<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR325433_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Treasury Statuut</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sliedrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-03-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sliedrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kompas 9 juli 2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Treasury Statuut</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=212&amp;g=2009-04-14">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Financiering Decentrale Overheden</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-04-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-07-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2008-04-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-10-25</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Treasury Statuut</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Treasury Statuut Gemeente Sliedrecht; Algemeen</label></kop><al/><al><vet><onderstreept>Inleiding</onderstreept></vet></al><al/><al>In Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet fido) is bepaald dat
                        decentrale overheidslichamen voor de inrichting en uitvoering van hun
                        treasuryfunctie (ook wel financieringsfunctie genoemd) verplicht moeten
                        beschikken over een Treasury Statuut.</al><al/><al>In de Wet fido worden de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en
                        professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale
                        overheden. In de Wet fido wordt de treasuryfunctie</al><al>gedefinieerd als: ‘<cursief>Het sturen en beheersen van, het verantwoorden
                            over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de
                            financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden
                            risico’s.’</cursief></al><al/><al>In de ‘Financiële Verordening 2007 van de gemeente Sliedrecht’ (ex artikel
                        212 gemeentewet) en het bijbehorende plan van aanpak is aangegeven dat het
                        Treasury Statuut periodiek (eens in de vier jaar) geactualiseerd moet
                        worden. Eind 2007 heeft nog een actualisatie plaatsgevonden. Daarbij zijn de
                        taken en verantwoordelijkheden toebedeeld conform de doelstellingen van het
                        dualisme. Dit houdt in dat de kaderscheppende taken bij de Raad blijven
                        liggen en dat de uitvoering de verantwoordelijkheid is van het College van
                        B&amp;W.</al><al>Met ingang van 1 april 2008 maakt de taak “treasury” onderdeel uit van het
                        basispakket dienstverlening van het Servicecentrum Drechtsteden (SCD). Dit
                        betekent dat de uitvoering van de treasuryfunctie plaatsvindt bij het SCD.
                        De gemeente blijft daarbij wel autonoom in het vaststellen van het
                        treasurybeleid. Afgezien van enkele aan het SCD (onder)gemandateerde taken
                        betekent dit dat het SCD adviseert, de gemeente besluit en het SCD
                        vervolgens uitvoert. </al><al>De gemeentelijke keuze voor treasurydienstverlening vanuit het SCD betekent
                        dat de ‘setting’ rond de uitvoering van de treasuryfunctie is gewijzigd. Om
                        die reden is het van belang om het Treasury Statuut vroegtijdig opnieuw te
                        actualiseren. Hierbij wordt voorgesteld om dit Treasury Statuut met
                        terugwerkende kracht in werking te laten treden per 1 april 2008, één en
                        ander met gelijktijdige intrekking van het vorige Treasury Statuut.</al><al/><al>Met ingang van 1 januari 2009 is de Wet tot wijziging van de Wet
                        financiering decentrale overheden (Wet fido) in werking getreden. Voor
                        enkele wijzigingen die betrekking hebben op de kasgeldlimiet en de
                        renterisiconorm dient echter ook de Uitvoeringsregeling financiering
                        decentrale overheden (Ufdo) te worden aangepast. Deze Ufdo zal naar
                        verwachting per 1 april 2009 in werking treden.</al><al/><al><onderstreept>Leeswijzer</onderstreept></al><al>In dit Treasury Statuut worden allereerst een begrippenkader en de
                        doelstellingen van de treasuryfunctie geformuleerd. Vervolgens worden de
                        deelgebieden van treasury, te weten risicobeheer, gemeentefinan-ciering en
                        kasbeheer nader geconcretiseerd. Daarna komen de organisatorische
                        randvoorwaarden van de treasuryfunctie aan bod waarbij vooral de nadruk ligt
                        op de verdeling van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden.
                        Tenslotte worden de uitgangspunten geformuleerd voor de informatie die
                        nood-zakelijk is het gehele proces beheersbaar en meetbaar te maken en te
                        houden. De memorie van toelichting geeft daar waar nodig een toelichting op
                        de in het Treasury Statuut opgenomen bepalingen.</al><al>Sliedrecht, februari 2009</al><al/><al><vet>Treasury Statuut Gemeente Sliedrecht; Algemeen</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippenkader</titel></kop><al>In dit statuut wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>Derivaten Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een
                                bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen
                                financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn.</al><al>Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en
                                financieringskosten te minimaliseren;</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>Financiering Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor
                                een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit
                                zowel eigen vermogen als vreemd vermogen;</al></li><li nr="-"><al>Geldstromenbeheer Al die activiteiten die nodig zijn om
                                liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als
                                tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer);</al></li><li nr="-"><al>Intern liquiditeitsrisico De risico’s van mogelijke wijzigingen in
                                de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor
                                financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen;</al></li><li nr="-"><al>Kasgeldlimiet Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van
                                een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente
                                bij aanvang van het jaar;</al></li><li nr="-"><al>Koersrisico Het risico dat de financiële activa van de organisatie
                                in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen;</al></li><li nr="-"><al>Kredietrisico De risico’s op een waardedaling van een vordering ten
                                gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen
                                door de tegenpartij als gevolg van insolventie (onmacht) of deficit
                                (gebrek);</al></li><li nr="-"><al>Liquiditeitenbeheer Het financieren en uitzetten van middelen voor
                                een periode tot één jaar;</al></li><li nr="-"><al>Liquiditeitenplanning Een gestructureerd overzicht van de
                                toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld per tijdseenheid;</al></li><li nr="-"><al>Rating De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij
                                toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier;</al></li><li nr="-"><al>Renterisico Het gevaar van ongewenste veranderingen van de
                                (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen;</al></li><li nr="-"><al>Renterisiconorm Een bij de aanvang van enig jaar op basis van de Wet
                                fido gefixeerd percentage van het totaal van de vaste schuld (met
                                ingang van 1 april 2009: een percentage van het begrotingstotaal)
                                van de gemeente dat bij de realisatie niet mag worden
                                overschreden;</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al> Rentetypische looptijd Het tijdsinterval gedurende de looptijd van
                                een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening
                                sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet
                                beïnvloedbare, constante rentevergoeding;</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>Saldobeheer Het beheer van de dagelijkse saldi op de
                                rekeningen;</al></li><li nr="-"><al>Rentevisie Toekomstverwachting over de renteontwikkeling;</al></li><li nr="-"><al>Solvabiliteitsratio van 0% Status die door een bancaire
                                toezichthouder in de Europese Economische Ruimte (EER) aan het
                                schuldpapier van een instelling kan worden toegekend;</al></li><li nr="-"><al>Treasuryfunctie De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich
                                richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en
                                het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële
                                stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De
                                treasuryfunctie bestaat uit drie deelfuncties te weten risicobeheer,
                                gemeentefinanciering en kasbeheer;</al></li><li nr="-"><al>Uitzetting Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden
                                tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Conform het door
                                de Wet fido gemaakte onderscheid hebben kortlopende uitzettingen
                                betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen
                                op een periode van één jaar of langer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doelstellingen van de treasuryfunctie</titel></kop><al>De treasuryfunctie van de gemeente dient tot:</al><lijst><li nr="1."><al>Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen
                                acceptabele condities;</al></li><li nr="2."><al>Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten
                                tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s,
                                koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s;</al></li><li nr="3."><al>Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten
                                bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;</al></li><li nr="4."><al>Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet
                                fido respectievelijkde limieten en richtlijnen van het Treasury
                                Statuut.</al></li></lijst><al/><al><vet><onderstreept>Risicobeheer</onderstreept></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Uitgangspunten risicobeheer</titel></kop><al>Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene
                        uitgangspunten:</al><lijst><li nr="1."><al>De gemeente mag leningen of garanties uitsluitend uit hoofde van de
                                “publieke taak”verstrekken. Het gemeentebestuur bepaalt de publieke
                                taak. Hierbij wordt vooraf adviesingewonnen over de financiële
                                positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partijen
                                gehandeld conform de ‘Financiële verordening gemeente
                                Sliedrecht’.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie
                                indien dezeuitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn
                                gericht op het genereren van inkomendoor het lopen van overmatig
                                risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordtgewaarborgd
                                middels de richtlijnen en limieten van dit Treasury Statuut en ter
                                spreiding van de</al><al>risico’s mogen de uitzettingen per partij, per uitzetting maximaal 3
                                miljoen euro bedragen.</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Het gebruik van derivaten is toegestaan, maar deze worden
                                uitsluitend toegepast ter beperking van financiële risico’s.
                                Goedkeuring vooraf middels een collegebesluit is vereist.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Renterisicobeheer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet fido.</al></li><li nr="2."><al>De renterisiconorm wordt niet overschreden conform de Wet fido.</al></li><li nr="3."><al>Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande
                                financiële positie en deliquiditeitenplanning;</al></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende
                                lening/uitzetting wordt zoveel mogelijk afgestemd op de actuele
                                rentestand en de rentevisie;</al></li></lijst><lijst><li nr="5."><al>De rentevisie wordt jaarlijks opgesteld op basis van de rentevisie
                                van minimaaltwee vooraanstaande financiële instellingen;</al></li></lijst><lijst><li nr="6."><al>Binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4 streeft de gemeente
                                naar spreiding in derentetypische looptijden van leningen en
                                uitzettingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Koersrisicobeheer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeente beperkt de koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde van
                                treasury, door daarbijuitsluitend gebruik te maken van de in artikel
                                10, lid 2 omschreven instrumenten.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Tevens beperkt de gemeente de koersrisico’s door conform artikel 7
                                de looptijd van de uitzettingen af te stemmen op de
                                liquiditeitenplanning.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Kredietrisicobeheer</titel></kop><al>Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van treasury gelden de volgende
                        uitgangspunten:</al><al>Uitzettingen vinden uitsluitend plaats bij:</al><lijst><li nr="1."><lijst><li nr="a."><al>Nederlandse overheden en andere publiekrechtelijke lichamen
                                        met een solvabiliteitsratio van 0%;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>Nederlandse financiële instellingen met ten minste een
                                        AA-rating (korte termijn) en AAA-rating (lange termijn) van
                                        een gezaghebbend ratingbureau (o.a. Moody’s, Standard &amp;
                                        Poors of Fitch).</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Bij het verstrekken van leningen en garanties uit hoofde van de
                                publieke taak worden,zoveel als mogelijk, zekerheden of
                                contragaranties geëist. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Intern liquiditeitsrisicobeheer</titel></kop><al>De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar
                        treasuryactiviteiten te baseren op een</al><al>korte termijn liquiditeitenplanning (looptijd tot één jaar), evenals een
                        meerjarige liquiditeitenplanning</al><al>met een looptijd welke tenminste gelijk is aan die van de meerjarenbegroting
                        van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Valutarisicobeheer</titel></kop><al>Valutarisico’s worden in de gemeente uitgesloten door uitsluitend leningen
                        te verstrekken, aante gaan of te garanderen in de euro.</al><al/><al><vet><onderstreept> Gemeentefinanciering</onderstreept></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en
                        langer gelden devolgende uitgangspunten:</al><lijst><li nr="1."><al>Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de
                                uitoefening van depublieke taak;</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk
                                beperkt doorprimair de beschikbare interne financieringsmiddelen
                                (reserves en voorzieningen) tegebruiken teneinde de renterisico’s te
                                minimaliseren en het renteresultaat te optimaliseren;</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen
                                zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>vaste geldleningen</al></li><li nr="b."><al>onderhandse geldleningen</al></li><li nr="c."><al>derivaten</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>De gemeente vraagt offertes op bij minimaal 3 instellingen alvorens
                                een financiering wordtaangetrokken. Deze offertes worden door de
                                gemeente schriftelijk vastgelegd;</al></li><li nr="5."><al>Garanties worden alleen verstrekt als de verzoekende instantie heeft
                                aangetoond deverplichtingen van rente en aflossingen te kunnen
                                voldoen, eventueel aangevuld met hetbieden van zekerheden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Langlopende uitzettingen</titel></kop><al>Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie voor een
                        periode van één jaaren langer gelden de volgende uitgangspunten:</al><lijst><li nr="1."><al>Uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de in artikel 4, 5 en 6
                                genoemde voorwaarden,waarbij de gemeente offerte opvraagt bij
                                minimaal 3 instellingen alvorens een langlopendeuitzetting wordt
                                gedaan. Deze offertes worden door de gemeente schriftelijk
                                vastgesteld.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Toegestane instrumenten voor het uitzetten van geldmiddelen voor = 1
                                jaar zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>Vastrentende beleggingen;</al></li><li nr="b."><al>Garantieproducten.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Relatiebeheer</titel></kop><al>De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities
                        voor af tenemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende
                        uitgangspunten:</al><lijst><li nr="1."><al>Bankrelaties en hun bancaire condities worden ten minste eens in de
                                3 jaar beoordeeld;</al></li><li nr="2."><al>Bankrelaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid minimaal te
                                voldoen aan de eisen die zijn gesteld in artikel 6;</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Financiële instellingen (kredietinstellingen,
                                beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en
                                pensioenfondsen) dienen onder Nederlands of anderszins EER-toezicht
                                te vallen, zoals De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer.</al></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit
                                Financiële Markten (AFM)en daarvan een vergunning als makelaar te
                                hebben ontvangen.</al></li></lijst><al/><al><vet><onderstreept> Kasbeheer</onderstreept></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Geldstromenbeheer</titel></kop><al>Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te minimaliseren wordt:</al><lijst><li nr="1."><al>Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op
                                gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitenplanning af te stemmen.
                                Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is
                                om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden
                                nagekomen.</al></li><li nr="2."><al>Het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door
                                één bank.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Saldo- en liquiditeitenbeheer</titel></kop><al>Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende
                        specifieke richtlijnen:</al><lijst><li nr="1."><al>De gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen
                                één</al><al>rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste
                                condities;</al></li><li nr="2."><al>Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan de gemeente
                                kortlopende middelenaantrekken. Hierbij wordt – conform artikel 4
                                lid 1 - de kasgeldlimiet niet overschreden,tenzij de toezichthouder
                                ontheffing heeft verleend;</al></li><li nr="3."><al>Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen
                                zijn daggeld,kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening
                                courant;</al></li><li nr="4."><al>Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een
                                periode korter dan één jaar zijn: rekening-courant, daggeld
                                (callgeld), spaarrekeningen en deposito’s;</al></li><li nr="5."><al>Bij het extern uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn slechts
                                de in artikel 6 genoemdetegenpartijen toegestaan;</al></li><li nr="6."><al>De gemeente vraagt offertes op bij minimaal 3 instellingen alvorens
                                middelen wordenaangetrokken of uitgezet met een looptijd korter dan
                                één jaar.</al></li></lijst><al/><al><vet><onderstreept>Administratieve organisatie en interne
                                controle</onderstreept></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Uitgangspunten administratieve organisatie en interne
                            controle</titel></kop><al>In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene
                        uitgangspunten op hetgebied van administratieve organisatie en interne
                        controle.</al><lijst><li nr="1."><al>De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten
                                zijn op eenduidigewijze schriftelijk vastgelegd en voor de
                                belangrijkste processen van de treasuryfunctieworden
                                procedurebeschrijvingen opgesteld.</al><al>Hiernaast is het van belang dat, met name naar buiten toe, middels
                                afzonderlijke besluitenaantoonbaar is wie welke bevoegdheden hebben
                                en als zodanig namens de gemeentetransacties mogen aangaan.</al><al>Met ingang van 1 april 2008 zijn een aantal bevoegdheden op het
                                gebied van treasury middels het Besluit ondermandaat, volmacht en
                                machtiging Servicecentrum Drechtsteden aan de treasurer c.q.
                                cashmanager van het SCD gemandateerd.</al></li><li nr="2."><al>Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding
                                doorgevoerd met alsbelangrijkste voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen
                                        geautoriseerd (het vierogenprincipe);</al></li><li nr="b."><al>de uitvoering en controle geschiedt door afzonderlijke
                                        functionarissen;</al></li><li nr="c."><al>de uitvoering en registratie in de financiële administratie
                                        geschiedt door afzonderlijke functionarissen.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere
                                transactie zo spoedigmogelijk te versturen aan de bevoegde persoon
                                waarmee de transactie is afgesloten en, voorzover van toepassing,
                                naar een andere functionaris van de afdeling Financiële
                                Administratie en Grootboek (FAG) van het Servicecentrum Drechtsteden
                                (zie lid 1). </al></li><li nr="4."><al>De transacties worden onmiddellijk geregistreerd door de
                                functionaris die de transactieheeft afgesloten, doorgegeven aan de
                                afdeling Financiële Administratie en Grootboek (FAG) van het
                                Servicecentrum Drechtsteden en periodiek zichtbaar gecontroleerd
                                door defunctionaris die belast is met de interne controle.</al></li><li nr="5."><al>De administratieve organisatie en interne controle waarborgen
                                dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de uitvoering rechtmatig en doelmatig is;</al></li><li nr="b."><al>de treasury-activiteiten adequaat kunnen worden uitgevoerd
                                        en bijgestuurd;</al></li><li nr="c."><al>de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie
                                        verzekerd zijn;</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Verantwoordelijkheden</titel></kop><al>De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de
                        gemeente staan inonderstaande tabel gedefinieerd.</al><table><tgroup cols="2"><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Functie.</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Verantwoordelijkheden.</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De Gemeenteraad</al></entry><entry colname="col2"><al>Het vaststellen van treasurydoelstellingen, het
                                            treasurybeleid, globale richtlijnen en limieten;</al><al>Het jaarlijks vaststellen van de
                                            treasury(financierings)paragraaf in programmabegroting
                                            en de programmajaarrekening;</al><al>Het houden van toezicht op het treasurybeleid en de
                                            uitvoering</al><al>hiervan;</al><al>Het ten minste één keer per vier jaar evalueren en als
                                            gevolg daarvan (eventueel) bijstellen van het
                                            treasurybeleid.</al><al>Een raadscommissie kan adviseren over voorstellen op het
                                            gebied van treasurybeleid.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Het College van B&amp;W</al></entry><entry colname="col2"><al>Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele
                                            verantwoordelijkheid);</al><al>Het rapporteren en afleggen van verantwoording aan de
                                            Gemeente-raad over de uitvoering van het
                                            treasurybeleid.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De portefeuillehouder</al><al>financiën.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het uitvoeren van het treasurybeleid (politieke
                                            verantwoordelijkheid).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De controller</al></entry><entry colname="col2"><al>Het bewaken van de kwaliteit van de
                                            treasuryprocessen;</al><al>Het controleren van de volledigheid en betrouwbaarheid
                                            van de</al><al>informatievoorziening van de treasuryfunctie en hierover
                                            rapporteren</al><al>aan het College van B&amp;W;</al><al>Het voeren van een interne controle op de uitgevoerde
                                            treasurytransacties en hierover rapporteren aan
                                            B&amp;W;</al><al>Het afleggen van verantwoording aan het College van B en
                                            W over</al><al>treasurybeleid; </al><al>Het voorbereiden van beleidsvoorstellen op
                                            treasurygebied;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Treasurer/cashmanager SCD.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het uitvoeren van de aan hem/haar gemandateerde
                                            treasury-activiteiten met betrekking tot het
                                            risicobeheer, financiering, uitzetting en relatiebeheer
                                            conform Treasury Statuut en de treasury-paragraaf;</al><al>Het adviseren over beleidsvoorstellen op
                                            treasurygebied;</al><al>Het opstellen van een rentevisie;</al><al>Het opstellen van een liquiditeitenplanning en
                                            meerjarige prognose;</al><al>Het inrichten, onderhouden en afhandelen van het
                                            betalingsverkeer;</al><al>Het overboeken van saldi tussen bankrekeningen en het
                                            beheren</al><al>van de geldstromen;</al><al>Het aantrekken en uitzetten van gelden in het kader van
                                            het saldo- en liquiditeitenbeheer</al><al>Het afsluiten van financiële contracten conform
                                            voornoemde</al><al>activiteiten en deze doorgeven aan de afdeling
                                            Financiële Administratie en Grootboek (FAG) van het
                                            Servicecentrum Drechtsteden;</al><al>Het zorgdragen voor juiste (financiële) verantwoording
                                            van de uitvoering van de gemandateerde
                                            treasuryactiviteiten;</al><al>Het rapporteren aan de controller over de uitvoering
                                            van</al><al>het treasurybeheer;</al><al>Het onderhouden van contacten met banken, geldmakelaars
                                            en</al><al>overige financiële instellingen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De afdelingsmanagers/ budgethouders</al></entry><entry colname="col2"><al>Het zorgdragen voor een goede kwaliteit van de
                                            informatie aan de Treasurer/cashmanager van het SCD met
                                            betrekking tot verwachte toekomstige uitgaven en
                                            ontvangsten ten behoeve van het opstellen van de
                                            liquiditeiten- en financieringsplanning.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De externe accountant.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het in het kader van haar reguliere controletaak
                                            adviseren en</al><al>controleren omtrent de feitelijke naleving van het
                                            Treasury Statuut.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><al>In onderstaande tabel staan bevoegdheden met betrekking tot
                        treasuryactiviteiten weergegevenalsmede de daarbij benodigde
                        fiattering.</al><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Uitvoering</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Autorisatie</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al><vet>Saldo-, liquiditeiten- en
                                            geldstromenbeheer</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.Het uitzetten en aantrekken van geld-</al><al>1. middelen tot 1 jaar (via daggeld, </al><al>1. kasgeld, deposito of spaarrekening)</al></entry><entry colname="col2"><al>Treasurer/ cashmanager SCD</al></entry><entry colname="col3"><al>Idem (via [onder] mandaat)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.Saldoregulatie (zie opmerking 1)</al></entry><entry colname="col2"><al>Treasurer/ cashmanager SCD</al></entry><entry colname="col3"><al>Idem (via [onder] mandaat)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.Betalingsopdrachten voorbereiden en</al><al>3. versturen (conform Beheersverordening)</al></entry><entry colname="col2"><al>Treasurer/ cashmanager SCD</al></entry><entry colname="col3"><al>Administrateur</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al><vet>Bankrelatiebeheer</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.Bankrekeningen openen/sluiten/wijzigen</al></entry><entry colname="col2"><al>Treasurer/ cashmanager SCD</al></entry><entry colname="col3"><al>Controller</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.Bankcondities afspreken (o.a.</al><al>5. rentecondities, kredietfaciliteiten,</al><al>5. tarifering, valutering)</al></entry><entry colname="col2"><al>Treasurer/ cashmanager SCD</al></entry><entry colname="col3"><al>Controller</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al><vet>Risicobeheer</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.Het afsluiten van derivatentransacties</al></entry><entry colname="col2"><al>Treasurer/ cashmanager SCD</al></entry><entry colname="col3"><al>College van B&amp;W</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al><vet>Financiering en uitzetting</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.Het aantrekken van langlopende middelen</al></entry><entry colname="col2"><al>Treasurer/ cashmanager SCD</al></entry><entry colname="col3"><al>Controller</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.Het uitzetten van langlopende middelen</al><al>8. (max. € 3 miljoen per uitzetting; zie</al><al>8. Artikel 3)</al></entry><entry colname="col2"><al>Treasurer/ cashmanager SCD</al></entry><entry colname="col3"><al>Controller</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.Het beleggen in garantieproducten</al></entry><entry colname="col2"><al>Treasurer/ cashmanager SCD</al></entry><entry colname="col3"><al>College van B&amp;W</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Uitvoering</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Autorisatie</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al><vet>Financiering en uitzetting (vervolg)</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.Het verstrekken of garanderen van</al><al>10. leningen aan derden uit hoofde van de </al><al>10. publieke taak </al></entry><entry colname="col2"><al>College van B&amp;W</al><al>(zie opmerking 2)</al></entry><entry colname="col3"><al>Gemeenteraad</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.Het beheer van de portefeuille aangaande</al><al>11. langlopende leningen (rente-aanpassingen, </al><al>11. cessie-trajecten e.d.).</al></entry><entry colname="col2"><al>Treasurer/ cashmanager SCD</al></entry><entry colname="col3"><al>Idem (via [onder] mandaat)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.Aan- en verkoop van aandelen en</al><al>12. obligaties</al></entry><entry colname="col2"><al>College van B&amp;W</al><al>(zie opmerking 2)</al></entry><entry colname="col3"><al>Gemeenteraad</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Opmerkingen:</al><al>1) In de raamovereenkomst met de BNG is bepaald dat de saldi van de
                        nevenrekeningen maandelijks automatisch worden op nul worden gesteld ten
                        gunste c.q. ten laste van de hoofdrekening.</al><al>2) Ten aanzien van de punten 10 en 12 geldt dat de “zienswijze van de raad”
                        (apart raadsbesluit) vooraf vereist is (zie toelichting bij artikel
                        16).</al><al/><al><vet><onderstreept>Informatievoorziening</onderstreept></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Informatievoorziening</titel></kop><al>Met betrekking tot de treasuryactiviteiten dient tenminste de in de
                        onderstaande tabel</al><al>opgenomen informatie te worden verstrekt door de betreffende
                        functionarissen:</al><table><tgroup cols="4"><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Informatie</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Frequentie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Informatieverstrekker</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Informatieontvanger</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.Gegevens m.b.t. toekomstige</al><al> uitgaven en ontvangsten voor</al><al> de liquiditeitenplanning</al></entry><entry colname="col2"><al>Doorlopend</al></entry><entry colname="col3"><al>Afdelingsmanagers/</al><al>budgethouders</al></entry><entry colname="col4"><al>Treasurer/ cashmanager SCD</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.Liquiditeitenplanning</al></entry><entry colname="col2"><al>Per kwartaal </al></entry><entry colname="col3"><al>Treasurer/ cashmanager SCD</al></entry><entry colname="col4"><al>Controller</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.Rapportage over liquiditeits-</al><al> positie</al></entry><entry colname="col2"><al>Tussentijdse</al><al>rapportages en </al><al>jaarrekening</al></entry><entry colname="col3"><al>Treasurer/ cashmanager SCD</al></entry><entry colname="col4"><al>Controller/B&amp;W</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.Beoordeling bankrelaties</al></entry><entry colname="col2"><al>Drie-jaarlijks</al></entry><entry colname="col3"><al>Treasurer/ cashmanager SCD</al></entry><entry colname="col4"><al>Controller/B&amp;W</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.Beleidsplannen treasury in</al><al> treasuryparagraaf begroting</al></entry><entry colname="col2"><al>Jaarlijks</al></entry><entry colname="col3"><al>College van B&amp;W</al></entry><entry colname="col4"><al>Gemeenteraad</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.Verantwoording treasury-</al><al> activiteiten</al></entry><entry colname="col2"><al>Tussentijdse</al><al>rapportages </al></entry><entry colname="col3"><al>Treasurer/ cashmanager SCD </al></entry><entry colname="col4"><al>Controller/College van B&amp;W</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.Verantwoording treasury-</al><al> activiteiten</al></entry><entry colname="col2"><al>Jaarrekening</al></entry><entry colname="col3"><al>College aan </al></entry><entry colname="col4"><al>Gemeenteraad</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.Informatie aan derden volgend</al><al> uit de treasury (toezichthouder</al><al> en CBS) zoals genoemd in art.</al><al> 8 Wet fido.</al></entry><entry colname="col2"><al>Kwartaal</al></entry><entry colname="col3"><al>Treasurer/ cashmanager SCD </al></entry><entry colname="col4"><al>Derden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.Lenings-, uitzettings-, en</al><al> garantiebesluiten</al></entry><entry colname="col2"><al>Binnen 14 dagen</al><al>na besluit</al></entry><entry colname="col3"><al>College B&amp;W</al></entry><entry colname="col4"><al>Provincie</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet><onderstreept>Inwerkingtreding</onderstreept></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><al><vet>Inwerkingtreding</vet></al><al/><al>Dit Treasury Statuut treedt met terugwerkende kracht per 1 april 2008 in
                        werking.</al></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><al><vet><onderstreept>Memorie van toelichting</onderstreept></vet></al><al/><al><vet><onderstreept>Algemeen</onderstreept></vet></al><al>In dit Treasury Statuut is het treasurybeleid van de gemeente op
                    hoofdlijnen vastgelegd. Dat gebeurt in deeerste plaats door het aangeven van de
                    doelstellingen van de treasuryfunctie. Vervolgensgeeft het bestuur in het
                    statuut aan binnen welke richtlijnen en limieten de doelstellingen dienen
                    te</al><al>worden gerealiseerd. Een richtlijn is een bindend voorschrift voor een
                    handelswijze die gevolgd moetworden en een limiet is een type richtlijn die een
                    uiterste grens aangeeft. Een belangrijk deel van delimieten en richtlijnen is
                    bepaald door de Wet fido. Middels de limieten en richtlijnen wordt
                    het“risicoprofiel” van de gemeente bepaald, waarbinnen de treasuryactiviteiten
                    dienen te wordenuitgevoerd.</al><al/><al>De financieringsparagraaf in de begroting geeft de beleidsplannen voor de
                    treasuryfunctie voor dekomende jaren en in het bijzonder voor het eerstkomende
                    jaar weer. Het bevat onder meer gegevensover de algemene ontwikkelingen en de
                    concrete beleidsplannen binnen de kaders van het Treasury Statuut. Hetgaat
                    hierbij vooral om de plannen voor het risicobeheer, de gemeentefinanciering
                    (analysefinancieringspositie, leningen- en garantieportefeuille en
                    uitzettingsportefeuille) en het kasbeheer. Uit detoelichting zal moeten blijken
                    dat de plannen binnen de kaders van de Wet fido en het Treasury Statuutblijven. </al><al>De financieringsparagraaf in het jaarverslag geeft in het bijzonder een
                    verschillenanalyse tussende plannen zoals deze zijn opgenomen in de begroting en
                    de realisatie in het verslagjaar.</al><al/><al><vet><onderstreept>Artikelsgewijze toelichting</onderstreept></vet></al><al>Artikel 2 lid 2 </al><al>In de artikelen 4 tot en met 8 wordt aangegeven op welke wijze de in dit lid
                    opgesomde risico’s worden beperkt.</al><al/><al>Artikel 2 lid 3</al><al> De in dit lid bedoelde kosten bestaan o.a. uit rentekosten, provisies en kosten
                    van het betalingsverkeer.</al><al/><al>Artikel 2 lid 4 </al><al>Het optimaliseren van de renteresultaten betekent dat de gemeente geen middelen
                    onbenut laat en streeft naar zo hoog mogelijke renteopbrengsten (c.q. zo laag
                    mogelijke rentekosten) zonder dat daarbij overmatige risico’s worden gelopen.
                    Hierbij dient te worden aangetekend dat de treasuryfunctie niet als ‘profit
                    center’ moet worden gezien. </al><al/><al>Artikel 3 lid 1 </al><al>In de Wet fido wordt een specifiek onderscheid gemaakt tussen hetverstrekken van
                    leningen “uit hoofde van de publieke taak” en het uitzetten vanmiddelen “uit
                    hoofde van treasury”.</al><al>De wetgever heeft er echter nadrukkelijk voor gekozen om de reikwijdte van het
                    begrip “publieke taak” niet op voorhand af te bakenen. De Wet fido volgt
                    namelijk de redenering dat invulling van de publieke taak een
                    verantwoordelijkheid is van openbare lichamen zelf. Omdat het publieke belang
                    veelal gebonden is aan een politieke keuze is het de Gemeenteraad die binnen
                    gemeenten inhoud dient te geven aan dit begrip.</al><al>Wel wordt geadviseerd dat het gemeentebestuur advies van de Treasury (in
                    hetlicht van haar expertise) inwint alvorens een beslissing te nemen t.a.v.
                    hetverstrekken van leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak.
                    Degemeente Sliedrecht heeft dit advies overgenomen.</al><al>De Treasurer of cashmanager van het Servicecentrum Drechtsteden adviseert over
                    bijv. financieringsvoorwaarden en de implicaties van de betreffende aanvraag
                    voor de totale financiële positie van de gemeente. Daarnaast is het van belang
                    dat de afdeling Treasury van het SCD de betreffende aanvraag verwerkt in de
                    liquiditeitenplanning.</al><al/><al> Artikel 3 lid 2 </al><al>In de Wet fido en de bijbehorende ministeriële regelingen wordt het
                    begrip“prudent” nader uitgewerkt. Conform deze Wet mag het uitzetten van
                    geldmiddelen uitsluitend plaatsvinden bij Europese financiële instellingen met
                    een kredietwaardigheid op minimaal single-A niveau (de gemeente Sliedrecht
                    hanteert strengere kredietwaardigheidseisen; zie [de toelichting op] artikel 6
                    lid 1). Ook zijn in de Wet fido zogenoemde near-banking activiteiten – het
                    aantrekken en uitzetten van middelen met als doel het genereren van inkomen –
                    verboden.</al><al>De limieten en richtlijnen van dit Treasury Statuut zijn specifiek geformuleerd
                    omhet prudente karakter van de uitzettingen uit hoofde van treasury tegaranderen
                    en hebben derhalve geen betrekking op (eventueel) verstrekteleningen of
                    garanties uit hoofde van de “publieke taak” van de gemeente.</al><al/><al>Artikel 4 lid 1 </al><al>Renterisicobeheer omvat het beperken van de invloed van
                    (externe)rentewijzigingen op de financiële resultaten van de gemeente.</al><al>Voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn,
                    aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief
                    grote invloed hebben op de rentelasten.</al><al>De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage van het totaal van de</al><al>jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar.</al><al/><al>Artikel 4 lid 2 </al><al>Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op devaste
                    schuld (schuld met een rentetypische looptijd van één jaar of langer)door het
                    aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille.</al><al>Per 1 januari 2009 is de Wet fido geactualiseerd. Naar verwachting zal per 1
                    april 2009 de nieuwe Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden in
                    werking treden. Vanaf dat moment zal de renterisiconorm worden berekend op basis
                    van een percentage (20%) van het begrotingstotaal (voorheen was dit een
                    percentage van de totale vaste schuld per 1 januari van enig jaar). De nieuwe
                    norm is daarmee meer gericht op de beperking van het budgettaire risico. </al><al/><al>Artikel 4 lid 4 </al><al>Door spreiding aan te brengen in de rentetypische looptijd (de periode dat de
                    rentevan een uitzetting vast is) van uitzettingen, wordt de invloed van een
                    rentestijgingen ofrentedalingen op de renteresultaten gespreid over meerdere
                    jaren. </al><al/><al>Artikel 4 lid 5 </al><al>Een rentevisie is de toekomstverwachting over de renteontwikkeling, op
                    basiswaarvan een financierings- en beleggingsbeleid wordt gevoerd. Afhankelijk
                    van de(interne- of externe) ontwikkelingen zal de gemeente Sliedrecht haar
                    rentevisieactualiseren. De rentevisie, die jaarlijks ten behoeve van de
                    financieringsparagraaf in de begroting wordt opgesteld door de
                    Treasurer/cashmanager van het SCD, zal daarbij gebaseerd worden op de rentevisie
                    van minimaal twee gezaghebbende instellingen, zoals huisbankier BNG.</al><al>Afstemming van het beleid op de rentevisie betekent bijvoorbeeld het
                    uitstellenvan uitzettingen met een lange looptijd indien men een rentestijging
                    verwacht.</al><al/><al>Artikel 5 </al><al>Ten aanzien van de financiële instrumenten die kunnen worden gehanteerdvoor
                    uitzettingen in het kader van treasury, geldt in de Wet fido alsbelangrijkste
                    uitgangspunt dat de hoofdsom van de betreffende uitzetting intact blijft.</al><al>Koersrisico’s kunnen nooit volledig worden uitgesloten. Als de organisatie
                    in</al><al>een vastrentend product heeft belegd maar – wegens wijziging in de</al><al>liquiditeitenplanning - voor de afloopdatum deze uitzetting moet verkopen,
                    danwordt niet 100% van de hoofdsom terugbetaald, maar de huidige waarde vande
                    uitzetting afhankelijk van de rente en resterende looptijd. Om dezekoersrisico’s
                    zoveel mogelijk te beperken stemt de gemeente de looptijd vande uitzetting af
                    met de liquiditeitenplanning.</al><al>Garantieproducten zijn beleggingsproducten waarbij de uitgevende instelling </al><al>garandeert dat op de afloopdatum(een bepaald percentage van) de</al><al>hoofdsom wordt uitgekeerd. De garantieproducten waarin op grond van de Wet fido
                    mag worden belegd dienen 100% hoofdsomgarantie te hebben. Aangezien de reële
                    waarde (de koopkracht) van de hoofdsom door inflatie kan verminderen, verdient
                    het de aanbeveling om bij een langere looptijd naast een hoofdsomgarantie een
                    minimaal rendement (bijv. ter</al><al>hoogte van het inflatieniveau) te eisen.</al><al>Voor uitzettingen uit hoofde van de publieke taak van de gemeente worden indit
                    Treasury Statuut geen richtlijnen met betrekking tot producten opgenomen.</al><al>Van belang is dat de gemeenteraad bepaalt dat de betreffende uitzetting tot
                    de“publieke taak” van de gemeente behoort. In dit kader is het
                    bijvoorbeeldmogelijk dat uitzettingen in de vorm van aandelen tot de publieke
                    taak behoren.</al><al/><al>Artikel 6 lid 1. </al><al>In dit lid zijn de richtlijnen opgenomen voor de aard en minimale
                    kredietwaardigheid van de partijen waarbij de gemeente geldmiddelen mag
                    uitzetten. </al><al>Een solvabiliteitsratio van 0% (ofwel een “solvabiliteitsvrije status”) is
                    een</al><al>status die door een bancaire toezichthouder in een EU-lidstaat (bijv. De</al><al>Nederlandsche Bank) wordt toegekend aan het schuldpapier van een</al><al>instelling. Deze status houdt in dat een bank voor desbetreffend papier
                    geen</al><al>reserves (0%) hoeft aan te houden en wordt onder meer toegekend aan
                    papieruitgegeven of gegarandeerd door (centrale) overheden. Het is de
                    gemeentedus toegestaan om bij andere overheden geld uit te zetten, of om te
                    beleggenin papier waaraan een overheidsgarantie is verbonden (zoals door het
                    WSWgeborgde leningen van woningcorporaties).</al><al>Een (credit)rating is een beoordeling van de kredietwaardigheid van een</al><al>instelling, die voor zowel de korte als voor de lange termijn wordt
                    verschaft</al><al>door ratingbureaus zoals Standard &amp; Poor’s en Moody’s. De </al><al>hoogste kredietwaardigheid wordt bij Standard &amp; Poor’s weergegeven met </al><al>AAA, gevolgd door AA en A. Moody’s kwalificeert van hoog naar laag </al><al>Aaa, Aa en A. Een A-rating staat voor “zeer kredietwaardig”. </al><al>In de Wet fido is bepaald dat decentrale overheden uitzettingen mogen doen bij
                    Europese financiële instellingen met een kredietwaardigheid op minimaal single-A
                    niveau. De gemeente Sliedrecht hanteert op dit gebied strengere eisen dan de Wet
                    fido. Zie lid 1 onderdeel b; hierin is bepaald dat de gemeente slechts
                    uitzettingen zal doen bij Nederlandse financiële instellingen met een minimale
                    kredietwaardigheid op double-A niveau voor de korte termijn en minimaal triple-A
                    niveau voor lange termijn uitzettingen.</al><al>De kredietrisico’s kunnen verder worden gespreid door de middelen uit te zetten
                    bijmeerdere tegenpartijen.</al><al/><al>Artikel 6 lid 2 </al><al>De Wet fido stelt geen eisen aan de kwaliteit van de debiteuren bij
                    hetverstrekken van leningen of garanties aan derden in het kader van de
                    publieketaak. Teneinde de kredietrisico’s te verkleinen of te wel om zoveel
                    mogelijkzekerheid te hebben dat minimaal de hoofdsom is gegarandeerd zullen
                    onderpanden of andere garantstellingen worden bedongen van de debiteuren (zieook
                    toelichting bij artikel 16).</al><al/><al>Artikel 7 </al><al>Interne liquiditeitsrisico’s doen zich bijvoorbeeld voor wanneer de
                    gemeentegelden voor een bepaalde periode heeft uitgezet en gedurende de looptijd
                    vande uitzetting blijkt dat de gelden (onverwacht) nodig zijn voor het doen van
                    eeninvestering. Dit kan tot gevolg hebben dat de gemeente tijdelijk een
                    leningmoet aantrekken (wanneer de uitzettingen vast staan in bijvoorbeeld
                    eendeposito) ofwel tussentijds een uitzetting moet verkopen (bijvoorbeeld
                    eenobligatie). In beide gevallen kan dit negatieve gevolgen hebben voor
                    definanciële resultaten.</al><al>Door de afdeling Treasury van het Servicecentrum Drechtsteden wordt, mede op
                    basis van de meerjarige gemeentelijke investeringsplanning, een
                    kasstromenplanning opgezet met een horizon van tenminste gelijk aan die van de
                    meerjarenbegroting.</al><al>In de praktijk is het opstellen van een betrouwbare en nauwkeurige</al><al>liquiditeitenplanning niet eenvoudig. Dit heeft te maken met de inherente</al><al>onzekerheden die verbonden zijn aan de activiteiten van de gemeente en de</al><al>hieraan verbonden financiële gevolgen. Het is daarom van groot belang dat
                    deTreasurer/cashmanager van het SCD op dit punt vanuit de gemeentelijke
                    contramal juist, tijdig en volledig wordt geïnformeerd.</al><al/><al>Artikel 9 lid 2 </al><al>Teneinde de renteresultaten te optimaliseren wordt zoveel mogelijk
                    interngefinancierd.</al><al/><al>Artikel 9 lid 3 </al><al><cursief>Vaste geldlening</cursief> is een (relatief standaard) lening die kan
                    worden afgesloten bijeen financiéle instelling <cursief>Onderhandse geldleningen
                    </cursief>zijn leningen waarbij de voorwaarden van de lening in onderling
                    overleg met de geldgevende partij kunnen worden vastgesteld.</al><al><cursief>Derivaten</cursief> (voor definitie zie artikel 1).</al><al/><al>Artikel 9 lid 4 Deze richtlijn beoogt de marktconformiteit van financieringen te
                    waarborgen,voor bijv. te betalen rentepercentages, provisies, (boete-) clausules
                    bijvervroegde aflossing etc. Middels het opvragen van meerdere offertes
                    wordtbereikt dat de gemeente een beter beeld heeft van de op dat
                    momentgebruikelijke tarieven en voorwaarden op de financiële markten. Op
                    basisdaarvan kan een afgewogen keuze worden gemaakt.</al><al/><al>Artikel 10 Idem toelichting artikel 9 lid 4.</al><al/><al>Artikel 11 lid 1 </al><al>Deze bepaling is opgenomen om te waarborgen dat de gemeente telkens bankdiensten
                    afneemt tegen de meest gunstig condities.</al><al/><al>Artikel 11 lid 4 </al><al>Tussenpersonen hebben een intermediairsfunctie bij het afsluiten vanfinanciële
                    transacties en vallen niet onder de “tegenpartijen”. De vereisten vanlid 2 zijn
                    voor tussenpersonen dan ook niet van toepassing. Teneinde dit teondervangen
                    stelt de gemeente voor tussenpersonen als eis dat zij ondertoezicht van de
                    Autoriteit Financiële Markten (AFM) staan en daarvan eenvergunning als makelaar
                    hebben ontvangen. Taak van de AFM is het houden van gedragstoezicht op de
                    financiële markten.</al><al/><al>Artikel 12 lid 1 </al><al>Geldstromenbeheer omvat met name het zorgdragen voor een
                    efficiëntbetalingsverkeer. Geldstromen kunnen bijvoorbeeld op elkaar
                    wordenafgestemd door een betalingsdatum af te stemmen op bepaalde
                    verwachteontvangsten. Hiermee wordt voorkomen dat de gemeente tijdelijk
                    middelenaan moet trekken (c.q. middelen aan haar uitzettingenportefeuille
                    moetonttrekken) teneinde de betreffende betaling (tijdelijk) te
                    financieren.</al><al/><al>Artikel 12 lid 2 </al><al>Het laten uitvoeren van het betalingsverkeer door één bank heeft als voordeeldat
                    er geen kosten hoeven te worden gemaakt om gelden tussen verschillendebanken
                    over te boeken.</al><al/><al>Artikel 13 lid 1 </al><al>Het saldo en liquiditeitenbeheer betreft het beheer van de dagelijkse saldi opde
                    rekeningen (-courant) van de gemeente . Teneinde de noodzaak tot hetdoen van
                    interne overboekingen te beperken, worden verschillende rekeningendie de
                    gemeente bij één bank aanhoudt opgenomen in een
                        <cursief>rentecompensatie-</cursief><cursief>circuit</cursief>. Dit is een
                    systeem waarbij de (valutaire) debet en creditsaldi van allerekeningen van een
                    organisatie worden samengevoegd tot één gecombineerdsaldo, waarover de rente
                    wordt berekend.</al><al/><al>Artikel 13 lid 3 </al><al>In dit lid worden limitatief de mogelijke korte termijn
                    financieringsinstrumentenbenoemd. De term <cursief>daggeld </cursief>(ook wel
                    callgeld genoemd) staat voor eenopgenomen of uitgezette lening voor onbepaalde
                    tijd die dagelijks gewijzigdkan worden. <cursief>Kasgeldleningen </cursief>zijn
                    niet verhandelbare leningen voor een vastbedrag en een vaste periode (maximaal 2
                    jaar) en tegen een vastrentepercentage. <cursief>Kredietlimiet op de rekening
                        courant </cursief>betreft de mogelijkheiddebet (“rood”) te staan op de
                    rekening courant.</al><al/><al>Artikel 14 </al><al>Bij de treasuryfunctie zijn veel personen en organen betrokken. Het statuut
                    legtexpliciet het delegatie- en mandateringspatroon vast, in casu welke
                    taken,verantwoordelijkheden en bevoegdheden de betrokken partijen hebben. Methet
                    oog op de omvang van de transacties en de hiermee samenhangenderisico’s, zijn in
                    dit artikel een aantal specifieke uitgangspunten opgenomenteneinde een
                    transparante functiescheiding aan te brengen tussenbeleidsbepaling en de
                    uitvoering en tussen de administratie en controle opfinanciële transacties.</al><al>Het uitzetten van geldmiddelen op de geldmarkt verlangt snelle telefonische</al><al>beslissingen. Zowel de vrager als aanbieder moet er op kunnen vertrouwen datde
                    gesprekspartner bevoegd is beslissingen te nemen. De bevoegdheid hiertoe is door
                    de gemeente gemandateerd aan de Treasurer/cashmanager van het SCD.</al><al/><al>Artikel 15 </al><al>In dit artikel zijn de verantwoordelijkheden van diverse personen of gremia
                    bepaald in het licht van de inrichting en uitvoering van de gemeentelijke
                    financieringsfunctie.</al><al>De gemeenteraad stelt op voorstel van het College van B&amp;W het Treasury
                    Statuut vast en bepaalt daarmee de kaders van het treasurybeleid.</al><al>De raad stelt de treasuryparagrafen in de begroting en het jaarverslag vast en
                    houdthiermee toezicht op het gevoerde treasurybeleid, welke in handen ligt van
                    hetCollege van B&amp;W. De uitvoering van het treasurybeleid, en de controle op
                    de naleving van het Treasury Statuut zijn (onder)gemandateerd aan de
                    Treasurer/cashmanager SCD en aan de gemeentelijke controller. Deze laatste
                    rapporteert aan het College van B&amp;W.</al><al/><al>Artikel 16 </al><al>De eindverantwoordelijkheid voor het treasurybeleid ligt primair bij het
                    bestuurvan de gemeente. Teneinde niet onnodig te worden belast met het
                    dagelijksetreasurybeheer draagt het bestuur een deel van haar bevoegdheden over
                    aande ambtelijke organisatie. De praktische uitvoering van het beleid heeft
                    dusvooral op ambtelijk niveau plaats, wat als voordeel heeft dat er
                    slagvaardigerkan worden geopereerd. De bevoegdheden van de functionarissen die
                    binnen degemeente of vanuit het Servicecentrum Drechtsteden betrokken zijn bij
                    de treasuryactiviteiten worden in dit artikel beschreven, waarbij bij de
                    toewijzing van bevoegdheden zoveel mogelijk rekening is gehouden met de vereiste
                    functiescheiding tussen besluitvorming, uitvoering, administratie en
                    controle.</al><al>De Treasurer/cashmanager SCD is belast met de dagelijkse uitvoering van het
                    treasurybeleid, één en ander onder toezicht (interne controle) van de controller
                    en is verantwoordelijk voor de vastlegging van de geldleningmutaties en de
                    rentebetalingen en -opbrengsten in de financiële administratie en geeft deze
                    door aan de afdeling Financiële Administratie en Grootboek (FAG) van het
                    SCD.</al><al/><al><vet>Kader Wet Dualisering (uit VNG notitie K-FF-35)</vet></al><al>Artikel 2, lid 1, van de Wet fido luidt: <cursief>Openbare lichamen gaan
                        leningen aan, zetten</cursief>middelen uit of verlenen garanties uitsluitend
                    ten behoeve van de publieke taak.</al><al>In de Gemeentewet, hoofdstuk X, <cursief>De bevoegdheid van het College van
                        burgemeester</cursief><cursief>en wethouders </cursief>artikel 160-169 zijn
                    de volgende artikelen van belang.</al><al>Uit artikel 160, lid 1, letter e, <onderstreept>in combinatie met</onderstreept>
                    artikel 169, lid 4 blijkt dat inzakePrivaatrechtelijke rechtshandelingen
                    (ongeacht of het College van mening is dat dezeop de publieke taak stoelen) het
                    College altijd <cursief>vooraf </cursief> de wensen en bedenkingen vande
                    gemeenteraad dient in te winnen indien de raad daarom verzoekt óf indien de
                    uit-oefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente.</al><al>Wanneer het gaat om het verstrekken van een geldleningen of garantie zijn er
                    perdefinitie latent ingrijpende gevolgen en dient er een inschatting van het
                    solvabiliteitsrisico van de geldnemer of de verwaarborgde te worden gemaakt.
                    Vanwege dat risicoaspect -dat in potentie ingrijpende gevolgen kan hebben- dient
                    dus vooraf hetgevoelen van de raad te worden ingewonnen.</al><al>Betreft het leningen of garanties die op gemeentelijk beleid stoelen –dat eerder
                    doorde raad is vastgesteld- dan heeft de raad op het moment van het aan de orde
                    zijn vandat beleid zijn gevoelen kenbaar kunnen maken. In zo’n geval kan het
                    Collegeprivaatrechtelijk acteren conform art.160,1;id 1, letter e zonder vooraf
                    het gevoelenvan de raad te behoeven in te winnen.</al><al>Wanneer er twijfel bestaat over de inhoud van de term “ingrijpende gevolgen”,ook
                    al betreft het vastgesteld beleid, is het verstandig om de raad te vragen
                    zijnzienswijze kenbaar te maken.</al><al>Wanneer er geen beleid aan een voorgenomen lenings- of garantiebesluit
                    tengrondslag ligt, dient vanwege het solvabiliteitsrisico en de daarmee
                    samenhangendeingrijpende gevolgen altijd invulling te worden gegeven aan artikel
                    169, lid 4 vande Gemeentewet.</al><al/><al><vet>Kader Europese regelgeving</vet></al><al>Voor de uitzetting van middelen en het verstrekken van garanties voor de
                    uitoefening van de publieke taak is het gemeentebestuur voor de definiëring van
                    watals publieke taak moet worden aangemeld ook gebonden aan de Europese
                    regelgeving voor staatssteun. Zolang de uitzetting van middelen en het
                    verstrekken vangaranties gebeurt tegen marktconforme tarieven is de Europese
                    regelgeving nietvan toepassing. Er is in dat geval namelijk geen sprake van
                    staatssteun.</al><al>De regelgeving is ook niet van toepassing als de uitzettingen dan wel
                    garantiesworden verstrekt aan privépersonen. </al><al/><al>Artikel 17 </al><al>De tabel in dit artikel geeft weer op welke wijze de informatievoorziening
                    wordtgewaarborgd voor: <cursief>operationele informatie </cursief>(punt 1 en 2),
                        <cursief>beleidsmatige</cursief><cursief>informatie </cursief>(punt 3 en 5)
                    en <cursief>verantwoordingsinformatie </cursief>(punt 4, 6 en 7). Hetverstrekken
                    van juiste, tijdige, volledige en relevante verantwoordingsinformatiemoet
                    gerekend worden tot de belangrijkste voorwaarden voor het kunnenbeheersen van de
                    financiële en interne risico’s van de gemeente.</al><al/><al>Artikel 17 pt. 1 </al><al>Afdelingen dienen “incidenteel” informatie te verschaffen op de momentenwaarop
                    zich significante wijzigingen voordoen in hun verwachtingen omtrenttijdstip of
                    omvang van toekomstige betalingen of ontvangsten (bijv. bij uitstelvan een grote
                    investering).</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>