<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR326005_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Nadere regels Verordening ruimte 2014 - Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.brabant.nl/loket/provinciale-bladen.aspx?qvi=54324.">Provinciaal Blad, 2015, 76</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Nadere regels Verordening ruimte 2014 - Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening ruimte 2014, artt. 6.3, derde lid en 7.3, derde lid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-06-29</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-07-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>3826693</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>duurzaamheid, ruimtelijke ordening</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de Nadere regels Verordening ruimte 2014 - Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij (per 15-7-2015).</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-42004</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Nadere regels Verordening ruimte 2014 - Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant</al><al>Gelet op artikel 6.3, 7.3 en 25.3 van de Verordening ruimte Noord-Brabant
                        2014;</al><al>Besluiten:</al><al>vast te stellen de volgende, met planid NL.IMRO.9930.nrvr2014bzv-va01 vast
                        te leggen, Nadere regels Verordening ruimte 2014 - Brabantse
                        Zorgvuldigheidsscore Veehouderij:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Inleidende regels</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV): Instrument waarin
                                maatregelen zijn benoemd ter bevordering van de transitie naar
                                zorgvuldige veehouderij voor individuele bedrijven, als opgenomen in
                                de bijlage bij dit besluit.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Nadere regels Verordening ruimte: De geometrisch bepaalde
                                planobjecten als vervat in het GML-bestand
                                NL.IMRO.9930.nrvr2014bzv-va01, met de bijbehorende regels.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Certificaat: Een door derden geborgde, schriftelijke verklaring dat
                                een bedrijf of product volgens bepaalde eisen is geproduceerd.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Biologische veehouderij: Veehouderij die producten vervaardigt die
                                gecertificeerd zijn volgens de in Nederland geldende EU-regelgeving
                                voor biologische productie.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Begripsbepalingen Verordening ruimte</titel></kop><al>De begripsbepalingen uit de Verordening ruimte 2014 zijn van
                            overeenkomstige toepassing op deze nadere regels.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Algemene regels</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3 Toepassingsbereik</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij geeft invulling aan
                                de nadere regels als bedoeld in artikel 6.3, derde lid, artikel 7.3,
                                derde lid en artikel 25.3 van de Verordening ruimte 2014.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De nadere regels kunnen buiten toepassing blijven bij het oprichten
                                van bebouwing van ten hoogste 100 m2 per periode van tien jaar
                                gerekend vanaf 21 september 2013.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Zorgvuldige veehouderij</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een veehouderij die ten minste 7 punten behaalt overeenkomstig de
                                bij deze nadere regels horende BZV, treft voldoende maatregelen
                                inzake de (ontwikkeling naar een) zorgvuldige veehouderij als
                                bedoeld in artikel 6.3 en 7.3, tweede lid, onder a sub I van de
                                Verordening ruimte 2014, waarbij geldt dat ten minste 0,2 punten
                                behaald moet worden via de pijler Certificaten en minimaal 0,6
                                punten via de pijler Inrichting &amp; Omgeving.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een biologische veehouderij voldoet in afwijking van het eerste lid
                                aan de BZV indien zij 40 punten scoort op de maatlat Fysieke
                                maatregelen gezondheid.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien voor een bepaalde diersoort geen certificaten in de BZV zijn
                                opgenomen, zijn de in het eerste lid genoemde minimumscores niet van
                                toepassing. Indien een veehouderij voor deze diersoort onvoldoende
                                mogelijkheden heeft de vereiste normscore te realiseren is deze
                                veehouderij zorgvuldig indien dit blijkt uit een verklaring van het
                                deskundigenpanel, bedoeld in artikel 6.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Ingeval van innovatieve bedrijfsconcepten is er in afwijking van
                                het eerste lid sprake van een (ontwikkeling naar) een zorgvuldige
                                veehouderij indien dit blijkt uit een verklaring van het
                                deskundigenpanel, bedoeld in artikel 6.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Grondgebonden veehouderij</titel></kop><al>Een veehouderij als bedoeld in artikel 25.1, tweede lid, van de
                            Verordening ruimte 2014 is grondgebonden indien het op de maatlat
                            P-lokaal van de BZV tenminste 75 punten scoort bij % P-aanwending mest
                            lokaal t.o.v. P mest totaal op het onderdeel “op grond in eigen gebruik
                            binnen straal van 15 km van productielocatie”.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Instelling Panel Zorgvuldige Veehouderij</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten stellen een deskundigenpanel in dat bij
                                innovatieve ontwikkelingen en/of vernieuwende bedrijfsconcepten
                                vaststelt in welke mate de ontwikkeling bijdraagt aan een
                                ontwikkeling naar zorgvuldige veehouderij;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het deskundigenpanel bestaat in ieder geval uit een onafhankelijk
                                voorzitter en minimaal twee onafhankelijke deskundigen die
                                gezamenlijk overzicht hebben over alle aspecten van zorgvuldige
                                veehouderij.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7 Periodieke bijstelling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten evalueren deze nadere regels iedere twee
                                jaar.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Deze evaluatie richt zich in ieder geval op de bijdrage van de
                                nadere regels aan de gewenste ontwikkeling van een zorgvuldige
                                veehouderij.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Wanneer noodzakelijk, in ieder geval eens per vier jaar, stellen
                                Gedeputeerde Staten aanpassingen van deze nadere regels vast om zo
                                de transitie naar zorgvuldige veehouderij te ondersteunen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Uiterlijk in 2020 bezien Gedeputeerde Staten samen met de betrokken
                                partijen of de ontwikkeling van een zorgvuldige veehouderij, in
                                samenhang met de (inter)nationale wet- en regelgeving, dusdanig is
                                voortgeschreden dat voortdurende inzet van deze nadere regels niet
                                meer nodig is.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Overgangsbeleid</titel></kop><al>Op een aanvraag voor omgevingsvergunning is de BZV van toepassing die
                            van kracht is ten tijde van de volledige en ontvankelijke aanvraag ex
                            artikel 2.1, lid 1, onder a, Wet algemene bepalingen
                            omgevingsrecht.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze nadere regels treden in werking op de dag na publicatie in het
                            Provinciaal Blad.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Citeertitel</titel></kop><al>Deze Nadere regels Verordening ruimte worden aangehaald als: Nadere
                            regels Verordening ruimte 2014 - Brabantse zorgvuldigheidsscore
                            veehouderij .</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>’s-Hertogenbosch, 18 februari 2014</ondertekening><ondertekening>Gedeputeerde Staten voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter prof. dr. W.B.H.J. van de Donk</ondertekening><ondertekening>de secretaris mw. ir. A.M. Burger</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlagen</titel></kop><divisie><kop><titel>Bijlage 1 bij Nadere regels Verordening ruimte 2014 - Brabantse
                            zorgvuldigheidsscore veehouderij</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Noord-Brabant/i237749.pdf">Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij – versie 1.0</extref></al></divisie></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting bij Nadere regels Verordening ruimte 2014 - Brabantse
                        zorgvuldigheidsscore veehouderij</titel></kop><al><vet>Artikel 3</vet>De nadere regels geven invulling aan artikel 6.3/7.3 derde
                    lid Verordening ruimte 2014 (Vr2014).</al><al>In de Vr2014 is aangegeven dat de regels invulling geven aan het treffen van
                    maatregelen die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij. De toepassing
                    van de nadere regels is daarbij gekoppeld aan een toename van de
                    bebouwingsoppervlakte van een veehouderij.</al><al>In de Vr2014 is ook bepaald wanneer er geen toepassing gegeven hoeft te worden
                    aan de regels. In artikel 6.4/7.4 is in het vierde lid opgenomen dat een
                    bestemmingsplan toename van de bestaande bebouwingsoppervlakte zonder toepassing
                    van de BZV kan toestaan als:</al><lijst><li nr=""><al>1. is geborgd dat de bebouwing niet gebruikt wordt voor de uitoefening
                            van de gevestigde veehouderij;</al></li><li nr=""><al>2. het voorzieningen betreft -geen gebouwen zijnde- voor de opslag van
                            ruwvoer.</al></li></lijst><al>In aanvulling daarop is in deze nadere regels aangegeven dat marginale
                    ontwikkelingen niet aan de BZV hoeven te voldoen. Hiervoor is een maximumgrens
                    gesteld van 100 m2 per periode per 10 jaar, zodat het echt beperkt blijft tot
                    kleinschalige ontwikkelingen. Indien een gemeente hiervan gebruik wil maken, is
                    het dus nodig om de in het vergunningensysteem te checken of al eerder van deze
                    mogelijkheid gebruik is gemaakt. De periode van tien jaar is gekozen omdat deze
                    aansluit bij de wettelijke termijn voor aanpassing van bestemmingsplannen. Het
                    ijkpunt van bestaande bebouwing is vastgelegd in de Vr2014. Het gaat dan om de
                    bestaande bebouwing die op 21 september 2013 op het bedrijf aanwezig was of
                    bebouwing die op dat moment krachtens een omgevingsvergunning gebouwd mag
                    worden.</al><al><vet>Artikel 7</vet> Gedeputeerde Staten stellen de BZV periodiek bij om zo te
                    bewerkstelligen dat deze blijft sturen en stimuleren op een steeds verdergaande
                    zorgvuldigheid van de veehouderij in Brabant. Dit artikel legt dit vast,
                    minimaal iedere vier jaar vindt bijstelling plaats. Bij de vaststelling van de
                    Verordening ruimte 2014 is afgesproken dat al op korte termijn een eerste
                    bijstelling plaats vindt. Deze leidt tot de versie 1.1 en is uiterlijk in
                    oktober 2014 gereed. Alle bijstellingen komen tot stand in overleg met de
                    betrokken partijen (vertegenwoordigd in het Brabant Beraad). Naast de periodieke
                    bijstelling kunnen er tussentijds certificaten en maatregelen –op advies van het
                    Panel Zorgvuldige Veehouderij- aan de BZV worden toegevoegd.</al><al>Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al>de voorzitter</al></entry><entry><al> de secretaris</al></entry></row><row><entry><al>prof. dr. W.B.H.J. van de Donk</al></entry><entry><al>mw. ir. A.M. Burger</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>