming tot het kind dat ten
                    laste komt van belanghebbende en of diens partner. Er is sprake van een ten
                    laste komend kind als belanghebbende en of diens partner voor dat kind aanspraak
                    op kinderbijslag kan maken. Verder moet het kind op het zelfde adres als
                    belanghebbende ingeschreven staan in de gemeentelijke basisadministratie van de
                    gemeente Zwolle. Een pleegkind is in het kader van deze verordening gelijk
                    gesteld met het eigen kind of stiefkind. Indien belanghebbende voor een
                    pleegkind geen aanspraak op kinderbijslag kan maken, wordt afgezien van de eis
                    dat er voor het kind aanspraak op kinderbijslag moet zijn. In een dergelijke
                    situatie moet het verzoek tot kinderopvang ondersteund worden door de
                    organisatie die de pleegzorg heeft geregeld. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 4 Geen aanspraak op een tegemoetkoming</vet>
        </al>
        <al>Dit artikel bevat drie weigeringsgronden. De weigeringsgronden in het eerste lid
                    onder a en b geven aan dat een gemeentelijke tegemoetkoming op grond van een
                    sociaal-medische indicatie een vangnetvoorziening is. Alleen ouders die niet op
                    grond van een bepaling in de Wet kinderopvang of een andere voorziening
                    aanspraak kunnen maken op een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang,
                    kunnen aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang
                    wegens een sociaal-medische noodzaak. </al>
        <al/>
        <al>In het tweede lid wordt bepaald dat geen tegemoetkoming wordt verstrekt voor
                    opvang in een peuterspeelzaal of een overblijfmogelijkheid op de basisschool als
                    het inkomen meer bedraagt dan 115% van de norm voor algemene bestaanskosten die
                    in de Wet werk en bijstand wordt gehanteerd. De genoemde grens komt overeen met
                    de grens die gemeente Zwolle hanteert bij de gemeentelijke maatregelen in het
                    kader van de armoedebestrijding. Bij de opvang in een peuterspeelzaal worden
                    inkomensafhankelijke tabellen gehanteerd, waardoor het niet direct noodzakelijk
                    is om een afzonderlijke regeling te treffen. In veel situaties zal voor de
                    opvang in een peuterspeelzaal geen tegemoetkoming noodzakelijk zijn omdat de
                    gemeente Zwolle de peuterspeelzalen zodanig subsidieert dat een ouder met een
                    inkomen tot 115% van de WWB-norm voor algemene bestaanskosten, geen bijdrage
                    verschuldigd is voor opvang in een peuterspeelzaal. </al>
        <al>De bijdragen voor het overblijven op de basisschool zijn zodanig dat deze uit
                    een inkomen hoger dan 115% van de bijstandsnorm betaald kunnen worden.</al>
        <al/>
        <al>Indien er sprake is van een combinatie van opvangmogelijkheden (peuterspeelzaal,
                    overblijfmogelijkheid op de basisschool en opvang in een kinderopvangcentrum)
                    kan bij de vaststelling van de hoogte van de tegemoetkoming voor opvang in een
                    kinderopvangcentrum rekening gehouden worden met de verschuldigde bijdrage voor
                    de peuterspeelzaal en of overblijfmogelijkheid op de basisschool. </al>
        <al>
          <vet>Artikel 5 Aanspraak op een tegemoetkoming door vreemdelingen</vet>
        </al>
        <al>Artikel 5 gaat in de situatie als belanghebbende en of diens partner niet de
                    Nederlandse nationaliteit heeft. Als een vreemdeling op grond van de bepalingen
                    van de Wet werk en bijstand gelijkgesteld is met een Nederlander is een
                    tegemoetkoming op grond van deze verordening mogelijk. Het gaat hierbij in zijn
                    algemeenheid om vreemdelingen die rechtmatig in Nederland verblijf houden. </al>
        <al>Indien één van de partners of beide partners niet gelijkgesteld worden met een
                    Nederlander is een tegemoetkoming niet mogelijk. </al>
        <al>
          <vet>Artikel 6 De aanvraag </vet>
        </al>
        <al>De tegemoetkoming moet door belanghebbende worden aangevraagd bij het college. </al>
        <al>Een aanvraag wordt door de gemeente in ontvangst genomen wanneer deze voldoet
                    aan de vormvereisten van artikel 4.1 en 4.2 Awb. </al>
        <al>De aanvraag moet:</al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>schriftelijk worden ingediend;</al></li>
          <li nr="·"><al>moet zijn ondertekend door belanghebbende en diens partner</al></li>
          <li nr="·"><al>de naam en het adres van belanghebbende en bevatten;</al></li>
          <li nr="·"><al>de naam, geboortedatum, bsn-nummer en het adres van het kind waarvoor
                            kinderopvang wordt gevraagd bevatten, </al></li>
          <li nr="·"><al>een aanduiding geven van de beschikking die wordt gevraagd.</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>Een verhoging van de tegemoetkoming in verband met een verhoging van het aantal
                    uren of dagdelen kinderopvang, moet worden aangevraagd. De ouder kan hiervoor
                    gebruik maken van een verkorte procedure, waarbij alleen de meest noodzakelijke
                    gegevens worden gevraagd. Een verlaging van de tegemoetkoming in verband met een
                    vermindering van de omvang van de kinderopvang hoeft niet te worden aangevraagd.
                    De ouder moet hiervan wel onmiddellijk mededeling doen aan het college.</al>
        <al/>
        <al>Onderdeel d van het eerste lid bepaalt dat bij de aanvraag een offerte of
                    contract van het kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat
                    verzorgen moet worden bijgevoegd. Dit betekent dat de aanvraag voor een
                    tegemoetkoming pas bij de gemeente kan worden ingediend als de ouder over een
                    offerte of contract beschikt. Op basis van de offerte of het contract kan de
                    gemeente de hoogte van de tegemoetkoming vaststellen. Het kindercentrum of
                    gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen, moet ingeschreven staan in
                    een gemeentelijk register (artikel 5, eerst lid, Wet kinderopvang). In de
                    algemene toelichting is reeds ingegaan op het met terugwerkende kracht verlenen
                    van de tegemoetkoming.</al>
        <al>
          <vet>Artikel 7 Beslistermijn</vet>
        </al>
        <al>De termijn waarbinnen het college een besluit moet nemen over de aanvraag van
                    een tegemoetkoming geldt niet alleen voor nieuwe aanvragen, maar ook voor het
                    jaarlijks vaststellen van de hoogte van de tegemoetkoming. In de verordening is
                    gekozen voor een beslistermijn van ten hoogste acht weken.</al>
        <al/>
        <al>De beslistermijn van acht weken heeft gevolgen voor de periode waarbinnen de
                    gegevens voor het jaarlijks vaststellen van de hoogte van de tegemoetkoming
                    moeten worden verstrekt. Om er zeker van te zijn, wat de hoogte van de
                    tegemoetkoming in het volgende kalenderjaar is, zullen ouders deze gegevens
                    minimaal acht weken vóór 1 januari bij de gemeente moeten inleveren. </al>
        <al/>
        <al>Het feit dat het college een termijn van acht weken heeft om te beslissen over
                    een aanvraag voor een tegemoetkoming, wil uiteraard niet zeggen dat het college
                    deze termijn ook in alle gevallen moet benutten. De gemeente streeft er naar de
                    behandelingstermijn van aanvragen zo kort mogelijk te houden en met name
                    aanvragen waar spoed mee geboden is direct af te handelen</al>
        <al>
          <vet>Artikel 10 Hoogte van de tegemoetkoming</vet>
        </al>
        <al>Net als bij de tegemoetkoming op grond van de Wet kinderopvang is de hoogte van
                    de tegemoetkoming voor de kosten van kinderopvang als gevolg van sociaal
                    medische indicatie afhankelijk van het inkomen van belanghebbende en diens
                    partner, het aantal uren kinderopvang dat noodzakelijk is en de prijs die voor
                    de kinderopvang betaald moet worden. In een bij de Wet kinderopvang behorende
                    algemene maatregel van bestuur wordt een uurprijs genoemd die maximaal voor
                    vergoeding in aanmerking komt. Dit bedrag wordt ook gehanteerd bij de maximaal
                    te vergoeden uurprijs voor kinderopvang als gevolg van sociaal medische
                    redenen.</al>
        <al/>
        <al>Het vijfde lid geeft de mogelijkheid om af te wijken van de maximale uurprijs.
                    Dit is mogelijk als er naar het oordeel van het college:</al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>geen kinderopvang beschikbaar tegen de maximale uurprijs. Bij de
                            beoordeling of kinderopvang tegen de maximale uurprijs beschikbaar is,
                            wordt mede in aanmerking genomen de afstand tussen het woonadres en de
                            plaats waar de kinderopvang tegen de maximale uurprijs beschikbaar is.
                            Indien de afstand tussen het woonadres en de plaats van de opvang
                            zodanig is dat het in redelijkheid van belanghebbende niet gevergd kan
                            worden deze afstand te overbruggen, is een hogere tegemoetkoming
                            mogelijk als dichterbij wel een opvangmogelijkheid tegen een hogere
                            uurprijs beschikbaar is. Bij deze beoordeling wordt ook gekeken over
                            welke vervoersmogelijkheden belanghebbende beschikt. In een uiterste
                            situatie is ook de vergoeding voor het halen en brengen van het kind per
                            taxi mogelijk. Zodra kinderopvang in de directe woonomgeving beschikbaar
                            komt tegen de maximale uurprijs moet belanghebbende meewerken aan een
                            plaatsing op dit centrum, tenzij de omstandigheden van het kind zich
                            hiertegen verzetten.</al></li>
          <li nr="·"><al>wel kinderopvang tegen de maximale uurprijs mogelijk is maar de
                            omstandigheden van het kind zodanig zijn dat het naar het oordeel van
                            het college noodzakelijk is om hiervan af te wijken (bijvoorbeeld als
                            een kinderopvangcentrum een speciaal programma biedt dat beter bij de
                            situatie van het kind past).</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>Het artikel geeft in het zevende lid het college de bevoegdheid om nadere regels
                    te stellen voor de hoogte en de berekeningswijze van de tegemoetkoming. Via dit
                    besluit kan het college de hoogte van de tegemoetkoming voor de kosten van
                    kinderopvang als gevolg van sociaal medische indicatie afstemmen op de hoogte
                    van het inkomen.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 12 Wijziging of beëindiging van de tegemoetkoming</vet>
        </al>
        <al>In de algemene toelichting is reeds ingegaan op de periode waarvoor de
                    tegemoetkoming wordt vastgesteld en de jaarlijkse vaststelling van de hoogte van
                    de tegemoetkoming. In artikel 12 wordt aangegeven wanneer de tegemoetkoming
                    wordt gewijzigd of wordt beëindigd. Eén van de redenen voor wijziging of
                    beëindiging is het minder of niet gebruik maken van kinderopvang door het kind.
                    Hierbij wordt opgemerkt dat als een dergelijke situatie zich voordoet de
                    tegemoetkoming gedurende de gebruikelijke opzegtermijn ongewijzigd wordt
                    gehandhaafd. Hierop wordt een uitzondering gemaakt als belanghebbende en of
                    diens partner naar het oordeel van het college nalatig is geweest door te laat
                    de kinderopvang op te zeggen. </al>
        <al>
          <vet>Artikel 13 Het besluit</vet>
        </al>
        <al>Onderdeel d bepaalt dat in de beschikking wordt aangeven hoe het bedrag van de
                    tegemoetkoming wordt vastgesteld.In de beschikking moet onder andere de
                    wijze van uitbetaling van de tegemoetkoming worden vermeld (onderdeel e).
                    Onderdeel f schrijft voor dat in de beschikking de verplichtingen van
                    belanghebbende en diens partner worden opgenomen. Daarbij moet onder andere
                    gedacht worden aan de informatieplicht.</al>
        <al>
          <vet>Artikel 14 De uitbetaling</vet>
        </al>
        <al>De gemeente betaalt de tegemoetkoming uit aan belanghebbende. Belanghebbende
                    kan, al dan niet op verzoek van het kindercentrum of het gastouderbureau, de
                    gemeente machtigen om de betalingen rechtstreeks aan dat kindercentrum of
                    gastouderbureau te doen. Deze machtiging verandert juridisch gezien niets aan de
                    verhouding tussen de gemeente en belanghebbende. Ook al wordt het bedrag gestort
                    op de rekening van het kindercentrum of gastouderbureau, er blijft sprake van
                    een betaling van de tegemoetkoming van gemeente aan belanghebbende.</al>
        <al>
          <vet>Artikel 15 Verplichtingen van belanghebbende en diens partner</vet>
        </al>
        <al>Artikel 15 regelt de verplichtingen van belanghebbende en diens partner. Hierbij
                    is aansluiting gezocht bij de verplichtingen die in artikel 28, eerste tot en
                    met derde lid Wet kinderopvang zijn vermeld. </al>
        <al/>
        <al>Als een belanghebbende en of diens partner nalaat informatie te verstrekken kan
                    er bijvoorbeeld sprake zijn van het schenden van de inlichtingenplicht als: </al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>het betreffende kind minder of geen gebruik maakt van kinderopvang
                            of</al></li>
          <li nr="2."><al>de situatie van belanghebbende, diens partner en het kind is gewijzigd
                            waardoor men niet beer tot gemeentelijke doelgroep behoort. </al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>Als de inlichtingenplicht is geschonden en als gevolg hiervan ten onrechte een
                    tegemoetkoming heeft ontvangen of een te hoog bedrag, wijzigt of trekt het
                    college de beschikking tot het verlenen van de tegemoetkoming in en wordt het te
                    veel betaalde bedrag terug- of ingevorderd. Hetzelfde geldt als op andere
                    gronden blijkt dat de tegemoetkoming ten onrechte of tot een te hoog bedrag is
                    toegekend.</al>
        <al>
          <vet>Artikel 17 Ingangsdatum</vet>
        </al>
        <al>De verordening treedt in werking op de datum van bekendmaking. Zonder
                    maatregelen ontstaat er hierdoor een situatie dat in 2009 twee regimes gelden.
                    Voor besluiten die voor de datum van ingang van deze verordening zijn genomen,
                    blijven de bepalingen van de oude verordening van toepassing. Dit is zowel voor
                    de ouder als de uitvoering onwenselijk. In artikel 17 is daarom een bepaling
                    opgenomen dat deze verordening ook van toepassing is op besluiten voor een
                    tegemoetkoming in 2009 die voor de datum van ingang van deze verordening zijn
                    genomen.</al>
        <al>
          <vet>Artikel 18 Overgangsbepaling</vet>
        </al>
        <al>Het kan voorkomen dat de toepassing van deze verordening ten opzichte van de
                    oude verordening leidt tot een lagere tegemoetkoming. Toepassing van artikel 17
                    zou er toe leiden dat de lagere tegemoetkoming voor heel 2009 geldt. Ten einde
                    dit te voorkomen bepaalt artikel 18 dat in een dergelijke situatie de
                    tegemoetkoming in 2009 ongewijzigd blijft. </al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>