<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR325925_1</dcterms:identifier><dcterms:title>de beheersverordening Buitengebied Veendam</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Veendam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veendam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.veendam.nl/document.php?m=1&amp;fileid=18683&amp;f=91b4a712e76693942333b50f90bddbdd&amp;attachment=0">Elektronisch gemeenteblad, 25 juni 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regels van de beheersverordening Buitengebied Veendam</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0020449&amp;artikel=3.38">Wet Ruimtelijke Ordening, art. 3.38</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-06-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-06-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013R0069</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Regels van de beheersverordening Buitengebied Veendam</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 1 Inleidende regels</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 1 Begrippen</label></kop><al>In deze regels wordt verstaan onder:</al><al/><al><vet>1.1 beheersverordening:</vet></al><al/><al>de beheersverordening Buitengebied Veendam met identificatienummer
                            NL.IMRO.0047.01BV00012013-0401 van de gemeente Veendam;</al><al/><al><vet>1.2 verordeningsgebied:</vet></al><al>de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de
                            daarbij behorende bijlagen;</al><al/><al><vet>1.3 verbeelding:</vet></al><al>de verbeelding met bijbehorende verklaring, bestaande uit 7 bladen,
                            waarop de bestemmingen van de in de beheersverordening begrepen gronden
                            zijn aangewezen;</al><al/><al><vet>1.4 aanduiding:</vet></al><al>een op de verbeelding aangegeven vlak of figuur, waarmee gronden zijn
                            aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien
                            van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; </al><al/><al><vet>1.5 aanduidingsgrens:</vet></al><al>de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;</al><al/><al><vet>1.6 agrarisch bedrijf:</vet></al><al>bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van
                            het telen van gewassen, houtteelt daaronder begrepen, of het houden van
                            dieren; </al><al/><al><vet>1.7 agrarisch hulpbedrijf:</vet></al><al>een niet-industrieel bedrijf -niet zijnde een agrarisch loonbedrijf-
                            waarbinnen uitsluitend of overwegend arbeid wordt verricht ter productie
                            of levering van goederen of diensten ten behoeve van agrarische
                            bedrijven;</al><al/><al><vet>1.8 agrarisch loonbedrijf:</vet></al><al>een niet-industrieel bedrijf dat is gericht op verlenen van diensten aan
                            agrarische bedrijven met behulp van werktuigen;</al><al/><al><vet>1.9 ander werk:</vet></al><al>een werk, geen bouwwerk zijnde; </al><al/><al><vet>1.10 archeologische waarde:</vet></al><al>de aan een gebied toegekende wetenschappelijke waarde in verband met de
                            kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende stoffelijke
                            restanten van producten uit oude tijden;</al><al/><al><vet>1.11 bebouwde oppervlakte:</vet></al><al>de som van de oppervlakte van alle gebouwen op een bouwperceel;</al><al/><al><vet>1.12 bebouwing:</vet></al><al>één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;</al><al/><al><vet>1.13 bedrijf:</vet></al><al>inrichting voor de bedrijfsmatige uitoefening van industrie, ambacht,
                            handel, vervoer of nijverheid; </al><al/><al><vet>1.14 bedrijfswoning:</vet></al><al>woning die gezien ligging en functie bedoeld is voor de huisvesting van
                            personen wier aanwezigheid gelet op de bestemming van een gebouw of een
                            terrein noodzakelijk is; </al><al/><al><vet>1.15 belemmeringenstrook:</vet></al><al>een strook grond of water waaraan beperkingen kunnen worden opgelegd in
                            verband met de veiligheid van ondergrondse en/of bovengrondse leidingen; </al><al/><al><vet>1.16 beperkt kwetsbaar object:</vet></al><al>een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid
                            inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is
                            bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden;</al><al/><al><vet>1.17 bestaande:</vet></al><lijst><li nr="1."><al>het gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de
                                    beheersverordening aanwezig is en/of bebouwing die op dat
                                    tijdstip aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden
                                    gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen;</al></li><li nr="2."><al>het onder 1 bedoelde geldt niet voor zover sprake was van strijd
                                    met het voorheen geldende bestemmingsplan, de voorheen geldende
                                    beheersverordening, daaronder mede begrepen het overgangsrecht
                                    van het bestemmingsplan of de beheersverordening, of een andere
                                    planologische toestemming;</al></li></lijst><al/><al><vet>1.</vet><vet>18 bestaand stedelijk gebied:</vet></al><al>gebied, vastgesteld door Gedeputeerde Staten op grond van artikel 4.20
                            van de provinciale verordening;</al><al/><al><vet>1.19 bestemmingsgrens:</vet></al><al>de grens van een bestemmingsvlak;</al><al/><al><vet>1.20 bestemmingsvlak:</vet></al><al>een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;</al><al/><al><vet>1.21 bijgebouw:</vet></al><al>een niet voor bewoning bestemd gebouw, behorende bij een op hetzelfde
                            perceel gelegen hoofdgebouw;</al><al/><al><vet>1.22 bos:</vet></al><al>vlakvormig element met bosbeplanting van minimaal 1 ha;</al><al/><al><vet>1.23 bouwen:</vet></al><al>het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of
                            veranderen en het vergroten van een bouwwerk;</al><al/><al><vet>1.24 bouwgrens:</vet></al><al>de grens van een bouwvlak;</al><al/><al><vet>1.25 bouwperceel:</vet></al><al>een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een
                            zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;</al><al/><al><vet>1.26 bouwperceelgrens:</vet></al><al>de grens van een bouwperceel;</al><al/><al><vet>1.27 bouwvlak:</vet></al><al>een op de verbeelding aangegeven vlak, waarmee gronden zijn aangeduid,
                            waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen
                            zijnde, zijn toegelaten; </al><al/><al><vet>1.28 bouwwerk:</vet></al><al>een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met
                            de aarde is verbonden; </al><al/><al><vet>1.29 buitengebied:</vet></al><al>gebied, vastgesteld door Gedeputeerde Staten op grond van artikel 4.20
                            van de Provinciale Verordening;</al><al/><al><vet>1.30 cultuurgrond:</vet></al><al>grasland, akkerbouw- of tuingronden (waaronder de houtteelt), met
                            uitzondering van bos;</al><al/><al><vet>1.31 cultuurhistorische waarde:</vet></al><al>de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het
                            beeld dat is ontstaan en door het gebruik dat de mens in de loop van de
                            geschiedenis van dat bouwwerk of gebied heeft gemaakt; </al><al/><al><vet>1.32 detailhandel:</vet></al><al>het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling
                            ter verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die
                            die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de
                            uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;</al><al/><al><vet>1.33 dienstverlening:</vet></al><al>het bedrijfsmatig verlenen van commerciële en niet commerciële
                            diensten;</al><al/><al><vet>1.34 extensieve recreatie:</vet></al><al>recreatief buitenverblijf gericht op de beleving van rust, stilte en van
                            natuurlijke en landschappelijke waarden;</al><al/><al><vet>1.35 gebouw:</vet></al><al>elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of
                            gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;</al><al/><al><vet>1.36 geluidsbelasting:</vet></al><al>de geluidsbelasting vanwege een weg, een industrieterrein en/of een
                            spoorweg;</al><al/><al><vet>1.37 geluidszoneringsplichtige inrichting:</vet></al><al>een inrichting bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het
                            terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidszone moet worden
                            vastgesteld;</al><al/><al><vet>1.38 grondgebonden agrarisch bedrijf:</vet></al><al>een agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die hoofdzakelijk niet in
                            gebouwen plaatsvindt, waarbij het gebruik van agrarische gronden
                            noodzakelijk is voor het functioneren van het bedrijf; </al><al/><al><vet>1.39 hoofdgebouw:</vet></al><al>een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de
                            verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een
                            perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig
                            zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;</al><al/><al><vet>1.40 horecabedrijf:</vet></al><al>een bedrijf dat is gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van
                            nachtverblijf en/of van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken en/of
                            het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie;</al><al/><al><vet>1.41 houtteelt</vet></al><al>de bedrijfsmatige uitoefening van uitsluitend het kweken van bomen ten
                            behoeve van de houtproductie op gronden die hier in principe tijdelijk
                            voor worden gebruikt en waarvoor ontheffing is verleend op grond van
                            artikel 6, tweede lid van de Boswet;</al><al/><al><vet>1.42 intensieve veehouderij:</vet></al><al>agrarische bedrijfsvoering, zelfstandig of als neventak, gericht op het
                            geheel of nagenoeg geheel in gebouwen houden van varkens, pluimvee,
                            vleeskalveren en pelsdieren, met uitzondering van het biologisch houden
                            van dieren overeenkomstig de Landbouwkwaliteitswet;</al><al/><al><vet>1.43 kamerverhuur:</vet></al><al>verhuur (of verlening van een ander gebruiksrecht) van kamers in een
                            gebouw aan meerdere personen ten behoeve van het wonen, waarbij ruimten
                            en voorzieningen in het gebouw worden gedeeld;</al><al/><al><vet>1.44 kampeermiddel:</vet></al><lijst><li nr="1."><al>een tent, een tentwagen, een kampeerauto of caravan;</al></li><li nr="2."><al>enig ander onderkomen en enig ander voertuig of gewezen voertuig
                                    of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, een en
                                    ander voor zover de onder 1 bedoelde onderkomens of voertuigen
                                    geheel of ten dele blijvend of tijdelijk zijn bestemd of
                                    opgericht, dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor
                                    recreatief nachtverblijf;</al></li></lijst><al/><al><vet>1.45 kampeerterrein:</vet></al><al>een terrein met daarbij behorende voorzieningen, ter beschikking gesteld
                            voor het plaatsen, dan wel geplaatst houden van kampeermiddelen;</al><al/><al><vet>1.46 kantoor:</vet></al><al>inrichting voor de bedrijfsmatige uitoefening van administratieve
                            diensten;</al><al/><al><vet>1.47 kap:</vet></al><al>een afdekking onder een hoek van meer dan 5° met het horizontale
                            vlak;</al><al/><al><vet>1.48 kwetsbaar object:</vet></al><al>een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid
                            inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is
                            bepaald, die in acht moet worden genomen;</al><al/><al><vet>1.49 landbouwhuisdieren:</vet></al><al>dieren die voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf (veehouderij)
                            worden gehouden in verband met de productie van bijvoorbeeld melk,
                            vlees, wol, veren of eieren of bijvoorbeeld het berijden;</al><al/><al><vet>1.50 landschappelijke waarden:</vet></al><al>geomorfologische, landschappelijk-ethische en
                            landschappelijk-structurele waarden; essentiële elementen en kenmerken
                            van landschappen, fysiek van aard, beschreven in bijlage 12 van de
                            provinciale verordening;</al><al/><al><vet>1.51 mestbassin:</vet></al><al>een reservoir, bestemd en geschikt voor het bewaren van dunne mest, dat
                            niet geheel of gedeeltelijk is gelegen onder een stal (bijvoorbeeld
                            mestzak);</al><al/><al><vet>1.52 mestsilo:</vet></al><al>een silo, blijkens zijn constructie en afmetingen geschikt en bestemd
                            voor de opslag dierlijke meststoffen;</al><al/><al><vet>1.53 natuurlijke waarden:</vet></al><al>geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische waarden;
                            biotische en abiotische waarden van een gebied; </al><al/><al><vet>1.54 neventak:</vet></al><al>agrarische activiteiten in de vorm van het houden van dieren, welke
                            ondergeschikt zijn aan de agrarische activiteiten van het grondgebonden
                            agrarische bedrijf;</al><al/><al><vet>1.55 niet-opgaande gewassen:</vet></al><al>bomen, struiken en andere gewassen die vanaf het maaiveld normaal
                            gesproken geen grotere hoogte dan 1,5 m bereiken, zoals laagstambomen en
                            bessenstruiken;</al><al/><al><vet>1.56 overig bouwwerk:</vet></al><al>een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die
                            direct en duurzaam met de aarde is verbonden; in deze beheersverordening
                            worden de overige bouwwerken aangegeven als bouwwerken, geen gebouwen
                            zijnde; </al><al/><al><vet>1.57 platte afdekking:</vet></al><al>een horizontale afdekking of een afdekking onder een hoek van maximaal
                            5° met het horizontale vlak;</al><al/><al><vet>1.58 risicovolle inrichting:</vet></al><al>een inrichting, waarvoor ofwel op grond van het Besluit externe
                            veiligheid inrichtingen, ofwel op grond van het Vuurwerkbesluit vanwege
                            de verwerking of opslag van verpakt of onverpakt professioneel vuurwerk,
                            al dan niet in samenhang met consumentenvuurwerk, een grenswaarde,
                            richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand moet worden
                            aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of
                            beperkt kwetsbare objecten;</al><al/><al><vet>1.59 seksinrichting:</vet></al><al>een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin
                            bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele
                            handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch pornografische
                            aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval
                            verstaan; een seksbioscoop, een seksautomatenhal, sekstheater, een
                            parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een
                            erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;</al><al/><al><vet>1.60 silo:</vet></al><al>een bouwwerk, geen gebouw zijnde, ten behoeve van de opslag van
                            goederen;</al><al/><al><vet>1.61 sleufsilo:</vet></al><al>een silo in de vorm van een betonnen vloer met opstaande wanden ten
                            behoeve van de opslag van diervoerders;</al><al/><al><vet>1.62 staat van bedrijven:</vet></al><al>de lijst met categorale bedrijfsindeling, zoals opgenomen in de
                            VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering van editie 2009;</al><al/><al><vet>1.63 stacaravan:</vet></al><al>een caravan, die als een bouwwerk dient te worden aangemerkt;</al><al/><al><vet>1.64 stal:</vet></al><al>stallingsplaats voor dieren;</al><al/><al><vet>1.65 stalvloeroppervlakte:</vet></al><al>de buitenwerkse oppervlakte van een stal op een bouwperceel, voor zover
                            aanwezig op 1 m boven het aanliggende afgewerkte terrein;</al><al/><al><vet>1.66 volwaardig agrarisch bedrijf:</vet></al><al>duurzaam agrarisch bedrijf waarvan het aannemelijk is dat het aan ten
                            minste één arbeidskracht volledige werkgelegenheid biedt of op termijn
                            zal bieden; </al><al/><al><vet>1.67 voorkeurgrenswaarde:</vet></al><al>de bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de
                            geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, zoals deze rechtstreeks
                            kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder en/of het Besluit
                            geluidhinder;</al><al/><al><vet>1.68 windturbine:</vet></al><al>door wind aangedreven molen die wordt gebruikt voor de productie van
                            elektriciteit;</al><al/><al><vet>1.69 woning:</vet></al><al>complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één
                            afzonderlijk huishouden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2 Wijze van meten</label></kop><al>Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:</al><al/><al><vet>2.1 de dakhelling:</vet></al><al>langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;</al><al/><al><vet>2.2 de goothoogte van een bouwwerk:</vet></al><al>vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het
                            boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; </al><al/><al><vet>2.3 de inhoud van een bouwwerk:</vet></al><al>tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de
                            gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van
                            daken en dakkapellen; </al><al/><al><vet>2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk:</vet></al><al>vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig
                            bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals
                            schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen
                            bouwonderdelen;</al><al/><al><vet>2.5 de oppervlakte van een bouwwerk:</vet></al><al>tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de
                            scheidingsmuren, nederwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van
                            het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;</al><al/><al><vet>2.6 de afstand tot de zijdelingse perceelgrens:</vet></al><al>vanaf enig punt van een bouwwerk tot de (zijdelingse) grens van een
                            bouwperceel;</al><al/><al><vet>2.7 de hoogte van een windturbine:</vet></al><al>vanaf het peil tot aan de as van de windturbine.</al><al/><al>Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van de plaatsing van
                            gebouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters,
                            kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en
                            kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten
                            beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m
                            bedraagt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 3 Agrarisch</label></kop><al><vet>3.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Agrarisch</onderstreept>’ aangewezen gronden zijn
                            bestemd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>cultuurgrond met daarbij behorende paden en sloten;</al></li><li nr="b."><al>grondgebonden agrarische bedrijven en de overige bestaande
                                    agrarische bedrijven, met dien verstande dat op de gronden ter
                                    plaatse van de aanduiding ‘gemengde lintbebouwing’ alleen
                                    grondgebonden agrarisch bedrijven zijn toegestaan;</al></li><li nr="c."><al>bestaande loonwerkbedrijf/landbouwmechanisatiebedrijven;</al></li><li nr="d."><al>een zorgboerderij, ter plaatse van de aanduiding
                                    'zorgboerderij'; </al></li></lijst><al>met de daarbij behorende: </al><lijst><li nr="e."><al>gebouwen, bedrijfswoningen en bijgebouwen, bouwwerken, geen
                                    gebouwen zijnde en andere werken.</al></li></lijst><al/><al>In deze bestemming zijn begrepen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten
                            behoeve van de waterbeheersing, nutsvoorzieningen en de geleiding,
                            beveiliging of regeling van het verkeer.</al><al/><al>In de bestemming zijn niet begrepen:</al><lijst><li nr="."><al>boom- en fruitteelt, met uitzondering van de teelt van
                                    niet-opgaande gewassen;</al></li><li nr="."><al>houtteelt en de aanleg van bos, met uitzondering van bestaand
                                    productiebos.</al></li></lijst><al/><al><vet>3.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>3.2.1 Bedrijfsgebouwen</vet></al><al>Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>agrarische bedrijven mogen uitsluitend worden gevestigd binnen
                                    de bouwvlakken en ter plaatse van de aanduiding ‘gemengde
                                    lintbebouwing’;</al></li><li nr="b."><al>de gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het
                                    bouwperceel, bestaande uit een denkbeeldige rechthoek van
                                    maximaal 1 ha, met dien verstande dat buiten de bouwvlakken
                                    en/of buiten de aanduiding 'gemengde lintbebouwing' alleen
                                    bestaande gebouwen zijn toegestaan; </al></li><li nr="c."><al>voor zover sprake is van een (intensieve) veehouderij zijn
                                    uitsluitend de bestaande stallen toegestaan;</al></li><li nr="d."><al>een uitzondering op het bepaalde onder c geldt voor het
                                    oprichten van nieuwe gebouwen ten behoeve van het houden van
                                    landbouwhuisdieren onder de voorwaarde dat dit uitsluitend is
                                    toegestaan indien is aangetoond dat geen sprake is van een
                                    toename van de ammoniakemissie van het betreffende bedrijf;</al></li><li nr="e."><al>de stalvloeroppervlakte mag, met inachtneming van het bepaalde
                                    onder c en d, per grondgebonden agrarisch bedrijf niet meer dan
                                    3.600 m2 bedragen, waarvan, afhankelijk van de veesoort,
                                    maximaal 2.700 m2 voor een neventak van intensieve veehouderij;
                                </al></li><li nr="f."><al>de stalvloeroppervlakte van bestaande volwaardige intensieve
                                    veehouderijbedrijven mag, met inachtneming van het bepaalde
                                    onder c en d, per bedrijf niet meer dan 3.600 m2 bedragen;</al></li><li nr="g."><al>in afwijking van het bepaalde onder f geldt voor een bestaande
                                    intensieve veehouderij, waarvan ten tijde van de
                                    inwerkingtreding van deze beheersverordening de gestelde
                                    oppervlakte van 3.600 m2 wordt overschreden, dat de dan
                                    bestaande oppervlakte is toegestaan; de agrarische bedrijven
                                    waar het in dit verband om gaat, zijn als zodanig aangegeven op
                                    de lijst 'veehouderijbedrijven' behorende bij de regels;</al></li><li nr="h."><al>de stalvloeroppervlakte ten behoeve van een neventak van
                                    intensieve veehouderij mag, met inachtneming van het bepaalde
                                    onder c en d, binnen het gebied ter plaatse van de aanduiding
                                    ‘gemengde lintbebouwing’ per agrarisch bedrijf niet meer dan 400
                                    m2 bedragen;</al></li><li nr="i."><al>in afwijking van het bepaalde onder h geldt voor de bestaande
                                    agrarische bedrijven, waarvan ten tijde van de inwerkingtreding
                                    van deze beheersverordening de gestelde oppervlakte van 400 m2
                                    wordt overschreden, dat de dan bestaande stalvloeroppervlakte is
                                    toegestaan; de agrarische bedrijven waar het in dit verband om
                                    gaat, zijn als zodanig aangegeven op de lijst
                                    'veehouderijbedrijven' behorende bij de regels;</al></li><li nr="j."><al>in afwijking van het bepaalde onder e tot en met i geldt dat
                                    voor agrarische bedrijven die zijn gelegen in een 'wit gebied',
                                    zoals aangegeven op kaartbijlage 14 van de provinciale
                                    verordening uitsluitend de bestaande staloppervlakte voor
                                    intensieve veehouderij is toegestaan; de agrarische bedrijven
                                    waar het in dit verband om gaat, zijn als zodanig aangegeven op
                                    de lijst 'veehouderijbedrijven' behorende bij de regels;</al></li><li nr="k."><al>de oppervlakte van kassen mag per agrarisch bedrijf niet meer
                                    dan 1.000 m2 bedragen; </al></li><li nr="l."><al>de bouwhoogte van de bedrijfsgebouwen mag niet meer dan 14 m
                                    bedragen, dan wel de bestaande bouwhoogte indien deze meer
                                    bedraagt;</al></li><li nr="m."><al>de goothoogte van de bedrijfsgebouwen mag niet meer dan 4,5 m
                                    bedragen, dan wel de bestaande goothoogte indien deze meer
                                    bedraagt;</al></li><li nr="n."><al>de bedrijfsgebouwen dienen met een kap te worden afgedekt
                                    waarvan de dakhelling niet minder mag bedragen dan 22°, dan wel
                                    de bestaande dakhelling indien deze minder bedraagt;</al></li><li nr="o."><al>de afstand van gebouwen tot de zijdelingse perceelgrens mag niet
                                    minder dan 5 m bedragen, dan wel de bestaande afstand indien
                                    deze minder bedraagt;</al></li><li nr="p."><al>ter plaatse van de aanduiding 'relatie' is sprake van één
                                    agrarisch bedrijf.</al></li></lijst><al/><al><vet>3.2.2 Bedrijfswoning</vet></al><al>Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>per bedrijf mag niet meer dan één bedrijfswoning worden gebouwd,
                                    dan wel het bestaande aantal indien dit meer bedraagt, met dien
                                    verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' een
                                    tweede bedrijfswoning is toegestaan en ter plaatse van de
                                    aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning mag
                                    worden gebouwd;</al></li><li nr="b."><al>de bedrijfswoning mag uitsluitend binnen het bouwperceel worden
                                    gebouwd;</al></li><li nr="c."><al>de oppervlakte van de bedrijfswoning inclusief de bijbehorende
                                    aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 300 m²,
                                    dan wel de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt;</al></li><li nr="d."><al>de bedrijfswoningen dienen met een kap te worden afgedekt
                                    waarvan de dakhelling niet minder mag bedragen dan 35°, dan wel
                                    de bestaande dakhelling indien deze minder bedraagt.</al></li></lijst><al/><al><vet>3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende
                            regels: </al><lijst><li nr="a."><al>alle bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dienen binnen het
                                    bouwperceel te worden gebouwd, met uitzondering van erf- en
                                    terreinafscheidingen en bouwwerken ten behoeve van de
                                    waterbeheersing, nutsvoorzieningen en de geleiding, beveiliging
                                    of regeling van het verkeer; </al></li><li nr="b."><al>binnen het bouwperceel mag de bouwhoogte, respectievelijk
                                    oppervlakte (indien vermeld) van bouwwerken, geen gebouwen
                                    zijnde, niet meer bedragen dan:</al></li></lijst><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="41*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="30*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="30*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bouwhoogte</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Oppervlakte</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Erfafscheidingen</al></entry><entry colname="col2"><al>2 m</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Mestsilo’s</al></entry><entry colname="col2"><al>8 m</al></entry><entry colname="col3"><al>750 m2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Overige silo’s</al></entry><entry colname="col2"><al>15 m</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde</al></entry><entry colname="col2"><al>5 m</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="c."><al>de bouwhoogte van erfafscheidingen buiten het bouwperceel mag
                                    niet meer bedragen dan 1,5 m;</al></li><li nr="d."><al>de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van
                                    de waterbeheersing, nutsvoorzieningen en de geleiding,
                                    beveiliging of regeling van het verkeer mag niet meer dan 10 m
                                    bedragen.</al></li></lijst><al/><al><vet>3.3 Afwijken van de bouwregels</vet></al><al>Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde
                            in:</al><lijst><li nr="a."><al>lid <onderstreept>3.2.1</onderstreept>, sub g voor een
                                    vergroting van de staloppervlakte, mits:</al><lijst><li nr="·"><al>is aangetoond dat er geen significant negatieve gevolgen
                                            zijn voor de instandhoudingsdoelstelling van Natura
                                            2000-gebieden als gevolg van ammoniakdepositie; </al></li><li nr="·"><al>geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het
                                            leefmilieu in de omgeving;</al></li><li nr="·"><al>geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de
                                            landschappelijke waarden van het gebied;</al></li><li nr="·"><al>de vergroting van de stalvloeroppervlakte uitsluitend
                                            wordt toegepast voor grondgebonden veehouderijbedrijven
                                            tot maximaal 6.000 m2;</al></li><li nr="·"><al>deze afwijkingsbevoegdheid niet van toepassing is op
                                            intensieve veehouderijbedrijven; </al></li></lijst></li><li nr="b."><al>lid <onderstreept>3.2.1</onderstreept>, sub e tot en met j voor
                                    een vergroting van de stalvloeroppervlakte van een intensief
                                    veehouderijbedrijf (volwaardig of neventak) om daarmee tegemoet
                                    te komen aan aangescherpte wettelijke eisen op het gebied van
                                    milieu en/of om het welzijn van de te houden dieren te vergroten
                                    door de netto voor het dier beschikbare leefruimte te vergroten,
                                    met dien verstande dat het aantal te houden dieren zoals vergund
                                    niet mag toenemen; </al></li><li nr="c."><al>lid <onderstreept>3.2.1</onderstreept>, sub h voor een grotere
                                    stalvloeroppervlakte ten behoeve van een neventak van intensieve
                                    veehouderij ter plaatse van de aanduiding 'gemengde
                                    lintbebouwing' mits:</al><lijst><li nr="·"><al>de agrarische bedrijven zijn gelegen in een 'groen
                                            gebied', zoals aangegeven op kaartbijlage 14 van de
                                            provinciale verordening; de agrarische bedrijven waar
                                            het in dit verband om gaat, zijn als zodanig aangegeven
                                            op de lijst 'veehouderijbedrijven' behorende bij de
                                            regels;</al></li><li nr="·"><al>is aangetoond dat er geen significant negatieve gevolgen
                                            zijn voor de instandhoudingsdoelstelling van Natura
                                            2000-gebieden als gevolg van ammoniakdepositie;</al></li><li nr="·"><al>geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het
                                            woonmilieu in de omgeving;</al></li><li nr="·"><al>de oppervlakte van de gebouwen niet meer bedraagt dan
                                            1.500 m2;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>lid <onderstreept>3.2.1</onderstreept>, sub i ten behoeve van
                                    een vergroting van de stalvloeroppervlakte met ten hoogste 15%
                                    voor een neventak van intensieve veehouderij mits:</al><lijst><li nr="·"><al>de agrarische bedrijven zijn gelegen in een 'groen
                                            gebied', zoals aangegeven op kaartbijlage 14 van de
                                            provinciale verordening; de agrarische bedrijven waar
                                            het in dit verband om gaat, zijn als zodanig aangegeven
                                            op de lijst 'veehouderijbedrijven' behorende bij de
                                            regels;</al></li><li nr="·"><al>is aangetoond dat er geen significant negatieve gevolgen
                                            zijn voor de instandhoudingsdoelstelling van Natura
                                            2000-gebieden als gevolg van ammoniakdepositie;</al></li><li nr="·"><al>geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het
                                            leefmilieu in de omgeving;</al></li><li nr="·"><al>geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de
                                            landschappelijke waarden van het gebied;</al></li></lijst></li><li nr="e."><al>lid <onderstreept>3.2.1</onderstreept>, sub k ten behoeve van
                                    een grotere oppervlakte van kassen binnen het bouwperceel tot
                                    een maximum van 2.000 m2, mits de landschappelijke en
                                    natuurlijke waarde van het gebied en het woon- en leefklimaat
                                    niet onevenredig worden aangetast;</al></li><li nr="f."><al>lid <onderstreept>3.2.1</onderstreept>, sub m ten behoeve van
                                    een grotere goothoogte van delen van gebouwen tot een maximum
                                    hoogte van 6 m;</al></li><li nr="g."><al>lid <onderstreept>3.2.2</onderstreept>, sub a ten behoeve van de
                                    bouw van een tweede agrarische bedrijfswoning, met dien
                                    verstande dat moet worden aangetoond dat:</al><lijst><li nr="·"><al>de bedrijfsvoering bestaat uit een duurzaam volwaardig
                                            tweepersoonsbedrijf;</al></li><li nr="·"><al>gelet op de aard, de omvang en de continuïteit van het
                                            bedrijf permanent toezicht noodzakelijk is;</al></li><li nr="·"><al>de geluidsbelasting op de gevel van de woning ten
                                            gevolge van het industrie- of het wegverkeerslawaai niet
                                            meer bedraagt dan 50 dB(A), tenzij door Gedeputeerde
                                            Staten ontheffing in het kader van de Wet geluidhinder
                                            is verleend;</al></li></lijst></li><li nr="h."><al>lid <onderstreept>3.2.1</onderstreept>, sub n en lid
                                        <onderstreept>3.2.2</onderstreept>, sub d ten behoeve van
                                    een gedeeltelijk platte afdekking van bedrijfsgebouwen tot een
                                    maximum van 50 m2 of ten behoeve van de afdekking van een
                                    bedrijfswoning met een kap met een kleinere dakhelling dan 35°
                                    en tevens ten behoeve van het oprichten van gebouwen met een
                                    gebogen dakvorm, met dien verstande dat geen onevenredige
                                    afbreuk mag worden gedaan aan de landschappelijke waarde van het
                                    gebied;</al></li><li nr="i."><al>lid <onderstreept>3.2.3</onderstreept>, sub b wat betreft de
                                    hoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een
                                    maximale hoogte van 10 m;</al></li><li nr="j."><al>lid <onderstreept>3.2.3</onderstreept>, sub b wat betreft de
                                    hoogte van overige silo’s tot een maximale hoogte van 25 m;
                                </al></li><li nr="k."><al>lid <onderstreept>3.2.3</onderstreept>, sub b ten behoeve van
                                    het oprichten van mestsilo’s tot een maximale oppervlakte van
                                    3.000 m2.</al><al/></li></lijst><al><vet>3.4 Specifieke gebruiksregels</vet></al><al>Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik
                            dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt
                            begrepen:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruik van gebouwen niet zijnde stallen, voor het houden
                                    van landbouwhuisdieren;</al></li><li nr="b."><al>het gebruik van meer dan één bouwlaag van gebouwen voor het
                                    houden van dieren ten behoeve van de intensieve
                                    veehouderij;</al></li><li nr="c."><al>het gebruik van verlichting in een ligboxenstal die meer dan 150
                                    lux bedraagt, tenzij de stal tussen 20.00 uur en 06.00 uur is
                                    voorzien van voorzieningen die de lichtuitstraling met ten
                                    minste 90% reduceren; deze bepaling geldt niet voor bestaande
                                    stallen.</al><al/></li></lijst><al><vet>3.5 Afwijken van de gebruiksregels</vet></al><al>Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het
                            bepaalde in:</al><lijst><li nr="a."><al>lid <onderstreept>3.4</onderstreept>, sub a voor het gebruik van
                                    bestaande gebouwen, niet zijnde stallen, voor het houden van
                                    landbouwhuisdieren, mits is aangetoond dat er geen significant
                                    negatieve gevolgen zijn voor de instandhoudingsdoelstelling van
                                    Natura 2000-gebieden als gevolg van ammoniakdepositie;</al></li><li nr="b."><al>lid <onderstreept>3.1</onderstreept>, sub b voor het gebruik van
                                    agrarische bedrijfsgebouwen voor de uitoefening van een
                                    agrarisch loonbedrijf, mits:</al><lijst><li nr="·"><al>de activiteit wordt beperkt tot het agrarisch
                                            bouwperceel;</al></li><li nr="·"><al>de bedrijfsactiviteiten plaatsvinden binnen de huidige
                                            gebouwen en met dien verstande dat de
                                            bedrijfsvloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van
                                            de totale vloeroppervlakte;</al></li><li nr="·"><al>de bestaande landschappelijke, cultuurhistorische en
                                            natuurlijke waarden worden behouden.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Bedrijf</label></kop><al><vet>4.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Bedrijf</onderstreept>’ aangewezen gronden zijn
                            bestemd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>ambacht, handel en aan de agrarische sector verwante
                                    dienstverlening, met uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>geluidzoneringsplichtige inrichtingen;</al></li><li nr="2."><al>handelsonderneming waar detailhandel wordt uitgeoefend,
                                            tenzij het de uitoefening van detailhandel betreft
                                            in:</al><lijst><li nr="."><al>goederen die ter plaatse zijn vervaardigd,
                                                  bewerkt of hersteld;</al></li><li nr="."><al>goederen in een onderneming, waarin een
                                                  ambachtsbedrijf en/of dienstverlenend bedrijf
                                                  wordt uitgeoefend, mits laatstgenoemde uitoefening
                                                  een wezenlijk bestanddeel van de totale
                                                  bedrijfsuitoefening in de onderneming uitmaakt en
                                                  de detailhandel in die goederen, gelet op de aard
                                                  daarvan, geschiedt zowel ter plaatse waar dat
                                                  bedrijf wordt uitgeoefend als in rechtstreeks
                                                  verband met de uitoefening van dat bedrijf;</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><al>met dien verstande dat de vloeroppervlakte van de detailhandel niet meer
                            mag bedragen dan 60 m2; </al><al/><lijst><li nr="b."><al>een dierenpension, ter plaatse van de aanduiding
                                    ‘dierenpension’;</al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>met de daarbij behorende:</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>bedrijfsgebouwen met daarbij behorende bedrijfswoningen,
                                    bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en onbebouwde
                                    gronden die als bedrijfsterrein mogen worden ingericht.</al></li></lijst><al/><al><vet>4.2 Bouwregels</vet></al><al/><al>4.2.1 Gebouwen</al><al>Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de totale vloeroppervlakte van de bestaande bedrijfsbebouwing
                                    mag éénmalig worden vergroot met ten hoogste 20%, te rekenen
                                    vanaf 17 juni 2009, mits de uitbreiding niet leidt tot een
                                    onevenredige aantasting van landschap, natuur en milieu en niet
                                    leidt tot verkeersoverlast, met dien verstande dat de bebouwde
                                    oppervlakte niet meer dan 80% van het bestemmingsvlak mag
                                    bedragen, tenzij door een bebouwingspercentage een afwijkend
                                    maximum is aangegeven;</al></li><li nr="b."><al>de bouwhoogte van de gebouwen mag niet meer dan 9 m bedragen,
                                    dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer
                                    bedraagt;</al></li><li nr="c."><al>de goothoogte van de gebouwen mag niet meer dan 4,5 m bedragen,
                                    dan wel niet meer dan de bestaande goothoogte indien deze meer
                                    bedraagt;</al></li><li nr="d."><al>de gebouwen mogen uitsluitend met een kap worden afgedekt,
                                    waarvan de dakhelling niet minder mag bedragen dan 35°, dan wel
                                    de bestaande dakhelling indien deze minder bedraagt;</al></li><li nr="e."><al>de afstand van de gebouwen tot de zijdelingse perceelgrens mag
                                    niet minder dan 5 m bedragen, dan wel de bestaande afstand
                                    indien deze minder bedraagt.</al></li></lijst><al/><al><vet>4.2.2 Bedrijfswoningen</vet></al><al>Voor het bouwen van bedrijfswoningen geldt de volgende regel:</al><lijst><li nr="a."><al>per bedrijf mag niet meer dan één bedrijfswoning worden gebouwd,
                                    waarvan de oppervlakte niet meer dan 150 m2 mag bedragen, dan
                                    wel de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt.</al></li></lijst><al/><al><vet>4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            regel:</al><lijst><li nr="a."><al>de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet
                                    meer dan 10 m bedragen, met uitzondering van erfafscheidingen,
                                    waarvan de hoogte niet meer dan 2 m mag bedragen.</al><al/></li></lijst><al><vet>4.3 Afwijken van de bouwregels</vet></al><al>Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde
                            in:</al><lijst><li nr="a."><al>lid <onderstreept>4.2.1</onderstreept>, sub d ten behoeve van
                                    een gedeeltelijk platte afdekking van bedrijfsgebouwen tot een
                                    maximum van 50 m2 of ten behoeve van een afdekking van een
                                    bedrijfswoning met een kap met een kleinere dakhelling dan
                                    35°;</al></li><li nr="b."><al>lid <onderstreept>4.2.1</onderstreept>, sub e tot een minimale
                                    afstand van 2 m.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Bedrijf - Agrarisch hulpbedrijf</label></kop><al><vet>5.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Bedrijf - Agrarisch hulpbedrijf</onderstreept>’
                            aangewezen gronden zijn bestemd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een agrarisch hulpbedrijf en agrarisch loonbedrijf;</al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="b."><al>gebouwen, bedrijfswoningen en bijgebouwen, bouwwerken, geen
                                    gebouwen zijnde en andere werken;</al></li></lijst><al>met dien verstande dat geluidzoneringsplichtige inrichtingen niet zijn
                            toegestaan.</al><al/><al><vet>5.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>5.2.1 Gebouwen</vet></al><al>Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de totale vloeroppervlakte van de bestaande bedrijfsbebouwing
                                    mag éénmalig worden vergroot met ten hoogste 20%, te rekenen
                                    vanaf 17 juni 2009, mits de uitbreiding niet leidt tot een
                                    onevenredige aantasting van landschap, natuur en milieu en niet
                                    leidt tot verkeersoverlast, met dien verstande dat de totale
                                    bebouwde oppervlakte niet meer dan 80% van het bestemmingsvlak
                                    mag bedragen; </al></li><li nr="b."><al>de bouwhoogte van de gebouwen mag niet meer dan 9 m bedragen,
                                    dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer
                                    bedraagt;</al></li><li nr="c."><al>de goothoogte van de gebouwen mag niet meer dan 4,5 m bedragen,
                                    dan wel niet meer dan de bestaande goothoogte indien deze meer
                                    bedraagt;</al></li><li nr="d."><al>de bedrijfsgebouwen mogen uitsluitend met een kap worden
                                    afgedekt waarvan de dakhelling niet minder mag bedragen dan 22°,
                                    dan wel de bestaande dakhelling indien deze minder
                                    bedraagt;</al></li><li nr="e."><al>de afstand van de gebouwen tot de zijdelingse perceelgrens mag
                                    niet minder dan 5 m bedragen, dan wel de bestaande afstand
                                    indien deze minder bedraagt;</al></li></lijst><al/><al><vet>5.2.2 Bedrijfswoningen</vet></al><al>Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>per bedrijf mag niet meer dan één bedrijfswoning worden gebouwd,
                                    waarvan de oppervlakte niet meer dan 150 m2 mag bedragen, dan
                                    wel niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze meer
                                    bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>de bedrijfswoningen mogen uitsluitend met een kap worden
                                    afgedekt waarvan de dakhelling niet minder mag bedragen dan 35°,
                                    dan wel de bestaande dakhelling indien deze minder
                                    bedraagt.</al></li></lijst><al/><al><vet>5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            regel: </al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer
                                    bedragen dan:</al><lijst><li nr="·"><al>erfafscheidingen: 2 m;</al></li><li nr="·"><al>silo’s: 15 m;</al></li><li nr="·"><al>overige bouwwerken: 10 m.</al><al/></li></lijst></li></lijst><al><vet>5.3. Afwijken van de bouwregels</vet></al><al>Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde
                            in:</al><lijst><li nr="a."><al>lid <onderstreept>5.2.1</onderstreept>, sub d ten behoeve van
                                    een gedeeltelijk platte afdekking van bedrijfsgebouwen tot een
                                    maximum van 50 m2 of ten behoeve van een afdekking van een
                                    bedrijfswoning met een kap met een kleinere dakhelling dan
                                    35°;</al></li><li nr="b."><al>lid <onderstreept>5.2.1</onderstreept>, sub e tot een minimale
                                    afstand van 2 m. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 Bedrijf - Delfstof</label></kop><al><vet>6.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Bedrijf - Delfstof</onderstreept>’ aangewezen
                            gronden zijn bestemd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het onderzoek naar de aanwezigheid, alsmede de winning en
                                    behandeling van delfstoffen; </al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="b."><al>gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en andere
                                    werken.</al></li></lijst><al>Ter plaatse van de aanduiding ‘geluidzone - industrie’ zijn tevens -
                            binnen de begrenzing van de bestemmingsomschrijving -
                            geluidzoneringsplichtige inrichtingen toegestaan.</al><al/><al><vet>6.2 Bouwregels</vet></al><al><vet>6.2.1 Gebouwen</vet></al><al>Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>op deze gronden mogen geen bedrijfswoningen worden gebouwd;</al></li><li nr="b."><al>de bouwhoogte van de gebouwen mag niet meer dan 15 m bedragen,
                                    dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer
                                    bedraagt;</al></li><li nr="c."><al>ter plaatse van de aanduiding 'relatie' is sprake van één
                                    inrichting.</al></li></lijst><al/><al><vet>6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende
                            regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet
                                    meer dan 40 m bedragen;</al></li><li nr="b."><al>in afwijking van het bepaalde onder a mag de hoogte van de
                                    brandvlampijp ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van
                                    bedrijf - brandvlampijp' niet meer dan 65 m bedragen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7 Bedrijf - Nutsvoorziening</label></kop><al><vet>7.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Bedrijf - Nutsvoorziening</onderstreept>’
                            aangewezen gronden zijn bestemd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>nutsvoorzieningen;</al></li><li nr="b."><al>industriewaterinstallatie, uitsluitend ter plaatse van de
                                    aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf –
                                    industriewaterinstallatie’;</al></li><li nr="c."><al>rioolwaterzuiveringsinstallatie, uitsluitend ter plaatse van de
                                    aanduiding ‘waterzuiveringsinstallatie’; </al></li></lijst><al>met daarbij behorende:</al><lijst><li nr="d."><al>gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde en andere werken,
                                    groenvoorzieningen, opslag- en parkeervoorzieningen;</al></li></lijst><al>met dien verstande dat geluidzoneringsplichtige inrichtingen niet zijn
                            toegestaan.</al><al/><al><vet>7.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>7.2.1 Gebouwen</vet></al><al>Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de bouwhoogte van de gebouwen ten behoeve van de
                                    industriewaterinstallatie en de rioolwaterzuiveringsinstallatie
                                    mag niet meer dan 15 m bedragen, dan wel niet meer dan de
                                    bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>de bouwhoogte van de overige gebouwen ten behoeve van
                                    nutsvoorzieningen mag niet meer dan 5 m bedragen.</al></li></lijst><al/><al><vet>7.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende
                            regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet
                                    meer bedragen dan 8 m;</al></li><li nr="b."><al>buiten het bouwvlak mogen geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde,
                                    worden gebouwd, met uitzondering van erfafscheidingen, waarvan
                                    de bouwhoogte niet meer dan 2 m mag bedragen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8 Cultuur en ontspanning</label></kop><al><vet>8.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor '<onderstreept>Cultuur en ontspanning</onderstreept>' aangewezen
                            gronden zijn bestemd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een seksinrichting;</al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="b."><al>gebouwen, bedrijfswoningen, bijgebouwen, bouwwerken, geen
                                    gebouwen zijnde en andere werken</al><al/></li></lijst><al><vet>8.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>8.2.1 Gebouwen</vet></al><al>Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de totale vloeroppervlakte van de bestaande bedrijfsbebouwing
                                    mag éénmalig worden vergroot met ten hoogste 20%, te rekenen
                                    vanaf 17 juni 2009, mits de uitbreiding niet leidt tot een
                                    onevenredige aantasting van landschap, natuur en milieu en niet
                                    leidt tot verkeersoverlast;</al></li><li nr="b."><al>de bouwhoogte van de gebouwen mag niet meer dan 9 m bedragen,
                                    dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer
                                    bedraagt;</al></li><li nr="c."><al>de goothoogte van de gebouwen mag niet meer dan 4,5 m bedragen,
                                    dan wel niet meer dan de bestaande goothoogte indien deze meer
                                    bedraagt;</al></li><li nr="d."><al>de gebouwen mogen uitsluitend met een kap worden afgedekt,
                                    waarvan de dakhelling niet minder mag bedragen dan 35°, dan wel
                                    de bestaande dakhelling indien deze minder bedraagt;</al></li><li nr="e."><al>de afstand van de gebouwen tot de zijdelingse perceelgrens mag
                                    niet minder dan 5 m bedragen, dan wel de bestaande afstand
                                    indien deze minder bedraagt.</al></li></lijst><al/><al><vet>8.2.2 Bedrijfswoningen</vet></al><al>Voor het bouwen van bedrijfswoningen geldt de volgende regel:</al><lijst><li nr="a."><al>per bedrijf mag niet meer dan één bedrijfswoning worden gebouwd,
                                    waarvan de oppervlakte niet meer dan 150 m2 mag bedragen, dan
                                    wel niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze meer
                                    bedraagt.</al></li></lijst><al/><al><vet>8.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            regel:</al><lijst><li nr="a."><al>de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet
                                    meer dan 10 m bedragen, met uitzondering van erfafscheidingen,
                                    waarvan de hoogte niet meer dan 2 m mag bedragen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9 Groen</label></kop><al><vet>9.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Groen</onderstreept>’ aangewezen gronden zijn
                            bestemd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>groenvoorzieningen;</al></li><li nr="b."><al>extensieve recreatie;</al></li><li nr="c."><al>een wielerbaan, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding
                                    ‘wielerbaan’; </al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="d."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde en andere werken.</al></li></lijst><al/><al><vet>9.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>9.2.1 Gebouwen</vet></al><al>Voor het bouwen van gebouwen gelden volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd;</al></li><li nr="b."><al>in afwijking van het bepaalde onder a mogen op de gronden ter
                                    plaatse van de aanduiding ‘wielerbaan’ gebouwen worden gebouwd,
                                    waarvan de gezamenlijke oppervlakte niet meer mag bedragen dan
                                    100 m2 en de hoogte niet meer mag bedragen dan 3 m.</al></li></lijst><al/><al><vet>9.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            regel:</al><lijst><li nr="a."><al>de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet
                                    meer dan 5 m bedragen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10 Horeca</label></kop><al><vet>10.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Horeca</onderstreept>’ aangewezen gronden zijn
                            bestemd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een horecabedrijf en zorghotel, ter plaatse van de aanduiding
                                    'maatschappelijk'; </al></li><li nr="b."><al>een café en dorpshuis; </al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="c."><al>gebouwen, bedrijfswoningen en bijgebouwen, bouwwerken, geen
                                    gebouwen zijnde en andere werken</al></li></lijst><al/><al><vet>10.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>10.2.1 Gebouwen</vet></al><al>Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de totale vloeroppervlakte van de bestaande bedrijfsbebouwing
                                    mag éénmalig worden vergroot met ten hoogste 20%, te rekenen
                                    vanaf 17 juni 2009, mits de uitbreiding niet leidt tot een
                                    onevenredige aantasting van landschap, natuur en milieu en niet
                                    leidt tot verkeersoverlast, met dien verstande dat de totale
                                    bebouwde oppervlakte niet meer dan 70% van het bestemmingsvlak
                                    mag bedragen;</al></li><li nr="b."><al>de bouwhoogte van de gebouwen mag niet meer dan 9 m bedragen,
                                    dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer
                                    bedraagt;</al></li><li nr="c."><al>de goothoogte van de gebouwen mag niet meer dan 4,5 m bedragen,
                                    dan wel niet meer dan de bestaande goothoogte indien deze meer
                                    bedraagt;</al></li><li nr="d."><al>de gebouwen mogen uitsluitend met een kap worden afgedekt,
                                    waarvan de dakhelling niet minder mag bedragen dan 35°, dan wel
                                    de bestaande dakhelling indien deze minder bedraagt;</al></li><li nr="e."><al>de afstand van de gebouwen tot de zijdelingse perceelgrens mag
                                    niet minder dan 5 m bedragen, dan wel de bestaande afstand
                                    indien deze minder bedraagt.</al><al/></li></lijst><al><vet>10.2.2 Bedrijfswoningen</vet></al><al>Voor het bouwen van bedrijfswoningen geldt de volgende regel:</al><lijst><li nr="a."><al>per bedrijf mag niet meer dan één bedrijfswoning worden gebouwd,
                                    waarvan de oppervlakte niet meer dan 150 m2 mag bedragen, dan
                                    wel niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze meer
                                    bedraagt.</al></li></lijst><al/><al><vet>10.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            regel:</al><lijst><li nr="a."><al>de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet
                                    meer dan 10 m bedragen, met uitzondering van erfafscheidingen,
                                    waarvan de hoogte niet meer dan 2 m mag bedragen.</al></li></lijst><al/><al><vet>10.3. Afwijken van de bouwregels</vet></al><al>Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde
                            in:</al><lijst><li nr="a."><al>lid <onderstreept>10.2.1</onderstreept>, sub d:</al><lijst><li nr=""><al>ten behoeve van een afdekking met een kap met een
                                            kleinere helling dan 35° tot een minimum van 22° en ten
                                            behoeve van een gedeeltelijk platte afdekking van
                                            gebouwen, waarbij de hoogte niet meer mag bedragen dan
                                            de toegestane maximale goothoogte</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>lid <onderstreept>10.2.1</onderstreept>, sub e:</al><lijst><li nr=""><al>tot een minimale afstand van 2 m.</al></li></lijst></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11 Maatschappelijk</label></kop><al><vet>11.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Maatschappelijk</onderstreept>’ aangewezen
                            gronden zijn bestemd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>onderwijsvoorzieningen en welzijnsvoorzieningen;</al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="b."><al>gebouwen, bedrijfswoningen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en
                                    andere werken.</al></li></lijst><al/><al><vet>11.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>11.2.1 Gebouwen</vet></al><al>Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de totale vloeroppervlakte van de bestaande bebouwing ten
                                    behoeve van maatschappelijke doeleinden mag éénmalig worden
                                    vergroot met ten hoogste 20%, te rekenen vanaf 17 juni 2009,
                                    mits de uitbreiding niet leidt tot een onevenredige aantasting
                                    van landschap, natuur en milieu en niet leidt tot
                                    verkeersoverlast, met dien verstande dat de bebouwde oppervlakte
                                    niet meer dan 80% van het bestemmingsvlak mag bedragen;</al></li><li nr="b."><al>de bouwhoogte van de gebouwen mag niet meer dan 9 m bedragen,
                                    dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer
                                    bedraagt;</al></li><li nr="c."><al>de goothoogte van de gebouwen mag niet meer dan 4,5 m bedragen,
                                    dan wel niet meer dan de bestaande goothoogte indien deze meer
                                    bedraagt;</al></li><li nr="d."><al>de gebouwen mogen uitsluitend met een kap worden afgedekt
                                    waarvan de dakhelling niet minder mag bedragen dan 35°, dan wel
                                    de bestaande dakhelling indien deze minder bedraagt;</al></li><li nr="e."><al>de afstand van de gebouwen tot de zijdelingse perceelgrens mag
                                    niet minder dan 5 m bedragen dan wel de bestaande afstand indien
                                    deze minder bedraagt.</al></li></lijst><al/><al><vet>11.2.2 Bedrijfswoningen</vet></al><al>Voor het bouwen van bedrijfswoningen geldt de volgende regel:</al><lijst><li nr="a."><al>per bestemmingsvlak mag niet meer dan één bedrijfswoning worden
                                    gebouwd, waarvan de oppervlakte niet meer dan 150 m2 mag
                                    bedragen, dan wel niet meer dan de bestaande oppervlakte indien
                                    deze meer bedraagt.</al></li></lijst><al/><al><vet>11.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            regel:</al><lijst><li nr="a."><al>de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer
                                    dan 10 m bedragen, met uitzondering van erfafscheidingen waarvan
                                    de hoogte niet meer dan 2 m mag bedragen.</al></li></lijst><al/><al><vet>11.3 Afwijken van de bouwregels</vet></al><al>Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde
                            in:</al><lijst><li nr="a."><al>lid <onderstreept>11.2.1</onderstreept>, sub d:</al><lijst><li nr=""><al>ten behoeve van een afdekking met een kap met een
                                            kleinere helling dan 35° tot een minimum van 22° en ten
                                            behoeve van een gedeeltelijk platte afdekking van
                                            gebouwen, waarbij de hoogte niet meer mag bedragen dan
                                            de toegestane maximale goothoogte;</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>lid <onderstreept>11.2.1</onderstreept>, sub e:</al><lijst><li nr=""><al>tot een minimale afstand van 2 m.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12 Maatschappelijk - Begraafplaats</label></kop><al><vet>12.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Maatschappelijk - Begraafplaats</onderstreept>’
                            aangewezen gronden zijn bestemd voor een begraafplaats met de daarbij
                            behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en andere
                            werken.</al><al/><al><vet>12.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>12.2.1 Gebouwen</vet></al><al>Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de bebouwde oppervlakte mag niet meer dan 10% bedragen;</al></li><li nr="b."><al>de bouwhoogte van de gebouwen mag niet meer dan 8 m bedragen,
                                    dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer
                                    bedraagt;</al></li><li nr="c."><al>de goothoogte van de gebouwen mag niet meer dan 3,5 m bedragen,
                                    dan wel niet meer dan de bestaande goothoogte indien deze meer
                                    bedraagt;</al></li><li nr="d."><al>de gebouwen mogen uitsluitend met een kap worden afgedekt,
                                    waarvan de dakhelling niet minder mag bedragen dan 35°, dan wel
                                    de bestaande dakhelling indien deze minder bedraagt;</al></li><li nr="e."><al>de afstand van de gebouwen tot de zijdelingse perceelgrens mag
                                    niet minder dan 5 m bedragen, dan wel de bestaande afstand
                                    indien deze minder bedraagt.</al></li></lijst><al/><al><vet>12.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            regel:</al><lijst><li nr="a."><al>de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet
                                    meer dan 10 m bedragen, met uitzondering van erfafscheidingen
                                    waarvan de hoogte niet meer dan 2 m mag bedragen.</al></li></lijst><al/><al><vet>12.3 Afwijken van de bouwregels</vet></al><al>Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde
                            in:</al><lijst><li nr="a."><al>lid <onderstreept>12.2.1</onderstreept>, sub d:</al><lijst><li nr=""><al>ten behoeve van een afdekking met een kap met een
                                            kleinere helling dan 35° tot een minimum van 22° en ten
                                            behoeve van een gedeeltelijke platte afdekking van
                                            gebouwen, waarbij de hoogte niet meer mag bedragen dan
                                            de toegestane maximale goothoogte;</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>lid <onderstreept>12.2.1</onderstreept>, sub e:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><al>tot een minimale afstand van 2 m.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 13 Natuur</label></kop><al><vet>13.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Natuur</onderstreept>’ aangewezen gronden zijn
                            bestemd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het behoud en/of herstel, alsmede de opbouw van de aan deze
                                    gronden eigen landschappelijke en natuurlijke waarden;</al></li><li nr="b."><al>handhaving van de bestaande hoofdwatergang waarbij het beheer
                                    gericht moet zijn op realisering van de bestemmingsdoelstelling;
                                </al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="c."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde en andere werken.</al></li></lijst><al/><al><vet>13.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>13.2.1 Gebouwen</vet></al><al>Voor het bouwen van gebouwen geldt de volgende regel:</al><lijst><li nr="a."><al>op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.</al></li></lijst><al/><al><vet>13.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            regel:</al><lijst><li nr="a."><al>de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet
                                    meer bedragen dan 2 m.</al></li></lijst><al/><al><vet>13.3 Afwijken van de bouwregels</vet></al><al>Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde
                            in:</al><lijst><li nr="a."><al>lid <onderstreept>13.2.1</onderstreept>, sub a:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><al>voor het oprichten van gebouwen ten behoeve van
                                            onderhoud en beheer tot een maximale oppervlakte van 100
                                            m2 en ten behoeve van het recreatieve medegebruik tot
                                            een maximale oppervlakte van 50 m2.</al></li></lijst></li></lijst><al/><al><vet>13.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen
                                bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden</vet></al><al/><al><vet>13.4.1 Vergunningplicht</vet></al><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning
                            (omgevingsvergunning) de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of
                            werkzaamheden voor zover niet betrekking hebbende op normaal onderhoud
                            ten dienste van de bestemming uit te voeren:</al><lijst><li nr="a."><al>het bemalen of draineren van de grond, alsmede het winnen,
                                    toevoeren, afdammen of stuwen van grond- en oppervlaktewater,
                                    dan wel het anderszins aanbrengen van voorzieningen die een
                                    structurele wijziging in de waterhuishouding tot gevolg (kunnen)
                                    hebben;</al></li><li nr="b."><al>het graven, vergraven en dempen van sloten en andere
                                    watergangen;</al></li><li nr="c."><al>het aanleggen, verhogen en afgraven van kaden, dijken of
                                    oeverbeschoeiingen;</al></li><li nr="d."><al>het ontgronden, egaliseren en ophogen van gronden, voor zover
                                    voor deze werken en werkzaamheden geen vergunning ingevolge de
                                    provinciale ontgrondingenvergunning is vereist;</al></li><li nr="e."><al>het diepploegen van gronden, scheuren en frezen van grasland en
                                    dijkhellingen;</al></li><li nr="f."><al>het aanbrengen van boom- of struikbeplanting;</al></li><li nr="g."><al>het vellen, rooien en snoeien van houtgewas, anders dan bij
                                    wijze van verzorging van de aanwezige houtopstand;</al></li><li nr="h."><al>het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-,
                                    energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband
                                    houdende constructies, installaties of apparatuur;</al></li><li nr="i."><al>het aanleggen van verharde en onverharde wegen, paden of
                                    parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere
                                    oppervlakteverhardingen met een grotere plaatselijke oppervlakte
                                    dan 20 m2.</al></li></lijst><al/><al><vet>13.4.2 Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="a."><al>de werken en werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar, indien door
                                    die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij
                                    direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de natuurlijke
                                    waarden van deze gronden niet onevenredig worden of kunnen
                                    worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van
                                    die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind;
                                </al></li><li nr="b."><al>de werken of werkzaamheden mogen geen onevenredig nadelige
                                    invloed hebben op de waterhuishouding van de aangrenzende
                                    gronden met de bestemming
                                    <onderstreept>Agrarisch</onderstreept>; eventueel gewenste of
                                    benodigde waterhuishoudkundige bufferzones dienen op de gronden
                                    met de bestemming <onderstreept>Natuur</onderstreept> te worden
                                    gerealiseerd en niet op de gronden met de bestemming
                                        <onderstreept>Agrarisch</onderstreept>; </al></li><li nr="c."><al>de eventueel aanwezige natuurlijke oeverbegroeiing dient waar
                                    mogelijk te worden behouden of gerestaureerd;</al></li><li nr="d."><al>daar waar mogelijk zal een natuur- en milieuvriendelijke
                                    oever(verdediging) moeten worden toegepast;</al></li><li nr="e."><al>maatregelen die (een toename van de) verdroging veroorzaken in
                                    gebieden met verdrogingsgevoelige natuurwaarden moeten worden
                                    vermeden;</al></li><li nr="f."><al>voor de beoordeling of een omgevingsvergunning voor het vellen
                                    en rooien van houtgewas kan worden verleend, zal worden gelet
                                    op:</al><lijst><li nr="·"><al>ecologische waarde; de ecologische waarde van
                                            houtopstanden kan worden gemeten aan de mate van
                                            natuurlijkheid en kenmerkendheid. Daarbij is
                                            zeldzaamheid, ongestoordheid en samenhang in groter
                                            verband aan de orde;</al></li><li nr="·"><al>cultuurhistorische waarde; in dit verband is de
                                            zeldzaamheid van de houtopstand van belang, alsmede de
                                            bijdrage die de houtopstanden leveren aan de functionele
                                            samenhang tussen verschillende onderdelen van het
                                            landschap;</al></li><li nr="·"><al>agrarische exploitatie van het betreffende en/of
                                            aanliggende perceel; het gaat hier om de wijze van
                                            agrarisch gebruik van percelen en hoe dit gebruik zich
                                            verhoudt tot de aanwezige houtopstanden;</al></li><li nr="·"><al>belevingswaarde; de belevingswaarde wordt bepaald door
                                            de mate waarin de houtopstanden bijdragen aan de
                                            contrastwerking.</al></li></lijst></li></lijst><al>Op basis van deze toetsingscriteria zal de afweging worden gemaakt of
                            het vellen of rooien van de houtopstand geen onevenredige afbreuk doet
                            aan de bestemmingsdoeleinden. Het gewicht dat daarbij aan de
                            verschillende waarden wordt toegekend is afhankelijk van de bestemming
                            van de betreffende gronden. Binnen de bestemming
                                <onderstreept>Natuur</onderstreept> wordt meer gewicht toegekend aan
                            de ecologische waarde van een houtopstand dan aan de agrarische
                            exploitatie van het betreffende perceel. Binnen de bestemming
                                <onderstreept>Agrarisch</onderstreept> is dit juist andersom.</al><al/><al><vet>13.4.3 Adviesplicht</vet></al><al>Bij de toetsing van de aspecten a tot en met e van lid
                                <onderstreept>13.4.2</onderstreept> wordt het in te winnen advies
                            van het waterschap bij de beoordeling betrokken en zal - indien in een
                            concrete situatie gewenst - de natuurbeherende instantie om advies
                            worden gevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 14 Recreatie</label></kop><al><vet>14.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Recreatie</onderstreept>’ aangewezen gronden zijn
                            bestemd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een sauna, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'sauna';
                                </al></li><li nr="b."><al>een zweefvliegveld, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding
                                    'specifieke vorm van recreatie - zweefvliegveld; </al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="c."><al>gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en andere
                                    werken.</al></li></lijst><al/><al><vet>14.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>14.2.1 Gebouwen</vet></al><al>Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de totale vloeroppervlakte van de bestaande bedrijfsbebouwing
                                    ter plaatse van de aanduiding 'sauna' mag éénmalig worden
                                    vergroot met ten hoogste 20%, te rekenen vanaf 17 juni 2009,
                                    mits de uitbreiding niet leidt tot een onevenredige aantasting
                                    van landschap, natuur en milieu en tot verkeersoverlast;</al></li><li nr="b."><al>ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding
                                    uitgesloten - bebouwing' mogen geen gebouwen worden
                                    gebouwd;</al></li><li nr="c."><al>de bouwhoogte van de gebouwen mag niet meer dan 9 m bedragen,
                                    dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer
                                    bedraagt;</al></li><li nr="d."><al>de goothoogte van de gebouwen mag niet meer dan 4,5 m bedragen,
                                    dan wel niet meer dan de bestaande goothoogte indien deze meer
                                    bedraagt;</al></li><li nr="e."><al>de gebouwen mogen uitsluitend met een kap worden afgedekt
                                    waarvan de dakhelling niet minder mag bedragen dan 35°, dan wel
                                    de bestaande dakhelling indien deze minder bedraagt;</al></li><li nr="f."><al>de afstand van de gebouwen tot de zijdelingse perceelgrens mag
                                    niet minder dan 5 m bedragen dan wel de bestaande afstand indien
                                    deze minder bedraagt.</al></li></lijst><al/><al><vet>14.2.2 Bedrijfswoningen</vet></al><al>Voor het bouwen van bedrijfswoningen geldt de volgende regel:</al><lijst><li nr="a."><al>Er mogen geen bedrijfswoningen worden gebouwd, met uitzondering
                                    van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'sauna', waarbij
                                    per bestemmingsvlak één bedrijfswoning mag worden gebouwd,
                                    waarvan de oppervlakte niet meer dan 150 m2 mag bedragen, dan
                                    wel niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze meer
                                    bedraagt.</al></li></lijst><al/><al><vet>14.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            regel:</al><lijst><li nr="a."><al>De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet
                                    meer dan 10 m bedragen, met uitzondering van erfafscheidingen
                                    waarvan de hoogte niet meer dan 2 m mag bedragen.</al></li></lijst><al/><al><vet>14.3 Afwijken van de bouwregels</vet></al><al>Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde
                            in:</al><lijst><li nr="a."><al>lid <onderstreept>14.2.1</onderstreept>, sub e:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><al>ten behoeve van een afdekking met een kap met een
                                            kleinere helling dan 35° tot een minimum van 22° en ten
                                            behoeve van een gedeeltelijk platte afdekking van
                                            gebouwen, waarbij de hoogte niet meer mag bedragen dan
                                            de toegestane maximale goothoogte;</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>lid <onderstreept>14.2.1</onderstreept>, sub f:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><al>tot een minimale afstand van 2 m.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 15 Recreatie - Dagrecreatie</label></kop><al><vet>15.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Recreatie - Dagrecreatie</onderstreept>’
                            aangewezen gronden zijn bestemd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>dagrecreatie;</al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="b."><al>gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en andere
                                    werken.</al></li></lijst><al/><al><vet>15.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>15.2.1 Gebouwen</vet></al><al>Op of in de gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering
                            van bestaande gebouwen.</al><al/><al><vet>15.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            regel:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer
                                    bedragen dan 6 m, met uitzondering van perceelafscheidingen,
                                    waarvan de hoogte niet meer dan 2 m mag bedragen en lichtmasten,
                                    waarvan de hoogte niet meer dan 9 m mag bedragen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 16 Sport</label></kop><al><vet>16.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Sport</onderstreept>’ aangewezen gronden zijn
                            bestemd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>sportvelden;</al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="b."><al>gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en andere werken</al></li></lijst><al/><al><vet>16.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>16.2.1 Gebouwen</vet></al><al>Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve de sportvoorzieningen gelden de
                            volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de bebouwde oppervlakte mag niet meer dan 5% van het
                                    bestemmingsvlak bedragen; </al></li><li nr="b."><al>de bouwhoogte van de gebouwen mag bij een platte afdekking niet
                                    meer dan 5 m bedragen, dan wel de bestaande bouwhoogte indien
                                    deze meer bedraagt, terwijl bij afdekking met een kap de
                                    goothoogte niet meer dan 3,5 m en de bouwhoogte niet meer dan 7
                                    m mag bedragen, dan wel de bestaande goot- en bouwhoogte indien
                                    deze meer bedragen;</al></li><li nr="c."><al>de afstand van de gebouwen tot de zijdelingse perceelgrens mag
                                    niet minder dan 5 m bedragen dan wel de bestaande afstand indien
                                    deze minder bedraagt.</al></li></lijst><al/><al><vet>16.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            regel:</al><lijst><li nr="a."><al>de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet
                                    meer dan 10 m bedragen, met uitzondering van erfafscheidingen,
                                    waarvan de hoogte niet meer dan 2 m mag bedragen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 17 Verkeer</label></kop><al><vet>17.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Verkeer</onderstreept>’ aangewezen gronden zijn
                            bestemd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>verharde en onverharde wegen;</al></li><li nr="b."><al>voet- en fietspaden;</al></li><li nr="c."><al>parkeerplaatsen;</al></li><li nr="d."><al>bermstroken en beplantingen;</al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="e."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde en andere werken.</al></li></lijst><al/><al><vet>17.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>17.2.1 Gebouwen</vet></al><al>Voor het bouwen van gebouwen geldt de volgende regel:</al><lijst><li nr="a."><al>op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.</al></li></lijst><al/><al><vet>17.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            regel:</al><lijst><li nr="a."><al>de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet
                                    meer dan 15 m bedragen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 18 Verkeer – Fiets- en wandelpad</label></kop><al><vet>18.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Verkeer – Fiets- en wandelpad</onderstreept>’
                            aangewezen gronden zijn bestemd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>fiets- en wandelpaden;</al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="b."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde en andere werken.</al></li></lijst><al/><al><vet>18.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>18.2.1 Gebouwen</vet></al><al>Op of in de gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering
                            van bestaande gebouwen.</al><al/><al><vet>18.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende
                            regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve
                                    van de geleiding en beveiliging van het verkeer mag niet meer
                                    bedragen dan 9 m;</al></li><li nr="b."><al>de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet
                                    meer bedragen dan 1,5 m.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 19 Verkeer - Railverkeer</label></kop><al><vet>19.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Verkeer - Railverkeer</onderstreept>’ aangewezen
                            gronden zijn bestemd voor :</al><lijst><li nr="a."><al>spoorwegdoeleinden;</al></li><li nr="b."><al>een museumspoorlijn; </al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="c."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde en andere werken.</al></li></lijst><al/><al><vet>19.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>19.2.1 Gebouwen</vet></al><al>Voor het bouwen van gebouwen geldt de volgende regel:</al><lijst><li nr="a."><al>op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.</al></li></lijst><al/><al><vet>19.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            regel:</al><lijst><li nr="a."><al>de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet
                                    meer dan 10 m bedragen, met uitzondering van erfafscheidingen,
                                    waarvan de hoogte niet meer dan 2 m mag bedragen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 20 Water</label></kop><al><vet>20.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Water</onderstreept>’ aangewezen gronden zijn
                            bestemd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>kanalen, vaarten, sloten en andere watergangen;</al></li><li nr="b."><al>een recreatieplas, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke
                                    vorm van water - diepe waterplas';</al></li><li nr="c."><al>een ligplaats ten behoeve van één woonschip, ter plaatse van de
                                    aanduiding 'woonschepenligplaats'; </al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="d."><al>gebouwen voor de waterbeheersing, oeverstroken, bouwwerken, geen
                                    gebouwen zijnde en andere werken</al></li></lijst><al/><al><vet>20.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>20.2.1 Gebouwen</vet></al><al>Voor het bouwen van gebouwen geldt de volgende regel:</al><lijst><li nr="a."><al>de inhoud en de hoogte van de op te richten gebouwen mogen per
                                    gebouw niet meer dan 100 m3 respectievelijk 5 m bedragen. </al></li></lijst><al/><al><vet>20.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende
                            regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet
                                    meer dan 5 m bedragen, met uitzondering van erfafscheidingen,
                                    waarvan de hoogte niet meer dan 2 m mag bedragen;</al></li><li nr="b."><al>binnen 5 m vanuit een hoofdwatergang mogen geen gebouwen,
                                    bouwwerken of andere obstakels worden gebouwd.</al></li></lijst><al/><al><vet>20.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen
                                bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden</vet></al><al/><al><vet>20.3.1 Vergunningplicht</vet></al><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning
                            van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de navolgende
                            werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, voor zover niet
                            betrekking hebbende op normaal onderhoud, uit te voeren:</al><lijst><li nr="·"><al>het bemalen of draineren van de grond, alsmede het winnen,
                                    toevoeren, afdammen of stuwen van oppervlakte- en grondwater,
                                    dan wel het anderszins aanbrengen van voorzieningen die een
                                    structurele wijziging in de waterhuishouding tot gevolg (kunnen)
                                    hebben;</al></li><li nr="·"><al>het (ver)graven van sloten en andere watergangen;</al></li><li nr="·"><al>het aanleggen, verhogen en afgraven van kaden, dijken of
                                    oeverbeschoeiingen.</al></li></lijst><al/><al><vet>20.3.2 Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="a."><al>De werken en werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar, indien door
                                    die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij
                                    direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de natuurlijke
                                    waarden van deze gronden niet onevenredig worden of kunnen
                                    worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van
                                    die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
                                </al></li><li nr="b."><al>De eventueel aanwezige natuurlijke oeverbegroeiing dient waar
                                    mogelijk te worden behouden of gerestaureerd;</al></li><li nr="c."><al>Daar waar mogelijk zal een natuur- en milieuvriendelijke
                                    oever(verdediging) moeten worden toegepast;</al></li><li nr="d."><al>Maatregelen die (een toename van de) verdroging veroorzaken in
                                    gebieden met verdrogingsgevoelige natuurwaarden moeten worden
                                    vermeden. </al></li></lijst><al/><al><vet>20.3.3 Adviesplicht</vet></al><al>Bij de toetsing van de aspecten a tot en met d van lid
                                <onderstreept>20.3.2</onderstreept> wordt het in te winnen advies
                            van het waterschap bij de beoordeling betrokken en zal – indien in een
                            concrete situatie gewenst – de natuurbeherende instantie om advies
                            worden gevraagd. </al><al/><al><vet>20.4 Specifieke gebruiksregels</vet></al><al>Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik
                            dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt
                            begrepen:</al><al>a.het dempen en het geheel of gedeeltelijk verondiepen van de waterplas
                            ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - diepe
                            waterplas'. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 21 Water – Karakteristieke waterloop</label></kop><al><vet>21.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor '<onderstreept>Water – Karakteristieke waterloop</onderstreept>'
                            aangewezen gronden zijn bestemd voor: </al><lijst><li nr="a."><al>kanalen en wijken en daarmee gelijk te stellen waterlopen ten
                                    behoeve van de wateraanvoer en -afvoer, de waterberging en de
                                    (recreatie)vaart; </al></li><li nr="b."><al>waterhuishoudelijke voorzieningen en gemalen;</al></li><li nr="c."><al>kaden en oeverstroken;</al></li><li nr="d."><al>kunstwerken;</al></li><li nr="e."><al>natuurlijke en landschappelijke waarden;</al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>met de daarbij behorende:</al></li><li nr="f."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder steigers,
                                    loopplanken, bruggen, sluizen, dammen en duikers.</al></li></lijst><al/><al><vet>21.2 Bouwregels</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de
                                    volgende regels:</al><lijst><li nr="1."><al>de bouwhoogte van scheepvaarttekens en/of kunstwerken in
                                            de zin van bruggen, sluizen en andere naar de aard
                                            hiermee gelijk te stellen bouwwerken mag niet meer
                                            bedragen dan 10 m;</al></li><li nr="2."><al>de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen
                                            zijnde, mag niet meer bedragen dan 6 m.</al><al/></li></lijst></li></lijst><al><vet>21.3 Specifieke gebruiksregels</vet></al><al/><al>Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik
                            dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt
                            begrepen:</al><lijst><li nr="a."><al>het aanleggen van woonboten met een hoogte groter dan 3,5
                                    m;</al></li><li nr="b."><al>het verleggen van de waterloop;</al></li><li nr="c."><al>het wijzigen van het profiel van de waterloop.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 22 Wonen</label></kop><al><vet>22.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Wonen</onderstreept>’ aangewezen gronden zijn
                            bestemd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>wonen;</al></li><li nr="b."><al>een dierenpension, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding
                                    ‘dierenpension’; </al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="c."><al>woningen, bijgebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en
                                    andere werken en erven.</al></li></lijst><al/><al><vet>22.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>22.2.1 Woningen</vet></al><al>Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal woningen per bestemmingsvlak mag niet meer bedragen
                                    dan één, dan wel het aantal dat is aangegeven ter plaatse van de
                                    aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; </al></li><li nr="b."><al>de woningen mogen uitsluitend vrijstaand worden gebouwd, met
                                    dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘twee-aaneen’
                                    aaneengebouwde woningen zijn toegestaan; </al></li><li nr="c."><al>op deze gronden zijn –behoudens vervangende nieuwbouw–
                                    uitsluitend de ten tijde de inwerkingtreding van deze
                                    beheersverordening bestaande woningen toegestaan;</al></li><li nr="d."><al>de woningen mogen uitsluitend met een kap worden afgedekt
                                    waarvan de dakhelling niet minder dan 35° mag bedragen, dan wel
                                    de bestaande dakhelling indien deze minder bedraagt;</al></li><li nr="e."><al>de goothoogte en de bouwhoogte van de woningen mogen niet meer
                                    bedragen dan respectievelijk 3,5 m en 8 m, dan wel niet meer dan
                                    de bestaande goot- en bouwhoogte indien deze meer bedragen;</al></li><li nr="f."><al>de oppervlakte van de woningen mag niet meer bedragen dan:</al></li></lijst><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Aanwezige oppervlakte</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Max. uitbreiding</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Max. oppervlakte</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>&lt;70 m2</al></entry><entry colname="col2"><al>30 m2</al></entry><entry colname="col3"><al>90 m2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>70-90 m2</al></entry><entry colname="col2"><al>20 m2</al></entry><entry colname="col3"><al>110 m2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>90-110 m2</al></entry><entry colname="col2"><al>20 m2</al></entry><entry colname="col3"><al>125 m2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>&gt;110 m2 </al></entry><entry colname="col2"><al>15 m2</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>met dien verstande dat de oppervlakte van de woning inclusief de
                            bijbehorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen ten hoogste 300 m2
                            bedraagt, dan wel de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt; </al><lijst><li nr="g."><al>onder aanwezige oppervlakte als bedoeld sub f wordt verstaan de
                                    ten tijde de inwerkingtreding van deze beheersverordening
                                    bestaande oppervlakte;</al></li><li nr="h."><al>de afstand van de woningen tot de zijdelingse perceelgrens mag
                                    niet minder dan 1 m bedragen, tenzij op de perceelgrens wordt
                                    gebouwd, in welk geval de afstand tot de naastgelegen bebouwing
                                    ten minste 2 m dient te bedragen, dan wel de bestaande afstand
                                    indien deze minder bedraagt.</al></li></lijst><al/><al><vet>22.2.2 Bijgebouwen</vet></al><al>Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de bouwhoogte van de bijgebouwen mag bij een platte afdekking
                                    niet meer dan 2,75 m bedragen, dan wel de bestaande bouwhoogte
                                    indien deze meer bedraagt, terwijl bij afdekking met een kap de
                                    goothoogte niet meer dan 2,75 m en de bouwhoogte niet meer dan
                                    5,5 m mag bedragen, dan wel de bestaande goot- en bouwhoogte
                                    indien deze meer bedragen;</al></li><li nr="b."><al>de oppervlakte van de bijgebouwen mag gezamenlijk niet meer dan
                                    70 m2 per woning bedragen, dan wel de bestaande oppervlakte
                                    indien deze meer bedraagt, mits die oppervlakte niet meer
                                    bedraagt dan de oppervlakte van de woning op het bijbehorend
                                    bouwperceel, met dien verstande dat de oppervlakte aan
                                    bijgebouwen in elk geval 50 m2 mag bedragen.</al></li></lijst><al/><al><vet>22.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><al>Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende
                            regel:</al><lijst><li nr="a."><al>de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet
                                    meer dan 5 m bedragen, met uitzondering van erfafscheidingen,
                                    waarvan de hoogte niet meer dan 2 m mag bedragen</al></li></lijst><al/><al><vet>22.3 Afwijken van de bouwregels</vet></al><al>Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde
                            in:</al><lijst><li nr="a."><al>lid <onderstreept>22.2.2</onderstreept>, sub b:</al><lijst><li nr=""><al>tot een oppervlakte van 150 m2 ten behoeve van een
                                            ruimtebehoevende hobby, kantoor- of praktijkruimte of
                                            een vorm van ambachtelijke bedrijvigheid, met dien
                                            verstande dat:</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="·"><al>de oppervlakte van de bijgebouwen niet meer mag bedragen dan de
                                    oppervlakte van de woning op het bijbehorende bouwperceel;</al></li><li nr="·"><al>het bebouwingspercentage niet meer mag bedragen dan 50%;</al></li><li nr="·"><al>de totale oppervlakte van de woning inclusief de bijbehorende
                                    aan- en uitbouwen en bijgebouwen niet meer mag bedragen dan ten
                                    hoogste 300 m2;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>lid <onderstreept>22.2.3</onderstreept>, sub a:</al><lijst><li nr=""><al>tot een maximale hoogte van 10 m, met dien verstande dat
                                            deze regel niet op erfafscheidingen van toepassing
                                            is.</al></li></lijst></li></lijst><al/><al><vet>22.4 Specifieke gebruiksregels</vet></al><al/><al><vet>22.4.1 Strijdig gebruik</vet></al><al>Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik
                            dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt
                            begrepen:</al><lijst><li nr="a."><al>kamerverhuur, met uitzondering van bestaande kamerverhuur;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een vrijstaand bijgebouw ten behoeve van
                                    woonfuncties.</al></li></lijst><al/><al><vet>22.4.2 Toegestaan gebruik</vet></al><al>Ten aanzien van het gebruik voor een aan huis verbonden beroep geldt dat
                            de uitoefening hiervan uitsluitend toelaatbaar is voor zover de
                            woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft. Dit betekent
                            dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin primair moet
                                    blijven, met dien verstande dat een aan huis verbonden beroep
                                    niet in een vrijstaand bijbouwvolume mag worden
                                    uitgeoefend;</al></li><li nr="b."><al>de aan huis verbonden activiteiten ten behoeve van het beroep
                                    uitsluitend inpandig mogen worden verricht;</al></li><li nr="c."><al>maximaal 30% van de oppervlakte van hoofd- en bijbouwvolume mag
                                    worden gebruikt voor de aan huis verbonden activiteiten ten
                                    behoeve van het beroep met een maximum van 45 m²;</al></li><li nr="d."><al>degene die het aan huis verbonden beroep uitoefent ook bewoner
                                    van de woning dient te zijn.</al></li></lijst><al/><al>Het gebruik mag geen onevenredige hinder voor het woonmilieu opleveren,
                            dan wel mag geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omringende
                            woonomgeving. Dit betekent dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de ruimtelijke uitstraling van de activiteiten qua aard, omvang
                                    en intensiteit verenigbaar moet zijn met het karakter van de
                                    omringende woonomgeving;</al></li><li nr="b."><al>behoudens een beperkte verkoop in het klein, in direct verband
                                    met het aan huis verbonden beroep, geen detailhandel mag
                                    plaatsvinden;</al></li><li nr="c."><al>het gebruik geen nadelige invloed mag hebben op de
                                    verkeersafwikkeling en de parkeersituatie ter plaatse; ten
                                    aanzien van het laatste geldt als uitgangspunt dat er dient te
                                    worden geparkeerd op eigen terrein;</al></li><li nr="d."><al>reclame-uitingen niet zijn toegestaan, met uitzondering van de
                                    op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening
                                    vergunningsvrije vormen.</al></li></lijst><al/><al><vet>22.5 Afwijken van de gebruiksregels</vet></al><al>Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt
                            van:</al><lijst><li nr="·"><al>de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;</al></li><li nr="·"><al>de verkeersveiligheid </al></li><li nr="·"><al>de parkeersituatie;</al></li><li nr="·"><al>de milieusituatie; </al></li></lijst><al>bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid
                                <onderstreept>22.4.1</onderstreept> sub a voor kamerverhuur, met
                            dien verstande dat:</al><lijst><li nr="·"><al>kamerverhuur uitsluitend is toegestaan in woningen aan de
                                    oostzijde van het Oosterdiep in Wildervank (ten zuiden van de
                                    36e Laan), de J. Kammingakade en de Bareveldkade;</al></li><li nr="·"><al>kamerverhuur uitsluitend in het hoofdgebouw is toegestaan; </al></li><li nr="·"><al>het aantal kamers niet meer bedraagt dan het bestaande aantal
                                    kamers in een pand en het aantal van 6 niet overstijgt tenzij
                                    een pand zeer ruim is opgezet;</al></li><li nr="·"><al>het karakter van het gebied niet mag worden verstoord en
                                    omringende woonomgeving niet ernstig mag worden gehinderd;</al></li><li nr="·"><al>er op eigen terrein voldoende voorzieningen gerealiseerd worden
                                    voor het stallen van fietsen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 23 Leiding - Gas</label></kop><al><vet>23.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Leiding - Gas</onderstreept>’ aangewezen gronden
                            zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede
                            bestemd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>ondergrondse aardgastransportleidingen;</al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="b."><al>belemmeringenstrook; </al></li><li nr="c."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde en andere werken</al></li></lijst><al/><al><vet>23.2 Bouwregels</vet></al><al>Voor het bouwen gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>op of in de lid <onderstreept>23.1</onderstreept> bedoelde
                                    gronden zijn geen gebouwen toegestaan, met uitzondering van
                                    bestaande gebouwen;</al></li><li nr="b."><al>op of in de in lid <onderstreept>23.1</onderstreept> bedoelde
                                    gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten
                                    dienste van de bedoelde leiding(en) worden gebouwd, met een
                                    bouwhoogte van ten hoogste 3 m;</al></li><li nr="c."><al>ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende
                                    bestemming(en) mag uitsluitend worden gebouwd, indien het
                                    bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of
                                    verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte,
                                    voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en
                                    gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering</al></li></lijst><al/><al><vet>23.3 Afwijken van de bouwregels</vet></al><al>Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het
                            bepaalde in lid <onderstreept>23.2</onderstreept> voor het bouwen
                            overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en) mits het geen
                            kwetsbaar object betreft en de veiligheid van de betrokken leiding niet
                            wordt geschaad. </al><al>Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning wint
                            het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de betrokken
                            leidingbeheerder. </al><al/><al><vet>23.4 Specifieke gebruiksregels</vet></al><al>Onder strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik van de gronden en
                            bouwwerken voor kwetsbare objecten, met uitzondering van het bestaande
                            gebruik.</al><al/><al><vet>23.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen
                                bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden</vet></al><al/><al><vet>23.5.1 Vergunningplicht</vet></al><al>Het is verboden op of in de in lid <onderstreept>23.1</onderstreept>
                            bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning
                            van burgemeester en wethouders, de volgende werken, geen bouwwerken
                            zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:</al><lijst><li nr="·"><al>het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en
                                    bomen;</al></li><li nr="·"><al>het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere
                                    oppervlakteverhardingen;</al></li><li nr="·"><al>het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten,
                                    wegwijzers en ander straatmeubilair;</al></li><li nr="·"><al>het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval
                                    worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen,
                                    egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;</al></li><li nr="·"><al>het permanent opslaan van goederen;</al></li><li nr="·"><al>het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten,
                                    vijvers en andere wateren.</al></li></lijst><al/><al><vet>23.5.2 Uitzonderingen verguningplicht</vet></al><al>Het verbod als bedoeld in lid <onderstreept>23.5.1</onderstreept> is
                            niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: </al><lijst><li nr="·"><al>reeds in uitvoering zijn of vergund zijn op het tijdstip van de
                                    inwerkingtreding van het bestemmingsplan;</al></li><li nr="·"><al>het normale onderhoud van de leiding en belemmeringenstrook of
                                    van de functies van de andere voorkomende bestemming(en)
                                    betreffen;</al></li><li nr="·"><al>graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet
                                    informatie-uitwisseling ondergrondse netten.</al></li></lijst><al/><al><vet>23.5.3 Voorwaarden</vet></al><al>Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien de betreffende werken
                            en/of werkzaamheden de belangen van de leiding niet schaden. </al><al/><al><vet>23.5.4 Adviesprocedure</vet></al><al>Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning als
                            bedoeld in lid <onderstreept>23.5.1</onderstreept>, wint het bevoegd
                            gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of
                            door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen in verband met
                            de leiding niet worden geschaad en welke voorwaarden dienen te worden
                            gesteld ter voorkoming van eventuele schade.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 24 Leiding - Hoogspanning</label></kop><al><vet>24.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Leiding - Hoogspanning</onderstreept>’ aangewezen
                            gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en),
                            mede bestemd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een ondergrondse hoogspanningsleiding;</al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="b."><al>belemmeringenstrook;</al></li><li nr="c."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde.</al></li></lijst><al>In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de regels van dit artikel
                            vóór de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende
                            gronden van toepassing zijn.</al><al/><al><vet>24.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>24.2.1 Gebouwen</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Op of in de in lid <onderstreept>24.1</onderstreept>, onder b
                                    genoemde belemmeringenstrook geen gebouwen worden gebouwd, met
                                    uitzondering van bestaande gebouwen; de belemmeringenstrook
                                    bedraagt aan weerszijden 3 m voor de 110 kV-leiding. </al></li><li nr="b."><al>Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende
                                    bestemming(en) mag uitsluitend worden gebouwd, indien het
                                    bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of
                                    verandering van bestaande bouwwerken. </al></li></lijst><al/><al><vet>24.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Binnen deze bestemming mogen alleen bouwwerken, geen gebouwen
                                    zijnde, ten dienste van deze bestemming worden gebouwd.</al></li></lijst><al/><al><vet>24.3 Afwijken van de bouwregels</vet></al><al>Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid
                                <onderstreept>24.2</onderstreept> voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het bouwen binnen de belemmeringenstrook overeenkomstig de
                                    andere daar voorkomende bestemming(en) indien de veiligheid van
                                    de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk
                                    advies is ingewonnen bij de betrokken leidingbeheerder. </al></li></lijst><al/><al><vet>24.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen
                                bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden</vet></al><al/><al><vet>24.4.1 Vergunningplicht</vet></al><al>Het is verboden op of in de in lid <onderstreept>24.1</onderstreept>,
                            onder b bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke
                            vergunning van burgemeester en wethouders, de volgende werken, geen
                            bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:</al><lijst><li nr="·"><al>het aanbrengen van beplantingen en bomen;</al></li><li nr="·"><al>het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere
                                    oppervlakteverhardingen;</al></li><li nr="·"><al>het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval
                                    worden gerekend afgraven, ontginnen en ophogen;</al></li><li nr="·"><al>het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten,
                                    vijvers en andere wateren;</al></li><li nr="·"><al>het permanent opslaan van goederen.</al></li></lijst><al/><al><vet>24.4.2 Uitzondering vergunningplicht</vet></al><al>Het verbod als bedoeld in lid <onderstreept>24.4.1</onderstreept> is
                            niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: </al><lijst><li nr="·"><al>verband houden met de aanleg van de betreffende
                                    hoogspanningsleiding; </al></li><li nr="·"><al>reeds in uitvoering zijn of vergund zijn op het tijdstip van de
                                    inwerkingtreding van de beheersverordening;</al></li><li nr="·"><al>het normale onderhoud van de leiding en belemmeringenstrook of
                                    van de functies van de andere voorkomende bestemming(en)
                                    betreffen.</al></li></lijst><al/><al><vet>24.4.3 Voorwaarden</vet></al><al>Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien de betreffende werken
                            en/of werkzaamheden de belangen van de leiding niet schaden. </al><al/><al><vet>24.4.4 Adviesprocedure</vet></al><al>Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning als
                            bedoeld in lid <onderstreept>24.4.1</onderstreept>, wint het bevoegd
                            gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of
                            door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen in verband met
                            de leiding niet worden geschaad en welke voorwaarden dienen te worden
                            gesteld ter voorkoming van eventuele schade.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 25 Leiding - Hoogspanningsverbinding</label></kop><al><vet>25.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor ‘<onderstreept>Leiding - Hoogspanningsverbinding</onderstreept>’
                            aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende
                            bestemming(en), mede bestemd voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een bovengrondse hoogspanningsleiding;</al></li></lijst><al>met de daarbij behorende:</al><lijst><li nr="b."><al>belemmeringenstrook;</al></li><li nr="c."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde.</al></li></lijst><al>In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de regels van dit artikel
                            vóór de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende
                            gronden van toepassing zijn.</al><al/><al><vet>25.2 Bouwregels</vet></al><al/><al><vet>25.2.1 Gebouwen</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Op of in de in lid <onderstreept>25.1</onderstreept>, onder b
                                    genoemde belemmeringenstrook geen gebouwen worden gebouwd, met
                                    uitzondering van bestaande gebouwen; de belemmeringenstrook
                                    bedraagt aan weerszijden respectievelijk 34 m voor de
                                    gecombineerde 380/110 kV-leiding en 25 m voor de 110 kV-leiding.
                                </al></li><li nr="b."><al>Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende
                                    bestemming(en) mag uitsluitend worden gebouwd, indien het
                                    bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of
                                    verandering van bestaande bouwwerken. </al></li></lijst><al/><al><vet>25.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Binnen deze bestemming mogen alleen bouwwerken, geen gebouwen
                                    zijnde, ten dienste van deze bestemming worden gebouwd.</al></li><li nr="b."><al>De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer
                                    dan 60 m voor steunmasten en niet meer dan 3 m voor overige
                                    bouwwerken, geen gebouwen zijnde.</al></li></lijst><al/><al><vet>25.3 Afwijken van de bouwregels</vet></al><al>Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid
                                <onderstreept>25.2</onderstreept> voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het bouwen binnen de belemmeringenstrook overeenkomstig de
                                    andere daar voorkomende bestemming(en) indien de veiligheid van
                                    de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk
                                    advies is ingewonnen bij de betrokken leidingbeheerder.</al></li></lijst><al/><al><vet>25.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen
                                bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden</vet></al><al/><al><vet>25.4.1 Vergunningplicht</vet></al><al>Het is verboden op of in de in lid <onderstreept>25.1</onderstreept>,
                            onder b bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke
                            vergunning van burgemeester en wethouders, de volgende werken, geen
                            bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:</al><lijst><li nr="·"><al>het aanbrengen van beplantingen en bomen;</al></li><li nr="·"><al>het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere
                                    oppervlakteverhardingen;</al></li><li nr="·"><al>het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval
                                    worden gerekend afgraven, ontginnen en ophogen;</al></li><li nr="·"><al>het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten,
                                    vijvers en andere wateren;</al></li><li nr="·"><al>het permanent opslaan van goederen.</al></li></lijst><al/><al><vet>25.4.2 Uitzondering vergunningplicht</vet></al><al>Het verbod als bedoeld in lid <onderstreept>25.4.1</onderstreept> is
                            niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: </al><lijst><li nr="·"><al>verband houden met de aanleg van de betreffende
                                    hoogspanningsleiding; </al></li><li nr="·"><al>reeds in uitvoering zijn of vergund zijn op het tijdstip van de
                                    inwerkingtreding van de beheersverordening;</al></li><li nr="·"><al>het normale onderhoud van de leiding en belemmeringenstrook of
                                    van de functies van de andere voorkomende bestemming(en)
                                    betreffen.</al></li></lijst><al/><al><vet>25.4.3 Voorwaarden</vet></al><al>Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien de betreffende werken
                            en/of werkzaamheden de belangen van de leiding niet schaden. </al><al/><al><vet>25.4.4 Adviesprocedure</vet></al><al>Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning als
                            bedoeld in lid <onderstreept>25.4.1</onderstreept>, wint het bevoegd
                            gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of
                            door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen in verband met
                            de leiding niet worden geschaad en welke voorwaarden dienen te worden
                            gesteld ter voorkoming van eventuele schade.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 26 Waarde - Archeologie 1</label></kop><al><vet>26.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor '<onderstreept>Waarde - Archeologie 1</onderstreept>' aangewezen
                            gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en),
                            mede bestemd voor het behoud van archeologische waarden.</al><al/><al><vet>26.2 Bouwregels</vet></al><al>Op deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, waarbij de bodem
                            dieper dan 0,4 m onder maaiveld wordt geroerd, met uitzondering
                            van:</al><lijst><li nr="·"><al>bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de
                                    bestaande oppervlakte met niet meer dan 50 m² wordt
                                    uitgebreid;</al></li><li nr="·"><al>bouwwerken met een oppervlakte kleiner dan 50 m² ten behoeve van
                                    andere voor deze gronden geldende bestemmingen.</al></li></lijst><al/><al><vet>26.3 Afwijken van de bouwregels</vet></al><al>Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het
                            bepaalde in lid <onderstreept>26.2</onderstreept>, mits:</al><lijst><li nr="a."><al>op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde
                                    instantie is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer)
                                    aanwezig zijn, of;</al></li><li nr="b."><al>op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde
                                    instantie is aangetoond dat de archeologische waarden door de
                                    bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad, of;</al></li><li nr="c."><al>één of meer van de volgende voorwaarden in acht wordt of worden
                                    genomen:</al><lijst><li nr="1."><al>een verplichting tot het treffen van technische
                                            maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem
                                            kunnen worden behouden, of;</al></li><li nr="2."><al>een verplichting tot het doen van archeologisch
                                            onderzoek door middel van opgravingen, of;</al></li><li nr="3."><al>een verplichting de bouw van het bouwwerk te laten
                                            begeleiden door een deskundige op het terrein van de
                                            archeologische monumentenzorg.</al></li></lijst></li></lijst><al>Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om aan de
                            omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden, wordt een archeologisch
                            deskundige om advies gevraagd.</al><al/><al><vet>26.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen
                                bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden</vet></al><al/><lijst><li nr="a."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke
                                    vergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen
                                    bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:</al><lijst><li nr="·"><al>het ontgronden, afgraven, egaliseren en ophogen van
                                            gronden;</al></li><li nr="·"><al>het mengen, diepploegen, ontginnen van gronden dieper
                                            dan 0,4 m;</al></li><li nr="·"><al>het graven of dempen van watergangen;</al></li><li nr="·"><al>het aanbrengen van systematische drainage in agrarische
                                            percelen dieper dan 0,4 m;</al></li><li nr="·"><al>het graven van sleuven breder dan 0,5 m en dieper dan 1
                                            m ten behoeve van het aanbrengen van ondergrondse
                                            transport-, energie-, telecommunicatieleidingen,
                                            drainage en funderingen en daarmee verband houdende
                                            constructies, installaties of apparatuur;</al></li><li nr="·"><al>het permanent verlagen van het waterpeil.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Een vergunning als bedoeld onder a wordt slechts verleend
                                    indien:</al><lijst><li nr="1."><al>op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe
                                            bevoegde instantie is aangetoond dat geen archeologische
                                            waarden (meer) aanwezig zijn, of;</al></li><li nr="2."><al>op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe
                                            bevoegde instantie is aangetoond dat de archeologische
                                            waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden
                                            geschaad, of;</al></li><li nr="3."><al>één of meer van de volgende voorwaarden in acht wordt of
                                            worden genomen:</al><lijst><li nr="."><al>een verplichting tot het treffen van technische
                                                  maatregelen, waardoor archeologische resten in de
                                                  bodem kunnen worden behouden, of;</al></li><li nr="."><al>een verplichting tot het doen van archeologisch
                                                  onderzoek door middel van opgravingen, of;</al></li><li nr="."><al>een verplichting de bouw van het bouwwerk te
                                                  laten begeleiden door een deskundige op het
                                                  terrein van de archeologische monumentenzorg.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om aan de
                                    omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden, wordt een
                                    archeologisch deskundige om advies gevraagd.</al></li><li nr="d."><al>Het verbod als bedoeld onder a is niet van toepassing op werken,
                                    geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="."><al>reeds in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht
                                            worden van het plan;</al></li></lijst></li><li nr=""><lijst><li nr="."><al>het normale onderhoud betreffen;</al></li></lijst></li><li nr=""><lijst><li nr="."><al>mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende
                                            vergunning.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 27 Waarde - Archeologie 3</label></kop><al><vet>27.1 Bestemmingsomschrijving</vet></al><al>De voor '<onderstreept>Waarde - Archeologie 3</onderstreept>' aangewezen
                            gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en),
                            mede bestemd voor het behoud van archeologische
                            verwachtingswaarden.</al><al/><al><vet>27.2 Bouwregels</vet></al><al>Op deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, waarbij de bodem
                            dieper dan 0,4 m onder maaiveld wordt geroerd, met uitzondering
                            van:</al><lijst><li nr="·"><al>bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de
                                    bestaande oppervlakte met niet meer dan 200 m² wordt
                                    uitgebreid;</al></li><li nr="·"><al>bouwwerken met een oppervlakte kleiner dan 200 m² ten behoeve
                                    van andere voor deze gronden geldende bestemmingen. </al></li></lijst><al/><al><vet>27.3 Afwijken van de bouwregels</vet></al><al>Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het
                            bepaalde in lid <onderstreept>27.2</onderstreept>, mits:</al><lijst><li nr="a."><al>op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde
                                    instantie is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer)
                                    aanwezig zijn, of;</al></li><li nr="b."><al>op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde
                                    instantie is aangetoond dat de archeologische waarden door de
                                    bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad, of;</al></li><li nr="c."><al>één of meer van de volgende voorwaarden in acht wordt of worden
                                    genomen:</al><lijst><li nr="1."><al>een verplichting tot het treffen van technische
                                            maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem
                                            kunnen worden behouden, of;</al></li><li nr="2."><al>een verplichting tot het doen van archeologisch
                                            onderzoek door middel van opgravingen, of;</al></li><li nr="3."><al>een verplichting de bouw van het bouwwerk te laten
                                            begeleiden door een deskundige op het terrein van de
                                            archeologische monumentenzorg.</al></li></lijst></li></lijst><al>Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om aan de
                            omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden wordt een archeologisch
                            deskundige om advies gevraagd.</al><al/><al><vet>27.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen
                                bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke
                                    vergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen
                                    bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:</al><lijst><li nr="·"><al>het ontgronden, afgraven, egaliseren van gronden over
                                            een oppervlakte groter dan 200 m²;</al></li><li nr="·"><al>het mengen, diepploegen, ontginnen van gronden over een
                                            oppervlakte groter dan 200 m² en dieper dan 0,4 m;</al></li><li nr="·"><al>het graven of dempen van watergangen;</al></li><li nr="·"><al>het aanbrengen van systematische drainage in agrarische
                                            percelen dieper dan 0,4 m;</al></li><li nr="·"><al>het graven van sleuven breder dan 0,5 m en dieper dan 1
                                            m ten behoeve van het aanbrengen van ondergrondse
                                            transport-, energie-, telecommunicatieleidingen,
                                            drainage en funderingen en daarmee verband houdende
                                            constructies, installaties of apparatuur;</al></li><li nr="·"><al>het permanent verlagen van het waterpeil.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Een vergunning als bedoeld onder a wordt slechts verleend
                                    indien:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe
                                            bevoegde instantie is aangetoond dat geen archeologische
                                            waarden (meer) aanwezig zijn, of;</al></li></lijst></li><li nr=""><lijst><li nr="2."><al>op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe
                                            bevoegde instantie is aangetoond dat de archeologische
                                            waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden
                                            geschaad, of;</al></li></lijst></li><li nr=""><lijst><li nr="3."><al>één of meer van de volgende voorwaarden in acht wordt of </al><al>worden genomen:</al><lijst><li nr="."><al>een verplichting tot het treffen van technische
                                                  maatregelen, waardoor archeologische resten in de
                                                  bodem kunnen worden behouden, of;</al></li></lijst><lijst><li nr="."><al>een verplichting tot het doen van archeologisch
                                                  onderzoek door middel van opgravingen, of;</al></li></lijst><lijst><li nr="."><al>een verplichting de bouw van het bouwwerk te
                                                  laten begeleiden door een deskundige op het
                                                  terrein van de archeologische monumentenzorg.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><al>Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om aan de
                            omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden wordt een archeologisch
                            deskundige om advies gevraagd.</al><lijst><li nr="c."><al>Het verbod als bedoeld onder a is niet van toepassing op werken,
                                    geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die:</al><lijst><li nr="·"><al>reeds in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht
                                            worden van het plan;</al></li><li nr="·"><al>het normale onderhoud betreffen;</al></li><li nr="·"><al>mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende
                                            vergunning.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 3 Algemene regels</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 28 Anti-dubbeltelregel</label></kop><al>Grond, welke eenmaal in aanmerking is genomen bij de verlening van een
                            omgevingsvergunning, waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven,
                            blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten aanmerking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 29 Algemene bouwregels</label></kop><al><vet>29.1 Reclamemasten</vet></al><al>De bouw van reclamemasten hoger dan 6 m is niet toegestaan.</al><al/><al><vet>29.2 Windturbines</vet></al><al/><al><vet>29.2.1 Bouwregels</vet></al><al>De bouw van windturbines is toegestaan, met dien verstande dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de windturbines in aansluiting op de aanwezige bebouwing dienen
                                    te worden gebouwd;</al></li><li nr="b."><al>niet meer dan één windturbine per bouwvlak c.q. bestemmingsvlak
                                    is toegestaan;</al></li><li nr="c."><al>de ashoogte niet meer dan 15 m mag bedragen;</al></li><li nr="d."><al>de afstand van de windturbine tot de dubbelbestemmingen
                                        <onderstreept>Leiding - Gas</onderstreept>,
                                        <onderstreept>Leiding - Hoogspanning</onderstreept> en
                                        <onderstreept>Leiding -
                                        Hoogspanningsverbinding</onderstreept> groter dient te zijn
                                    dan de masthoogte + 1/3 wieklengte. </al></li></lijst><al/><al><vet>29.2.2 Nadere eisen</vet></al><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, ter verkrijging van een
                            ruimtelijk verantwoorde plaatsing ten opzichte van de omgeving en/of ter
                            voorkoming van onevenredige afbreuk aan de gebruiksmogelijkheden van
                            aangrenzende gronden en bouwwerken, nadere eisen te stellen ten aanzien
                            van de plaats en afmetingen van windturbines.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 30 Algemene gebruiksregels</label></kop><al><vet>30.1 Strijdig gebruik</vet></al><al>Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik
                            dat afwijkt van het bepaalde in deze beheersverordening, waaronder in
                            elk geval wordt begrepen:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruik van onbebouwd blijvende gronden voor de opslag van
                                    aan het gebruik onttrokken voer- of vaartuigen, schroot,
                                    afbraak- en bouwmaterialen, grond- en bodemspecie, puin- en
                                    vuilstortingen. Deze regel is niet van toepassing voor de opslag
                                    van materialen welke strekken tot realisering van de aan de
                                    grond gegeven bestemming, voor de opslag ten behoeve van de
                                    normale agrarische bedrijfsvoering en het normale onderhoud van
                                    tuinen en erven, waterlopen, paden, reden en wegen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruik van onbebouwd blijvende gronden voor kleinschalig
                                    kamperen en kampeervormen die specifiek zijn afgestemd op het
                                    behoud van de aan de gronden toegekende landschappelijke en
                                    natuurlijke waarden.</al></li></lijst><al/><al><vet>30.2 Kleinschalig kamperen</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het
                                    bepaalde in lid <onderstreept>30.1</onderstreept> sub b ten
                                    behoeve van het groepskamperen en het plaatsen van
                                    kampeermiddelen buiten kampeerterreinen, met dien verstande dat: </al><lijst><li nr="1."><al>het gaat om maximaal 15 kampeermiddelen (geen
                                            stacaravans), uitsluitend gedurende de periode 15 maart
                                            tot 31 oktober;</al></li><li nr="2."><al>het terrein, dan wel de plaatsing van de kampeermiddelen
                                            landschappelijk inpasbaar is, dat wil zeggen dat er geen
                                            of zeer geringe zichtbaarheid is vanaf de openbare weg,
                                            dat er voldoende landschappelijke afscherming (geen
                                            kampeermiddelen in open veld) is in de vorm van
                                            beplanting met inheemse soorten en dat rekening wordt
                                            gehouden met hindercirkels van belendende (agrarische)
                                            bedrijven; bij de aanvraag worden een beplantingsplan en
                                            een terreinindeling gevoegd;</al></li><li nr="3."><al>er minimaal 500 m afstand hemelsbreed is vanaf de
                                            perceelsgrens ten opzichte van het dichtstbijzijnde
                                            kampeerterrein of terrein voor kleinschalig
                                            kamperen;</al></li><li nr="4."><al>de afstand van het kleinschalig kampeerterrein tot de
                                            erfgrens van naastgelegen woningen minimaal 50 m
                                            bedraagt;</al></li><li nr="5."><al>per terrein maximaal 2 trekkershutten (mits die in
                                            mindering komen op het totaal aantal kampeermiddelen)
                                            van maximaal 20 m2 per hut zijn toegestaan;</al></li><li nr="6."><al>voor sanitaire en andere voorzieningen uitsluitend
                                            gebruik dient te worden gemaakt van de bestaande
                                            bebouwing;</al></li><li nr="7."><al>verlichting uitsluitend is toegestaan ten behoeve van de
                                            oriëntatiemogelijkheden voor de gasten;</al></li><li nr="8."><al>reclame-uitingen alleen toelaatbaar zijn binnen de
                                            grenzen van de APV;</al></li><li nr="9."><al>afvalwater via de riolering wordt afgevoerd;</al></li><li nr="10."><al>de verkeersbelasting van het plattelandswegennet niet
                                            onevenredig wordt vergroot, gelet op de capaciteit
                                            ervan.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>De afwijkingsbevoegdheid geldt niet voor gronden die zijn
                                    bestemd als ‘<onderstreept>Natuur</onderstreept>’. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 31 Algemene aanduidingsregels</label></kop><al><vet>31.1 Geluidzone - Industrie</vet></al><al>In afwijking van hetgeen elders in de regels is bepaald mogen er ter
                            plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' geen geluidsgevoelige
                            objecten worden gebouwd waarvoor geen hogere waarde als bedoeld in
                            artikel 45 van de Wet geluidhinder is vastgesteld.</al><al/><al><vet>31.2 Gemengde lintbebouwing</vet></al><al>Op de voor 'gemengde lintbebouwing' aangewezen gronden gelden specifieke
                            regels voor de aldaar gevestige agrarische bedrijven. De betreffende
                            regels zijn opgenomen in de bestemming
                                <onderstreept>Agrarisch</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept></al><al/><al><vet>31.3 Mestopslag</vet></al><al>Op de voor 'mestopslag´ aangewezen gronden zijn de bestaande mestsilo's
                            en mestbassins toegestaan. </al><al/><al><vet>31.4 Veiligheidszone</vet></al><al>In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, gelden op of
                            in de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘veiligheidszone' de
                            volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>er mogen geen kwetsbare objecten worden gebouwd;</al></li><li nr="b."><al>de bouw van beperkt kwetsbare objecten is toegestaan mits:</al><lijst><li nr="1."><al>er sprake is van zwaarwegende maatschappelijke,
                                            economische en/of planologische redenen;</al></li><li nr="2."><al>is aangetoond dat er hierdoor geen onevenredige afbreuk
                                            wordt gedaan aan de veiligheid van personen.</al></li></lijst></li></lijst><al/><al><vet>31.5 Veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen</vet></al><al>Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - vervoer gevaarlijke
                            stoffen' gelden de volgende aanvullende regels. </al><al/><al><vet>31.5.1 Bouwregels</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Binnen een afstand van 20 m uit het hart van de N33 mogen geen
                                    kwetsbare objecten worden gebouwd;</al></li><li nr="b."><al>Binnen een afstand van 20 m uit het hart van de N33 is de bouw
                                    van beperkt kwetsbare objecten toegestaan, mits:</al><lijst><li nr="·"><al>sprake is van zwaarwegende maatschappelijke, economische
                                            en/of planologische redenen;</al></li><li nr="·"><al>is aangetoond dat er hierdoor geen onevenredige afbreuk
                                            wordt gedaan aan de veiligheid van personen; </al></li></lijst></li><li nr="c."><al>de bouw van objecten ten behoeve van minder zelfredzame personen
                                    is niet toegestaan. </al></li></lijst><al/><al><vet>31.5.2 Specifieke gebruiksregels</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Het is verboden gebouwen en/of terreinen te gebruiken als:</al><lijst><li nr="·"><al>kwetsbaar object binnen een afstand van 20 m uit het
                                            hart van de N33;</al></li><li nr="·"><al>een object voor langdurig verblijf van verminderd
                                            zelfredzame personen;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>In afwijking van het bepaalde onder a mag bestaand gebruik
                                    worden voortgezet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 32 Algemene afwijkingsregels</label></kop><al>32.1 Indien niet op grond van andere regels van deze regels een
                            omgevingsvergunning kan worden verleend, zijn burgemeester en wethouders
                            bevoegd af te wijken van de desbetreffende regels van de
                            beheersverordening voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het afwijken van de voorgeschreven maten ten aanzien van
                                    dakhellingen, goothoogte, nokhoogtes, perceelgrensafstanden en
                                    bebouwde oppervlakten tot een maximum van 10%;</al></li><li nr="b."><al>het oprichten van niet voor bewoning bestemde gebouwen van
                                    openbaar nut, met dien verstande dat de inhoud en de bouwhoogte
                                    van deze gebouwen niet meer dan 50 m3, respectievelijk 5 m mogen
                                    bedragen;</al></li><li nr="c."><al>het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, van openbaar
                                    nut, met dien verstande dat de hoogte van deze bouwwerken niet
                                    meer dan 10 m mag bedragen;</al></li><li nr="d."><al>geringe afwijkingen van bestemmings- of bebouwingsgrenzen, welke
                                    in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter
                                    verantwoorde plaatsing van bouwwerken of welke noodzakelijk zijn
                                    in verband met de werkelijke toestand van het terrein;</al></li><li nr="e."><al>het oprichten van voorzieningen ten dienste van het ontvangen en
                                    zenden van radio- en televisiesignalen, voor zover deze
                                    voorzieningen van geringe horizontale afmetingen zijn;</al></li><li nr="f."><al>het verrichten van proefboringen ten behoeve van het onderzoek
                                    naar de aanwezigheid van delfstoffen.</al></li></lijst><al/><al>32.2 Burgemeester en wethouders kunnen bij de verlening van de
                            omgevingsvergunning voorwaarden stellen ten aanzien van de afmetingen en
                            situering van bouwwerken teneinde een ruimtelijk verantwoorde plaatsing
                            ten opzichte van de omgeving te waarborgen.</al><al/><al>32.3 De in lid 32.1 genoemde omgevingsvergunning mag slechts worden
                            verleend indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de
                            gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.</al><al/><al>32.4 De onder lid 32.1, sub a bedoelde afwijkingsmogelijkheden gelden
                            niet ten aanzien van:</al><lijst><li nr="·"><al>de hoogte van reclamemasten (ten hoogste 6 m), </al></li><li nr="·"><al>de ashoogte van windturbines (ten hoogste 15 m);</al></li><li nr="·"><al>het uitbreidingspercentage van de oppervlakte van gebouwen voor
                                    niet-agrarische functies (ten hoogste 20%);</al></li><li nr="·"><al>de maximale oppervlakte van woningen, aan- en uitbouwen en
                                    bijgebouwen (ten hoogste 300 m2);</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 33 Overgangsrecht</label></kop><al>33.1 Overgangsrecht bestaande bouwwerken</al><lijst><li nr="a."><al>Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de
                                    beheersverordening aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan
                                    worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het
                                    bouwen, en afwijkt van de beheersverordening, mag, mits deze
                                    afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;</al></li><li nr="2."><al>na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel
                                            worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de
                                            omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen
                                            twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is
                                            tenietgegaan.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning eenmalig
                                    afwijken van lid 33.1 sub a voor het vergroten van de inhoud van
                                    een bouwwerk als bedoeld in het lid 33.1 sub a met maximaal
                                    10%.</al></li><li nr="c."><al>Lid 33.1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die
                                    weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van de
                                    beheersverordening, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in
                                    strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de
                                    overgangsbepaling van dat plan.</al></li></lijst><al/><al>33.2 Overgangsrecht bestaand gebruik</al><lijst><li nr="a."><al>Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip
                                    van inwerkingtreding van de beheersverordening en hiermee in
                                    strijd is, mag worden voortgezet.</al></li><li nr="b."><al>Het is verboden het met de beheersverordening strijdige gebruik,
                                    bedoeld in lid 33.2, sub a, te veranderen of te laten veranderen
                                    in een ander met de beheersverordening strijdig gebruik, tenzij
                                    door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt
                                    verkleind.</al></li><li nr="c."><al>Indien het gebruik, bedoeld in lid 33.2 sub a, na de
                                    inwerkingtreding van de beheersverordening voor een periode
                                    langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit
                                    gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.</al></li><li nr="d."><al>Lid 33.2 sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds
                                    in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan,
                                    daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 34 Slotregel</label></kop><al>Deze regels worden aangehaald als: ‘Regels van de beheersverordening
                            Buitengebied Veendam'.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><al><vet>Regels</vet></al><al/><al><vet>Inhoudsopgave</vet></al><al/><al>Hoofdstuk 1 Inleidende regels 2</al><al> Artikel 1 Begrippen 2</al><al> Artikel 2 Wijze van meten 10</al><al>Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels 11</al><al> Artikel 3 Agrarisch 12</al><al> Artikel 4 Bedrijf 16</al><al> Artikel 5 Bedrijf - Agrarisch hulpbedrijf 18</al><al> Artikel 6 Bedrijf - Delfstof 20</al><al> Artikel 7 Bedrijf - Nutsvoorziening 21</al><al> Artikel 8 Cultuur en ontspanning 23</al><al> Artikel 10 Horeca 24</al><al> Artikel 11 Maatschappelijk 26</al><al> Artikel 12 Maatschappelijk - Begraafplaats 28</al><al> Artikel 13 Natuur 29</al><al> Artikel 14 Recreatie 32</al><al> Artikel 15 Recreatie - Dagrecreatie 34</al><al> Artikel 16 Sport 35</al><al> Artikel 17 Verkeer 36</al><al> Artikel 18 Verkeer – Fiets- en wandelpad 37</al><al> Artikel 19 Verkeer - Railverkeer 38</al><al> Artikel 20 Water 39</al><al> Artikel 21 Water – Karakteristieke waterloop 41</al><al> Artikel 22 Wonen 42</al><al> Artikel 23 Leiding - Gas 45</al><al> Artikel 24 Leiding - Hoogspanning 47</al><al> Artikel 25 Leiding - Hoogspanningsverbinding 49</al><al> Artikel 26 Waarde - Archeologie 1 51</al><al> Artikel 27 Waarde - Archeologie 3 53</al><al>Hoofdstuk 3 Algemene regels 55</al><al> Artikel 28 Anti-dubbeltelregel 56</al><al> Artikel 29 Algemene bouwregels 57</al><al> Artikel 30 Algemene gebruiksregels 58</al><al> Artikel 31 Algemene aanduidingsregels 59</al><al> Artikel 32 Algemene afwijkingsregels 61</al><al>Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels 62</al><al> Artikel 33 Overgangsrecht 63</al><al> Artikel 34 Slotregel 64</al></bijlage></regeling></body></cvdr>