<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR325720_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Subsidieverordening Leiderdorp 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leiderdorp</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-03-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leiderdorp</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening Leiderdorp 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=149&amp;g=2019-01-01">artikel 149 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-03-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-03-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Subsidieverordening Leiderdorp 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Leiderdorp;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders nr
                        2014i00159 en nr 2014i00149 van 11 februari 2014;</al><al>gezien het advies van commissie Bestuur en Maatschappij van 24 februari
                        2014;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al><vet>b e s l u i t:</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                    Leiderdorp.</al></li><li nr="b."><al>raad: raad van de gemeente Leiderdorp.</al></li><li nr="c."><al>eenmalige subsidie: subsidie ten behoeve van bijzondere
                                    incidentele projecten of activiteiten die niet behoren tot de
                                    reguliere bezigheden van de aanvrager en waarvoor het college
                                    slechts voor een van tevoren bepaalde tijd van maximaal vier
                                    jaar subsidie wil verstrekken.</al></li><li nr="d."><al>productsubsidie: subsidie die per (boek)jaar of voor een bepaald
                                    aantal boekjaren aan een instelling voor een periode van
                                    maximaal vier jaar wordt verstrekt op basis van specifieke
                                    producten, diensten of prestaties.</al></li><li nr="e."><al>huisvestingssubsidie: subsidie die per (boek)jaar of voor een
                                    bepaald aantal boekjaren aan een instelling voor een periode van
                                    maximaal vier jaar wordt verstrekt ten behoeve van de dekking
                                    van noodzakelijke huisvestingskosten (huur, exploitatie).</al></li><li nr="f."><al>reguliere subsidie: subsidie bedoeld om een bepaalde instelling
                                    aan te moedigen en structureel te ondersteunen, die per
                                    (boek)jaar of voor een bepaald aantal boekjaren voor een periode
                                    van maximaal vier jaar wordt verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Reikwijdte verordening</titel></kop><al>1.Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies
                            door burgemeester en wethouders op de volgende beleidsterreinen, met
                            uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een
                            uitputtende regeling is getroffen, subsidies als bedoeld in artikel
                            4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (subsidies waarvoor
                            geen wettelijke grondslag nodig is):</al><al>a) cultuur, educatie en recreatie;</al><al>b) welzijn;</al><al>c) volksgezondheid;</al><al>d) sporten en bewegen</al><lijst><li nr="2."><al>De raad stelt na aanvang van de nieuwe raadsperiode voor een
                                    periode van vier jaar algemene maatschappelijke doelen vast op
                                    basis waarvan subsidie kan worden verstrekt.</al></li><li nr="3."><al>De raad stelt tevens na aanvang van de nieuwe raadsperiode het
                                    bij lid 2 behorende raadskader voor een periode van vier jaar
                                    vast.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan nadere regels stellen, waarin de te subsidiëren
                                    activiteiten, de doelgroepen en de verdeling van de subsidie per
                                    doeleinde zoals bedoeld in het eerste lid worden
                                    omschreven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Bevoegdheid college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van
                                subsidies binnen de door de raad gestelde algemene maatschappelijke
                                doelen en het in artikel 2 lid 3 bedoelde raadskader. Dit met
                                inachtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële
                                middelen of het subsidieplafond en - indien de begroting nog niet is
                                vastgesteld, dan wel goedgekeurd - onder de voorwaarde dat voldoende
                                gelden ter beschikking worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is bevoegd om voorwaarden aan de beschikking tot
                                subsidieverlening te verbinden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>SUBSIDIEPLAFOND EN BEGROTINGSVOORBEHOUD</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt jaarlijks vóór 1 april, op voorstel van het college,
                                de subsidieplafonds voor het daarop volgende jaar vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op
                                welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan – met inachtneming van de door de gemeenteraad
                                vastgestelde algemene maatschappelijke doelen en het in artikel 2
                                lid 3 bedoelde raadskader – nadere regels stellen omtrent de
                                verdeling van het beschikbare bedrag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds wordt gewezen op de
                                mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds
                                ingediende aanvragen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is
                                vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende
                                middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>AANVRAAG VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Bij aanvraag in te dienen gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het
                                college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager de volgende
                                gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de activiteiten waar subsidie voor
                                        wordt aangevraagd;</al></li><li nr="b."><al>de doelstellingen en resultaten, die daarmee worden
                                        nagestreefd, en hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen.
                                        In het bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht
                                        zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op de door de
                                        gemeente vastgestelde doeleinden;</al></li><li nr="c."><al>een begroting en dekkingsplan van de kosten van de
                                        activiteiten, waar de subsidie voor wordt aangevraagd. Het
                                        dekkingsplan bevat een opgave van bij andere bestuursorganen
                                        of private organisaties of personen aangevraagde subsidies
                                        of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder
                                        vermelding van de stand van zaken daarvan;</al></li><li nr="d."><al>indien van toepassing, de stand van de egalisatiereserve op
                                        het moment van de aanvraag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvrager voor de eerste maal een productsubsidie,
                                huisvestingssubsidie of reguliere subsidie aanvraagt, voegt hij een
                                exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, het jaarverslag, de
                                jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar als bijlagen toe
                                aan de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in
                                het tweede en derde lid genoemde gegevens te verlangen, indien die
                                voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk,
                                respectievelijk voldoende zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Aanvraagtermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een productsubsidie, huisvestingssubsidie en
                                reguliere subsidie wordt gedaan uiterlijk 1 juni in het jaar
                                voorafgaand aan het jaar, of de jaren waarop de subsidieaanvraag
                                betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan andere termijnen stellen voor het indienen van een
                                aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag om een eenmalige subsidie binnen
                                13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag, dan wel, indien het
                                college hiertoe regels heeft opgesteld, 13 weken gerekend vanaf de
                                uiterste indieningtermijn voor het aanvragen van de subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag voor een productsubsidie,
                                huisvestingssubsidie en reguliere subsidie uiterlijk vóór 31
                                december van het jaar waarop de aanvraag is ingediend.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>WEIGERING VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Het college kan een aanvraag voor subsidie weigeren indien de
                            activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht
                            zijn op de gemeente of haar ingezetenen of niet of nauwelijks ten goede
                            komen aan de gemeente of haar ingezetenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Wet BIBOB</titel></kop><al>Het college kan voor subsidies binnen door de raad vast te stellen
                            doeleinden of onderdelen daarvan bepalen dat de gevraagde subsidie kan
                            worden geweigerd of de verleende subsidie kan worden ingetrokken in het
                            geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet
                            bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>VERLENING VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Verlening subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college aan
                                op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaats
                                vindt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is bevoegd om verplichtingen aan de beschikking tot
                                subsidieverlening te verbinden met betrekking tot het beheer en
                                gebruik van de subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Betaling en bevoorschotting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beschikking tot subsidievaststelling als bedoeld in
                                artikel 15, eerste lid, onderdeel a, wordt gegeven, vindt de
                                betaling van de gehele subsidie in één bedrag plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel
                                15, eerste lid, onderdeel b, wordt gegeven, wordt 100%
                                bevoorschot.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, wordt in
                                het besluit tot subsidieverlening, de hoogte en de termijnen van de
                                voorschotten bepaald.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6.</nr><titel>VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><al>Bij subsidies, hoger dan 50.000 euro, welke verleend worden voor
                            activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan het college de
                            verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en
                            verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden
                            uitgaven en inkomsten. Een dergelijke tussentijdse verantwoording wordt
                            niet vaker dan één keer per jaar gevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Meldingsplicht</titel></kop><al>De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het college, zodra
                            aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend,
                            niet of geheel niet zullen worden verricht of dat niet of geheel niet
                            aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen
                            zal worden voldaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Overige verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieontvanger verricht de activiteiten, waarvoor de
                                    subsidie is verleend.</al></li><li nr="2."><al>De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk
                                    schriftelijk over:</al><lijst><li nr="a."><al>besluiten of procedures die zijn gericht op de
                                            beëindiging van de activiteiten, waarvoor subsidie is
                                            verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>relevante wijzigingen in de financiële en
                                            organisatorische verhouding met derden;</al></li><li nr="c."><al>ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de
                                            beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden
                                            geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden
                                            nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm
                                            van de</al></li></lijst></li></lijst><al>rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de
                            rechtspersoon.</al><al>3.De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor
                            handelingen als vermeld in artikel 4:71 Algemene wet bestuursrecht.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7.</nr><titel>VERANTWOORDING EN VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Verantwoording subsidies tot 5.000 euro</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidies tot 5.000 euro worden door het college:</al><lijst><li nr="a."><al>direct vastgesteld of;</al></li><li nr="b."><al>ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken, nadat de
                                        activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid,
                                onderdeel b, kan het college de aanvrager verplichten om op de door
                                haar aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de
                                subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan
                                de subsidie verbonden verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Verantwoording subsidies vanaf 5.000 tot 50.000 euro</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 5.000 euro, maar
                                minder dan 50.000 euro, dient de subsidieontvanger vóór 1 mei
                                volgend op het jaar waarvoor de subsidie is verleend een aanvraag
                                tot vaststelling in bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag, waaruit
                                blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn
                                verricht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit
                                artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van
                                belang zijn, worden overgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Verantwoording subsidies vanaf 50.000 euro</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 50.000 euro, dient de
                                subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het
                                college:</al><lijst><li nr="a."><al>bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het
                                        verricht zijn van de activiteiten;</al></li><li nr="b."><al>bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 mei
                                        in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk
                                        4 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is
                                        verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag tot vaststelling bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten
                                        waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht;</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden
                                        uitgaven en inkomsten (financieel verslag of
                                        jaarrekening);</al></li><li nr="c."><al>een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een
                                        toelichting daarop;</al></li><li nr="d."><al>een accountantsverklaring.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit
                                artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van
                                belang zijn, worden overlegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Vaststelling subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot
                                subsidievaststelling de subsidie vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording
                                daarvan, volgt dat voor de beslissing tot de vaststelling van de
                                subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid
                                genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger
                                daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot
                                subsidievaststelling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers
                                aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat
                                de subsidieontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in
                                te dienen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in het
                                eerste lid genoemd tijdstip is ontvangen, gaat het college zes weken
                                na een eenmalig rappel over tot ambtshalve vaststelling.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8.</nr><titel>OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van
                            deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met
                            uitzondering van de artikelen 1, 2, 3 en 8 voor zover toepassing gelet
                            op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot
                            onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing verklaren van dit
                            artikel wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek
                            verslag gedaan aan de raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>De Algemene subsidieverordening Leiderdorp 2012 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening kan van toepassing worden verklaard op subsidies
                                die vóór de inwerkingtreding van deze verordening zijn verleend
                                indien en voor zover niet nadelig voor de subsidieontvanger.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Vaststelling van vóór inwerkingtreding van deze verordening
                                verleende subsidies vindt plaats overeenkomstig het bepaalde in deze
                                verordening indien en voor zover niet nadelig voor de
                                subsidieontvanger.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2014.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Algemene subsidieverordening
                            Leiderdorp 2014.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van </ondertekening><ondertekening>de raad van Leiderdorp op 10 maart 2014,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>mevrouw J.C. Zantingh</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mevrouw L.M. Driessen-Jansen</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>