<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR325935_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Geconsolideerde Monumentenverordening, laatst gewijzigd in 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-03-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentenieuws, 8-10-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Geconsolideerde Monumentenverordening, laatst gewijzigd in 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Monumentenwet 1988</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-06-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-12-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Geconsolideerde Monumentenverordening, laatst gewijzigd in 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Behoort bij raadsvoorstel van 17 juni 2010, titel: Vaststelling
                        Monumentenverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug 2010.</al><al>De raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        gemeente Utrechtse Heuvelrug van 8 april 2010, gelet op artikel 149 van de
                        Gemeentewet en de artikelen 12, 14 en 15 van de Monumentenwet 1988 en de
                        artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, </al><al>B E S L U I T : </al><al>I.in te trekken de:</al><al>“Monumentenverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug 2007, vastgesteld bij
                        besluit van de raad van 27 september 2007 op het tijdstip waarop de Wet
                        algemene bepalingen omgevingsrecht in werking treedt; </al><al>II. vast te stellen de Monumentenverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug
                        2010;</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>monument:</al><lijst><li nr="1."><al>zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid,
                                        betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische
                                        waarde;</al></li><li nr="2."><al>terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige
                                        zaak als bedoeld onder 1;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>gemeentelijk archeologisch monument: monument, bedoeld in onderdeel
                                a, onder 2;</al></li><li nr="c."><al>gemeentelijk monument: onroerend monument, dat overeenkomstig de
                                bepalingen van deze verordening als beschermd gemeentelijk monument
                                is aangewezen;</al></li><li nr="d."><al>gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de
                                overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen
                                zaken;</al></li><li nr="e."><al>beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in
                                de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers;</al></li><li nr="f."><al>kerkelijk monument: onroerend monument, dat eigendom is van een
                                kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een
                                kerkelijke instelling en dat uitsluitend of voor een overwegend deel
                                wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst;</al></li><li nr="g."><al>monumentencommissie: de op basis van artikel 15, lid 1 Monumentenwet
                                1988 ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit
                                eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet
                                1988, de verordening en het monumentenbeleid;</al></li><li nr="h."><al>bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd
                                onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit
                                van een monument;</al></li><li nr="i."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                Utrechtse Heuvelrug.</al></li><li nr="j."><al>archeologische beleidskaart: topografische kaart van het grondgebied
                                van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, waarop archeologische
                                vindplaatsen, verstoorde gebieden en archeologische
                                verwachtingsgebieden zijn aangegeven, waarbij onderscheid wordt
                                gemaakt in lage, middelhoge en hoge verwachtingswaarde;</al></li><li nr="k."><al> archeologische vindplaats: terrein waar is aangetoond dat er
                                archeologische sporen in de bodem aanwezig zijn;</al></li><li nr="l."><al> archeologisch verwachtingsgebied: gebied, aangegeven op de
                                gemeentelijke archeologische beleidskaart, waar in bepaalde mate
                                archeologische vondsten of sporen te verwachten zijn;</al></li><li nr="m."><al>hoge verwachtingswaarde: grote kans op archeologische vondsten of
                                informatie;</al></li><li nr="n."><al>middelhoge verwachtingswaarde: gemiddelde kans op archeologische
                                vondsten of informatie;</al></li><li nr="o."><al> lage verwachtingswaarde: kleine kans op archeologische vondsten of
                                informatie;</al></li><li nr="p."><al>plan van aanpak: plan dat weergeeft hoe een archeologische
                                uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen
                                denkt te gaan beantwoorden;</al></li><li nr="q."><al>programma van eisen: programma dat door het college wordt
                                vastgesteld en waarmee kaders worden gesteld voor het ontwerp en de
                                uitvoering van archeologisch onderzoek;</al></li><li nr="r."><al>verordening: Wijzigingsverordening Monumentenverordening gemeente
                                Utrechtse Heuvelrug 2011;</al></li><li nr="s."><al>verbeelding van het bestemmingsplan: de plankaart behorende bij het
                                bestemmingsplan;</al></li><li nr="t."><al>gemeentelijke archeologische verwachtingskaart: topografische kaart
                                van het gemeentelijke grondgebied of delen van het grondgebied,
                                waarop archeologische vindplaatsen en archeologische
                                verwachtingsgebieden zijn aangegeven, waarbij een onderscheid is
                                gemaakt in karakter en periodisering van de (verwachte)
                                vindplaats;</al></li><li nr="u."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet
                                algemene bepalingen omgevingsrecht;</al></li><li nr="v."><al> vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1,
                                eerste lid, of 2.2 van de Wet algemene bepalingen
                                omgevingsrecht;</al></li><li nr="w."><al>Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al></li><li nr="x."><al>archeologische waarde: vastgestelde aanwezigheid van archeologische
                                sporen of vondsten. </al></li><li nr="y."><al>deskundige: adviseur van het college van B en W die voldoet aan de
                                eisen zoals gesteld in de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse
                                Archeologie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het gebruik van het monument</titel></kop><al>Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het
                        gebruik van het monument.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De aanwijzing tot gemeentelijk monument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een
                            monument aanwijzen als gemeentelijk monument.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het
                            advies aan de monumentencommissie en de Historische Vereniging(en) van
                            de woonkern van de gemeente waar het beoogde monument is gesitueerd. In
                            spoedeisende gevallen kan het vragen van dit advies achterwege
                            blijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een gemeentelijk
                            monument bepalen dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college brengt de raad in kennis van het besluit over de aanwijzing
                            van een gemeentelijk monument.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voordat het college een kerkelijk monument als gemeentelijk monument
                            aanwijst, voert het overleg met de eigenaar.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de
                            kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als beschermd gemeentelijk
                            monument ontvangt tot het moment dat de registratie als bedoeld in
                            artikel 6 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt
                            geregistreerd, zijn de artikelen 9 tot en met 13 van overeenkomstige
                            toepassing.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van
                            artikel 3 van de Monumentenwet 1988.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Termijnen advies en aanwijzingsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na
                            ontvangst van het verzoek van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist binnen twaalf weken na ontvangst van het advies van
                            de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 20 weken na de
                            adviesaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Mededeling aanwijzingsbesluit</titel></kop><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld aan
                        degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan
                        en aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college registreert het gemeentelijke monument op de gemeentelijke
                            monumentenlijst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding, de
                            datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling en
                            een beschrijving van het gemeentelijke monument.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijzigen van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de aanwijzing ambtshalve of op aanvraag van een
                            belanghebbende wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 3, tweede tot en met vijfde lid, alsmede artikel 4 zijn van
                            overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte
                            betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing van artikel 3, tweede
                            tot en met vijfde lid, alsmede artikel 4, achterwege.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke
                            monumentenlijst aangetekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Intrekken van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, tweede, vierde
                            en vijfde lid, en artikel 4 van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing wordt
                            gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst
                            aangetekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Verbodsbepaling</titel></kop><al><vet>1.</vet> Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te
                        vernielen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vergunning</titel></kop><al>Het is verboden zonder vergunning van het college of in strijd met bij
                        zodanige vergunning gestelde voorschriften:</al><lijst><li nr="a."><al>een gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen
                                of in enig opzicht te wijzigen;</al></li><li nr="b."><al>een gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten
                                gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in
                                gevaar gebracht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen advies en vergunningverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke
                            aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk monument aan de
                            monumentencommissie voor advies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen zes weken na de datum van verzending van het afschrift brengt de
                            monumentencommissie schriftelijk advies uit aan het college. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.
                        </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan de in het derde lid genoemde termijn van acht weken met
                            ten hoogste zes weken verlengen, mits zij de aanvrager daarvan kennis
                            geeft binnen de in het derde lid genoemde termijn. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college verbindt aan de vergunning de voorschriften, die nodig zijn
                            met het oog op het belang van de monumentenzorg. De aan de vergunning
                            verbonden voorschriften zijn op elkaar afgestemd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Kerkelijk monument</titel></kop><al>Het college neemt met betrekking tot een kerkelijk monument geen beslissing
                        ingevolge de bepalingen van artikel 10 dan in overeenstemming met de
                        eigenaar, voor zover het betreft een beslissing waarbij wezenlijke belangen
                        van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Intrekken van de vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning kan door het college worden ingetrokken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
                                    onvolledige opgave is verleend;</al></li><li nr="b."><al>blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in
                                    artikel 10 niet naleeft;</al></li><li nr="c."><al>de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich
                                    zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument
                                    zwaarder dient te wegen;</al></li><li nr="d."><al>niet van de vergunning gebruik wordt gemaakt binnen één jaar na
                                    de datum van verzending van de vergunning aan de aanvrager.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de
                            monumentencommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13a</nr><titel>Criteria voor vergunningverlening</titel></kop><al>Een vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de
                        monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing op de aanvraag
                        houdt het college rekening met het gebruik van het monument. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Vergunning voor beschermd rijksmonument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke
                            aanvraag om vergunning voor een beschermd rijksmonument aan de
                            monumentencommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen
                            acht weken na de datum van verzending van het afschrift.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn wordt de
                            monumentencommissie geacht geadviseerd te hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien en voor zover blijkt dat een aanvrager van een vergunning ten
                                gevolge van:</al><lijst><li nr="a."><al>de weigering van het college een vergunning als bedoeld in
                                        artikel 10 te verlenen;</al></li><li nr="b."><al>voorschriften door het college verbonden aan een vergunning
                                        als bedoeld in artikel 10; </al></li></lijst></li></lijst><al>schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te
                        zijnen laste behoort te blijven, kent het college hem op zijn aanvraag een
                        naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Degene, die handelt in strijd met de artikelen 9, 10 en 17a van deze
                        verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                        verordening zijn belast de bij besluit van het college dan wel de
                        burgemeester aan te wijzen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17a</nr><titel>Instandhoudingbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in artikel
                                1 onder b, of een archeologische vindplaats, bedoeld in artikel 1
                                onder k, of een archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld in artikel
                                1 onder l, de bodem dieper dan 30 cm onder de oppervlakte te
                                verstoren.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien;</al><al>a.het een verstoring betreft van een archeologische vindplaats die
                                op de archeologische beleidskaart gecategoriseerd is als:</al><lijst><li nr="·"><al>historische kern, of;</al></li><li nr="·"><al>ontginningsassen, of;</al></li><li nr="·"><al>beschermde landgoederenzone, of;</al></li><li nr="·"><al>(vroeg)middeleeuwse wegen en paden, of;</al></li><li nr="·"><al>grafheuvels en de bufferzone van 250 m rond grafheuvels,
                                        of;</al></li><li nr="·"><al>AMK-terrein, niet wettelijk beschermd, </al></li></lijst></li></lijst><al> en waarbij het te verstoren gebied kleiner is dan 50 m²; </al><lijst><li nr="b."><al>het een verstoring betreft van een archeologische vindplaats die op
                                de archeologische beleidskaart gecategoriseerd is als bufferzone van
                                250 m rond een AMK-terrein, en waarbij het te verstoren gebied
                                kleiner is dan 100 m²;</al></li><li nr="c."><al>het een verstoring betreft van een archeologisch verwachtingsgebied
                                als aangegeven op archeologische beleidskaart, en waarbij die
                                verstoring plaatsvindt:</al><lijst><li nr="·"><al>in een gebied met lage archeologische verwachtingswaarde en
                                        het te verstoren gebied kleiner is dan 100.000m², of;</al></li><li nr="·"><al>in een gebied met een middelhoge archeologische
                                        verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan
                                        1000m², of;</al></li><li nr="·"><al>in een gebied met hoge archeologische verwachtingswaarde en
                                        het te verstoren gebied kleiner is dan 150 m²;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent
                                archeologische monumentenzorg die dateren van na vaststelling van de
                                archeologische beleidskaart, zoals bedoeld in artikel 1 onder
                                j.</al></li><li nr="e."><al>sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en
                                tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hierin
                                voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg
                                die dateren van na vaststelling van de archeologische beleidskaart,
                                zoals bedoeld in artikel 1 onder j.</al></li><li nr="f."><al>het bevoegd gezag nadere regels stelt met betrekking tot de
                                uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een
                                archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als
                                aangegeven op de archeologische beleidskaart, zoals bedoeld in
                                artikel 1 onder j;</al></li><li nr="g."><al>een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het te
                                verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in
                                voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat:</al><lijst><li nr="·"><al>het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate
                                        kan worden geborgd; </al></li><li nr="·"><al>of de archeologische waarden door de verstoring niet
                                        onevenredig worden geschaad; </al></li><li nr="·"><al>of in het geheel geen archeologische waarden aanwezig
                                        zijn.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17b</nr><titel>Opgravingen en begeleiding</titel></kop><al><vet>1. </vet>Indien binnen het grondgebied van de gemeente Utrechtse
                        Heuvelrug onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het doen van
                        opgravingen in de zin van artikel 1 sub h Monumentenwet 1988, dient,
                        onverminderd de overige bepalingen van deze wet:</al><al><vet>a.</vet> het college een programma van eisen vast te stellen, als
                        bedoeld in artikel 1 onder q van deze verordening, waarbij nadere regels
                        worden gesteld ten aanzien van het onderzoek.</al><al><vet>b.</vet> de verstoorder, voorafgaande aan het onderzoek, een plan van
                        aanpak als bedoeld in artikel 1 onder p van deze verordening, ter
                        goedkeuring aan het bevoegd gezag te overleggen.</al><al><vet>2.</vet> In de nadere regels kan het college bepalingen opnemen met
                        betrekking tot het toezicht op de feitelijke uitvoering van het plan van
                        aanpak. Tijdens het onderzoek dienen aanwijzingen van het college in acht te
                        worden genomen.</al><al><vet>3. </vet>Om te kunnen beoordelen of het plan van aanpak , het programma
                        van eisen en eventuele nadere regels voldoet, vraagt het bevoegd gezag
                        advies aan een deskundige, zoals bedoeld in artikel 1 onder y.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet
                            algemene bepalingen omgevingsrecht in werking treedt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De “Monumentenverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug 2007”,
                            vastgesteld bij besluit van de raad van 27 september 2007, vervalt op de
                            datum waarop het eerste lid toepassing vindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De op grond van de ingevolge het tweede lid vervallen verordening
                            aangewezen en geregistreerde gemeentelijke monumenten worden geacht
                            aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van
                            deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van
                            deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in het
                            tweede lid ingetrokken verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Monumentenverordening gemeente
                        Utrechtse Heuvelrug 2010'.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 17 juni 2010.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening> W. Hooghiemstra G.F. Naafs </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>