<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR325318_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Tweede wijziging Parkeerverordening 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wageningen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wageningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-14005.html">Gemeenteblad, 17-03-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Tweede wijziging Parkeerverordening 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.overheid.nl">art. 149 Gemeentewet, </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.overheid.nl">art. 2a Wegenverkeerswet,</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.overheid.nl">art.25 Reglement verkeersregel en verkeerstekens 1990</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.overheid.nl">besluit parkeerschijf</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-03-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-03-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>uitbreiding bezoekersvergunning</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>14.0200193</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>nvt</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>nvt</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Tweede wijziging Parkeerverordening 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Artikel</vet></al><al><vet>Verordening tweede wijziging Parkeerverordening 2012</vet></al><al><vet>gelet op:</vet></al><lijst><li nr="1."><al>artikel 149 van de Gemeentewet;</al></li><li nr="2."><al>artikel 2a van de Wegenverkeerswet;</al></li><li nr="3."><al>artikel 25 Reglement verkeersregel en verkeerstekens 1990;</al></li><li nr="4."><al>besluit parkeerschijf</al></li></lijst><al><vet>Verordening tweede wijziging Parkeerverordening 2012</vet></al><al/><al><vet>ARTIKEL I</vet></al><al/><al>De Parkeerverordening 2012 wordt als volgt aangepast.</al><al/><al>A. in artikel 1, onder l wordt de tekst “voor een maximum duur van 3 uur"”
                        vervangen door: “voor een maximum duur van 5 uur”.</al><al/><al><vet>ARTIKEL II</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de
                        bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als Verordening tweede wijziging
                        Parkeerverordening 2012.</al></li></lijst><al><vet>Geconsolideerde versie Parkeerverordening 2012 tweede
                        wijziging</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="1."><al><onderstreept>RVV 1990</onderstreept>: het Reglement Verkeersregels
                                en Verkeerstekens 1990; </al></li><li nr="2."><al><onderstreept>motorvoertuig</onderstreept>: hetgeen daaronder wordt
                                verstaan in artikel 1 het RVV 1990; </al></li><li nr="3."><al><onderstreept>voertuig:</onderstreept> hetgeen daaronder wordt
                                verstaan in artikel 1 van het RVV 1990; </al></li><li nr="4."><al><onderstreept>parkeren:</onderstreept> het gedurende een
                                aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders
                                dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het
                                onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk
                                laden of lossen van goederen van enig gewicht en/of enige omvang, op
                                binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande
                                terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet
                                ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; </al></li><li nr="5."><al><onderstreept>houder</onderstreept>: degene die naar omstandigheden
                                als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien
                                verstande dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het
                                krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475) aangehouden
                                register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene
                                op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten
                                tijde van het parkeren in het register was ingeschreven; </al></li><li nr="6."><al><onderstreept>parkeerapparatuur:</onderstreept> parkeermeters,
                                parkeerautomaten en hetgeen naar maatschappelijke opvatting
                                overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; </al></li><li nr="7."><al><onderstreept>parkeerapparatuurplaats:</onderstreept> een
                                parkeerplaats behorende bij parkeerapparatuur; </al></li><li nr="8."><al><onderstreept>belanghebbendenplaats:</onderstreept> een
                                parkeerplaats die: </al><lijst><li nr="1."><al>is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of
                                    </al></li><li nr="2."><al>gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage
                                        1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze
                                        plaats niet is uitgezonderd; </al></li></lijst></li><li nr="9."><al><onderstreept>vergunning:</onderstreept> een door burgemeester en
                                wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan
                                een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen
                                parkeerapparatuur en/of belanghebbendenplaatsen; </al></li><li nr="10."><al><onderstreept>vergunninghouder:</onderstreept>de natuurlijke of
                                rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend; </al></li><li nr="11."><al><onderstreept>dagdeelvergunning:</onderstreept> een vergunning die
                                uitsluitend kan worden aangevraagd door bewoners van een gebied waar
                                belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te
                                gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, welke
                                vergunningen bedoeld zijn voor het parkeren van voertuigen van
                                bezoekers van deze bewoners/vergunningaanvragers, met dien verstande
                                dat het maximaal aantal af te geven dagdeelvergunningen per woning
                                door nadere openbaar te maken besluiten van Burgemeester en
                                wethouders kan worden beperkt; </al></li><li nr="12."><al><onderstreept>bezoekersvergunning</onderstreept>: een door
                                burgemeester en wethouders verleende vergunning krachtens welke het
                                is toegestaan een motorvoertuig van het te ontvangen bezoek te
                                parkeren op daartoe aangewezen belanghebbende plaatsen in combinatie
                                met een parkeerschijf voor een maximum duur van 5 uur”.</al></li><li nr="13."><al><onderstreept>deelauto:</onderstreept> een motorvoertuig bestemd
                                voor deelautogebruik; </al></li><li nr="14."><al><onderstreept>deelautogebruik</onderstreept>: het herhaald en
                                opeenvolgend gezamenlijk gebruik van een motorvoertuig op grond van
                                een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een professionele
                                aanbieder; </al></li><li nr="15."><al><onderstreept>deelautoplaats</onderstreept>: een parkeerplaats
                                aangewezen voor een deelauto.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningbewijzen</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij openbaar te maken besluit: </al><lijst><li nr="a)"><al>weggedeelten en terreinen aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren
                        door vergunninghouders; </al></li><li nr="b)"><al>de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren uitsluitend aan
                        vergunninghouders is toegestaan. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Vergunningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkend verzoek
                                een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen
                                of parkeerapparatuurplaatsen. </al></li><li nr="2."><al>Een vergunning kan worden verleend aan:</al></li><li nr="3."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze woont in
                                een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of mede door
                                vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig
                                zijn;</al></li><li nr="4."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze een beroep
                                of bedrijf uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen
                                en/of mede door vergunninghouders te gebruiken
                                parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en die kan aantonen dat het
                                in het belang van diens beroep- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk
                                is in dat gebied een motorvoertuig te parkeren;</al></li><li nr="5."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig bestemd voor
                                deelautogebruik, waarvan de deelautoplaats is gelegen in een gebied
                                waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te
                                gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn.</al></li><li nr="6."><al>Een bezoekersvergunning kan worden verleend aan: een bewoner
                                woonachtig in het door het college aan te wijzen gebied ten behoeve
                                van het te ontvangen bezoek, met een maximum van 1
                                bezoekersvergunning per adresseerbaar object zoals bedoeld in de
                                Basisregistratie Adressen en Gebouwen.</al></li><li nr="7."><al>De eigenaar of houder van een motorvoertuig die voldoet aan beide
                                van de in het tweede lid, onder a. en b. gestelde voorwaarden wordt,
                                voor wat betreft de eerste aangevraagde vergunning, geacht te
                                beantwoorden aan onder lid 2, onder a, genoemde voorwaarde. </al></li><li nr="8."><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen een
                                vergunning ook verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen
                                die niet voldoen aan één van de in het tweede lid genoemde
                                voorwaarden.</al></li><li nr="9."><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen een
                                vergunning ook weigeren aan eigenaren of houders van motorvoertuigen
                                die wel voldoen aan één van de in het tweede lid genoemde
                                voorwaarden.</al></li><li nr="10."><al>Een vergunning wordt geweigerd wanneer de aanvrager woont c.q. werkt
                                in een gebouw of gebouwencomplex, waartoe parkeergelegenheid behoort
                                in een omvang, die strookt met de ter zake geldende gemeentelijke
                                richtlijnen. </al></li><li nr="11."><al>In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders ten gunste
                                van de aanvrager afwijken van het gestelde in lid 7.</al></li><li nr="12."><al>Aan de vergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met
                                betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking
                                tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.</al></li><li nr="10"><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, een maximum aantal uit te
                        geven vergunningen per aaneengesloten gebied en per huishouden
                        vaststellen.</al></li><li nr="11."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning ook andere
                        voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften en beperkingen
                        mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling
                        van de beschikbare parkeerruimte en het voorkomen of beperken van door het
                        verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade. </al></li><li nr="12."><al>Uitsluitend aan degenen die wonen of een beroep of bedrijf uitoefenen in
                        een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te
                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn kunnen dagdeelvergunningen
                        worden verstrekt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vorm vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bevat tenminste de volgende gegevens: </al><lijst><li nr="a)"><al>de periode waarvoor de vergunning geldt; </al></li><li nr="b)"><al>het gebied waarvoor de vergunning geldt; </al></li><li nr="c)"><al>de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het motorvoertuig
                        waarvoor de vergunning is verleend. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning wordt voor ten hoogste één jaar verleend. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid, vermeldt een vergunning voor ten hoogste
                        één dagdeel, niet de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het
                        motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Intrekking vergunning</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken of wijzigen: </al><lijst><li nr="a)"><al>op verzoek van de vergunninghouder; </al></li><li nr="b)"><al>wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de vergunning is
                        verleend, niet langer daar woonachtig is of het daar uitgeoefende beroep of
                        bedrijf beëindigt; </al></li><li nr="c)"><al>wanneer zich een wijziging voordoet in één van de omstandigheden die
                        relevant waren voor het verlenen van de vergunning; </al></li><li nr="d)"><al>wanneer voor het desbetreffende gebied het stelsel van vergunningen komt
                        te vervallen; </al></li><li nr="e)"><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met (één van) de aan de
                        vergunning verbonden voorschriften; </al></li><li nr="f)"><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag onjuiste gegevens zijn verstrekt; </al></li><li nr="g)"><al>om redenen van openbaar belang. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Verplichtingen vergunninghouder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer een vergunninghouder zijn/haar motorvoertuig parkeert op een
                        parkeerapparatuurplaats of een belanghebbendenplaats, is deze verplicht de
                        parkeervergunning duidelijk zichtbaar achter de voorruit van het
                        motorvoertuig te plaatsen, op een zodanige wijze dat de daarop afgedrukte
                        tekst van buitenaf duidelijk leesbaar is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt eveneens voor degene die
                        parkeert op een parkeerapparatuurplaats, indien hem/haar door middel van
                        parkeerapparatuur, een kaart of ander middel met opdruk wordt verstrekt
                        waaruit blijkt gedurende welke tijd of tot welk tijdstip hij/zij kennelijk
                        wenst te parkeren. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Ongeoorloofd gebruik parkeerapparatuur</titel></kop><al>Het is verboden parkeerapparatuur in werking te stellen of handelingen te
                        verrichten met het oogmerk de parkeerapparatuur in werking te stellen of te
                        houden op een andere wijze, met ander middelen of met andere munten dan die
                        welke in de kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een voertuig, te plaatsen
                        of te laten staan: </al><lijst><li nr="a)"><al>op een parkeerapparatuurplaats; </al></li><li nr="b)"><al>op een belanghebbendenplaats; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, bromfiets of enig ander voorwerp op zodanige
                        wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan, dat
                        daardoor een normaal gebruik daarvan wordt belemmerd of verhinderd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                        belanghebbendenparkeerplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan,
                        aldaar een voertuig te parkeren of geparkeerd te houden: </al><lijst><li nr="a)"><al>zonder vergunning; </al></li><li nr="b)"><al>zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de
                        vergunning; </al></li><li nr="c)"><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in
                        het eerste en derde lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bepaalde in de artikelen 7 en 8 van deze verordening
                        wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie of hechtenis van
                        ten hoogste twee maanden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Opsporing</titel></kop><al>Met de opsporing van overtreding zijn, behalve de in artikel 141 van het
                        Wetboek voor strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, de door
                        burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren belast. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                            wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot het aanwijzen van belanghebbendenplaatsen en het verlenen van
                        vergunningen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de
                        bekendmaking. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Vergunningen verleend krachtens de eerste wijziging Parkeerverordening 2012
                        blijven van kracht tot de termijn waarvoor zij werden verleend is verstreken
                        of totdat zij worden ingetrokken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Parkeerverordening 2012 tweede
                        wijziging”. </al></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>