<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR324984_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van Orde voor de Raad 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lingewaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lingewaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Gemeentenieuws</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>RvO 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013/</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door het <extref doc="1.1:CVDR434300_1">Reglement van Orde voor de raad van Lingewaard 2017</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van Orde voor de Raad 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voorzitter: de voorzitter van de raad;</al></li><li nr="b."><al>amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening
                                    of ontwerp-beslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te
                                    worden opgenomen;</al></li><li nr="c."><al>subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig
                                    amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen
                                    in het amendement, waarop het betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp
                                    waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;</al></li><li nr="e."><al>voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                                    vergadering;</al></li><li nr="f."><al>initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een
                                    ander voorstel afkomstig van één of meer raadsleden;</al></li><li nr="g."><al>college: het college van burgemeester en wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De voorzitter - waarneming van de burgemeester</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering van de raad;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde in de raadsvergadering;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van dit reglement;</al></li><li nr="d."><al>hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt
                                        of toestaat.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling na de
                                raadsverkiezingen wijst de raad twee leden van de raad aan, die met
                                de waarneming van het voorzitterschap van de raad zijn belast bij
                                verhindering of ontstentenis van de burgemeester. De raad bepaalt
                                wie als eerste en wie als tweede waarnemer optreedt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De krachtens het vorige lid aangewezen leden zijn in de aangegeven
                                volgorde tevens belast met de waarneming van het ambt van
                                burgemeester bij verhindering of ontstentenis van de
                                wethouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De griffier</titel></kop><al>De griffier kan, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd, aan de
                            beraadslagingen van de raad deelnemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De gemeentesecretaris</titel></kop><al>Het presidium kan het college verzoeken de gemeentesecretaris in de
                            vergadering aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan
                            beraadslagingen van de raad. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Het presidium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad heeft een presidium. Dit bestaat uit de voorzitter en de
                                fractievoorzitters. Uitsluitend voor procedurele en organisatorische
                                zaken taken als bedoeld in het achtste lid maken ook de voorzitters
                                van de clusters van de Politieke Avond deel uit van het
                                presidium.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester is voorzitter van het presidium. Bij verhindering of
                                ontstentenis van de burgemeester wordt hij vervangen door de
                                waarnemend voorzitter van de raad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De griffier is in elke vergadering aanwezig. Hij draagt zorg voor
                                een beknopt verslag van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het presidium komt bijeen volgens het door hem vastgestelde
                                vergaderschema en voorts op verzoek van de voorzitter dan wel indien
                                tenminste twee leden daartoe het verzoek doen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het presidium kan één of meer wethouders uitnodigen voor zijn
                                vergadering. Ook kan het met overeenkomstige toepassing van artikel
                                4 de gemeentesecretaris uitnodigen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het presidium vergadert in het openbaar. De deuren worden gesloten
                                op voorstel van de voorzitter of een van de andere leden. Het
                                presidium besluit vervolgens of met gesloten deuren zal worden
                                vergaderd. Omtrent de oplegging en opheffing van geheimhouding zijn
                                artikel 48 en 49 van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het presidium besluit bij meerderheid van stemmen. De leden, met
                                inbegrip van de voorzitter, hebben elk één stem. Indien de stemmen
                                staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het presidium stelt de voorlopige agenda op voor de vergaderingen
                                van de raad en de Politieke Avond en stelt de onderwerpen vast, die
                                op de Politieke Markt aan de orde worden gesteld. Het doet
                                aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie van de werkzaamheden
                                van de raad, de Politieke Avond en de Politieke Markt. Het legt
                                jaarlijks een voorstel van een vergaderschema van de raad en de
                                Politieke Avond ter vaststelling aan de raad voor.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Het presidium kan de raad aanbevelingen doen voor de agenda van de
                                raad voor de lange termijn. Het kan in een besloten vergadering
                                overleggen over onderwerpen die vertrouwelijk politiek beraad
                                behoeven en over vertrouwelijke persoonlijke aangelegenheden.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Elke fractievoorzitter wijst een lid van de raad aan dat hem bij
                                zijn afwezigheid in het presidium vervangt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Aanbieding petitie</titel></kop><al>Degene die persoonlijk aan de raad een petitie wil aanbieden kan daartoe
                            door tussenkomst van de griffier een verzoek doen aan de voorzitter. Een
                            verzoek kan worden gehonoreerd indien de petitie het algemeen belang
                            betreft en breed wordt ondersteund. De voorzitter bepaalt het tijdstip
                            waarop de petitie kan worden aangeboden. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders; fracties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een
                                commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie
                                wordt ondersteund door de griffier of diens plaatsvervanger. De
                                commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking
                                hebbende stukken van nieuw benoemde leden en - in voorkomende
                                gevallen - het proces-verbaal van het centraal stembureau.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag
                                uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In
                                het verslag wordt ook melding gemaakt van een
                                minderheidsstandpunt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau
                                gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling
                                na de verkiezingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van
                                de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe
                                samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de
                                voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter
                                een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad
                                waarin over diens toelating wordt beslist, om de voorgeschreven eed
                                of verklaring en belofte af te leggen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste
                                lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet
                                aan de eisen van de Gemeentewet. Op de werkwijze van deze commissie
                                is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Fractie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van de raad die door het centraal stembureau op dezelfde
                                kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van
                                de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer
                                slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke
                                fractie beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert
                                de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen
                                aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie
                                in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke
                                naam zij zal voeren. Indien zodanige mededeling niet wordt gedaan,
                                wordt de fractie aangeduid met de achternaam van haar voorzitter
                                voorafgegaan door het woord fractie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien tijdens de zittingsperiode van de raad een nieuwe fractie
                                ontstaat, deelt deze in de eerstvolgende vergadering van de raad aan
                                de voorzitter mee welke naam zij zal voeren. Indien zodanige
                                mededeling niet wordt gedaan, wordt de fractie aangeduid met de
                                achternaam van haar voorzitter voorafgegaan door het woord
                                fractie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een fractie tijdens de zittingsperiode van de raad haar naam
                                wenst te veranderen, doet zij daarvan mededeling aan de voorzitter
                                onder opgave van de nieuwe naam.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien tijdens de zittingsperiode van de raad een nieuwe fractie
                                ontstaat dan wel een of meer leden zich bij een andere fractie
                                aansluiten, doet de betrokken fractie hiervan zo spoedig mogelijk
                                mededeling aan de voorzitter. Een nieuwe fractie deelt tevens mede
                                welke leden als voorzitter van de fractie en als diens
                                plaatsvervanger optreden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De raad kan besluiten dat de naam, die een fractie krachtens het
                                tweede, derde of vierde lid heeft medegedeeld, niet wordt
                                toegestaan, indien deze tot verwarring met een andere fractie kan
                                leiden of daarin een misprijzen van een andere fractie of een lid
                                van de raad kan worden gelezen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Met de nieuwe naam van een fractie of met een gewijzigde situatie
                                als bedoeld in het vijfde lid, wordt rekening gehouden met ingang
                                van de eerstvolgende vergadering van de raad.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Vergaderingen van de raad</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op
                                    donderdag en vangen aan om 19.30 uur. De vergaderlocatie kan per
                                    vergadering verschillen en wordt bepaald door het
                                    presidium.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien niet alle geagendeerde onderwerpen zijn behandeld, wordt
                                    de vergadering voortgezet op de eerstvolgende maandag, te
                                    beginnen om 19.30 uur, zonder dat hiervoor een oproep of
                                    bekendmaking nodig is. In bijzondere gevallen kan bij besluit
                                    van de raad of door de voorzitter hiervan worden afgeweken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan de voorzitter in bijzondere
                                    gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere
                                    vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg met het
                                    presidium, tenzij sprake is van een spoedeisende situatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter zendt tenminste zes dagen voor een vergadering de
                                    leden van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding van
                                    dag, tijdstip en vergaderlocatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de
                                    schriftelijke oproep aan de leden van de raad verzonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Deze
                                    wordt uiterlijk om 18.00 uur op de dag voorafgaand aan de dag
                                    van een vergadering met de daarbij behorende stukken aan de
                                    leden van de raad verzonden en openbaar gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op
                                    voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad
                                    bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda
                                    toevoegen of van de agenda afvoeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare
                                    beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen
                                    naar de Politieke Avond of een andere betrokken commissie dan
                                    wel aan het college een nader voorstel vragen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de
                                    raad de volgorde van behandeling van de agendapunten
                                    wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Hamerstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het presidium kan een voorstel dat naar zijn oordeel geen
                                    inhoudelijke behandeling behoeft, als hamerstuk op de voorlopige
                                    agenda plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid van de raad kan tot 12.00 uur op de dag voorafgaande aan
                                    de dag van de vergadering aan de voorzitter meedelen dat hij
                                    inhoudelijke behandeling wenst van een voorstel dat als
                                    hamerstuk is geagendeerd. Artikel 11, eerste lid, is van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een lid van de raad bij de vaststelling van de agenda te
                                    kennen geeft dat hij een voorstel dat als hamerstuk is
                                    geagendeerd, alsnog inhoudelijk wenst te behandelen, wordt het
                                    geagendeerd voor de eerstvolgende vergadering van de raad,
                                    tenzij behandeling naar het oordeel van de voorzitter in verband
                                    met daarmee geboden spoed niet kan worden uitgesteld dan wel
                                    slechts een summiere inhoudelijke behandeling wordt
                                    voorzien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Aanwezigheid van wethouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Behoudens gewichtige redenen zijn de wethouders in elke
                                    vergadering van de raad aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het presidium kan een wethouder uitnodigen om in de vergadering
                                    aan de beraadslagingen deel te nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stukken die ter toelichting zijn van onderwerpen op de agenda
                                    worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke
                                    oproep in het gemeentehuis ter inzage gelegd en op de website
                                    van de gemeente geplaatst. Indien na het verzenden van de
                                    schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt
                                    hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo
                                    mogelijk in een openbare kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten
                                    het gemeentehuis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien omtrent stukken geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                    griffier en verleent de griffier de leden van de raad en van het
                                    college inzage. Met stukken die ter vertrouwelijke kennisneming
                                    aan de raad beschikbaar zijn gesteld, wordt overeenkomstig
                                    gehandeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt door aankondiging in een plaatselijk
                                    huis-aan-huisblad en op de gemeentelijke website openbaar
                                    gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en locatie, alsmede de voorlopige
                                            agenda van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de bij de
                                            vergadering behorende stukken kan inzien.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden,
                                    indien digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente
                                    geplaatst.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal plaatst ieder lid van de raad
                                    zijn naam en handtekening op de presentielijst. De griffier ziet
                                    daar op toe. De lijst wordt door de voorzitter en de griffier
                                    door ondertekening vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid dat vóór het sluiten van de vergadering de vergadering
                                    verlaat, geeft daarvan bij het verlaten kennis aan de griffier.
                                    Deze tekent op de presentielijst aan op welk moment in de
                                    vergadering het lid de vergadering heeft verlaten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Zitplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter, de leden van de raad, de wethouders en de
                                    griffier hebben een vaste zitplaats. Deze wordt bij aanvang van
                                    iedere nieuwe zittingsperiode van de raad door het presidium
                                    aangewezen. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan het presidium
                                    de indeling herzien.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de
                                    gemeentesecretaris en overige personen, die voor de vergadering
                                    zijn uitgenodigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur
                                    indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de
                                    raad blijkens de presentielijst aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na
                                    voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de
                                    volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de
                                    Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Volgorde bij hoofdelijke stemming en spreekvolgorde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen
                                    deelt de voorzitter mede bij welk lid van de raad de hoofdelijke
                                    stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer
                                    van de presentielijst aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De fracties spreken in de vergadering in de volgorde waarin de
                                    eerst aanwezigen van de fracties de presentielijst hebben
                                    getekend, te beginnen met de fractie van het lid, bedoeld in de
                                    laatste volzin van het eerste lid. Bij de behandeling van
                                    voorstellen van orde kan de voorzitter van deze volgorde
                                    afwijken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier stelt een besluitenlijst op van de vergadering. Hij
                                    stuurt de ontwerp-besluitenlijst zo spoedig mogelijk aan de raad
                                    toe. De lijst wordt gelijktijdig aan de overige personen die aan
                                    de beraadslagingen hebben deelgenomen, toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De griffier draagt ook zorg voor een audioverslag. Dit verslag
                                    wordt zo spoedig mogelijk op de gemeentelijke website
                                    geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en andere
                                    personen die aan de beraadslagingen hebben deelgenomen, kunnen
                                    de raad het verzoek doen de ontwerp-besluitenlijst gewijzigd
                                    vast te stellen. Het verzoek wordt uiterlijk 24 uur voor de
                                    aanvang van de vergadering waarin de lijst ter vaststelling is
                                    geagendeerd, bij de griffier ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De besluitenlijst bevat in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de ter
                                            vergadering aanwezige leden en de leden die afwezig
                                            waren, alsmede van de wethouders en overige personen die
                                            aan de beraadslagingen hebben deelgenomen;</al></li><li nr="b."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                            geweest;</al></li><li nr="c."><al>een zakelijke samenvatting van de besluiten;</al></li><li nr="d."><al>een overzicht van het verloop en de uitslag van elke
                                            stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de
                                            namen van de leden die voor of tegen stemden, onder
                                            aantekening van de namen van de leden die zich
                                            overeenkomstig artikel 28, eerste lid, van de
                                            Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij
                                            het uitbrengen van hun stem hebben vergist;</al></li><li nr="e."><al>indien een besluit zonder hoofdelijke stemming is
                                            genomen, de fracties die vóór of tegen hebben gestemd,
                                            onder vermelding van de namen van de leden, die anders
                                            hebben gestemd dan de meerderheid van hun fractie;</al></li><li nr="f."><al>de strekking van de ter vergadering ingediende
                                            voorstellen van orde, initiatiefvoorstellen,
                                            amendementen en subamendementen en moties en, indien
                                            deze tijdens de vergadering worden teruggenomen, het
                                            feit van de intrekking;</al></li><li nr="g."><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de
                                            hoedanigheid van de personen aan wie op grond van
                                            artikel 4 of artikel 26 door de raad is toegestaan deel
                                            te nemen aan de beraadslagingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De besluitenlijst wordt zo mogelijk in de eerstvolgende
                                    vergadering vastgesteld, waarna deze door de voorzitter en de
                                    griffier wordt ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De ontwerp-besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk na
                                    vaststelling openbaar gemaakt door plaatsing op de gemeentelijke
                                    website.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Ingekomen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke
                                    mededelingen van het college en de burgemeester aan de raad,
                                    worden door de griffier op een overzicht geplaatst. Dit
                                    overzicht wordt wekelijks tezamen met de nieuw ingekomen stukken
                                    aan de leden van de raad toegezonden en ter inzage gelegd tot de
                                    daaropvolgende vergadering van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het presidium doet de raad een voorstel voor de wijze van
                                    behandeling van de op het overzicht geplaatste stukken. Het
                                    ontvangt daartoe een advies van de griffier. De raad ontvangt
                                    het overzicht met de voorgestelde wijze van behandeling bij de
                                    agenda en stelt dit vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de raad besluit in afwijking van het voorstel van het
                                    presidium een ingekomen stuk inhoudelijk te behandelen, wordt
                                    het op de agenda van de volgende vergadering geplaatst, tenzij
                                    zwaarwichtige redenen tot onverwijlde behandeling
                                    noodzaken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ingekomen stukken die niet op de lijst van ingekomen stukken
                                    zijn geplaatst, worden geacht voor kennisgeving te zijn
                                    aangenomen. Zij worden door de griffier afgedaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beraadslaging over een onderwerp geschiedt in ten hoogste
                                    twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                    voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het derde lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>de rapporteur van een commissie of van een werkgroep uit
                                            de raad die een voorstel heeft voorbereid;</al></li><li nr="b."><al>het lid dat een amendement of subamendement, een motie
                                            of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat
                                            betreft dat amendement of subamendement, die motie of
                                            dat voorstel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp
                                    of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het
                                    spreken over een voorstel van orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan spreektijden vaststellen voor raadsleden of
                                    fracties. Hij kan ook voor andere deelnemers aan de
                                    beraadslagingen spreektijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een raadslid van wie of van wiens fractie de spreektijd is
                                    verstreken, is verplicht zijn rede te beëindigen zodra de
                                    voorzitter dat verzoekt. Zo nodig kan de voorzitter hem het
                                    woord ontnemen. Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing
                                    ten aanzien van andere deelnemers.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De tijd benodigd voor interrupties en stemverklaringen wordt
                                    niet op de spreektijd in mindering gebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
                                    tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het in acht
                                            nemen van dit reglement te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat
                                            de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                            afronden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter roept een spreker, die zich naar zijn oordeel in
                                    beledigende of onbetamelijke bewoordingen uitlaat, afwijkt van
                                    het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker
                                    herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde
                                    verstoort, tot de orde. Indien de betreffende spreker hieraan
                                    geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem over het aanhangige
                                    onderwerp het woord ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                    een door hem te bepalen tijd schorsen en, indien na de
                                    heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering
                                    sluiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad
                                    beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                    voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de
                                    voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door
                                    hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden
                                    de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De
                                    beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode
                                    verstreken is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan bepalen dat anderen dan de voorzitter en de leden
                                    van de raad, de wethouders en de griffier aan de beraadslaging
                                    deelnemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging
                                    ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang
                                    wordt genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Stemverklaring</titel></kop><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming
                                overgaat, heeft ieder lid het recht zijn stemgedrag kort te
                                motiveren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                    raad anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten vindt, na een stemming over
                                    eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel,
                                    zoals het dan in zijn geheel luidt, tenzij geen stemming wordt
                                    gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel
                                    plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te
                                    nemen eindbeslissing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Procedures bij stemmingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Algemene bepalingen over stemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen
                                    stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt,
                                    stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke
                                    stemming is aangenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de
                                    besluitenlijst vragen dat zij geacht worden te hebben
                                    tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de
                                    Gemeentewet van stemming te hebben onthouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien door een of meer leden hoofdelijke stemming wordt
                                    gevraagd, roept de voorzitter of de griffier de leden van de
                                    raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij
                                    het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 19 is aangewezen.
                                    Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de
                                    presentielijst</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid,
                                    dat zich niet ingevolge artikel 28 van de Gemeentewet van
                                    deelneming aan de stemming moet onthouden, verplicht zijn stem
                                    uit te brengen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leden brengen hun stem uit door het woord 'voor' of 'tegen'
                                    uit te spreken, zonder enige toevoeging.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan
                                    kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid
                                    gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan
                                    kan hij, nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend
                                    heeft gemaakt, aantekening vragen dat hij zich heeft vergist. In
                                    de uitslag van de stemming brengt dit geen verandering.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede,
                                    met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte
                                    stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen
                                    besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Stemming over amendementen en moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend,
                                    wordt eerst over dat amendement gestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt
                                    eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het
                                    amendement.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een
                                    aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de
                                    volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Het meest
                                    verstrekkende amendement of subamendement wordt het eerst in
                                    stemming gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend,
                                    wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de
                                    motie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Stemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer een stemming over personen voor het doen van een
                                    benoeming, voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt
                                    de voorzitter drie leden tot stembureau. Het stembureau wordt
                                    ondersteund door de griffier of diens plaatsvervanger.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van
                                    artikel 28 van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is
                                    verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen
                                    identiek te zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
                                    benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op
                                    voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen
                                    worden samengevat op één briefje.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes
                                    gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid
                                    verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen
                                    niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze
                                    te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in
                                    artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben
                                    uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben
                                    ingeleverd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist
                                    de raad op voorstel van de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De griffier draagt zorg dat de stembriefjes worden
                                    vernietigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Herstemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                                    heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte
                                    meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen
                                    twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op
                                    zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste
                                    stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een
                                    tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde
                                    stemming zal plaatshebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen
                                    staken, beslist terstond het lot.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Beslissing door het lot</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen
                                    wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op
                                    afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                    gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                    gedeponeerd en omgeschud.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                    stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                    gekozen.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Rechten van leden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Amendementen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen
                                amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om
                                een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen,
                                waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Er kan
                                alleen beraadslaagd worden over amendementen die ingediend zijn door
                                leden van de raad die de presentielijst getekend hebben en in de
                                vergadering aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                                amendement dat door een lid is ingediend, een subamendement voor te
                                stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elk amendement of subamendement en elk voorstel moet om in
                                behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter
                                worden ingediend, tenzij de voorzitter met het oog op het eenvoudige
                                karakter van het voorgestelde oordeelt, dat met een mondelinge
                                indiening kan worden volstaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De indiener of indieners kunnen het amendement of subamendement
                                intrekken totdat met de stemming een aanvang is gemaakt dan wel,
                                indien geen stemming wordt verlangd, de besluitvorming door de raad
                                heeft plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een amendement is ontoelaatbaar indien het een strekking heeft
                                tegengesteld aan die van het geagendeerde voorstel of indien er
                                tussen de inhoud van het amendement en die van het voorstel geen
                                rechtstreeks verband bestaat. Een amendement wordt geacht
                                toelaatbaar te zijn zolang de raad het niet ontoelaatbaar heeft
                                verklaard. Een daartoe strekkend voorstel kan, zo nodig met
                                onderbreking van de orde, worden gedaan door de voorzitter of een
                                lid van de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen over
                                een onderwerp of voorstel op de agenda.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden
                                schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De behandeling van een motie vindt tegelijk plaats met de
                                beraadslaging over het onderwerp of voorstel, waarop zij betrekking
                                heeft.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Moties van afkeuring, wantrouwen, treurnis of soortgelijke strekking
                                kunnen op elk moment van de vergadering worden ingediend. Op
                                voorstel van de voorzitter bepaalt de raad wanneer zij worden
                                behandeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een motie kan door de indiener of indieners worden ingetrokken
                                totdat met de stemming een aanvang is gemaakt dan wel, indien geen
                                stemming wordt verlangd, de besluitvorming door de raad heeft
                                plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering
                                mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Initiatiefvoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een initiatiefvoorstel wordt om in behandeling genomen te kunnen
                                worden schriftelijk en ondertekend bij de voorzitter ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het presidium plaatst het initiatiefvoorstel op de voorlopige agenda
                                van de eerstvolgende vergadering van de raad en doet daarbij een
                                voorstel over de wijze van behandeling. Het voorstel wordt direct na
                                de vaststelling van de agenda in stemming gebracht. Indien de
                                schriftelijke oproep voor de eerstvolgende vergadering reeds is
                                verzonden, wordt het voorstel over de wijze van behandeling op de
                                agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter draagt zorg dat het initiatiefvoorstel direct na
                                indiening ter kennis wordt gebracht van het college. Aan het college
                                wordt een redelijke termijn toegestaan om op het voorstel te
                                reageren. Het college maakt zijn reactie schriftelijk aan de raad
                                kenbaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op een voorstel
                                voor een besluit tot het opzeggen van vertrouwen in een wethouder en
                                het geven van ontslag, zoals bedoeld in artikel 49 van de
                                Gemeentewet. De raad kan besluiten zodanig voorstel terstond aan de
                                agenda toe te voegen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van
                                een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Collegevoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de
                                agenda van de vergadering van de raad, kan niet worden ingetrokken
                                zonder toestemming van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het
                                eerste lid voor een nader voorstel terug aan het college moet worden
                                gezonden, bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw
                                geagendeerd wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Debat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verzoek tot het houden van een debat over een niet op de
                                voorlopige agenda opgenomen onderwerp wordt, behoudens in naar het
                                oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, vóór 12.00 uur op
                                de maandag voorafgaand aan de vergadering van de raad schriftelijk
                                bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke
                                omschrijving van het onderwerp waarover een debat wordt
                                verlangd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college wordt uitgenodigd aan het debat deel te nemen. Artikel
                                40, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien
                                verstande dat het debat plaatsvindt nadat alle op de agenda
                                opgenomen onderwerpen zijn behandeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in
                                naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, vóór 12.00
                                uur op de maandag voorafgaand aan de vergadering van de raad
                                schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een
                                duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen
                                worden verlangd alsmede de te stellen vragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk
                                ter kennis van de overige leden van de raad en het college. Bij de
                                vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na
                                indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De
                                raad bepaalt welke plaats de interpellatie op de agenda krijgt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige
                                leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan
                                eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Schriftelijke vragen worden ingediend op het daarvoor door het
                                presidium vastgestelde formulier en wordenkort en
                                duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een korte toelichting
                                worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven of schriftelijke of
                                mondelinge beantwoording wordt verlangd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vragen worden door tussenkomst van de griffier bij de voorzitter
                                ingediend. Deze draagt zorg dat de vragen zo spoedig mogelijk ter
                                kennis worden gebracht van de raad en het college dan wel, als de
                                vragen aan hem zijn gericht, de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats door
                                middel van het daarvoor door het presidium vastgestelde formulier,
                                in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn
                                binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de
                                eerstvolgende vergadering van de raad. Indien beantwoording niet
                                binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het college of de
                                burgemeester de raad hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de
                                termijn aangegeven wordt waarbinnen beantwoording zal
                                plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De antwoorden van het college of de burgemeester en berichten als
                                bedoeld in de laatste volzin van het derde lid worden door
                                tussenkomst van de griffier aan de raad toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording, in de
                                eerstvolgende vergadering van de raad en bij mondelinge
                                beantwoording in dezelfde vergadering, na de behandeling van de op
                                de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent
                                de door het college of de burgemeester gegeven antwoorden, tenzij de
                                raad anders beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Vragenronde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Direct na opening van de vergadering is er een vragenronde, waarin
                                de raadsleden actuele politiek relevante vragen kunnen stellen aan
                                het college, leden van het college of de burgemeester. In bijzondere
                                gevallen kan het presidium voorstellen de vragenronde op een ander
                                moment in de vergadering te houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aan raadsleden die een
                                vraag willen stellen, het woord wordt verleend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vragen zijn kort en duidelijk. Het raadslid vermeldt de bronnen,
                                de feiten en de omstandigheden die aanleiding zijn tot de
                                vragen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Per fractie mag één raadslid ten hoogste één vraag stellen, die kan
                                bestaan uit ten hoogste twee deelvragen. Indien uit een fractie door
                                geen van de leden een vraag wordt gesteld, kan de voorzitter een lid
                                uit een andere fractie toestaan een extra vraag te stellen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vragen worden kort beantwoord. Na de beantwoording krijgt de
                                vragensteller desgewenst het woord om één aanvullende vraag te
                                stellen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Vervolgens kan de voorzitter aan leden uit andere fracties dan die
                                van de vragensteller het woord verlenen om hetzij aan de
                                vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester één vraag
                                te stellen over hetzelfde onderwerp. Per fractie wordt ten hoogste
                                aan één lid het woord verleend.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Tijdens de vragenronde kunnen geen moties worden ingediend en worden
                                geen interrupties toegelaten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Begroting en rekening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Procedure voorjaars- en kadernota en programmabegroting</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet vinden de voorbereiding, het
                            onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de voorjaars- en/of
                            kadernota en de programmabegroting plaats volgens een procedure die de
                            raad, op voorstel van het presidium, vaststelt. De raad kan hiertoe
                            afwijken van de hoofdstukken 3 en 4 van dit reglement.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Procedure jaarrekening</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet vinden de voorbereiding, het
                            onderzoek, de behandeling en vaststelling van de jaarrekening en het
                            jaarverslag, alsmede de vaststelling van een eventueel
                            indemniteitsbesluit plaats volgens een procedure die de raad, op
                            voorstel van het presidium, vaststelt. De raad kan hiertoe afwijken van
                            de hoofdstukken 3 en 4 van dit reglement.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Lidmaatschap van andere organisaties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Verslag en verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de
                                gemeentesecretaris, die door de raad is aangewezen tot lid van het
                                algemeen bestuur van een openbaar lichaam, een gemeenschappelijk
                                orgaan ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen
                                of een orgaan van een andere organisatie of institutie, kan in de
                                Politieke Avond verslag doen over zaken die in het betrokken orgaan
                                aan de orde zijn of zijn geweest.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde persoon heeft daarnaast het recht om
                                in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken
                                òf voor het sluiten van de vergadering van de raad verslag te doen
                                over zaken die in het algemeen bestuur of gemeenschappelijk orgaan
                                of een orgaan van een andere organisatie of institutie aan de orde
                                zijnof zijn geweest<cursief>.</cursief> Door de raad
                                gewenste bespreking van dit verslag kan op voorstel van de
                                voorzitter worden verwezen naar de Politieke Avond.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid, schriftelijke vragen stellen over het door hem als zodanig
                                gevoerde bestuur. Artikel 41 is van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid ter verantwoording wenst te roepen, besluit de raad over het
                                toestaan daarvan. Artikel 40 is van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Besloten vergadering van de raad</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering van de raad zijn de bepalingen van dit
                            reglement van toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten
                                vergadering ter vaststelling aangeboden. Na vaststelling wordt de
                                lijst door de voorzitter en de griffier ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de vaststelling van de besluitenlijst kan de besluiten
                                overeenkomstig artikel 23, vijfde lid, van de Gemeentewet besluiten
                                dat openbaarmaking van de besluitenlijst geheel of te dele
                                achterwege blijft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voorafgaande aan het sluiten van een besloten vergadering beslist de
                                raad overeenkomstig artikel 25, eerste lid van de Gemeentewet of
                                omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding
                                zal gelden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover daarop geheimhouding rust wordt de besluitenlijst niet
                                rondgedeeld. De geheime besluitenlijst en het audioverslag blijven
                                bij de griffier in bewaring. Uitsluitend de voorzitter, de in de
                                vergadering aanwezige leden van de raad en het college en de
                                griffier kunnen van de lijst en het verslag kennisnemen. De overige
                                leden van de raad en het college kunnen onder gelijke verplichting
                                tot geheimhouding van de lijst en het verslag kennisnemen, tenzij
                                het openbaar belang zich naar het oordeel van de raad daartegen
                                verzet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55,
                            tweede en derde lid of artikel 86, tweede en derde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen, nodigt hij het
                            orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd, uit daarover in een besloten
                            vergadering met hem te overleggen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Ordebepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op
                                de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd toehoorders die de orde van de vergadering
                                verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die bij herhaling de orde
                                verstoren, kan hij voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de
                                vergadering ontzeggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare vergadering van de
                            raad geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan
                            mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.
                            Deze aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers
                            aantasten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr><titel>Gebruik mobiele telefoons en andere apparatuur</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik van mobiele telefoons en andere apparatuur
                            uitsluitend toegestaan voor zover daardoor naar het oordeel van de
                            voorzitter de orde van de vergadering niet wordt verstoord. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Bijzondere instrumenten voor informatievergaring</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr><titel>Informatieve raadsbijeenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van de raad kunnen bijeen worden geroepen voor een
                                informatieve raadsbijeenkomst. De bijeenkomst heeft tot doel om,
                                eventueel op verzoek van het college, de leden van de raad te
                                informeren over een door de raad of het presidium aangewezen
                                onderwerp.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Behalve over de vaststelling van de agenda, de orde van de
                                bijeenkomst, het sluiten van de deuren en het opleggen van
                                geheimhouding worden in deze bijeenkomst geen besluiten genomen. In
                                de bijeenkomst wordt geen verantwoording gevraagd respectievelijk
                                afgelegd voor gevoerd bestuur door het college, leden van het
                                college of de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Besluiten als bedoeld in de eerste volzin van het vorige lid worden
                                genomen bij meerderheid van stemmen van de aanwezige leden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden van de raad kunnen zich in de bijeenkomst laten vervangen
                                door een lid van de Politieke Avond, dat geen raadslid is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de bijeenkomst zijn de hoofdstukken 1 en 3, met uitzondering van
                                artikel 13, eerste lid, alsmede de hoofdstukken 7 en 8 van
                                overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de
                                bijeenkomst geen quorum is vereist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54</nr><titel>Hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan op voorstel van het presidium, de Politieke Avond, de
                                voorzitter of een of meer leden besluiten in een vergadering van de
                                raad een hoorzitting te houden. De raad stelt het onderwerp vast
                                waarover de hoorzitting wordt gehouden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad kan het houden van de hoorzitting opdragen aan een
                                commissie, die daartoe op grond van artikel 84 van de Gemeentewet
                                wordt ingesteld. Deze vergadert in het openbaar, behoudens voor
                                zover gewichtige redenen noodzaken tot het sluiten van de
                                deuren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tenzij toepassing is gegeven aan het tweede lid, draagt het
                                presidium zorg voor de voorbereiding van de hoorzitting.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De griffier draagt zorg voor een verslag. Dit wordt vastgesteld door
                                de raad of, als toepassing is gegeven aan het tweede lid, de
                                commissie. Behoudens voor zover geheimhouding is opgelegd, wordt het
                                verslag zo spoedig mogelijk na vaststelling op de gemeentelijke
                                website geplaatst.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>10</nr><titel>De Politieke Avond</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>55</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de Politieke Avond: de raadscommissie de Politieke Avond,
                                        ingesteld krachtens artikel 82 van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>clusters: de cluster Ruimte en de cluster Bestuur;</al></li><li nr="c."><al>clustervoorzitter: de voorzitter van een cluster van de
                                        Politieke Avond;</al></li><li nr="d."><al>clustergriffier: de griffier van een cluster van de
                                        Politieke Avond</al></li><li nr="e."><al>deelnemers: degenen die door een fractie zijn aangewezen om
                                        deel te nemen aan een vergadering van de Politieke
                                        Avond.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Instelling, taken en samenstelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>56</nr><titel>Instelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een raadscommissie geheten ‘de Politieke Avond’.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Politieke Avond vergadert en beslist in de cluster Ruimte en
                                    de cluster Bestuur. De cluster Ruimte behandelt onderwerpen op
                                    het gebied van ruimtelijke ontwikkeling en milieu, beheer,
                                    economie en verkeer en vervoer. De cluster Bestuur behandelt
                                    onderwerpen op het gebied van bestuur, financiën en welzijn.
                                    Indien een onderwerp beide clusters aangaat, beslist het
                                    presidium welk cluster het behandelt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het presidium kan in afwijking van het vorige lid beslissen dat
                                    een onderwerp in een gezamenlijke vergadering van de clusters
                                    wordt behandeld. Het presidium wijst de clustervoorzitter aan
                                    die de vergadering zal voorzitten. De griffier wijst de
                                    clustergriffier aan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>57</nr><titel>Taken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Politieke Avond heeft de volgende taken:</al><lijst><li nr="a."><al>voorbereiden van besluitvorming van de raad over
                                            voorstellen of onderwerpen, die krachtens artikel 56,
                                            tweede lid, tot het werkterrein van de cluster behoren,
                                            het verzamelen van alle informatie die de raad nodig
                                            heeft voor een gewogen oordeelsvorming daaronder
                                            begrepen;</al></li><li nr="b."><al>uitbrengen van advies aan de raad, gevraagd of
                                            ongevraagd; en</al></li><li nr="c."><al>voeren van overleg met het college of de burgemeester
                                            over onderwerpen die de Politieke Avond aangaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten behoeve van de uitoefening van hun taak hebben de leden
                                    toegang tot alle beschikbare informatie over de geagendeerde
                                    voorstellen en onderwerpen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>58</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Lid van de Politieke Avond zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>de leden van de raad en</al></li><li nr="b."><al>andere personen die op voordracht van een fractie door
                                            de raad zijn benoemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een fractie kan ten hoogste zes andere personen voordragen als
                                    bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan de behandeling van en besluitvorming over een geagendeerd
                                    onderwerp of voorstel nemen per fractie ten hoogste twee leden
                                    deel, die daartoe door de fractie zijn aangewezen. Tenminste één
                                    van de deelnemers is raadslid. Wanneer een fractie uit één lid
                                    bestaat kan zij volstaan met aanwijzing van personen als bedoeld
                                    in het eerste lid onder b. .</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>59</nr><titel>Leden, niet zijnde raadslid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor benoeming als bedoeld in artikel 58, eerste lid onder b, is
                                    vereist dat betrokkene voldoet aan de vereisten van artikel 10,
                                    11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet. Voor benoeming is verder
                                    vereist dat betrokkene bereid is de eed of de verklaring en
                                    belofte af te leggen als bedoeld in het vierde lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De benoeming eindigt aan het einde van de zittingsperiode van de
                                    raad en voorts door ontslagname.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad trekt de benoeming in wanneer betrokkene niet meer
                                    voldoet aan de voor benoeming geldende voorwaarden. Betrokkene
                                    is verplicht de raad daarover onverwijld te informeren. Voorts
                                    trekt de raad de benoeming in indien de fractie die hem heeft
                                    voorgedragen, heeft verklaard dat betrokkene niet langer haar
                                    vertrouwen geniet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Direct na benoeming legt betrokkene ten overstaan van de
                                    voorzitter de eed of de verklaring en belofte af overeenkomstig
                                    artikel 14 van de Gemeentewet, waarbij “om tot lid van de raad
                                    benoemd te worden” wordt gelezen als “om tot lid van de
                                    Politieke Avond benoemd te worden” en “mijn plichten als lid van
                                    de raad” als “mijn plichten als lid van de Politieke
                                    Avond”.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De gedragscode voor de politieke ambtsdragers van de gemeente is
                                    van overeenkomstige toepassing op leden van de Politieke Avond,
                                    niet zijnde raadslid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>60</nr><titel>Clustervoorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad benoemt uit zijn midden de clustervoorzitters en hun
                                    plaatsvervangers. De raad kan een clustervoorzitter of
                                    plaatsvervanger ontslag verlenen. De benoeming eindigt in elk
                                    geval bij het einde van de zittingstermijn van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De clustervoorzitters onthouden zich van deelname aan de
                                    inhoudelijke behandeling van de op de agenda vermelde
                                    onderwerpen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De clustervoorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde tijdens de vergadering</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van dit reglement</al></li><li nr="d."><al>hetgeen het reglement verder aan hem opdraagt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De clustervoorzitter verleent het woord volgens een door hem te
                                    bepalen volgorde, doch met inachtneming van het hieromtrent
                                    bepaalde in dit hoofdstuk.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>61</nr><titel>Clustergriffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier wijst voor elk cluster een clustergriffier aan. Deze
                                    is aanwezig in de vergaderingen van de cluster. Hij kan, indien
                                    daartoe door de clustervoorzitter uitgenodigd, deelnemen aan de
                                    beraadslagingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij verhindering of afwezigheid van de clustergriffier draagt de
                                    griffier zorg voor vervanging.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>62</nr><titel>Aanwezigheid burgemeester en wethouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Behoudens gewichtige redenen zijn de burgemeester en de
                                    wethouders in de vergadering aanwezig bij de behandeling van
                                    onderwerpen, waarvoor zij portefeuilleverantwoordelijkheid
                                    dragen. Zij kunnen zich bij de beraadslagingen laten bijstaan
                                    door een ambtelijk medewerker.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het presidium kan de burgemeester of een wethouder uitnodigen om
                                    in de vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen
                                    deel te nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>63</nr><titel>Aanwezigheid deskundigen</titel></kop><al>Het presidium kan deskundigen uitnodigen om in de vergadering
                                aanwezig te zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>64</nr><titel>Aanwezigheid gemeentesecretaris en andere ambtenaren</titel></kop><al>Het presidium kan het college verzoeken de gemeentesecretaris en
                                ambtelijke medewerkers in de vergadering aanwezig te laten zijn en
                                deel te laten nemen aan de beraadslagingen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Openbare vergaderingen – tijdstip van vergaderen en
                                voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>65</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tenzij het presidium anders besluit, vinden de vergaderingen
                                    plaats op woensdag en donderdag, twee weken voorafgaand aan de
                                    raadsvergadering. Zij vangen aan om 19.30 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergaderlocatie kan per vergadering verschillen en wordt
                                    bepaald door het presidium.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>66</nr><titel>Oproep en stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het presidium stelt de voorlopige agenda voor de Politieke Avond
                                    op.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De clustervoorzitter roept de leden tenminste twaalf dagen voor
                                    een vergadering schriftelijk voor de vergadering op onder
                                    vermelding van dag, tijdstip en vergaderlocatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende
                                    ontwerp-raadsvoorstellen, ontwerp-raadsbesluiten en, indien dit
                                    in voorkomende gevallen nodig is voor de leesbaarheid van
                                    voorstellen, beleidsnota’s en/of beleidsnotities, met
                                    uitzondering van stukken waarvoor geheimhouding is opgelegd,
                                    worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep
                                    verzonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Alle relevante stukken en de bij de voorstellen behorende
                                    achterliggende stukken, liggen vanaf het moment dat de oproep
                                    wordt verzonden in de leeskamer van de raad ter inzage. Stukken
                                    waarvoor geheimhouding is opgelegd, blijven onder berusting van
                                    de clustergriffier. De clustergriffier verleent de leden
                                    desgevraagd inzage.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De openbare kennisgeving van de vergadering geschiedt
                                    overeenkomstig artikel 13 van dit reglement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>67</nr><titel>De agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de clustervoorzitter na het
                                    verzenden van de schriftelijke oproep een aanvullende agenda
                                    opstellen. Deze wordt uiterlijk om 18.00 uur op de dag
                                    voorafgaand aan de dag van de vergadering met de daarbij
                                    behorende stukken aan de leden van de raad verzonden en openbaar
                                    gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de Politieke Avond de
                                    agenda vast. Op voorstel van de clustervoorzitter of een
                                    deelnemer kan de Politieke Avond onderwerpen aan de agenda
                                    toevoegen of van de agenda afvoeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer de Politieke Avond een onderwerp onvoldoende voor de
                                    behandeling voorbereid acht, kan zij aan het college of, indien
                                    het onderwerp hem betreft, de burgemeester nadere inlichtingen
                                    vragen. Het presidium bepaalt in welke vergadering het onderwerp
                                    opnieuw geagendeerd wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op voorstel van een deelnemer of van de clustervoorzitter kan de
                                    Politieke Avond de volgorde van behandeling van de agendapunten
                                    wijzigen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Openbare vergaderingen – orde van de vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>68</nr><titel>Opening vergadering - quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De clustervoorzitter opent de vergadering op het vastgestelde
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de behandeling van een onderwerp of voorstel op de agenda
                                    is, onverminderd artikel 58, derde lid, vereist dat uit meer dan
                                    de helft van de fracties tenminste één deelnemer aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer tien minuten na het uur dat is vastgesteld voor de
                                    behandeling van een onderwerp, het vereiste aantal deelnemers
                                    niet aanwezig is, kan de clustervoorzitter afzien van
                                    behandeling van het onderwerp. Met verwijzing naar dit artikel
                                    kan hij dag en uur van de volgende vergadering bepalen waarin
                                    het onderwerp zal worden behandeld, op een tijdstip dat
                                    tenminste 24 uur na het bezorgen van de schriftelijke oproep is
                                    gelegen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op vergaderingen, bedoeld in de tweede volzin van het derde lid,
                                    is het tweede lid niet van toepassing. De Politieke Avond kan
                                    echter over andere aangelegenheden alleen beraadslagen of
                                    besluiten, indien wordt voldaan aan het tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>69</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Inwoners, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties,
                                    instellingen of bedrijven en andere betrokkenen kunnen in de
                                    vergadering het spreekrecht uitoefenen over een niet geagendeerd
                                    onderwerp of een geagendeerd onderwerp, waarvoor niet is
                                    voorzien in een informatieronde. Degene die hiervan gebruik wil
                                    maken, doet hiervan uiterlijk om 12.00 uur op de dag
                                    voorafgaande aan de dag van de vergadering opgave aan de
                                    clustergriffier. Hij geeft daarbij zijn naam, adres, e-mailadres
                                    en telefoonnummer op en, indien van toepassing, namens wie hij
                                    optreedt en voorts het onderwerp waarover hij het woord wil
                                    voeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het spreekrecht over een niet-geagendeerd onderwerp wordt
                                    uitgeoefend direct na opening van de vergadering. Tenzij de
                                    clustervoorzitter anders bepaalt, wordt het spreekrecht met
                                    betrekking tot een geagendeerd onderwerp uitgeoefend direct
                                    voorafgaande aan de beraadslaging over het onderwerp.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De clustervoorzitter geeft insprekers het woord in volgorde van
                                    aanmelding. Hij kan van de volgorde afwijken indien dit in het
                                    belang is van de orde van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De inspreker voert het woord nadat de clustervoorzitter hem dit
                                    heeft verleend. De spreektijd bedraagt per onderwerp maximaal 30
                                    minuten voor alle insprekers tezamen en maximaal drie minuten
                                    per inspreker. Indien er meer insprekers zijn wordt de maximale
                                    spreektijd voor alle insprekers naar evenredigheid verdeeld. De
                                    clustervoorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de
                                    maximale lengte van de spreektijd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De clustervoorzitter kan de deelnemers toestaan aan insprekers
                                    een korte, verhelderende vraag te stellen. Tussen de deelnemers
                                    en de insprekers vindt geen discussie plaats.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De clustervoorzitter of een deelnemer doet een voorstel voor de
                                    behandeling van de inbreng van de insprekers.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>70</nr><titel>Informatieronde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het presidium kan besluiten dat voorafgaande aan de
                                    beraadslaging over een onderwerp of voorstel een informatieronde
                                    wordt gehouden, waarin de deelnemers van de Politieke Avond
                                    informatie en gedachten uitwisselen met inwoners,
                                    maatschappelijke organisaties, instellingen of bedrijven of
                                    andere betrokkenen, die daarvoor door de clustervoorzitter zijn
                                    uitgenodigd. Het college of, indien het onderwerp hem betreft,
                                    de burgemeester kan worden uitgenodigd aan de informatieronde
                                    deel te nemen. De informatieronde wordt op de voorlopige agenda
                                    vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De informatieronde kan ook worden opengesteld voor anderen, die
                                    aan nader te bepalen voorwaarden voldoen. Belangstellenden doen
                                    daarvan tenminste 24 uur voor aanvang van de vergadering opgave
                                    bij de clustergriffier. Zij geven daarbij hun naam, adres,
                                    e-mailadres en telefoonnummer op en, indien van toepassing,
                                    namens wie zij aan de informatieronde deelnemen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het presidium kan besluiten dat in afwijking van het eerste lid
                                    wordt volstaan met het horen van de genodigden en, in voorkomend
                                    geval, de belangstellenden bedoeld in het tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De clustervoorzitter kan de voor de informatieronde beschikbare
                                    tijd beperken. Hij kan ook de spreektijd van de sprekers
                                    beperken. Voorts kan hij alle overige beslissingen nemen die
                                    naar zijn oordeel nodig zijn voor het goede verloop van de
                                    informatieronde of de orde van de vergadering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>71</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beraadslaging over een onderwerp vindt plaats in twee
                                    termijnen. In eerste termijn kunnen de deelnemers aan de
                                    indiener van het onderwerp of voorstel ten hoogste twee vragen
                                    stellen. Deze krijgt aansluitend gelegenheid de vragen te
                                    beantwoorden. In tweede termijn kunnen de deelnemers onderling
                                    en met de indiener van gedachten wisselen over het onderwerp of
                                    voorstel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een informatieronde heeft plaatsgevonden, zoals bedoeld
                                    in artikel 70, eerste lid, kan de clustervoorzitter voorstellen
                                    deze te beschouwen als de eerste termijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De clustervoorzitter kan voorstellen van de tweede termijn af te
                                    zien indien hem genoegzaam duidelijk is dat de deelnemers
                                    daaraan geen behoefte hebben.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Politieke Avond kan op voorstel van de clustervoorzitter of
                                    een deelnemer beslissen dat over één of meer onderdelen van een
                                    onderwerp of voorstel afzonderlijk wordt beraadslaagd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>72</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door derden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 64 kan de Politieke Avond toestaan dat de
                                    gemeentesecretaris, daartoe uitgenodigde ambtenaren en
                                    deskundigen deelnemen aan de beraadslaging over een
                                    onderwerp.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de
                                    clustervoorzitter of een deelnemer genomen alvorens met de
                                    beraadslaging over het onderwerp of voorstel een aanvang wordt
                                    genomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De clustervoorzitter kan op elk gewenst moment tijdens de
                                    beraadslaging aan betrokkenen het woord verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>73</nr><titel>Besluitvorming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de clustervoorzitter vaststelt, dat een onderwerp of
                                    voorstel voldoende is toegelicht en besproken, sluit hij de
                                    beraadslaging, tenzij de Politieke Avond anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de Politieke Avond
                                    of een advies aan de raad wordt uitgebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Politieke Avond beslist bij meerderheid van stemmen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de Politieke Avond een advies aan de raad uitbrengt,
                                    beslist zij op voorstel van de clustervoorzitter over de inhoud
                                    van het advies.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het advies vermeldt ook het standpunt van een minderheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>74</nr><titel>Verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De clustergriffier stelt een beknopt verslag op van de
                                    vergadering. Het verslag vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum van de vergadering en het begin- en
                                            eindtijdstip,</al></li><li nr="b."><al>de namen van de deelnemers onder vermelding van de
                                            onderwerpen aan de behandeling waarvan zij hebben
                                            deelgenomen en, indien zij de vergadering hebben
                                            verlaten alvorens de behandeling van de betreffende
                                            onderwerpen is beëindigd, op welk moment zij de
                                            vergadering hebben verlaten,</al></li><li nr="c."><al>de namen van de andere personen die aan de beraadslaging
                                            over een onderwerp hebben deelgenomen</al></li><li nr="d."><al>een vermelding van de onderwerpen die aan de orde zijn
                                            geweest,</al></li><li nr="e."><al>toezeggingen van de burgemeester en de wethouders,</al></li><li nr="f."><al>de besluiten, adviezen met betrekking tot geagendeerde
                                            onderwerpen daaronder begrepen</al></li><li nr="g."><al>de uitslag van gehouden stemmingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De clustergriffier draagt voorts zorg voor een audioverslag. Dit
                                    verslag wordt zo spoedig mogelijk op de gemeentelijke website
                                    geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het ontwerp-verslag wordt zo spoedig mogelijk na de
                                    vergaderingen in ieder geval binnen een week aan de
                                    leden van de Politieke Avond toegezonden alsmede aan raad, het
                                    college en de burgemeester. Het wordt voorts op de gemeentelijke
                                    website gepubliceerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld,
                                    waarna het door de clustervoorzitter en de clustergriffier wordt
                                    ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>75</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><al>De artikelen 50, 51 en 52 zijn van overeenkomstige toepassing.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Besloten vergaderingen - geheimhouding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>76</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op besloten vergaderingen zijn de bepalingen van de voorgaande
                                paragrafen van dit hoofdstuk van overeenkomstige toepassing voor
                                zover deze niet strijdig zijn met het besloten karakter van de
                                vergadering. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>77</nr><titel>Verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten
                                    vergadering ter vaststelling aangeboden. Na vaststelling wordt
                                    het door de clustervoorzitter en de clustergriffier
                                    ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Politieke Avond kan om gewichtige redenen besluiten dat van
                                    de besloten vergadering geen audioverslag wordt gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de vaststelling van het verslag besluit de Politieke Avond
                                    over openbaarmaking van het verslag en het audioverslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>78</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voorafgaande aan het sluiten van de besloten vergadering beslist
                                    de Politieke Avond overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de
                                    Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het
                                    verhandelde geheimhouding zal gelden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zolang daarop geheimhouding rust, wordt het verslag niet
                                    rondgedeeld. Het verslag en het audioverslag blijven in dat
                                    geval bij de griffier in bewaring. Uitsluitend de
                                    clustervoorzitter, de deelnemers, de in de besloten vergadering
                                    aanwezige leden van het college en de clustergriffier kunnen van
                                    de verslagen kennisnemen. De leden van de raad en het college
                                    die niet aan de vergadering hebben deelgenomen, kunnen onder
                                    gelijke verplichting tot geheimhouding van de verslagen
                                    kennisnemen, tenzij het openbaar belang zich naar het oordeel
                                    van de Politieke Avond hiertegen verzet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>79</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                                Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt
                                daarover in een besloten vergadering overleg gevoerd met de leden
                                van de Politieke Avond, die aan de besloten vergadering hebben
                                deelgenomen. </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>11</nr><titel>De Politieke Markt</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>80</nr><titel>Bevoegdheid, doel en openbaarheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan besluiten over een aangewezen onderwerp een Politieke
                                Markt te beleggen. De raad kan het beleggen van Politieke Markten en
                                het aanwijzen van de onderwerpen aan het presidium opdragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het presidium draagt zorg voor de organisatie van de Politieke
                                Markt. Het kiest voor een werkvorm die is toegesneden op het
                                onderwerp en de beoogde deelnemers. De griffier ondersteunt het
                                presidium.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Politieke Markt heeft tot doel de raadsleden en de leden van de
                                Politieke Avond die geen raadslid zijn, in de gelegenheid te stellen
                                informatie over het onderwerp te verkrijgen en het onderwerp in
                                gesprek met andere aanwezigen te verkennen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Politieke Markt is openbaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>81</nr><titel>Deelname - voorbereiding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een Politieke Markt kunnen alle raadsleden en leden van de
                                Politieke Avond die geen raadslid zijn, deelnemen, alsmede de
                                burgemeester en de wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het presidium kan het college verzoeken de gemeentesecretaris en
                                ambtelijke medewerkers aan de Politieke Markt te laten
                                deelnemen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het presidium kan de Politiek Markt openstellen voor een ieder of
                                uitsluitend voor genodigde burgers, bedrijven, organisaties of
                                instellingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op verzoek van het presidium brengt het college voor de Politieke
                                Markt een notitie in, waarin het onderwerp open en politiek-neutraal
                                wordt ingeleid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>82</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de cluster van de Politieke Avond, die het
                                onderwerp het meest aangaat, zit de Politieke Markt voor. Het
                                presidium kan een andere voorzitter aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter leidt het gesprek en bewaakt de naleving van dit
                                reglement.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter draagt zorg dat:</al><al> -informatie en gedachten worden uitgewisseld;</al><al> -er geen politieke standpunten worden uitgedragen, politieke
                                vragen worden gesteld of wordt gediscussieerd tussen de raadsleden,
                                de leden van de Politieke Avond die geen raadslid zijn, de
                                burgemeester en de wethouders en de andere aanwezigen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter wordt ondersteund door de griffier of zijn
                                plaatsvervanger.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>83</nr><titel>Verslaglegging</titel></kop><al>De griffier draagt zorg dat van de Politieke Markt een audioverslag
                            wordt gemaakt. Het verslag wordt zo spoedig mogelijk op de gemeentelijke
                            website geplaatst. Het presidium kan besluiten dat de griffier tevens
                            een beknopt verslag maakt. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>12</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>84</nr><titel>Overgangsregeling</titel></kop><al>Onverminderd artikel 59 worden de in artikel 58, eerste lid onder b,
                            bedoelde leden van de Politieke Avond, die ten tijde van de
                            inwerkingtreding van dit reglement in functie zijn, geacht door de raad
                            te zijn benoemd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>85</nr><titel>Uitleg reglement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel
                                omtrent de toepassing van het reglement in een raadsvergadering,
                                beslist de raad op voorstel van de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel
                                omtrent de toepassing van het reglement in een Politieke Avond,
                                beslist de Politieke Avond op voorstel van de
                                clustervoorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>86</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2014.</al></li><li nr="2."><al>Het Reglement van orde voor de raad, vastgesteld op 25 juni 2009
                                    en in werking getreden 1 juli 2009, wordt ingetrokken.</al></li><li nr="3."><al>Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van Orde voor de
                                    raad van Lingewaard 2014.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente
                        Lingewaard d.d. 12 december 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage</titel></kop><tussenkop>Toelichting op het RvO Lingewaard 2013</tussenkop><tussenkop>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>Lid c: onder 'aanhangig' wordt verstaan aan de orde/in behandeling zijnd.</al><al>Leden b en f: de omschrijving van de termen amendement en initiatiefvoorstel
                    luiden hetzelfde als in de artikelen 147a en 147b van de Gemeentewet.</al><tussenkop>Artikel 2 De voorzitter - waarneming van de burgemeester</tussenkop><al>De burgemeester is op grond van de Gemeentewet voorzitter van de raad. Hij is
                    ook gerechtigd deel te nemen aan de beraadslagingen. Als voorzitter zorgt hij
                    onder andere voor de handhaving van de orde in de</al><al>vergadering.</al><al>Het is in onze gemeente reeds geruime tijd praktijk dat de raad zelf een
                    waarnemend voorzitter van de raad aanwijst. Als de raad dat niet doet, treedt op
                    grond van de Gemeentewet het langstzittende raadslid als waarnemer op.</al><al>De waarnemend voorzitters van de raad worden in het RvO tevens aangewezen als
                    waarnemend burgemeester voor het (zeldzame) geval dat geen wethouders in staat
                    is als loco op te treden. Bij gebreke van een specifiek raadsbesluit berust die
                    verantwoordelijkheid bij het langstzittende lid van de raad. Het ligt meer voor
                    de hand deze verantwoordelijkheid op te dragen aan degenen die de burgemeester
                    ook al als raadsvoorzitter vervangen.</al><tussenkop>Artikel 3 De griffier</tussenkop><al>De raad moet een griffier benoemen (artikel 100 van de Gemeentewet). Deze is
                    verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad. De Ambtsinstructie voor de
                    griffier bevat een nadere regeling van zijn taken en bevoegdheden. De
                    organisatie van de griffie en de rechtspositie van de griffier en de andere
                    medewerkers van de griffie zijn in afzonderlijke regelingen vastgelegd.</al><tussenkop>Artikel 4 De gemeentesecretaris</tussenkop><al>Sinds de invoering van het dualisme valt de secretaris onder de
                    verantwoordelijkheid van het college. Onder omstandigheden kan van belang zijn
                    dat de secretaris in de vergadering van de raad of een van de organen van de
                    raad aanwezig is, bijvoorbeeld om informatie te verschaffen of bij te dragen aan
                    de gedachtevorming. Artikel 4 maakt het mogelijk dat de raad de secretaris met
                    instemming van het college daartoe uitnodigt. </al><al>Op deze wijze kan de raad onder meer een beroep doen op kennis en informatie,
                    die de secretaris bezit of kan de secretaris bijvoorbeeld deelnemen aan een
                    discussie over het functioneren van de ambtelijke organisatie.</al><tussenkop>Artikel 5 Het presidium</tussenkop><al>Het presidium bestaat uit de fractievoorzitters en de burgemeester als
                    voorzitter alsmede, voor de procedurele en organisatorische taken van het
                    presidium, de voorzitters van de clusters van de Politieke Avond. Wanneer in het
                    presidium moet worden gestemd, hebben de leden elk een gelijke stem. Als de
                    stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag. </al><al>Het presidium vergadert in de openbaarheid. Het kan de deuren sluiten als
                    daarvoor gewichtige redenen bestaan. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer
                    vertrouwelijk beraad nodig is over een politiek gevoelig onderwerp of wanneer
                    persoonlijke aangelegenheden aan de orde zijn. </al><al>Het presidium kan aanbevelingen doen aan de raad inzake de organisatie van de
                    werkzaamheden van de raad, de Politieke Avond en zijn commissies. Te denken valt
                    aan het initiëren van een aanpassing van het RvO, en het richting geven van het
                    proces rondom de Politieke Avond. </al><al>De griffier is bij elke vergadering van het presidium aanwezig, omdat de
                    griffier voor de ondersteuning van</al><al>de raad zorgt. Hij moet weten hoe de agenda eruit komt te zien en welke punten
                    besproken gaan worden.</al><tussenkop>Artikel 6 Aanbieding petitie</tussenkop><al>Deze bepaling regelt hoe het grondwettelijk recht van burgers om bij de raad een
                    petitie in te dienen kan worden uitgeoefend. In overleg kan een petitie in een
                    raadsvergadering worden aangeboden. Uiteraard kunnen petities ook via de post
                    aan de raad worden gestuurd. Voor persoonlijke aanbieding kan ruimte worden
                    gemaakt wanneer de petitie het algemeen belang betreft en een brede
                    ondersteuning genieten. Voor petities die eigen belangen van de indiener of
                    indieners betreffen is aanbieding via de post de aangewezen. weg. </al><al>Aan de raad gerichte petities worden als ingekomen stuk aangemerkt. Uit artikel
                    21, tweede lid, vloeit voort dat het presidium de raad een voorstel doet over de
                    wijze van behandeling. </al><tussenkop>Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders;
                    fracties</tussenkop><tussenkop>Artikel 7 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming
                    wethouders</tussenkop><al>Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de
                    benoemde kennis van zijn</al><al>benoeming (artikel V1 Kieswet). Voor dit benoemingsbesluit is bij ministeriële
                    regeling een model vastgesteld. De benoemde geeft schriftelijk aan of hij de
                    benoeming aanneemt (artikel V2 Kieswet). Tegelijk</al><al>met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt worden aan de raad stukken
                    overgelegd, waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van
                    de raad toegelaten te worden. Dit omvat de volgende</al><al>stukken:</al><lijst><li nr="-"><al>een ondertekende verklaring met de (eventuele) openbare betrekkingen die
                            hij bekleedt;</al></li><li nr="-"><al>een uittrekstel uit de GBA met zijn woonplaats, geboorteplaats en
                            -datum; en (indien niet-Nederlander)</al></li><li nr="-"><al>stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van artikel 10,
                            lid 2 Gemeentewet (artikel V3</al></li></lijst><al>Kieswet).</al><al>Het onderzoek van de geloofsbrieven vindt in een openbare vergadering plaats.
                    Bij het onderzoek zal</al><al>ook de gedragscode (artikel 15, derde lid Gemeentewet) betrokken worden. De
                    commissie welke de geloofsbrieven onderzoek brengt verslag uit aan de raad. </al><al>De commissie wordt ingesteld door de raad. Het onderzoek van het proces verbaal
                    (onderzoek naar het verloop van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag)
                    gebeurt alleen in de eerste samenkomst van de nieuwe raad na de verkiezingen.
                    Het onderzoek van de geloofsbrief strekt zich niet uit tot de geldigheid van de
                    kandidatenlijsten en van de lijstverbindingen.</al><al>Ingevolge artikel V4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn
                    leden. Daarbij is er een</al><al>verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de
                    vervulling van een tussentijdse</al><al>vacature. Na een raadsverkiezing leggen de raadsleden op de eerste vergadering
                    van de raad in nieuwe</al><al>samenstelling de eed of verklaring en belofte af. De voorzitter roept hen
                    hiervoor op. Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of verklaring en
                    belofte aansluitend na de beslissing van de</al><al>raad over de toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden. De tekst van de
                    eed of verklaring en belofte</al><al>die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is
                    in artikel 14 van de</al><al>Gemeentewet vastgelegd.</al><al>Het zesde lid geeft invulling aan een leemte in de Gemeentewet. Uit de Kieswet
                    vloeit het geloofsbrieven</al><al>onderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen gekozen
                    volksvertegenwoordiger is, is</al><al>hierover niets in de Kieswet geregeld. De Gemeentewet geeft wel aan welke
                    formele eisen gesteld worden</al><al>aan een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden. De formele
                    eisen voor het</al><al>wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het
                    raadlidmaatschap (Gemeentewet</al><al>artikel 36a, 36b, 41b en 41c).</al><al>Dit artikel is ook van toepassing als een raadslid tot wethouder wordt benoemd.
                    De incompatibiliteiten en nevenfuncties dienen immers opnieuw beoordeeld te
                    worden. </al><al>Een raadslid dat benoemd wordt tot wethouder mag raadslid blijven totdat de
                    geloofsbrieven van zijn opvolger zijn goedgekeurd (artikel 36b, lid 2 van de
                    Gemeentewet). In het geval de coalitie in de raad een meerderheid heeft van één
                    stem, kan het verstandig zijn eerst als raadslid ontslag te nemen en een nieuw
                    raadslid te benoemen. De beoogde wethouder mag immers niet meestemmen over zijn
                    eigen benoeming.</al><al>Het vooraf ontslag nemen als raadslid is wel een risico. Het kan immers gebeuren
                    dat deze persoon of niet</al><al>tot wethouder wordt benoemd of dat de geloofsbrieven niet worden
                    goedgekeurd.</al><tussenkop>Artikel 8 Fractie</tussenkop><al>Dit artikel regelt wat onder een fractie wordt verstaan, welke naam de fracties
                    dragen en hoe de naam eventueel kan worden gewijzigd. Bij de aanvang van de
                    eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen, worden de leden die op
                    dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd. De fractie gebruikt in
                    de vergadering van de raad de aanduiding van de partij die zij boven de
                    kandidatenlijst had staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de
                    raad en de partijnaam op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. </al><al>Ook is de naamgeving geregeld van fracties die tussentijds ontstaan. De regeling
                    heeft als uitgangspunt dat een fractie - binnen zekere procedurele grenzen -
                    zelf bepaalt onder welke naam zij werkzaam wil zijn.</al><tussenkop>Hoofdstuk 3 Vergaderingen</tussenkop><tussenkop>Paragraaf 1 Tijd van vergaderen; voorbereidingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 9 Vergaderfrequentie</tussenkop><al>Volgens artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak hij daartoe
                    heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten
                    minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van
                    redenen daarom vraagt. Het derde lid brengt tot uitdrukking dat de voorzitter in
                    het bepalen van een andere dag en ander aanvangsuur zoveel mogelijk in overleg
                    doet met het presidium. </al><tussenkop>Artikel 10 Oproep</tussenkop><al>Dit artikel bevat een uitwerking van artikel 19, eerste lid van de Gemeentewet,
                    waarin is bepaald dat de burgemeester de leden van de raad schriftelijk
                    uitnodigt voor de vergadering. Bij de oproep stuurt hij de voorlopige agenda mee
                    en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de stukken waarvoor
                    krachtens artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding
                    geldt.</al><tussenkop>Artikel 11 Agenda</tussenkop><al>Het presidium stelt de voorlopige agenda op. De raad stelt de agenda, al of niet
                    gewijzigd, vast. Bij uitzondering - wanneer sprake is van spoed - kan de
                    voorzitter na het verzenden van de oproep, bedoeld in het vorige artikel, nog
                    een aanvullende agenda versturen. Hij kan dit doen tot uiterlijk om 18.00 uur op
                    de dag voorafgaand aan de dag van een vergadering.</al><al>Het tweede lid heeft tot doel om de raad een actievere rol te geven in de
                    opstelling van de raadsagenda.</al><al>Individuele raadsleden kunnen via hun fractievoorzitter in het presidium
                    onderwerpen voor de agenda</al><al>voordragen. Zij kunnen echter ook bij aanvang van de raadsvergadering een
                    voorstel doen om onderwerpen</al><al>aan de agenda toe te voegen of van de agenda af te voeren. Daarmee kan het
                    individuele raadslid in ieder</al><al>geval op twee momenten invloed uitoefenen op de vaststelling van de agenda.</al><al>Het derde lid vloeit voort uit de verplichting van het college om de raad van
                    voldoende informatie te voorzien.</al><al>Als dat niet het geval is heeft de raad de mogelijkheid het onderwerp naar een
                    Politieke Avond of een commissie te verwijzen of aan het college een nader
                    voorstel te vragen.</al><tussenkop>Artikel 12 Hamerstukken</tussenkop><al>Het presidium kan beslissen om een voorstel als hamerstuk te agenderen als het
                    van mening is dat het voorstel procedureel en inhoudelijk besluitrijp is en aan
                    een inhoudelijke raadsbehandeling geen behoefte bestaat. Het werken met
                    hamerstukken bevordert vanzelfsprekend de voortgang van de raadsvergadering.
                    Uitgangspunt moet niettemin blijven dat een raadslid te allen tijde recht heeft
                    in de raad inhoudelijk over een voorstel te spreken. Aan dat recht kan niet door
                    het presidium worden afgedaan. Wel mag van een raadslid worden gevraagd om
                    tijdig voor de vergadering te kennen te geven dat hij een hamerstuk toch
                    inhoudelijk aan de orde wil stellen. Het college en de andere leden van de raad
                    zijn dan nog in staat de beraadslaging naar behoren voor te bereiden.</al><tussenkop>Artikel 13 Aanwezigheid van wethouders</tussenkop><al>Artikel 13 is een nadere uitwerking van artikel 21, tweede lid van de
                    Gemeentewet. Artikel 13 voorziet in de</al><al>mogelijkheid dat wethouders door de raad worden uitgenodigd om aan de
                    beraadslagingen deel te nemen. </al><tussenkop>Artikel 14 Ter inzage leggen van stukken</tussenkop><al>In dit artikel gaat het, naast de geheime stukken, om de zogenaamde
                    'achterliggende' stukken waarvan vaak</al><al>in de raadsvoorstellen melding wordt gemaakt (ambtelijke adviezen, toelichtende
                    nota's, etc.).</al><al>Omdat raadsleden zich bezighouden met een groot aantal verschillende onderwerpen
                    en voorstellen, is het in de meeste gevallen niet wenselijk dat raadsleden alle
                    onderliggende stukken krijgen toegezonden. Uiteraard dienen de raadsleden en
                    andere geïnteresseerden wel de mogelijkheid te hebben om alle stukken desgewenst
                    in te zien. Hiervoor hebben ze voldoende tijd nodig. Daarom worden alle stukken
                    gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep ter inzage gelegd en
                    op de website van de gemeente (het raadsinformatiesysteem - RIS) geplaatst.</al><al>Het is in strijd met de Archiefwet om een origineel stuk buiten het gemeentehuis
                    te brengen. Dit voorkomst o.a. dat andere raadsleden en geïnteresseerden niet
                    meer de mogelijkheid zouden hebben om zo'n</al><al>document in te zien. Een raadslid of een andere geïnteresseerde mag echter wel
                    een kopie van een ter</al><al>inzage gelegd stuk (mits openbaar) maken.</al><al>De griffier vervult de secretariaatsfunctie ten dienste van de raad. Het ligt
                    dan ook in de rede dat stukken, die</al><al>betrekking hebben op de agenda en die geheim of vertrouwelijk moeten blijven,
                    bij hem ter inzage worden gelegd. Op verzoek van de leden van de raad kan de
                    griffier inzage aan hen verlenen. Van ter inzage gelegde geheime of
                    vertrouwelijke stukken mag geen kopie of afschrift worden gemaakt.</al><tussenkop>Artikel 15 Openbare kennisgeving</tussenkop><al>Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 19,
                    tweede lid van de Gemeentewet.</al><al>Voor wat betreft de wijze van publicatie is aangesloten bij artikel 3:12 van de
                    Algemene wet bestuursrecht.</al><al>Gelet op de steeds groter wordende rol van het internet is tevens de
                    verplichting opgenomen de agenda en</al><al>stukken ook in het RIS te plaatsen.</al><tussenkop>Paragraaf 2 Orde der vergadering</tussenkop><tussenkop>Artikel 16 Presentielijst</tussenkop><al>De verplichting tot het hebben van een presentielijst vloeit voort uit artikel
                    20 van de Gemeentewet.</al><al>In dit artikel van het RvO wordt de procedure vastgelegd. De handtekeningen op
                    de presentielijst zijn</al><al>bedoeld om formeel vast te stellen, dat het vergaderquorum aanwezig is.
                    Daarnaast wordt de lijst gebruikt om de spreekvolgorde te bepalen en voor het
                    bepalen van de volgorde bij hoofdelijke stemming.</al><al>Het tweede lid, dat ertoe verplicht op de presentielijst aantekening te maken
                    van het tussentijdse vertrek uit de vergadering van een lid, is o.a. voor
                    stemmingen van belang. Daarmee is duidelijk hoeveel en welke raadsleden aanwezig
                    zijn.</al><tussenkop>Artikel 17 Zitplaatsen</tussenkop><al>Het presidium bepaalt de opstelling en zitplaatsindeling t.b.v. de
                    raadsvergadering en kan zo een goede opzet en indeling bewerkstelligen conform
                    de wensen van de raad. In principe geldt deze indeling voor de hele
                    raadsperiode, maar bij gebleken noodzaak kan het presidium de indeling
                    tussentijds herzien</al><al>De voorzitter bepaalt, rekening houdend met de opzet en indeling van de
                    vergaderopstelling, de plaatsen van de secretaris en overige personen die zijn
                    uitgenodigd.</al><tussenkop>Artikel 18 Opening vergadering; quorum</tussenkop><al>De vergadering kan beginnen, indien meer dan de helft van het aantal zitting
                    hebbende raadsleden</al><al>aanwezig is en de presentielijst heeft getekend. Artikel 20 van de Gemeentewet
                    voorziet in een procedure</al><al>voor een tweede vergadering, indien het vereiste aantal leden niet op komt
                    dagen.</al><tussenkop>Artikel 19 Volgorde bij hoofdelijke stemming en
                    spreekvolgorde</tussenkop><al>De volgorde van stemmen wordt bepaald aan het begin van de vergadering. Deze
                    volgorde geldt dan voor</al><al>de gehele vergadering, ook na een eventuele schorsing. De in artikel 16 genoemde
                    presentielijst is bij het bepalen van de volgorde een belangrijk document.</al><tussenkop>Artikel 20 Verslaglegging</tussenkop><al>Dit artikel regelt de verslagleggende taak van de griffier en de wijze waarop
                    het verslag wordt vastgesteld.</al><al>Het maken van een schriftelijk verslag/schriftelijke notulen is in onze gemeente
                    afgeschaft; een verplichting daartoe was/is er ook niet. In de Gemeentewet wordt
                    alleen gesproken over de verplichting om een besluitenlijst openbaar te maken.
                    Het opmaken van de besluitenlijst is een verantwoordelijkheid van de griffier.
                    De besluitenlijst fungeert als basis voor het afwerken van de raadsbesluiten en
                    wordt in verband daarmee zo spoedig mogelijk na de vergadering opgesteld en zo
                    spoedig mogelijk daarna ter kennisname aan de leden van de raad toegezonden. Het
                    schriftelijke verslag/schriftelijke notulen zijn vervangen door een
                    audioverslag, dat in het RIS wordt geplaatst. </al><al>Het maken van opmerkingen over de ontwerp-besluitenlijst dient plaats te vinden
                    uiterlijk 24 uur voorafgaand aan de vergadering waarin de lijst ter vaststelling
                    is geagendeerd. Er is hiervoor gekozen om het de griffie mogelijk te maken
                    verzoeken om wijziging te kunnen beoordelen om de raad hierover in de
                    betreffende raadsvergadering te kunnen adviseren. Het is aan de raad om te
                    beslissen of een voorgestelde wijziging of</al><al>aanvulling geaccepteerd wordt. Een afwijzing van een dergelijk voorstel is
                    volgens vaste jurisprudentie niet vatbaar voor beroep.</al><al>Openbaarmaking van de besluitenlijst is verplicht. Zij kan achterwege worden
                    gelaten voor zover het aangelegenheden betreft ten aanzien waarvan op grond van
                    artikel 25 van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd of ten aanzien waarvan
                    openbaarmaking in strijd is met het openbaar belang.</al><tussenkop>Artikel 21 Ingekomen stukken</tussenkop><al>Omtrent de (aan de raad gerichte) ingekomen stukken worden alleen voorstellen
                    gedaan en besluiten</al><al>genomen van procedurele aard, bijvoorbeeld ter kennisneming, steunen, afwijzen,
                    in behandeling nemen,</al><al>doorsturen naar een raadscommissie, doorsturen naar het college etc.
                    Inhoudelijke discussie over de</al><al>stukken kan de voorzitter buiten de orde verklaren. Wanneer een ingekomen stuk
                    leidt tot inhoudelijke</al><al>discussie en besluitvorming, dient dit op de gebruikelijke wijze te worden
                    voorbereid en komt het in principe pas in een volgende vergadering voor een
                    inhoudelijke discussie terug.</al><tussenkop>Artikel 22 Aantal spreektermijnen</tussenkop><al>Indien de raad van mening is, dat na de tweede termijn verdere beraadslaging
                    nodig is, kan hij daartoe</al><al>uitdrukkelijk besluiten. Het tweede lid benadrukt dat de voorzitter elke
                    spreektermijn afsluit. Dit behoeft</al><al>overigens niets te veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder
                    antwoordt na de inbreng van de</al><al>raadsleden in de eerste en tweede termijn.</al><al>Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. De
                    beraadslaging over een motie vindt niet plaats in afzonderlijke termijnen, maar
                    gelijktijdig met de beraadslaging over het betreffende, aan de orde zijnde
                    onderwerp. Een verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn om nog
                    een korte reactie te geven, zal de voorzitter niet honoreren. Uitsluitend een
                    stemverklaring voorafgaand aan de besluitvorming is toegestaan (zie art. 27
                    RvO).</al><tussenkop>Artikel 23 Spreektijd</tussenkop><al>Het artikel strekt ertoe te benadrukken dat de raad op eigen initiatief regels
                    kan stellen over de spreektijd</al><al>van de leden. Het begin van een nieuwe raadsperiode lijkt het meest geschikt om
                    afspraken hierover vast te leggen voor de gehele raadsperiode; hierbij dient
                    rekening te worden gehouden met het feit dat voor de kadernotaraad en de
                    begrotingsraad afwijkende spreektijden nodig zijn. Natuurlijk kan de raad te
                    allen tijde (tussentijds) zo'n regeling wijzigen.</al><al>In het derde lid wordt een aantal zaken genoemd die niet voor de berekening van
                    de spreektijd meetellen.</al><tussenkop>Artikel 24 Handhaving orde; schorsing</tussenkop><al>Het eerste lid verzekert dat raadsleden vrijelijk kunnen spreken. Wel zijn
                    interrupties toegestaan, maar bij een overvloed aan interrupties of in het
                    belang van de voortgang van de beraadslagingen kan de voorzitter bepalen dat een
                    spreker zijn betoog zonder verdere interrupties afrondt.</al><al>Om te bevorderen dat leden van de raad zich niet belemmerd voelen om hun mening
                    te uiten, is in artikel 22</al><al>van de Gemeentewet bepaald dat zij niet in rechte te vervolgd kunnen worden, aan
                    te spreken zijn of</al><al>verplicht zijn getuigenis af te leggen, over hetgeen zij in de vergadering
                    zeggen of schriftelijk overleggen. Echter, wanneer normen en waarden worden
                    overschreden of anderszins de orde wordt verstoord kan de voorzitter de
                    spreker(s) tot de orde roepen. Indien zij hieraan geen gehoor geven, kan hun het
                    woord worden ontzegd.</al><al>De bevoegdheid die in het tweede lid aan de voorzitter is gegeven om een spreker
                    over een aanhangig</al><al>onderwerp het woord te ontzeggen, gaat minder ver dan de mogelijkheid die
                    artikel 26, derde lid, van de</al><al>Gemeentewet biedt om aan dat lid, dat door zijn gedragingen de geregelde gang
                    van zaken belemmert, de</al><al>toegang tot de vergadering te ontzeggen. De laatstgenoemde bevoegdheid van de
                    voorzitter blijft onverlet. Artikel 24 is slechts een aanvulling op de
                    Gemeentewet. Een besluit van de voorzitter om iemand</al><al>het woord te ontnemen is een op feitelijk handelen gerichte beslissing met een
                    intern karakter. Daartegen staat geen bezwaar en beroep open.</al><al>Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed-
                    of afkeuring; deze laatste uitingen worden beschouwd als verstoringen van de
                    orde. Voor wat betreft de handhaving van de orde op de</al><al>publieke tribune wordt verwezen naar de artikel 50 van dit RvO.</al><tussenkop>Artikel 25 Beraadslaging</tussenkop><al>Teneinde de vergaderduur niet te zeer te verlengen wordt over een voorstel dat
                    in onderdelen of artikelen is</al><al>verdeeld, in principe in zijn geheel beraadslaagd. In het eerste lid is een
                    uitzonderingsmogelijkheid</al><al>opgenomen. Door de toevoeging 'of een lid van de raad' wordt ook raadsleden het
                    recht toegekend om voor</al><al>te stellen een voorstel gesplitst te behandelen. Dit brengt tot uitdrukking dat
                    de raad zijn eigen werkwijze</al><al>bepaalt. Het recht is aan ieder individueel raadslid toegekend. Dit past in het
                    streven naar dualisering,</al><al>aangezien dit versterking van de vertegenwoordigende en daarmee agenderende rol
                    van de raad</al><al>veronderstelt. Hiervoor dienen ook individuele raadsleden en kleine fracties
                    over adequate instrumenten te</al><al>beschikken.</al><al>Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede
                    termijn plaatsvindt, zijn er</al><al>vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot stemming overgegaan of aan de
                    beraadslagingen wordt</al><al>een derde termijn toegevoegd (zie artikel 22 van dit RvO).</al><tussenkop>Artikel 26 Deelname aan de beraadslaging door anderen</tussenkop><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 van de
                    Gemeentewet geregelde</al><al>verschoningsrecht; dat is naast de raadsleden ook van toepassing op andere
                    personen die deelnemen aan de beraadslagingen. </al><al>Om duidelijk tot uitdrukking te brengen dat de raad andere personen aan de
                    beraadslagingen kan laten deelnemen, worden de griffier, de gemeentesecretaris,
                    de wethouder(s) en de burgemeester in dit artikel uitdrukkelijk genoemd; de
                    eerste drie genoemden kunnen deelnemen aan de beraadslagingen conform de
                    artikelen 3, 4 en 13 van dit RvO en de burgemeester op grond van artikel 21,
                    eerste lid van de Gemeentewet.</al><tussenkop>Artikel 27 Stemverklaring</tussenkop><al>Stemverklaringen zullen kort moeten zijn en mogen niet het karakter krijgen van
                    een derde termijn, als</al><al>laatste reactie op de vorige spreker. De stemverklaringen worden gegeven vóór de
                    (hoofdelijke oproep van</al><al>de leden tot de) stemming begint.</al><tussenkop>Artikel 28 Beslissing</tussenkop><al>De voorzitter kan de beraadslaging sluiten als hij vaststelt dat een onderwerp
                    voldoende is toegelicht, tenzij</al><al>de raad anders beslist. De voorzitter formuleert daarna de te nemen
                    eindbeslissing. Indien geen stemming</al><al>wordt gevraagd, is het voorstel aangenomen op grond van artikel 32, derde lid
                    van de Gemeentewet.</al><tussenkop>Paragraaf 3 Procedures bij stemmingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 29 Algemene bepalingen over stemming</tussenkop><al>Indien een lid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet deze
                    plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze bepaling van artikel
                    32 van de Gemeentewet af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan wordt het
                    voorstel geacht te zijn aangenomen. Wellicht ten overvloede wordt hierbij nog
                    verwezen naar artikel 209, tweede lid Gemeentewet, welke een hoofdelijke
                    stemming verplicht.</al><al>De regeling van het tweede lid kan toepassing krijgen, indien de uitkomst van de
                    stemming tevoren duidelijk is en slechts enkele leden zouden tegenstemmen. </al><al>Een raadslid kan zich alleen onthouden van stemming op grond van artikel 28
                    Gemeentewet. In alle andere gevallen is een raadslid verplicht te stemmen.
                    Stemmingen zijn in principe ook openbaar. Een volksvertegenwoordiger dient
                    duidelijk te zijn in zijn of haar rol. Door de openbaarheid is het voor de
                    achterban (kiezers) duidelijk hoe ze vertegenwoordigd worden. </al><al>Bij wie de stemming begint, is geregeld in artikel 19.</al><al>Bij staking van stemmen is artikel 32 van de Gemeentewet van toepassing. Indien
                    de vergadering voltallig is, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Is de
                    vergadering niet voltallig, dan wordt het nemen van het besluit tot een volgende
                    vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen staken wordt het voorstel geacht
                    niet te zijn aangenomen.</al><tussenkop>Artikel 30 Stemming over amendementen en moties</tussenkop><al>Voor meer informatie over amendementen of moties (betekenis, indiening e.d.)
                    wordt verwezen naar de</al><al>artikelen 1, 34 en 35 van het RvO. Voor alle duidelijkheid wordt hier een
                    verschil in procedure aangegeven</al><al>tussen een motie en een amendement.</al><al>Een amendement komt in stemming voorafgaande aan de stemming over het
                    onderliggende voorstel.</al><al>Een motie strekt niet tot wijziging van een voorgesteld besluit. Over een motie
                    wordt een apart besluit</al><al>genomen, nadat de besluitvorming over het aanhangige voorstel is afgerond. Bij
                    een motie over een</al><al>afzonderlijk onderwerp geldt dit uiteraard niet en is het vierde lid niet van
                    toepassing.</al><tussenkop>Artikel 31 Stemming over personen</tussenkop><al>Het RvO gaat uit van een stemming door middel van een behoorlijk ingevuld
                    stembriefje. Een blanco stembriefje wordt niet aangemerkt als een behoorlijk
                    ingevuld stembriefje. In geval van een</al><al>schriftelijke stemming wordt dan ook geen rekening gehouden met blanco
                    stembriefjes. Een blanco of</al><al>verkeerd ingevuld stembriefje telt wel mee bij de bepaling van het quorum. De
                    raad oordeelt of een</al><al>stembriefje behoorlijk is ingevuld, want in de wet is niet geregeld wat onder
                    een (niet) behoorlijk ingevuld stembriefje moet worden verstaan.</al><al>Bij een benoeming stelt de raad een specifiek persoon aan in een bepaald ambt.
                    Op het stembiljet wordt de naam van de te benoemen persoon (of personen in geval
                    van meerdere vacatures) met daarachter de opties 'voor' en 'tegen' vermeld. Het
                    gaat hier overigens niet over de benoeming tot raadslid; dit is een heel ander
                    soort benoeming dat bij artikel 7 wordt toegelicht. </al><al>Onder voordracht wordt verstaan het als kandidaat voorstellen van een persoon
                    voor een bepaald ambt. Een voordracht is voor de raad bindend. Op de
                    stembiljetten dienen de namen van de voorgedragen perso(o)n(en) te worden
                    vermeld met daarachter de opties 'voor' en 'tegen'. </al><al>Bij een aanbeveling wordt voorgesteld om bepaalde personen voor een bepaald ambt
                    voor te dragen, de raad mag van de aanbevelingen afwijken. Het betreft hier een
                    zogenaamde vrije stemming. Op de stembiljetten kunnen de namen van de aanbevolen
                    personen worden vermeld met daarachter de opties 'voor' en 'tegen' én een vrije
                    ruimte waar een kandidaat van eigen keuze kan worden ingevuld.</al><tussenkop>Artikel 32 Herstemming over personen</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 33 Beslissing door het lot</tussenkop><al>In dit artikel wordt een nadere uitwerking gegeven van hetgeen in artikel 31,
                    derde lid van de Gemeentewet</al><al>is voorgeschreven.</al><tussenkop>Hoofdstuk 4 Rechten van leden</tussenkop><tussenkop>Artikel 34 Amendementen</tussenkop><al>Het recht van amendement is neergelegd in artikel 147b van de Gemeentewet. Dit
                    artikel verplicht de raad</al><al>nadere regels te stellen. Deze nadere regels staan in het tweede tot en met het
                    vierde lid. Op basis van</al><al>artikel 147b van de Gemeentewet is de raad verplicht een amendement te
                    behandelen.</al><al>Dualisering veronderstelt versterking van de vertegenwoordigende en
                    controlerende functie van de</al><al>raadsleden. Hiervoor dienen ook individuele raadsleden en kleine fracties te
                    beschikken over adequate</al><al>instrumenten. Voor een effectief gebruik van deze instrumenten is het wenselijk
                    dat ook het individuele</al><al>raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan heeft. Door het
                    recht van amendement kan de regelgevende taak van de raad reëel inhoud krijgen
                    en mede ten dienste staan van de inkadering en de controle door de raad. Ook
                    kleine fracties en individuele raadsleden worden zo in staat gesteld actief deel
                    te nemen aan de effectuering van de controlerende, vertegenwoordigende en
                    budgettaire functie van de raad.</al><al>Wanneer een amendement is ingediend, kan dit voor een ander raadslid aanleiding
                    zijn, op dít amendement nog weer een wijziging voor te stellen, het
                    subamendement. Een (sub)amendement kan ingediend worden op een voorgesteld
                    besluit, dat aanhangig is. De beraadslaging over het (sub)amendement vindt
                    plaats in ten hoogste twee termijnen. Indien (in uitzonderlijke situaties) een
                    ingediend amendement verdere beraadslaging noodzakelijk maakt, kan de raad
                    besluiten tot een derde termijn (artikel 22 van dit RvO).</al><al>Voor wat betreft de stemming over amendementen wordt verwezen naar artikel 30
                    van dit RvO. Een voorstel tot splitsing van een voorgesteld beslissing kan,
                    indien aangenomen, meebrengen, dat één onderdeel van een besluit wel en een
                    ander niet wordt aanvaard.</al><al>Nieuw is het vijfde lid van dit artikel, o.a. over een zogenaamd destructief
                    amendement. Deze bepaling biedt een handvat om te voorkomen dat het
                    amendementsrecht wordt gebruikt om “even snel” ook andere onderwerpen te regelen
                    dan waarover het voorstel gaat (daarvoor moeten raadsleden het recht van
                    initiatief gebruiken), dan wel een wijziging in het ontwerp-besluit aan te
                    brengen die het besluit tegengesteld maakt aan hetgeen oorspronkelijk is
                    voorgesteld (bijv. door invoeging van het woordje “niet”). De bepaling is
                    ontleend aan het RvO van de Tweede Kamer.</al><tussenkop>Artikel 35 Moties</tussenkop><al>In het eerste artikel van dit RvO is de definitie van het begrip motie gegeven.
                    Een motie is een voorstel tot</al><al>het doen van een uitspraak. Het kan gaan om het uitspreken van een wens (van
                    inhoudelijke, politieke,</al><al>procedurele aard), het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde
                    ontwikkelingen of om het</al><al>doen van een verzoek. Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat op
                    rechtsgevolg is gericht; een</al><al>motie heeft geen juridische, maar politieke betekenis. Daarom zijn burgemeester
                    en wethouders formeel</al><al>niet aan een motie gebonden of tot uitvoering ervan verplicht. Wel kan het naast
                    zich neerleggen van een</al><al>motie door het college in een uiterste situatie leiden tot een vertrouwensbreuk
                    tussen raad en college.</al><al>Dualisering veronderstelt versterking van de vertegenwoordigende en
                    controlerende functie van de</al><al>raadsleden. Hiervoor dienen ook individuele raadsleden en kleine fracties te
                    beschikken over adequate</al><al>instrumenten. Dat wil zeggen dat het voor een effectief gebruik van deze
                    instrumenten wenselijk is dat ook</al><al>het individuele raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan
                    heeft. De mogelijkheid om</al><al>zonder drempelsteun moties in te dienen staat dan ook ten dienste van een
                    effectieve uitoefening van de</al><al>kaderstelling en controle door de raad.</al><al>Voor wat betreft de besluitvormingsprocedure omtrent een motie wordt opgemerkt,
                    dat over een motie een</al><al>apart besluit wordt genomen. Voor de beraadslaging over een motie over een
                    aanhangig onderwerp geldt,</al><al>dat deze niet plaatsvindt in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de
                    beraadslaging over het</al><al>onderwerp, waarop de motie betrekking heeft. </al><al>Over onderwerpen die niet op de agenda staan kunnen geen moties worden
                    ingediend. Wel heeft ieder raadslid de mogelijkheid om te verzoeken een debat te
                    houden over een niet op de voorlopige agenda opgenomen onderwerp (zie art. 39
                    van dit RvO). Zo'n verzoek moet tijdig worden ingediend om het mogelijk te maken
                    dat daarover met de raad en zonodig het college goed onderbouwd en constructief
                    kan worden gesproken. Het debat kan desgewenst uitmonden in een motie.</al><tussenkop>Artikel 36 Voorstellen van orde</tussenkop><al>Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de
                    raad. Bij staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen, (artikel 32, lid 4
                    van de Gemeentewet is hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde betreft
                    bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een pauze. </al><tussenkop>Artikel 37 Initiatiefvoorstellen</tussenkop><al>Het is de taak van het college aan de raad de nodige voorstellen te doen. Maar
                    raadsleden kunnen ook zelf</al><al>een voorstel ter behandeling bij de raad indienen. Hiervoor is het recht van
                    initiatief toegekend; dit is verder uitgewerkt in artikel 147a, eerste lid, van
                    de Gemeentewet. Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat de</al><al>raad regelt op welke wijze een initiatiefvoorstel voor een verordening wordt
                    ingediend en behandeld.</al><al>Algemeen uitgangspunt is dat dualisering de versterking van de
                    vertegenwoordigende en controlerende</al><al>functie van de raadsleden inhoudt. Hiervoor dienen ook individuele raadsleden en
                    kleine fracties te</al><al>beschikken over adequate instrumenten. Voor een effectief gebruik van deze
                    instrumenten is het wenselijk</al><al>dat ook het individuele raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik
                    daarvan heeft. Het ontbreken</al><al>van drempelsteun bij het recht van initiatief staat ten dienste van een
                    effectieve uitoefening van de</al><al>inkadering en controle door de raad. </al><al>Het kamerlid Kalsbeek heeft de minister van BZK vragen gesteld over het
                    initiatiefrecht. De minister heeft</al><al>aangegeven: "Het recht op initiatief houdt niet in dat individuele raadsleden en
                    raadsminderheden het recht</al><al>moeten hebben om onderwerpen op de agenda van de raad te plaatsen, maar het
                    houdt in dat zij in beginsel</al><al>invloed moeten kunnen hebben op de agenda. Het is immers aan de raad om, aan het
                    begin van de</al><al>raadsvergadering, met meerderheid van stemmen, de agenda vast te stellen. Het is
                    dan ook de raad die</al><al>beslist welke onderwerpen worden behandeld. Zou elk individueel raadslid het
                    recht toekomen om</al><al>agendapunten voor de vergadering aan te dragen, dan zou het effectief
                    functioneren van de raad in gevaar</al><al>kunnen komen. Een raadsminderheid die bij herhaling onderwerpen op de agenda
                    plaatst, waarover de</al><al>raadmeerderheid niet wenst te beraadslagen, kan de besluitvorming van de raad
                    ernstig belemmeren".</al><al>Het tweede lid houdt in dat de voorzitter het initiatiefvoorstel zo spoedig
                    mogelijk op de agenda plaatst. De bepaling als opgenomen in het tweede lid van
                    artikel 37 RvO regelt verder dat over initiatiefvoorstellen in twee stappen
                    wordt beslist. </al><al>De eerste stap is dat een beslissing wordt genomen over de wijze van behandeling
                    van het voorstel. Voor initiatiefvoorstellen geldt net als voor voorstellen van
                    het college dat de besluitvorming van de raad zorgvuldig moet worden voorbereid.
                    Daarom is belangrijk dat het college voldoende tijd krijgt voor een reactie.
                    Daarin kan bijvoorbeeld worden stilgestaan bij de juridische en financiële
                    aspecten van het voorstel, maar ook bij de beleidsmatige consequenties ervan.
                    Zorgvuldige voorbereiding zal doorgaans ook betekenen dat het voorstel eerst in
                    de PA wordt besproken. </al><al>De tweede stap is het besluit over het initiatiefvoorstel zelf. Het is aan de
                    indiener(s) om het voorstel in de raad te verdedigen.</al><al>Hoewel dit in de praktijk niet vaak zal voorkomen, is niet uitgesloten dat de
                    eerste en tweede stap in dezelfde vergadering worden gezet. Zulks mag echter
                    niet afdoen aan een zorgvuldige voorbereiding, zoals hiervoor beschreven. In
                    zo´n geval zal in het voorstel over de wijze van behandeling worden
                    geconstateerd dat de besluitvorming van de raad inmiddels zorgvuldig is
                    voorbereid en dat niets eraan in de weg staat om het initiatiefvoorstel nog in
                    dezelfde vergadering inhoudelijk te behandelen.</al><al>Het vierde lid is toegevoegd omdat de Gemeentewet de mogelijkheid geeft een
                    wethouder na een motie van wantrouwen te ontslaan (artikel 49 Gemeentewet).
                    Zonder het vierde lid zouden de procedureregels van het reglement van orde
                    daaraan in de weg kunnen staan.</al><al>Artikel 147a, derde lid, van de Gemeentwet bepaalt in tegenstelling tot artikel
                    147a, tweede lid, met betrekking tot andere initiatiefvoorstellen dan
                    verordeningen, dat de raad niet alleen regelt op welke wijze een ander voorstel
                    wordt ingediend en behandeld, maar ook onder welke voorwaarden dat geschiedt. De
                    raad kan dus op basis van artikel 37, vijfde lid, (aanvullende) voorwaarden
                    stellen aan het in behandeling nemen van een ander initiatiefvoorstel.</al><tussenkop>Artikel 38 Collegevoorstel</tussenkop><al>Dit artikel heeft betrekking op het agenderingsrecht van de raad. De raad is de
                    enige die een door het</al><al>college voorbereid voorstel voor een verordening of een ander voorstel kan
                    agenderen. Als het college het</al><al>voorstel heeft voorbereid, betekent dit niet dat het college het door hem
                    voorbereide voorstel kan intrekken</al><al>indien het college van oordeel is dat verdere behandeling van het voorstel niet
                    wenselijk is. De raad moet</al><al>hier toestemming voor geven.</al><al>Indien de raad van oordeel is dat een voorstel voor een verordening of een ander
                    voorstel niet voldoende is</al><al>voorbereid, kan hij het college op grond van het tweede lid vragen een nader
                    voorstel te doen. De raad kan het college bijvoorbeeld verzoeken het voorstel
                    nader te onderbouwen. De raad bepaalt echter wanneer het</al><al>voorstel opnieuw behandeld wordt. De raad kan dit in dezelfde raadsvergadering
                    regelen, maar de raad kan dit ook aan het presidium overlaten.</al><tussenkop>Artikel 39 Debat</tussenkop><al>Op grond van deze bepaling kan ieder raadslid het verzoek doen in de vergadering
                    te debatteren over een onderwerp dat niet op de voorlopige agenda staat. Het
                    debat vindt plaats als de raad daarin toestemt. Een verzoek tot een debat moet
                    kort worden toegelicht. Uit deze toelichting dient duidelijk te worden over welk
                    onderwerp het debat moet gaan en wat de discussiepunten zijn. Er hoeven niet al
                    bij voorbaat conclusies te worden geformuleerd. Het debat vindt plaats aan het
                    einde van de raadsvergadering. </al><al>De mogelijkheid tot het aanvragen van een debat kan met name worden aangegrepen
                    om tot meningsvorming over een onderwerp te komen. Anders dan de interpellatie
                    is het uitdrukkelijk niet bedoeld als verantwoordingsinstrument. Het debat kan
                    door middel van een motie uitmonden in een uitspraak van de raad over het
                    betreffende onderwerp. </al><al>Het instrument van het debat komt in de plaats van het voormalige instrument van
                    de motie over een niet-geagendeerd onderwerp. Het houdt meer waarborgen in voor
                    een geordende wisseling van gedachten en standpunten en een kwalitatief goede
                    uitkomst.</al><tussenkop>Artikel 40 Interpellatie</tussenkop><al>Dit artikel stelt nadere regels naar aanleiding van het bepaalde in artikel 155
                    van de Gemeentewet. Het</al><al>interpellatierecht ligt in het verlengde van het mondelinge vragenrecht. Het
                    gaat om een recht van een</al><al>volksvertegenwoordiger om tijdens een vergadering over een niet geagendeerd
                    onderwerp inlichtingen en verantwoording aan het college of de burgemeester te
                    vragen. </al><al>Dualisering veronderstelt versterking van de vertegenwoordigende en
                    controlerende functie van de</al><al>raadsleden. Hiervoor dienen ook individuele raadsleden en kleine fracties te
                    beschikken over adequate</al><al>instrumenten. Voor een effectief gebruik van deze instrumenten is het wenselijk
                    dat ook het individuele</al><al>raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan heeft. </al><al>Het van belang dat de andere raadsleden en het college of de burgemeester tijdig
                    op de hoogte worden gesteld van de inhoud van het verzoek. Het tweede lid zorgt
                    hiervoor. </al><tussenkop>Artikel 41 Schriftelijke vragen</tussenkop><al>Het stellen van schriftelijke vragen (voorheen de “artikel 38-vragen”) is een
                    van de instrumenten die aan raadsleden ter beschikking staan om inlichtingen te
                    verkrijgen van het college of de burgemeester. Deze vragen betreffen
                    aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester
                    behoren. Op grond van de Gemeentewet (art. 169, derde lid) worden de
                    inlichtingen verstrekt aan de raad (dus niet alleen aan de vragensteller). De
                    antwoorden dienen derhalve door het college resp. de burgemeester aan de raad te
                    worden gericht en verzonden. Hetzelfde geldt voor de verdagingsberichten. </al><al>Indien mondelinge beantwoording is gevraagd, wordt deze in principe gegeven door
                    de portefeuillehouder namens het college, dan wel indien het zijn bevoegdheid
                    betreft, de burgemeester. De raad kan op grond van het vijfde lid oordelen dat
                    het wenselijk is dat een collegelid of de burgemeester direct kan antwoorden op
                    een vraag, zodat niet hoeft te worden gewacht op een volgende vergadering.</al><al>In de hier aangegeven procedure wordt de vragensteller in de gelegenheid gesteld
                    nadere inlichtingen over</al><al>het antwoord te vragen aan degene die het antwoord heeft gegeven. Indien de
                    vragensteller van mening is,</al><al>dat de beantwoording van de vragen tot een besluit van de raad moet leiden, kan
                    hij het recht van initiatief of</al><al>het interpellatierecht benutten om het onderwerp of het voorstel op de agenda
                    van de raad te krijgen.</al><tussenkop>Artikel 42 Vragenronde</tussenkop><al>Deze bepaling vormt een nadere invulling van artikel 155, eerste lid van de
                    Gemeentewet, dat de raadsleden de mogelijkheid biedt mondelinge vragen te
                    stellen. Op deze wijze kunnen actuele politiek relevante vragen aan het college
                    worden voorgelegd.</al><al>De vragenronde maakt de drempel om vragen te stellen laag. De openbare
                    beantwoording daarvan kan, met behulp van de media, zorg dragen voor vergroting
                    van de belangstelling in de lokale politiek. Het is een instrument dat over het
                    algemeen informatief van aard is. Het karakter van de vragenronde verschilt
                    daarmee van het recht van interpellatie. Bij interpellaties staat het vragen van
                    verantwoording voorop. Het wordt daarom doorgaans beschouwd als een zwaar
                    politiek instrument. </al><tussenkop>Hoofdstuk 5 Begroting en rekening</tussenkop><tussenkop>Artikel 43 Procedure voorjaars- en kadernota en
                    programmabegroting</tussenkop><al>Dit artikel legt de procedure vast zoals deze in onze gemeente wordt gehanteerd
                    bij de behandeling van voorjaars- en kadernota en programmabegroting. De
                    behandeling van de financiële stukken staat hierbij centraal en in principe
                    staan ook alleen deze onderwerpen op de agenda. De gebruikelijke vragenronde,
                    vaststelling van verslagen en de lijst van ingekomen stukken vormen dus geen
                    onderdeel van de agenda voor deze raadsvergaderingen.</al><tussenkop>Artikel 44 Procedure jaarrekening</tussenkop><al>Voor de procedure m.b.t. de behandeling van de jaarrekening geldt het zelfde als
                    hiervoor bij artikel 43 omschreven. Deze procedure kan desgewenst jaarlijks of
                    bijv. na de verkiezingen worden aangepast aan de dan levende wensen van de raad.
                    In de Financiële verordening gemeente Lingewaard en de Controleverordening
                    gemeente Lingewaard, wordt de inhoudelijke kant van de procedure
                    uitgewerkt.</al><tussenkop>Hoofdstuk 6 Lidmaatschap van andere organisaties</tussenkop><tussenkop>Artikel 45 Verslag en verantwoording</tussenkop><al>Leden van de raad en in voorkomende gevallen de burgemeester, een wethouder of
                    de gemeentesecretaris, die lid zijn van het algemeen bestuur van een openbaar
                    lichaam, een gemeenschappelijk orgaan ingesteld op grond van de Wet
                    gemeenschappelijke regelingen of een orgaan van een andere organisatie of
                    institutie, verrichten aldaar hun taak zowel als leden van dat bestuur en als
                    vertegenwoordiger van en in naam van de gemeente. Voor de wijze waarop zij in
                    deze gremia functioneren en opereren, zijn zij verantwoording verschuldigd aan
                    de raad, die hen heeft aangewezen. Ook de regeling voor die betreffende
                    organisatie dient over deze verantwoordingsplicht en over de
                    informatieverstrekking aan de raad bepalingen te bevatten.</al><al>In onze gemeente vindt de verantwoording in principe plaats via mondelinge
                    verslaglegging in de Politieke Avond; het onderwerp "terugkoppeling uit
                    samenwerkingsverbanden" staat daartoe elke Politieke</al><al>Avond op de agenda.</al><al>Mocht een lid van de raad het gewenst vinden om de terugkoppeling wat zwaarder
                    aan te zetten of de raad zelf het functioneren van de betreffende
                    vertegenwoordiger aan de orde willen stellen, dan gebeurt dat in een
                    raadsvergadering.</al><al>Om in de toekomst zaken te kunnen reconstrueren is het overigens aan te bevelen,
                    dat de in dit artikel bedoelde vertegenwoordigers van elke bijeenkomst van het
                    gremium waarin zij de gemeente vertegenwoordigen een verslag opmaken dat bij de
                    griffie een maand ter inzage wordt gelegd en daarna wordt gearchiveerd.</al><tussenkop>Hoofdstuk 7 Besloten vergadering</tussenkop><tussenkop>Artikel 46 Algemeen</tussenkop><al>Dit artikel bepaalt dat de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige
                    toepassing zijn op een</al><al>raadsvergadering achter gesloten deuren. Hierbij kan onder meer gedacht worden
                    aan de bepalingen</al><al>omtrent het tijdig verzenden van stukken, het recht van amendement, het recht
                    van motie, het maken van</al><al>het verslag.</al><al>De bepalingen van het reglement zijn echter niet van toepassing, voor zover het
                    toepassen van die</al><al>bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen
                    er bijvoorbeeld geen beeld- en</al><al>geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten aanzien van
                    de stukken die</al><al>betrekking hebben op een besloten vergadering en het behandelde aldaar, zal de
                    raad moeten besluiten of</al><al>geheimhouding als bedoeld in de artikelen 25, 55 en 86 van de Gemeentewet wordt
                    opgelegd dan wel</al><al>opgeheven.</al><al>In artikel 23 van de Gemeentewet zijn procedurevoorschriften opgenomen voor 'het
                    sluiten van de deuren',</al><al>de wijze waarop een vergadering een besloten vergadering wordt.</al><tussenkop>Artikel 47 Verslaglegging</tussenkop><al>In dit artikel wordt uitwerking gegeven aan artikel 23, vierde lid, van de
                    Gemeentewet. Conform het daar bepaalde vindt er verslaglegging plaats; in
                    Lingewaard gebeurt dit op digitale wijze. Dit audioverslag wordt niet openbaar
                    gemaakt, maar kan ter griffie worden beluisterd door degenen die daartoe
                    gerechtigd zijn.</al><al>Daarnaast wordt een aparte besluitenlijst opgesteld, conform het bepaalde in
                    artikel 20 van dit RvO. Deze kan geheel of gedeeltelijk geheim worden
                    verklaard.</al><tussenkop>Artikel 48 Geheimhouding</tussenkop><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege
                    onder de</al><al>geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens artikel 25
                    jo artikel 55 en artikel 86</al><al>van de Gemeentewet noodzakelijk.</al><tussenkop>Artikel 49 Opheffing geheimhouding</tussenkop><al>In de aangehaalde artikelen wordt aan de raad de mogelijkheid geboden de
                    geheimhouding van stukken op</al><al>te heffen; stukken die niet per se aan hem behoeven te zijn overgelegd. Het kan
                    dus (zie bijvoorbeeld artikel</al><al>86, tweede lid van de Gemeentewet) gaan om de situatie dat de burgemeester
                    geheimhouding heeft</al><al>opgelegd ten aanzien van stukken die hij aan de raadscommissie heeft overgelegd.
                    De raadscommissie kan</al><al>dan aan de raad verzoeken de geheimhouding op te heffen, bijv. indien de
                    burgemeester daar niet zelf toe bereid is.</al><al>In het onderhavige artikel is ter zake een overlegverplichting opgenomen,
                    waardoor alle argumenten voor en tegen opheffing van de geheimhouding ter tafel
                    kunnen komen en een zorgvuldige afweging mogelijk is. </al><al>Op grond van artikel 25, derde en vierde lid van de Gemeentewet, kan
                    geheimhouding worden opgelegd</al><al>door het college, de burgemeester en een commissie, ieder ten aanzien van
                    stukken die zij aan de raad of</al><al>aan leden van de raad overleggen. De opgelegde geheimhouding met betrekking tot
                    aan de raad</al><al>overgelegde stukken vervalt, indien de raad de oplegging niet in zijn
                    eerstvolgende vergadering die volgens</al><al>de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden
                    is bezocht, wordt bekrachtigd.</al><al>Als de raad niet van plan is de opgelegde geheimhouding te bekrachtigen, wordt
                    het orgaan dat</al><al>geheimhouding heeft opgelegd, uitgenodigd in een besloten vergadering met de
                    raad overleg voeren. </al><tussenkop>Hoofdstuk 8 Toehoorders en pers</tussenkop><tussenkop>Artikel 50 Toehoorders en pers</tussenkop><al>De hier aangeven procedurebepalingen zijn gebaseerd op de in artikel 26, eerste
                    en tweede lid van de</al><al>Gemeentewet gegeven bevoegdheid aan de voorzitter van de raad om toehoorders die
                    de orde verstoren,</al><al>te doen vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toegang kan
                    ontzeggen.</al><tussenkop>Artikel 51 Geluid- en beeldregistraties</tussenkop><al>Aangezien de vergaderingen van een de raad in principe openbaar zijn, kunnen
                    radio- en tv-stations geluids-en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet
                    het geval als het een besloten vergadering betreft.</al><tussenkop>Artikel 52 Gebruik mobiele telefoons en andere apparatuur</tussenkop><al>Dit artikel heeft met name betrekking op het mobiele telefoonverkeer en het
                    gebruik van tablets. Het gebruik daarvan, o.a. het aan laten staan van
                    belgeluiden en het twitteren, kan tijdens de vergadering verstorend werken. </al><tussenkop>Hoofdstuk 9 Bijzondere instrumenten voor informatievergaring</tussenkop><tussenkop>Artikel 53 Informatieve raadsbijeenkomst</tussenkop><al>Het RvO bevat nu een formele regeling van de informatieve raadsbijeenkomsten. De
                    bijeenkomsten worden door de raad zelf of het presidium belegd, al of niet op
                    verzoek van het college, om de leden van de raad te informeren over een door de
                    raad of het presidium aangewezen onderwerp. De bijeenkomsten hebben geen
                    besluitvormend karakter. Zij zijn alleen bedoeld om de raadsleden in de
                    gelegenheid te stellen zich over een actueel onderwerp een goed beeld te
                    vormen.</al><al>Uit het eerste en het vijfde lid volgt dat de bijeenkomsten op dezelfde wijze
                    bijeen worden geroepen als raadsvergaderingen en dat ook overigens de meeste
                    procedurele bepalingen met betrekking tot raadsvergaderingen van toepassing
                    zijn. Dat betekent onder meer dat het presidium de voorlopige agenda opstelt en
                    dat de vergaderingen openbaar zijn. Voor de bijeenkomst geldt geen
                    quorumvereiste. In het vierde lid is geregeld dat raadsleden zich in de
                    bijeenkomst kunnen laten vervangen door een PA-lid, dat geen raadslid is.</al><tussenkop>Artikel 54 Hoorzitting</tussenkop><al>Doel van het instrument van de hoorzitting is om de raad in de gelegenheid te
                    stellen over een bepaald onderwerp informatie te verkrijgen, die niet, minder
                    goed of minder volledig, langs de meer gebruikelijke informatiekanalen kan
                    worden ingewonnen. Voor de hoorzitting kunnen gerichte uitnodigingen worden
                    gedaan. Mogelijk is ook de hoorzitting open te stellen voor ieder die aan
                    bepaalde voorwaarden voldoet en zich aanmeldt om te worden gehoord.</al><al>De hoorzitting wordt gehouden in een raadsvergadering, die daartoe al of niet
                    speciaal wordt belegd. Daarmee is de hoorzitting in beginsel openbaar. De deuren
                    kunnen worden gesloten als daarvoor gewichtige redenen bestaan. </al><al>De raad kan ook besluiten om het houden van de hoorzitting op te dragen aan een
                    daarvoor in het leven te roepen commissie. Voor de commissie gelden dezelfde
                    openbaarheidsregels als voor de raad.</al><tussenkop>Hoofdstuk 10 Politieke Avond</tussenkop><al>In dit hoofdstuk is de praktijk, zoals die zich in de loop der jaren met
                    betrekking tot de Politieke Avond heeft ontwikkeld, in regels vervat. De
                    Politieke Avond is juridisch gezien een raadscommissie ex art. 82 van de
                    Gemeentewet, die de besluitvorming van de raad voorbereidt en met het college
                    overlegt. Zij is nader uitgewerkt in dit hoofdstuk.</al><tussenkop>Paragraaf 1 Begripsbepaling</tussenkop><tussenkop>Artikel 55 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>In dit hoofdstuk wordt een aantal specifieke gehanteerd, die in dit artikel zijn
                    gedefinieerd. De benaming van de clusters wordt aangepast naar een cluster
                    Ruimte en een cluster Bestuur. In artikel 56, tweede lid, zijn de
                    aandachtsvelden van de twee clusters omschreven.</al><tussenkop>Paragraaf 2 Instelling, taken en samenstelling</tussenkop><tussenkop>Artikel 56 Instelling</tussenkop><al>Aangezien bij onderwerpen op gemeenteniveau vaak sprake is van maatschappelijke
                    complexiteit en het</al><al>beleid tot stand komt in samenwerking tussen verschillende portefeuillehouders,
                    zal een integrale benadering vaak de aangewezen weg zijn. Er is voor gekozen om
                    de gebruikte clusterindeling in</al><al>stand te laten, dus een cluster ruimte en een cluster bestuur. Onder de cluster
                    ruimte vallen zaken als:</al><al>Ruimtelijke Ontwikkeling, Milieu, Ruimtelijk Beheer, Economie en Verkeer en
                    Vervoer en onder de cluster</al><al>bestuur: Bestuur, Financiën en Welzijn. Hiermee is tevens een redelijk
                    evenwichtige verdeling gecreëerd in</al><al>die zin dat de Politieke Avond-clusters qua zwaarte ongeveer gelijk zijn.</al><al>Een in de Politieke Avond te bespreken onderwerp komt integraal aan de orde,
                    hetgeen inhoudt dat ook</al><al>meteen wordt gekeken naar de financiële kant daarvan. Wel is er in de opzet van
                    de Politieke Avond voor</al><al>gekozen om het onderwerp 'Financiën', waar over de hoofdlijnen van het
                    financieel beleid kan worden</al><al>gesproken, onder te brengen in één cluster.</al><al>De overige leden van dit artikel zijn coördinatiebepalingen. Als een onderwerp
                    meerdere Politieke Avondclusters aangaat, zal moeten worden vastgesteld in welke
                    cluster(s) het onderwerp besproken zal worden. In deze verordening is ervoor
                    gekozen om het presidium de wijze van behandeling te laten bepalen.</al><tussenkop>Artikel 57 Taken</tussenkop><al>De taak van de Politieke Avond is gebaseerd op artikel 82, eerste lid van de
                    Gemeentewet: de</al><al>raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor en overleggen met
                    het college of de</al><al>burgemeester. In de Politieke Avond kan ruim de mogelijkheid worden geboden aan
                    burgers om in te spreken en mee te praten over de meeste aan de orde zijnde
                    onderwerpen. Hiermee wordt vorm gegeven aan een van de doelstellingen van de
                    vernieuwing van het lokaal bestuur, te weten om de burger meer te betrekken bij
                    de politiek en het bestuur.</al><al>Voor wat betreft de invulling van de taken van de raadscommissies zijn in het
                    algemeen ruwweg twee modellen te onderscheiden. In het eerste model is een
                    raadscommissie vooral gericht op voorbereiding en</al><al>informatievoorziening en vindt het politieke debat plaats in de raad. In het
                    tweede model vindt het politieke</al><al>debat plaats in een raadscommissie en geschiedt de besluitvorming door de
                    raad.</al><al>Uitgangspunt van de vergaderstructuur in Lingewaard is, dat het politieke debat
                    en de besluitvorming in de</al><al>raad plaatsvinden. De Politieke Avond dient primair voor het voorbereiden van
                    het politieke debat in de raad, voor informatievergaring en het uitwisselen van
                    al dan niet voorlopige (fractie)standpunten.</al><al>De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden dient ertoe te leiden
                    dat de cluster op voorstel van de voorzitter aan het eind van de behandeling van
                    een agendapunt concludeert of een onderwerp rijp is voor behandeling in de raad. </al><al>Indien een stuk nog niet rijp is voor behandeling in de raad, zal het
                    meestentijds aan het college zijn om daar</al><al>nog wijzigingen of aanvullingen in aan te brengen, zodat het via het presidium
                    opnieuw kan worden</al><al>geagendeerd voor een volgende Politieke Avond.</al><al>De Politieke Avond bepaalt evenals de raad zelf zijn eigen agenda. Het presidium
                    stelt een voorlopige agenda op, waarop de onderwerpen zijn vermeld die in de
                    Politieke Avond aan de orde zullen komen. Het presidium heeft in dezen een
                    procedurele en processuele taak, maar bewaakt ook de kwaliteit van de aangeboden
                    raadsvoorstellen. </al><tussenkop>Artikel 58 Samenstelling</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich en geeft aan wie lid kunnen zijn van de Politieke
                    Avond: alle leden van de raad en de door de fracties als lid voorgedragen en
                    door de raad benoemde personen. Zij zijn daarmee niet tegelijk deelnemer aan de
                    PA; dat zijn zij pas wanneer zij door hun fractie zijn aangewezen om aan de
                    behandeling van een of meer onderwerpen deel te nemen. Zoals uit het derde lid
                    blijkt heeft die aanwijzing betrekking op één of meer specifieke onderwerpen of
                    voorstellen, die voor de PA zijn geagendeerd.</al><al>Met de wijze van samenstelling van de PA, die deelname van alle fracties
                    mogelijk maakt, is voldaan aan artikel 82, derde lid, van de Gemeentewet, op
                    grond waarvan de raad moet zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van
                    de in de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen. om de continuïteit
                    tussen PA en raad te bevorderen is gekozen voor een bezetting van (ten hoogste)
                    twee deelnemers per fractie, waarvan er één raadslid moet zijn. Hier geldt een
                    uitzondering voor eenmansfracties; die kunnen in de PA met twee niet-raadsleden
                    als deelnemer vertegenwoordigd zijn.</al><tussenkop>Artikel 59 Leden, niet zijnde raadslid</tussenkop><al>De positie van PA-leden, niet zijnde raadlid, wordt met dit artikel gelijk
                    getrokken met die van raadsleden. Dus: - benoeming;</al><lijst><li nr="-"><al>maximaal de zittingsperiode van de raad;</al></li><li nr="-"><al>intrekking benoeming bij niet meer voldoen aan de voorwaarden;</al></li><li nr="-"><al>afleggen eed of belofte;</al></li><li nr="-"><al>van toepassing verklaren gedragscode.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 60 Clustervoorzitter</tussenkop><al>Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van
                    een raadscommissie (bij ons de</al><al>Politieke Avond) raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 60, eerste lid
                    van dit RvO, dat de raad de</al><al>voorzitters en hun plaatsvervangers "uit zijn midden" benoemt.</al><al>Het voorzitterschap brengt voor de voorzitter enkele beperkingen met zich. Zo
                    kan hij niet meediscussiëren. Zijn rol is technisch van aard. Zijn kwaliteit als
                    `technisch` voorzitter voert de boventoon en niet zijn politieke kleur. Dit
                    schept ook de mogelijkheid dat raadsminderheden aan bod komen bij de invulling
                    van het voorzitterschap. dit sluit aan bij de intentie van het dualisme om de
                    positie van de raadsminderheden te versterken.</al><al>De voorzitter moet ervoor zorgen dat alle fracties in de vergadering evenwichtig
                    aan bod komen en dat de aan de orde zijnde materie in voldoende wordt uitgediept
                    en behandeld. Aan het eind van de discussie over een geagendeerd onderwerp,
                    sluit de voorzitter de behandeling van het agendapunt af met een voorstel voor
                    een advies. Dit moet recht doen aan de standpunten van de deelnemers van alle
                    fracties.</al><tussenkop>Artikel 61 Clustergriffier</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 62 Aanwezigheid burgemeester en wethouders </tussenkop><al>De burgemeester en de wethouders zijn geen lid van de Politieke Avond (artikel
                    82, tweede lid van de Gemeentewet). Het RvO schrijft voor dat zij niettemin
                    aanwezig zijn, voor zover er onderwerpen aan de orde zijn waarvoor zij
                    portefeuilleverantwoordelijkheid dragen. Aangezien een burgemeester of wethouder
                    dikwijls ook vaktechnische vragen voorgeschoteld kan krijgen, kan hij zich laten
                    bijstaan door een ambtenaar, die tijdens de beraadslagingen onder zijn
                    verantwoordelijkheid functioneert.</al><tussenkop>Artikel 63 Aanwezigheid van deskundigen</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 64 Aanwezigheid gemeentesecretaris</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Paragraaf 3 Openbare vergaderingen – tijdstip van vergaderen en
                    voorbereidingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 65 Vergaderfrequentie</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 66 Oproep en stukken</tussenkop><al>Met betrekking tot dit artikel is aangesloten bij de overeenkomstige bepalingen
                    voor de raadsvergadering. Volstaan wordt daarom met verwijzing naar de
                    toelichting daarvan (artikelen 10, 14 en 15 van dit RvO). </al><al>De oproep wordt gericht aan alle leden van de PA. De fracties bepalen vervolgens
                    wie namens hun fractie deelnemen aan de behandeling van de respectieve
                    onderwerpen en voorstellen, die op de agenda zijn geplaatst.</al><tussenkop>Artikel 67 De agenda</tussenkop><al>Volstaan wordt met een verwijzing naar de toelichting van het overeenkomstige
                    art. 10 RvO.</al><tussenkop>Artikel 68 Opening vergadering - quorum</tussenkop><al>Met betrekking tot dit artikel is aangesloten bij het overeenkomstige art. 18
                    van dit RvO over de</al><al>raadsvergadering.</al><al>Ten aanzien van het tweede lid van art. 68 RvO, de aanwezigheid van het quorum,
                    geldt dat dit voor ieder afzonderlijk agendapunt geldt. Bij de huidige
                    raadsamenstelling moet dus op grond van deze bepaling uit tenminste vijf
                    fracties een raadslid aanwezig zijn om aan behandeling van een agendapunt toe te
                    komen. Niet voldoende is dat uit bijv. vier fracties een raadslid aanwezig is en
                    uit een vijfde fractie een deelnemer die geen raadslid is.</al><al>Als vanwege het ontbreken van het quorum de behandeling van het aan de orde
                    zijnde agendapunt geen doorgang kan vinden, kan een nieuwe vergadering worden
                    belegd. Dat is bijvoorbeeld mogelijk voor de eerstvolgende maandag, zoals ook
                    praktijk is wanneer door drukte niet alle agendapunten in de PA behandeld konden
                    worden. </al><tussenkop>Artikel 69 Spreekrecht burgers</tussenkop><al>Het spreekrecht van de burgers maakt een wezenlijk onderdeel uit van de
                    werkzaamheden binnen de</al><al>Politieke Avond. Het is een recht en geen mogelijkheid die afhankelijk is van de
                    medewerking van de</al><al>Politieke Avond-leden. Het spreekrecht draagt bij aan het vergroten van de
                    betrokkenheid van de burgers bij</al><al>het lokaal bestuur, één van doelstellingen van de vernieuwing van het lokaal
                    bestuur. De spreektijdmogelijkheid is bepaald op een half uur voor alle
                    insprekers tezamen, met een maximum spreektijd van drie minuten per
                    inspreker.</al><al>Het spreekrecht geldt zowel voor geagendeerde als niet-geagendeerde onderwerpen.
                    De keuze om gebruik</al><al>te maken van spreekrecht tijdens de Politieke Avond, heeft het voordeel dat de
                    standpunten van de</al><al>raadsfracties op dat moment nog in ontwikkeling zijn. De informatie die op de
                    Politieke Avond wordt vergaard, tijdens het inspreken van burgers en bij de
                    verdere behandeling van het onderwerp, kan meer effectief worden gebruikt bij de
                    vorming van de fractiestandpunten dan wanneer deze informatie later in het
                    voorbereidingsproces zou worden ingebracht. </al><al>Nadat gebruik is gemaakt van het spreekrecht, krijgen de
                    fractievertegenwoordigers in één instantie de gelegenheid om nog vragen te
                    stellen aan betrokkene.</al><tussenkop>Artikel 70 Informatieronde</tussenkop><al>De informatieronde is net als het spreekrecht een instrument voor
                    burgerparticipatie. Anders dan het spreekrecht maakt zij een vrije informatie-
                    en gedachtewisseling mogelijk met de insprekers over een geagendeerd onderwerp.
                    Behalve de PA-leden kan, indien daartoe uitgenodigd, ook het verantwoordelijke
                    collegelid aan de informatieronde deelnemen. </al><al>Wat betreft de precieze vormgeving laat dit artikel veel ruimte voor maatwerk.
                    Het ligt voor de hand de informatie- en gedachtewisseling direct voorafgaande
                    aan de inhoudelijke behandeling van een onderwerp te laten plaatsvinden. Zij kan
                    beperkt blijven tot genodigden, maar ook worden uitgebreid tot belangstellenden,
                    die zich daarvoor hebben aangemeld. Eventueel kan de informatieronde als
                    hoorzitting worden ingevuld. Zij krijgt daarmee meer het karakter van
                    eenrichtingsverkeer.</al><al>Het is aan de clustervoorzitter overgelaten om, mede gelet op de voortgang van
                    de vergadering, de duur van de informatieronde en eventueel de gesprekstijd van
                    de sprekers te bepalen.</al><tussenkop>Artikel 71 Beraadslaging</tussenkop><al>In dit artikel is vastgelegd op welke wijze de behandeling van een inhoudelijk
                    agendapunt plaatsvindt. Om de behandeling op een adequate wijze te laten
                    verlopen, is gekozen voor een duidelijke vastlegging van de in de PA gehanteerde
                    procedure.</al><al>Nieuw ingevoegd is de mogelijkheid om de eerste termijn (het vragenrondje) te
                    laten vervallen indien een informatieronde (art. 70 RvO) heeft
                    plaatsgevonden.</al><tussenkop>Artikel 72 Deelname aan de beraadslaging door derden</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 73 Besluitvorming</tussenkop><al>In het oude RvO werd volstaan met de bepaling dat de voorzitter de behandeling
                    van het agendapunt afsluit met het verwoorden van de conclusie van de
                    behandeling. Die conclusie was het advies van de PA t.b.v. de raadsbehandeling
                    van het betreffende voorstel.</al><al>In dit artikel wordt het uitbrengen van advies geformaliseerd en gekoppeld aan
                    een beslissing van de PA. In het derde lid is aangegeven dat de PA bij
                    meerderheid van stemmen beslist of een advies aan de raad wordt uitgebracht. De
                    clustervoorzitter doet een voorstel over de inhoud van het advies, waarover de
                    PA beslist.</al><tussenkop>Artikel 74 Verslaglegging</tussenkop><al>Met betrekking tot dit artikel is aangesloten bij het overeenkomstige artikel 20
                    van het RvO dat geldt voor de raadsvergadering. De huidige praktijk/werkwijze
                    met betrekking tot de verslaglegging bij de PA is hiermee vastgelegd. </al><tussenkop>Artikel 75 Overige bepalingen</tussenkop><al>Net als bij de raadsvergadering zijn de ordebepalingen m.b.t. toehoorders en
                    pers, geluid- en beeldregistraties en het gebruik van mobiele telefoons en
                    andere apparatuur ook voor de PA van toepassing. </al><tussenkop>Paragraaf 5 Besloten vergaderingen - geheimhouding</tussenkop><tussenkop>Artikel 76 Algemeen</tussenkop><tussenkop>Artikel 77 Verslaglegging</tussenkop><tussenkop>Artikel 78 Geheimhouding</tussenkop><tussenkop>Artikel 79 Opheffing geheimhouding</tussenkop><al>Volstaan wordt met een verwijzing naar de toelichting van de overeenkomstige
                    artikelen 46 tot en met 49 van dit RvO</al><tussenkop>Hoofdstuk 11 De Politieke Markt</tussenkop><tussenkop>Artikel 80 Bevoegdheid, doel en openbaarheid</tussenkop><al>De Politieke Markt heeft tot doel om raadsleden en PA-leden de gelegenheid te
                    bieden om een door de raad of het presidium gekozen onderwerp te verkennen. Voor
                    de Politieke Markt kiest het presidium een op het onderwerp toegesneden
                    werkvorm, waarbij interactie met derden centraal staat.</al><al>Hoe deze werkvorm gaat uitpakken zal de praktijk moeten leren. Nu dit artikel
                    een invulling op maat mogelijk maakt, kan deze per Politieke Markt (aanzienlijk)
                    verschillen.</al><tussenkop>Artikel 81 Deelname - voorbereiding</tussenkop><al>Belangrijk is dat de Politieke Markt voor de deelnemers wordt ingeleid met een
                    notitie, waarin het onderwerp op open en politiek-neutrale wijze wordt ingeleid.
                    Het presidium nodigt het college uit zodanige notitie in te brengen. </al><tussenkop>Artikel 82 Voorzitter</tussenkop><al>De voorzitter is de voorzitter van de betreffende cluster (afhankelijk van het
                    onderwerp) van de PA. Hij heeft de belangrijke taak om de bijeenkomst in goede
                    banen te leiden. Het presidium heeft de mogelijkheid om in voorkomende gevallen
                    een ander als voorzitter aan te wijzen.</al><tussenkop>Artikel 83 Verslaglegging</tussenkop><al>In principe wordt volstaan met een audioverslag, maar het presidium kan
                    besluiten dat van de bijeenkomst een beknopt schriftelijk verslag wordt
                    gemaakt.</al><tussenkop>Hoofdstuk 12 Overgangs- en slotbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 84 Overgangsregeling</tussenkop><tussenkop>Artikel 85 Uitleg reglement</tussenkop><tussenkop>Artikel 86 Inwerkingtreding en citeertitel</tussenkop><al>Deze artikelen behoeven geen toelichting.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>