<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR325612_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening Ridderkerk 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-03-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-12097.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26dpr%3dAlle%26spd%3d20140114%26epd%3d20140114%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dRidderkerk%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=2&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Officiëlebekendmakingen.nl, 06-03-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening Ridderkerk 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentwet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-01-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-03-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-02-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Gemeentestukken: 2013-322</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Subsidieregels Ridderkerk 2014</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De Algemene subsidieverordening Ridderkerk 2008 wordt per 7 maart 2014 ingetrokken. Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor deze datum zijn de bepalingen van de Algemene subsidieverordening Ridderkerk 2008 van toepassing.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening Ridderkerk 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><cursief>De raad van de gemeente Ridderkerk;</cursief></al><al/><al><cursief>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders 10 december
                            2013, nummer 322;</cursief></al><al/><al><cursief>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</cursief></al><al/><al><cursief>besluit </cursief></al><al/><al><cursief>vast te stellen de </cursief></al><al/><al><vet>Algemene subsidieverordening Ridderkerk 2014</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1,</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                            onder:</al><lijst><li nr="a."><al>algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EG) nr.
                                    800/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6
                                    augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de
                                    artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke
                                    markt verenigbaar worden verklaard („de algemene
                                    groepsvrijstellingsverordening”) (PbEU L 214/3) , dan wel later
                                    daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;</al></li><li nr="b."><al>de-minimisverordening: verordening (EG) nr. 1998/2006 van de
                                    Commissie van Europese Gemeenschappen van 15 december 2006
                                    betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het
                                    Verdrag op de-minimissteun (PbEU L379/5), verordening (EG) nr.
                                    1535/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20
                                    december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en
                                    88 van het Verdrag op de-minimissteun in de
                                    landbouwproductiesector (PbEU L 337/35) en verordening (EG) nr.
                                    875/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 24
                                    juli 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88
                                    van het Verdrag op de-minimissteun in de visserijsector en tot
                                    wijziging van Verordening (EG) nr. 1860/2004 (PbEU L 193/6) ,
                                    dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese
                                    regelgeving;</al></li><li nr="c."><al>Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling,
                                    besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van
                                    staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese
                                    Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid , 107, 108 en 109 van
                                    het Verdrag heeft vastgesteld;</al></li><li nr="d."><al>onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze
                                    van financiering, die een economische activiteit uitoefent;</al></li><li nr="e."><al>Verdrag: Verdrag betreffende de Werking van de Europese
                                    Unie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies
                                door burgemeester en wethouders, met uitzondering van subsidies
                                waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is
                                getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van
                                de Algemene wet bestuursrecht (subsidies waarvoor geen wettelijke
                                grondslag nodig is).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig
                                is kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat deze verordening
                                geheel of gedeeltelijk van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Subsidieregelingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen bij nadere regeling (hierna te
                                noemen: subsidieregeling) vast welke activiteiten in aanmerking
                                kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin
                                tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen,
                                hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden
                                uitbetaald. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Subsidieregelingen worden na vaststelling door het college ter
                                kennisname aangeboden aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Europees steunkader</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees
                                steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij
                                subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze
                                aanvullen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden
                                gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling
                                naar het toepasselijke steunkader.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidies waar een Europees steunkader op van toepassing is,
                                verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen
                                van het steunkader.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is,
                                komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten
                                in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke
                                steunkader.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is,
                                komen onderneming alleen in aanmerking voor subsidies die voldoen
                                aan de voorwaarden van de de-minimisverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen subsidieplafonds vaststellen. In
                                dat geval bepalen zij bij subsidieregeling de wijze van verdeling
                                van de betrokken subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een subsidieplafond verlagen:</al><lijst><li nr="a."><al>als het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het
                                        betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; of</al></li><li nr="b."><al>als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond
                                        betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de
                                        begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of
                                        goedgekeurd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd
                                overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van
                                verlaging.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld
                                of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende
                                middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de
                                verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2,</nr><titel>Subsidies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij
                                burgemeester en wethouders met gebruikmaking van een
                                aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over: </al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie
                                        wordt aangevraagd;</al></li><li nr="b."><al>de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden
                                        nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;</al></li><li nr="c."><al>een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van
                                        deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij
                                        anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve
                                        van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van
                                        zaken daarvan; </al></li><li nr="d."><al>als de aanvrager een onderneming is:</al><lijst><li nr="i."><al>een opgave van subsidies, vergoedingen of
                                                tegemoetkomingen in welke vorm ook met
                                                staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen
                                                worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de
                                                subsidie wordt aangevraagd;</al></li><li nr="ii."><al>een verklaring als bedoeld in de
                                                de-minimisverordening (de-minimisverklaring);</al></li></lijst></li><li nr="e."><al>als het een subsidie betreft die per boekjaar aan een
                                        rechtspersoon wordt verstrekt, de stand van de
                                        egalisatiereserve op het moment van de aanvraag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt
                                een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, alsmede van het
                                jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar
                                toe aan de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden
                                afgeweken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Aanvraagtermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt,
                                wordt ingediend uiterlijk 1 september voorafgaand aan het jaar of de
                                jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag om een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt wordt
                                tussen 24 en 17 weken voorafgaand aan dat boekjaar ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Andere aanvragen om subsidie worden ingediend tussen 24 en 17 weken
                                voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten
                                waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie
                                als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31 december van
                                het jaar waarin de aanvraag is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie
                                als bedoeld in artikel 7, tweede en derde lid, binnen 13 weken nadat
                                de volledige aanvraag is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde
                                lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie
                                wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een
                                eindbeslissing heeft genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene
                                wet bestuursrecht weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in
                                ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde
                                        lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie
                                        onverenigbaar is met de interne markt.</al></li><li nr="b."><al>als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot
                                        terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking
                                        van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en
                                        onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is
                                        verklaard.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het vorige lid kunnen burgemeester en wethouders de
                                subsidie verder in ieder geval weigeren:</al><lijst><li nr="a."><al>als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in
                                        overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar
                                        ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de
                                        gemeente of haar ingezetenen;</al></li><li nr="b."><al>als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor
                                        het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt
                                        gevraagd;</al></li><li nr="c."><al>in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3
                                        van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het
                                        openbaar bestuur;</al></li><li nr="d."><al>als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om
                                        voor subsidie in aanmerking te komen;</al></li><li nr="e."><al>als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een
                                        wettelijk voorschrift;</al></li><li nr="f."><al>als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de
                                        Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde
                                        lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie
                                        verenigbaar is met de interne markt;</al></li><li nr="g."><al>in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde
                                        gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie in ieder geval
                                intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3
                                van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                bestuur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders vorderen een subsidie met rente terug als
                                dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de
                                Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke
                                uitspraak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Verantwoording</titel></kop><al>Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de
                            verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidie-ontvanger de
                            besteding van de subsidie dient te verantwoorden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Algemene verplichtingen van subsidie-ontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de
                                subsidie is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht of
                                dat niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden
                                verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidie-ontvanger dat
                                onverwijld aan burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een subsidie-ontvanger informeert burgemeester en wethouders
                                onverwijld schriftelijk over: </al><lijst><li nr="a."><al>beslissingen of procedures die zijn gericht op de
                                        beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is
                                        verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde
                                        rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische
                                        verhouding met derden;</al></li><li nr="c."><al>ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan de
                                        subsidie verbonden verplichtingen niet of niet geheel zullen
                                        kunnen worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van
                                        de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de
                                        bestuurder of bestuurders en het doel van de
                                        rechtspersoon.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen
                                worden verbonden met betrekking tot het beheer en gebruik van
                                hetgeen met de subsidie tot stand is gebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij subsidies hoger dan € 30.000, verleend voor activiteiten die
                                meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden
                                opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording
                                over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden
                                uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één
                                keer per jaar verlangd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidies tot en met € 5.000 worden door burgemeester en wethouders
                                direct vastgesteld of verleend en – tenzij toepassing wordt gegeven
                                aan het volgende lid – binnen 13 weken nadat de activiteiten
                                uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het vorige lid kan de
                                aanvrager worden verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te
                                tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn
                                verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden
                                verplichtingen. In dat geval vindt de vaststelling plaats binnen 13
                                weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 5.000
                                wordt aanstonds een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende
                                subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 30.000</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij subsidies van meer dan € 5.000 doch ten hoogste € 30.000 dient
                                de subsidie-ontvanger uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde
                                activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre
                                de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kan worden bepaald dat op een andere manier
                                wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Eindverantwoording subsidies van meer dan € 30.000</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij subsidies van meer dan € 30.000 dient de subsidie-ontvanger een
                                aanvraag tot vaststelling in: </al><lijst><li nr="a."><al>in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt
                                        verstrekt, uiterlijk op 30 april van het jaar dat volgt op
                                        het betrokken kalenderjaar;</al></li><li nr="b."><al>in geval van een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt,
                                        uiterlijk 17 weken na afloop van het betrokken
                                        boekjaar;</al></li><li nr="c."><al>in andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de
                                        gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag bevat: </al><lijst><li nr="a."><al>een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de
                                        gesubsidieerde activiteiten zijn verricht;</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de
                                        hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag
                                        of jaarrekening);</al></li><li nr="c."><al>een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een
                                        toelichting daarop; en</al></li><li nr="d."><al>een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk
                                        accountant.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of
                                andere gegevens worden verlangd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen de subsidie vast binnen 13 weken
                                na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij
                                bij subsidieregeling anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze termijn kan eenmaal voor ter hoogste 13 weken worden
                                verdaagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidie-ontvangers worden
                                aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat
                                een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden
                                ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip,
                                bedoeld in de artikelen 14, eerste lid en 15, eerste lid, aanhef en
                                onder a, b of c, is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders de
                                subsidie-ontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de
                                aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kunnen zij overgaan
                                tot ambtshalve vaststelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt
                                van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met
                                gebruikmaking van een bij de subsidieregeling of bij de
                                subsidieverlening voorgeschreven berekeningswijze.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van
                                uurtarieven wordt uitgegaan van bij de subsidieregeling of bij de
                                subsidieverlening voorgeschreven definities. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen
                                alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan
                                de eisen van het toepasselijke steunkader. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3,</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen deze verordening, met uitzondering
                                van de artikelen 2, 3 en 4, in individuele gevallen buiten
                                toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing van
                                die bepalingen voor de subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou
                                hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken
                                bepalingen te dienen doelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Toepassing van het vorige lid wordt gemotiveerd in het besluit en
                                hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Algemene subsidieverordening Ridderkerk 2008 wordt
                                    ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de
                                    bekendmaking. </al></li><li nr="3."><al>Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor deze datum zijn
                                    de bepalingen van de Algemene subsidieverordening Ridderkerk
                                    2008 van toepassing. </al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene
                                    subsidieverordening Ridderkerk 2014.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 23 januari 2014</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. J.G. van Straalen mw. A. Attema </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Hierin worden niet meer de begrippen weergegeven die al in de Awb zijn
                            opgenomen of aan de orde komen in de subsidieregels. Specifiek wordt wel
                            ingegaan op begrippen in relatie tot Europese regelgeving. Dit vanwege
                            de gewenste langdurige houdbaarheid van de Asv, het toenemende belang
                            van Europese regelgeving en mogelijk wijzigende subsidiëringen in de
                            toekomst, bijvoorbeeld als gevolg van decentralisaties.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>Met het eerste lid krijgt het college de bevoegdheid toegewezen om te
                            besluiten over het verstrekken van subsidies waarop de Algemene
                            subsidieverordening (hierna: ASV) van toepassing is. </al><al/><al>Dit betreft in beginsel alle subsidies, met uitzondering van subsidies
                            waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is
                            getroffen en subsidies waar overeenkomstig artikel 4:23, derde lid, van
                            de Algemene wet bestuursrecht geen wettelijke grondslag nodig is.</al><al/><al><cursief>Tweede lid</cursief></al><al>Ten aanzien van subsidies waarvoor overeenkomstig artikel 4:23, derde
                            lid, van de Awb geen wettelijke grondslag nodig is (zoals bijvoorbeeld
                            incidentele subsidies) is de ASV in beginsel niet van toepassing. Dit
                            lid geeft het college de bevoegdheid om de ASV (deels) van toepassing te
                            verklaren als daartoe aanleiding bestaat. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Subsidieregelingen</titel></kop><al>Met dit artikel verplicht de raad het college om in nadere regels, hier
                            en verder subsidieregeling genoemd, de te subsidiëren activiteiten te
                            bepalen. Voor zover het college iets wenst te regelen met betrekking tot
                            de doelgroepen die voor subsidie in aanmerking komen, de berekening van
                            de subsidie en de wijze van uitbetalen, dient dit eveneens in de
                            subsidieregeling te gebeuren. </al><al/><al>In andere artikelen van ASV worden andere bevoegdheden gedelegeerd die
                            betrekking hebben op de inhoud van de subsidieregeling: het afwijken van
                            termijnen, het verbinden van bepaalde verplichtingen aan de subsidie, de
                            wijze van verdelen van het subsidieplafond. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Europees steunkader</titel></kop><al>Om subsidies onder een Europees steunkader te brengen moet de subsidie
                            op het toepasselijke steunkader worden toegesneden. Daarbij kan het
                            nodig zijn dat er afgeweken wordt van de ASV, of dat deze aangevuld
                            wordt. Het eerste lid maakt het college daartoe bevoegd.</al><al/><al>Het tweede en derde lid zijn een uitvloeisel van de eis van de Europese
                            Commissie dat in subsidieregelingen en -beschikkingen die gebruik maken
                            van het Europees steunkader, het toepasselijke kader expliciet wordt
                            vermeld.</al><al/><al>Als sprake is van steun die valt onder een Europees steunkader, kunnen
                            uiteraard alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten
                            voor subsidie in aanmerking komen voor zover die voldoen aan de eisen en
                            voorwaarden van het betreffende steunkader (lid 4). Net zo goed als dat
                            bij subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is, komen
                            ondernemingen alleen in aanmerking voor subsidies die voldoen aan de
                            voorwaarden van de de-minimisverordening (lid 5). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><al>Het college stelt de subsidieplafonds vast (lid 1); bij de bekendmaking
                            daarvan wordt tevens de door hen bepaalde wijze van verdelen vermeld
                            (eerste lid in combinatie met artikel 4:26, tweede lid, van de Awb) en
                            wordt er, indien van toepassing, gewezen om de mogelijkheid het
                            subsidieplafond te verlagen (tweede en derde lid). De raad stelt
                            uiteraard nog steeds de financiële kaders vast (in de begroting). Het is
                            binnen die kaders dat het college vervolgens de subsidieplafonds kan
                            vaststellen. </al><al/><al>Het college, dat via artikel 2 de bevoegdheid gedelegeerd heeft gekregen
                            om te besluiten over het verstrekken van subsidies, is verder verplicht
                            – in lijn met de mogelijkheid van artikel 4:34, eerste lid, van de Awb –
                            (in bepaalde gevallen) om bij het gebruik maken van deze gedelegeerde
                            bevoegdheid een begrotingsvoorbehoud te maken (vierde lid). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>In het eerste lid is bepaald dat een aanvraag voor subsidie schriftelijk
                            dient te worden gedaan. Met ‘schriftelijk’ is meer bedoeld dan ‘op
                            papier geschreven’. Zo kan een aanvraag ook digitaal worden gedaan, mits
                            het college het door hem vastgestelde formulier ook in digitale vorm
                            beschikbaar heeft gesteld. In het tweede en derde lid is bepaald welke
                            stukken en gegevens bij de aanvraag overlegd dienen te worden.</al><al/><al>Bij een subsidie aan een onderneming moet voorkomen worden dat subsidie
                            wordt verleend die niet in overeenstemming is met de artikelen 107 en
                            108 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (hierna
                            VWEU). Daarom zijn een tweetal aanvraagvereisten opgenomen die specifiek
                            voor ondernemingen gelden. Ten eerste, om ontoelaatbare cumulatie te
                            voorkomen wordt een overzicht gevraagd van subsidies, vergoedingen of
                            tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd die al
                            zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor subsidie
                            wordt aangevraagd (tweede lid, onderdeel d, onder 1). Het gaat naast
                            subsidie bijvoorbeeld om garanties, leningen, korting op de grondprijs,
                            etc. Ten tweede, om subsidie onder de de-minimisverordening te kunnen
                            verlenen moet de onderneming een de-minimisverklaring gevraagd worden
                            (tweede lid, onderdeel d, onder 2). Op basis van een ingeleverde
                            de-minimisverklaring dient het college te controleren of verlenen van de
                            subsidie in overeenstemming is met de de-minimisverordening.</al><al/><al>Bij subsidieregeling kan het college besluiten hiervan af te wijken
                            (vierde lid).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Aanvraagtermijn</titel></kop><al>De aanvraagtermijnen zijn afhankelijk van het soort subsidie. Er wordt
                            onderscheid gemaakt tussen subsidies die per kalenderjaar of per
                            boekjaar worden verstrekt, en andersoortige subsidies. Bij
                            subsidieregeling kan het college besluiten af te wijken van de
                            aanvraagtermijnen die vastgesteld zijn in het eerste tot en met derde
                            lid (vierde lid).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>Hier worden de termijnen gegeven waarbinnen het college gehouden is te
                            beslissen op een aanvraag voor subsidie. In de Awb staan geen strikte
                            beslistermijnen op een aanvraag om subsidie. Ook hierbij is onderscheid
                            gemaakt tussen subsidies per kalenderjaar of boekjaar, en andere. Bij
                            subsidieregeling kan het college besluiten af te wijken van de
                            beslistermijnen die vastgesteld zijn in het eerste en tweede lid (derde
                            lid).</al><al/><al>De beslistermijn bij aanvragen om een subsidie die bij de Europese
                            Commissie aangemeld worden, wordt verdaagd totdat de Europese Commissie
                            een eindebeslissing heeft genomen (vierde lid). Dit om te voorkomen dat
                            subsidie wordt verleend die niet in overeenstemming is met de artikelen
                            107 en 108 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie
                            en vervolgens teruggevorderd dient te worden. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Weigerings- en intrekkingsgronden</titel></kop><al>In het eerste lid worden de algemeen geldende weigeringsgronden van
                            artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb, met nadere verplichte
                            gronden aangevuld.</al><al/><al>Ondanks dat er sprake is van staatssteun is het soms mogelijk om steun
                            te verstrekken op basis van een vrijstelling. Als dat niet mogelijk is,
                            kan goedkeuring van de Europese Commissie gevraagd worden via een
                            formele melding. Als de Europese Commissie de steun echter niet
                            goedkeurt, dan moet het college overgaan tot weigering (vandaar de
                            verplichte weigeringsgrond onder a). In aanvulling daarop wordt met
                            onderdeel b bepaald dat ondernemingen waartegen een terugvorderingsactie
                            loopt niet in aanmerking komen voor subsidie.</al><al/><al>In het tweede lid zijn nog enkele facultatieve weigeringsgronden
                            opgenomen. Het college kan in deze gevallen weigeren, maar is daartoe
                            niet verplicht.</al><al/><al>Onderdelen a, d en e spreken voor zichzelf. Onderdeel b geeft de
                            mogelijkheid de subsidie te weigeren als de aanvrager over voldoende
                            eigen middelen beschikt.</al><al/><al>Onderdeel c betreft het geval dat de aanvrager van een subsidie de toets
                            van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar
                            bestuur (hierna: Wet Bibob) niet kan doorstaan. Bij deze weigeringsgrond
                            is niet van belang of de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd
                            op zichzelf beoordeeld subsidiabel zijn. Het gaat hierbij louter om de
                            integriteit van de persoon dan wel rechtspersoon van de aanvrager aan
                            wie het college op grond van de Wet Bibob geen subsidie wenst te
                            verlenen. Naast subsidie weigeren, kan het college in dergelijke
                            gevallen ook een reeds verleende en vastgestelde subsidies intrekken
                            (derde lid).</al><al/><al>Onder f is een weigeringsgrond opgenomen waarmee het college een
                            aanvraag kan weigeren als subsidieverstrekking niet is toegestaan dan
                            nadat deze overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het VWEU (de
                            meldingsprocedure) is goedgekeurd door de Europese Commissie. Het gaat
                            hier om subsidieverstrekking die in beginsel niet ongeoorloofd is
                            vanwege strijdigheid met de toepasselijke cumulatieregels of
                            overschrijding van het toegestane bedrag aan de-minimissteun. In deze
                            gevallen kan het college óf weigeren de subsidie te verstrekken óf de
                            subsidie melden bij de Europese Commissie om langs deze weg goedkeuring
                            te verkrijgen. Een subsidie die is of kan worden goedgekeurd kan
                            uiteraard ook op een andere grond worden geweigerd.</al><al/><al>Onderdeel g ten slotte geeft het college de bevoegdheid in een
                            subsidieregeling nog andere weigeringsgronden op te nemen, bijvoorbeeld
                            weigeringsgronden die specifiek met de te subsidiëren activiteiten
                            samenhangen. </al><al/><al>Als de Europese Commissie tot het oordeel is gekomen dat een subsidie
                            niet in overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het Verdrag
                            betreffende de Werking van de Europese Unie, dan moet de verleende
                            subsidie ingetrokken en teruggevorderd worden (inclusief rente). Het
                            vierde lid geeft het college de bevoegdheid om hier uitvoering aan te
                            geven.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Algemene verplichtingen van subsidie-ontvanger</titel></kop><al>Dit artikel bevat een meldingsplicht (eerste lid) en informatieplicht
                            (tweede lid) die voor alle subsidie-ontvangers geldt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen</titel></kop><al>Dit artikel bevat een aanvullende bevoegdheidsgrondslag voor het college
                            om aan de subsidie bepaalde ’bijzondere‘ verplichtingen te verbinden, in
                            aanvulling op wat reeds mogelijk is direct op grond van de Awb (zie
                            artikel 4:37 van de Awb). </al><al/><al>De artikelen 4:38 en 4:39 van de Awb maken het verder mogelijk om nog
                            andere verplichtingen aan een subsidie te verbinden, als de verordening
                            daarvoor een grondslag biedt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000</titel></kop><al>Kenmerkend voor subsidies tot en met € 5.000 is dat deze op basis van
                            vertrouwen worden verleend; er wordt niet meer standaard om
                            verantwoording gevraagd. In plaats daarvan geldt een actieve
                            meldingsplicht voor de subsidie-ontvanger bij niet nakoming van de
                            voorwaarden (zie artikel 9). Achteraf kan een risicogeoriënteerde
                            controle plaatsvinden bij de subsidie-ontvanger.</al><al/><al>Verder wordt het voorschot in één termijn (lump sum) verstrekt en hoeft
                            de subsidie-ontvanger geen aanvraag voor subsidievaststelling
                            (verantwoording) in te dienen. Hierdoor kunnen de lasten voor zowel de
                            subsidieaanvrager als de subsidieverstrekker worden bespaard.</al><al/><al>In het geval van verlening, gevolgd door ambtshalve vaststelling (eerste
                            lid), wordt in de subsidiebeschikking vermeld wanneer de gesubsidieerde
                            activiteiten moeten zijn verricht. De subsidie wordt vervolgens, binnen
                            een nader bepaalde termijn ambtshalve vastgesteld door de
                            subsidieverstrekker. In het tweede lid is een afwijkende termijn
                            opgenomen voor situaties waarin speciale rapportageverplichtingen worden
                            opgelegd. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 30.000</titel></kop><al>In dit artikel is bepaald op welke wijze subsidie-ontvangers subsidie
                            tussen € 5.000 en € 30.000 aan het college dienen te verantwoorden; er
                            dient een aanvraag tot vaststelling ingediend te worden (eerste lid),
                            deze bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de
                            gesubsidieerde activiteiten zijn verricht (tweede lid). Ingevolge
                            artikel 10 wordt de wijze van verantwoording al bij het besluit tot
                            verlening van de subsidie aan de subsidie-ontvanger bekend gemaakt.</al><al/><al>Met betrekking tot het inhoudelijk verslag kan vooraf bij de
                            subsidieverlening al zijn aangegeven op welke manieren het aantonen kan
                            plaatsvinden. Er kunnen daarbij verschillende instrumenten worden
                            gebruikt, zoals bestuurs- en activiteitenverslagen, een
                            managementverklaring, een deskundigenverklaring of andere bewijsstukken
                            (bijvoorbeeld een publicatie), enz. Het verslag kan ook bestaan uit een
                            algemeen jaarverslag van een rechtspersoon. Het gaat er om dat duidelijk
                            is dat de verkregen subsidie is aangewend voor het doel waarvoor de
                            subsidie werd verstrekt. Voorts kan het college, overeenkomstig het
                            derde lid, in een subsidieregeling aangeven andere bewijsmiddelen te
                            verlangen dan een inhoudelijk verslag.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Eindverantwoording subsidies van meer dan € 30.000</titel></kop><al>Bij subsidies vanaf € 30.000 wordt uitgegaan van de traditionele
                            afrekening van subsidies; op basis van gerealiseerde kosten en baten. De
                            vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van uitgevoerde
                            activiteiten en gerealiseerde kosten. Het derde lid biedt de basis om in
                            een subsidieregeling te bepalen dat er ook andere, waaronder minder,
                            gegevens gevraagd worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><al>Het eerste lid bevat – overeenkomstig artikel 4:13 van de Awb – de
                            termijn waarbinnen de beschikking gegeven dient te worden. Het merendeel
                            van de aanvragen zal binnen deze beslistermijn kunnen worden
                            afgehandeld. Meer ingewikkelde aanvragen vergen soms meer tijd. De
                            verdaging van de beslistermijn – voor de duur van ten hoogste de in het
                            tweede lid nader bepaalde termijn – biedt dan uitkomst. Een besluit tot
                            verdaging is appellabel.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen</titel></kop><al>Dit artikel schrijft voor dat als het college bij de bepaling van de
                            subsidiabele kosten gebruik maakt van uurtarieven, de berekeningswijze
                            hiervan en de voorgeschreven definities in een subsidieregeling of bij
                            de subsidieverlening vastgelegd dienen te worden. Bij subsidies waarop
                            een Europees steunkader van toepassing is, is het college hierin beperkt
                            tot tarieven en kostenbegrippen die voldoen aan de eisen van het
                            toepasselijke steunkader.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>In de hardheidsclausule is aangegeven op welke onderdelen van de
                            regeling deze clausule van toepassing is. De te treffen voorziening, die
                            niet in de verordening is voorzien, dient altijd binnen de
                            doelstellingen van de subsidie te passen.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>