<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR326237_1</dcterms:identifier><dcterms:title>De Verordening Wet kinderopvang 2014 gemeente Hellevoetsluis</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hellevoetsluis</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hellevoetsluis</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Groot-Hellevoet, 18-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>De Verordening Wet kinderopvang 2014 gemeente Hellevoetsluis</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 1.6 en 1.13 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen en artikel 147 en 149 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>19-12-13/07</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Onbekend</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>De Verordening Wet kinderopvang 2014 gemeente Hellevoetsluis</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nummer: 19-12-13/07</al><al>De raad van de gemeente Hellevoetsluis;</al><al>gehoord de commissie zorg, welzijn en onderwijs;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders 12 november 2013, met
                        overneming van de daarin vermelde motieven, nummer: 19-12-13/07;</al><al>gelet op artikel 1.6 en 1.13 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen en
                        artikel 147 en 149 van de Gemeentewet;</al><al>overwegende dat het noodzakelijk is de verlening, de doelgroepen en de
                        vaststelling van de tegemoetkoming van de gemeente in de kosten van
                        kinderopvang bij verordening te regelen;</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>vast te stellen: De Verordening Wet kinderopvang 2014 gemeente
                        Hellevoetsluis.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet
                                kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, de Algemene wet
                                bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>het college</cursief>: het college van burgemeester
                                        en wethouders van Hellevoetsluis.</al></li><li nr="b."><al><cursief>de raad</cursief>: de gemeenteraad van
                                        Hellevoetsluis.</al></li><li nr="c."><al><cursief>de wet</cursief>: de Wet kinderopvang en
                                        kwaliteitseisen peuterspeelzalen.</al></li><li nr="d."><al><cursief>de </cursief><cursief>tegemoetkoming</cursief>: de
                                        totale gemeentelijke bijdrage in de kosten van kinderopvang
                                        per kalenderjaar.</al></li><li nr="e."><al><cursief>een </cursief><cursief>voorschot</cursief>: deel
                                        van de tegemoetkoming dat in maandelijkse termijn vooruit
                                        wordt verstrekt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><al>Deze verordening is uitsluitend van toepassing op ouders als bedoeld in
                            artikel 1.6 lid 1 onderdelen c en e, alsmede op alleenstaande ouders als
                            bedoeld in artikel 1.6 lid 1 sub j van de wet. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Aanvraag van de tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Te verstrekken gegevens bij de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang
                                bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam, adres en burgerservicenummer van de ouder;</al></li><li nr="b."><al>indien van toepassing: naam en burgerservicenummer van de
                                        partner en, indien dit een ander adres is dan het adres van
                                        de ouder: het adres van de partner;</al></li><li nr="c."><al>naam, geboortedatum en burgerservicenummer van het kind of
                                        de kinderen waarop de aangevraagde tegemoetkoming betrekking
                                        heeft;</al></li><li nr="d."><al>een offerte of contract van het kindercentrum of
                                        gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen waarin in
                                        ieder geval wordt aangegeven: het aantal uren kinderopvang
                                        per kind, de kostprijs per uur en de aanvangsdatum van de
                                        opvang;</al></li><li nr="e."><al>gegevens of een verwijzing naar gegevens waaruit blijkt dat
                                        de ouder behoort tot de groep personen als bedoeld in
                                        artikel 2 van deze verordening;</al></li><li nr="f."><al>overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen
                                        besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat de aanvraag geschiedt met behulp van een
                                door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld
                                aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag mede
                                ondertekend door de partner.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Verlening van de tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Het besluit tot verlenen van de tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college besluit over de aanvraag binnen vier weken na ontvangst
                                van alle benodigde gegevens.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan dit besluit met ten hoogste vierweken
                                verdagen. Het stelt de ouder hiervan schriftelijk in kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Ingangsdatum van de tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum waarop de
                                aanvraag voor de tegemoetkoming door het college in ontvangst is
                                genomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als op deze datum nog geen kinderopvang plaatsvindt, wordt de
                                tegemoetkoming verleend met ingang van de datum waarop de
                                kinderopvang zal plaatsvinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>De periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegemoetkoming wordt verleend voor het aantal maanden dat het te
                                volgen scholings- of re-integratietraject in een kalenderjaar
                                duurt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan het college de tegemoetkoming
                                voor een andere periode verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Omvang van de kinderopvang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verleent de tegemoetkoming voor het aantal uren dat door
                                de ouder maandelijks aan een scholings- of re-integratietraject
                                wordt besteed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid verleent het college bij een ouder
                                de tegemoetkoming voor het aantal uren kinderopvang dat naar zijn
                                oordeel redelijkerwijs noodzakelijk is voor de combinatie van arbeid
                                en zorg, doch met een maximum van 230 uur per maand.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>De hoogte van de tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verleent de tegemoetkoming ter aanvulling op de
                                kinderopvangtoeslag zodanig dat het totaal van de
                                kinderopvangtoeslag en de tegemoetkoming niet meer bedraagt dan de
                                totale kosten van kinderopvang. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tegemoetkoming wordt berekend op basis van de maximum uurtarieven
                                welke de Belastingdienst op dat moment hanteert, gecombineerd met de
                                van toepassing zijnde kinderopvangtoeslagtabel. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot verlening van een tegemoetkoming in de kosten van
                            kinderopvang bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de vaststelling tot welke van de gemeentelijke doelgroepen de
                                    ouder behoort;</al></li><li nr="b."><al>de naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de
                                    tegemoetkoming betrekking heeft;</al></li><li nr="c."><al>de naam en adres van het kindercentrum of gastouderbureau waar
                                    de kinderopvang plaatsvindt;</al></li><li nr="d."><al>de periode en de omvang van de kinderopvang per tijdvak waarvoor
                                    de tegemoetkoming wordt verleend;</al></li><li nr="e."><al>de wijze waarop het bedrag van de tegemoetkoming wordt bepaald
                                    en het bedrag dat op basis hiervan wordt verleend;</al></li><li nr="f."><al>de wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald;</al></li><li nr="g."><al>de verplichtingen van de ouder.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>De bevoorschotting van de tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegemoetkoming wordt in de vorm van een voorschot in maandelijkse
                                termijnen uitbetaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere voorschriften stellen over de wijze van
                                bevoorschotting.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Vaststelling van de tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Het besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ouder verstrekt binnen vier weken na afloop van de volledige
                                periode waarvoor de tegemoetkoming is verleend aan het college een
                                overzicht van de feitelijke kosten van kinderopvang over deze
                                periode.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de definitieve tegemoetkoming binnen acht weken na
                                ontvangst van het in het eerste lid genoemde overzicht van de kosten
                                vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Verrekening met de voorschotten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegemoetkoming wordt overeenkomstig de vaststelling binnen vier
                                weken betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Teveel betaalde tegemoetkomingen worden zo mogelijk verrekend met
                                lopende betalingen dan wel teruggevorderd. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Verplichtingen van de ouder</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Inlichtingenplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ouder en/of de partner doet het college onmiddellijk na het
                                bekend worden daarvan uit eigen beweging schriftelijk mededeling van
                                inlichtingen en gegevens die kunnen leiden tot de vaststelling van
                                een lagere tegemoetkoming.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ouder en/of partner verstrekt desgevraagd aan het college, binnen
                                een door het college te stellen redelijke termijn, alle gegevens en
                                inlichtingen van hem en zijn partner die voor aanspraak op en de
                                hoogte van de tegemoetkoming van de gemeente van belang zijn.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                            afwijken van de bepalingenvan deze verordening, indien toepassing van de
                            verordening tot onbillijkheden van overwegende aardleidt. In gevallen
                            waarin deze verordening niet voorziet beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                2014.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Verordening Wet kinderopvang gemeente Hellevoetsluis 2005,
                                vastgesteld door de raad op 14 oktober 2004, wordt gelijktijdig
                                ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet kinderopvang 2014
                            gemeente Hellevoetsluis. </al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 19 december 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>H.J. van der Wel. mr. F.D. van Heijningen.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting Verordening Wet kinderopvang 2014 gemeente
                        Hellevoetsluis</titel></kop><al/><al><vet>Inleiding</vet></al><al>Ingaande 2013 heeft het kabinet aanvullende maatregelen genomen ten aanzien van
                    de kinderopvang. De maatregelen hebben gevolgen voor de huidige gemeentelijke
                    taak voor de kinderopvangtoeslag van doelgroepouders in de Wet kinderopvang en
                    kwaliteitseisen peuterspeelzalen (hierna: de Wet kinderopvang). De gemeentelijke
                    keuzes omtrent het compenseren van doelgroepouders worden in deze verordening
                    vastgelegd. </al><al/><al><vet>Landelijke gevolgen wetswijziging</vet></al><al>De belangrijkste wijziging is dat de kinderopvangtoeslag inkomensafhankelijk is
                    geworden. Als gevolg hiervan gaan ouders meer bijdragen in de kosten van
                    kinderopvang. Een tweede wijziging is dat de kinderopvangtoeslag met ingang van
                    2013 in principe volledig door de Belastingdienst wordt verstrekt. In
                    tegenstelling tot de gemeenten en het UWV beschikt de Belastingdienst immers
                    over alle vereiste inkomensgegevens van alle aanvragers. Tenslotte is ook de rol
                    van gemeenten gewijzigd. Als gevolg van de wetswijziging hebben zij een viertal
                    nieuwe taken toebedeeld gekregen, te weten:</al><al>1 Informatieplicht aan de Belastingdienst omtrent doelgroepouders en de duur van
                    een traject;</al><al>2 Het afgeven van een verklaring doelgroepouder als bewijsstuk voor de
                    Belastingdienst;</al><al>3 De mogelijkheid tot het verstrekken van een aanvullende compensatie
                    doelgroepouders;</al><al>4 Uitvoering geven aan de Sociaal Medische Indicatie (hierna: SMI). </al><al/><al><vet>Nieuwe gemeentelijke taken</vet></al><al>De eerste twee gemeentelijke taken spreken voor zich en behoeven geen verdere
                    toelichting. De derde en vierde taak worden vormen de basis voor deze
                    verordening en worden hieronder nader toegelicht. </al><al/><al><cursief>Aanvullende compensatie doelgroepouders</cursief></al><al>Binnen de kinderopvang is de rol van gemeenten gewijzigd. Zo is het verstrekken
                    van een tegemoetkoming voor de kosten in kinderopvang een zogenaamde
                    kan-bepaling geworden. Gemeenten <cursief>kunnen</cursief> op grond van artikel
                    1.13 van de Wet kinderopvang een tegemoetkoming verstrekken in aanvulling op de
                    kinderopvangtoeslag. Dit in aanvulling op de kinderopvangtoeslag die volledig
                    door de Belastingdienst / Toeslagen wordt verstrekt. De totale vergoeding die
                    ouders ontvangen mag echter niet hoger zijn dan de totale kosten van de
                    kinderopvang. </al><al/><al>Tevens is de gemeentelijke doelgroep verder beperkt. Artikel 1.13 van de wet
                    biedt gemeenten de mogelijkheid om doelgroepen, zoals vastgelegd in artikel 1.6
                    lid 1 onderdelen c, e, j, k en l, aanvullend te compenseren in de kosten van
                    kinderopvang. In de Participatiebeleid 2012 - 2016 is aangegeven dat het
                    participatiebudget primair ingezet zal worden voor bijstandsgerechtigden met een
                    matig arbeidsmarktperspectief. Deze groep heeft in enige mate ondersteuning
                    nodig om weer toe te kunnen treden tot de arbeidsmarkt. Bijstandsgerechtigden
                    die in het kader van kinderopvang worden aangemerkt als doelgroepouders volgen
                    een re-integratietraject of opleiding. Dergelijke ondersteuning wordt over het
                    algemeen alleen ingezet wanneer er sprake is van enige afstand tot de
                    arbeidsmarkt. Om de omstandigheden waarin bijstandsgerechtigden met een matig
                    arbeidsmarktperspectief hun scholings- of re-integratietraject doorlopen te
                    optimaliseren, is deze verordening opgesteld voor de in artikel 2 van deze
                    verordening genoemde doelgroepen. </al><al/><al><cursief>Sociaal Medische Indicatie</cursief></al><al>Gemeenten <cursief>kunnen</cursief> er voor kiezen om op grond van een Sociaal
                    Medische Indicatie (SMI) een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang te
                    verstrekken. Deze bepalingen in de Wet kinderopvang (artikel 1.6 lid 1 sub k en
                    l) zijn echter tot op heden niet inwerking getreden. Daarnaast dient opgemerkt
                    dat de financiële achtergrond van huishoudens die een tegemoetkoming aanvragen
                    op grond van een SMI sterk kan verschillen van de overige doelgroepouders. Beide
                    overwegingen in ogenschouw nemende is er voor gekozen om de SMI niet op te nemen
                    in de huidige verordening, maar deze regeling nader uit te werken binnen de
                    bijzondere bijstand. Op deze wijze wordt middels een vermogenstoets de
                    individuele noodzaak voor een tegemoetkoming nader onderzocht. </al><al/><al><vet>Het proces van verstrekking van tegemoetkomingen</vet></al><al>In deze verordening worden de hoofdlijnen van het proces van verstrekking van de
                    tegemoetkomingen door de gemeente vastgelegd. Daarbij zijn twee uitgangspunten
                    gehanteerd. Het eerste uitgangspunt is dat de uitvoeringslasten voor zowel de
                    gemeente als de aanvragers van de tegemoetkoming zo beperkt mogelijk moeten
                    zijn. Het tweede uitgangspunt is dat de gemeentelijke uitgaven die gemoeid zijn
                    met de verstrekking van de tegemoetkomingen zo goed mogelijk beheersbaar
                    zijn.</al><al/><al><cursief>Bepalingen om de beheersbaarheid van de gemeentelijke uitgaven te
                        bevorderen</cursief></al><al>De gemeentelijke tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang is een zogeheten
                    ‘open-einde regeling’. Dit betekent dat iedereen die op grond van de wet
                    Kinderopvang behoort tot de gemeentelijke doelgroep aanspraak heeft op een
                    tegemoetkoming van de gemeente. Om gemeenten in staat te stellen de kosten die
                    gepaard gaan met de verstrekking van de tegemoetkomingen beheersbaar te houden,
                    zijn in de verordening de volgende bepalingen opgenomen:</al><al>- De omvang van de aanspraak op een tegemoetkoming van doelgroepouders wordt
                    direct gekoppeld aan de criteria die de Belastingdienst / Toeslagen hanteert ten
                    aanzien van het maximum uurtarief, het aantal uren per maand en de duur van de
                    vergoeding. </al><al>- Er worden geen tegemoetkomingen met terugwerkende kracht verstrekt. Een
                    gemeentelijke tegemoetkoming wordt verstrekt met ingang van het tijdstip waarop
                    de aanvraag voor een tegemoetkoming door de gemeente in ontvangst is
                    genomen.</al><al>- De tegemoetkoming wordt alleen verstrekt als er daadwerkelijk kinderopvang
                    plaatsvindt.</al><al>- De tegemoetkoming wordt uitbetaald in maandelijkse voorschotten. Hierdoor
                    blijft de omvang van eventuele onverschuldigde betalingen die de gemeente van de
                    ouders moet terugvorderen, beperkt.</al><al/><al>Om de financiële middelen voor de tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang
                    zo doelmatig in te zetten wordt de duur van het recht op een tegemoetkoming
                    beperkt. Alleen voor het aantal uren per maand waarin daadwerkelijk een
                    scholing- of re-integratietraject wordt gevolgd bestaat er recht op een
                    tegemoetkoming, met een maximum van 230 uur per maand. </al><al/><al/><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1. Begrippen</vet></al><al>Er is voor gekozen om begrippen welke reeds zijn omschreven in de Wkkp en de Awb
                    niet afzonderlijk te definiëren in deze verordening. Dit voorkomt dat in het
                    geval van wijziging van betreffende definities in de betreffende wetten ook de
                    verordening moet worden gewijzigd. Ter verduidelijking zijn de definities
                    ”tegemoetkoming” en “voorschot” wel toegelicht. </al><al/><al><vet>Artikel 2. Doelgroep</vet></al><al>Een ouder komt op grond van deze verordening uitsluitend in aanmerking voor een
                    tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang, indien de ouder in dat jaar:</al><lijst><li nr="-"><al>algemene bijstand of een uitkering ontvangt op grond van de Wet werk en
                            bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                            arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de
                            Algemene nabestaandenwet, en gebruik maakt van een voorziening, gericht
                            op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a,
                            van de Wet werk en bijstand, artikel 34, eerste lid, onder a, van de Wet
                            inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
                            werknemers en artikel 34, eerste lid, onder a, van de Wet
                            inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
                            zelfstandigen, die de noodzaak tot kinderopvang met zich brengt (artikel
                            1.6 lid 1 sub c);</al></li><li nr="-"><al>de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, scholing of een
                            opleiding volgt en met toepassing van artikel 16 of artikel 18, eerste
                            en vierde lid, van de Wet werk en bijstand algemene bijstand ontvangt of
                            kan ontvangen (artikel 1.6 lid 1 sub e);</al></li><li nr="-"><al>alleenstaand is en staat ingeschreven bij een school of instelling als
                            bedoeld in paragraaf 2.2 of 2.4 van de Wet tegemoetkoming
                            onderwijsbijdragen en schoolkosten dan wel als bedoeld in de artikelen
                            2.8 tot en met 2.11 van de Wet studiefinanciering 2000 (artikel 1.6 lid
                            1 sub j).</al></li></lijst><al>Artikel 1.6 lid 1 sub j is uitsluitend van toepassing indien er sprake is van
                    alleenstaande ouders. Hiervoor is enerzijds gekozen omdat de gemeente
                    Hellevoetsluis niet beschikt over de inkomensgegevens van een mogelijk werkende
                    partner, anderzijds om de kosten te beperken.</al><al/><al><vet>Artikel 3. Te verstrekken gegevens bij de aanvraag </vet></al><al>De tegemoetkoming wordt door de ouder aangevraagd bij het college. Het moet dan
                    gaan om het college van de gemeente waar de ouder woont. De aanvraag moet
                    schriftelijk gebeuren (artikel 4:1 Awb).</al><al/><al>Om de lasten voor de aanvragers zo beperkt mogelijk te houden, verdient het
                    aanbeveling dat de gemeente het aanvraagformulier voor een vervolgaanvraag aan
                    de ouders toestuurt, waarbij het formulier reeds is ingevuld met de gegevens die
                    bij de gemeente bekend zijn. De ouders hoeven dan alleen de mutaties op het
                    aanvraagformulier aan te geven. Een verhoging van de tegemoetkoming in verband
                    met een verhoging van het aantal uren of dagdelen kinderopvang, zal ook moeten
                    worden aangevraagd. Een verlaging van de tegemoetkoming in verband een
                    vermindering van de omvang van de kinderopvang hoeft niet te worden aangevraagd.
                    De ouder moet hiervan wel onmiddellijk mededeling doen aan het college (artikel
                    13 van deze verordening). </al><al/><al>Onderdeel d van het eerste lid bepaalt dat bij de aanvraag een offerte of
                    contract van het kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat
                    verzorgen moet worden gevoegd. Dit betekent dat de aanvraag voor een
                    tegemoetkoming pas bij de gemeente kan worden ingediend als de ouder over een
                    offerte of contract beschikt. Op basis van de offerte of het contract kan de
                    gemeente de hoogte van de tegemoetkoming vaststellen. Het kindercentrum of
                    gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen, moet ingeschreven staan in
                    een gemeentelijk register (artikel 5, eerst lid, Wet kinderopvang).</al><al/><al>Onderdeel e van het eerste lid bepaalt dat bij de aanvraag gegevens of een
                    verwijzing naar gegevens wordt gevoegd waaruit blijkt dat de ouder behoort tot
                    een gemeentelijke doelgroep. In een aantal gevallen kan de ouder volstaan met
                    een verwijzing naar gegevens, omdat de gemeente over de gegevens beschikt.</al><al/><al><vet>Artikel 4. Het besluit tot verlenen van tegemoetkoming</vet></al><al>De termijn waarbinnen het college een besluit moet nemen over de aanvraag van
                    een tegemoetkoming geldt voor alle aanvragen voor een tegemoetkoming. Deze
                    termijn geldt niet alleen voor nieuwe aanvragen, maar ook voor aanvragen die
                    betrekking hebben op een voortzetting van een tegemoetkoming en voor aanvragen
                    voor een hogere tegemoetkoming in verband met uitbreiding van de omvang van de
                    kinderopvang. In de verordening is gekozen voor een beslistermijn van ten
                    hoogste vier weken die eventueel met vier weken kan worden verlengd.</al><al/><al>De beslistermijn van vier weken heeft ook gevolgen voor de datum waarbinnen
                    aanvragen voor een voortgezette tegemoetkoming moeten worden aangevraagd. Om er
                    zeker van te zijn dat de tegemoetkoming na 1 januari kan worden voortgezet,
                    zullen ouders hun aanvraag minimaal vier weken vóór 1 januari bij de gemeente
                    moeten indienen.</al><al/><al>Het feit dat het college een termijn van vier weken heeft om te beslissen over
                    een aanvraag voor een tegemoetkoming, wil uiteraard niet zeggen dat het college
                    deze termijn ook in alle gevallen moet benutten. De gemeente zal er naar moeten
                    streven de behandelingstermijn van aanvragen zo kort mogelijk te houden en met
                    name aanvragen waar spoed mee geboden is direct af te handelen.</al><al/><al><vet>Artikel 5. Ingangsdatum van de tegemoetkoming</vet></al><al>Dit artikel bepaalt de ingangsdatum van verstrekking van de tegemoetkoming. Er
                    zijn twee ingangsdata mogelijk, namelijk vanaf de datum van indiening, of vanaf
                    een datum in de toekomst. </al><al/><al>Dit artikel bepaalt dat er geen tegemoetkoming wordt verstrekt voor de kosten
                    van kinderopvang die plaatsvindt voordat een aanvraag voor een tegemoetkoming
                    bij de gemeente is ingediend. Een aanvraag wordt door de gemeente in ontvangst
                    genomen wanneer deze voldoet aan de vormvereisten van artikel 4.1 en 4.2 Awb.
                    Dit betekent dat een aanvraag:</al><al>- schriftelijk moet worden ingediend;</al><al>- moet zijn ondertekend;</al><al>- de naam en het adres van aanvrager dient te bevatten;</al><al>- een aanduiding moet geven van de beschikking die wordt gevraagd.</al><al/><al>De ingangsdatum van de tegemoetkoming heeft betrekking op het moment waarop de
                    aanspraak op een tegemoetkoming ontstaat. De uitbetaling van de tegemoetkoming
                    vindt pas plaats vanaf het moment dat het besluit tot verlening van de
                    tegemoetkoming is genomen. De betaling vindt dan met terugwerkende kracht plaats
                    tot de datum waarop de aanvraag in ontvangst is genomen.</al><al/><al>De ingangsdatum van verstrekking van de tegemoetkoming is ook van toepassing op
                    aanvragen voor uitbreiding van het aantal uren kinderopvang. De verhoogde
                    tegemoetkoming wordt verstrekt vanaf het moment dat de aanvraag daarvoor door
                    het college in ontvangst is genomen.</al><al/><al><vet>Artikel 6. De periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend</vet></al><al>De Belastingdienst / Toeslagen verstrekt aan doelgroepouders uitsluitend
                    kinderopvangtoeslag over de periode dat deze ouders een scholings- of
                    re-integratietraject volgen. De kinderopvangtoeslag wordt vanaf 1 januari 2013
                    niet langer voor een heel jaar toegekend, maar voor het aantal maanden dat een
                    traject duurt. Omdat de gemeentelijke tegemoetkoming een aanvulling is op de
                    kinderopvangtoeslag, wordt er geen tegemoetkoming verstrekt over de maanden dat
                    er geen kinderopvangtoeslag wordt ontvangen. Het college <cursief>kan</cursief>
                    de tegemoetkoming voor een andere periode vaststellen. </al><al/><al><vet>Artikel 7. Omvang van de kinderopvang</vet></al><al>Vanaf 1 januari 2014 hebben doelgroepouders voor alle uren per maand dat zij een
                    traject volgen recht op een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang. De
                    gemeente zal de tegemoetkoming berekenen op grond van de criteria zoals deze
                    door de Belastingdienst / Toeslagen gehanteerd worden. Hierbij wordt eenzelfde
                    maximum van 230 uur per maand gehanteerd. </al><al/><al><vet>Artikel 8. De hoogte van de tegemoetkoming </vet></al><al>Op grond van artikel 1.13 kan het college een tegemoetkoming verlenen in
                    aanvulling op de kinderopvangtoeslag. Het totaal van de kinderopvangtoeslag en
                    de tegemoetkoming mag echter niet meer bedragen dan de totale kosten van
                    kinderopvang.</al><al/><al>In het tweede lid wordt vastgelegd dat de gemeentelijke tegemoetkoming wordt
                    berekend op grond van het maximum uurtarief dat de Belastingdienst / Toeslagen
                    hanteert, alsmede de van toepassing zijnde kinderopvangtoeslagtabel.</al><al/><al><vet>Artikel 9. Inhoud van de beschikking</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich en behoeft geen verdere toelichting. </al><al/><al><vet>Artikel 10. De bevoorschotting van de tegemoetkoming</vet></al><al>De verstrekking van de tegemoetkoming vindt plaats in de vorm van maandelijkse
                    voorschotten. Dit betekent dat het totale bedrag van de tegemoetkoming waarop de
                    aanvrager recht heeft, wordt gedeeld in twaalf gelijke delen (indien de aanvraag
                    het gehele kalenderjaar betreft).</al><al/><al>De gemeente betaalt de tegemoetkoming uit aan de ouder. De ouder kan, al dan
                    niet op verzoek van het kindercentrum of het gastouderbureau, de gemeente
                    machtigen om de betalingen rechtstreeks aan dat kindercentrum of gastouderbureau
                    te doen. Deze machtiging verandert juridisch gezien niets aan de verhouding
                    tussen de gemeente en de ouder. </al><al/><al>Het tweede lid geeft het college de bevoegdheid om nadere voorschriften te
                    stellen over de wijze van bevoorschotting van de tegemoetkoming. Zo kan het
                    college bepalen dat er alleen een voorschot wordt betaald op basis van een
                    factuur van het kindercentrum of gastouderbureau. Het college zou zo’n
                    voorschrift kunnen stellen wanneer er twijfels bestaan of een ouder
                    daadwerkelijk gebruik zal maken van kinderopvang.</al><al/><al><vet>Artikel 11. Het besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming</vet></al><al>Op grond van artikel 4:47, onderdeel a, Awb kan het college een subsidie (dus
                    ook een tegemoetkoming) ambtshalve vaststellen. Ambtshalve vaststellen houdt in
                    dat het college op eigen initiatief de tegemoetkomingen vaststelt. De ouders
                    hoeven geen aanvraag tot het vaststellen van de tegemoetkoming bij het college
                    in te dienen. De ouders zijn wel verplicht om binnen vier weken na afloop van de
                    periode waarvoor de tegemoetkoming is verleend aan het college een overzicht van
                    de feitelijke kosten van kinderopvang over deze periode te verstrekken. Als een
                    tegemoetkoming voor een kalenderjaar is verleend, dient het overzicht van de
                    kosten uiterlijk vier weken na 31 december bij het college te worden ingediend.
                    Het overzicht van de kosten kan zowel een apart jaaroverzicht zijn dat door het
                    kindercentrum of gastouderbureau wordt opgesteld of een verzameling van
                    maandoverzichten. Het college heeft vervolgens acht weken de tijd om de
                    tegemoetkoming vast te stellen. In deze periode kan de gemeente een onderzoek
                    doen naar de rechtmatigheid van de tegemoetkoming door gegevens van de ouders te
                    controleren en eventueel inlichtingen bij de houders van een kindcentrum of
                    gastouderbureau op te vragen.</al><al/><al>In het besluit tot het vaststellen van de tegemoetkoming wordt bepaald wat
                    precies het bedrag is waar de ouder die de tegemoetkoming heeft aangevraagd
                    recht op heeft. De berekeningswijze die is opgenomen in de beschikking tot
                    verlening van de tegemoetkoming geldt als het uitgangspunt voor het vaststellen
                    van de tegemoetkoming. Dit betekent dat de tegemoetkoming wordt vastgesteld op
                    basis van het aantal uren kinderopvang dat in de beschikking tot verlening van
                    de tegemoetkoming is vastgelegd. Dat is het maximum aantal uren. In de
                    beschikking tot vaststelling van de tegemoetkoming kan wel worden uitgegaan van
                    een lager aantal uren, maar niet van een hoger aantal.</al><al/><al>Als de aanvrager de gegevens niet verstrekt, kan het college de tegemoetkoming
                    op een lager bedrag vaststellen. Lager vaststellen kan ook betekenen op nul
                    vaststellen. Het college heeft deze bevoegdheid op grond van artikel 4:46,
                    tweede en derde lid, Awb. Op grond van het tweede lid kan de subsidie lager
                    worden vastgesteld indien:</al><al>- de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben
                    plaatsgevonden;</al><al>- de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden
                    verplichtingen;</al><al>- de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de
                    verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de
                    aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid, of</al><al>- de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist
                    of behoorde te weten.</al><al/><al>Het derde lid van artikel 4:46 Awb luidt: ‘Voor zover het bedrag van de subsidie
                    afhankelijk is van de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie is
                    verleend, worden kosten die in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden
                    beschouwd bij de vaststelling van de subsidie niet in aanmerking genomen’.</al><al/><al><vet>Artikel 12. Verrekening met voorschotten</vet></al><al>Dit artikel regelt de uitbetaling door de gemeente van het nog te betalen deel
                    van de tegemoetkoming. Als de gemeente een ouder een hoger bedrag heeft
                    uitgekeerd dan waarop deze recht heeft, kan de gemeente het te veel betaalde
                    bedrag terugvorderen.</al><al/><al><vet>Artikel 13. Inlichtingenplicht</vet></al><al>Als een ouder de inlichtingenplicht schendt en als gevolg hiervan ten onrechte
                    een tegemoetkoming heeft ontvangen of een te hoog bedrag, kan het college de
                    beschikking tot het verlenen of tot het vaststellen van de tegemoetkoming
                    intrekken of wijzigen en het te veel betaalde bedrag terugvorderen. Ook is
                    mogelijk om in aanvulling hierop een bestuurlijke boete aan de betreffende ouder
                    op te leggen.</al><al/><al><vet>Artikel 14. Hardheidsclausule</vet></al><al>Dit artikel heeft betrekking op de hardheidsclausule en maakt het mogelijk in
                    het voordeel van de belanghebbende af te wijken van hetgeen in de verordening is
                    vastgelegd.</al><al/><al><vet>Artikel 15. Inwerkingtreding</vet></al><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.</al><al/><al><vet>Artikel 16. Citeertitel</vet></al><al>In dit artikel is de citeertitel neergelegd van deze verordening.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>