<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR326305_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Asten 2014 (APV)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Asten</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Asten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-73005.pdf">Gemeenteblad 2014, 73005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Asten 2014 (APV)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-07-08</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>artikel 2:11</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>14.11.07</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>openbare orde en veiligheid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Asten 2014 (APV), eerste
            wijziging</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Asten;</al><al/><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 28
                        januari 2014;</al><al/><al>gehoord het advies van de d.d. 20 februari 2014;</al><al/><al>gelet op artikel 149 Gemeentewet;</al><al/><al>b e s l u i t: </al><al/><al>vast te stellen de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Asten 2014. </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen 7</al><al>Artikel 1:2 Beslistermijn 7</al><al>Artikel 1:3 Indiening aanvraag 7</al><al>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 7</al><al>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing 7</al><al>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 7</al><al>Artikel 1:7 Termijnen 8</al><al>Artikel 1:8 Weigeringsgronden 8</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>OPENBARE ORDE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 9</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Betoging</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 9</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte </al><al> stukken of afbeeldingen 9</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg (vervallen)</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd
                                met de publieke functie ervan 10</al><al>Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen
                                en veran-deren van een weg 10</al><al>Artikel 2:12 Maken en veranderen van een uitweg 11</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Veiligheid van de weg</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid 11</al><al>Artikel 2:14 Winkelwagentjes 11</al><al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. 11</al><al>Artikel 2:17 Kelderingangen e.d. 12</al><al>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurgebieden 12</al><al>Artikel 2:19 Gevaarlijke voorwerpen 12</al><al>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen 12</al><al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 12</al><al>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn 12</al><al>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs 13</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Evenementen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:24 Begripsbepaling 13</al><al>Artikel 2:25 Evenement 13</al><al>Artikel 2:26 Ordeverstoring 14</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:27 Begripsbepalingen 14</al><al>Artikel 2:28 Exploitatievergunning horecabedrijf 14</al><al>Artikel 2:28a Aanvraag vergunning 15</al><al>Artikel 2:28b Beslistermijn 15</al><al>Artikel 2:29 Sluitingstijden 15</al><al>Artikel 2:30 Afwijking sluitingsuur; tijdelijke sluiting 15</al><al>Artikel 2:31 Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf 16</al><al>Artikel 2:32 Handel in horecabedrijven 16</al><al>Artikel 2:33 Ordeverstoring 16</al><al>Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan 16</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8A</nr><titel>Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                                Drank- en Horecawet</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:34a Schenktijden paracommerciële rechtspersonen 16</al><al>Artikel 2:34b Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen
                                17</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:35 Begripsbepaling 18</al><al>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie 18</al><al>Artikel 2:37 Nachtregister 18</al><al>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister 18</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:39 Speelgelegenheden 18</al><al>Artikel 2:40 Speelautomaten 19</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal 19</al><al>Artikel 2:42 Plakken en kladden 19</al><al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d. 19</al><al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen 20</al><al>Artikel 2:44a Vervoer geprepareerde voorwerpen (rooftassen) 20</al><al>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d. 20</al><al>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. 20</al><al>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen 20</al><al>Artikel 2:47a Uitjouwen, naschreeuwen, vechten etc. 20</al><al>Artikel 2:47b Verplichte route 21</al><al>Artikel 2:48 Hinderlijk drankgebruik en openlijk drugsgebruik
                                21</al><al>Artikel 2:48a Glazen en drinkgerei 21</al><al>Artikel 2:49 Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen 21</al><al>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten
                                21</al><al>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d. 21</al><al>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt- en
                                kermisterrein e.d. 21</al><al>Artikel 2:53 Bespieden van personen 22</al><al>Artikel 2:57 Loslopende honden 22</al><al>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 22</al><al>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden 22</al><al>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 23</al><al>Artikel 2:61 Overlast van dieren 23</al><al>Artikel 2:62 Loslopend vee 23</al><al>Artikel 2:63 Vernietiging van rupsen en rupsennesten 23</al><al>Artikel 2:64 Bijen 23</al><al>Artikel 2:65 Bedelarij 24</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:66 Begripsbepaling 24</al><al>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
                                24</al><al>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 ter, eerste
                                lid, </al><al> van het Wetboek van Strafrecht 24</al><al>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen 25</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:71 Begripsbepalingen 25</al><al>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens
                                de </al><al> Verkoopdagen 25</al><al>Artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                jaarwisseling 25</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:74 Drugshandel op straat 25</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding 25 </al><al>Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden 25 </al><al>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen 26</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3:1 Begripsbepalingen 27</al><al>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan 27</al><al>Artikel 3:3 Nadere regels 27</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3:4 Seksinrichtingen 27</al><al>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder 28</al><al>Artikel 3:6 Sluitingstijden 29</al><al>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingsuur; (tijdelijke)sluiting
                                29</al><al>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                beheerder 29</al><al>Artikel 3:9 Straatprostitutie 29</al><al>Artikel 3:9a Ontuchtige handelingen 30</al><al>Artikel 3:10 Sekswinkels 30</al><al>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                erotisch-</al><al> pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke 30</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Beslissingstermijn; weigeringsgronden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3:12 Beslissingstermijn 30</al><al>Artikel 3:13 Weigeringsgronden 30</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie 31</al><al>Artikel 3:15 Wijziging beheer 31</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET
                            UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:1 Begripsbepalingen 32</al><al>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 32</al><al>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten 32</al><al>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten 33</al><al>Artikel 4:5 Onversterkte muziek 33</al><al>Artikel 4:6 Overige geluid- en lichthinder 34</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:7 Straatvegen 34</al><al>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen 34</al><al>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet-openbare </al><al> riolen en putten buiten gebouwen 34</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:10 Begripsbepalingen 34</al><al>Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
                                34</al><al>Artikel 4:11a Aanvraag vergunning 35</al><al>Artikel 4:11b Weigeringsgronden 35</al><al>Artikel 4:11c Bijzondere vergunningsvoorschriften 35</al><al>Artikel 4:11d Herplant-/instandhoudingsplicht 36</al><al>Artikel 4:11e Schadevergoeding 36</al><al>Artikel 4:11f Bestrijding iepziekte 36</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:13 Opslag bromfietsen, motorvoertuigen, caravans,
                                afvalstoffen, mest, ingekuilde landbouwproducten e.d. 37</al><al>Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen 37</al><al>Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame. 37</al><al>Artikel 4.15a Aanschrijving 38</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:17 Begripsbepaling 38</al><al>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
                                39</al><al>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen 39</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:1 Begripsbepalingen 40</al><al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. 40</al><al>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen 40</al><al>Artikel 5:4 Defecte voertuigen 40</al><al>Artikel 5:5 Voertuigwrakken 40</al><al>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a 40</al><al>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen 41</al><al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen 41</al><al>Artikel 5:9 Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen 41</al><al>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen
                                41</al><al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen 42</al><al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets 42</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen 42</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Venten</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:14 Begripsbepaling 42</al><al>Artikel 5:15 Ventvergunning 42</al><al>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting 43</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:17 Begripsbepaling 43</al><al>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 43</al><al>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende 43</al><al>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 43</al><al>Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht 44</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:22 Begripsbepaling 44</al><al>Artikel 5:23 organiseren van een snuffelmarkt 44</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:24 Voorwerpen op of aan het water 44</al><al>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen 44</al><al>Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats 45</al><al>Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats 45</al><al>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken en oevers 45</al><al>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen 45</al><al>Artikel 5:30 Veiligheid op het water 45</al><al>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen 45</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:32 Crossterreinen 46</al><al>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 46</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen
                                of anderszins vuur te stoken 47</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:35 Begripsbepaling 47</al><al>Artikel 5:36 Verboden plaatsen 47</al><al>Artikel 5:37 Hinder of overlast 47</al><al>Artikel 5:38 Tijdvak voor begraven e.d. 47</al><al>Artikel 5:39 Onbetamelijk gedrag op een begraafplaats 47</al><al>Artikel 5:40 Aanwijzingen 47</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Straatnaamborden, huisnummers e.d.</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5:41 Gedoogplicht aanduidingen 48</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 6.1 Strafbepaling 49</al><al>Artikel 6.2 Toezichthouders 49</al><al>Artikel 6.2a Toezichthouders Prostitutie Controle Team 49</al><al>Artikel 6.3 Binnentreden woningen 49</al><al>Artikel 6.4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening
                            49</al><al>Artikel 6.5 Overgangsbepaling 49</al><al>Artikel 6.6 Citeertitel 49</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld
                                    op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>Bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al></li><li nr="c."><al>Bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening;</al></li><li nr="d."><al>Gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c,
                                    van de Woningwet;</al></li><li nr="e."><al>Handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee</al><al> kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;</al></li><li nr="f."><al>Openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze</al><al> toegankelijk zijn; </al></li><li nr="g."><al>Openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare
                                    manifestaties daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="h."><al>Rechthebbende: een ieder die over enige zaak enige zeggenschap
                                    heeft krachtens</al><al> een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="i."><al>Weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet</al><al> 1994;</al></li><li nr="j."><al>Woonschepen: schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning
                                    gebezigd of tot</al><al> woning bestemd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken
                                verdagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, 2:12, 4:11
                                en 4:15.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor grote evenementen kan de in het eerste lid genoemde termijn
                                worden verlengd tot ten hoogste twaalf weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
                                Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot
                                bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                voorschriften en beperkingen na te komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                    ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging
                                    wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming
                                    waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke
                                    van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder of zijn rechtsverkrijgende dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>Een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing geldt
                            voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is
                            bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen
                            verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegde gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>OPENBARE ORDE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                    aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die, die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij
                                    een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan
                                    wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is
                                    verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen, die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het
                                    belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                    ongeregeldheden zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging
                                    te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten
                                    minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk
                                    kennis aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin
                                    het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken, afbeeldingen
                                    onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden, aan
                                    te bevelen of bekend te maken op of aan door het college
                                    aangewezen openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod beperken tot in de openbare kennisgeving aan te duiden
                                    dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid opgenomen verbod geldt niet voor het
                                    huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte
                                    of geschreven stukken en afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg (vervallen)</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                                    publieke functie ervan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken
                                    dan overeenkomstig de publieke functie daarvan als:</al><lijst><li nr="a."><al>het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar
                                            oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
                                            doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder
                                    geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang wordt
                                    gelaten op voetpaden voor voetgangers en op de rijbaan voor
                                    fietsers of gemotoriseerd verkeer.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare
                                    orde of de woon- en leefomgeving nadere regels en/of
                                    beleidsregels stellen ten aanzien van terrassen en
                                    uitstallingen, tijdelijke aankondigingborden en spandoeken, en
                                    overige objecten op of aan de weg.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het aanbrengen van tijdelijke aankondigingborden of spandoeken
                                    is verboden, tenzij uiterlijk twee weken tevoren schriftelijk
                                    kennisgeving is gedaan aan het college en deze niet van enig
                                    bezwaar heeft doen blijken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het
                                    verbod in het eerste lid ten behoeve van het plaatsen van een
                                    oplaadpaal/-infrastructuur voor het opladen van elektrische
                                    voertuigen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor: a.
                                    evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als
                                    bedoeld in artikel 5:17</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor
                                    zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                    Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet of de provinciale wegenverordening.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het vijfde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg [gewijzigd]</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend</al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien
                                            de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                            beheersverordening, exploitatieplan of
                                            voorbereidingsbesluit;</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het
                                    uitvoeren van hun publieke taak.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer Rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement
                                    Noord-Brabant, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de
                                    daarop gebaseerde Verordeningondergrondse infrastructuur Asten
                                    2014.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beslissing
                                    bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken en veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag:</al><lijst><li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg;</al></li><li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een
                                            uitweg;</al></li><li nr="c."><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de
                                            weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd in het belang van:</al><al> a de bruikbaarheid van de weg;</al><al> b het veilig en doelmatig gebruik van de weg;</al><al> c de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                    omgeving;</al><al> d de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur, artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet 1994 of het Provinciaal wegenreglement
                                    Noord-Brabant.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beslissing
                                    bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Veiligheid van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bij vorst of dreigende vorst water op de weg te
                                    werpen, uit te storten of te laten lopen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder 4e,
                                    van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet 1994</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het onder 1 gestelde
                                    verbod ten behoeve van het als ijsbaan onder water zetten van
                                    parkeerterreinen, pleinen en open plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt is
                                    verplicht deze</al><lijst><li nr="a."><al>te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander
                                            herkenningsteken, en</al></li><li nr="b."><al>terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de
                                            omgeving van dat bedrijf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een
                                    openbare plaats achter te laten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid onder b bepaalde is niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of enigerlei andere afsluiting, die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen
                                    betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de
                                    veiligheid van de weggebruikers opleveren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427,
                                    aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide- of veengronden of
                                    binnen een afstand van dertig meter daarvan gedurende de door
                                    het college aangewezen periode.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heide- of veengronden of binnen
                                    een afstand van honderd meter daarvan, voor zover het de open
                                    lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten
                                    vallen, weg te werpen of te laten liggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en in het tweede lid gestelde verbod geldt
                                    niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                    door artikel 429, aanhef en onder 3 van het Wetboek van
                                    Strafrecht .</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor
                                    zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende
                                    erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijke voorwerpen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college aangewezen wegen en daaraan
                                    gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen en terreinen,
                                    messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapen
                                    kunnen worden gebruikt, openlijk bij zich te dragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor wapens
                                    behorende tot de categorieën I, II, III en IV Wet wapens en
                                    munitie en voor zover door het bij zich dragen van deze
                                    voorwerpen de openbare orde of veiligheid niet in gevaar komt of
                                    kan komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>Het is verboden aan een weg of aan enig deel van een bouwwerk een
                                voorwerp te hebben dat niet deugdelijk beveiligd is tegen neervallen
                                op de weg.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de
                                    aanwijzingen van het college, voorwerpen, borden of
                                    voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer of de
                                    openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd
                                    of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college maakt van tevoren aan de rechthebbende als bedoeld
                                    in het eerste lid zijn besluit bekend over te gaan tot het doen
                                    aanbrengen of wijzigen van een voorwerp, bord of voorziening als
                                    bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                    Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet
                                    Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden
                                    van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse
                                    hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere
                                    objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan
                                    twee meter te plaatsen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de
                                    bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien van
                                    objecten die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beslissing
                                    bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><al> a voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te
                                    verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige
                                    andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen;</al><al> b bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid
                                    geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten, te verplaatsen, weg
                                    te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik
                                    daarvan te verijdelen of te belemmeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek
                                    van Strafrecht of het Provinciaal Vaarwegenreglement
                                    Noord-Brabant.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al><al> a bioscoopvoorstellingen;</al><al> b markten als bedoeld in artikel 160, 1e lid, onder h, van de
                                    Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening;</al><al> c kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al><al> d het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet
                                    gelegenheid geven tot dansen;</al><al> e betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de
                                    Wet openbare manifestaties;</al><al> f activiteiten als bedoeld in artikel 2:39 van deze
                                    verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg;</al></li><li nr="e."><al>een circus of kermis;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder een groot evenement wordt verstaan een evenement waarbij
                                    meer dan 500 mensen gelijktijdig aanwezig zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor kleinschalige activiteiten,
                                    indien:</al><lijst><li nr="-"><al>de activiteit een barbecue, (straat)feest, muzikale
                                            rondwandelingen, buitenoptredens van
                                            toneelgezelschappen, fietstochten, muziek en of
                                            doorkomsten van wielerwedstrijden in de open lucht e.d.
                                            betreft;</al></li><li nr="-"><al>op een doordeweekse dag niet langer dan tot 24.00 uur en
                                            op vrijdag, zaterdag of indien de daarop volgende dag
                                            een feestdag is tot 00.30 uur live en of versterkte
                                            muziek ten gehore wordt gebracht;</al></li><li nr="-"><al>er een organisator is;</al></li><li nr="-"><al>het aantal bezoekers niet meer bedraagt dan 100
                                            personen;</al></li><li nr="-"><al>de organisator stelt de burgemeester ten minste 15
                                            werkdagen voorafgaand aan de activiteit in kennis door
                                            middel van een melding;</al></li><li nr="-"><al>indien er geen onoverkomelijke bezwaren zijn en er geen
                                            aanvullende besluiten genomen hoeven te worden, ontvangt
                                            de organisator na ontvangst van het meldingsformulier
                                            een akkoord kennisgeving;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt voorts niet voor feest,
                                    muziek of wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148
                                    van de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder horecabedrijf wordt in deze afdeling verstaan: de voor
                                    publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of
                                    in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt
                                    of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor
                                    directe consumptie worden bereid of verstrekt. Onder een
                                    horecabedrijf wordt in ieder geval verstaan: een hotel,
                                    restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek,
                                    buurthuis, clubhuis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder horecabedrijf als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                    verstaan een bij dit bedrijf behorend terras en de andere
                                    aanhorigheden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder houder wordt in deze afdeling verstaan: degene die een
                                    horecabedrijf exploiteert op grond van het bepaalde in artikel
                                    2:28.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onder leidinggevenden wordt in deze afdeling verstaan: degene(n)
                                    die algemene en/of onmiddellijke leiding geeft/geven aan de
                                    exploitatie van een horecabedrijf, dan wel hetgeen daar onder in
                                    de Drank- en Horecawet wordt verstaan en als zodanig doorgaans
                                    gedurende de openingstijden in het horecabedrijf aanwezig dient
                                    te zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatievergunning horecabedrijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of
                                    exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een geldend
                                    bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning
                                    geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet
                                    worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving
                                    van het horecabedrijf of openbare orde op ontoelaatbare wijze
                                    nadelig wordt beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde
                                    weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter
                                    van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of
                                    zal gelegen zijn, de aard van het horecabedrijf en de spanning,
                                    waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal
                                    komen te staan door de exploitatie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf in een winkel
                                    als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de
                                    horeca een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit. Voor
                                    zowel de winkel als het horecabedrijf gelden dezelfde
                                    sluitingstijden van de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voorts geldt het eerste lid niet voor: a. een horecabedrijf in
                                    zorginstellingen; b. een horecabedrijf in musea;</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een vergunning voor het exploiteren van een horecabedrijf,
                                    waarin alcoholhoudende dranken worden verkocht, vervalt indien
                                    de leidinggevende van het horecabedrijf niet in het bezit is van
                                    een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en
                                    Horecawet.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28a</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel
                                    2:28 moet een aanvraag bij de burgemeester worden ingediend
                                    volgens een door de burgemeester vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag, bedoeld in het vorige lid, wordt
                                    tenminste:</al><al> a opgaaf gedaan van de personalia en het adres van de
                                    leidinggevende(n);</al><al> b opgaaf gedaan van de personalia en het adres van de houder
                                    voor zover hij een natuurlijk persoon is en van de zetel en het
                                    adres ingeval de houder een rechtspersoon is;</al><al> c opgaaf gedaan van het adres en de aard van het
                                    horecabedrijf;</al><al> d een nauwkeurige omschrijving van de ruimte waarvoor de
                                    vergunning moet gelden, waarbij is opgenomen de oppervlakte
                                    daarvan en een plattegrond van het horecabedrijf. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning wordt schriftelijk aangevraagd door de natuurlijke
                                    perso(o)n(en) of rechtspersoon voor wiens rekening de
                                    exploitatie van het horecabedrijf geschiedt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergunning is niet overdraagbaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28b</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester beslist binnen twaalf weken na de datum waarop
                                    de aanvraag met bijbehorende bescheiden zijn ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken
                                    verdagen. De aanvrager van de vergunning wordt voor de afloop
                                    van de in het eerste lid bedoelde termijn schriftelijk in kennis
                                    gesteld van de verdaging.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de houder van een horecabedrijf, waarvoor op grond van de
                                    Drank- en Horecawet een vergunning is vereist, verboden dit voor
                                    bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of
                                    te laten verblijven:</al><al> op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur en 05.00 uur, en
                                    op zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 05.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is de houder van een horecabedrijf, waarvoor op grond van de
                                    Drank- en Horecawet geen vergunning is vereist, verboden deze
                                    voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te
                                    laten of te laten verblijven:</al><al> op maandag tot en met vrijdag tussen 02.00 uur en 05.00 uur, en
                                    op zaterdag en zondag tussen 03.00 uur en 05.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Overeenkomstig het gestelde in artikel 1.4 kan de burgemeester
                                    door middel van een vergunningvoorschrift voor een afzonderlijk
                                    horecabedrijf of voor een daartoe behorend terras een ander
                                    sluitingsuur of andere sluitingsuren vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in lid 1 en 2 stelt het college
                                    gedifferentieerde sluitingstijden vast voor categorieën
                                    horecabedrijven, waaraan op grond van artikel 4 Drank- en
                                    Horecawet beperkende voorwaarden zijn opgelegd en welke
                                    uitsluitend of mede dienst doen voor sportactiviteiten, dan wel
                                    gelegen zijn op een terrein dat dienst doet of bestemd is voor
                                    sportactiviteiten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften van toepassing
                                    zijn.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de in lid 1, 2 en 4
                                    van dit artikel vervatte verboden.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingsuur; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor één of
                                    meer horecabedrijven tijdelijk andere dan de krachtens artikel
                                    2:29 geldende sluitingsuren vaststellen of tijdelijk sluiting
                                    bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover artikel 13b
                                    Opiumwet van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</titel></kop><al>Het is bezoekers van een horecabedrijf verboden gedurende de tijd
                                dat dit bedrijf krachtens artikel 2:29 of ingevolge een op grond van
                                artikel 2:30 genomen besluit gesloten dient te zijn, zich daarin of
                                aldaar te bevinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                    voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:27 geen inrichting
                                is in de zin van artikel 174 Gemeentewet treedt niet de burgemeester
                                maar het college op als bevoegd bestuursorgaan ten behoeve van de
                                artikelen 2:28 tot en met 2:30.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8A</nr><titel>Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                                Drank- en Horecawet</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a</nr><titel>Schenktijden paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><al>1.Paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten
                                van sportieve aard verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank
                                onder de volgende voorwaarden:</al><al>1. Voor de sportkantines gelden de volgende schenktijden:</al><al>1. <onderstreept>voor alle kantines van
                                    voetbalverenigingen</onderstreept>:</al><al>1. Deze vergunning geldt uitsluitend voor het verstrekken van
                                alcoholhoudende dranken voor gebruik ter plaatse tijdens het
                                sportgebeuren, waaronder wordt verstaan wedstrijden,
                                oefenwedstrijden en collectieve trainingen, alsmede
                                clubavonden:</al><al>* </al><al>op maandag t/m woensdag tussen 09.00 en 23.00 uur;</al><al>* </al><al>op donderdag tussen 09.00 en 01.00 uur van de daaropvolgende
                                dag;</al><al>* </al><al>op vrijdag en zaterdag tussen 09.00 en 22.00 uur;</al><al>* </al><al>op zondag tussen 09.00 en 21.00 uur.</al><al><onderstreept>voor de kantine van de
                                hockeyvereniging</onderstreept>:</al><al> Deze vergunning geldt uitsluitend voor het verstrekken van
                                alcoholhoudende dranken voor gebruik ter plaatse tijdens het
                                sportgebeuren, waaronder wordt verstaan wedstrijden,
                                oefenwedstrijden en collectieve trainingen, alsmede
                                clubavonden:</al><al>* </al><al>op maandag t/m donderdag tussen 09.00 en 23.00 uur;</al><al>* </al><al>op vrijdag tussen 09.00 en 01.00 uur van de daaropvolgende dag;</al><al>* </al><al>op zaterdag tussen 09.00 en 22.00 uur;</al><al>* </al><al>op zondag tussen 09.00 en 21.00 uur.</al><al><onderstreept>voor de kantine van de
                                    korfbalvereniging</onderstreept>:</al><al>Deze vergunning geldt uitsluitend voor het verstrekken van
                                alcoholhoudende dranken voor gebruik ter plaatse tijdens het
                                sportgebeuren, waaronder wordt verstaan wedstrijden,
                                oefenwedstrijden en collectieve trainingen, alsmede
                                clubavonden:</al><al> * </al><al> op maandag tussen 09.00 en 23.00 uur;</al><al> * </al><al> op dinsdag tussen 09.00 uur en 00.00 uur van de daaropvolgende
                                dag;</al><al> * </al><al> op woensdag tussen 09.00 uur en 23.00 uur;</al><al> * </al><al> op donderdag tussen 09.00 uur en 00.00 uur van de daaropvolgende
                                dag; </al><al> * </al><al> op vrijdag tussen 09.00 en 01.00 uur van de daaropvolgende
                                dag;</al><al> * </al><al> op zaterdag tussen 09.00 en 20.00 uur;</al><al> * </al><al> op zondag tussen 09.00 en 19.00 uur.</al><al><onderstreept>voor de kantine van tennisvereniging De
                                    Meijvink</onderstreept>:</al><al>Deze vergunning geldt uitsluitend voor het verstrekken van
                                alcoholhoudende dranken voor gebruik ter plaatse tijdens het
                                sportgebeuren, waaronder wordt verstaan wedstrijden,
                                oefenwedstrijden en collectieve trainingen, alsmede
                                clubavonden:</al><al> * </al><al>op maandag tot en met donderdag tussen 09.00 uur en 01.00 uur van de
                                daaropvolgende dag;</al><al> * </al><al> op vrijdag tot en met zondag tussen 09.00 uur en 23.00 uur.</al><al> Voor tennisvereniging het Root, petanque- en
                                handboogverenigingen:</al><al>deze vergunning geldt uitsluitend voor het verstrekken van
                                alcoholhoudende dranken voor gebruik ter plaatse tijdens het
                                sportgebeuren, waaronder wordt verstaan wedstrijden,
                                oefenwedstrijden en collectieve trainingen, alsmede
                                clubavonden:</al><al> * </al><al> op maandag t/m zondag tussen 09.00 en 00.00 uur van de
                                daaropvolgende dag.</al><al>De schenktijden van de diverse kantines zijn vastgesteld op basis
                                van de hoofdactiviteiten van de desbetreffende verenigingen.</al><al>2.Overige paracommerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend
                                alcoholhoudende drank gedurende de periode beginnende met 1 uur voor
                                aanvang en eindigende met 1 uur na beëindiging van de georganiseerde
                                activiteiten, welke vallen binnen de statutaire doelen c.q. de
                                toegestane activiteiten van de desbetreffende paracommerciële
                                rechtspersoon.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34b</nr><titel>Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><al>Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende
                                drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en tijdens
                                bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet rechtstreeks bij
                                de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn,
                                wanneer dit leidt tot oneerlijke mededinging. </al><al>Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende
                                drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en tijdens
                                bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet rechtstreeks bij
                                de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn,
                                wanneer dit leidt tot oneerlijke mededinging. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>inrichting: elke al of niet besloten ruimte waarin, in de
                                        uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de
                                        mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen
                                        wordt verschaft;</al></li><li nr="2."><al>houder: degene die een inrichting exploiteert, dan wel
                                        daarin de feitelijke leiding heeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of het
                                houden van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen
                                daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de
                                burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon
                                    is verplicht een register, als bedoeld in artikel 438 van het
                                    Wetboek van Strafrecht, bij te houden dat is ingericht volgens
                                    het door de burgemeester vastgestelde model.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon
                                    is verplicht het in het eerste lid bedoelde register aan de
                                    burgemeester of aan een door hem aangewezen ambtenaar over te
                                    leggen op een door de burgemeester te bepalen wijze.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt dan wel de
                                kampeerder is verplicht onverwijld aan de houder van die inrichting
                                volledig en naar waarheid zijn of haar naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst, alsmede
                                de dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                    publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een
                                    omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden
                                    enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare
                                    voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                            eerste lid, onder c, van de Wet op de Kansspelen
                                            vergunning verleend is;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of
                                            de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                            verlenen;</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om
                                            het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet
                                            op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op
                                            speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op
                                            de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1,
                                            onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                            speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare
                                            wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van
                                            de speelgelegenheid;</al><al> b indien de exploitatie van een speelgelegenheid in
                                            strijd is met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder
                                            a van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                            onder c van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder d van de Wet;</al></li><li nr="e."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder e van de Wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
                                    toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
                                    toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in het
                                    geheel niet zijn toegestaan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a Gemeentewet gesloten
                                    woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die
                                    woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b Opiumwet gesloten
                                    woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij
                                    die woning of dat lokaal behorend erf, een voor publiek
                                    toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voor personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal
                                    wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd van de in het eerste of tweede lid
                                    bedoelde verboden ontheffing te verlenen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing als bedoeld in het vierde lid is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is te bekrassen of te
                                    bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of op dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                            wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof enige
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbrengen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij
                                    zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer,
                                    kleur- of verfstof of verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen
                                    niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de
                                    toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                                    sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van
                                    braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te
                                    voorkomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44a</nr><titel>Vervoer geprepareerde voorwerpen (rooftassen)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te
                                    vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk
                                    toe is uitgerust om het plegen van (winkel) diefstal te
                                    vergemakkelijken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het voorwerp
                                    niet bestemd is voor de in het eerste lid bedoelde
                                    handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zich te
                                    bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken,
                                    wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten
                                    de daarin gelegen wegen of paden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing als bedoeld in het tweede lid is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien dat rijden door de omstandigheden redelijkerwijs
                                    gebillijkt wordt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor
                                    zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                    Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal
                                    wegenreglement Noord-Brabant.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                    hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op
                                            een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                            toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                                            afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers
                                            of aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder berokkent.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 424,
                                    426bis, 431 van het Wetboek van Strafrecht, of artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47a</nr><titel>Uitjouwen, naschreeuwen, vechten etc.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in het openbaar:</al><lijst><li nr="a."><al>iemand uit te jouwen, toe- of na te schreeuwen, met
                                            aanstootgevende taal lastig te vallen, dan wel op andere
                                            wijze overlast aan te doen;</al></li><li nr="b."><al>te vechten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in lid 1 bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de artikelen 118, 119,
                                    137c, 137d, 137e, 147, 424 of 426bis van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47b</nr><titel>Verplichte route</titel></kop><al>Het is door de burgemeester aangewezen groepen van personen verboden
                                op door hem aangewezen tijdstippen van een door hem aangewezen route
                                af te wijken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Hinderlijk drankgebruik en openlijk drugsgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats binnen de bebouwde kom of
                                    een nader door het college aan te wijzen gebied, alcoholhoudende
                                    drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke
                                    met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                            bedoeld in artikel 2:27, eerste lid;</al></li><li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35, van de Drank- en Horecawet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats binnen de bebouwde kom of
                                    een nader door het college aan te wijzen gebied softdrugs te
                                    gebruiken of openlijk voorhanden te hebben.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onder softdrugs wordt verstaan: de middelen, genoemd in lijst
                                    II, onderdeel b, behorende bij de Opiumwet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48a</nr><titel>Glazen en drinkgerei</titel></kop><al>De houder van een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:27 is
                                verplicht zodanige maatregelen te nemen dat de bezoekers van zijn
                                inrichting geen glas of flessen buiten de inrichting brengen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op
                                                te houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn
                                                of een drempel van een gebouw te zitten of te
                                                liggen.</al></li></lijst></li></lijst><al>2 Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                gebouwen, die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder
                                redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik
                                bestemde ruimte van een zo'n gebouw.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen dan wel te bezigen voor een ander doel dan waarvoor
                                de desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek,
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt- en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op de door de burgemeester aangewezen uren en
                                plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een terrein
                                waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid
                                gehouden wordt welke publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan
                                de bezoekers van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel van
                                    een gebouw of woonwagen op te houden met de kennelijke bedoeling
                                    deze persoon dan wel een zich in dit gebouw of woonwagen
                                    bevindende persoon, te bespieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                    optisch instrument een zich in een gebouw of woonwagen
                                    bevindende persoon te bespieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet is
                                            aangelijnd; of</al></li><li nr="c."><al>op de weg indien die hond niet is voorzien van een
                                            halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar
                                            of houder duidelijk doet kennen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van
                                    toepassing op door het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn niet
                                    van toepassing op de eigenaar of houder van een hond:</al><lijst><li nr="a."><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                            sociale hulphond laat begeleiden; of</al></li><li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                            geleidehond of sociale hulphond.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><al>1 De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen
                                dat die hond zich niet binnen de bebouwde kom van uitwerpselen
                                ontdoet, uitgezonderd daartoe aangewezen hondenuitlaatstroken en/of
                                hondentoiletten. </al><al>2 Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                college aangewezen plaatsen.</al><lijst><li nr="3."><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste
                                        lid gestelde gebod wordt opgeheven, indien de eigenaar of
                                        houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen
                                        onmiddellijk worden verwijderd.</al></li><li nr="4."><al>Ter uitvoering van het in het derde lid gestelde dient de
                                        eigenaar of houder van de hond een opruimmiddel bij zich te
                                        hebben.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college een hond in verband met zijn gedrag
                                    gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van
                                    die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod
                                    opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare
                                    plaats of op het terrein van een ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is
                                    de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte,
                                    gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht
                                    is de hond voorzien te houden van een muilkorf die:</al><lijst><li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of
                                            van beide stoffen;</al></li><li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de
                                            hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van
                                            de mens niet mogelijk is; en</al></li><li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                            afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van
                                            de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
                                            aanwezig zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder c,
                                    dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn
                                    van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek
                                    identificatienummer door middel van een microchip die met een
                                    chipreader afleesbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                    plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde
                                            regels;</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen plaats die een krachtens het eerste lid is aangewezen,
                                    ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het
                                    eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Overlast van dieren</titel></kop><al>Ieder die de zorg voor een dier heeft, moet voorkomen dat dit voor
                                een omwonende of voor de omgeving hinder veroorzaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op vee, dat zich bevindt in een aan een weg liggend
                                weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een
                                deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
                                maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan
                                bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Vernietiging van rupsen en rupsennesten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, hetzij bij openbare kennisgeving ten aanzien
                                    van het gehele gebied van de gemeente of van bepaalde delen
                                    daarvan, hetzij bij persoonlijke kennisgeving aan de
                                    rechthebbende van een of meer bepaalde percelen mededelen, dat
                                    zij het noodzakelijk achten, dat aldaar in bomen of ander
                                    houtgewas voorkomende rupsen en rupsennesten verwijderd en
                                    vernietigd worden vóór een bij die kennisgeving bepaalde
                                    datum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op percelen binnen het bij die openbare
                                    kennisgeving aangewezen gebied of van de in de persoonlijke
                                    kennisgeving aangeduide percelen is verplicht vóór de door het
                                    college bepaalde datum te zorgen, dat de in bomen of ander
                                    houtgewas op zijn perceel voorkomende rupsen en rupsennesten
                                    verwijderd en vernietigd zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bijen te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere
                                            gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></li><li nr="b."><al>binnen een afstand van 30 meter van de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op een
                                    afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een
                                    afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger
                                    als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen
                                    te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    niet voor zover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen
                                    of gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt
                                    niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp is voorzien in
                                    het Provinciaal wegenreglement Noord-Brabant.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de
                                weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om
                                geld of andere zaken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de
                                        algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437,
                                        eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht</al></li><li nr="b."><al>Verkoopregister: het aantekening houden van het verkopen of
                                        op andere wijze overdragen van alle gebruikte en ongeregelde
                                        goederen door de handelaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij
                                    onverwijld:</al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                            goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen – voor
                                            zover dat mogelijk is – soort, merk en nummer van het
                                            goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed;</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                            verkregen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 ter, eerste lid, van
                                    het Wetboek van Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>wanneer hij overeenkomstig het bepaalde in artikel 437 ter,
                                        tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de burgemeester
                                        of de door deze aangewezen ambtenaar er schriftelijk van in
                                        kennis stelt dat hij van het opkopen een beroep of gewoonte
                                        maakt, daarbij tevens schriftelijk opgave te doen van zijn
                                        woonadres en van het volledig adres van elke lokaliteit door
                                        hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik
                                        genomen;</al></li><li nr="b."><al>de onder a bedoelde functionaris onder aanbieding van zijn
                                        register(s) onverwijld doch in ieder geval binnen drie
                                        dagen, schriftelijk in kennis te stellen van een verandering
                                        van zijn woonadres, zomede van het adres of de adressen van
                                        een bij hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik
                                        zijnde lokaliteit;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van de lokaliteit waar de onderneming is
                                        gevestigd een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard
                                        van de onderneming duidelijk zichtbaar voorkomen;</al></li><li nr="d."><al>indien hij in de gelegenheid is enig goed te verkrijgen
                                        waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat het van
                                        misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is
                                        gegaan, hiervan onverwijld kennis te geven aan de onder a
                                        bedoelde functionaris;</al></li><li nr="e."><al>zijn administratie op eerste aanvraag ter inzage te geven
                                        aan de burgemeester of een daartoe door de burgemeester
                                        aangewezen ambtenaar;</al></li><li nr="f."><al>wanneer hij heeft opgehouden van het opkopen een beroep of
                                        gewoonte te maken, onderscheidenlijk het beroep van
                                        handelaar niet langer uitoefent, de onder a bedoelde
                                        functionaris hiervan onverwijld doch in ieder geval binnen
                                        drie dagen schriftelijk in kennis te stellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>Het is de handelaar of een voor hem handelend persoon verboden enig
                                door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen dat het
                                onder zijn berusting is, over te dragen of daarin enige wijziging
                                aan te brengen tenzij deze wijziging van geen invloed is op de
                                herkenbaarheid van het goed. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder
                                consumentenvuurwerk:consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22
                                januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten-
                                en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of
                                    nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan
                                    wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder
                                    een vergunning van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan
                                    veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden bedoeld in het eerste en tweede lid zijn niet van
                                    toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429,
                                    aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing genoemd in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                                besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
                                groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze
                                personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:10, 2:11, 2:16, 2:19, 2:22,
                                2:26, 2:47, 2:47a, 2:48, 2:49, 2:50, 2:73 of 5:34 groepsgewijs niet
                                naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een
                                    bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                    plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid, als bedoeld in het eerste
                                    lid, eveneens ten aanzien van andere openbare plaatsen</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                        bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent,dan wel
                                        uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:</al><al> 1 de exploitant;</al><al> 2 de beheerder;</al><al> 3 de prostituee;</al><al> 4 het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al><al> 5 toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel
                                        6.2 van deze </al><al> verordening;</al><al> 6 andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting
                                        wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit
                                hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning wordt in ieder geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder;</al></li><li nr="c."><al>het aantal werkzame prostituees;</al></li><li nr="d."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf;</al></li><li nr="e."><al>de plaatselijke en kadastrale ligging van de inrichting
                                            door middel van een situatietekening waarop tenminste
                                            twee straten staan aangegeven met een schaal van
                                            tenminste 1:1000:</al></li><li nr="f."><al>de plattegrond(en) van de inrichting door middel van een
                                            tekening met een schaal van ten minste 1:100;</al></li><li nr="g."><al>bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de
                                            Kamer van Koophandel;</al></li><li nr="h."><al>bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is
                                            tot het gebruik van de ruimte bestemd voor de
                                            seksinrichting;</al></li><li nr="i."><al>verklaring omtrent gedrag van de exploitant en
                                            beheerder.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de vergunning wordt in ieder geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder:</al><lijst><li nr="a."><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
                                            en</al></li><li nr="c."><al>hebben de leeftijd van 21 jaar bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, zijn de exploitant en
                                    de beheerder niet:</al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van
                                            Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of
                                            met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van
                                            Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, inclusief de drie
                                            openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius,
                                            Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dan wel door een andere
                                            rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands
                                            recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge
                                            artikel 67, eerste lid van het Wetboek van
                                            Strafvordering is toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van € 500,= of meer of
                                            tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9,
                                            eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht,
                                            wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al><al> 1 bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                            Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet
                                            arbeid vreemdelingen;</al><al> 2 de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot
                                            en met 249, 250a (oud), 252, 273a, 300 tot en met 303,
                                            416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek
                                            van Strafrecht;</al><al> 3 de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6
                                            jº artikel 8 of jº artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                            1994;</al><al> 4 de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b
                                            van de Wet op de kansspelen;</al><al> 5 de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                            weerkorpsen;</al><al> 6 de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                            munitie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                            Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom
                                            minder dan € 375,= bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder zijn binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste één maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem ter zake geen verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten
                                    verblijven:</al><lijst><li nr="a."><al>op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 en 08.00
                                            uur;</al></li><li nr="b."><al>op zaterdag en zondag tussen 02.00 en 08.00 uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift
                                    als bedoeld in artikel 1.4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet voor
                                    zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de
                                    op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingsuur; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13 tweede lid, genoemde belangen
                                    of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk
                                    kan het bevoegd bestuursorgaan:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of
                                            tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
                                    artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke
                                            vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
                                            (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie; en</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te
                                    nodigen, dan wel aan te lokken en/of op deze aanlokking in te
                                    gaan: a. op of aan andere dan door het college aangewezen wegen
                                    of gebieden.</al><lijst><li nr="b."><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde
                                            tijden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de
                                    wegen en gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid, het
                                    bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting
                                    te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13, tweede
                                    lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een
                                    bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid bij besluit
                                    verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een
                                    openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en
                                    op de tijden bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9a</nr><titel>Ontuchtige handelingen</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg ontuchtige handelingen te
                                verrichten, indien redelijkerwijze kan worden aangenomen dat deze
                                geschieden in het kader van prostitutie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college van burgemeester en
                                wethouders in het belang van de openbare orde of de woon- en
                                leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-</titel></kop><al><vet> pornografische goederen, afbeeldin</vet><vet>gen
                                    en
                                der</vet><vet>gelijke</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden
                                        daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen,
                                        gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                        erotisch-pornografische aard openlijk tentoon te stellen,
                                        aan te bieden of aan te brengen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de
                                                rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van
                                                tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de
                                                openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar
                                                brengt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                                bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of
                                                de woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                        opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken
                                        dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van
                                        gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid
                                        van de Grondwet.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Beslissingstermijn; weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al><al> a de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel
                                    3:5 gestelde eisen;</al><al> b de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                    beheersverordening, exploitatieplan, voorbereidingsbesluit,
                                    stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening, of;</al><al> c er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd
                                    met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij
                                    of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet
                                    bepaalde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning
                                    bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of
                                    vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, worden
                                    geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde; b. het voorkomen of beperken van
                                            overlast; c. het voorkomen of beperken van aantasting
                                            van het woon- en leefmilieu; d. de veiligheid van
                                            personen of goederen; e. de verkeersvrijheid of
                                            –veiligheid; f. de gezondheid of zedelijkheid; g. de
                                            arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g, het
                                    beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                    feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan
                                    het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET
                            UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer ;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen.</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet Geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit en artikel 4:5 gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113,
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid en tweede lid,
                                    kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in één
                                    of meer van de volgende delen: Asten-centrum, Heusden en
                                    Ommel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en
                                    tweede lid nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting, bedraagt niet</al><al> meer dan 65 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen
                                    op een hoogte </al><al> van 1,5 meter.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 5 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van
                                    toepassing zijn mits de houder van de inrichting ten minste drie
                                    weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in
                                    kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    4.113, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is mits
                                    de houder van de inrichting ten minste drie weken voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van de
                                    kennisgeving als bedoeld in het eerste en tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het in het
                                    derde lid bedoelde formulier, volledig en naar waarheid
                                    ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier
                                    vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting, bedraagt niet</al><al> meer dan 65 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen
                                    op een hoogte </al><al> van 1,5 meter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De geluidsnorm is exclusief 10 dB(A) aftrek vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens</al><al> wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De geluidsnorm als bedoeld in het zevende lid geldt voor het
                                    bebouwde gedeelte</al><al> van de inrichting en niet voor de buitenruimte.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>Het is verboden een incidentele festiviteit te organiseren, toe te
                                laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen indien de
                                burgemeester het organiseren van een incidentele festiviteit
                                verboden heeft wanneer naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in
                                de omgeving van de inrichting en/of openbare orde op ontoelaatbare
                                wijze wordt beïnvloed. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals
                                        bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid
                                        van het Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen
                                        tabel van toepassing, met dien verstande dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of
                                                aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de
                                                gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen
                                                toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren
                                                of doen uitvoeren van geluidsmetingen;</al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook
                                                gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het
                                                terrein;</al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen,
                                                voor zover het woningen betreft, gelden in
                                                geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten;</al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld
                                                in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt
                                                toegepast.</al></li><li nr="e."><al>Tabel</al></li></lijst></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="44*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="18*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="19*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="19*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>7.00 – 19.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>19.00 – 23.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>23.00 – 7.00 uur</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>45 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>35 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>30 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>70 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>65 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>55 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>45 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="2."><al>Voor de duur van 20 uur in de week is onversterkte muziek,
                                        vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten,
                                        harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting
                                        gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de
                                        genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. Indien versterkte
                                        elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen,
                                        wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en
                                        is het Besluit van toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3
                                        van deze verordening van toepassing is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluid en lichthinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen
                                    of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te
                                    verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving
                                    geluidhinder wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet, voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de
                                    Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de
                                    Provinciale milieuverordening Noord-Brabant.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde inrichting
                                of plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet-openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of één of meer
                                            bomen;</al></li><li nr="b."><al>hakhout: één of meer bomen die na te zijn geveld,
                                            opnieuw op de stronk uitlopen;</al></li><li nr="c."><al>dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan
                                            van de houtopstand;</al></li><li nr="d."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente,
                                            vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de
                                            Boswet;</al></li><li nr="e."><al>iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel
                                            Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi
                                            (Buism.) C. Moreau);</al></li><li nr="f."><al>iepenspintkever: het insect in elk ontwikkelingsstadium,
                                            behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en
                                            Scolytus multistriatus (Marsh) en Scolytus pymaeus.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien met
                                    inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen
                                    die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van
                                    houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een
                                    houtopstand te vellen of te doen vellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs
                                            landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit
                                            populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot;</al></li><li nr="b."><al>vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;</al></li><li nr="c."><al>fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te
                                            dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het
                                            bijzonder bestemde terreinen;</al></li><li nr="d."><al>kweekgoed;</al></li><li nr="e."><al>houtopstand die bij wijze van dunning moet worden
                                            geveld;</al></li><li nr="f."><al>houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het
                                            Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen
                                            is buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een
                                            zelfstandige eenheid vormt die:</al><al> ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are</al><al> ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20
                                            bomen, gerekend over het totale aantal rijen;</al></li><li nr="g."><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                            Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last
                                            van burgemeester en wethouders, zulks onverminderd het
                                            bepaalde in artikel 4.3.6;</al></li><li nr="h."><al>houtopstand, waarvan de gemeente de eigenares of de
                                            rechthebbende is, wanneer het gaat om het vellen van
                                            dode/afgestorven bomen en wanneer het gaat om
                                            gemeentelijke naaldbomen en -coniferen;</al></li><li nr="i."><al>houtopstand in tuinen of erven behorende bij woningen
                                            gelegen binnen de bebouwde kom, voor zover er geen
                                            sprake is van een beschermwaardige boom zoals bedoeld in
                                            de door de raad vastgestelde Lijst beschermwaardige
                                            bomen;</al></li><li nr="j."><al>houtopstand gelegen buiten de bebouwde kom die is
                                            aangeplant in het kader van het Convenant van 28
                                            februari 1996 tussen de gemeente Asten en de
                                            NCB-afdelingen Asten, Heusden en Ommel (later te noemen
                                            Z.L.T.O.) inzake de stimulering van erfbeplantingen en
                                            landschappelijke beplantingen, indien het voornemen om
                                            te (doen) vellen van voornoemde houtopstand tenminste
                                            drie weken voorafgaand aan de datum van velling
                                            schriftelijk aan het college wordt gemeld; mits het
                                            voornemen om te (doen) vellen tenminste drie weken
                                            voorafgaand aan de datum van velling wordt gemeld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beslissing
                                    bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11a</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning moet worden aangevraagd door of namens, dan wel
                                    met toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door
                                    degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd
                                    is over de houtopstand te beschikken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer het bureau LASER aan het college een afschrift heeft
                                    toegezonden van de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2
                                    van de Boswet, beschouwt het college dit afschrift mede als een
                                    vergunningaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11b</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning kan worden geweigerd op grond van:</al><lijst><li nr="a."><al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="c."><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en
                                        dorpsschoon;</al></li><li nr="d."><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="e."><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="f."><al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand;</al></li><li nr="g."><al>andere redenen van milieubeheer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11c</nr><titel>Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren
                                    het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en
                                    overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen
                                    moet worden herplant.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan
                                    kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                    herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning wordt verleend onder de standaardvoorwaarde van
                                    feitelijk niet-gebruik tot het moment dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de termijn om een bezwaarschrift in te dienen is
                                            verstreken zonder dat een bezwaarschrift is ingediend,
                                            of</al></li><li nr="b."><al>beslist is op bezwaar of op een verzoek om voorlopige
                                            voorziening dat is ingediend tijdens de termijn om een
                                            bezwaarschrift in te dienen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien geen gehoor wordt gegeven aan het gestelde onder het 1e
                                    en 2e lid van dit artikel, kan het bevoegd gezag na het
                                    verstrijken van de gestelde termijn de uit te voeren
                                    plantwerkzaamheden met daarbij horende voorschriften door een
                                    derde laten uitvoeren, waarna de gemaakte kosten in deze worden
                                    verhaald op degene die ingevolge artikel 4:11a gerechtigd is tot
                                    het doen van een “aanvraag om vergunning”.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11d</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                    deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het
                                    bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is
                                    gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de
                                    grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die
                                    uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is,
                                    de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door
                                    hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen
                                    termijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd,
                                    dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                    herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                    deze afdeling van toepassing is, in het voortbestaan ernstig
                                    wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de
                                    zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand
                                    bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het
                                    treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen
                                    om overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een
                                    door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor
                                    die bedreiging wordt weggenomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste, tot
                                    en met derde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is
                                    verplicht daaraan te voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11e</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende door de
                                toepassing van artikel 4:11, artikel 4:11c of artikel 4:11d, schade
                                lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel te
                                zijnen laste behoort te komen en waarvan de vergoeding niet
                                anderszins is verzekerd, kent het college hem op zijn verzoek een
                                naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11f</nr><titel>Bestrijding iepziekte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar
                                    het oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren voor
                                    verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van
                                    iepenspintkevers is de rechthebbende, indien hij daartoe door
                                    het bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht binnen de bij de
                                    aanschrijving vast te stellen termijn:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;</al></li><li nr="b."><al>de iepen te ontschorsen en de schors te
                                            vernietigen;</al></li><li nr="c."><al>of de niet ontschorste iepen of delen daarvan te
                                            vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding
                                            van de iepziekte wordt voorkomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>a het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of
                                    in voorraad te hebben of te vervoeren.</al><al> b het verbod is niet van toepassing op geheel ontschorst
                                    iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4
                                    cm.</al><al> c Het college kan ontheffing verlenen van het onder a van dit
                                    lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het niet voldoen aan de in het 1e lid bedoelde aanschrijving
                                    biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de
                                    noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van
                                    aangeschrevene, door of namens de gemeente kunnen worden
                                    verricht.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag bromfietsen, motorvoertuigen, caravans, afvalstoffen,
                                    mest, ingekuilde landbouwproducten e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin
                                    van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de
                                    volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben:</al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
                                            onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel; of</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                            metalen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of
                                    krachtens de Provinciale milieuverordening Noord Brabant of de
                                    Afvalstoffenverordening gemeente Asten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>meststoffen: meststoffen als bedoeld in artikel 1 van de
                                            Meststoffenwet;</al></li><li nr="b."><al>emissiearm aanwenden: gebruiken van meststoffen op de
                                            wijze die is aangegeven in de bij het Besluit gebruik
                                            meststoffen behorende bijlage II;</al></li><li nr="c."><al>grond: bouwland, maïsland en grasland.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het Besluit gebruik meststoffen is
                                    het verboden op gronden meststoffen uit te rijden, op te
                                    brengen, te doen uitrijden of te doen opbrengen op zaterdag,
                                    zondag en algemeen erkende feest- en gedenkdagen en op dagen dat
                                    het warmer is dan 25° Celsius.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van de in het tweede lid
                                    gestelde verboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Vervoer van meststof als dunne mest dient te geschieden in
                                    volledig gesloten transportmiddelen die in een zindelijke staat
                                    verkeren.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beslissing
                                    bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag op of
                                    aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met
                                    behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke
                                    vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor onverlichte:</al><lijst><li nr="a."><al>opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het
                                            inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet
                                            kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de
                                            weg;</al></li><li nr="b."><al>opschriften of aankondigingen op of aan onroerende
                                            zaken, aangewezen door de overheid;</al></li><li nr="c."><al>opschriften of aankondigingen kleiner dan 0.50 m2 en de
                                            langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben
                                            op:</al><al> – openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop,
                                            verhuur of verpachting van een onroerende zaak voor
                                            zolang zij feitelijke betekenis hebben;</al><al> – het beroep, de dienst, of het bedrijf dat in of op de
                                            onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak
                                            is bestemd;</al></li><li nr="d."><al>opschriften betrekking hebbend op de naam of aard van in
                                            uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen
                                            die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk
                                            betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht
                                            op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken
                                            zelf , zulks voor zolang zij feitelijke betekenis
                                            hebben;</al></li><li nr="e."><al>opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken
                                            dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn
                                            aangebracht ten dienste van dat vervoer;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor opschriften of
                                    aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij
                                    feitelijke betekenis hebben, mits:</al><lijst><li nr="a."><al>van het aanbrengen ervan tevoren schriftelijk
                                            kennisgeving is gedaan aan het bevoegd gezag;</al></li><li nr="b."><al>het bevoegd gezag niet binnen twee weken na ontvangst
                                            van de kennisgeving van enig bezwaar heeft doen
                                            blijken;</al></li><li nr="c."><al>deze opschriften of aankondigingen niet langer dan negen
                                            weken op de onroerende zaak aanwezig zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden door een opschrift aankondiging of afbeelding
                                    als bedoeld in het tweede en derde lid de veiligheid van het
                                    verkeer in gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving
                                    te veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de verkeersveiligheid;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                            overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen
                                            onroerende zaak;</al></li><li nr="d."><al>in het belang van de bescherming van het natuur- en/of
                                            landschapsschoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>a. het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale
                                    landschapsverordening Noord-Brabant;</al><lijst><li nr="b."><al>de weigeringsgrond van het vijfde lid onder a geldt niet
                                            voor bouwwerken;</al></li><li nr="c."><al>de weigeringsgrond van het vijfde lid onder c geldt niet
                                            voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                            voorzien door de Wet milieubeheer.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beslissing
                                    bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15a</nr><titel>Aanschrijving</titel></kop><al>Indien door een opschrift, aankondiging of afbeelding als bedoeld in
                                het tweede lid van artikel 4:15, dan wel aangebracht voor een ander
                                doel dan handelsreclame, de veiligheid van het verkeer in gevaar
                                wordt gebracht of ernstige hinder voor de omgeving wordt
                                veroorzaakt, is het college bevoegd de rechthebbende
                                onderscheidenlijk de hoofdgebruiker van de onroerende zaak aan te
                                schrijven tot het treffen van maatregelen ter voorkoming, ter
                                beperking of ter opheffing van dit gevaar of deze hinder. Degene tot
                                wie de aanschrijving is gericht, of diens rechtsopvolger, is
                                verplicht deze aanschrijving op te volgen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan:</al><al>Een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor
                                het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet
                                algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of
                                opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor
                                recreatief nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd
                                    of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van maximaal 2
                                    kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een
                                    terrein, mits het terrein niet is gelegen in bos- en
                                    natuurgebied.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van: a. de bescherming van natuur
                                    en landschap b. de bescherming van een stadsgezicht</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is niet van toepassing
                                    op door het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van
                                    de gronden, genoemd in artikel 4:18 vierde lid.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING</titel></kop><structuurtekst><al><vet>DER
                            GEMEENTE</vet></al></structuurtekst><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen.</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            met een straal van 25 meter met als middelpunt een dezer
                                            voertuigen; dan wel</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                    verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen tegen betaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet
                                    gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                            worden verricht die in totaal niet meer dan een uur
                                            vergen, zulks gedurende de tijd die nodig is voor en
                                            gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de in
                                            het eerste lid genoemde persoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing genoemd in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van dit verbod verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuigwrak op de weg te plaatsen of te
                                    hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder voertuigwrak wordt verstaan: een voertuig dat rijtechnisch
                                    in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk
                                    verwaarloosde toestand verkeert.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer .</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor de recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al><lijst><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen
                                            of te hebben op een door het college aangewezen weg,
                                            waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog
                                            op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of
                                            schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                                            gemeente;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren,
                                            waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het
                                            uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                    aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde is niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien door de Provinciale caravan- en
                                    tentenverordening, het Provinciaal wegenreglement Noord-Brabant,
                                    de Landschapsverordening Noord-Brabant of de lokale
                                    verordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar hun oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit naar hun oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op
                                    campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover
                                    deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op
                                    de weg worden geplaatst of gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet gedurende de
                                    tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van
                                    werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter
                                    plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen daar
                                    te parkeren, waar bewoners of gebruikers van nabijgelegen
                                    gebouwen of terreinen daarvan hinder of overlast kunnen
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig, fiets of bromfiets te rijden
                                    door dan wel deze te doen of te laten staan in een park of
                                    plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                    groenstrook.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van
                                    toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die nodig zijn en gebruikt worden ter
                                            uitvoering van werkzaamheden door of vanwege de
                                            overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmede standplaats wordt of is
                                            ingenomen op terreinen welke mede of uitsluitend voor
                                            dit doel zijn bestemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>1.Het is verboden op door het college in het belang van het
                                uiterlijk aanzien van de</al><al>gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter
                                voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen
                                fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten
                                of plaatsen te laten staan.</al><al>2.Het is verboden fietsen of bromfietsen, die rijtechnisch in
                                onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand
                                verkeren, op de weg te laten staan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Venten</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen aan te bieden op een openbare en in de
                                    open lucht gelegen plaats of aan huis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege
                                            degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen op jaarmarkten en markten als bedoeld in
                                            artikel 160, eerste lid onder h, van de Gemeentewet of
                                            op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22 van deze
                                            verordening;</al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen als bedoeld in het eerste lid op een
                                            standplaats als bedoeld in artikel 5:17 van deze
                                            verordening.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college te
                                    venten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al><al> indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente
                                    of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is
                                    dat door het verlenen van de vergunning een redelijk
                                    verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:15 geldt niet voor venten met gedrukte
                                    of geschreven stukken waarin gedachten of gevoelens worden
                                    geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het venten
                                    van gedrukte en geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens
                                    worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de
                                    Grondwet verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>Op door het college aangewezen openbare plaatsen;
                                            of</al></li><li nr="b."><al>Op door het college aangewezen dagen en uren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod van het
                                    tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                    diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen,
                                    zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>vaste plaatsen op jaarmarkten of markten als bedoeld in
                                            artikel 160, eerste lid onder h, van de
                                            Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>vaste plaatsen op evenementen als bedoeld in artikel
                                            2:24 van deze verordening;</al></li><li nr="c."><al>vaste plaatsen op snuffelmarkten als bedoeld in artikel
                                            5:22 van deze verordening.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van
                                            redelijke welstand;</al><al> b indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs
                                            te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
                                            een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter
                                            plaatse in gevaar komt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Aanhoudingsplicht</titel></kop><al>Het college houdt de aanvraag om een standplaatsvergunning aan,
                                indien de aanvraag een activiteit betreft waarvoor tevens een
                                omgevingsvergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 2.1,
                                eerste lid onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is
                                vereist. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder snuffelmarkt wordt verstaan: een markt in een voor het
                                    publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en
                                    incourante goederen worden verhandeld of diensten worden
                                    aangeboden vanaf een standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: a. een markt of
                                    jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en
                                    onder h van de Gemeentewet; b. een evenement als bedoeld in
                                    artikel 2:24 van deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op of aan het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                    voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar
                                    water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een
                                    melding aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens
                                    van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                    voorwerp.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in de daarin
                                    geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van
                                    Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                    Noord-Brabant, de Verordening Waterhuishouding Noord-Brabant, de
                                    Keur oppervlaktewateren van waterschap de Dommel of van
                                    waterschap de AA, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water:</al><lijst><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                            orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
                                            aanzien van de gemeente;</al><al> b beperkingen stellen naar soort en aantal
                                            vaartuigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                    Noord-Brabant, de Provinciale landschapsverordening
                                    Noord-Brabant, het Reglement watergangen Noord-Brabant 1987
                                    (P.B. nr. 213), de Keur oppervlaktewateren 1996 van waterschap
                                    De Dommel of de Keur De Aa 1998.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25
                                    bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                    Noord-Brabant, de Provinciale landschapsverordening
                                    Noord-Brabant, de Verordening Waterhuishouding van de provincie
                                    Noord-Brabant (P.B. nr. 213), de Keur oppervlaktewateren 1996
                                    van waterschap De Dommel of de Keur De Aa 1998 van toepassing
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens de artikelen 5:25, tweede lid
                                en 5:26 bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken en oevers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbaar water , havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening
                                    Noord-Brabant .</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel, dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement,
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de provinciale
                                    vaarwegenverordening Noord-Brabant, de Verordening
                                    Waterhuishouding van de provincie Noord-Brabant (P.B. nr. 213),
                                    de Keur oppervlaktewateren 1996 van waterschap De Dommel of de
                                    Keur De Aa 1998 van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                    bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd
                                    dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of
                                    proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te
                                    nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het
                                    kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere
                                    regels stellen voor het gebruik van deze terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de
                                            in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van
                                            het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                    het Besluit geluidsproductie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, Reglement
                                    verkeersregels en verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld
                                    in artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens 1990 of met een fiets of een paard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere
                                    regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers
                                    of berijders van paarden:</al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                            lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                                            door de minister van verkeer en waterstaat aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                            bedoeld ;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken welke
                                            krachtens wettelijk voorschrift moeten worden
                                            uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                            percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het
                                            eerste lid bedoeld ;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d. bedoelde personen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al><lijst><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
                                            van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de provinciale verordening
                                            ‘Stiltegebieden’ aangewezen stiltegebieden, ten aanzien
                                            van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening
                                            zijn aangewezen als ‘toestel’.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover het betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                            dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                            geen afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3 van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="-"><al>begraafplaats: een bijzondere begraafplaats als bedoeld in
                                        de Wet op de lijkbezorging.</al></li><li nr="-"><al>incidentele asverstrooiing: het verstrooien van as als
                                        bedoeld in de Wet op de Lijkbezorging op een door de
                                        overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                        permanent daartoe bestemd terrein.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al><lijst><li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het
                                    eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:38</nr><titel>Tijdvak voor begraven e.d.</titel></kop><al>Het is verboden te begraven of urnen met asbus bij te zetten buiten
                                het tijdvak van 09.00 uur tot 18.00 uur.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:39</nr><titel>Onbetamelijk gedrag op een begraafplaats</titel></kop><al>Het is verboden op een begraafplaats nodeloos rumoer te maken of
                                zich anderszins onbetamelijk te gedragen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:40</nr><titel>Aanwijzingen</titel></kop><al>Eenieder is verplicht de aanwijzingen op te volgen, die door of
                                namens de rechthebbende op een begraafplaats gegeven worden met
                                betrekking tot het uitvoeren van werkzaamheden of in het belang van
                                de orde en rust op de begraafplaats.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Straatnaamborden, huisnummering e.d.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:41</nr><titel>Gedoogplicht aanduidingen</titel></kop><al>1 De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op
                                of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de aanwijzingen van
                                het college, straatnaamborden, daarbij behorende onderschriften
                                daaronder begrepen, huisnummers en wijkaanduidingen, worden
                                aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al><al>2 Het college geeft tevoren schriftelijk kennis aan de rechthebbende
                                als bedoeld in het eerste lid van hun voornemen over te gaan tot het
                                doen aanbrengen of wijzigen van straatnaamborden, daarbij behorende
                                onderschriften daaronder begrepen, huisnummers en
                                wijkaanduidingen.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>1 Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de
                            op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen
                            wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete
                            van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met
                            openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>1 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de in artikel 141 en 142, 1e lid onder sub c van
                            het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren en de
                            buitengewoon opsporingsambtenaar, tevens belast met het toezicht op de
                            naleving van voorschriften bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 en
                            de Parkeerverordening centrumgebied Asten 1996.</al><al>2 Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                            krachtens deze verordening belast de door het college dan wel de
                            burgemeester aangewezen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2a</nr><titel>Toezichthouders Prostitutie Controle Team</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens hoofdstuk 3
                                van deze</al><al> verordening bepaalde zijn belast ambtenaren van het Prostitutie
                                Controle Team.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanwijzing, mandatering en de registratie van leden van het
                                Prostitutie Controle</al><al> Team worden geregeld in de Centrale Mandaatregeling Prostitutie
                                Controle Team.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Asten 2010
                                wordt ingetrokken met inwerkingtreding van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop
                                zij is bekend gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6.4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Algemene Plaatselijke
                            Verordening gemeente Asten 2014 (APV)</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Asten d.d. 11 maart 2014</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Griffier, </ondertekening><ondertekening>mr. M.B.W. van Erp-Sonnemans mr. H.G. Vos</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>Voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. H.G. Vos</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>