<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR326169_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde voor de raadsvergadering en andere werkzaamheden van de raad.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde voor de raadsvergadering en andere werkzaamheden van de raad.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=16">Gemeentewet, art. 16 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-02-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BM1400454</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde voor de raadsvergadering en andere werkzaamheden van de raad.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Steenbergen;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 februari
                        2014;</al><al>gelet op: artikel 16 van de Gemeentewet</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening;</al><al>Reglement van orde voor de raadsvergadering en andere werkzaamheden van de
                        raad.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>1. Begripsomschrijvingen:</titel></kop><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="b."><al>amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening of
                                ontwerp-beslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden
                                opgenomen;</al></li><li nr="c."><al>subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement,
                                naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het
                                amendement, waarop het betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor
                                een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;</al></li><li nr="e."><al>voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                                vergadering;</al></li><li nr="f."><al>initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander
                                voorstel</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>2. De voorzitter is belast met:</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering.</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de vergadering.</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van het reglement van orde.</al></li><li nr="d."><al>hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>3. De griffier</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig is.</al></li><li nr="b."><al>Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een
                                door de raad daartoe aangewezen plaatsvervangend griffier.</al></li><li nr="c."><al>De griffier kan, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd, aan
                                de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>4. Secretaris</titel></kop><al>De raad kan het college verzoeken de secretaris in de vergadering aanwezig
                        te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in
                        dit reglement.</al></artikel><artikel><kop><titel>5. Presidium</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>De raad heeft een presidium.</al></li><li nr="b."><al>Het presidium bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. De
                                griffier is in elke vergadering van het presidium aanwezig.</al></li><li nr="c."><al>Op voorstel van het presidium kunnen derden uit worden genodigd
                                indien dat in het kader van de agenda gewenst wordt geacht.</al></li><li nr="d."><al>Elke fractievoorzitter wijst een lid van de raad aan, dat hem bij
                                zijn afwezigheid in het presidium vervangt.</al></li><li nr="e."><al>Elke fractievoorzitter heeft één stem in het presidium.</al></li><li nr="f."><al>Het presidium vergadert volgens het door de raad vastgestelde
                                vergaderschema. De voorzitter belegt in afwijking hiervan een
                                vergadering indien hij dit nodig oordeelt of wanneer ten minste twee
                                fractievoorzitters daarom vragen.</al></li><li nr="g."><al>De vergaderingen van het presidium alsmede de verslaglegging zijn
                                openbaar tenzij een onderwerp in beslotenheid dient te worden
                                besproken, dit ter beoordeling van de voorzitter.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>6. Agendacommissie</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Er is een agendacommissie bestaande uit de door de raad benoemde
                                voorzitters van de vergaderingen.</al></li><li nr="b."><al>De agendacommissie bepaalt de samenstelling van de voorlopige agenda
                                voor de vergadering van de raad in overleg met de voorzitter van de
                                raad.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>7. Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een
                                commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie
                                onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken
                                van nieuw benoemde leden.</al></li><li nr="b."><al>De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag
                                uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In
                                het verslag wordt ook melding gemaakt van een
                                minderheidsstandpunt.</al></li><li nr="c."><al>Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau
                                gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling
                                na de verkiezingen.</al></li><li nr="d."><al>Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van
                                de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe
                                samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet , de
                                voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.</al></li><li nr="e."><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter
                                een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad
                                waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed
                                of verklaring en belofte af te leggen.</al></li><li nr="f."><al>Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste
                                lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet
                                aan de eisen van de Gemeentewet. Op de werkwijze van deze commissie
                                is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>8. Fractie</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>De leden van de raad die door het centraal stembureau op dezelfde
                                kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van
                                de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer
                                slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke
                                fractie beschouwd.</al></li><li nr="b."><al>Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert
                                de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen
                                aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie
                                in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke
                                naam deze fractie in de raad wil voeren.</al></li><li nr="c."><al>De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens
                                plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan
                                de voorzitter.</al></li><li nr="d."><al>Indien één of meer leden van een of meer fracties als zelfstandige
                                fractie gaan optreden of indien één of meer leden van een fractie
                                zich aansluiten bij een andere fractie wordt hiervan zo spoedig
                                mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. Voor het
                                splitsen dan wel het vormen van nieuwe fracties is geen toestemming
                                vereist van de raad.</al></li><li nr="e."><al>De nieuwe naam van de fractie wordt gebruikt met ingang van de
                                eerstvolgende vergadering van de raad.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>9. Vergaderingen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>De vergaderingen van de raad vinden overeenkomstig het door het
                                presidium vastgestelde vergaderschema plaats op donderdag, vangen
                                aan om 19.30 uur en worden gehouden in het gemeentehuis. De raad
                                vergadert minimaal tien keer per jaar.</al></li><li nr="b."><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en
                                aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij
                                voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie,
                                overleg in het presidium.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>10. Oproep</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>De voorzitter draagt zorg voor het laten verzenden van een oproep
                                ten minste 7 dagen voor een vergadering aan de leden van de raad
                                onder vermelding van de dag, tijdstip en plaats van de
                                vergadering.</al></li><li nr="b."><al>De voorlopige agenda van en de daarbij behorende stukken - met
                                uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de
                                Gemeentewet bedoelde stukken - worden op het Raads Informatie
                                Systeem geplaatst.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>11. Agenda</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de
                                schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een
                                vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de
                                daarbij behorende stukken aan de leden van de raad verzonden, en
                                openbaar gemaakt.</al></li><li nr="b."><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op
                                voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de
                                vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of
                                van de agenda afvoeren. Bij de vaststelling van de agenda kan een
                                lid van de raad aangeven een hamerstuk als bespreekstuk te willen
                                behandelen.</al></li><li nr="c."><al>Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare
                                beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar
                                een oordeelsvormende bijeenkomst of aan het college nadere
                                inlichtingen of advies vragen.</al></li><li nr="d."><al>Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad
                                de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>12. De wethouder</titel></kop><al>De wethouders nemen in de raadsvergadering plaats</al></artikel><artikel><kop><titel>13. Ter inzage leggen van de stukken</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de
                                agenda dienen, worden op het Raads Informatie Systeem
                                geplaatst.</al></li><li nr="b."><al>Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede
                                lid, van de Gemeentewetgeheimhouding is opgelegd, worden deze
                                stukken op het besloten deel van het Raads Informatie Systeem
                                geplaatst.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>14. Openbare kennisgeving</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>De vergadering wordt door aankondiging op het Raads Informatie
                                Systeem ter openbare kennis gebracht.</al></li><li nr="b."><al>De openbare kennisgeving vermeldt: </al><lijst><li nr="•"><al>De datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering.</al></li><li nr="•"><al>De wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige
                                        agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>15. Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad de
                        presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de
                        voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><titel>16. Zitplaatsen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste
                                zitplaats, door de voorzitter na overleg in het presidium bij
                                aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad
                                aangewezen.</al></li><li nr="b."><al>Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling
                                herzien na overleg in het presidium.</al></li><li nr="c."><al>De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders,
                                secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn
                                uitgenodigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>17. Opening vergadering; quorum</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur indien
                                het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens
                                de presentielijst aanwezig is.</al></li><li nr="b."><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste
                                aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van
                                de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering,
                                met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>18. Primus bij hoofdelijke stemming</titel></kop><al>Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt de
                        voorzitter mede, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke stemming zal
                        beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst
                        aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming.</al></artikel><artikel><kop><titel>19. Verslag en besluitenlijst</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>De griffier draagt zorg voor het bijhouden van een presentielijst,
                                en de besluitenlijst van de vergadering.</al></li><li nr="b."><al>De concept besluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt, zo
                                mogelijk, aan de leden van de raad toegezonden gelijktijdig met de
                                schriftelijke oproep. Het conceptverslag wordt gelijktijdig aan de
                                overige personen die het woord gevoerd hebben, toegezonden</al></li><li nr="c."><al>De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de secretaris
                                hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de raad te doen,
                                indien het conceptverslag onjuistheden bevat of niet duidelijk
                                weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot
                                verandering dient voor de aanvang van de vergadering bij de griffier
                                te worden ingediend.</al></li><li nr="d."><al>Het verslag bevat tenminste: </al><lijst><li nr="•"><al>De namen van de voorzitter, de griffier, de secretaris, de
                                        wethouders en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede
                                        van de leden die afwezig waren en overige personen die het
                                        woord gevoerd hebben;</al></li><li nr="•"><al>Een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                        geweest;</al></li><li nr="•"><al>Een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding
                                        van de namen van de aanwezigen die het woord voerden;</al></li><li nr="•"><al>Een overzicht van het verloop van elke stemming, met
                                        vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de
                                        leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de
                                        namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet
                                        van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van
                                        hun stem hebben vergist;</al></li><li nr="•"><al>de tekst van de ter vergadering ingediende
                                        initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties,
                                        amendementen en subamendementen;</al></li><li nr="•"><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid
                                        van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in
                                        artikel 25 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de
                                        beraadslagingen.</al></li></lijst></li><li nr="e."><al>De besluitenlijst wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld,
                                waarna dit door de voorzitter en de griffier wordt ondertekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>20. Ingekomen stukken</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen
                                van het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst. Deze
                                lijst wordt aan de leden van de raad toegezonden en ter inzage
                                gelegd.</al></li><li nr="b."><al>De raad stelt de lijst vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>21. Aantal spreektermijnen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.</al></li><li nr="b."><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></li><li nr="c."><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren
                                over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></li><li nr="d."><al>Het derde lid is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="•"><al>De rapporteur van een commissie;</al></li><li nr="•"><al>Het lid dat een (sub)amendement, een motie of een
                                        initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat
                                        amendement, die motie of dat voorstel.</al></li></lijst></li><li nr="e."><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of
                                voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken
                                over een voorstel van orde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>22. Spreekrecht burgers</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Na de opening van de vergadering kunnen aanwezige burgers
                                gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over
                                geagendeerde onderwerpen, met een maximum van vijf minuten per
                                inspreker. Indien zich meer dan zes sprekers hebben gemeld wordt de
                                totaal beschikbare tijd evenredig over hen verdeeld.</al></li><li nr="b."><al>Het woord kan niet gevoerd worden: </al><lijst><li nr="•"><al>Over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar
                                        of beroep op de rechter openstaat of open heeft
                                        gestaan;</al></li><li nr="•"><al>Over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                        personen;</al></li><li nr="•"><al>Indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht kan of kon worden ingediend.</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>Degene, die van spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor
                                aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij
                                zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij
                                het woord wil voeren.</al></li><li nr="d."><al>De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in belang is van
                                de orde van de vergadering.</al></li><li nr="e."><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                                verleend. De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel
                                voor de behandeling van de inbreng van de burger.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>23. Handhaving orde: schorsing</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: </al><lijst><li nr="•"><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het in acht nemen
                                        van dit reglement te herinneren;</al></li><li nr="•"><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de
                                        spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                        afronden.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Indien een spreker zich in beledigende of onbetamelijke
                                uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel
                                anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de
                                orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg
                                geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering waarin zulks
                                plaats heeft over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.</al></li><li nr="c."><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een
                                door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de
                                orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>24. Beraadslaging</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad
                                beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel
                                afzonderlijk te beraadslagen.</al></li><li nr="b."><al>Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter
                                kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen
                                tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te
                                geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat
                                nadat de schorsingsperiode verstreken is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>25. Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige
                                leden van de raad, de wethouder, de secretaris, de griffier en de
                                voorzitter deelnemen aan de beraadslaging.</al></li><li nr="b."><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één
                                der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten
                                aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt
                                genomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>26. Stemverklaring</titel></kop><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming
                        overgaat, heeft ieder lid het recht zijn stemgedrag te motiveren.</al></artikel><artikel><kop><titel>27. Beslissing</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel
                                voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad
                                anders beslist.</al></li><li nr="b."><al>Nadat de beraadslaging is gesloten vindt, na een stemming over
                                eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals
                                het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt
                                gevraagd.</al></li><li nr="c."><al>Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt,
                                formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen
                                eindbeslissing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>28. Algemene bepalingen over stemming</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen
                                stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt,
                                stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke
                                stemming is aangenomen.</al></li><li nr="b."><al>In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in het verslag
                                vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich
                                op grond van artikel 28 Gemeentewet van stemming te hebben
                                onthouden.</al></li><li nr="c."><al>Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de
                                voorzitter daarvan mededeling.</al></li><li nr="d."><al>De voorzitter of de griffier roept de leden van de raad bij naam op
                                hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor
                                overeenkomstig artikel 18 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de
                                oproeping naar de volgorde van de presentielijst.</al></li><li nr="e."><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat
                                zich niet van deelneming aan de stemming op grond van artikel 28
                                Gemeentewet moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen.</al></li><li nr="f."><al>De leden brengen hun stem uit door het woord 'voor' of 'tegen' uit
                                te spreken, zonder enige toevoeging.</al></li><li nr="g."><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan
                                hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd
                                heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat
                                de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel
                                aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de
                                stemming brengt dit echter geen verandering.</al></li><li nr="h."><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met
                                vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij
                                doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>29. Stemming over amendementen en moties</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt
                                eerst over dat amendement gestemd.</al></li><li nr="b."><al>Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst
                                over het subamendement gestemd en vervolgens over het
                                amendement.</al></li><li nr="c."><al>Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig
                                voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin
                                hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest
                                verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming
                                wordt gebracht.</al></li><li nr="d."><al>Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend,
                                wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de
                                motie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>30. Stemming over personen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht
                                of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet
                                plaatshebben, benoemt de voorzitter drie leden tot stembureau.</al></li><li nr="b."><al>Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de
                                Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje
                                in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn.</al></li><li nr="c."><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen,
                                voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de
                                voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op
                                één briefje.</al></li><li nr="d."><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes
                                gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid
                                verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen
                                niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te
                                openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.</al></li><li nr="e."><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in
                                artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben
                                uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben
                                ingeleverd.</al></li><li nr="f."><al>In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de
                                raad, op voorstel van de voorzitter.</al></li><li nr="g."><al>Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na
                                vaststelling van de uitslag vernietigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>31. Herstemming over personen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                                heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.</al></li><li nr="b."><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                gedeponeerd en omgeschud.</al></li><li nr="c."><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                gekozen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>32. Beslissing door het lot</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie
                                de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op
                                afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.</al></li><li nr="b."><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                gedeponeerd en omgeschud.</al></li><li nr="c."><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                gekozen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>33. Amendementen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen
                                amendementen indienen.</al></li><li nr="Een"><al>amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in
                                één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke
                                besluitvorming zal plaatsvinden. Er kan alleen beraadslaagd worden
                                over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad die de
                                presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig
                                zijn.</al></li><li nr="b."><al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                                amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te
                                stellen (subamendement).</al></li><li nr="c."><al>Elk amendement of subamendement en elk voorstel moet om in
                                behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter
                                worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het
                                eenvoudige karakter van het voorgestelde -oordeelt, dat met een
                                mondelinge indiening kan worden volstaan.</al></li><li nr="d."><al>Intrekking, door de indiener(s), van het amendement of subamendement
                                is mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft
                                plaatsgevonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>34. Moties</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen.</al></li><li nr="b."><al>Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden
                                schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></li><li nr="c."><al>De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of
                                voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of
                                voorstel plaats.</al></li><li nr="d."><al>De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen
                                onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende
                                onderwerpen zijn behandeld.</al></li><li nr="e."><al>Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk totdat de
                                besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>35. Voorstellen van orde</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering
                                mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                toegelicht.</al></li><li nr="b."><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                betreffen.</al></li><li nr="c."><al>Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>36. Initiatiefvoorstel</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen
                                worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></li><li nr="b."><al>De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende
                                vergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden
                                is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de
                                daaropvolgende vergadering geplaatst. Bij vaststelling van de agenda
                                wordt het initiatiefvoorstel in stemming gebracht.</al></li><li nr="c."><al>De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda
                                voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de
                                raad oordeelt dat: </al><lijst><li nr="•"><al>het voorstel met het oog op de orde van de vergadering
                                        tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp
                                        dient te worden behandeld;</al></li><li nr="•"><al>het voorstel eerst dient te worden behandeld in een
                                        raadscommissie;</al></li><li nr="•"><al>het voorstel voor advies naar het college dient te worden
                                        gezonden. In dit geval bepaalt de raad in welke vergadering
                                        het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van
                                een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>37. Collegevoorstel</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de
                                agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder
                                toestemming van de raad.</al></li><li nr="b."><al>Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het
                                eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden,
                                bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw
                                geagendeerd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>38. Interpellatie</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in
                                naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste
                                48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de
                                voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving
                                van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de
                                te stellen vragen.</al></li><li nr="b."><al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk
                                ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de
                                vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na
                                indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De
                                raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de
                                interpellatie zal worden gehouden.</al></li><li nr="c."><al>De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige
                                leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan
                                eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>39. Vragenhalfuur</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Indien er wordt vergaderd; oordeelsvormend en /of besluitvormend, is
                                er een vragenhalfuur, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn
                                ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het
                                vragenhalfuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter
                                bepaalt op welk tijdstip het vragenhalfuur eindigt.</al></li><li nr="b."><al>Het lid van de raad dat tijdens het vragenhalfuur vragen wil
                                stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 24
                                uur voor aanvang van het vragenhalfuur bij de voorzitter. De
                                voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenhalfuur aan
                                de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende
                                nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de vergadering
                                op diezelfde dag aan de orde komt.</al></li><li nr="c."><al>Onderwerpen worden tijdens het vragenhalfuur in volgorde van
                                binnenkomst aan de orde gesteld.</al></li><li nr="d."><al>De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de
                                vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de
                                overige leden van de raad.</al></li><li nr="e."><al>Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één
                                of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een
                                toelichting daarop te geven.</al></li><li nr="f."><al>Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de
                                vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te
                                stellen.</al></li><li nr="g."><al>Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord
                                verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of
                                de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.</al></li><li nr="h."><al>Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en
                                worden geen interrupties toegelaten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>40. Schriftelijke vragen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De
                                vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen
                                wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt
                                verlangd. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden
                                per omgaande aan de indiener teruggestuurd.</al></li><li nr="b."><al>De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor
                                dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden
                                van de raad en het college of de burgemeester orden gebracht.</al></li><li nr="c."><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
                                ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen.
                                Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende
                                raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen
                                kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of
                                de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis,
                                waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal
                                plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.</al></li><li nr="d."><al>De antwoorden van het college of de burgemeester worden door
                                tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad
                                toegezonden.</al></li><li nr="e."><al>De antwoorden worden samen met de schriftelijke vraag op de lijst
                                van ingekomen stukken van de eerstvolgende raad geplaatst.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>41. Inlichtingen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als
                                bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de
                                Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe door tussenkomst van
                                de griffier schriftelijk ingediend bij het college of de
                                burgemeester.</al></li><li nr="b."><al>De griffier draagt er zorg voor dat de overige leden van de raad een
                                afschrift van dit verzoek krijgen.</al></li><li nr="c."><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                                eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven.</al></li><li nr="d."><al>De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de
                                vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>42. Procedure begroting</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het
                        onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting volgens een
                        procedure die de raad, op voorstel van het presidium, vaststelt.</al></artikel><artikel><kop><titel>43. Procedure jaarrekening</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de gemeentewet geschiedt de voorbereiding en
                        het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de
                        vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel indemniteitsbesluit
                        volgens een procedure die de raad, op voorstel van het presidium,
                        vaststelt.</al></artikel><artikel><kop><titel>44. Verslag en verantwoording</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de
                                secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het
                                algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een
                                gemeenschappelijk orgaan ingesteld op grond van de wet
                                gemeenschappelijke regelingen of in een andere organisatie of
                                institutie, heeft het recht om in aansluiting op de behandeling van
                                de lijst van ingekomen stukken of voor het sluiten van de
                                vergadering verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur
                                of gemeenschappelijk orgaan aan de orde zijn. Door de raad gewenste
                                bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de
                                desbetreffende commissie.</al></li><li nr="b."><al>Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid, schriftelijke vragen stellen. Artikel 39 is van overeenkomstige
                                toepassing.</al></li><li nr="c."><al>Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van
                                functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan.
                                Artikel 41 is van overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>45. Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                        overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met
                        het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><titel>46. Besluitenlijst</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>De besluitenlijst van een besloten vergadering worden niet
                                rondgedeeld, maar worden gepubliceerd op het besloten gedeelte van
                                het Raads Informatie Systeem.</al></li><li nr="b."><al>Deze besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten
                                vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering
                                neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van
                                deze besluitenlijst. De vastgestelde besluitenlijst wordt door de
                                voorzitter en de griffier ondertekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>47. Geheimhouding</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Voor de afloop van een besloten vergadering beslist de raad
                                overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de gemeentewet of omtrent
                                de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal
                                gelden.</al></li><li nr="b."><al>De geheimhouding dient in acht te worden genomen door een ieder die
                                bij de vergadering aanwezig is en door een ieder die op een andere
                                wijze kennis heeft van de stukken.</al></li><li nr="c."><al>De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>48. Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55,
                        tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de gemeentewet
                        voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt indien daarom verzocht
                        door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten
                        vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.</al></artikel><artikel><kop><titel>49. Toehoorders en pers</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op
                                de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.</al></li><li nr="b."><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>50. Burgerleden</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Per fractie kunnen één of meerdere burgerleden worden benoemd. Eén
                                burgerlid voor eenmansfracties en twee burgerleden voor fracties met
                                meer dan één lid.</al></li><li nr="b."><al>Een burgerlid dient voorafgaande aan zijn benoeming door eer of
                                belofte te verklaren dat hij zich volledig conformeert aan de
                                rechten en plichten die bij of krachtens de gemeentewet aan een
                                raadslid zijn of worden gesteld en waar de artikelen 10, 11, 12, 13
                                en 15 van de gemeentewet op hem van toepassing zijn. Een burgerlid
                                dient tijdens de laatste verkiezing op van de raad op de
                                kandidatenlijst van de betreffende fractie te hebben gestaan.</al></li><li nr="c."><al>Burgerleden kunnen deelnemen aan beeldvormende en oordeelsvormende
                                bijeenkomsten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>51. Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare raadsvergadering geluid-
                        dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de
                        voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen
                        niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten.</al></artikel><artikel><kop><titel>52. Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                        vergadering gebruik van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen,
                        dat inbreuk kan maken op de orde van de vergadering, zonder toestemming van
                        de voorzitter, niet toegestaan.</al></artikel><artikel><kop><titel>53. Uitleg reglement</titel></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de
                        toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de
                        voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><titel>54. Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden
                                van de raad van de gemeente, vastgesteld bij raadsbesluit van 28
                                maart 2013 wordt ingetrokken.</al></li><li nr="b."><al>Dit Reglement treedt in werking op 1 april 2014.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Steenbergen, 27 februari 2014</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter</ondertekening><ondertekening>drs. E P.M. van der Meer J.A.M. Vos</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>