<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR324870_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Veendam 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Veendam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veendam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.veendam.nl/document.php?m=1&amp;fileid=22133&amp;f=132f9387cc6db175185d87315b1d8866&amp;attachment=0">Elektronisch Gemeenteblad, 2014, 25 maart 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Veendam 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=art.147&amp;g=2014-03-27">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=44">Gemeentewet, art. 44, 2e en 3e lid</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=95">Gemeentewet, art. 95</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=96">Gemeentewet, art. 96</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=97">Gemeentewet, art. 97</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=98">Gemeentewet, art. 98</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=99">Gemeentewet, art. 99</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-03-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-03-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014R0011</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>deze regeling vervangt de Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Veendam 2006</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Veendam 2006</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente
                Veendam 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Veendam;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 28
                        januari 2014;</al><al/><al>gelet op de artikelen 44, tweede en derde lid, 95 tot en met 99 en 147 van
                        de Gemeentewet, gelet op het Rechtspositiebesluit wethouders en het
                        Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, </al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente
                            Veendam 2014</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de
                                    Gemeentewet; </al></li><li nr="b."><al>Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22
                                    maart 1994, Stb. 243; </al></li><li nr="c."><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk
                                    Besluit van 22 december 2009, Stb. 561; </al></li><li nr="d."><al>Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van
                                    20 februari 2004, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het
                                    Rechtspositiebesluit wethouders; </al></li><li nr="e."><al>raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder; </al></li><li nr="f."><al>griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de
                                    Gemeentewet; </al></li><li nr="g."><al>gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de
                                    Gemeentewet. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor raads- en commissieleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden voor raadsleden bedoeld in artikel
                            2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, is
                            gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en
                            Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse vier vastgestelde maximum. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een
                                commissie en haar subcommissies bedoeld in artikel 14 van het
                                Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is gelijk aan het door
                                de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor
                                gemeenteklasse vier vastgestelde maximum. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die
                                als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden
                                als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet ontvangt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissie </al><lijst><li nr="a."><al>als raadslid of wethouder; </al></li><li nr="b."><al>uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een
                                        ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een
                                        functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege
                                        wordt gesubsidieerd; </al></li><li nr="c."><al>als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling,
                                        organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de
                                        commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang
                                        dient. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een
                                hogere vergoeding vaststellen, zulks tot ten hoogste X% van het in
                                het eerste lid bedoelde bedrag van de vergoeding, ten aanzien van </al><lijst><li nr="a."><al>een lid van een commissie die op grond van zijn bijzondere
                                        beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de
                                        commissie voor deelname aan haar werkzaamheden is
                                        aangetrokken, en </al></li><li nr="b."><al>een lid van een commissie ten aanzien waarvan de vergoeding
                                        niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan
                                        tot de zwaarte van zijn taak en de omvang van de door hem te
                                        verrichten arbeid. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Toelage bijzondere commissies</titel></kop><al>Een lid van de raad dat lid is van de vertrouwenscommissie, bedoeld in
                            artikel 61, derde lid, van de Gemeentewet, dan wel de rekenkamerfunctie,
                            bedoeld in artikel 81oa van de Gemeentewet, uitoefent dan wel lid is van
                            een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de
                            Gemeentewet, ontvangt voor de duur van het lidmaatschap van de commissie
                            dan wel de duur van de activiteiten per jaar geen toelage. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap
                            verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse vier,
                            vermeld in tabel II, voor gemeenten die hebben gekozen voor de
                            werkkostenregeling van het Rechtspositiebesluit raads- en
                            commissieleden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is
                                geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                                naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid
                                is geweest. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                                geschiedt in maandelijkse termijnen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verlaging vergoeding werkzaamheden bij
                                arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan op
                            verzoek van een raads- of commissielid worden verlaagd in het geval hij
                            een uitkering ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke
                            arbeidsongeschiktheid. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Compensatie korting werkloosheidsuitkering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het geval een raads- of een commissielid een uitkering op grond
                                van de Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20
                                van die wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het
                                uitoefenen van het raads- of commissielidmaatschap meer bedraagt dan
                                de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het
                                raads- of commissielid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van
                                de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval dat een raads- of commissielid een uitkering op grond
                                van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel
                                ontvangt en de na toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat
                                besluit ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het
                                uitoefenen van het raads- of commissielidmaatschap meer bedraagt dan
                                de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het
                                raads- of commissielid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van
                                de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Reiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte
                                kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente
                                ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur vergoed.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of wethouder is en
                                niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de commissie is
                                benoemd worden de reiskosten voor het bijwonen van de vergaderingen
                                van de commissie vergoed.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan leden van de commissie bezwaren en klachten en aan leden van de
                                monumentencommissie worden de reiskosten voor het bijwonen van
                                vergaderingen van de commissies(s) vergoed.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergoeding als bedoeld in het eerste en tweede lid betreft: </al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                                        taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid
                                        gemaakte noodzakelijke reiskosten; </al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van
                                        de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten
                                        overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, en
                                        artikel 5a van de Regeling rechtspositie wethouders; </al></li><li nr="c."><al>In afwijking van artikel 9, lid 4, sub b, zal de hoogte van
                                        de vergoeding overeenkomstig bijlage 1 van deze verordening
                                        worden uitbetaald.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake
                                van reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het
                                raadslid vergoed. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake
                                van reizen binnen en buiten het grondgebied van de gemeente worden
                                aan het commissielid vergoed. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergoeding is overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel
                                c, van de Regeling rechtspositie wethouders. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Buitenlandse excursie of reis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad kan een commissie uit de gemeenteraad toestemming
                                verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. De
                                gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door of vanwege
                                de gemeente georganiseerd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor
                                rekening van de gemeente. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van deelname van een raadslid of commissielid aan
                                cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk
                                belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd
                                komen voor rekening van de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het raadslid of commissielid dat wil deelnemen aan een cursus,
                                congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente
                                wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde
                                aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie
                                en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de
                                gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met de
                                vervulling van het raads- of commissielidmaatschap. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Tablet en internetverbinding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Raadsleden worden eenmaal per raadsperiode voor de uitoefening van
                                het raadslidmaatschap een tablet en software in eigendom verstrekt.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Raadsleden die reeds een tablet bezitten en deze inzetten voor
                                digitaal vergaderen bij raadszittingen, ontvangen een eenmalige
                                netto vergoeding per raadsperiode.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Fractiepartijen worden eenmaal per raadsperiode maximaal twee
                                tablets en software verstrekt. Fractiepartijen verstrekken de
                                tablets in bruikleen aan een door de raad benoemd commissielid van
                                de betreffende fractie, niet zijnde een raadslid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Ziektekostenvoorziening (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Werkkostenregeling</titel></kop><al>Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid,
                            onderdeel f van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen: </al><lijst><li nr="a."><al>de vergoedingen op grond van artikel 5 </al></li><li nr="b."><al>de vergoedingen op grond van artikel 9 </al></li><li nr="c."><al>de vergoedingen op grond van artikel 10 </al></li><li nr="d."><al>de vergoedingen en verstrekkingen op grond van artikel 11 </al></li><li nr="e."><al>de vergoedingen op grond van artikel 12 </al></li><li nr="f."><al>de vergoedingen en verstrekkingen op grond van artikel 13 van
                                    deze verordening en artikel 7a, eerste lid van het
                                    Rechtspositiebesluit raads- en commisieleden </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het wethouderschapschap
                            verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 18.001 of
                            meer inwoners, vermeld in artikel 25 van het Rechtspositiebesluit
                            wethouders. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><al>De tegemoetkoming voor het reizen tussen zijn woning en de plaats van
                            tewerkstelling van de wethouder is gelijk aan de vergoeding bedoeld in
                            artikel 3 van de Regeling rechtspositie wethouders. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Zakelijke reiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de wethouder wordt naast de tegemoetkoming, bedoeld in artikel
                                17, vergoeding verleend voor reiskosten ter zake van andere dan de
                                in artikel 17 bedoelde reizen ten behoeve van de gemeente gemaakt
                                overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 en artikel 5a van de
                                Regeling Rechtspositie Wethouders. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 18, lid 1, zal de hoogte van de vergoeding
                                overeenkomstig bijlage 1 van deze verordening worden
                                uitbetaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Dienstauto</titel></kop><al>Deze voorziening wordt aan wethouders niet geboden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>De wethouder wordt de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                            verblijfkosten ter zake van reizen bedoeld in artikel 18 volledig
                            vergoed.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten
                                Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                reis- en verblijfkosten vergoed. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet
                                zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming
                                van het college vereist. De gemeenteraad kan aan deze toestemming
                                voorwaarden verbinden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen,
                                seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens
                                de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                                gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                                symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag
                                gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente
                                als deelname van algemeen belang is in verband met de uitoefening
                                van het ambt van wethouder. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Tablet en internetverbinding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De wethouder wordt ten laste van de gemeente voor de uitoefening van
                                het ambt een tablet en software in bruikleen verstrekt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt een bruikleenovereenkomst vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De wethouder ondertekent voor de bruikleen een bruikleenovereenkomst
                                met de gemeente. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Mobiele telefoon</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op aanvraag wordt de wethouder voor uitsluitend de uitoefening van
                                zijn ambt een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de
                                gemeente. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de in bruikleen beschikbaar gestelde mobiele telefoon
                                voor meer dan 50% voor privé-doeleinden is gebruikt, vindt voor het
                                meerdere een verrekening van de gesprekskosten plaats met het
                                salaris.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Reis- en pensionkosten en verhuiskosten bij benoeming</titel></kop><al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente
                            beschikt heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding van: </al><lijst><li nr="a."><al>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1
                                    van de Regeling rechtspositie wethouders; </al></li><li nr="b."><al>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                    overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling
                                    rechtspositie wethouders. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Werkkostenregeling</titel></kop><al>Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid,
                            onderdeel f van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen: </al><lijst><li nr="a."><al>de vergoedingen op grond van artikel 16 </al></li><li nr="b."><al>de vergoedingen op grond van artikel 17 </al></li><li nr="c."><al>de verstrekkingen op grond van artikel 18 </al></li><li nr="d."><al>de vergoedingen op grond van artikel 21 </al></li><li nr="e."><al>de vergoedingen en verstrekkingen op grond van artikel 22 van
                                    deze verordening en artikel 27a van het Rechtspositiebesluit
                                    wethouders </al></li><li nr="f."><al>de verstrekkingen op grond van artikel 23 </al></li><li nr="g."><al>de vergoedingen op grond van artikel 25 </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Betaling van kosten</titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door </al><lijst><li nr="a."><al>betaling uit eigen middelen; of </al></li><li nr="b."><al>rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente; of
                                </al></li><li nr="c."><al>een gemeentelijke creditcard. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5, 6, 16,
                                19, 24 en 27 wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier,
                                waarvan het model door het college is vastgesteld, indien deze
                                kosten uit eigen middelen vooruit zijn betaald. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend. Het
                                raadslid, onderscheidenlijk de wethouder of het commissielid dient
                                het declaratieformulier binnen 2 maanden bij de griffier,
                                onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of een door hem aangewezen
                                ambtenaar in, onder bijvoeging van de originele bewijsstukken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 7, 16, 19, 20 en
                                24 kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door het
                                raadslid, onderscheidenlijk de wethouder voor akkoord ondertekende
                                factuur aan de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het
                                begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is
                                vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het
                                begeleidingsformulier en de factuur binnen 2 maanden in bij de
                                griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of de door hem
                                aangewezen ambtenaar. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Gebruik creditcard</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding van kosten als bedoeld in de artikelen 16, 19 en 24
                                kan plaatsvinden door gebruikmaking van de gemeentelijke creditcard.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een gemeentelijke creditcard wordt de wethouder op aanvraag in
                                bruikleen ter beschikking gesteld voor het doen van uitgaven die
                                voor vergoeding of tegemoetkoming ten laste van de gemeente in
                                aanmerking komen. Aan de verstrekking van de creditcard kunnen
                                voorwaarden worden verbonden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeentesecretaris draagt zorg voor de aanvraag, verstrekking en
                                intrekking van gemeentelijke creditcards. Bij de aanvraag wordt
                                aangegeven of een persoonlijke pincode voor het opnemen van contant
                                geld gewenst wordt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het
                                begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is
                                vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het begeleidingsformulier en de factuur worden binnen 2 maanden
                                ingediend bij de gemeentesecretaris of de door hem aangewezen
                                ambtenaar. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij beëindiging van het ambt van wethouder wordt de creditcard
                                onverwijld ingeleverd. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Verlies of diefstal van de creditcard wordt direct gemeld bij de
                                betreffende creditcardmaatschappij en zo spoedig mogelijk ook bij de
                                gemeente. Het eigen risico bij verlies en diefstal komt mits is
                                voldaan aan de daarvoor geldende regels, voor rekening van de
                                gemeente. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden
                            gemeente Veendam 2006 wordt ingetrokken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 27 maart 2014<cursief>.
                            </cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                            wethouders, raads- en commissieleden gemeente Veendam 2014. </al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 3 maart 2014</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>S.B. Swierstra </ondertekening><ondertekening/><ondertekening> De griffier,</ondertekening><ondertekening>R. Brekveld</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>BIJLAGE 1</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Zakelijke reiskosten</al><al>-€ 0,31 netto per kilometer (conform raadsbesluit nummer
                            201221546/ID).</al></li><li nr="b."><al>De commissie voor bezwaarschriften en klachten</al><lijst><li nr="-"><al>Vaste vergoeding voor elk lid en plaatsvervangend lid van € 330
                                    per jaar.</al></li><li nr="-"><al>Een vergoeding per bijgewoonde vergadering van € 140 bruto voor
                                    de leden en van € 180 bruto voor de voorzitter.</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>De Monumentencommissie</al><al>-Vergoeding van € 92 per uur voor het bijwonen van vergaderingen in
                            eigen uren.</al></li></lijst></bijlage></regeling></body></cvdr>