<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR326130_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening Goirle 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Goirle</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-09-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Goirle</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-17100.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26dpr%3dAlle%26spd%3d20140328%26epd%3d20140328%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dGoirle%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=0&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad, 2014, 17100</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening Goirle 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-03-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging art. 4.10, 4.11, 4.12</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>APV</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      
      Algemene Plaatselijke Verordening Goirle 2014
    
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.1</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare
                                    manifestaties daaronder wordt verstaan; </al></li>
              <li nr="b."><al>weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994 ; </al></li>
              <li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn; </al></li>
              <li nr="d."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
                                    staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27,
                                    tweede lid, van de Wegenwet, zoals aangegeven op de
                                    topografische kaart in de bijlage; </al></li>
              <li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; </al></li>
              <li nr="f."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening; </al></li>
              <li nr="g."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c,
                                    van de Woningwet ; </al></li>
              <li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen; </al></li>
              <li nr="i."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.2</nr>
              <titel>Beslistermijn</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken
                                verdagen. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2.10, vierde lid,
                                artikel 2:11 of artikel 4:11.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het bepaalde in het eerste en het tweede lid geldt niet voor de
                                beslissing op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 3:4,
                                eerste lid</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.3</nr>
              <titel>Indiening aanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan zes weken voor het tijdstip waarop de aanvrager
                                de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bestuursorgaan
                                besluiten de aanvraag niet te behandelen. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voor bepaalde, door het bevoegde orgaan aan te wijzen vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste twaalf weken. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.4</nr>
              <titel>Voorschriften en beperkingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
                                Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot
                                bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.5</nr>
              <titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>Elke vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of
                            krachtens deze verordening anders is bepaald. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.6</nr>
              <titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li>
              <li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                    ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging
                                    wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming
                                    waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;</al></li>
              <li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li>
              <li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke
                                    van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;</al></li>
              <li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.7</nr>
              <titel>Termijnen</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.8</nr>
              <titel>Weigeringsgronden</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li>
              <li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li>
              <li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li>
              <li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>OPENBARE ORDE</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1</nr>
                <titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen, of door uitdagend gedrag
                                    aanleiding te geven tot ongeregeldheden. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Een ieder, die op een openbare plaats aanwezig is bij enig
                                    voorval, waardoor er ongeregeldheden ontstaan of dreigen te
                                    ontstaan of bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende
                                    gebeurtenis waardoor er ongeregeldheden ontstaan of dreigen te
                                    ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                    samenscholing, is verplicht op een daartoe strekkend bevel van
                                    een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de
                                    door hem aangewezen richting te verwijderen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bestuursorgaan in het belang
                                    van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden
                                    zijn afgezet. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. </al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>BETOGING</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.2</nr>
                <titel>Optochten</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd] </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.3</nr>
                <titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging
                                    te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten
                                    minste 24 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk
                                    kennis aan de burgemeester. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De kennisgeving bevat: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt; </al></li>
                  <li nr="b."><al>het doel van de betoging; </al></li>
                  <li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging; </al></li>
                  <li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging; </al></li>
                  <li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van samenstelling;
                                        </al></li>
                  <li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin
                                    het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4</nr>
                <titel>Afwijking termijn</titel>
              </kop>
              <al>[Vervallen; opgenomen in artikel 2.3]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.5</nr>
                <titel>Te verstrekken gegevens</titel>
              </kop>
              <al>[Vervallen; opgenomen in artikel 2.3]</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.6</nr>
                <titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen
                                    onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden, op
                                    of aan door burgemeester en wethouders aangewezen openbare
                                    plaatsen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het
                                    aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                    afbeeldingen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod. </al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>VERTONINGEN E.D. OP DE WEG</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.7</nr>
                <titel>Feest muziek en wedstrijd e.d.</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd] </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.8</nr>
                <titel>Dienstverlening</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.9</nr>
                <titel>Straatartiest</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                    straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids
                                    op te treden op door de burgemeester in het belang van openbare
                                    orde, openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu
                                    aangewezen openbare plaatsen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. </al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>BRUIKBAARHEID VAN DE WEG</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.10</nr>
                <titel>Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                                    publieke functie ervan</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken
                                    dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar
                                            oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
                                            doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg; </al></li>
                  <li nr="b."><al>het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare
                                    orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten
                                    aanzien van terrassen en uitstallingen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in
                                    het eerste lid gestelde verbod. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het
                                    in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                    activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder
                                    j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
                                </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2.24; </al></li>
                  <li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5.17. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor
                                    zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                    Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.11</nr>
                <titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De vergunning wordt verleend </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien
                                            de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                            beheersverordening, exploitatieplan of
                                            voorbereidingsbesluit; </al></li>
                  <li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het
                                    uitvoeren van hun publieke taak. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatwerken, de Waterschapskeur, het
                                    provinciaal wegenreglement, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                    gebaseerde AVOI. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.12</nr>
                <titel>Maken en veranderen van een uitweg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en
                                    wethouders: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg; </al></li>
                  <li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een
                                            uitweg; </al></li>
                  <li nr="c."><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de
                                            weg. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                    hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd in het belang van: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de bruikbaarheid van de weg; </al></li>
                  <li nr="b."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg; </al></li>
                  <li nr="c."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                            omgeving; </al></li>
                  <li nr="d."><al>de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.
                                        </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal
                                    wegenreglement Noord-Brabant van toepassing is. </al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>VEILIGHEID OP DE WEG</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.13</nr>
                <titel>Veroorzaken van gladheid</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden bij vorst of dreigende vorst water op de weg te
                                    werpen, uit te storten of te laten lopen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp door artikel 427, aanhef en onder 4e
                                    van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet 1994 van toepassing is. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.14</nr>
                <titel>Winkelwagentjes</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter
                                    beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van
                                    winkelwaren over de weg, is verplicht deze te voorzien van de
                                    naam van het bedrijf of van een ander herkenningsteken en de in
                                    de omgeving van dat bedrijf door het publiek op een openbare
                                    plaats achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen of
                                    te doen verwijderen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden een winkelwagentje dat is gebruikt op de weg,
                                    onbeheerd daarop achter te laten anders dan op een daartoe
                                    aangewezen plaats. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in de vorige leden bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de wet
                                    milieubeheer van toepassing is. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.15</nr>
                <titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder
                                of gevaar ontstaat.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.16</nr>
                <titel>Openen straatkolken e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting, die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.17</nr>
                <titel>Kelderingangen e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen
                                    betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de
                                    veiligheid van de weggebruikers opleveren. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427,
                                    aanhef en onder 1e of 3e, van het Wetboek van Strafrecht. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.18</nr>
                <titel>Rookverbod in bossen en natuurgebieden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden te roken in bossen, of heidegronden of binnen
                                    een afstand van dertig meter daarvan gedurende de door
                                    burgemeester en wethouders aangewezen periode. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden in bossen, op heidegronden of binnen een afstand
                                    van honderd meter daarvan voor zover het de open lucht betreft
                                    brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen
                                    of te laten liggen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste en in het tweede lid gestelde verbod geldt
                                    niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                    door het bepaalde in artikel 429, aanhef en onder 3e, van het
                                    Wetboek van Strafrecht van toepassing is. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor
                                    zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende, als
                                    tuin ingerichte, erven. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.19</nr>
              </kop>
              <al>[gereserveerd] </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.20</nr>
                <titel>Vallende voorwerpen</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.20a</nr>
                <titel>Gevaarlijke voorwerpen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen
                                    en daaraan gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen en
                                    terreinen messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die
                                    als wapen kunnen worden gebruikt, openlijk bij zich te dragen.
                                </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor wapens
                                    behorende tot de categorieën I, II, III en IV Wet Wapens en
                                    Munitie en voorzover door het bij zich dragen van voorwerpen de
                                    openbare orde of veiligheid niet in gevaar komt of kan komen.
                                </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.21</nr>
                <titel>Voorzieningen voor verkeer, verlichting, brandkranen en
                                    nutsvoorzieningen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de
                                    aanwijzingen van het college, voorwerpen, borden, voorzieningen
                                    ten behoeve van het openbaar verkeer of de openbare verlichting,
                                    brandkraanbordjes en aanduidingen ten behoeve van
                                    nutsvoorzieningen worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of
                                    verwijderd. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college maakt tevoren aan de rechthebbende zijn besluit
                                    bekend over te gaan tot het doen aanbrengen of wijzigen van een
                                    voorwerp, bord of voorziening als bedoeld in het eerste lid.
                                </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet
                                    1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht
                                    van toepassing is </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.22</nr>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.23</nr>
                <titel>Veiligheid op het ijs</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                            beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                            verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in
                                            gevaar te brengen; </al></li>
                  <li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                            veiligheid geplaatst op de onder a. bedoelde ijsvlakten,
                                            te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige
                                            andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                                            belemmeren. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan in het belang van de openbare veiligheid
                                    plaatsen aanwijzen waar het verboden is het ijs te betreden of
                                    voor sport of spel of anderszins te benutten. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De verboden gelden niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de
                                    provinciale vaarwegenverordening van toepassing is. </al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>EVENEMENTEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.24</nr>
                <titel>Begripsomschrijving</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen ; </al></li>
                  <li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid onder h
                                            van de Gemeentewet en artikel 5.22 van deze verordening;
                                        </al></li>
                  <li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; </al></li>
                  <li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank- en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen; </al></li>
                  <li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; </al></li>
                  <li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in de artikelen 2.9 en 2.39 van
                                            deze verordening. </al></li>
                  <li nr="g."><al>sportwedstrijden, welke niet plaatsvinden op of aan de
                                            weg. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder evenement wordt mede verstaan: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid; </al></li>
                  <li nr="b."><al>een braderie; </al></li>
                  <li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2.3 op de weg; </al></li>
                  <li nr="d."><al>een feest, muziek of wedstrijd op of aan de weg;</al></li>
                  <li nr="e."><al>een straatfeest of buurtbarbecue op een dag (klein
                                            evenement). </al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.25</nr>
                <titel>Evenement</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 50
                                            personen; </al></li>
                  <li nr="b."><al>het evenement tussen 10.00 en 0.30 uur plaats vindt;
                                        </al></li>
                  <li nr="c."><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht na 23.00 uur.</al></li>
                  <li nr="d."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan,
                                            (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een
                                            belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;
                                        </al></li>
                  <li nr="e."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                            oppervlakte van minder dan 10 m² per object; </al></li>
                  <li nr="f."><al>er een organisator is; </al></li>
                  <li nr="g."><al>de organisator binnen 14 dagen voorafgaand aan het
                                            evenement daarvan melding heeft gedaan aan de
                                            burgemeester. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan binnen 7 dagen na ontvangst van de melding
                                    besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het
                                    tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op
                                    of aan de weg, voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet
                                    1994</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.26</nr>
                <titel>Ordeverstoring</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. </al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.27</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke,
                                        besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof
                                        zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken
                                        worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe
                                        consumptie worden verstrekt of bereid. Onder een openbare
                                        inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel,
                                        restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek,
                                        buurthuis of clubhuis. Onder openbare inrichting wordt
                                        tevens verstaan een bij deze inrichting behorend terras en
                                        andere aanhorigheden; </al></li>
                <li nr="2."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare
                                        inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid
                                        kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen
                                        worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen
                                        worden bereid of verstrekt.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.28</nr>
                <titel>Exploitatie openbare inrichting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van
                                    de openbare inrichting in strijd is met het geldend
                                    bestemmingsplan. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de
                                    vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn
                                    oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in
                                    de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op
                                    ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich
                                    bevindt in </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                                            Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de
                                            openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de
                                            winkelactiviteit; </al></li>
                  <li nr="b."><al>een zorginstelling; </al></li>
                  <li nr="c."><al>een museum; </al></li>
                  <li nr="d."><al>een sportkantine; of </al></li>
                  <li nr="e."><al>buurthuizen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van
                                    toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid en op de
                                    vrijstelling bedoeld in het vijfde lid.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.29</nr>
                <titel>Sluitingstijd</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Openbare inrichtingen zijn gesloten op dinsdag t/m vrijdag
                                    tussen 02.00 en 05.00 uur en op zaterdag, zondag, maandag en de
                                    dag na een officiële feestdag als bedoeld in het tweede lid
                                    tussen 03.00 en 05.00 uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Tweede Paasdag, Koninginnedag, Nationale Bevrijdingsdag,
                                    Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag en Eerste en Tweede Kerstdag
                                    worden voor de toepassing van het eerste lid aangemerkt als
                                    officiële feestdag<cursief>. </cursief></al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend
                                    te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na
                                    sluitingstijd. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd.
                                </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde
                                    lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
                                </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op
                                    situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is
                                    voorzien. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.30</nr>
                <titel>Afwijking sluitingsuur, tijdelijke sluiting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor één of
                                    meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingsuren
                                    vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b
                                    Opiumwet. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.31</nr>
                <titel>Verboden gedragingen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden in een openbare inrichting</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de orde te verstoren; </al></li>
                <li nr="b."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat
                                        de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een
                                        besluit krachtens lid 2.29en 2.30; </al></li>
                <li nr="c."><al>op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen
                                        die geen gebruik maken van de zitplaatsen die aanwezig zijn
                                        op het terras</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.32</nr>
                <titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht . </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                    voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.33</nr>
                <titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel>
              </kop>
              <al>Indien een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.27 geen
                                inrichting is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet treedt
                                niet de burgemeester maar het college op als bevoegd bestuursorgaan
                                ten behoeve van de artikelen 2.28 tot en met 2.30. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.34</nr>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>8A.</nr>
              <titel>Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                                Drank- en Horecawet</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34a</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="-"><al>alcoholhoudende drank,</al></li>
                <li nr="-"><al>horecabedrijf,</al></li>
                <li nr="-"><al>horecalokaliteit,</al></li>
                <li nr="-"><al>inrichting,</al></li>
                <li nr="-"><al>paracommerciële rechtspersoon,</al></li>
                <li nr="-"><al>sterke drank,</al></li>
                <li nr="-"><al>slijtersbedrijf en</al></li>
                <li nr="-"><al>zwak-alcoholhoudende drank,</al></li>
              </lijst>
              <al>dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet .</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34b</nr>
                <titel>Regulering paracommerciële rechtspersonen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Een paracommercieel rechtspersoon dat zich voornamelijk richt op
                                    het organiseren van activiteiten van sportieve aard kan
                                    alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>maandag tot en met vrijdag vanaf 12:00 uur tot 01:00
                                            uur</al></li>
                  <li nr="b."><al>zaterdag en zondag vanaf 12:00 uur tot 23:00 uur</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In afwijking van het eerste lid, mag bij bijzondere activiteiten
                                    de schenktijd beginnen 1 uur voor aanvang maar niet voor 12 uur
                                    en moet de schenktijd eindigen 1 uur na beëindiging van de
                                    activiteiten.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Een paracommercieel rechtspersoon dat zich richt op jongerenwerk
                                    kan alcoholhoudende drank verstrekken gedurende de
                                    openingstijden die volgen uit artikel 2:29.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Overige paracommerciële rechtspersonen kunnen alcoholhoudende
                                    drank uitsluitend verstrekken op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>Maandag tot en met vrijdag vanaf 12:00 uur tot 01:00
                                            uur</al></li>
                  <li nr="b."><al>Zaterdag en zondag vanaf 12:00 uur tot 23:00 uur.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>In afwijking van het vierde lid, mag bij bijzondere activiteiten
                                    de schenktijd beginnen 1 uur voor aanvang maar niet voor 12 uur
                                    en moet de schenktijd eindigen 1 uur na beëindiging van de
                                    activiteiten</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Een paracommercieel rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende
                                    drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en
                                    bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet
                                    rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende
                                    rechtspersoon betrokken zijn.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34f</nr>
                <titel>Verbod ‘happy hours’</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras
                                bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te
                                verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een
                                periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar
                                gewoonlijk wordt gevraagd.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN
                                NACHTVERBLIJF</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.35</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze paragraaf wordt verstaan onder inrichting: elke al of niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.36</nr>
                <titel>Kennisgeving exploitatie</titel>
              </kop>
              <al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.37</nr>
                <titel>Nachtregister</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.38</nr>
                <titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel>
              </kop>
              <al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt dan wel de
                                kampeerder is verplicht onverwijld aan de exploitant of feitelijk
                                leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid zijn of
                                haar naam, adres, woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats,
                                betrekking, dag van aankomst, alsmede de dag van vertrek te
                                verstrekken. </al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.39</nr>
                <titel>Speelgelegenheden</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: </al><al>een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar
                                        bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is
                                        de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen,
                                        waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen
                                        worden gewonnen of verloren; </al></li>
                <li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                        verbod is niet van toepassing op: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel
                                                30c, eerste lid, onder c, van de Wet op de
                                                kansspelen vergunning is verleend; </al></li>
                    <li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie
                                                of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                                verlenen; </al></li>
                    <li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden
                                                om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van
                                                de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen
                                                op automaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op
                                                de kansspelen, of de handeling als bedoeld in
                                                artikel 1, onder a, van de Wet op de kansspelen te
                                                verrichten. </al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat
                                                de woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                                speelgelegenheid of de openbare orde op
                                                ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de
                                                exploitatie van de speelgelegenheid; </al></li>
                    <li nr="b."><al>indien de exploitatie van een speelgelegenheid in
                                                strijd is met een geldend bestemmingsplan. </al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="4."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.40</nr>
                <titel>Speelautomaten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In dit artikel wordt verstaan onder: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen; </al></li>
                  <li nr="b."><al>Kansspelautomaat: automaat als bedoel in artikel 30,
                                            onder c van de Wet; </al></li>
                  <li nr="c."><al>Hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder d van de Wet; </al></li>
                  <li nr="d."><al>Laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder e van de Wet. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn 2 speelautomaten toegestaan,
                                    waarvan maximaal twee kansspelautomaten; </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In laagdrempelige inrichtingen zijn 2 speelautomaten toegestaan
                                    met dien verstande dat kansspelautomaten in het geheel niet zijn
                                    toegestaan </al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.41</nr>
                <titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een krachtens artikel 174a Gemeentewet gesloten
                                    woning of lokaal, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorende erf te betreden.
                                </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden een krachtens artikel 13b Opiumwet gesloten
                                    woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij
                                    die woning of dat lokaal behorend erf, een voor publiek
                                    toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.
                                </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of lokaal wegens dringende redenen noodzakelijk is. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De burgemeester is bevoegd van de in het eerste en tweede lid
                                    bedoelde verboden ontheffing te verlenen. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.42</nr>
                <titel>Plakken en kladden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden de openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is te bekrassen of te
                                    bekladden. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende een openbare plaats of op dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding, aan te plakken of op andere wijze aan te
                                            brengen of te doen aanbrengen; </al></li>
                  <li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof enige
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbrengen. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college van burgemeester en wethouders kan aanplakborden
                                    aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en
                                    bekendmakingen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van meningsuitingen en bekendmakingen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.43</nr>
                <titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij
                                    zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer,
                                    kleur- of verfstof of verfgereedschap. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de in dat lid bedoelde
                                    materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn
                                    bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2.42. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.44</nr>
                <titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen
                                    niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de
                                    toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                                    sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van
                                    braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te
                                    voorkomen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.45</nr>
                <titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zich te
                                    bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken,
                                    wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten
                                    de daarin gelegen wegen of paden. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van dit verbod. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.46</nr>
                <titel>Rijden over bermen e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs
                                    wordt vereist</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatwerken of het Provinciaal wegenreglement
                                    Noord-Brabant van toepassing is. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.47</nr>
                <titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op
                                            een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                            toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                                            afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair; </al></li>
                  <li nr="b."><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan
                                            gebruikers of aan bewoners van nabij de weg gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder veroorzaakt wordt.
                                        </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp artikel 424, 426 bis, 431 van het Wetboek van
                                    Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.48</nr>
                <titel>Verboden drankgebruik</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uit maakt van
                                    een door burgemeester en wethouders aangewezen gebied,
                                    alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen,
                                    blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te
                                    hebben. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; </al></li>
                  <li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35 van de Drank- en Horecawet. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.49</nr>
                <titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden; </al></li>
                  <li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen, die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van een zodanig gebouw. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.50</nr>
                <titel>Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen dan wel te bezigen voor een ander doel dan waarvoor
                                de desbetreffende ruimte is bestemd. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.51</nr>
                <titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek,
                                indien: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek; </al></li>
                <li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt. </al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.52</nr>
                <titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt- en kermisterrein
                                    e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                                uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een
                                door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een
                                markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden
                                wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers
                                van het terrein. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.53</nr>
                <titel>Bespieden van personen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel van
                                    een gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de
                                    kennelijke bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit
                                    gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindende persoon, te
                                    bespieden. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                    optisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen of
                                    woonschip bevindende persoon te bespieden. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.54</nr>
              </kop>
              <al>[gereserveerd] </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.55</nr>
              </kop>
              <al>[gereserveerd] </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.56</nr>
              </kop>
              <al>[gereserveerd] </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.57</nr>
                <titel>Loslopende honden, verboden plaatsen, identificatie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats;</al></li>
                  <li nr="b."><al>binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet is
                                            aangelijnd; of</al></li>
                  <li nr="c."><al>op de weg indien die hond niet is voorzien van een
                                            halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar
                                            of houder duidelijk doet kennen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van
                                    toepassing op door het college aangewezen plaatsen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn niet
                                    van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                            sociale hulphond laat begeleiden; of</al></li>
                  <li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                            geleidehond of sociale hulphond.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.58</nr>
                <titel>Verontreiniging door honden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is
                                    verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond
                                    onmiddellijk worden verwijderd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder
                                    van een hond </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                            sociale hulphond laat begeleiden; of</al></li>
                  <li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                            geleidehond of sociale hulphond.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door
                                    het college aangewezen plaatsen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.59</nr>
                <titel>Gevaarlijke honden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Indien het college een hond in verband met zijn gedrag
                                    gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van
                                    die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod
                                    opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare
                                    plaats of op het terrein van een ander.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is
                                    de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte,
                                    gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht
                                    is de hond voorzien te houden van een muilkorf die: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of
                                            van beide stoffen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de
                                            hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van
                                            de mens niet mogelijk is; en</al></li>
                  <li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                            afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van
                                            de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
                                            aanwezig zijn.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder c,
                                    dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn
                                    van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek
                                    identificatienummer door middel van een microchip die met een
                                    chipreader afleesbaar is. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.60</nr>
                <titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                    plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer , bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>aanwezig te hebben;</al></li>
                  <li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde
                                            regels;</al></li>
                  <li nr="c."><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven; of</al></li>
                  <li nr="d."><al>te voeren.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen plaats die een krachtens het eerste lid is aangewezen,
                                    ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het
                                    eerste lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.61</nr>
              </kop>
              <al>[gereserveerd] </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.62</nr>
                <titel>Loslopend vee</titel>
              </kop>
              <al>De rechthebbende op vee, dat zich bevindt in een aan een weg liggend
                                weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een
                                deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
                                maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken.
                            </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.63</nr>
                <titel>Duiven</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat die
                                    duiven niet kunnen uitvliegen tussen 08.00 uur en 18.00 uur in
                                    een door het college te bepalen tijdvak gelegen tussen 1 maart
                                    en 1 juni. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gesteld gebod. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de provinciale
                                    ophokverordening. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.64</nr>
                <titel>Bijen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden bijen te houden: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere
                                            gebouwen waar overdag mensen verblijven; </al></li>
                  <li nr="b."><al>binnen een afstand van 30 meter van de weg. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op een
                                    afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een
                                    afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger
                                    als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen
                                    te voorkomen of een vergelijkbare maatregel is getroffen om laag
                                    uit- en invliegen te voorkomen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    niet voorzover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen of
                                    gebouwen bedoeld in dat lid. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt
                                    niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                    door het provinciale wegenreglement. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.]</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:65</nr>
                <titel>Bedelarij</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de
                                weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om
                                geld of andere zaken.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.66</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht; </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.67</nr>
                <titel>Verplichtingen met betrekking tot het register</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij
                                    onverwijld: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                            goed;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li>
                  <li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor
                                            zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het
                                            goed;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed;</al></li>
                  <li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                            verkregen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                    verplichtingen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.68</nr>
                <titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 ter, eerste lid, van
                                    het Wetboek van Strafrecht</titel>
              </kop>
              <al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                        stellen: </al><lijst>
                    <li nr="1."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met
                                                vermelding van zijn woonadres en het adres van de
                                                bij zijn onderneming behorende vestiging; </al></li>
                    <li nr="2."><al>van een verandering van de onder a, sub l°, bedoelde
                                                adressen; </al></li>
                    <li nr="3."><al>als hij het beroep van handelaar niet langer
                                                uitoefent; </al></li>
                    <li nr="4."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs
                                                van een misdrijf afkomstig is of voor de
                                                rechthebbende verloren is gegaan; </al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven; </al></li>
                <li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn; </al></li>
                <li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.69</nr>
                <titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.70</nr>
                <titel>Handel in horecabedrijven</titel>
              </kop>
              <al>(Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op
                                horecabedrijven) onder artikel 2:32).</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>VUURWERK</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.71</nr>
                <titel>Begripsomschrijving</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: </al>
              <al>Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.72</nr>
                <titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of
                                    nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen, dan
                                    wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder
                                    een vergunning van het college </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.73</nr>
                <titel>Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden consumentenvuurwerk op of aan de weg of op een
                                    voor publiek toegankelijke plaats te bezigen indien zulks
                                    gevaar, schade of overlast kan veroorzaken. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.
                                </al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>DRUGSOVERLAST</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.74</nr>
                <titel>Drugshandel op straat</titel>
              </kop>
              <al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op af aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in
                                de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, als
                                dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam zijn of daarin te bemiddelen. </al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>BESTUURLIJKE OPHOUDING, VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN EN
                                CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.75</nr>
                <titel>Bestuurlijke ophouding</titel>
              </kop>
              <al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a Gemeentewet
                                besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
                                groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze
                                personen het bepaalde in artikel 2.1, 2.10, 2.11, 2.16, 2.20a, 2.26,
                                2.47, 2.48, 2.49, 2.50, 2.73 of 5.34 van deze verordening
                                groepsgewijs niet naleven. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.76</nr>
                <titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel>
              </kop>
              <al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.77</nr>
                <titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een
                                    bepaalde duur ten behoeve van toezicht op een openbare plaats.
                                </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste
                                    lid eveneens ten aanzien van andere voor eenieder toegankelijke
                                    plaatsen: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>parkeerterreinen en –garages;</al></li>
                  <li nr="b."><al>Gemeentehuis en overige overheidsgebouwen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofstuk</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D. </titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>BEGRIPSBEPALINGEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.1</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>Prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
                                    </al></li>
                <li nr="b."><al>Prostituee: degene, die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding; </al></li>
                <li nr="c."><al>Seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder begrepen een
                                        erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar; </al></li>
                <li nr="d."><al>Escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend; </al></li>
                <li nr="e."><al>Sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd; </al></li>
                <li nr="f."><al>Exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert en de tot vertegenwoordiging van
                                        die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke
                                        persoon of personen; </al></li>
                <li nr="g."><al>Beheerder: de natuurlijk persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een
                                        seksinrichting of escortbedrijf; </al></li>
                <li nr="h."><al>Bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van: </al><lijst>
                    <li nr="1."><al>de exploitant; </al></li>
                    <li nr="2."><al>de beheerder; </al></li>
                    <li nr="3."><al>de prostituee; </al></li>
                    <li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;
                                            </al></li>
                    <li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                artikel 6.2; </al></li>
                    <li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk
                                                is. </al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.2</nr>
                <titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel>
              </kop>
              <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.3</nr>
                <titel>Nadere regels</titel>
              </kop>
              <al>Met het oog op de in artikel 3.13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van de bevoegdheden in dit hoofdstuk nadere
                                regels vaststellen. </al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>SEKSINRICHTINGEN, STRAATPROSTITUTIE, SEKSWINKELS EN
                                DERGELIJKE</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.4</nr>
                <titel>Seksinrichtingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant; </al></li>
                  <li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en </al></li>
                  <li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.
                                        </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.5</nr>
                <titel>Gedrageisen exploitant en beheerder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De exploitant en de beheerder: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij; </al></li>
                  <li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
                                            en</al></li>
                  <li nr="c."><al>heeft de leeftijd van éénentwintig jaar bereikt.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, zijn de exploitant en
                                    de beheerder niet: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van
                                            Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of
                                            met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van
                                            Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li>
                  <li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, inclusief de drie
                                            openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius,
                                            Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dan wel door een andere
                                            rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands
                                            recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge
                                            artikel 67, eerste lid van het Wetboek van
                                            Strafvordering is toegelaten;</al></li>
                  <li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van € 500,00 of meer of
                                            tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9,
                                            eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht,
                                            wegens dan wel mede wegens overtreding van: </al><lijst>
                      <li nr="-"><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                                  Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de
                                                  Wet arbeid vreemdelingen; </al></li>
                      <li nr="-"><al>de artikel 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242
                                                  tot en met 249, 250a (oud), 252, 273a, 300 tot en
                                                  met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453
                                                  van de Wetboek van Strafrecht; </al></li>
                      <li nr="-"><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede
                                                  artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163
                                                  van de Wegenverkeerswet 1994; </al></li>
                      <li nr="-"><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en
                                                  30b van de Wet op de kansspelen; </al></li>
                      <li nr="-"><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                                  weerkorpsen; </al></li>
                      <li nr="-"><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                                  munitie.</al></li>
                    </lijst></li>
                </lijst>
                <al/>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                            Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom
                                            minder dan € 375,00 bedraagt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt : </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning;</al></li>
                  <li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li>
                </lijst>
                <al/>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste één maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3.4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem ter zake geen verwijt treft. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.6</nr>
                <titel>Sluitingstijden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven; </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op dinsdag tot en met vrijdag tussen 02.00 en 05.00
                                            uur;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op zaterdag, zondag en maandag en de dag na Tweede
                                            Paasdag, Koninginnedag, Nationale Bevrijdingsdag,
                                            Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag en Eerste en Tweede
                                            Kerstdag tussen 03.00 en 05.00 uur.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bevoegd orgaan kan door middel van een voorschrift als
                                    bedoeld in artikel 1.4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3.7, eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde geldt niet voor
                                    zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de
                                    op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.7</nr>
                <titel>Tijdelijke afwijking sluitingsuur; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Met het oog op de in artikel 3.13, tweede lid, genoemde belangen
                                    of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk
                                    kan het bevoegd bestuursorgaan: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3.6, eerste of
                                            tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
                                    artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.8</nr>
                <titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3.4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XVII (misdrijven tegen de persoonlijke
                                            vrijheid), XX ((mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
                                            (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie; en</al></li>
                  <li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.9</nr>
                <titel>Straatprostitutie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te
                                    nodigen dan wel aan te lokken: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen
                                            of gebieden; </al></li>
                  <li nr="b."><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde
                                            tijden. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gesteld
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Met het oog op de in artikel 3.13, tweede lid, genoemde belangen
                                    kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de
                                    wegen en tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden
                                    gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te
                                    verwijderen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3.13, tweede
                                    lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een
                                    bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid bij besluit
                                    verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een
                                    openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en
                                    op de tijden bedoeld in het eerste lid. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.
                                </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.10</nr>
                <titel>Sekswinkels</titel>
              </kop>
              <al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.11</nr>
                <titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende
                                            heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen,
                                            aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving in gevaar brengt; </al></li>
                  <li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving gestelde regels. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Grondwet.
                                </al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>BESLISSINGSTERMIJN: WEIGERINGSGRONDEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.12</nr>
                <titel>Beslissingstermijn</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.13</nr>
                <titel>Weigeringsgronden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3:5 gestelde eisen; </al></li>
                  <li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of
                                            het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of
                                            leefmilieuverordening;</al></li>
                  <li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                            strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht
                                            of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen
                                            of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven
                                    kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, de vergunning
                                    bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd dan wel de
                                    aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid,
                                    achterwege gelaten, in het belang van: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li>
                  <li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon-
                                            en leefklimaat;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li>
                  <li nr="e."><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li>
                  <li nr="f."><al>de gezondheid of zedelijkheid; </al></li>
                  <li nr="g."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>BEËINDIGING EXPLOITATIE; WIJZIGING BEHEER</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.14</nr>
                <titel>Beëindiging exploitatie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3.4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.
                                </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.15</nr>
                <titel>Wijziging beheer</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3.1, onder g, het
                                    beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijke
                                    heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na
                                    de feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan
                                    het bevoegd bestuursorgaan. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3.13, eerste lid aanhef en onder a is van overeenkomstige
                                    toepassing. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten. </al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET
                            UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>GELUIDHINDER EN VERLICHTING</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.1</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                    milieubeheer ; </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>inrichting: een inrichting type A of type B, als bedoeld in het
                                    Besluit; </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                    bedrijfsleider, leidinggevende of anderszins een inrichting
                                    drijft; </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>d.</lidnr>
                <al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één
                                    of een klein aantal inrichtingen is verbonden; </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>e.</lidnr>
                <al>incidentele festiviteit: festiviteit die gebonden is aan één of
                                    een klein aantal inrichtingen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>f.</lidnr>
                <al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van
                                    artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                    geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                    behorende bij de betreffende inrichting; </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>g.</lidnr>
                <al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1
                                    van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige
                                    terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij de
                                    betreffende inrichting; </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>h.</lidnr>
                <al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                    versterkt.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.2</nr>
                <titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit en artikel 4.5 van deze verordening gelden niet
                                    voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                    festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                    dagdelen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening op sportterreinen, artikel 4.113 lid 1 van het
                                    Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan
                                    te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te
                                    wijzen dagen of dagdelen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid en tweede lid,
                                    kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat de aanwijzing
                                    slechts geldt in één of meer van de volgende delen: Goirle en
                                    Riel. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college maakt de aanwijzing tenminste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.3</nr>
                <titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 8 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit en artikel 4.5 van deze verordening niet van
                                    toepassing zijn mits de houder van de inrichting ten minste twee
                                    weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in
                                    kennis heeft gesteld. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 8 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij artikel 4.113
                                    lid 1 van het Besluit niet van toepassing is mits de houder van
                                    de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de
                                    festiviteit burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft
                                    gesteld. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.4</nr>
                <titel>Geluidsplafond</titel>
              </kop>
              <al>Het college kan nadere regels stellen ter voorkoming of beperking
                                van geluidhinder bij collectieve of incidentele festiviteiten</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.5</nr>
                <titel>Onversterkte muziek</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals
                                        bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid
                                        van het Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen
                                        tabel van toepassing, met dien verstande dat: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of
                                                aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de
                                                gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen
                                                toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren
                                                of doen uitvoeren van geluidsmetingen; </al></li>
                    <li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook
                                                gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het
                                                terrein; </al></li>
                    <li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen,
                                                voor zover het woningen betreft, gelden in
                                                geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten; </al></li>
                    <li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld
                                                in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt
                                                toegepast. </al></li>
                    <li nr="e."><al>Tabel </al><table>
                        <tgroup cols="4">
                          <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="43*"/>
                          <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="19*"/>
                          <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="19*"/>
                          <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="19*"/>
                          <tbody>
                            <row>
                              <entry colname="col1">
                                <al/>
                              </entry>
                              <entry colname="col2">
                                <al>7.00 - 19.00 uur</al>
                              </entry>
                              <entry colname="col3">
                                <al>19.00 - 23.00 uur</al>
                              </entry>
                              <entry colname="col4">
                                <al>23.00 - 7.00 uur</al>
                              </entry>
                            </row>
                            <row>
                              <entry colname="col1">
                                <al>LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al>
                              </entry>
                              <entry colname="col2">
                                <al>50 dB(A)</al>
                              </entry>
                              <entry colname="col3">
                                <al>45 dB(A)</al>
                              </entry>
                              <entry colname="col4">
                                <al>40 dB(A)</al>
                              </entry>
                            </row>
                            <row>
                              <entry colname="col1">
                                <al>LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al>
                              </entry>
                              <entry colname="col2">
                                <al>35 dB(A)</al>
                              </entry>
                              <entry colname="col3">
                                <al>30 dB(A)</al>
                              </entry>
                              <entry colname="col4">
                                <al>25 dB(A)</al>
                              </entry>
                            </row>
                            <row>
                              <entry colname="col1">
                                <al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al>
                              </entry>
                              <entry colname="col2">
                                <al>70 dB(A)</al>
                              </entry>
                              <entry colname="col3">
                                <al>65 dB(A)</al>
                              </entry>
                              <entry colname="col4">
                                <al>60 dB(A)</al>
                              </entry>
                            </row>
                            <row>
                              <entry colname="col1">
                                <al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al>
                              </entry>
                              <entry colname="col2">
                                <al>55 dB(A)</al>
                              </entry>
                              <entry colname="col3">
                                <al>50 dB(A)</al>
                              </entry>
                              <entry colname="col4">
                                <al>45 dB(A)</al>
                              </entry>
                            </row>
                          </tbody>
                        </tgroup>
                      </table></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Voor de duur van 6 uur in de week is onversterkte muziek,
                                        vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten,
                                        harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting
                                        gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de
                                        genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. </al></li>
                <li nr="3."><al>Indien versterkte elementen worden gecombineerd met
                                        onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd
                                        als versterkte muziek en is het Besluit van toepassing.
                                    </al></li>
                <li nr="4."><al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3
                                        van deze verordening van toepassing is.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.6</nr>
                <titel>Overige geluidhinder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen
                                    of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te
                                    verrichten dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving
                                    geluidhinder wordt veroorzaakt. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing
                                    verlenen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet, voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                    Wegenverkeerswet 1994, de Zondagswet, het Wetboek van
                                    Strafrecht, de Luchtvaartwet, het Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens 1990, de Provinciale Milieuverordening Noord
                                    Brabant of het Vuurwerkbesluit. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.6a</nr>
                <titel>(Geluid)hinder door dieren</titel>
              </kop>
              <al>Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer
                                de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een
                                omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder veroorzaakt.
                            </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.6b</nr>
                <titel>(Geluid)hinder door bromfietsen e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te
                                gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de
                                omgeving (geluid)hinder ontstaat. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.6c</nr>
                <titel>(Geluid)hinder door vrachtauto's</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer een vrachtauto als bedoeld in artikel 1, onder a,
                                    van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens op zodanige
                                    wijze te laden of te lossen dat daardoor voor een omwonende of
                                    overigens voor de omgeving (geluid)hinder wordt veroorzaakt.
                                </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing
                                    verlenen. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.6d</nr>
                <titel>Routering</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer met een vrachtauto, als bedoeld in artikel 4.6c,
                                    waarvan het ledig gewicht vermeerderd met het laadvermogen meer
                                    bedraagt dan 3.500 kg of die met inbegrip van de lading een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2
                                    meter, tussen 23.00 en 07.00 uur op een andere dan door het
                                    college bij openbaar bekend te maken besluit aangewezen weg te
                                    rijden. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing
                                    verlenen. </al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.7</nr>
                <titel>Straatvegen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van of vanwege de gemeentelijke reinigingsdienst
                                aangewezen weggedeelte een voertuig te parkeren of enig ander
                                voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide
                                tijdsperiode. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.8</nr>
                <titel>Natuurlijke behoefte doen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op of aan de weg zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde inrichting
                                of plaats. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.9</nr>
                <titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet- openbare
                                    riolen en putten buiten gebouwen</titel>
              </kop>
              <al>Sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen. </al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:10</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>bevoegd gezag: als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                                lid, van de Wet algemene bepalingen
                                                omgevingsrecht;</al></li>
                    <li nr="b."><al>bomen effect analyse: een standaard beoordeling van
                                                de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een
                                                boom, op basis van landelijke richtlijnen van de
                                                Bomenstichting;</al></li>
                    <li nr="c."><al>boom: een houtachtig, opgaand gewas zowel levend als
                                                afgestorven met een stamomtrek van minimaal 32 cm
                                                gemeten op 1.30 meter hoogte vanaf het maaiveld. In
                                                geval van meerstammigheid geldt de stamomtrek van de
                                                dikste stam; </al></li>
                    <li nr="d."><al>dunnen: het verwijderen van ≤40% van de
                                                kroonprojectie (oppervlak waarbinnen de takken en
                                                bladeren van de boom vallen), door middel van vellen
                                                als voorzorgsmaatregel om de groei van de
                                                overblijvende houtopstand te bevorderen;</al></li>
                    <li nr="e."><al>groene kaart: topografische kaart met bijhorend
                                                register, met daarop beschermde waardevolle
                                                houtopstanden in de vorm van lijnvormige beplanting
                                                (boomstructuren), vlakvormige gebieden met
                                                houtopstanden die een functionele eenheid vormen
                                                (boomzones) en solitaire bomen of boomgroepen;</al></li>
                    <li nr="f."><al>grondoppervlak houtopstand: het oppervlak waarbinnen
                                                de houtopstand staat, berekend vanaf een halve meter
                                                vanuit de stam van de buitenste boom;</al></li>
                    <li nr="g."><al>hakhout: speciale onderhoudsvorm, waarbij een of
                                                meerde bomen periodiek op circa 20 tot 80 cm boven
                                                de grond worden afgezaagd, waarna ze op de stronk
                                                weer opnieuw uitlopen;</al></li>
                    <li nr="h."><al>houtopstand: één of meerder bomen die een
                                                zelfstandig geheel vormen doordat de kronen een
                                                sluitend geheel vormen;</al></li>
                    <li nr="i."><al>kandelaberen: een snoeitechniek waarbij takken van
                                                een boom afgezaagd worden waardoor de boom het
                                                uiterlijk van een kadelaar of kandelaber
                                                krijgt;</al></li>
                    <li nr="j."><al>knotten: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen
                                                van takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of
                                                leibomen als (periodiek) noodzakelijk
                                                onderhoud;</al></li>
                    <li nr="k."><al>vellen: rooien, kappen, verplanten, snoeien van meer
                                                dan 40% van de kroon of wortelgestel, met inbegrip
                                                van kandelaberen en het verrichten van handelingen
                                                zowel boven- als ondergronds, die de dood, ernstige
                                                beschadiging of ernstige ontsiering van de
                                                houtopstand ten gevolge kunnen hebben. </al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:11</nr>
                <titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een
                                    beschermde houtopstand te vellen of te doen vellen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Een houtopstand is beschermd wanneer:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>deze staat vermeld op de dan geldende Groene kaart die
                                            is vastgesteld door het College van Burgemeester en
                                            Wethouders; </al></li>
                  <li nr="b."><al>deze een stamomtrek heeft van ≥100cm, gemeten op 1.30m
                                            vanaf maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de
                                            dikste stam; </al></li>
                  <li nr="c."><al>deze bestaat uit meerdere bomen, die tezamen een
                                            grondoppervlak hebben van ≥ 100m2.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Een vergunningsplicht zoals genoemd in lid 1 en 2 van artikel
                                    4.11 geldt niet voor:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>houtopstanden met een stamomtrek &lt; 32 cm, gemeten op
                                            1.30 m vanaf maaiveld. Ingeval van meerstammigheid geldt
                                            de dikste stam;</al></li>
                  <li nr="b."><al>houtopstanden die moet worden geveld krachtens de
                                            Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van
                                            Burgemeester en wethouders;</al></li>
                  <li nr="c."><al>periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van regulier
                                            onderhoud;</al></li>
                  <li nr="d."><al>periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke
                                            beheermaatregel bij knotbomen, gekandalaberde bomen of
                                            leibomen ter uitvoering van reguliere onderhoud; </al></li>
                  <li nr="e."><al>dunnen van houtopstand, waarbij ≤40% van de
                                            kroonprojectie door middel van kap wordt verwijderd als
                                            voorzorgsmaatregel om de groei van de overblijvende
                                            houtopstand te bevorderen (voor dunning, geldt een
                                            meldingsplicht bij de gemeentelijke
                                            toezichthouder);</al></li>
                  <li nr="f."><al>het vellen van een boom die binnen 0,5 meter van de
                                            erfgrens staat, gemeten vanaf het midden van de voet van
                                            de boom, als gevolg van het bepaalde in artikel 5:42 van
                                            het Burgerlijk Wetboek; </al></li>
                  <li nr="g."><al>het vellen van houtopstanden groter dan 10 are of een
                                            bomenrij bestaande uit meer dan 20 bomen, gelegen buiten
                                            de bebouwde kom en deel uitmaken van
                                            bosbouwondernemingen, die als zodanig bij het Bosschap
                                            zijn geregistreerd;</al></li>
                  <li nr="h."><al>het vellen van de volgende houtopstanden (conform
                                            artikel 15.2 van de Boswet):</al><lijst>
                      <li nr="i."><al>wegbeplanting en eenrijige beplanting op of
                                                  langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande
                                                  uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn
                                                  geknot;</al></li>
                      <li nr="ii."><al>vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;</al></li>
                      <li nr="iii."><al>fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd
                                                  om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor
                                                  in het bijzonder bestemde terreinen;</al></li>
                      <li nr="iv."><al>kweekgoed.</al></li>
                    </lijst></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Een vergunning kan worden geweigerd op grond van onder
                                    andere:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>alternatieven waarbij de houtopstand, vermeld op de
                                            Groene kaart, kan worden gespaard;</al></li>
                  <li nr="b."><al>natuurwaarde van de houtopstand;</al></li>
                  <li nr="c."><al>landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li>
                  <li nr="d."><al>waarde van de houtopstand voor stads- en
                                            dorpsschoon;</al></li>
                  <li nr="e."><al>beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li>
                  <li nr="f."><al>cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al></li>
                  <li nr="g."><al>waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand;</al></li>
                  <li nr="h."><al>concreetheid en haalbaarheid project.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De vergunning tot vellen vervalt 1 jaar na het onherroepelijk
                                    zijn van de omgevingsvergunning, tenzij bevoegd gezag een
                                    langere termijn, tot een maximum van 3 jaar, noodzakelijk acht
                                    vanwege de voorzienbare langere uitvoeringstermijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het bevoegd gezag kan, conform het dan geldende kapbeleid,
                                    voorschriften opleggen bij de vergunning omtrent herplantplicht
                                    en uitvoeren van Boom effect analyses.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:12a</nr>
                <titel>Instandhoudingsplicht en handhaving</titel>
              </kop>
              <al>Indien een beschermde houtopstand waarvoor een vergunningsplicht
                                geldt zoals beschreven in artikel 4.11, zonder vergunning van het
                                bevoegd gezag is geveld, dan wel op ernstige wijze is beschadigd
                                waardoor deze in het voortbestaan wordt bedreigd kan bevoegd gezag
                                de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de beschermde
                                houtopstand bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het
                                treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te
                                herplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen
                                een door hen te stellen termijn.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:12b</nr>
                <titel>Afstand tot erfgrens</titel>
              </kop>
              <al>De afstand tot de erfgrens waarbinnen het niet geoorloofd is bomen,
                                heesters of heggen te hebben, zoals bedoeld in artikel 5:42 van het
                                Burgerlijk Wetboek is, vastgesteld op 0,5 meter voor bomen en op
                                nihil voor heesters en heggen. </al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANKOVERLAST</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.13</nr>
                <titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een door het college in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin
                                    van de Wet milieubeheer , in de openlucht of buiten de weg de
                                    volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;
                                        </al></li>
                  <li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;
                                        </al></li>
                  <li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4.17 of
                                            onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel; </al></li>
                  <li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten afbraakmaterialen en oude
                                            metalen; </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet op de Ruimtelijke
                                    Ordening of de Provinciale milieuverordening. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.14</nr>
                <titel>Stankoverlast door gebruik van dierlijke meststoffen</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.15</nr>
                <titel>Vergunningplicht handelsreclame</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden om zonder vergunning van het college op of aan
                                    een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met
                                    behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke
                                    vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor onverlichte:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>Opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het
                                            inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet
                                            kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de
                                            weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>Opschriften of aankondigingen op of aan de onroerende
                                            zaken daartoe aangewezen door de overheid;</al></li>
                  <li nr="c."><al>Opschriften en aankondigingen kleiner dan 0,50
                                            m<sup>2</sup> en de langste zijde korter dan 1 meter die
                                            betrekking hebben op:</al></li>
                </lijst>
                <lijst>
                  <li nr="-"><al>Een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop,
                                            verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks
                                            voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;</al></li>
                  <li nr="-"><al>Het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de
                                            onroerende zaal wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak
                                            is bestemd;</al></li>
                </lijst>
                <lijst>
                  <li nr="d."><al>Opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van
                                            in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van
                                            degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het
                                            bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn
                                            aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde
                                            bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijke
                                            betekenis hebben;</al></li>
                </lijst>
                <lijst>
                  <li nr="e."><al>Opschriften een aankondigingen op of onroerende zaken
                                            dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn
                                            aangebracht ten dienste van dat vervoer;</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor opschriften of
                                    aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij
                                    feitelijke betekenis hebben, mits;</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>Van het aanbrengen ervan tevoren schriftelijk
                                            kennisgeving is gedaan aan het college;</al></li>
                  <li nr="b."><al>Het college niet binnen twee weken na ontvangst van die
                                            kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken;</al></li>
                  <li nr="c."><al>Deze opschriften of aankondigingen niet langer dan 9
                                            weken op de onroerende zaak aanwezig zijn.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het is verboden door een opschrift, aankondiging of afbeelding
                                    als bedoeld in het tweede en derde lid de veiligheid van het
                                    verkeer in gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving
                                    te veroorzaken;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>Indien de handelsreclame hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand;</al></li>
                  <li nr="b."><al>In het belang van de verkeersveiligheid;</al></li>
                  <li nr="c."><al>In het belang van de voorkoming of beperking van
                                            overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen
                                            onroerende zaak.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                            daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                            provinciale landschapsverordening;</al></li>
                  <li nr="b."><al>De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder a, geldt
                                            niet voor vergunningsplichtige bouwwerken;</al></li>
                  <li nr="c."><al>De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder c, geldt
                                            niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                            voorzien door de Wet milieubeheer.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.16</nr>
                <titel>Vergunningplicht lichtreclame</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd] </al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.17</nr>
                <titel>Begripsomschrijving</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: </al>
              <al>Een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor
                                het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet
                                algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of
                                opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor
                                recreatief nachtverblijf. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.18</nr>
                <titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd
                                    of mede bestemd. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod van het
                                    eerste lid. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap</al></li>
                  <li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.19</nr>
                <titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                    4.18, eerste lid niet geldt. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van
                                    de gronden, genoemd in artikel 4.18, vierde lid. </al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>PARKEEREXCESSEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li>
                <li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens ( RVV
                                        1990).</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.2</nr>
                <titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            met een straal van 25 meter met als middelpunt een dezer
                                            voertuigen; dan wel </al></li>
                  <li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.
                                        </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                    verstaan: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen tegen betaling.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet
                                    gerekend: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                            worden verricht die in totaal niet meer dan een uur
                                            vergen, zulks gedurende de tijd die nodig is voor en
                                            gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; </al></li>
                  <li nr="b."><al>voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de in
                                            het eerste lid genoemde persoon. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.3</nr>
                <titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden of te verhandelen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing van dit verbod verlenen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.4</nr>
                <titel>Defecte voertuigen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een voertuig waarmede als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.
                            </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.5</nr>
                <titel>Voertuigwrakken</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuigwrak op de weg te plaatsen of te
                                    hebben. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder voertuigwrak wordt verstaan: een voertuig dat rijtechnisch
                                    in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk
                                    verwaarloosde toestand verkeert. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.6</nr>
                <titel>Kampeermiddelen e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan,
                                    magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk
                                    voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of
                                    mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd dan wel
                                    een kampeerauto als bedoeld in artikel 1.1 van het
                                    Voertuigreglement:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen
                                            of te hebben op of aan een door het college aangewezen
                                            weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het
                                            oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of
                                            schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                                            gemeente; </al></li>
                  <li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren,
                                            waar dit naar hun oordeel schadelijk is voor het
                                            uiterlijk aanzien van de gemeente. </al></li>
                </lijst>
                <al/>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                    aanhef en onder a, gestelde verbod. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                    Provinciale caravan- en tentenverordening Noord-Brabant of de
                                    Provinciale landschapsverordening Noord-Brabant van toepassing
                                    is. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.7</nr>
                <titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.8</nr>
                <titel>Parkeren van grote voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, of
                                    een oplegger of een aanhangwagen, een lengte heeft van meer dan
                                    6 meter of een hoogte van meer dan 2,40 meter te parkeren op een
                                    door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel
                                    schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente; </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading of
                                    een oplegger of een aanhangwagen, een lengte heeft van meer dan
                                    6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg waar
                                    dit naar hun oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling
                                    van de beschikbare parkeerruimte;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op
                                    campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover
                                    deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op
                                    de weg worden geplaatst of gehouden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.9</nr>
                <titel>Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,40 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Dit verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.10</nr>
                <titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen te
                                    parkeren daar, waar bewoners of gebruikers van nabijgelegen
                                    gebouwen of terreinen daarvan hinder of overlast kunnen
                                    ondervinden. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Dit verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.11</nr>
                <titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden met een voertuig te rijden door deze dan wel te
                                    doen of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                    gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Dit verbod is niet van toepassing: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                            door of vanwege de overheid;</al></li>
                  <li nr="c."><al>op voertuigen, waarmede standplaats wordt of is
                                            ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn
                                            bestemd.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan van het in het verbod ontheffing verlenen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.12</nr>
                <titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel>
              </kop>
              <al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het
                                belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                opheffing van overlast dan wel ter voorkoming van schade aan de
                                openbare gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd
                                buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.
                            </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.12a</nr>
                <titel>Slapen in voertuigen, kampeermiddelen en dergelijke op of aan
                                    de openbare weg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op of aan de openbare weg een voertuig, tent of
                                    soortgelijk onderkomen als slaapplaats te gebruiken of daarin te
                                    overnachten dan wel daartoe gelegenheid te geven. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan plaatsen aanwijzen, waar het bepaalde in het
                                    eerste lid niet van toepassing is. Zij kunnen daarbij regels
                                    stellen ten aanzien van het gebruik van die plaatsen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door het Arbeidstijdenbesluit
                                    vervoer en de daarop gebaseerde voorschriften van toepassing
                                    zijn. </al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>COLLECTEREN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.13</nr>
                <titel>Inzameling van geld of goed</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten delen voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>VENTEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.14</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een
                                    openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis: </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder venten worden niet verstaan: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege
                                            degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel diensten als bedoeld in het eerst lid
                                            op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, onder h van de Gemeentewet of snuffelmarkten
                                            als bedoeld in artikel 5.22;</al></li>
                  <li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen als bedoeld in het eerste lid op een
                                            standplaats als bedoeld in artikel 5.17.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.15</nr>
                <titel>Ventverbod</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden te venten op zondagen en maandag tot en met
                                    zaterdag tussen 22.00 en 08.00 uur </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van
                                    de Wegenverkeerswet. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:16</nr>
                <titel>Vrijheid van meningsuiting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet
                                    voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten
                                    en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste
                                    lid, van de Grondwet . </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het
                                    eerste lid beperken door een verbod in te stellen: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen, of
                                        </al></li>
                  <li nr="b."><al>voor bepaalde dagen en uren. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het tweede lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>STANDPLAATSEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.17</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze paragraaf wordt verstaan onder standplaats: het vanaf
                                    een vaste plaats op een openbare en in de openluchtgelegen
                                    plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel diensten aan te bieden, gebruik makend van fysieke middelen,
                                    zoals eens kraam, een wagen of een tafel. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder standplaats wordt niet verstaan: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>vaste plaatsen op jaarmarkten of markten bedoeld in
                                            artikel 160, eerste lid onder h, van de
                                            Gemeentewet;</al></li>
                  <li nr="b."><al>vaste plaatsen op evenementen als bedoeld in artikel
                                            2.24;</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.18</nr>
                <titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van
                                            redelijke welstand;</al></li>
                  <li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs
                                            te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
                                            voor een standplaats voor het verkopen van goederen een
                                            redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse
                                            in gevaar komt</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>In afwijking van artikel 1.7 kan de vergunning voor een bepaalde
                                    tijd worden verleend. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.19</nr>
                <titel>Toestemming rechthebbende</titel>
              </kop>
              <al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.20</nr>
                <titel>Afbakeningsbepalingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het verbod van artikel 5.18, eerste lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer, Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het
                                    Provinciaal wegenreglement. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De weigeringsgrond van artikel 5.18, derde lid, onder a geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.21</nr>
                <titel>Aanhoudingsplicht</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>SNUFFELMARKTEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.22</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; </al></li>
                  <li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.23</nr>
                <titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet . </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>OPENBAAR WATER</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.24</nr>
                <titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                    voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar
                                    water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een
                                    melding aan het college. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens
                                    van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                    voorwerp. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in de daarin
                                    geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van
                                    Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatwerken, de Provinciale vaarwegenverordening, de
                                    Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde AVOI. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.25</nr>
                <titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                            orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
                                            aanzien van de gemeente;</al></li>
                  <li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal
                                            vaartuigen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatwerken, de Provinciale Vaarwegenverordening
                                    Noord-Brabant of de Provinciale landschapsverordening
                                    Noord-Brabant. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.26</nr>
                <titel>Aanwijzingen ligplaats</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5.25
                                    bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.
                                </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatwerken, de Provinciale Vaarwegenverordening
                                    Noord-Brabant of de Provinciale landschapsverordening
                                    Noord-Brabant van toepassing is. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.27</nr>
                <titel>Verbod innemen ligplaats</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens de artikelen 5.25, tweede lid
                                en 5.26 bepaalde. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.28</nr>
                <titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatwerken, het Binnenvaartpolitiereglement of
                                    de Provinciale Vaarwegenverordening Noord-Brabant. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.29</nr>
                <titel>Reddingsmiddelen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel, dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.30</nr>
                <titel>Veiligheid op het water</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.
                                </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatwerken
                                    of de Provinciale Vaarwegenverordening Noord-Brabant. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.31</nr>
                <titel>Overlast aan vaartuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.
                                </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is verboden een vaartuig, dat niet in voldoende staat van
                                    veiligheid verkeert, te gebruiken, ten gebruike af te staan of
                                    aan te bieden. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.31a</nr>
                <titel>Vaartuigen op waterplas</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een vaartuig te plaatsen of geplaatst te houden
                                    of daarmee te varen op een door het college aangewezen
                                    waterplas. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor vaartuigen, die
                                    worden gebruikt bij baggerwerkzaamheden en voor vaartuigen die
                                    worden gebruikt voor de openbare dienst. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Voor de toepassing van dit artikel worden onder vaartuigen mede
                                    verstaan kano's en roei-, zeil- en motorvaartuigen, alsmede
                                    zeil- en surfplanken. </al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>CROSSTERREINEN, CROSSEN, MOTOR- EN RUITERVERKEER</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.32</nr>
                <titel>Crossterreinen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig en een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter
                                    voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                    houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel
                                    een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel
                                    daartoe aanwezig te hebben. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                    lid gestelde verbod niet van toepassing is. Zij kan daarbij
                                    regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast; </al></li>
                  <li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden; </al></li>
                  <li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de
                                            in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van
                                            het publiek. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                    hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                    het Besluit geluidsproductie sportmotoren. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.33</nr>
                <titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zicht te bevinden met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, Reglement
                                    verkeersregels en verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld
                                    in artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens 1990 of met een fiets of een paard. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                    lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij
                                    regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast; </al></li>
                  <li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                            milieuwaarden: </al></li>
                  <li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het publiek. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                    motor voertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders
                                    van paarden: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                            lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                                            door de Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten; </al></li>
                  <li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de exploitatie van de terreinen als in
                                            het eerste lid bedoeld; </al></li>
                  <li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken welke
                                            krachtens wettelijk voorschrift moeten worden
                                            uitgevoerd; </al></li>
                  <li nr="d."><al>van de zakelijke gerechtigden en huurders en pachters
                                            van percelen gelegen binnen de door het college
                                            aangewezen plaatsen; </al></li>
                  <li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d. bedoelde personen. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in het op grond van het eerste lid ingestelde verbod geldt
                                    voorts niet: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b
                                            van de Wegenverkeerswet 1994; </al></li>
                  <li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de provinciale ‘Verordening
                                            stiltegebieden’ aangewezen stiltegebieden, ten aanzien
                                            van motorvoertuigen die bij of krachtens die verordening
                                            zijn aangewezen als ‘toestel’. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het in een op grond van
                                    het eerste lid ingestelde verbod. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>VERBOD VUUR TE STOKEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.34</nr>
                <titel>Verbod afval te verbranden buiten inrichtingen of anderszins
                                    vuur te stoken</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden in de open lucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de
                                    omgeving, is het verbod niet van toepassing op:: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                            dergelijke; </al></li>
                  <li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                            geen afvalstoffen worden verbrand; </al></li>
                  <li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan van het in het eerste lid genoemde verbod
                                    ontheffing verlenen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp
                                    wordt voorzien door artikel 429 aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van strafrecht of de Provinciale milieuverordening.
                                </al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>VERSTROOIING VAN AS</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.35</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.36</nr>
                <titel>Verbod asverstrooiing</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Incidentele asverstrooiing is verboden op: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>plantsoenen die visueel één geheel vormen met verharde
                                            delen van de weg.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het
                                    eerste lid incidentele asverstrooiing plaatsvindt. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.37</nr>
                <titel>Hinder of overlast</titel>
              </kop>
              <al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden. </al>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.1</nr>
              <titel>Strafbepaling</titel>
            </kop>
            <al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op
                            grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de
                            tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van
                            de rechterlijke uitspraak. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.2</nr>
              <titel>Toezichthouders</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast de (buitengewone) opsporingsambtenaren
                                aangesteld voor de Politieregio waaronder de gemeente Goirle valt.
                            </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de door het college dan wel de
                                burgemeester aan te wijzen personen. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.3</nr>
              <titel>Binnentreden in woningen</titel>
            </kop>
            <al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder de toestemming
                            van de bewoner. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.4</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2014. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De Algemene Plaatselijke Verordening Goirle 2012, vastgesteld op 20
                                december 2011 wordt per die datum ingetrokken. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.5</nr>
              <titel>Overgangsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6.4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.6</nr>
              <titel>Aanhalingstitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de titel Algemene
                            Plaatselijke Verordening Goirle 2014. </al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>