<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR324900_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie politieke ambtsdragers 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">De Bilt</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Bilt</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Biltbuis 12-03-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie politieke ambtsdragers 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet art. 44 2de en 3de lid</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet art. 95 t/m 99 en art. 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-02-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-03-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>rv</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Met inwerkingtreding van deze verordening komen de 'Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2010' en de 'Regeling PC-vergoeding wethouders en raadsleden 2009' te vervallen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie politieke ambtsdragers 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente De Bilt;</al><al>overwegende dat</al><al>-sinds de inwerkingtreding van de ‘Verordening rechtsposities wethouders-,
                        raads- en commissieleden 2010’ de desbetreffende rechtsposities aan
                        verandering onderhevig zijn geweest.</al><al>-een aantal voorzieningen voor wethouders, raads- en commissieleden zijn
                        komen te vervallen.</al><al>gelet op</al><al>-het bepaalde in de artikelen 44, tweede en derde lid, 95 tot en met 99 en
                        147 van de Gemeentewet</al><al>BESLUIT: </al><al>vast te stellen het navolgende:</al><al>VERORDENING RECHTSPOSITIE POLITIEKE AMBTSDRAGERS 2014</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1.</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><al>a.politieke ambtsdragers: wethouders, raads- en commissieleden;</al><al>b.wethouder: lid van het college van burgemeester en wethouders, niet
                            zijnde de burgemeester</al><al>c.raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder;</al><al>d.commissie: een commissie als bedoeld in artikel 82 van de
                            Gemeentewet;</al><al>e.commissielid: een persoon die tot lid van een raadscommissie is
                            benoemd,</al><al>niet zijnde een raadslid, op wie de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van
                            de Gemeentewet van toepassing is;</al><al>f.gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de</al><al>Gemeentewet;</al><al>g.griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet;</al><al>h.Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk Besluit
                            van 22</al><al>maart 1994, </al><al> Stb. 244;</al><al>i Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22 maart
                            1994, </al><al>Stb. 243;</al><al>j.Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van 20
                            februari</al><al>2001, Stcrt. </al><al> 41 als bedoeld in artikel 23 van het Rechtspositiebesluit
                            wethouders;</al><al>k.Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse
                            Zaken</al><al>van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt. 56.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2. Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2.</titel></kop><al><vet>Zakelijke reis- en verblijfkosten </vet></al><al>1.Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten
                            in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter
                            uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur vergoed.</al><al>2.De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:</al><al>a.bij gebruik van openbare middelen van vervoer: een volledige </al><al> vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                            reiskosten;</al><al>b.bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in
                            redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het
                            bepaalde in de Reisregeling binnenland.</al><al>3.De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                            reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid
                            vergoed, met inachtneming van de in de Reisregeling binnenland genoemde
                            maximum bedragen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3. Buitenlandse dienstreis</titel></kop><al>1.De gemeenteraad kan een raadslid toestemming verlenen voor een
                            excursie of reis naar het buitenland. De gemeenteraad kan aan de
                            toestemming voorwaarden verbinden.</al><al>2.De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door of vanwege
                            de gemeente georganiseerd.</al><al>3.De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor
                            rekening van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4. Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><al>1.De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen,
                            seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de
                            gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                            gemeente.</al><al>2.Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                            symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                            verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat
                            vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De
                            kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen
                            belang is in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5. Computer en internetverbinding </titel></kop><al>1.Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 7a van het
                            Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden verleent het college van
                            burgemeester en wethouders een raadslid voor de uitoefening van het
                            raadslidmaatschap op aanvraag:</al><al>a.een tegemoetkoming voor het gebruik van een eigen computer,
                            bijbehorende apparatuur en software;</al><al>b.een tegemoetkoming in de extra gebruikskosten van de eigen computer
                            zoals papier en cartridges, die het gevolg zijn van de invoering van het
                            raadsinformatiesysteem;</al><al>c.de abonnementskosten voor de internetverbinding van de in het eerste
                            lid genoemde computerapparatuur.</al><al>2.De in lid 1 sub a en b bedoelde tegemoetkoming bedraagt € 25,- per
                            maand. Conform de huidige fiscale regelgeving is dit een belaste
                            vergoeding die wordt uitbetaald via de salarisadministratie.</al><al>3.De in lid 1 sub c bedoelde tegemoetkoming bedraagt € 25,- per maand.
                            Conform de huidige fiscale regelgeving is dit een onbelaste vergoeding
                            die wordt uitbetaald via de salarisadministratie. </al><al>4.Het raadslid dat aanspraak wil maken op de hierboven genoemde
                            vergoedingen, dient hiertoe een aanvraag in op een door de gemeente
                            nader te bepalen wijze (aanvraagformulier PC-vergoeding).</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6. Verlaging vergoeding werkzaamheden bij
                                arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden kan, conform het bepaalde in artikel
                            12 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, op verzoek van
                            een raadslid worden verlaagd in het geval hij een uitkering ontvangt in
                            verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid conform van
                            WAO.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7. Compensatie korting werkloosheidsuitkering</titel></kop><al>1.In het geval een raadslid een uitkering op grond van de
                            Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die wet
                            ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van
                            het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de vergoeding voor de
                            werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding, conform
                            het bepaalde in artikel 12 van het Rechtspositiebesluit raads- en
                            commissieleden, ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van
                            bedoelde korting.</al><al>2.In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het Besluit
                            Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel ontvangt en de na
                            toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane korting
                            op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het
                            raadslidmaatschap meer bedraagt dan de vergoeding voor de werkzaamheden
                            die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding, conform het bepaalde
                            in artikel 12 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, ten
                            laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8. Ziektekostenvoorziening </titel></kop><al>1.Een raadslid ontvangt, conform het bepaalde in artikel 11 van het
                            Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, een tegemoetkoming in de
                            kosten van een ziektekostenverzekering.</al><al>2.In het geval een raadslid gedurende een gedeelte van het kalenderjaar
                            lid van de raad is geweest ontvangt hij de tegemoetkoming, bedoeld in
                            het eerste lid, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat
                            jaar raadslid is geweest.</al><al>3.De betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid,
                            geschiedt in maandelijkse termijnen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3. Voorziening voor de wethouders </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9. Onkostenvergoeding</titel></kop><al>De wethouder ontvangt, conform het bepaalde in artikel 25 van het
                            Rechtspositiebesluit wethouders, een onkostenvergoeding voor overige aan
                            de uitoefening van het ambt verbonden kosten. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10. Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><al>De wethouder heeft aanspraak op een vergoeding van kosten voor
                            woon-werkverkeer, conform het bepaalde in artikel 23 van het
                            Rechtspositiebesluit wethouders. De hoogte van de vergoeding is
                            overeenkomstig artikel 3 van de Regeling rechtspositieregeling
                            wethouders.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11. Zakelijke reis- en verblijfskosten</titel></kop><al>1.De wethouder heeft aanspraak op een vergoeding van reis- en
                            verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoefening van het ambt
                            conform het bepaalde in artikel 23 van het Rechtspositiebesluit
                            wethouders.</al><al>2.De hoogte van in het eerste lid bedoelde vergoeding is overeenkomstig
                            artikel 4 van de Regeling rechtspositieregeling wethouders en
                            betreft:</al><al>a.bij gebruik van openbare middelen van vervoer: een volledige
                            vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                            reiskosten;</al><al>b.bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in
                            redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het
                            bepaalde in de Reisregeling binnenland.</al><al>3.De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                            reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan de wethouder
                            vergoed, met inachtneming van de in de Reisregeling binnenland genoemde
                            maximum bedragen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12. Buitenlandse dienstreis</titel></kop><al>1.Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten
                            Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis-
                            en verblijfkosten vergoed.</al><al>2.Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet zijnde
                            een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van het
                            college vereist. </al><al>3.De gemeenteraad wordt vooraf geïnformeerd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13. Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><al>1.De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen,
                            seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de
                            gemeente worden </al><al> aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente. </al><al>2.De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                            symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                            verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat
                            vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De
                            kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen
                            belang is in verband met de uitoefening van het ambt van wethouder.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14. Computer en internetverbinding </titel></kop><al>1.Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 27a van het
                            Rechtspositiebesluit wethouders verleent het college van burgemeester en
                            wethouders een wethouder voor de uitoefening van het wethouderschap op
                            aanvraag:</al><al>a.een tegemoetkoming voor het gebruik van een eigen computer,
                            bijbehorende apparatuur en software;</al><al>b.een tegemoetkoming in de extra gebruikskosten van de eigen computer
                            zoals papier en cartridges, die het gevolg zijn van de invoering van het
                            raadsinformatiesysteem;</al><al>c.de abonnementskosten voor de internetverbinding van de in het eerste
                            lid genoemde computerapparatuur.</al><al>2.De in lid 1 sub a en b bedoelde tegemoetkoming bedraagt € 25,- per
                            maand. Conform de huidige fiscale regelgeving is dit een belaste
                            vergoeding die wordt uitbetaald via de salarisadministratie.</al><al>3.De in lid 1 sub c bedoelde tegemoetkoming bedraagt € 25,- per maand.
                            Conform de huidige fiscale regelgeving is dit een onbelaste vergoeding
                            die wordt uitbetaald via de salarisadministratie.</al><al>4.De wethouder die aanspraak wil maken op de hierboven genoemde
                            vergoedingen, dient hiertoe een aanvraag in op een door de gemeente
                            nader te bepalen wijze (aanvraagformulier PC-vergoeding).</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15. Mobiele telefoon </titel></kop><al>1.Op aanvraag wordt de wethouder voor uitsluitend de uitoefening van
                            zijn ambt een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking
                            gesteld.</al><al>2.De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de
                            gemeente.</al><al>3.Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.</al><al>4.Voor zover de in bruikleen beschikbaar gestelde mobiele telefoon voor
                            privé-doeleinden is gebruikt, vindt maandelijks een verrekening van de
                            gesprekskosten plaats.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16. Vergoeding verhuiskosten</titel></kop><al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente
                            beschikt heeft, conform het bepaalde in artikel 22 van het
                            Rechtspositiebesluit wethouders, </al><al>ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding van:</al><al>a.reis- en pensionkosten; </al><al>b.een vergoeding van verhuiskosten in verband met de benoeming in de
                            gemeente.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4. Voorzieningen voor commissieleden</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 17. Vergoeding voor het bijwonen van
                                vergaderingen</titel></kop><al>Het commissielid heeft aanspraak op een vergoeding voor het bijwonen van
                            de vergaderingen van de commissie, op grond van het bepaalde in artikel
                            14 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18. Zakelijke reis- en verblijfkosten </titel></kop><al>1.Aan het commissielid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte
                            kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter
                            uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur vergoed.</al><al>2.De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:</al><al>a.bij gebruik van openbare middelen van vervoer: een volledige </al><al> vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                            reiskosten;</al><al>b.bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in </al><al>redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het
                            bepaalde in de Reisregeling binnenland.</al><al>3.De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                            reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het
                            commissielid vergoed, met inachtneming van de in de Reisregeling
                            binnenland genoemde maximum bedragen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19. Buitenlandse dienstreis</titel></kop><al>1.De gemeenteraad kan een commissielid toestemming verlenen voor een
                            excursie of reis naar het buitenland. De gemeenteraad kan aan de
                            toestemming voorwaarden verbinden.</al><al>2.De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door of vanwege
                            de gemeente georganiseerd.</al><al>3.De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor
                            rekening van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20. Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><al>1.De kosten van deelname van een commissielid aan cursussen, congressen,
                            seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de
                            gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                            gemeente.</al><al>2.Het commissielid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                            symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                            verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat
                            vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De
                            kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen
                            belang is in verband met de vervulling van het
                            commissielidmaatschap.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21. Computer en internetverbinding</titel></kop><al>1.In de geest van het bepaalde in artikel 7a van het
                            Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden verleent het college van
                            burgemeester en wethouders een commissielid voor de uitoefening van het
                            commissielidmaatschap op aanvraag:</al><al>a.een tegemoetkoming voor het gebruik van een eigen computer,
                            bijbehorende apparatuur en software;</al><al>b.een tegemoetkoming in de extra gebruikskosten van de eigen computer
                            zoals papier en cartridges, die het gevolg zijn van de invoering van het
                            raadsinformatiesysteem;</al><al>c.de abonnementskosten voor de internetverbinding van de in het eerste
                            lid genoemde computerapparatuur.</al><al>2.De in lid 1 sub a en b bedoelde tegemoetkoming bedraagt € 25,- per
                            maand. Conform de huidige fiscale regelgeving is dit een belaste
                            vergoeding die wordt uitbetaald via de salarisadministratie.</al><al>3.De in lid 1 sub c bedoelde tegemoetkoming bedraagt € 25,- per maand.
                            Conform de huidige fiscale regelgeving is dit een onbelaste vergoeding
                            die wordt uitbetaald via de salarisadministratie. </al><al>4.Het commissielid dat aanspraak wil maken op de hierboven genoemde
                            vergoedingen, dient hiertoe een aanvraag in op een door de gemeente
                            nader te bepalen wijze (aanvraagformulier PC-vergoeding).</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5. De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 22. Betaling van kosten</titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door</al><al>a.declaratie van vooruit betaalde kosten of</al><al>b.rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23. Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><al>1.Voor de vergoeding van declarabele kosten wordt gebruik gemaakt van
                            een declaratieformulier, waarvan het model door het college is
                            vastgesteld, indien deze kosten uit eigen middelen vooruit zijn
                            betaald.</al><al>2.Bij het indienen van een declaratie worden de declaratierichtlijnen in
                            acht genomen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6. Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 24. Intrekking oude regeling</titel></kop><al>1.De Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden
                            2010, vastgesteld op 18 februari 2010, wordt ingetrokken op de datum van
                            inwerkingtreding van deze verordening.</al><al>2.De Regeling PC-vergoeding wethouders en raadsleden 2009, vastgesteld
                            op 10 maart 2009, wordt ingetrokken op de datum van inwerkingtreding van
                            deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25. Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 1 maart 2014. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 26. Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                            politieke ambtsdragers 2014.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 27 februari 2014,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de gemeenteraad van gemeente De Bilt,</ondertekening><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>drs. F.A. van Hooijdonk</ondertekening><ondertekening>A.J. Gerritsen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="28*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="66*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="6*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al> Bijlagen bij het raadsbesluit</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Meegezonden bijlagen</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>1.Overzicht van wijzigingen 2010-2014</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Stukken ter inzage</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Geheime stukken ter inzage </al><al>(conform art. 25 Gemeentewet)</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>n.v.t.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>Contactambtenaar: mw. F.A. van Hooijdonk, T 030 2289573, E
                                        hooijdonkf@debilt.nl </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="38*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="30*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="31*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="0*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>OMSCHRIJVING ARTIKEL, LID OF SUB VAN VERORDENING
                                        </vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>VOORSTEL WIJZIGING IN</vet></al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al><vet>MOTIVATIE</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al><vet>Hoofdstuk 1. Algemene Bepalingen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al><vet>Artikel 1: Begripsomschrijvingen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>a.commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de
                                        Gemeentewet;</al></entry><entry colname="col2"><al>a.politieke ambtsdragers: wethouders, raads- en
                                        commissieleden;</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Andere volgorde (eerst de personen/organen en daarna de
                                        regelingen) en uitbreiding met de omschrijving van politieke
                                        ambtsdragers, wethouder en commissielid c.q. verwijdering
                                        omschrijving niet relevante regelingen
                                        (verplaatsingskostenregeling 1989 resp. reisregeling
                                        buitenland).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.Rechtspositiebesluit wethouders : het Koninklijk Besluit
                                        van 22 maart 1994, Stb. 243;</al></entry><entry colname="col2"><al>b.wethouder: lid van het college van burgemeester en
                                        wethouders, niet zijnde de burgemeester</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Zie hierboven</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden : het
                                        Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;</al></entry><entry colname="col2"><al>c.raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde
                                        wethouder;</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Zie hierboven</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.Regeling rechtspositie wethouders : de ministeriële
                                        regeling van 20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in
                                        artikel 23 van het Rechtspositiebesluit wethouders;</al></entry><entry colname="col2"><al>d.commissie: een commissie als bedoeld in artikel 82 van de
                                        Gemeentewet;</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Zie hierboven</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.Verplaatsingskostenregeling 1989 : het besluit van de
                                        Minister van Binnenlandse Zaken van 20 oktober 1989, nr.
                                        AB87/74/U6DGMP/AV/FAR, Stcrt. 212;</al></entry><entry colname="col2"><al>e.commissielid: een persoon die tot lid van een
                                        raadscommissie is benoemd, niet zijnde een raadslid, op wie
                                        de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet van
                                        toepassing is;</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Zie hierboven</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van
                                        Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt.
                                        56;</al></entry><entry colname="col2"><al>f.gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102
                                        van de gemeentewet;</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Zie hierboven</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.Reisregeling buitenland : het besluit van de Minister van
                                        Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U1011,
                                        Stcrt. 181;</al></entry><entry colname="col2"><al>g.griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de
                                        Gemeentewet;</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Zie hierboven</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde
                                        wethouder;</al></entry><entry colname="col2"><al>h.Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het
                                        Koninklijk Besluit van 22 maart 1994; Stb. 244;</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Zie hierboven</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de
                                        Gemeentewet ;</al></entry><entry colname="col2"><al>i.Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit
                                        van 22 maart 1994, Stb. 243;</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Zie hierboven</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j.gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102
                                        van de Gemeentewet .</al></entry><entry colname="col2"><al>j.Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële
                                        regeling van 20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in
                                        artikel 23 van het Rechtspositiebesluit wethouders;</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Zie hierboven</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>k.Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van
                                        Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt.
                                        56.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Zie hierboven</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al><vet>Hoofdstuk 2. Voorzieningen voor raadsleden</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al><vet>Artikel 2: Vergoeding voor de werkzaamheden</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2,
                                        eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                        commissieleden, is gelijk aan het door de minister van
                                        Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor
                                        gemeenteklasse 5 vastgestelde maximum.</al></entry><entry colname="col2"><al>Laten vervallen.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Reeds dwingend geregeld in rechtspositiebesluit raads- en
                                        commissieleden (artikel 2).</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al><vet>Artikel 3: Onkostenvergoeding</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.De vergoeding voor aan de uitoefening van het
                                        raadslidmaatschap verbonden kosten is gelijk aan het bedrag
                                        voor gemeenteklasse 5, vermeld in tabel II van het
                                        Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. </al></entry><entry colname="col2"><al>Laten vervallen.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Reeds dwingend geregeld in rechtspositiebesluit raads- en
                                        commissieleden (artikel 2).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding
                                        ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de
                                        loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als
                                        dienstbetrekking wordt aangemerkt, is in afwijking van het
                                        eerste lid de onkostenvergoeding gelijk aan het bedrag voor
                                        gemeenteklasse 5, vermeld in tabel III van het
                                        Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. </al></entry><entry colname="col2"><al>Laten vervallen.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Reeds dwingend geregeld in rechtspositiebesluit raads- en
                                        commissieleden (artikel 2).</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al><vet>Artikel 4: Berekening en betaling vaste
                                            vergoedingen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar
                                        raadslid is geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de
                                        artikelen 2 en 3, naar evenredigheid van het aantal dagen
                                        dat hij in dat jaar raadslid is geweest.</al></entry><entry colname="col2"><al>Laten vervallen.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Reeds dwingend geregeld in rechtspositiebesluit raads- en
                                        commissieleden (artikel 8).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2
                                        en 3, geschiedt in maandelijkse termijnen.</al></entry><entry colname="col2"><al>Laten vervallen.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Betaling per maand is vanzelfsprekend omdat er
                                        maandvergoedingen worden toegekend (conform artikel 2 van
                                        het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden).</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al><vet>Artikel 5: Reiskosten Zakelijke reis- en
                                            verblijfskosten</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente
                                        gemaakte kosten in verband met reizen buiten het grondgebied
                                        van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het
                                        gemeentebestuur vergoed.</al></entry><entry colname="col2"><al>Nu artikel 2: </al><al>1.Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente
                                        gemaakte kosten in verband met reizen buiten het grondgebied
                                        van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het
                                        gemeentebestuur vergoed.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Samenvoeging van twee aan elkaar verwante onderwerpen:
                                        zakelijke reiskosten en zakelijke verblijfskosten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:</al><al>a.bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                                        taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid
                                        gemaakte noodzakelijke reiskosten;</al><al>b.bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding
                                        van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten
                                        overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van
                                        de Regeling rechtspositie wethouders.</al></entry><entry colname="col2"><al>2.De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:</al><al>a.bij gebruik van openbare middelen van vervoer: een
                                        volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte
                                        noodzakelijke</al><al> reiskosten;</al><al>b.bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding
                                        van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten
                                        overeenkomstig het bepaalde in de Reisregeling
                                        binnenland.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Samenvoeging van twee aan elkaar verwante onderwerpen:
                                        zakelijke reiskosten en zakelijke verblijfskosten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>3.De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten
                                        ter zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente
                                        worden aan het raadslid vergoed, met inachtneming van de in
                                        de Reisregeling binnenland genoemde maximum bedragen.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Samenvoeging van twee aan elkaar verwante onderwerpen:
                                        zakelijke reiskosten en zakelijke verblijfskosten.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al><vet>Artikel 6: Verblijfskosten</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter
                                        zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente
                                        worden aan het raadslid vergoed, met inachtneming van de in
                                        de Reisregeling binnenland genoemde maximum bedragen.</al></entry><entry colname="col2"><al>Laten vervallen (is nu lid 3 van artikel 2)</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Samenvoeging van twee aan elkaar verwante onderwerpen:
                                        zakelijke reiskosten en zakelijke verblijfskosten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>NIEUW</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Artikel 3 Buitenlandse dienstreis:</vet></al><al>4.De gemeenteraad kan een raadslid toestemming verlenen voor
                                        een excursie of reis naar het buitenland. De gemeenteraad
                                        kan aan de toestemming voorwaarden verbinden.</al><al>5.De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door
                                        of vanwege de gemeente georganiseerd.</al><al>6.De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen
                                        voor rekening van de gemeente.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Was niet geregeld voor raadsleden (wel voor wethouders en
                                        commissieleden)</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al><vet>Artikel 7: Cursus, congres, seminar of
                                        symposium</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen,
                                        congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk
                                        belang door of namens de gemeente worden aangeboden of
                                        verzorgd komen voor rekening van de gemeente.</al><al>2.Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres,
                                        seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente
                                        wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde
                                        aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke
                                        informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor
                                        rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is
                                        in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap.</al></entry><entry colname="col2"><al>Nu artikel 4: </al><al>1.De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen,
                                        congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk
                                        belang door of namens de gemeente worden aangeboden of
                                        verzorgd komen voor rekening van de gemeente.</al><al>2.Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres,
                                        seminar of symposium dat</al><al>niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                        verzorgd, dient daartoe een </al><al>gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van
                                        inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten
                                        komen voor rekening van de gemeente als deelname van
                                        algemeen belang is in verband met de vervulling van het
                                        raadslidmaatschap.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Geen inhoudelijke wijziging. Hernummering door het laten
                                        vervallen c.q. het samenvoegen van voormalige
                                        artikelen.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Artikel 8: Computer en internetverbinding </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.Het college verleent een raadslid voor de uitoefening van
                                        het raadslidmaatschap op aanvraag:</al><al>a.een tegemoetkoming voor het gebruik van een eigen
                                        computer, bijbehorende apparatuur en software;</al><al>b.een tegemoetkoming in de extra gebruikskosten van de eigen
                                        computer zoals papier en cartridges, die het gevolg zijn van
                                        de invoering van het raadsinformatiesysteem;</al><al>c.de abonnementskosten voor de internetverbinding van de in
                                        het eerste lid genoemde computerapparatuur.</al></entry><entry colname="col2"><al>Nu artikel 5: </al><al>1.Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 7a van het
                                        Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden verleent het
                                        college van burgemeester en wethouders een raadslid voor de
                                        uitoefening van het raadslidmaatschap op aanvraag:</al><al>a.een tegemoetkoming voor het gebruik van een eigen
                                        computer, bijbehorende apparatuur en software;</al><al>b.een tegemoetkoming in de extra gebruikskosten van de eigen
                                        computer zoals papier en cartridges, die het gevolg zijn van
                                        de invoering van het raadsinformatiesysteem;</al><al>c.de abonnementskosten voor de internetverbinding van de in
                                        het eerste lid genoemde computerapparatuur.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Verwijzing naar artikel uit rechtspositiebesluit
                                        opgenomen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.Het college stelt de hoogte van de vergoedingen bedoeld in
                                        het eerste lid vast.</al></entry><entry colname="col2"><al>2.De in lid 1 sub a en b bedoelde tegemoetkoming bedraagt €
                                        25,- per maand. Conform de huidige fiscale regelgeving is
                                        dit een belaste vergoeding die wordt uitbetaald via de
                                        salarisadministratie.</al><al>3.De in lid 1 sub c bedoelde tegemoetkoming bedraagt € 25,-
                                        per maand. Conform de huidige fiscale regelgeving is dit een
                                        onbelaste vergoeding die wordt uitbetaald via de
                                        salarisadministratie.</al><al>4.Het raadslid dat aanspraak wil maken op de hierboven
                                        genoemde vergoedingen, dient hiertoe een aanvraag in op een
                                        door de gemeente nader te bepalen wijze (aanvraagformulier
                                        PC-vergoeding).</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>De regeling PC-vergoeding uit 2009 is uit praktische
                                        overwegingen opgenomen in deze verordening.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al><vet>Artikel 9: Kinderopvang</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>(vervallen) </vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Verwijderd</al></entry><entry colname="col3"><al>De reeds eerder vervallen artikelen zijn uit de nummering
                                        gehaald.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al><vet>Artikel 10: Spaarloonregeling/levensloopregeling
                                        </vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge
                                        artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de
                                        loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als
                                        dienstbetrekking wordt aangemerkt kan op aanvraag deelnemen
                                        aan de voor het gemeentelijk personeel geldende
                                        spaarloonregeling, mits aan de fiscale voorwaarden wordt
                                        voldaan. </al></entry><entry colname="col2"><al>Laten vervallen</al></entry><entry colname="col3"><al>De wettelijke spaarloon- en levensloopregeling zijn
                                        inmiddels beide ingetrokken.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge
                                        artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de
                                        loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als
                                        dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deelnemen aan de
                                        levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op
                                        de loonbelasting 1964. </al></entry><entry colname="col2"><al>Laten vervallen</al></entry><entry colname="col3"><al>De wettelijke spaarloon- en levensloopregeling zijn
                                        inmiddels beide ingetrokken.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien
                                        het raadslid gebruik maakt van de wettelijke
                                        levensloopregeling (i.c. het is niet toegestaan om in een
                                        kalenderjaar stortingen te doen in zowel de spaarloon – als
                                        de levensloopregeling). </al></entry><entry colname="col2"><al>Laten vervallen</al></entry><entry colname="col3"><al>De wettelijke spaarloon- en levensloopregeling zijn
                                        inmiddels beide ingetrokken.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet
                                        bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de
                                        gemeente.</al></entry><entry colname="col2"><al>Laten vervallen</al></entry><entry colname="col3"><al>De wettelijke spaarloon- en levensloopregeling zijn
                                        inmiddels beide ingetrokken.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al><vet>Artikel 11: Verlaging vergoeding werkzaamheden bij
                                            arbeidsongeschiktheid</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2,
                                        kan op verzoek van een raadslid worden verlaagd in het geval
                                        hij een uitkering ontvangt in verband met gehele of
                                        gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.</al></entry><entry colname="col2"><al>Nu artikel 6:</al><al>De vergoeding voor de werkzaamheden kan, conform het
                                        bepaalde in artikel 12 van het Rechtspositiebesluit raads-
                                        en commissieleden, op verzoek van een raadslid worden
                                        verlaagd in het geval hij een uitkering ontvangt in verband
                                        met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid conform
                                        van WAO.</al></entry><entry colname="col3"><al>Tekstuele aanpassing conform de formulering in het
                                        rechtspositiebesluit raads- en commissieleden (artikel
                                        12).</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>Artikel 12: Compensatie korting werkloosheidsuitkering </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.In het geval een raadslid een uitkering op grond van de
                                        Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20
                                        van die wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge
                                        van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt
                                        dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de
                                        werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze
                                        vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag
                                        van bedoelde korting.</al></entry><entry colname="col2"><al>Nu artikel 7:</al><al>1.In het geval een raadslid een uitkering op grond van de
                                        Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20
                                        van die wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge
                                        van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt
                                        dan de vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid
                                        ontvangt, wordt deze vergoeding, conform het bepaalde in
                                        artikel 12 van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                        commissieleden, ten laste van de gemeente verhoogd tot het
                                        bedrag van bedoelde korting.</al></entry><entry colname="col3"><al>Verwijzing naar artikel uit rechtspositiebesluit
                                        opgenomen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van
                                        het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel
                                        ontvangt en de na toepassing van artikel 6, vierde lid, van
                                        dat besluit ontstane korting op deze uitkering ten gevolge
                                        van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt
                                        dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de
                                        werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze
                                        vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag
                                        van bedoelde korting.</al></entry><entry colname="col2"><al>2.In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van
                                        het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel
                                        ontvangt en de na toepassing van artikel 6, vierde</al><al>lid, van dat besluit ontstane korting op deze uitkering ten
                                        gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer
                                        bedraagt dan de vergoeding voor de </al><al>werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze
                                        vergoeding, conform het bepaalde in artikel 12 van het
                                        Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, ten laste van
                                        de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde
                                        korting.</al></entry><entry colname="col3"><al>Verwijzing naar artikel uit rechtspositiebesluit
                                        opgenomen.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>Artikel 13: Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van
                                        de gemeenteraad</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de
                                        Gemeentewet meer dan 30 dagen onafgebroken het
                                        voorzitterschap van de gemeenteraad waarneemt, ontvangt voor
                                        die waarneming een toeslag van 8% van de in artikel 2
                                        bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden over de tijd van
                                        de waarneming.</al></entry><entry colname="col2"><al>Laten vervallen</al></entry><entry colname="col3"><al>Reeds dwingend geregeld in rechtspositiebesluit raads- en
                                        commissieleden (artikel 8a).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten
                                        aanzien van de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel
                                        3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Laten vervallen</al></entry><entry colname="col3"><al>Reeds dwingend geregeld in rechtspositiebesluit raads- en
                                        commissieleden (artikel 8a).</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>Artikel 13a: Ziektekostenvoorziening </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.De tegemoetkoming in de kosten van een
                                        ziektekostenverzekering als bedoeld in artikel 11 van het
                                        Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden bedraagt € 175
                                        per jaar.</al></entry><entry colname="col2"><al>Nu artikel 8:</al><al>1.Een raadslid ontvangt, conform het bepaalde in artikel 11
                                        van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, een
                                        tegemoetkoming in de kosten van een
                                        ziektekostenverzekering.</al></entry><entry colname="col3"><al>Tekstuele aanpassing conform de formulering in het
                                        rechtspositiebesluit raads- en commissieleden (artikel
                                        11).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.In het geval een raadslid gedurende een gedeelte van het
                                        kalenderjaar lid van de raad is geweest ontvangt hij de
                                        tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, naar
                                        evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar
                                        raadslid is geweest.</al></entry><entry colname="col2"><al>2.In het geval een raadslid gedurende een gedeelte van het
                                        kalenderjaar lid van de raad is geweest ontvangt hij de
                                        tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, naar
                                        evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar
                                        raadslid is geweest.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.De betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste
                                        lid, geschiedt in maandelijkse termijnen.</al></entry><entry colname="col2"><al>3.De betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste
                                        lid, geschiedt in maandelijkse termijnen.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al><vet>Artikel 13b: Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens
                                            zwangerschap en bevalling of ziekte</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.De artikelen 2 tot en met 4, 8, 10 tot en met 12 en 13a
                                        blijven van toepassing op het raadslid aan wie ingevolge
                                        artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend
                                        wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien
                                        verstande dat de onkostenvergoeding die dit raadslid op
                                        grond van artikel 3, eerste of tweede lid, ontvangt de helft
                                        bedraagt van het bedrag dat op grond van die bepalingen van
                                        toepassing is.</al></entry><entry colname="col2"><al>Laten vervallen </al></entry><entry colname="col3"><al>Reeds dwingend geregeld in rechtspositiebesluit raads- en
                                        commissieleden (artikel 1a).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.De artikelen 1 tot en met 7, 8, eerste, tweede, vierde en
                                        vijfde lid, en 11 tot en met 13a van deze verordening zijn
                                        van toepassing op raadsleden die tijdelijk worden benoemd
                                        ter vervanging van een raadslid dat ingevolge artikel X 10
                                        van de Kieswet tijdelijk ontslag heeft verkregen wegens
                                        zwangerschap en bevalling of ziekte.</al></entry><entry colname="col2"><al>Laten vervallen</al></entry><entry colname="col3"><al>Reeds dwingend geregeld in rechtspositiebesluit raads- en
                                        commissieleden (artikel 1a).</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al><vet>Hoofdstuk 3. Voorzieningen voor wethouders</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al><vet>Artikel 14: Onkostenvergoeding </vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het
                                        wethouderschapschap verbonden kosten is gelijk aan het
                                        bedrag voor gemeenteklasse 4 (&lt; 18.001 inwoners), vermeld
                                        in artikel 25 van het Rechtspositiebesluit wethouders. </al></entry><entry colname="col2"><al>Nu artikel 9:</al><al>De wethouder ontvangt, conform het bepaalde in artikel 25
                                        van het Rechtspositiebesluit wethouders, een
                                        onkostenvergoeding voor overige aan de uitoefening van het
                                        ambt verbonden kosten. </al></entry><entry colname="col3"><al>Tekstuele aanpassing conform de formulering in het
                                        rechtspositiebesluit wethouders (artikel 25).</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al><vet>Artikel 15: Reiskosten woon-werkverkeer</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De tegemoetkoming voor het reizen tussen zijn woning en de
                                        plaats van tewerkstelling van de wethouder is gelijk aan de
                                        vergoeding bedoeld in artikel 3 van de Regeling
                                        rechtspositie wethouders.</al></entry><entry colname="col2"><al>Nu: artikel 10:</al><al>De wethouder heeft aanspraak op een vergoeding van kosten
                                        voor woon-werkverkeer, conform het bepaalde in artikel 23
                                        van het Rechtspositiebesluit wethouders. De hoogte van de
                                        vergoeding is overeenkomstig artikel 3 van de Regeling
                                        rechtspositieregeling wethouders.</al></entry><entry colname="col3"><al>Tekstuele aanpassing conform de formulering in het
                                        rechtspositiebesluit wethouders (artikel 23).</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>Artikel 16: Zakelijke reis- en verblijfskosten</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.Aan de wethouder worden naast de tegemoetkoming als
                                        bedoeld in artikel 15 vergoeding verleend voor reiskosten
                                        ter zake van andere dan de in artikel 15 bedoelde reizen ten
                                        behoeve van de gemeente gemaakt.</al><al>De vergoeding betreft: a. bij gebruik van openbare middelen
                                        van vervoer en van een taxi: een volledige vergoeding van de
                                        reiskosten; b. bij gebruik van een eigen personenauto: de
                                        vergoeding als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de
                                        Regeling rechtspositie wethouders; c. een vergoeding van de
                                        noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte verblijfkosten,met
                                        inachtneming van de in de Reisregeling binnenland genoemde
                                        maximum bedragen<vet>.</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Nu artikel 11:</al><al>1.De wethouder heeft aanspraak op een vergoeding van reis-
                                        en verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoefening
                                        van het ambt conform het bepaalde in artikel 23 van het
                                        Rechtspositiebesluit wethouders.</al><al>2.De hoogte van in het eerste lid bedoelde vergoeding is
                                        overeenkomstig artikel 4 van de Regeling
                                        rechtspositieregeling wethouders en betreft:</al><al>a.bij gebruik van openbare middelen van vervoer: een
                                        volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte
                                        noodzakelijke reiskosten;</al><al>b.bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding
                                        van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten
                                        overeenkomstig het bepaalde in de Reisregeling
                                        binnenland.</al><al>3.De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten
                                        ter zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente
                                        worden aan de wethouder vergoed, met inachtneming van de in
                                        de Reisregeling binnenland genoemde maximum bedragen.</al></entry><entry colname="col3"><al>Tekstuele aanpassing conform de formulering in het
                                        rechtspositiebesluit wethouders (artikel 23).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.Op aanvraag worden de reiskosten voor de zakelijke reizen
                                        van de wethouder gesaldeerd overeenkomstig de regeling voor
                                        gemeentelijk personeel. Indien geen regeling als bedoeld in
                                        de eerste volzin is vastgesteld vindt op aanvraag saldering
                                        van de reiskosten voor de zakelijke reizen van de wethouder
                                        plaats overeenkomstig artikel 4a van de Reisregeling
                                        binnenland , artikel 2a van de Reisregeling buitenland en
                                        artikel 13a van de krachtens het Verplaatsingskostenbesluit
                                        1989 vastgestelde Verplaatsingskostenregeling 1989. </al></entry><entry colname="col2"><al>Laten vervallen</al></entry><entry colname="col3"><al>Deze regeling wordt niet toegepast.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>Artikel 17: Dienstauto </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>(vervallen)</al></entry><entry colname="col2"><al>Verwijderd</al></entry><entry colname="col3"><al>De reeds eerder vervallen artikelen zijn uit de nummering
                                        gehaald.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Artikel 18 Verblijfskosten </vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>(vervallen)</al></entry><entry colname="col2"><al>Verwijderd</al></entry><entry colname="col3"><al>De reeds eerder vervallen artikelen zijn uit de nummering
                                        gehaald.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al><vet>Artikel 19: Buitenlandse dienstreis</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis
                                        buiten Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte
                                        noodzakelijke reis- en verblijfkosten vergoed.</al></entry><entry colname="col2"><al>Nu artikel 12:</al><al>1.Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis
                                        buiten Nederland maakt</al><al>worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis- en
                                        verblijfkosten vergoed.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland,
                                        niet zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf
                                        toestemming van het college vereist. De gemeenteraad kan aan
                                        deze toestemming voorwaarden verbinden.</al></entry><entry colname="col2"><al>2.Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland,
                                        niet zijnde een reis naar</al><al>een Europese instelling, is vooraf toestemming van het
                                        college vereist. </al><al>3.De gemeenteraad wordt vooraf geïnformeerd.</al></entry><entry colname="col3"><al>Tekstuele aanpassing.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al><vet>Artikel 20: Cursus, congres, seminar of
                                        symposium</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen,
                                        congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk
                                        belang door of namens de gemeente worden aangeboden of
                                        verzorgd komen voor rekening van de gemeente.</al></entry><entry colname="col2"><al>Nu artikel 13:</al><al>1.De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen,
                                        congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk
                                        belang door of namens de gemeente worden aangeboden of
                                        verzorgd komen voor rekening van de gemeente.</al></entry><entry colname="col3"><al>Geen inhoudelijke wijziging. Hernummering van
                                        artikelen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres,
                                        seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente
                                        wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde
                                        aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke
                                        informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor
                                        rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is
                                        in verband met de uitoefening van het ambt van
                                        wethouder.</al></entry><entry colname="col2"><al>2.De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres,
                                        seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente
                                        wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde
                                        aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke
                                        informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor
                                        rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is
                                        in verband met de uitoefening van het ambt van
                                        wethouder.</al></entry><entry colname="col3"><al>Geen inhoudelijke wijziging. Hernummering van
                                        artikelen.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>Artikel 21: Computer en internetverbinding</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.Het college verleent een wethouder voor de uitoefening van
                                        het ambt op aanvraag:</al><al>a.een tegemoetkoming voor het gebruik van een eigen
                                        computer, bijbehorende apparatuur en software;</al><al>b.een tegemoetkoming in de extra gebruikskosten van de eigen
                                        computer zoals papier en cartridges, die het gevolg zijn van
                                        de invoering van het raadsinformatiesysteem;</al><al>c.de abonnementskosten voor de internetverbinding van de in
                                        het eerste lid genoemde computerapparatuur.</al></entry><entry colname="col2"><al>Nu artikel 14:</al><al>1.Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 27a van het
                                        Rechtspositiebesluit wethouders verleent het college van
                                        burgemeester en wethouders een wethouder voor de uitoefening
                                        van het wethouderschap op aanvraag:</al><al>a.een tegemoetkoming voor het gebruik van een eigen
                                        computer, bijbehorende apparatuur en software;</al><al>b.een tegemoetkoming in de extra gebruikskosten van de eigen
                                        computer zoals papier en cartridges, die het gevolg zijn van
                                        de invoering van het raadsinformatiesysteem;</al><al>c.de abonnementskosten voor de internetverbinding van de in
                                        het eerste lid genoemde computerapparatuur.</al></entry><entry colname="col3"><al>Verwijzing naar artikel uit rechtspositiebesluit
                                        opgenomen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.Het college stelt de hoogte van de vergoedingen bedoeld in
                                        het eerste lid vast.</al></entry><entry colname="col2"><al>2.De in lid 1 sub a en b bedoelde tegemoetkoming bedraagt €
                                        25,- per maand. Conform de huidige fiscale regelgeving is
                                        dit een belaste vergoeding die wordt uitbetaald via de
                                        salarisadministratie.</al><al>3.De in lid 1 sub c bedoelde tegemoetkoming bedraagt € 25,-
                                        per maand. Conform de huidige fiscale regelgeving is dit een
                                        onbelaste vergoeding die wordt uitbetaald via de
                                        salarisadministratie.</al><al>4.De wethouder die aanspraak wil maken op de hierboven
                                        genoemde vergoedingen, dient hiertoe een aanvraag in op een
                                        door de gemeente nader te bepalen wijze (aanvraagformulier
                                        PC-vergoeding).</al></entry><entry colname="col3"><al>De regeling PC-vergoeding uit 2009 is uit praktische
                                        overwegingen opgenomen in deze verordening.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>Artikel 22: Mobiele telefoon</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.Op aanvraag wordt de wethouder voor uitsluitend de
                                        uitoefening van zijn ambt een mobiele telefoon in bruikleen
                                        ter beschikking gesteld.</al></entry><entry colname="col2"><al>Nu artikel 15:</al><al>5.Op aanvraag wordt de wethouder voor uitsluitend de
                                        uitoefening van zijn ambt een mobiele telefoon in bruikleen
                                        ter beschikking gesteld.</al></entry><entry colname="col3"><al>Geen inhoudelijke wijziging. Hernummering van
                                        artikelen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst
                                        met de gemeente.</al></entry><entry colname="col2"><al>6.De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst
                                        met de gemeente.</al></entry><entry colname="col3"><al>Idem.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst
                                        vast.</al></entry><entry colname="col2"><al>7.Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst
                                        vast.</al></entry><entry colname="col3"><al>Idem.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.Voor zover de in bruikleen beschikbaar gestelde mobiele
                                        telefoon voor privé-doeleinden is gebruikt, vindt
                                        maandelijks een verrekening van de gesprekskosten
                                        plaats.</al></entry><entry colname="col2"><al>8.Voor zover de in bruikleen beschikbaar gestelde mobiele
                                        telefoon voor privé-doeleinden is gebruikt, vindt
                                        maandelijks een verrekening van de gesprekskosten
                                        plaats.</al></entry><entry colname="col3"><al>Idem.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>Artikel 23: Spaarloonregeling/levensloopregeling</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het
                                        gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling, mits aan
                                        de fiscale voorwaarden wordt voldaan.</al></entry><entry colname="col2"><al>Laten vervallen</al></entry><entry colname="col3"><al>De wettelijke spaarloon- en levensloopregeling zijn
                                        inmiddels beide ingetrokken.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.De wethouder kan deelnemen aan de levensloopregeling als
                                        bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting
                                        1964.</al></entry><entry colname="col2"><al>Laten vervallen</al></entry><entry colname="col3"><al>De wettelijke spaarloon- en levensloopregeling zijn
                                        inmiddels beide ingetrokken.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien
                                        de wethouder gebruik maakt van de wettelijke
                                        levensloopregeling (i.c. Het is niet toegestaan om in één
                                        kalenderjaar stortingen te doen in zowel de spaarloon- als
                                        de levensloopregeling)</al></entry><entry colname="col2"><al>Laten vervallen</al></entry><entry colname="col3"><al>De wettelijke spaarloon- en levensloopregeling zijn
                                        inmiddels beide ingetrokken.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet
                                        bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de
                                        gemeente.</al></entry><entry colname="col2"><al>Laten vervallen</al></entry><entry colname="col3"><al>De wettelijke spaarloon- en levensloopregeling zijn
                                        inmiddels beide ingetrokken.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>Artikel 24: Reis- en pensionkosten en verhuiskosten</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in
                                        de gemeente beschikt heeft ten laste van de gemeente
                                        aanspraak op vergoeding van: a. reis- en pensionkosten
                                        overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 van de Regeling
                                        rechtspositie wethouders; b. verhuiskosten in verband met de
                                        benoeming als wethouder overeenkomstig het bepaalde in
                                        artikel 2 van de Regeling rechtspositie wethouders.</al></entry><entry colname="col2"><al>Nu artikel 16:</al><al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in
                                        de gemeente beschikt heeft, conform het bepaalde in artikel
                                        22 van het Rechtspositiebesluit wethouders, ten laste van de
                                        gemeente aanspraak op vergoeding van:</al><al>c.reis- en pensionkosten; </al><al>d.een vergoeding van verhuiskosten in verband met de
                                        benoeming in de gemeente.</al></entry><entry colname="col3"><al>Tekstuele aanpassing conform de formulering in het
                                        rechtspositiebesluit wethouders (artikel 22).</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>Artikel 25: Kinderopvang</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>(vervallen)</al></entry><entry colname="col2"><al>verwijderd</al></entry><entry colname="col3"><al>De reeds eerder vervallen artikelen zijn uit de nummering
                                        gehaald.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="41*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="1*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="32*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="0*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col5" namest="col1"><al><vet>Hoofdstuk 4. Voorzieningen voor
                                        commissieleden</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col5" namest="col1"><al><vet>Artikel 26: Vergoeding voor het bijwonen van
                                            vergaderingen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van
                                        een commissie en haar subcommissies bedoeld in artikel 14
                                        van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is
                                        gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en
                                        Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 3 vastgestelde
                                        maximum.</al></entry><entry colname="col3"><al>Nu artikel 17:</al><al>Het commissielid heeft aanspraak op een vergoeding voor het
                                        bijwonen van de vergaderingen van de commissie, op grond van
                                        het bepaalde in artikel 14 van het Rechtspositiebesluit
                                        raads- en commissieleden.</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Tekstuele aanpassing conform de formulering in het
                                        rechtspositiebesluit raads- en commissieleden (artikel
                                        14).</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        degene die als lid van een commissie een vaste vergoeding
                                        voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96 van de
                                        Gemeentewet ontvangt.</al></entry><entry colname="col3"><al>Laten vervallen</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Verwijderd omdat deze verordening niet voor hen geldt; reeds
                                        uitgesloten bij de begripsbepalingen.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een
                                        commissie a. als raadslid of wethouder; b. uit hoofde van
                                        dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een ambtelijke of
                                        bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie bij een
                                        instelling die grotendeels van overheidswege wordt
                                        gesubsidieerd; c. als vertegenwoordiger van een
                                        belanghebbende instelling, organisatie of groepering, tenzij
                                        zijn lidmaatschap van de commissie tevens in belangrijke
                                        mate het gemeentelijk belang dient.</al></entry><entry colname="col3"><al>Laten vervallen</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Verwijderd omdat deze verordening niet voor hen geldt; reeds
                                        uitgesloten bij de begripsbepalingen.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>4.De raad kan in afwijking van het bepaalde in het eerste
                                        lid een hogere vergoeding vaststellen, gelijk aan het door
                                        de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties
                                        voor gemeenteklasse 4 vastgestelde maximum, ten aanzien van
                                        a. een lid van een commissie die op grond van zijn
                                        bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van
                                        de commissie voor deelname aan haar werkzaamheden is
                                        aangetrokken, en b. een lid van een commissie ten aanzien
                                        waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in een
                                        redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak
                                        en de omvang van de door hem te verrichten arbeid.</al></entry><entry colname="col3"><al>Laten vervallen</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Verwijderd omdat deze verordening niet voor hen geldt; reeds
                                        uitgesloten bij de begripsbepalingen.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col5" namest="col1"><al>Artikel 27: Reis- en verblijfskosten </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of
                                        wethouder is en niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot
                                        lid van de commissie is benoemd worden de reiskosten voor
                                        het bijwonen van de vergaderingen van de commissie vergoed.
                                        De vergoeding betreft: a. bij gebruik van openbare middelen
                                        van vervoer en van een taxi: een volledige vergoeding van de
                                        in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten; b. bij
                                        gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de
                                        in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten
                                        overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van
                                        de Regeling rechtspositie wethouders.</al></entry><entry colname="col3"><al>Nu artikel 18:</al><al>1.Aan het commissielid worden de ten behoeve van de gemeente
                                        gemaakte kosten in verband met reizen buiten het grondgebied
                                        van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het
                                        gemeentebestuur vergoed.</al><al>De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:</al><al>a.bij gebruik van openbare middelen van vervoer: een
                                        volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte
                                        noodzakelijke reiskosten;</al><al>b.bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding
                                        van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten
                                        overeenkomstig het bepaalde in de Reisregeling
                                        binnenland.</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Tekstuele aanpassing </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.Onverminderd het bepaalde in het eerste lid worden de in
                                        redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake
                                        van reizen binnen en buiten het grondgebied van de gemeente
                                        vergoed overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel
                                        c, van de Regeling rechtspositie wethouders, met
                                        inachtneming van in de Reisregeling binnenland genoemde
                                        maximum bedragen.</al></entry><entry colname="col3"><al>2.De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten
                                        ter zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente
                                        worden aan het commissielid vergoed, met inachtneming van de
                                        in de Reisregeling binnenland genoemde maximum
                                        bedragen.</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col5" namest="col1"><al><vet>Artikel 28: Buitenlandse excursie of reis</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.De gemeenteraad kan een commissie uit de gemeenteraad
                                        toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het
                                        buitenland. De gemeenteraad kan aan de toestemming
                                        voorwaarden verbinden.</al></entry><entry colname="col3"><al>Nu artikel 19:</al><al>4.De gemeenteraad kan een commissielid toestemming verlenen
                                        voor een excursie of reis naar het buitenland. De
                                        gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden
                                        verbinden.</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Tekstuele aanpassing</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door
                                        of vanwege de gemeente georganiseerd.</al></entry><entry colname="col3"><al>5.De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door
                                        of vanwege de gemeente georganiseerd.</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen
                                        voor rekening van de gemeente.</al></entry><entry colname="col3"><al>6.De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen
                                        voor rekening van de gemeente.</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col5" namest="col1"><al>Artikel 29: Cursus, congres, seminar of symposium </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.De kosten van deelname van een commissielid aan cursussen,
                                        congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk
                                        belang door of namens de gemeente worden aangeboden of
                                        verzorgd komen voor rekening van de gemeente.</al></entry><entry colname="col3"><al>Nu artikel 20:</al><al>1.De kosten van deelname van een commissielid aan cursussen,
                                        congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk
                                        belang door of namens de gemeente worden aangeboden of
                                        verzorgd komen voor rekening van de gemeente.</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Geen inhoudelijke wijziging. Hernummering van
                                        artikelen.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.Het commissielid dat wil deelnemen aan een cursus,
                                        congres, seminar of symposium dat niet door of namens de
                                        gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een
                                        gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van
                                        inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten
                                        komen voor rekening van de gemeente als deelname van
                                        algemeen belang is in verband met de vervulling van het
                                        commissielidmaatschap.</al></entry><entry colname="col3"><al>2.Het commissielid dat wil deelnemen aan een cursus,
                                        congres, seminar of symposium dat niet door of namens de
                                        gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een
                                        gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van
                                        inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten
                                        komen voor rekening van de gemeente als deelname van
                                        algemeen belang is in verband met de vervulling van het
                                        commissielidmaatschap</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Geen inhoudelijke wijziging. Hernummering van
                                        artikelen.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col5" namest="col1"><al><vet>Artikel 30: Computer en internetverbinding </vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.Het college verleent een commissielid voor de uitoefening
                                        van het commissielidmaatschap op aanvraag:</al><al>a.een tegemoetkoming voor het gebruik van een eigen
                                        computer, bijbehorende apparatuur en software;</al><al>b.een tegemoetkoming in de extra gebruikskosten van de eigen
                                        computer zoals papier en cartridges, die het gevolg zijn van
                                        de invoering van het raadsinformatiesysteem;</al><al>c.de abonnementskosten voor de internetverbinding van de in
                                        het eerste lid genoemde computerapparatuur.</al></entry><entry colname="col3"><al>Nu artikel 21:</al><al>1.In de geest van het bepaalde in artikel 7a van het
                                        Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden verleent het
                                        college van burgemeester en wethouders een commissielid voor
                                        de uitoefening van het commissielidmaatschap op
                                        aanvraag:</al><al>a.een tegemoetkoming voor het gebruik van een eigen
                                        computer, bijbehorende apparatuur en software;</al><al>b.een tegemoetkoming in de extra gebruikskosten van de eigen
                                        computer zoals papier en cartridges, die het gevolg zijn van
                                        de invoering van het raadsinformatiesysteem;</al><al>c.de abonnementskosten voor de internetverbinding van de in
                                        het eerste lid genoemde computerapparatuur.</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Verwijzing naar artikel uit rechtspositiebesluit
                                        opgenomen.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.Het college stelt de hoogte van de vergoedingen bedoeld in
                                        het eerste lid vast.</al></entry><entry colname="col3"><al>2.De in lid 1 sub a en b bedoelde tegemoetkoming bedraagt €
                                        25,- per maand. Conform de huidige fiscale regelgeving is
                                        dit een belaste vergoeding die wordt uitbetaald via de
                                        salarisadministratie.</al><al>3.De in lid 1 sub c bedoelde tegemoetkoming bedraagt € 25,-
                                        per maand. Conform de huidige fiscale regelgeving is dit een
                                        onbelaste vergoeding die wordt uitbetaald via de
                                        salarisadministratie.</al><al>4.Het commissielid dat aanspraak wil maken op de hierboven
                                        genoemde vergoedingen, dient hiertoe een aanvraag in op een
                                        door de gemeente nader te bepalen wijze (aanvraagformulier
                                        PC-vergoeding).</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>De regeling PC-vergoeding uit 2009 is uit praktische
                                        overwegingen opgenomen in deze verordening.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col5" namest="col1"><al><vet>Hoofdstuk 5. De procedure van een declaratie</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col5" namest="col1"><al><vet>Artikel 31: Betaling van kosten</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt
                                        plaats door</al><al>a.betaling uit eigen middelen; of b. rechtstreekse
                                        toezending van de factuur aan de gemeente; of c. een
                                        gemeentelijke creditcard.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Nu artikel 22: </al><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt
                                        plaats door</al><al>c.declaratie van vooruit betaalde kosten of</al><al>d.rechtstreekse toezending van de factuur aan de
                                        gemeente.</al></entry><entry colname="col4"><al>Tekstuele aanpassing</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col5" namest="col1"><al><vet>Artikel 32: Declaratie van vooruit betaalde kosten
                                        </vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen
                                        5, 6, 16, 19, 24 en 27 wordt gebruik gemaakt van een
                                        declaratieformulier, waarvan het model door het college is
                                        vastgesteld, indien deze kosten uit eigen middelen vooruit
                                        zijn betaald.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Nu artikel 23:</al><al>1.Voor de vergoeding van declarabele kosten wordt gebruik
                                        gemaakt van een declaratieformulier, waarvan het model door
                                        het college is vastgesteld, indien deze kosten uit eigen
                                        middelen vooruit zijn betaald.</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Tekstuele aanpassing</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en
                                        ondertekend. Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder of
                                        het commissielid dient het declaratieformulier in bij de
                                        griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of een
                                        door hem aangewezen ambtenaar, onder bijvoeging van de
                                        originele bewijsstukken. Gemaakte kosten dienen in de eerste
                                        maand volgend op de maand waarin de kosten zijn gemaakt te
                                        worden gedeclareerd, met inachtneming van de interne
                                        afspraken met betrekking tot de uiterste aanleverdata van
                                        salarismutaties.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>2.Bij het indienen van een declaratie worden de in de
                                        bijlage genoemde declaratierichtlijnen in acht genomen.</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Tekstuele aanpassing</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col5" namest="col1"><al><vet>Artikel 33: Rechtstreekse facturering bij de gemeente
                                        </vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 7, 16,
                                        19, 20 en 24 kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending
                                        van de door het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder
                                        voor akkoord ondertekende factuur aan de gemeente. </al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Laten vervallen</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Overbodige bepaling; strookt niet met praktijk</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats
                                        door het begeleidingsformulier, waarvan het model door het
                                        college is vastgesteld, volledig in te vullen en te
                                        ondertekenen. </al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Laten vervallen</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Overbodige bepaling; strookt niet met praktijk</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het
                                        begeleidingsformulier en de factuur binnen 2 maanden in bij
                                        de griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of de
                                        door hem aangewezen ambtenaar. </al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Laten vervallen</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>Overbodige bepaling; strookt niet met praktijk</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col5" namest="col1"><al><vet>Artikel 34: </vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>(vervallen)</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Verwijderd</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>De reeds eerder vervallen artikelen zijn uit de nummering
                                        gehaald.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col5" namest="col1"><al><vet>Hoofdstuk 6. Citeertitel en inwerkingtreding</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col5" namest="col1"><al><vet>Artikel 35: Intrekking oude regeling </vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De Verordening rechtspositie wethouders, raads- en
                                        commissieleden 2007, vastgesteld op 29 maart 2007, wordt
                                        ingetrokken op de datum van inwerkingtreding van deze
                                        verordening.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Nu artikel 24:</al><al>3.De Verordening rechtspositie wethouders, raads- en
                                        commissieleden 2010, vastgesteld op 18 februari 2010, wordt
                                        ingetrokken op de datum van inwerkingtreding van deze
                                        verordening.</al><al>4.De Regeling PC-vergoeding wethouders en raadsleden 2009,
                                        vastgesteld op 10 maart 2009, wordt ingetrokken op de datum
                                        van inwerkingtreding van deze verordening.</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col5" namest="col1"><al><vet>Artikel 36: Inwerkingtreding </vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Deze regeling treedt in werking op 1 april 2010. </al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Nu artikel 25:</al><al>Deze regeling treedt in werking op 1 maart 2014. </al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col5" namest="col1"><al><vet>Artikel 37: Citeertitel </vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening
                                        rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden
                                        2010.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Nu artikel 26:</al><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening
                                        rechtspositie politieke ambtsdragers 2014.</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage></regeling></body></cvdr>