<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR324729_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke regeling Stadsregio Amsterdam, bij de 6de wijziging</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Vervoerregio Amsterdam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Aalsmeer</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Amstelveen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Amsterdam</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Beemster</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Edam-Volendam</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmermeer</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Landsmeer</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oostzaan</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Purmerend</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uithoorn</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Waterland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wormerland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciale register (ingeschreven) / nieuws uit het dagelijks bestuur / Regiojournaal</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke regeling Stadsregio Amsterdam</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeenschappelijke Regeling Stadsregio Amsterdam</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Gemeenschappelijke Regeling, hoofdstuk XI</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-02-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>1992-05-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-05-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging 6</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2006/1</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>De regioraad van het Regionaal Orgaan Amsterdam:</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>gelezen de besluitvorming in de vergadering van het dagelijks bestuur van 15
                        december 2005;</al><al/><al>gezien artikel 66 van de gemeenschappelijke regeling Regionaal Orgaan
                        Amsterdam;</al><al/><al>gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen;</al><al/><al/><al><vet><onderstreept>ARTIKEL I</onderstreept></vet></al><al/><al>besluit de aan het Regionaal Orgaan Amsterdam deelnemende gemeenten voor te
                        stellen de gemeenschappelijke regeling als volgt te wijzigen:</al><al/><al/><al/><al><vet>A</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 1, lid 1 sub a. komt te luiden:</cursief></al><al> a. de regeling: de Gemeenschappelijke regeling Stadsregio Amsterdam;</al><al/><al><vet>B</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 1, lid 1 sub b. komt te luiden:</cursief></al><al>b. de Stadsregio Amsterdam: de plusregio, bedoeld in hoofdstuk XI
                        van de Wet gemeenschappelijke regelingen;</al><al/><al><vet>C</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 1, lid 2 komt te luiden:</cursief></al><al>2. Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere
                        wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard,
                        komen in die artikelen in de plaats van "de gemeen­te", "de raad", "het
                        college van burge­meester en wethouders" en "de burgemeester",
                        onderscheidenlijk: de Stadsregio Amsterdam, de regio­raad, het dagelijks
                        bestuur en de voorzitter.</al><al/><al><vet>D</vet></al><al/><al><cursief>Hoofdstuk II komt te luiden:</cursief></al><al><vet>Hoofdstuk II DE STADSREGIO AMSTERDAM</vet></al><al/><al><vet>E</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 2 komt te luiden:</cursief></al><al>Er is een plusregio genaamd: de Stadsregio Amsterdam.</al><al><vet>F</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 3, lid 1 komt te luiden:</cursief></al><al>1. De Stadsregio Amsterdam is gevestigd te Amsterdam.</al><al/><al><vet>G</vet></al><al/><al><cursief>Aan Artikel 3 wordt een derde lid toegevoegd,
                        luidende:</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>De Stadsregio Amsterdam is een samenwerkingsverband <vet>van 16
                                    gemeenten in de regio Amsterdam</vet> op grond van Hoofdstuk XI
                                van de Wet gemeenschappelijke regelingen en wordt gevormd door de
                                    <vet>gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beemster,
                                    Diemen, Edam-Volendam, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan,
                                    Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland,
                                    Zaanstad en Zeevang.</vet></al></li></lijst><al/><al><vet>H</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 4, lid 1 komt te luiden:</cursief></al><al>1. De Stadsregio Amsterdam heeft tot taak, met inachtneming van hetgeen in
                        deze regeling is bepaald, die belangen te behartigen, welke verband houden
                        met een evenwichtige en harmonische ontwikkeling van de regio
                        Amsterdam.</al><al/><al>I</al><al/><al><cursief>Artikel 5 komt te luiden:</cursief></al><al>Ter behartiging van de in artikel 4 genoemde belangen, alsmede ter
                        uitvoe­ring van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Wijzigingswet
                        Wgr-plus en van de door die wet gewijzigde wetten en daarop berustende
                        wettelijke (uitvoe­rings-)maatregelen, is de Stadsregio Amsterdam bevoegd
                        tot:</al><al>a. het aangeven van hoofdlijnen van de gewenste ontwikkeling van het gebied
                        door middel van planning, sturing en coördinatie,</al><al>b. uitvoering van gemeentelijke taken, die aan de Stadsregio Amsterdam zijn
                        overge­dra­gen,</al><al>c. het verlenen van diensten,</al><al>d. uitoefening van taken van rijk en/of provincie(s), wanneer de Stadsregio
                        Amsterdam daartoe in staat wordt gesteld.</al><al/><al><vet>J</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 1 sub a komt te luiden: </cursief></al><al> a. De regioraad stelt voor het samenwerkingsgebied het regionaal
                        struc­tuur­plan vast, als bedoeld in artikel 36c. van de Wet op de
                        ruimtelijke orde­ning, waarin de toekomstige ontwikkeling van dat gebied
                        wordt aangegeven.</al><al><vet>K</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 1 sub b komt te luiden:</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>De regioraad orgaan bevordert het maken van afspraken over (aspecten
                                van) de uitwer­king van het rijks- c.q. provinciaal ruimtelijke
                                ordeningsbeleid met betrek­king tot het samenwer­kingsgebied.</al></li></lijst><al><vet>L</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 2 sub a komt te luiden:</cursief></al><al> a. De regioraad stelt een regionaal volkshuisvestingsplan vast, waarin mede
                        in samenhang met de ruimtelijke aspecten, in ieder geval aandacht wordt
                        besteed aan de invulling (differen­tiatie en financieringscategorieën) van
                        regionale woning­bouw­projec­ten en de omvang daarvan.</al><al/><al/><al><vet>M</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 2 sub b komt te luiden:</cursief></al><al> b. De regioraad draagt zorg voor afstemming en harmo­nisatie van woonruimte
                        verdeling en van de gemeentelijke huisves­tingsregels.</al><al/><al><vet>N</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 2 sub c komt te luiden:</cursief></al><al> c. De regioraad is bevoegd regels te stellen inzake de verdeling over de
                        deelne­mende gemeenten van een op grond van de Woningwet aan de Stadsregio
                        Amsterdam toebedeeld programma.</al><al/><al><vet>O</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 2 sub d komt te luiden:</cursief></al><al> d. De regioraad is bevoegd voorschriften te geven inzake het door hem
                        verstrekken van financiële middelen voor activiteiten bedoeld in artikel 81,
                        eerste lid van de Woningwet.</al><al/><al><vet>P</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 3 sub a. komt te luiden:</cursief></al><al> a. De regioraad stelt een een regionaal verkeers- en vervoers­plan vast,
                        dat met het oog op de bevordering van de bereikbaar­heid en de leefbaarheid
                        richting geeft aan de door het orgaan te nemen beslissingen inzake verkeer
                        en vervoer en op grond waarvan het orgaan aan de deelnemende gemeenten
                        aanwijzingen kan geven met betrekking tot het door die gemeenten terzake te
                        voeren beleid.</al><al/><al><vet>Q</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 3 </cursief><cursief>sub b. komt te luiden:
                        </cursief></al><al> b. De deelnemende gemeenten dragen, voorzover zij daarover be­schikken, hun
                        bevoegd­he­den inzake lokaal openbaar vervoer over aan de Stadsregio
                        Amsterdam.</al><al/><al><vet>R</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 3 </cursief><cursief>sub c. komt te
                            luiden:</cursief></al><al> c. De Stadsregio Amsterdam draagt ter uitvoering van het regionaal
                        verkeers- en vervoers­plan zorg voor de verwerving en verdeling van
                        rijksmiddelen op grond van en ingevolge de Wet gemeenschappelijke
                        regelingen, de Wet en het Besluit personenvervoer 2000, de Wet en het
                        Besluit op het Infrastructuurfonds en de Wet BDU verkeer en vervoer en
                        andere wettelijke regelingen. </al><al/><al><vet>S</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 4 sub a komt te luiden:</cursief></al><al> a. De regioraad is bevoegd voorschriften te geven met betrekking tot het
                        door de deelnemende gemeenten verwerven en uitgeven van gronden, de aanleg
                        van voorzie­ningen van openbaar nut, het verhaal van kosten daarvan, alsmede
                        de mate waarin de financiële gevolgen worden verdeeld over de deelnemende
                        gemeen­ten.</al><al/><al><vet>T </vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 4 sub b komt te luiden:</cursief></al><al> b. De regioraad is bevoegd gebieden aan te wijzen ten aanzien waarvan het
                        kan bepalen dat de verwerving en de uitgif­te van gronden, de aanleg van
                        voorzie­ningen van openbaar nut, alsmede het verhaal van kosten daarvan,
                        uitsluitend door of vanwege het regionaal orgaan kan plaatsvinden.</al><al/><al><vet>U</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 4 sub c komt te luiden:</cursief></al><al> c. De regioraad is bevoegd voorschriften te geven met betrekking tot het
                        onder­houd en het beheer van de onder a. en b. bedoelde gronden.</al><al/><al><vet>V</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 5 sub a komt te luiden:</cursief></al><al> a. De regioraad stelt een integraal plan vast voor de gewenste
                        milieukwali­teit in het samen­werkingsgebied, waarmee bij de uitoefening van
                        zijn bevoegd­heden op het terrein van het verkeer en het vervoer, de
                        ruimtelijke ordening, de volks­huisvesting en de economische ontwikkeling
                        rekening wordt gehouden.</al><al/><al><vet>W</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 5 sub b komt te luiden:</cursief></al><al> b. De regioraad stelt een regionaal milieubeleidsplan, als bedoeld in
                        artikel 4.15a van de Wet milieubeheer vast, dat met het oog op de
                        bescherming van het milieu richting geeft aan beslissingen tot het nemen
                        waarvan de bevoegdheid bij of krachtens de wet aan zijn bestuursorganen is
                        toegekend.</al><al/><al><vet>X</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 5 sub c komt te luiden:</cursief></al><al> c. Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks het milieuprogramma vast, als
                        bedoeld in artikel 4.15b van de Wet milieubeheer. </al><al/><al><vet>Y</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 5 sub d komt te luiden:</cursief></al><al> d. Het dagelijks bestuur oefent de bevoegdheden uit, als bedoeld in artikel
                        65, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zodra een daartoe strekkende
                        algemene maatregel van bestuur dit mogelijk maakt. </al><al/><al><vet>Z</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 5 sub e komt te luiden:</cursief></al><al> e. Het dagelijks bestuur oefent de bevoegdheden uit als bedoeld in de
                        artikelen 8.2a en 8.2b van de Wet Milieubeheer, voor wat betreft het
                        verlenen van vergunnin­gen, zodra een daartoe strekkende algemene maatregel
                        van bestuur dit mogelijk maakt en maakt in overleg met de deelnemende
                        gemeenten, gebruik van de delegatie­mogelijk­heid, als bedoeld in artikel
                        8.2b van de Wet milieube­heer. </al><al/><al><vet>AA</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 5 sub f. komt te luiden:</cursief></al><al> f. Het dagelijks bestuur bevordert en coördineert de uitvoering van het
                        regionaal milieube­leidsplan en het regionaal milieukwali­teitsplan. </al><al/><al><vet>BB</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 6 sub a komt te luiden:</cursief></al><al> a. De regioraad stelt periodiek een regionaal-economische
                        ontwikkelings­stra­tegie op, waarmee bij de uitoefening van zijn
                        bevoegdheden op het terrein van de ruimtelij­ke ordening, het verkeer en het
                        vervoer, het milieu en het arbeidsmarktbe­leid wordt rekening gehouden.</al><al> De regioraad geeft daarin het beleid aan:</al><al> 1. ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheden met betrekking tot
                        bedrijf­ster­reinen, kantoorlokaties en detailhandelsvoorzieningen, die van
                        regionaal belang zijn, daaronder mede begrepen de zee- en de luchthaven en
                        de daarbij behorende bedrijflokaties, </al><al> 2. alsmede met betrekking tot sectoren van het bedrijfsleven die van
                        regionaal belang zijn.</al><al/><al><vet>CC</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 6 </cursief><cursief>sub b. komt te
                            luiden:</cursief></al><al> b. De Stadsregio Amsterdam levert een bijdrage aan een regionaal
                        arbeids­marktbeleid.</al><al/><al/><al/><al><vet>DD</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 6 sub c komt te luiden:</cursief></al><al> c. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor regionaal economisch
                        onderzoek.</al><al/><al><vet>EE</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 6 sub d komt te luiden:</cursief></al><al> d. De regioraad stelt de hoofdlijnen vast van een regio­naal promotie- en
                        acquisi­tiebe­leid, gericht op bedrijfsvesti­ging en toerisme.</al><al/><al><vet>FF</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 6 sub e komt te luiden:</cursief></al><al> e. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de verwerving en verde­ling van
                        fondsen en subsidies ten behoeve van de regionale economische ontwikkeling.. </al><al/><al><vet>GG</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, zevende lid, komt te luiden: </cursief></al><al><vet>7. Jeugdzorg </vet></al><al>Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de uitvoering van de
                        Wet op de jeugdzorg in het samenwerkingsgebied. </al><al/><al><vet>HH</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 7, lid 1 komt te luiden: </cursief></al><al>1. De bevoegdheid, als bedoeld in artikel 5, onder b, houdt in, dat het
                        dagelijks bestuur taken en bevoegd­heden uitoefent, welke door de
                        deelnemende gemeen­ten zijn overge­dragen met toepassing van artikel
                        50.</al><al/><al><vet>II</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 7, lid 2 komt te luiden:</cursief></al><al>2. Aan de bestuursorganen van de Stadsregio Amsterdam behoren, met
                        betrek­king tot de in het eerste lid bedoelde taken, alle aan de
                        gemeentebe­sturen toekomende bevoegdheden, voor zover niet bij de regeling
                        of de wet uitgezonderd.</al><al/><al><vet>JJ</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 8, lid 1 komt te luiden:</cursief></al><al>1. De bevoegdheid, als bedoeld in artikel 5, onder c, houdt in dat de
                        Stadsregio Amsterdam desgevraagd en wanneer de regioraad daarmee instemt,
                        diensten kan verlenen ten behoeve van één of meer deelnemende
                        gemeen­ten.</al><al/><al><vet>KK</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 9, lid 1 komt te luiden: </cursief></al><al>1. Bevoegdheden, als bedoeld in artikel 5, onder d, zijn bevoegdheden van
                        rijk en/of provin­cie, die hetzij in medebe­wind, hetzij door overdracht,
                        hetzij door aanvaarding op basis van overeenkomst of gemeen­schappelij­ke
                        regeling, aan de Stadsregio Amsterdam worden toegekend. </al><al/><al><vet>LL</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 10, komt te luiden:</cursief></al><al>Voor de behartiging van alle in artikel 4 genoemde belangen is het dagelijks
                        bestuur bevoegd tot: </al><al>a. het reageren op rijks- en provinciale nota's en plannen, die voor het
                        samenwer­kingsbied van belang zijn,</al><al>b. het vertegenwoordigen van het samenwerkingsgebied,</al><al>c. het organiseren van overleg en het uitbrengen van advies.</al><al/><al><vet>MM</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 11, lid 1 komt te luiden:</cursief></al><al>1. De bestuursorganen van de Stadsregio Amsterdam komen alle bevoegdheden
                        toe, die de plusregio van rechtswege bezit om als rechtspersoon aan het
                        maatschappelijk verkeer deel te nemen.</al><al/><al><vet>NN</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 11, lid 2 komt te luiden:</cursief></al><al>2. De bestuursorganen van de Stadsregio Amsterdam kunnen de uitoefening van
                        bevoegdheden als bedoeld in hoofdstuk IV, paragraaf 2 van de regeling voor
                        het gebied van een of meer gemeenten opdragen aan de bestuursorganen van een
                        of meer deelnemende gemeenten, indien dit in het belang is van een
                        verbetering van de praktijk van de uitoefening van die bevoegdheden en voor
                        zover die bevoegdhe­den zich naar hun aard en schaal daartoe lenen en die
                        bestuursorganen daarmee instemmen.</al><al/><al><vet>OO</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 13 komt te luiden:</cursief></al><al>De Stadsregio Amsterdam kan deelnemen aan gemeenschappelijke regelingen, als
                        bedoeld in de artikelen 93 en 96 van de wet.</al><al/><al/><al><vet>PP</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 14 komt te luiden:</cursief></al><al>De Stadsregio Amsterdam is bevoegd: </al><al>a. rechten te heffen, als bedoeld in artikel 219, onder i, van de
                        Gemeentewet;</al><al>b. een belasting te heffen, als bedoeld in artikel 221 van de
                        Gemeente­wet;</al><al>c. een belasting te heffen, als bedoeld in artikel 222 van de
                        Gemeente­wet.</al><al/><al/><al/><al><vet>QQ</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 15 komt te luiden:</cursief></al><al>Ter uitvoering van de taken en bevoegdheden, die bij of krachtens de wet,
                        algemene maatregel van bestuur, dan wel deze regeling aan de Stadsregio
                        Amsterdam zijn opgedragen, heeft het dagelijks bestuur de bevoegdheid tot
                        toepassing van bestuursdwang en de bevoegdheid tot het geven van een
                        machtiging tot binnentreden van woningen, overeen­komstig hoofdstuk VIII,
                        paragraaf 4, van de Gemeentewet.</al><al/><al><vet>RR</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 16 komt te luiden:</cursief></al><al>Het bestuur van de Stadsregio Amsterdam bestaat uit: </al><al>a. de regioraad; </al><al>b. het dagelijks bestuur;</al><al>c. de voorzitter.</al><al/><al><vet>SS</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 38, lid 1 sub c komt te luiden: </cursief></al><al> c. het beheer van de inkomsten en uitgaven van de Stadsregio
                        Amsterdam;</al><al/><al><vet>TT</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 38, lid 1 sub g komt te luiden: </cursief></al><al> g. het houden van een gedurig toezicht op al wat de Stadsregio
                        Amsterdam aangaat;</al><al/><al><vet>UU</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 38, lid 1 sub h komt te luiden:</cursief></al><al> h. het voorstaan van de belangen van de Stadsregio Amsterdam bij hogere
                        overheden en andere instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor
                        de Stadsregio Amsterdam van belang is.</al><al/><al><vet>VV</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 42, lid 1 komt te luiden: </cursief></al><al>1. De regioraad kiest uit zijn midden de burgemeester van Amsterdam tot
                        voorzitter van de Stadsregio Amsterdam.</al><al/><al><vet>WW</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 43 komt te luiden:</cursief></al><al>De voorzitter van de Stadsregio Amsterdam is tevens voorzitter van de
                        regio­raad.</al><al/><al><vet>XX</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 45, lid 3 komt te luiden: </cursief></al><al>3. De voorzitter vertegenwoordigt de Stadsregio Amsterdam in en buiten
                        rechte. Hij kan deze vertegenwoordi­ging aan een door hem aan te wijzen
                        gemachtigde opdragen.</al><al/><al><vet>YY</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 45, lid 4 komt te luiden:</cursief></al><al>4. Indien hij behoort tot het bestuur van een deelnemende gemeente die
                        partij is in een geding of bij een buitengerechtelijke rechtshandeling,
                        waarbij de Stadsregio Amsterdam is betrokken, oefent een ander door het
                        dagelijks bestuur aan te wijzen lid van dat bestuur die bevoegd­heid
                        uit.</al><al/><al><vet>ZZ</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 48, lid 4 komt te luiden: </cursief></al><al>4. Een portefeuillehoudersoverleg bespreekt desgewenst de ontwikkelingen op
                        zijn werkterrein en kan gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de
                        bestuursorganen van de Stadsregio Amsterdam. </al><al/><al><vet>AAA</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 49, lid 1 komt te luiden: </cursief></al><al>1. De Stadsregio Amsterdam heeft een ambtelijk apparaat, aan het hoofd
                        waarvan een secretaris staat.</al><al/><al><vet>BBB</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 50, lid 1 komt te luiden: </cursief></al><al>1. Op initiatief van een van de bestuursorganen van een deelnemende gemeente
                        of van de Stadsregio Amsterdam kan:</al><al> a. uitbreiding van belangen als bedoeld in artikel 4, tweede lid;</al><al> b. verandering in bevoegdheden als bedoeld in artikel 6;</al><al> c. overdracht van nieuwe gemeentelijke bevoegheden als bedoeld in artikel 7
                        plaatsvinden.</al><al/><al><vet>CCC</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 51, lid 1 komt te luiden:</cursief></al><al>1. De raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemees­ters
                        van de deel­nemende gemeenten doen het dagelijks bestuur mededeling van bij
                        hen in voorbereiding zijnde maatregelen en plannen, die voor de
                        taakvervulling van de Stadsregio Amsterdam van belang zijn.</al><al/><al><vet>DDD</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 51, lid 2 komt te luiden:</cursief></al><al>2. De in het eerste lid genoemde bestuursorganen kunnen over bij hen in
                        voorbereiding zijnde maatregelen en plannen, die voor de taakvervulling van
                        de Stadsregio Amsterdam van belang zijn het gevoelen vragen van het
                        betrokken bestuursorgaan van de Stadsregio Amsterdam.</al><al><vet>EEE</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 51, lid 3 komt te luiden:</cursief></al><al>3. De bestuursorganen van de Stadsregio Amsterdam kunnen hun zienswijze
                        omtrent maatrege­len en plannen als bedoeld in het eerste lid, ook
                        ongevraagd aan het betrokken gemeen­tebe­stuur kenbaar maken.</al><al/><al><vet>FFF</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 51, lid 4 komt te luiden: </cursief></al><al>4. De in het eerste lid genoemde bestuursorganen zijn verplicht te voldoen
                        aan een verzoek van de bestuursorganen van de Stadsregio Amsterdam
                        inlich­tingen te verschaffen omtrent plannen en maatregelen die voor de
                        Stadsregio Amsterdam van belang zijn.</al><al/><al><vet>GGG</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 52, lid 1 komt te luiden:</cursief></al><al>1. De regioraad stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de
                        financiële admini­stratie en van het beheer van de vermogenswaarden van de
                        algemene dienst en van de takken van dienst van de Stadsregio Amsterdam.
                        Deze regels dienen te waarborgen dat aan de eisen van doelma­tigheid en
                        controle wordt voldaan.</al><al/><al><vet>HHH</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 54, lid 4 komt te luiden:</cursief></al><al>4. De deelnemende gemeenten waarborgen de betaling van rente en aflossing
                        van de </al><al> geldlenin­gen, aan te gaan door de Stadsregio Amsterdam voor de uitvoering
                        van zijn taak, in verhouding tot het inwonertal op 1 januari van het
                        dienstjaar waarin de geldle­ning wordt aangegaan (uitgedrukt in een veelvoud
                        van duizend naar boven afgerond). Zodanige geldleningen mogen de geldgevers
                        geen rendement geven dat hoger is dan het rendement van de geldleningen,
                        welke tegelijkertijd worden aangeboden door de n.v. Bank Neder­landse
                        gemeenten.</al><al><vet>III</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 55, lid 1 komt te luiden:</cursief></al><al>1. Van de vaststelling van de begroting wordt terstond mededeling gedaan aan
                        de besturen van de deelnemende gemeenten, die ervoor zorgdragen dat het in
                        deze begroting voor de gemeente als bijdrage in de kosten van de Stadsregio
                        Amsterdam geraamde bedrag, in de gemeentebe­groting wordt opgenomen.</al><al/><al><vet>JJJ</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 58, lid 1 komt te luiden:</cursief></al><al>1. Van de inkomsten en uitgaven van de Stadsregio Amsterdam over het
                        afgelo­pen jaar wordt door het dagelijks bestuur verantwoording gedaan aan
                        de regio­raad onder overlegging van de door een ambtenaar, aangewezen bij de
                        regels als bedoeld in artikel 52, overeen­komstig deze regels aange­boden
                        rekening met de daarbij behorende beschei­den.</al><al/><al><vet>KKK</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 63 komt te luiden:</cursief></al><al>Ten aanzien van de archiefbescheiden van de Stadsregio Amsterdam zijn de
                        voorschriften omtrent de zorg, de bewaring en het beheer daarvan, alsmede
                        die omtrent het toezicht daarop, zoals deze voor de gemeente Amsterdam zijn
                        of nader zullen worden vastgesteld, van over­eenkomstige toepassing.</al><al/><al><vet>LLL</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 67, lid 1 sub a komt te luiden: </cursief></al><al> a. De regeling wordt opgeheven zodra de raden, de colleges van burgemeester
                        en wethou­ders en de burgemeesters van tenminste twee derden van het aantal
                        deelnemende ge­meen­ten, vertegen­woordi­gende ten minste twee derden van
                        het aantal inwoners van het samenwerkingsgebied op 1 januari van dat jaar,
                        tot deze opheffing hebben besloten.</al><al/><al><vet>MMM</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 67, lid 6 komt te luiden:</cursief></al><al>6. Zonodig blijven de bestuursorganen van de Stadsregio Amsterdam ook na het
                        tijdstip van de opheffing in functie totdat de liquidatie is beëindigd.</al><al/><al><vet>NNN</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 69 komt te luiden:</cursief></al><al>Deze regeling kan worden aangehaald onder de titel "Gemeenschappelij­ke
                        regeling Stadsregio Amster­dam"</al><al/><al/><al/><al/><al><vet><onderstreept>ARTIKEL II</onderstreept></vet></al><al>De regioraad van het Regionaal Orgaan Amsterdam bepaalt, gebruikmakend van
                        de bevoegdheid hiertoe gegeven in artikel 66, derde lid van de
                        gemeenschappelijke regeling, dat de wijziging van de gemeenschappelijke
                        regeling van kracht wordt op 1 juni 2006. </al><al/><lijst><li nr=""><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
                                                  de regioraad van het Regionaal Orgaan Amsterdam op
                                                  28 februari 2006.</al><al/><al/><al>de secretaris de voorzitter</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>drs A. Joustra mr M.J. Cohen</al><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></li></lijst><al>gelezen de besluitvorming in de vergadering van het dagelijks bestuur van 15
                        december 2005;</al><al/><al>gezien artikel 66 van de gemeenschappelijke regeling Regionaal Orgaan
                        Amsterdam;</al><al/><al>gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen;</al><al/><al/><al><vet><onderstreept>ARTIKEL I</onderstreept></vet></al><al/><al>besluit de aan het Regionaal Orgaan Amsterdam deelnemende gemeenten voor te
                        stellen de gemeenschappelijke regeling als volgt te wijzigen:</al><al/><al/><al/><al><vet>A</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 1, lid 1 sub a. komt te luiden:</cursief></al><al> a. de regeling: de Gemeenschappelijke regeling Stadsregio Amsterdam;</al><al/><al><vet>B</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 1, lid 1 sub b. komt te luiden:</cursief></al><al>b. de Stadsregio Amsterdam: de plusregio, bedoeld in hoofdstuk XI
                        van de Wet gemeenschappelijke regelingen;</al><al/><al><vet>C</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 1, lid 2 komt te luiden:</cursief></al><al>2. Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere
                        wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard,
                        komen in die artikelen in de plaats van "de gemeen­te", "de raad", "het
                        college van burge­meester en wethouders" en "de burgemeester",
                        onderscheidenlijk: de Stadsregio Amsterdam, de regio­raad, het dagelijks
                        bestuur en de voorzitter.</al><al/><al><vet>D</vet></al><al/><al><cursief>Hoofdstuk II komt te luiden:</cursief></al><al><vet>Hoofdstuk II DE STADSREGIO AMSTERDAM</vet></al><al/><al><vet>E</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 2 komt te luiden:</cursief></al><al>Er is een plusregio genaamd: de Stadsregio Amsterdam.</al><al><vet>F</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 3, lid 1 komt te luiden:</cursief></al><al>1. De Stadsregio Amsterdam is gevestigd te Amsterdam.</al><al/><al><vet>G</vet></al><al/><al><cursief>Aan Artikel 3 wordt een derde lid toegevoegd,
                        luidende:</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>De Stadsregio Amsterdam is een samenwerkingsverband <vet>van 16
                                    gemeenten in de regio Amsterdam</vet> op grond van Hoofdstuk XI
                                van de Wet gemeenschappelijke regelingen en wordt gevormd door de
                                    <vet>gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beemster,
                                    Diemen, Edam-Volendam, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan,
                                    Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland,
                                    Zaanstad en Zeevang.</vet></al></li></lijst><al/><al><vet>H</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 4, lid 1 komt te luiden:</cursief></al><al>1. De Stadsregio Amsterdam heeft tot taak, met inachtneming van hetgeen in
                        deze regeling is bepaald, die belangen te behartigen, welke verband houden
                        met een evenwichtige en harmonische ontwikkeling van de regio
                        Amsterdam.</al><al/><al>I</al><al/><al><cursief>Artikel 5 komt te luiden:</cursief></al><al>Ter behartiging van de in artikel 4 genoemde belangen, alsmede ter
                        uitvoe­ring van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Wijzigingswet
                        Wgr-plus en van de door die wet gewijzigde wetten en daarop berustende
                        wettelijke (uitvoe­rings-)maatregelen, is de Stadsregio Amsterdam bevoegd
                        tot:</al><al>a. het aangeven van hoofdlijnen van de gewenste ontwikkeling van het gebied
                        door middel van planning, sturing en coördinatie,</al><al>b. uitvoering van gemeentelijke taken, die aan de Stadsregio Amsterdam zijn
                        overge­dra­gen,</al><al>c. het verlenen van diensten,</al><al>d. uitoefening van taken van rijk en/of provincie(s), wanneer de Stadsregio
                        Amsterdam daartoe in staat wordt gesteld.</al><al/><al><vet>J</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 1 sub a komt te luiden: </cursief></al><al> a. De regioraad stelt voor het samenwerkingsgebied het regionaal
                        struc­tuur­plan vast, als bedoeld in artikel 36c. van de Wet op de
                        ruimtelijke orde­ning, waarin de toekomstige ontwikkeling van dat gebied
                        wordt aangegeven.</al><al><vet>K</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 1 sub b komt te luiden:</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>De regioraad orgaan bevordert het maken van afspraken over (aspecten
                                van) de uitwer­king van het rijks- c.q. provinciaal ruimtelijke
                                ordeningsbeleid met betrek­king tot het samenwer­kingsgebied.</al></li></lijst><al><vet>L</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 2 sub a komt te luiden:</cursief></al><al> a. De regioraad stelt een regionaal volkshuisvestingsplan vast, waarin mede
                        in samenhang met de ruimtelijke aspecten, in ieder geval aandacht wordt
                        besteed aan de invulling (differen­tiatie en financieringscategorieën) van
                        regionale woning­bouw­projec­ten en de omvang daarvan.</al><al/><al/><al><vet>M</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 2 sub b komt te luiden:</cursief></al><al> b. De regioraad draagt zorg voor afstemming en harmo­nisatie van woonruimte
                        verdeling en van de gemeentelijke huisves­tingsregels.</al><al/><al><vet>N</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 2 sub c komt te luiden:</cursief></al><al> c. De regioraad is bevoegd regels te stellen inzake de verdeling over de
                        deelne­mende gemeenten van een op grond van de Woningwet aan de Stadsregio
                        Amsterdam toebedeeld programma.</al><al/><al><vet>O</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 2 sub d komt te luiden:</cursief></al><al> d. De regioraad is bevoegd voorschriften te geven inzake het door hem
                        verstrekken van financiële middelen voor activiteiten bedoeld in artikel 81,
                        eerste lid van de Woningwet.</al><al/><al><vet>P</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 3 sub a. komt te luiden:</cursief></al><al> a. De regioraad stelt een een regionaal verkeers- en vervoers­plan vast,
                        dat met het oog op de bevordering van de bereikbaar­heid en de leefbaarheid
                        richting geeft aan de door het orgaan te nemen beslissingen inzake verkeer
                        en vervoer en op grond waarvan het orgaan aan de deelnemende gemeenten
                        aanwijzingen kan geven met betrekking tot het door die gemeenten terzake te
                        voeren beleid.</al><al/><al><vet>Q</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 3 </cursief><cursief>sub b. komt te luiden:
                        </cursief></al><al> b. De deelnemende gemeenten dragen, voorzover zij daarover be­schikken, hun
                        bevoegd­he­den inzake lokaal openbaar vervoer over aan de Stadsregio
                        Amsterdam.</al><al/><al><vet>R</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 3 </cursief><cursief>sub c. komt te
                            luiden:</cursief></al><al> c. De Stadsregio Amsterdam draagt ter uitvoering van het regionaal
                        verkeers- en vervoers­plan zorg voor de verwerving en verdeling van
                        rijksmiddelen op grond van en ingevolge de Wet gemeenschappelijke
                        regelingen, de Wet en het Besluit personenvervoer 2000, de Wet en het
                        Besluit op het Infrastructuurfonds en de Wet BDU verkeer en vervoer en
                        andere wettelijke regelingen. </al><al/><al><vet>S</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 4 sub a komt te luiden:</cursief></al><al> a. De regioraad is bevoegd voorschriften te geven met betrekking tot het
                        door de deelnemende gemeenten verwerven en uitgeven van gronden, de aanleg
                        van voorzie­ningen van openbaar nut, het verhaal van kosten daarvan, alsmede
                        de mate waarin de financiële gevolgen worden verdeeld over de deelnemende
                        gemeen­ten.</al><al/><al><vet>T </vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 4 sub b komt te luiden:</cursief></al><al> b. De regioraad is bevoegd gebieden aan te wijzen ten aanzien waarvan het
                        kan bepalen dat de verwerving en de uitgif­te van gronden, de aanleg van
                        voorzie­ningen van openbaar nut, alsmede het verhaal van kosten daarvan,
                        uitsluitend door of vanwege het regionaal orgaan kan plaatsvinden.</al><al/><al><vet>U</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 4 sub c komt te luiden:</cursief></al><al> c. De regioraad is bevoegd voorschriften te geven met betrekking tot het
                        onder­houd en het beheer van de onder a. en b. bedoelde gronden.</al><al/><al><vet>V</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 5 sub a komt te luiden:</cursief></al><al> a. De regioraad stelt een integraal plan vast voor de gewenste
                        milieukwali­teit in het samen­werkingsgebied, waarmee bij de uitoefening van
                        zijn bevoegd­heden op het terrein van het verkeer en het vervoer, de
                        ruimtelijke ordening, de volks­huisvesting en de economische ontwikkeling
                        rekening wordt gehouden.</al><al/><al><vet>W</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 5 sub b komt te luiden:</cursief></al><al> b. De regioraad stelt een regionaal milieubeleidsplan, als bedoeld in
                        artikel 4.15a van de Wet milieubeheer vast, dat met het oog op de
                        bescherming van het milieu richting geeft aan beslissingen tot het nemen
                        waarvan de bevoegdheid bij of krachtens de wet aan zijn bestuursorganen is
                        toegekend.</al><al/><al><vet>X</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 5 sub c komt te luiden:</cursief></al><al> c. Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks het milieuprogramma vast, als
                        bedoeld in artikel 4.15b van de Wet milieubeheer. </al><al/><al><vet>Y</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 5 sub d komt te luiden:</cursief></al><al> d. Het dagelijks bestuur oefent de bevoegdheden uit, als bedoeld in artikel
                        65, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zodra een daartoe strekkende
                        algemene maatregel van bestuur dit mogelijk maakt. </al><al/><al><vet>Z</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 5 sub e komt te luiden:</cursief></al><al> e. Het dagelijks bestuur oefent de bevoegdheden uit als bedoeld in de
                        artikelen 8.2a en 8.2b van de Wet Milieubeheer, voor wat betreft het
                        verlenen van vergunnin­gen, zodra een daartoe strekkende algemene maatregel
                        van bestuur dit mogelijk maakt en maakt in overleg met de deelnemende
                        gemeenten, gebruik van de delegatie­mogelijk­heid, als bedoeld in artikel
                        8.2b van de Wet milieube­heer. </al><al/><al><vet>AA</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 5 sub f. komt te luiden:</cursief></al><al> f. Het dagelijks bestuur bevordert en coördineert de uitvoering van het
                        regionaal milieube­leidsplan en het regionaal milieukwali­teitsplan. </al><al/><al><vet>BB</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 6 sub a komt te luiden:</cursief></al><al> a. De regioraad stelt periodiek een regionaal-economische
                        ontwikkelings­stra­tegie op, waarmee bij de uitoefening van zijn
                        bevoegdheden op het terrein van de ruimtelij­ke ordening, het verkeer en het
                        vervoer, het milieu en het arbeidsmarktbe­leid wordt rekening gehouden.</al><al> De regioraad geeft daarin het beleid aan:</al><al> 1. ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheden met betrekking tot
                        bedrijf­ster­reinen, kantoorlokaties en detailhandelsvoorzieningen, die van
                        regionaal belang zijn, daaronder mede begrepen de zee- en de luchthaven en
                        de daarbij behorende bedrijflokaties, </al><al> 2. alsmede met betrekking tot sectoren van het bedrijfsleven die van
                        regionaal belang zijn.</al><al/><al><vet>CC</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 6 </cursief><cursief>sub b. komt te
                            luiden:</cursief></al><al> b. De Stadsregio Amsterdam levert een bijdrage aan een regionaal
                        arbeids­marktbeleid.</al><al/><al/><al/><al><vet>DD</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 6 sub c komt te luiden:</cursief></al><al> c. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor regionaal economisch
                        onderzoek.</al><al/><al><vet>EE</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 6 sub d komt te luiden:</cursief></al><al> d. De regioraad stelt de hoofdlijnen vast van een regio­naal promotie- en
                        acquisi­tiebe­leid, gericht op bedrijfsvesti­ging en toerisme.</al><al/><al><vet>FF</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, lid 6 sub e komt te luiden:</cursief></al><al> e. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de verwerving en verde­ling van
                        fondsen en subsidies ten behoeve van de regionale economische ontwikkeling.. </al><al/><al><vet>GG</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 6, zevende lid, komt te luiden: </cursief></al><al><vet>7. Jeugdzorg </vet></al><al>Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de uitvoering van de
                        Wet op de jeugdzorg in het samenwerkingsgebied. </al><al/><al><vet>HH</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 7, lid 1 komt te luiden: </cursief></al><al>1. De bevoegdheid, als bedoeld in artikel 5, onder b, houdt in, dat het
                        dagelijks bestuur taken en bevoegd­heden uitoefent, welke door de
                        deelnemende gemeen­ten zijn overge­dragen met toepassing van artikel
                        50.</al><al/><al><vet>II</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 7, lid 2 komt te luiden:</cursief></al><al>2. Aan de bestuursorganen van de Stadsregio Amsterdam behoren, met
                        betrek­king tot de in het eerste lid bedoelde taken, alle aan de
                        gemeentebe­sturen toekomende bevoegdheden, voor zover niet bij de regeling
                        of de wet uitgezonderd.</al><al/><al><vet>JJ</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 8, lid 1 komt te luiden:</cursief></al><al>1. De bevoegdheid, als bedoeld in artikel 5, onder c, houdt in dat de
                        Stadsregio Amsterdam desgevraagd en wanneer de regioraad daarmee instemt,
                        diensten kan verlenen ten behoeve van één of meer deelnemende
                        gemeen­ten.</al><al/><al><vet>KK</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 9, lid 1 komt te luiden: </cursief></al><al>1. Bevoegdheden, als bedoeld in artikel 5, onder d, zijn bevoegdheden van
                        rijk en/of provin­cie, die hetzij in medebe­wind, hetzij door overdracht,
                        hetzij door aanvaarding op basis van overeenkomst of gemeen­schappelij­ke
                        regeling, aan de Stadsregio Amsterdam worden toegekend. </al><al/><al><vet>LL</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 10, komt te luiden:</cursief></al><al>Voor de behartiging van alle in artikel 4 genoemde belangen is het dagelijks
                        bestuur bevoegd tot: </al><al>a. het reageren op rijks- en provinciale nota's en plannen, die voor het
                        samenwer­kingsbied van belang zijn,</al><al>b. het vertegenwoordigen van het samenwerkingsgebied,</al><al>c. het organiseren van overleg en het uitbrengen van advies.</al><al/><al><vet>MM</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 11, lid 1 komt te luiden:</cursief></al><al>1. De bestuursorganen van de Stadsregio Amsterdam komen alle bevoegdheden
                        toe, die de plusregio van rechtswege bezit om als rechtspersoon aan het
                        maatschappelijk verkeer deel te nemen.</al><al/><al><vet>NN</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 11, lid 2 komt te luiden:</cursief></al><al>2. De bestuursorganen van de Stadsregio Amsterdam kunnen de uitoefening van
                        bevoegdheden als bedoeld in hoofdstuk IV, paragraaf 2 van de regeling voor
                        het gebied van een of meer gemeenten opdragen aan de bestuursorganen van een
                        of meer deelnemende gemeenten, indien dit in het belang is van een
                        verbetering van de praktijk van de uitoefening van die bevoegdheden en voor
                        zover die bevoegdhe­den zich naar hun aard en schaal daartoe lenen en die
                        bestuursorganen daarmee instemmen.</al><al/><al><vet>OO</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 13 komt te luiden:</cursief></al><al>De Stadsregio Amsterdam kan deelnemen aan gemeenschappelijke regelingen, als
                        bedoeld in de artikelen 93 en 96 van de wet.</al><al/><al/><al><vet>PP</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 14 komt te luiden:</cursief></al><al>De Stadsregio Amsterdam is bevoegd: </al><al>a. rechten te heffen, als bedoeld in artikel 219, onder i, van de
                        Gemeentewet;</al><al>b. een belasting te heffen, als bedoeld in artikel 221 van de
                        Gemeente­wet;</al><al>c. een belasting te heffen, als bedoeld in artikel 222 van de
                        Gemeente­wet.</al><al/><al/><al/><al><vet>QQ</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 15 komt te luiden:</cursief></al><al>Ter uitvoering van de taken en bevoegdheden, die bij of krachtens de wet,
                        algemene maatregel van bestuur, dan wel deze regeling aan de Stadsregio
                        Amsterdam zijn opgedragen, heeft het dagelijks bestuur de bevoegdheid tot
                        toepassing van bestuursdwang en de bevoegdheid tot het geven van een
                        machtiging tot binnentreden van woningen, overeen­komstig hoofdstuk VIII,
                        paragraaf 4, van de Gemeentewet.</al><al/><al><vet>RR</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 16 komt te luiden:</cursief></al><al>Het bestuur van de Stadsregio Amsterdam bestaat uit: </al><al>a. de regioraad; </al><al>b. het dagelijks bestuur;</al><al>c. de voorzitter.</al><al/><al><vet>SS</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 38, lid 1 sub c komt te luiden: </cursief></al><al> c. het beheer van de inkomsten en uitgaven van de Stadsregio
                        Amsterdam;</al><al/><al><vet>TT</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 38, lid 1 sub g komt te luiden: </cursief></al><al> g. het houden van een gedurig toezicht op al wat de Stadsregio
                        Amsterdam aangaat;</al><al/><al><vet>UU</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 38, lid 1 sub h komt te luiden:</cursief></al><al> h. het voorstaan van de belangen van de Stadsregio Amsterdam bij hogere
                        overheden en andere instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor
                        de Stadsregio Amsterdam van belang is.</al><al/><al><vet>VV</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 42, lid 1 komt te luiden: </cursief></al><al>1. De regioraad kiest uit zijn midden de burgemeester van Amsterdam tot
                        voorzitter van de Stadsregio Amsterdam.</al><al/><al><vet>WW</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 43 komt te luiden:</cursief></al><al>De voorzitter van de Stadsregio Amsterdam is tevens voorzitter van de
                        regio­raad.</al><al/><al><vet>XX</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 45, lid 3 komt te luiden: </cursief></al><al>3. De voorzitter vertegenwoordigt de Stadsregio Amsterdam in en buiten
                        rechte. Hij kan deze vertegenwoordi­ging aan een door hem aan te wijzen
                        gemachtigde opdragen.</al><al/><al><vet>YY</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 45, lid 4 komt te luiden:</cursief></al><al>4. Indien hij behoort tot het bestuur van een deelnemende gemeente die
                        partij is in een geding of bij een buitengerechtelijke rechtshandeling,
                        waarbij de Stadsregio Amsterdam is betrokken, oefent een ander door het
                        dagelijks bestuur aan te wijzen lid van dat bestuur die bevoegd­heid
                        uit.</al><al/><al><vet>ZZ</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 48, lid 4 komt te luiden: </cursief></al><al>4. Een portefeuillehoudersoverleg bespreekt desgewenst de ontwikkelingen op
                        zijn werkterrein en kan gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de
                        bestuursorganen van de Stadsregio Amsterdam. </al><al/><al><vet>AAA</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 49, lid 1 komt te luiden: </cursief></al><al>1. De Stadsregio Amsterdam heeft een ambtelijk apparaat, aan het hoofd
                        waarvan een secretaris staat.</al><al/><al><vet>BBB</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 50, lid 1 komt te luiden: </cursief></al><al>1. Op initiatief van een van de bestuursorganen van een deelnemende gemeente
                        of van de Stadsregio Amsterdam kan:</al><al> a. uitbreiding van belangen als bedoeld in artikel 4, tweede lid;</al><al> b. verandering in bevoegdheden als bedoeld in artikel 6;</al><al> c. overdracht van nieuwe gemeentelijke bevoegheden als bedoeld in artikel 7
                        plaatsvinden.</al><al/><al><vet>CCC</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 51, lid 1 komt te luiden:</cursief></al><al>1. De raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemees­ters
                        van de deel­nemende gemeenten doen het dagelijks bestuur mededeling van bij
                        hen in voorbereiding zijnde maatregelen en plannen, die voor de
                        taakvervulling van de Stadsregio Amsterdam van belang zijn.</al><al/><al><vet>DDD</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 51, lid 2 komt te luiden:</cursief></al><al>2. De in het eerste lid genoemde bestuursorganen kunnen over bij hen in
                        voorbereiding zijnde maatregelen en plannen, die voor de taakvervulling van
                        de Stadsregio Amsterdam van belang zijn het gevoelen vragen van het
                        betrokken bestuursorgaan van de Stadsregio Amsterdam.</al><al><vet>EEE</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 51, lid 3 komt te luiden:</cursief></al><al>3. De bestuursorganen van de Stadsregio Amsterdam kunnen hun zienswijze
                        omtrent maatrege­len en plannen als bedoeld in het eerste lid, ook
                        ongevraagd aan het betrokken gemeen­tebe­stuur kenbaar maken.</al><al/><al><vet>FFF</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 51, lid 4 komt te luiden: </cursief></al><al>4. De in het eerste lid genoemde bestuursorganen zijn verplicht te voldoen
                        aan een verzoek van de bestuursorganen van de Stadsregio Amsterdam
                        inlich­tingen te verschaffen omtrent plannen en maatregelen die voor de
                        Stadsregio Amsterdam van belang zijn.</al><al/><al><vet>GGG</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 52, lid 1 komt te luiden:</cursief></al><al>1. De regioraad stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de
                        financiële admini­stratie en van het beheer van de vermogenswaarden van de
                        algemene dienst en van de takken van dienst van de Stadsregio Amsterdam.
                        Deze regels dienen te waarborgen dat aan de eisen van doelma­tigheid en
                        controle wordt voldaan.</al><al/><al><vet>HHH</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 54, lid 4 komt te luiden:</cursief></al><al>4. De deelnemende gemeenten waarborgen de betaling van rente en aflossing
                        van de </al><al> geldlenin­gen, aan te gaan door de Stadsregio Amsterdam voor de uitvoering
                        van zijn taak, in verhouding tot het inwonertal op 1 januari van het
                        dienstjaar waarin de geldle­ning wordt aangegaan (uitgedrukt in een veelvoud
                        van duizend naar boven afgerond). Zodanige geldleningen mogen de geldgevers
                        geen rendement geven dat hoger is dan het rendement van de geldleningen,
                        welke tegelijkertijd worden aangeboden door de n.v. Bank Neder­landse
                        gemeenten.</al><al><vet>III</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 55, lid 1 komt te luiden:</cursief></al><al>1. Van de vaststelling van de begroting wordt terstond mededeling gedaan aan
                        de besturen van de deelnemende gemeenten, die ervoor zorgdragen dat het in
                        deze begroting voor de gemeente als bijdrage in de kosten van de Stadsregio
                        Amsterdam geraamde bedrag, in de gemeentebe­groting wordt opgenomen.</al><al/><al><vet>JJJ</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 58, lid 1 komt te luiden:</cursief></al><al>1. Van de inkomsten en uitgaven van de Stadsregio Amsterdam over het
                        afgelo­pen jaar wordt door het dagelijks bestuur verantwoording gedaan aan
                        de regio­raad onder overlegging van de door een ambtenaar, aangewezen bij de
                        regels als bedoeld in artikel 52, overeen­komstig deze regels aange­boden
                        rekening met de daarbij behorende beschei­den.</al><al/><al><vet>KKK</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 63 komt te luiden:</cursief></al><al>Ten aanzien van de archiefbescheiden van de Stadsregio Amsterdam zijn de
                        voorschriften omtrent de zorg, de bewaring en het beheer daarvan, alsmede
                        die omtrent het toezicht daarop, zoals deze voor de gemeente Amsterdam zijn
                        of nader zullen worden vastgesteld, van over­eenkomstige toepassing.</al><al/><al><vet>LLL</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 67, lid 1 sub a komt te luiden: </cursief></al><al> a. De regeling wordt opgeheven zodra de raden, de colleges van burgemeester
                        en wethou­ders en de burgemeesters van tenminste twee derden van het aantal
                        deelnemende ge­meen­ten, vertegen­woordi­gende ten minste twee derden van
                        het aantal inwoners van het samenwerkingsgebied op 1 januari van dat jaar,
                        tot deze opheffing hebben besloten.</al><al/><al><vet>MMM</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 67, lid 6 komt te luiden:</cursief></al><al>6. Zonodig blijven de bestuursorganen van de Stadsregio Amsterdam ook na het
                        tijdstip van de opheffing in functie totdat de liquidatie is beëindigd.</al><al/><al><vet>NNN</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 69 komt te luiden:</cursief></al><al>Deze regeling kan worden aangehaald onder de titel "Gemeenschappelij­ke
                        regeling Stadsregio Amster­dam"</al><al/><al/><al/><al/><al><vet><onderstreept>ARTIKEL II</onderstreept></vet></al><al>De regioraad van het Regionaal Orgaan Amsterdam bepaalt, gebruikmakend van
                        de bevoegdheid hiertoe gegeven in artikel 66, derde lid van de
                        gemeenschappelijke regeling, dat de wijziging van de gemeenschappelijke
                        regeling van kracht wordt op 1 juni 2006. </al><al/><lijst><li nr=""><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
                                                  de regioraad van het Regionaal Orgaan Amsterdam op
                                                  28 februari 2006.</al><al/><al/><al>de secretaris de voorzitter</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>drs A. Joustra mr M.J. Cohen</al><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></li></lijst><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Gemeenschappelijke Regeling Stadsregio Amsterdam</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de regeling: de Gemeenschappelijke regeling Stadsregio
                                        Amsterdam;</al></li><li nr="b."><al>de Stadsregio Amsterdam: de plusregio, bedoeld in hoofdstuk
                                        XI van de Wet gemeenschappelijke regelingen; </al></li><li nr="c."><al>gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van
                                        Noord-Holland;</al></li><li nr="d."><al>de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen;</al></li><li nr="e."><al>de deelnemende gemeenten: de gemeenten, gelegen in het
                                        samenwer-</al><al> kingsgebied.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige
                                andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing
                                worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van "de
                                gemeente", "de raad", "het college van burgemeester en wethouders"
                                en "de burgemeester", onderscheidenlijk: de Stadsregio Amsterdam, de
                                regioraad, het dagelijks bestuur en de voorzitter.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>DE STADSREGIO AMSTERDAM</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Er is een plusregio genaamd: de Stadsregio Amsterdam.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Stadsregio Amsterdam is gevestigd te Amsterdam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gebied waarvoor deze regeling geldt, omvat het grondgebied van
                                de deelnemende gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Stadsregio Amsterdam is een samenwerkingsverband van 16 gemeenten
                                in de regio Amsterdam op grond van Hoofdstuk XI van de Wet
                                gemeenschappelijke regelingen en wordt gevormd door de gemeenten
                                Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Diemen, Edam-Volendam,
                                Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend,
                                Uithoorn, Waterland, Wormerland, Zaanstad en Zeevang</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>TE BEHARTIGEN BELANGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Stadsregio Amsterdam heeft tot taak, met inachtneming van hetgeen
                                in deze regeling is bepaald, die belangen te behartigen, welke
                                verband houden met een evenwichtige en harmonische ontwikkeling van
                                de regio Amsterdam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde belangen betreffen:</al><lijst><li nr="a."><al>ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="b."><al>volkshuisvesting;</al></li><li nr="c."><al>verkeer en vervoer;</al></li><li nr="d."><al>grondbeleid;</al></li><li nr="e."><al>milieu;</al></li><li nr="f."><al>economische ontwikkeling;</al></li><li nr="g."><al>welzijn</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>BEVOEGDHEDEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>Ter behartiging van de in artikel 4 genoemde belangen, alsmede ter
                            uitvoering van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Wijzigingswet
                            WGR+ en van de door die wet gewijzigde wetten en daarop berustende
                            wettelijke (uitvoerings-)maatregelen, is de Stadsregio Amsterdam bevoegd
                            tot:</al><lijst><li nr="a."><al>het aangeven van hoofdlijnen van de gewenste ontwikkeling van
                                    het gebied door middel van planning, sturing en
                                    coördinatie,</al></li><li nr="b."><al>uitvoering van gemeentelijke taken, die aan de Stadsregio
                                    Amsterdam zijn overgedragen,</al></li><li nr="c."><al>het verlenen van diensten,</al></li><li nr="d."><al>uitoefening van taken van rijk en/of provincie(s), wanneer de
                                    Stadsregio Amsterdam daartoe in staat wordt gesteld.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2:</nr><titel>Bevoegdheden, nader
                                omschreven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>De taken, als bedoeld in artikel 5, onder a, houden het volgende
                            in:</al><lijst><li nr="1."><al><vet>Ruimtelijke ordening</vet></al><lijst><li nr="a."><al>De regioraad stelt orgaan stelt voor het
                                            samenwerkingsgebied het regionaal structuurplan vast,
                                            als bedoeld in artikel 36c. van de Wet op de ruimtelijke
                                            ordening, waarin de toekomstige ontwikkeling van dat
                                            gebied wordt aangegeven.</al></li><li nr="b."><al>De regioraad bevordert het maken van afspraken over
                                            (aspecten van) de uitwerking van het rijks- c.q.
                                            provinciaal ruimtelijke-ordeningsbeleid met betrekking
                                            tot het samenwerkingsgebied.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Volkshuisvesting</vet></al><lijst><li nr="a."><al>De regioraad stelt een regionaal volkshuisvestingsplan
                                            vast, waarin mede in samenhang met de ruimtelijke
                                            aspecten, in ieder geval aandacht wordt besteed aan de
                                            invulling (differentiatie en financieringscategorieën)
                                            van regionale woningbouwprojecten en de omvang
                                            daarvan.</al></li><li nr="b."><al>De regioraad draagt zorg voor afstemming en harmonisatie
                                            van woonruimte verdeling van de gemeentelijke
                                            huisvestingsregels.</al></li><li nr="c."><al>De regioraad is bevoegd regels te stellen inzake de
                                            verdeling over de deelnemende gemeenten van een op grond
                                            van de Woningwet aan de Stadsregio Amsterdam toebedeeld
                                            programma.</al></li><li nr="d."><al>De regioraad is bevoegd regels te stellen inzake de
                                            uitoefening van de aan het regionaal orgaan krachtens de
                                            Woningwet overgedragen bevoegdheden en
                                            verplichtingen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al><vet>Verkeer en vervoer</vet></al><lijst><li nr="a."><al>De regioraad stelt een regionaal verkeers- en
                                            vervoersplan vast, dat met het oog op de bevordering van
                                            de bereikbaarheid en de leefbaarheid richting geeft aan
                                            de door het orgaan te nemen beslissingen inzake verkeer
                                            en vervoer en op grond waarvan het orgaan aan de
                                            deelnemende gemeenten aanwijzingen kan geven met
                                            betrekking tot het door die gemeenten terzake te voeren
                                            beleid.</al></li><li nr="b."><al>De deelnemende gemeenten dragen, voorzover zij daarover
                                            beschikken, hun bevoegdheden inzake lokaal openbaar
                                            vervoer over aan de Stadsregio Amsterdam.</al></li><li nr="c."><al>De Stadsregio Amsterdam draagt ter uitvoering van het
                                            regionaal verkeers- en vervoersplan zorg voor de
                                            verwerving en verdeling van rijksmiddelen op grond van
                                            de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Wet
                                            personenvervoer en de Wet en het Besluit
                                            Infrastructuurfonds en andere wettelijke
                                            regelingen.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al><vet>Grondbeleid</vet></al><lijst><li nr="a."><al>De regioraad is bevoegd voorschriften te geven met
                                            betrekking tot het door de deelnemende gemeenten
                                            verwerven en uitgeven van gronden, de aanleg van
                                            voorzieningen van openbaar nut, het verhaal van kosten
                                            daarvan, alsmede de mate waarin de financiële gevolgen
                                            worden verdeeld over de deelnemende gemeenten.</al></li><li nr="b."><al>De regioraad is bevoegd gebieden aan te wijzen ten
                                            aanzien waarvan het kan bepalen dat de verwerving en de
                                            uitgifte van gronden, de aanleg van voorzieningen van
                                            openbaar nut, alsmede het verhaal van kosten daarvan,
                                            uitsluitend door of vanwege het regionaal orgaan kan
                                            plaatsvinden.</al></li><li nr="c."><al>De regioraad is bevoegd voorschriften te geven met
                                            betrekking tot het onderhoud en het beheer van de onder
                                            a. en b. bedoelde gronden.</al></li><li nr="d."><al>Het bepaalde onder b en c heeft betrekking op projecten
                                            van regionaal belang.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al><vet>Milieu</vet></al><lijst><li nr="a."><al>De regioraad stelt een integraal plan vast voor de
                                            gewenste milieukwaliteit in het samenwerkingsgebied,
                                            waarmee bij de uitoefening van zijn bevoegdheden op het
                                            terrein van het verkeer en het vervoer, de ruimtelijke
                                            ordening, de volkshuisvesting en de economische
                                            ontwikkeling rekening wordt gehouden.</al></li><li nr="b."><al>De regioraad stelt het regionaal milieubeleidsplan, als
                                            bedoeld in artikel 4.15a van de Wet milieubeheer vast,
                                            dat met het oog op de bescherming van het milieu
                                            richting geeft aan beslissingen tot het nemen waarvan de
                                            bevoegdheid bij of krachtens de wet aan zijn
                                            bestuursorganen is toegekend.</al></li><li nr="c."><al>Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks het
                                            milieuprogramma vast, als bedoeld in artikel 4.15b van
                                            de Wet milieubeheer.</al></li><li nr="d."><al>Het dagelijks bestuur oefent de bevoegdheden uit, als
                                            bedoeld in artikel 65, tweede lid, van de Wet
                                            bodembescherming, zodra een daartoe strekkende algemene
                                            maatregel van bestuur dit mogelijk maakt.</al></li><li nr="e."><al>Het dagelijks bestuur oefent de bevoegdheden uit als
                                            bedoeld in de artikelen 8.2a en 8.2b van de Wet
                                            Milieubeheer, voor wat betreft het verlenen van
                                            vergunningen, zodra een daartoe strekkende algemene
                                            maatregel van bestuur dit mogelijk maakt en maakt in
                                            overleg met de deelnemende gemeenten, gebruik van de
                                            delegatiemogelijkheid, als bedoeld in artikel 8.2b van
                                            de Wet milieubeheer.</al></li><li nr="f."><al>Het dagelijks bestuur bevordert en coördineert de
                                            uitvoering van het regionaal milieubeleidsplan en het
                                            regionaal milieukwaliteitsplan.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al><vet>Economische ontwikkeling</vet></al><lijst><li nr="a."><al>De regioraad stelt periodiek een regionaal-economische
                                            ontwikkelingsstrategie op, waarmee bij de uitoefening
                                            van zijn bevoegdheden op het terrein van de ruimtelijke
                                            ordening, het verkeer en het vervoer, het milieu en het
                                            arbeidsmarktbeleid wordt rekening gehouden.</al><al> De regioraad geeft daarin het beleid aan:</al></li></lijst></li><li nr="1."><al>ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheden met betrekking
                                    tot bedrijfsterreinen, kantoorlokaties en
                                    detailhandelsvoorzieningen, die van regionaal belang zijn,
                                    daaronder mede begrepen de zee- en de luchthaven en de daarbij
                                    behorende bedrijflokaties, alsmede</al></li><li nr="2."><al>met betrekking tot sectoren van het bedrijfsleven die van
                                    regionaal belang zijn.</al><lijst><li nr="b."><al>De Stadsregio Amsterdam levert een bijdrage aan een
                                            regionaal arbeidsmarktbeleid.</al></li><li nr="c."><al>Het dagelijks bestuur draagt zorg voor
                                            regionaal-economisch onderzoek.</al></li><li nr="d."><al>De regioraad orgaan stelt de hoofdlijnen vast van een
                                            regionaal promotie- en acquisitiebeleid, gericht op
                                            bedrijfsvestiging en toerisme.</al></li><li nr="e."><al>Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de verwerving en
                                            verdeling van fondsen en subsidies ten behoeve van de
                                            regionale economische ontwikkeling.</al></li></lijst></li><li nr="7."><al><vet>Jeugd</vet><vet>zorg</vet></al><al>Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de
                                    uitvoering van de Wet op de jeugdzorg in het
                                    samenwerkingsgebied. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>Overgedragen taken</al><lijst><li nr="1."><al>De bevoegdheid, als bedoeld in artikel 5, onder b, houdt in, dat
                                    het dagelijks bestuur taken en bevoegdheden uitoefent, welke
                                    door de deelnemende gemeenten zijn overgedragen met toepassing
                                    van artikel 50.</al></li><li nr="2."><al>Aan de bestuursorganen van de Stadsregio Amsterdam behoren, met
                                    betrekking tot de in het eerste lid bedoelde taken, alle aan de
                                    gemeentebesturen toekomende bevoegdheden, voor zover niet bij de
                                    regeling of de wet uitgezonderd.</al></li><li nr="3."><al>Voor zover een op grond van dit artikel vastgestelde verordening
                                    voorziet in hetzelfde onderwerp als een verordening van een
                                    deelnemende gemeente, regelt eerstbedoelde verordening de
                                    onderlinge verhouding.</al><al> De regioraad kan daarbij bepalen, dat de verordening van een
                                    deelnemende gemeente voor het hele gebied, danwel voor een
                                    gedeelte daarvan geheel of gedeeltelijk ophoudt te gelden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al> Dienstverlening</al><lijst><li nr="1."><al>De bevoegdheid, als bedoeld in artikel 5, onder c, houdt in dat
                                    het regionaal orgaan desgevraagd en wanneer de regioraad daarmee
                                    instemt, diensten kan verlenen ten behoeve van één of meer
                                    deelnemende gemeenten.</al></li><li nr="2."><al>Een besluit tot dienstverlening vermeldt de wijze van
                                    kostenverrekening en de overige voorwaarden, waaronder tot de
                                    gevraagde dienstverlening wordt overgegaan.</al></li><li nr="3."><al>Een afschrift van dit besluit wordt ter kennis van de
                                    deelnemende gemeenten gebracht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Bevoegdheden, als bedoeld in artikel 5, onder d, zijn
                                    bevoegdheden van rijk en/of provincie, die hetzij in medebewind,
                                    hetzij door overdracht, hetzij door aanvaarding op basis van
                                    overeenkomst of gemeenschappelijke regeling, aan de Stadsregio
                                    Amsterdam worden toegekend.</al></li><li nr="2."><al>Artikel 50 is van overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3:</nr><titel>Overige bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Voor de behartiging van alle in artikel 4 genoemde belangen is het
                            dagelijks bestuur bevoegd tot:</al><lijst><li nr="a."><al>het reageren op rijks- en provinciale nota's en plannen, die
                                    voor het samenwerkingsbied van belang zijn,</al></li><li nr="b."><al>het vertegenwoordigen van het samenwerkingsgebied,</al></li><li nr="c."><al>het organiseren van overleg en het uitbrengen van advies.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuursorganen van de Stadsregio Amsterdam komen alle
                                bevoegdheden toe, die de plusregio van rechtswege bezit om als
                                rechtspersoon aan het maatschappelijk verkeer deel te nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuursorganen van de Stadsregio Amsterdam kunnen de uitoefening
                                van bevoegdheden als bedoeld in hoofdstuk IV, paragraaf 2 van de
                                regeling voor het gebied van een of meer gemeenten opdragen aan de
                                bestuursorganen van een of meer deelnemende gemeenten, indien dit in
                                het belang is van een verbetering van de praktijk van de uitoefening
                                van die bevoegdheden en voor zover die bevoegdheden zich naar hun
                                aard en schaal daartoe lenen en die bestuursorganen daarmee
                                instemmen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>De regioraad kan takken van dienst instellen, belast met de uitvoering
                            van een taak c.q. bevoegdheid, als bedoeld in artikel 5, onder b, juncto
                            artikel 18.</al><al>Hierop is artikel 196 van de Gemeentewet van overeenkomstige
                            toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>de Stadsregio Amsterdam kan deelnemen aan gemeenschappelijke regelingen,
                            als bedoeld in de artikelen 93 en 96 van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>de Stadsregio Amsterdam is bevoegd:</al><lijst><li nr="a."><al>rechten te heffen, als bedoeld in artikel 219, onder i, van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een belasting te heffen, als bedoeld in artikel 221 van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="c."><al>een belasting te heffen, als bedoeld in artikel 222 van de
                                    Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al>Ter uitvoering van de taken en bevoegdheden, die bij of krachtens de
                            wet, algemene maatregel van bestuur, dan wel deze regeling aan de
                            Stadsregio Amsterdam zijn opgedragen, heeft het regionaal orgaan de
                            bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang en de bevoegdheid tot het
                            geven van een machtiging tot binnentreden van woningen, overeenkomstig
                            hoofdstuk VIII, paragraaf 4, van de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15a</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het opstellen van een ontwerp van een plan pleegt het dagelijks
                                bestuur, voor zover daarvoor geen andere wettelijke voorschriften
                                gelden, overleg met de colleges van burgemeester en wethouders van
                                de deelnemende gemeenten en met daarvoor in aanmerking komende
                                besturen, instellingen, diensten en personen en doet hiervan in een
                                bijlage bij dit ontwerp verantwoording.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>a. Het dagelijks bestuur stelt het ontwerp van een plan voorlopig
                                vast.</al><lijst><li nr="b."><al>Het dagelijks bestuur zendt het ontwerp van een plan na de
                                        voorlopige vaststelling aan de raden van de deelnemende
                                        gemeenten, die hun beschouwingen binnen drie maanden ter
                                        kennis van de regioraad brengen.</al></li><li nr="c."><al>Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de
                                        informatievoorziening en het maken van afspraken ten behoeve
                                        van de inspraak over een ontwerp-plan. De regioraad kan
                                        daartoe algemene regels stellen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>a. Binnen drie maanden na het verstrijken van de in het vorige lid
                                vermelde termijn beslist de regioraad omtrent de vaststelling van
                                het plan.</al><lijst><li nr="b."><al>Indien tegen het ontwerp van een plan bezwaren zijn
                                        ingediend of de regioraad bij de vaststelling van het plan
                                        afwijkt van het ontwerp, wordt het besluit tot vaststelling
                                        met redenen omkleed.</al></li><li nr="c."><al>Een plan wordt terstond na de vaststelling door de regioraad
                                        medegedeeld aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan
                                        gedeputeerde staten.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>HET BESTUUR</titel></kop><afdeling><kop><label/><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><al>Het bestuur van de Stadsregio Amsterdam bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>de regioraad;</al></li><li nr="b."><al>het dagelijks bestuur;</al></li><li nr="c."><al>de voorzitter.</al><al/></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>a:</nr><titel>De regioraad</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>De samenstelling van de
                                    regioraad</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van de regioraad worden door de raden van de
                                    deelnemende gemeenten, uit hun midden de voorzitters inbegrepen
                                    en uit de wethouders aangewezen. Daarbij wordt de volgende
                                    maatstaf in acht genomen:</al><al> voor gemeenten tot 20.000 inwoners <cursief>1
                                    lid</cursief></al><al> voor gemeenten van 20.000 tot 40.000 inwoners <cursief>2
                                        leden</cursief></al><al> voor gemeenten van 40.000 tot 60.000 inwoners <cursief>3
                                        leden</cursief></al><al> voor gemeenten van 60.000 tot 80.000 inwoners <cursief>4
                                        leden</cursief></al><al> voor gemeenten van 80.000 tot 100.000 inwoners <cursief>5
                                        leden</cursief></al><al> en voor elke volgende 40.000 inwoners </al><al> of een gedeelte daarvan <cursief> 1 lid
                                        extra</cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden, aangewezen door de raden van gemeenten met minder dan
                                    20.000 inwoners, kunnen zich laten vervangen door een als
                                    zodanig door de raad van de desbetreffende gemeente,
                                    gelijktijdig aangewezen plaatsvervangend lid. Op
                                    plaatsvervangende leden zijn de bepalingen van deze afdeling van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden
                                    aangehouden de laatstelijk door het Centraal bureau voor de
                                    statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Artikel 8, tweede lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><al>Het lidmaatschap van de regioraad is onverenigbaar met de betrekking
                                van ambtenaar door of vanwege het bestuur van het regionaal orgaan
                                of van een deelnemende gemeente aangesteld of daaraan ondergeschikt.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><al>De raden van de deelnemende gemeenten bevorderen, dat de politieke
                                representativiteit van de regioraad zoveel mogelijk overeenkomt met
                                de politieke verhoudingen in het samenwerkingsgebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad van een deelnemende gemeente beslist in de eerste
                                    vergadering van elke zittingsperiode over de aanwijzing van een
                                    nieuw lid c.q. nieuwe leden van de regioraad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zo spoedig mogelijk na de aanwijzing van de leden door de
                                    gemeenteraden, doch uiterlijk binnen twee maanden daarna, komt
                                    de regioraad in eerste vergadering bijeen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het lidmaatschap van de regioraad eindigt op de dag waarop de
                                    regioraad in nieuwe samenstelling voor de eerste vergadering
                                    bijeenkomt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien tussentijds een plaats van een lid van de regioraad
                                    openvalt, wijst de gemeente- raad die het aangaat in zijn
                                    eerstvolgende vergadering of indien dit niet mogelijk is, ten
                                    spoedigste daarna, een nieuw lid aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende
                                    deelnemende gemeente geeft van een benoeming binnen acht dagen
                                    schriftelijk kennis aan de regioraad en aan de benoemde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><al>Indien de aanwijzing van een lid van de regioraad tussentijds niet
                                meer in overeenstemming is met artikel 17, eerste lid, wijst c.q.
                                wijzen de raad c.q. de raden van de desbetreffende gemeente(n), zo
                                spoedig mogelijk een nieuw lid aan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr></kop><al>Het lid, dat ter vervulling van een buiten de gewone tijd van
                                aftreding opengevallen plaats tot lid van de regioraad is benoemd,
                                treedt af op het tijdstip, waarop degene in wiens plaats het is
                                benoemd, zou hebben moeten aftreden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 20, derde lid, eindigt het
                                lidmaatschap van de regioraad eveneens op het moment van uittreding
                                uit de gemeenschappelijke regeling van de gemeente die het lid
                                vertegenwoordigt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Een lid van de regioraad kan te allen tijde ontslag
                                        nemen.</al><al> Hij deelt dit mede aan de voorzitter. Deze geeft hiervan
                                        onverwijld kennis aan de raad van de gemeente, die hem heeft
                                        aangewezen.</al></li><li nr="2."><al>Hij, die zijn ontslag heeft genomen, blijft zijn functie
                                        waarnemen, totdat zijn opvolger is benoemd en deze de
                                        benoeming heeft aanvaard.</al></li><li nr="3."><al>Hij, die ophoudt lid of voorzitter te zijn van de raad van
                                        een deelnemende gemeente, houdt tevens op lid te zijn van de
                                        regioraad, het dagelijks bestuur of een commissie.</al></li><li nr="4."><al>Een gemeenteraad kan een door hem aangewezen lid tussentijds
                                        ontslaan als dit het vertrouwen van de gemeenteraad niet
                                        meer bezit. Daarbij wordt gehandeld overeenkomstig de
                                        artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2:</nr><titel>De werkwijze</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het houden en de orde van de vergaderingen van de regioraad
                                    is het gestelde in artikel 22 van de wet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 22, tweede lid, van de wet
                                    vergadert de regioraad voorts zo dikwijls de voorzitter of het
                                    dagelijks bestuur dit nodig oordeelt, of wanneer ten minste tien
                                    leden van de regioraad zulks nodig achten. In het laatste geval
                                    wordt de vergadering gehouden binnen een maand nadat de met
                                    redenen omklede aanvraag daartoe de voorzitter heeft
                                    bereikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr></kop><al>Met betrekking tot het opleggen van geheimhouding is artikel 23 van
                                de wet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Elk lid van de regioraad heeft in de vergadering één
                                        stem.</al></li><li nr="2."><al>In een overdrachtsregeling, als bedoeld in artikel 50, kan
                                        worden bepaald dat een lid van de regioraad met betrekking
                                        tot de desbetreffende taak c.q. bevoegdheid in de
                                        vergadering geen stem heeft.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3:</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De leden van de regioraad kunnen een door de regioraad vast
                                        te stellen tegemoetkoming in de kosten en, voor zover zij
                                        niet de functie van wethouder of burgemeester vervullen, een
                                        vergoeding voor hun werkzaamheden ontvangen. Bij de
                                        vaststelling van deze tegemoetkoming en vergoeding wordt het
                                        gestelde in artikel 21 van de wet in acht genomen.</al></li><li nr="2."><al>De regioraad kan voorts een tegemoetkoming in of vergoeding
                                        van bijzondere kosten en andere financiële voorzieningen
                                        vaststellen, die verband houden met de vervulling van het
                                        lidmaatschap van de regioraad.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4:</nr><titel>Informatie en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr></kop><al>De regioraad bepaalt de wijze waarop openbare bekendmakingen als
                                bedoeld in deze regeling plaatsvinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Een lid van de regioraad geeft de gemeenteraad, die hem of
                                        haar als lid heeft aangewezen, schriftelijk danwel op nader
                                        door die raad te bepalen wijze, de door één of meer leden
                                        van die raad verlangde inlichtingen.</al></li><li nr="2."><al>Een lid van de regioraad is aan de gemeenteraad, die hem of
                                        haar als lid heeft aangewezen, verantwoording verschuldigd
                                        voor het door hem of haar in de regioraad gevoerde
                                        beleid.</al><al> Het afleggen van verantwoording geschiedt volgens door de
                                        betrokken gemeenteraad nader te stellen regels.</al></li><li nr="3."><al>De regioraad geeft binnen drie maanden aan de raden van de
                                        deelnemende gemeenten de door één of meer leden van die
                                        raden schriftelijke gevraagde inlichtingen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5:</nr><titel>Bevoegdheden van de regioraad</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr></kop><al>Aan de regioraad behoren alle bevoegdheden die niet bij of krachtens
                                deze regeling en met inachtneming van het bepaalde in artikel 33 van
                                de wet, zijn opgedragen aan het dagelijks bestuur, de voorzitter of
                                een commissie.</al><al/></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>b:</nr><titel>Het dagelijks bestuur</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>De samenstelling van het dagelijks
                                    bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr></kop><al>Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter van de regioraad en
                                zes door de regioraad uit zijn midden aan te wijzen leden, met dien
                                verstande dat:</al><lijst><li nr="-"><al>twee leden afkomstig zijn uit Amsterdam;</al></li><li nr="-"><al>één lid afkomstig is uit Zaanstreek;</al></li><li nr="-"><al>twee leden afkomstig zijn uit de gemeenten, die deel
                                        uitmaken van het Amstelland- en Meerlandenoverleg;</al></li><li nr="-"><al>één lid afkomstig is uit de gemeenten, die deel uitmaken van
                                        het Intergemeentelijk samenwerkingsorgaan Waterland.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 33 genoemde aanwijzing van de leden van het
                                    dagelijks bestuur vindt plaats op voordracht van de colleges van
                                    de deelnemende gemeenten via de voorzitter van de regioraad, met
                                    inachtneming van het bepaalde in artikel 33.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot de leden van het dagelijks bestuur zijn de
                                    artikelen 40, 41, 46 en 47 van de Gemeentewet van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag waarop de
                                    regioraad de leden van het nieuw te vormen dagelijks bestuur
                                    aanwijst.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur
                                    beschikbaar komt kiest de regioraad zo spoedig mogelijk een
                                    nieuw lid. Artikel 33 is daarbij opnieuw van toepassing.</al><al> Gaat het openvallen van een plaats in het dagelijks bestuur
                                    gepaard met het openvallen van een plaats in de regioraad, dan
                                    kan deze raad het kiezen van een nieuw lid in het dagelijks
                                    bestuur uitstellen totdat de opengevallen plaats in de regioraad
                                    weer zal zijn bezet.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Degene, die als lid van het dagelijks bestuur tussentijds
                                    ontslag neemt, blijft zijn functie waarnemen totdat zijn
                                    opvolger zijn benoeming heeft aanvaard.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Tussentijds verlies van en schorsing in het lidmaatschap van de
                                    regioraad brengt verlies van, onderscheidenlijk schorsing in het
                                    lidmaatschap van het dagelijks bestuur mede.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr></kop><al>Indien afwezigheid van een lid van het dagelijks bestuur van
                                langdurige aard wordt verwacht, dan wel de voorzitter gedurende een
                                naar verwachting langdurige termijn wordt vervangen op een wijze,
                                bedoeld in artikel 42, derde lid, kan de regioraad in de tijdelijke
                                vervanging van dat lid c.q. van hem die de voorzitter vervangt
                                voorzien. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2:</nr><titel>De werkwijze</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of
                                        ten minste twee leden dit nodig oordelen.</al></li><li nr="2."><al>a. Elk lid van het dagelijks bestuur heeft in de vergadering
                                        één stem.</al><lijst><li nr="b."><al>De artikelen 22, 28, en 56 t/m 59 van de Gemeentewet
                                                zijn van overeenkomstige toepassing, met dien
                                                verstande dat bij staking van stemmen anders dan
                                                over personen voor het doen van benoemingen,
                                                voordrachten of aanbevelingen, de voorzitter geen
                                                doorslaggevende stem heeft. In dat geval is artikel
                                                32 van de Gemeentewet van toepassing.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn
                                        vergaderingen en andere werkzaamheden vast, dat aan de
                                        regioraad wordt toegezonden.</al></li><li nr="4."><al>Artikel 60 van de Gemeentewet is van overeenkomstige
                                        toepassing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3:</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr></kop><al>Ten aanzien van de leden van het dagelijks bestuur is het gestelde
                                in artikel 29 van de regeling van toepassing.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4:</nr><titel>De taken en bevoegdheden van het
                                    dagelijks bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het dagelijks bestuur is opgedragen:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorbereiden van alles waarover in de vergadering
                                            van de regioraad zal worden beraadslaagd en
                                            besloten;</al></li><li nr="b."><al>het uitvoeren van de besluiten van de regioraad;</al></li><li nr="c."><al>het beheer van de inkomsten en uitgaven van de
                                            Stadsregio Amsterdam;</al></li><li nr="d."><al>de zorg, voor zover niet aan anderen opgedragen voor de
                                            controle op het geldelijk beheer en de boekhouding;</al></li><li nr="e."><al>het nemen van alle conservatoire maatregelen, ook
                                            alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding
                                            en het doen van alles, wat nodig is ter voorkoming van
                                            verjaring en verlies van recht of bezit; het bezit
                                            daartoe de wettelijke bevoegdheden, artikel 160 van de
                                            Gemeentewet is van toepassing;</al></li><li nr="f."><al>het, binnen het raam van de door de regioraad
                                            vastgestelde formatie van het personeel van de
                                            Stadsregio Amsterdam, benoemen c.q. te werk stellen op
                                            arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht en het
                                            schorsen en ontslaan van personeel in dienst van het
                                            regionaal orgaan, een en ander behoudens het bepaalde in
                                            artikel 49 en verder voor zover de regioraad zich de
                                            desbetreffende bevoegdheden niet heeft
                                            voorbehouden;</al></li><li nr="g."><al>het houden van een gedurig toezicht op al wat de
                                            Stadsregio Amsterdam aangaat;</al></li><li nr="h."><al>het voorstaan van de belangen van de Stadsregio
                                            Amsterdam bij hogere overheden en andere instellingen,
                                            diensten of personen, waarmee contact voor de Stadsregio
                                            Amsterdam van belang is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur oefent, indien de regioraad daartoe
                                    besluit en naar door deze te stellen regels, alsmede met
                                    inachtneming van het bepaalde in artikel 33 van de wet, de aan
                                    de regioraad toekomende bevoegdheden uit, met uitzondering
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>het vaststellen en wijzigen van de begroting;</al></li><li nr="b."><al>het vaststellen van de rekening;</al></li><li nr="c."><al>het instellen en opheffen van takken van dienst;</al></li><li nr="d."><al>het heffen van belastingen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer medewerking aan de uitvoering van wetten, algemene
                                        maatregelen van bestuur of provinciale verordeningen aan de
                                        orde is, wordt deze medewerking verleend door het dagelijks
                                        bestuur, tenzij deze uitdrukkelijk van de regioraad of de
                                        voorzitter wordt gevraagd.</al></li><li nr="2."><al>De medewerking bestaande uit het maken van verordeningen,
                                        wordt evenwel verleend door de regioraad, tenzij deze
                                        uitdrukkelijk van het dagelijks bestuur of van de voorzitter
                                        wordt gevorderd.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5:</nr><titel>Informatie en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden geeft de regioraad
                                    de door één of meer leden daarvan gevraagde inlichtingen,
                                    waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar
                                    belang.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden legt op verzoek van
                                    de regioraad verantwoording af over het door het dagelijks
                                    bestuur of door hem of haar gevoerde bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De regioraad kan een lid van het dagelijks bestuur ontslaan als
                                    deze het vertrouwen van de regioraad niet meer bezit.</al><al> Daarbij wordt gehandeld conform artikel 50 van de Gemeentewet.
                                    Artikel 49, tweede volzin, van de Gemeentewet is van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur biedt de regioraad jaarlijks vóór 1 juli
                                    een verslag van de werkzaamheden van de Stadsregio Amsterdam
                                    over het afgelopen jaar ter vaststelling aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt het verslag binnen veertien dagen na
                                    de vaststelling toe aan de raden van de deelnemende gemeenten en
                                    aan gedeputeerde staten.</al><al/></lid></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>c:</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>De verkiezing van de voorzitter</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regioraad kiest uit zijn midden de burgemeester van Amsterdam
                                    tot voorzitter van de Stadsregio Amsterdam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt hij
                                    vervangen door een door het dagelijks bestuur uit zijn midden
                                    aan te wijzen lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr></kop><al>De voorzitter van de Stadsregio Amsterdam is tevens voorzitter van
                                de regioraad.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2:</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr></kop><al>Ten aanzien van de vergoeding van zijn werkzaamheden en het
                                toekennen van een tegemoetkoming in de kosten is het gestelde in
                                artikel 29 van toepassing.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3:</nr><titel>De taken en bevoegdheden van de
                                    voorzitter</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen
                                        van de regioraad en het dagelijks bestuur.</al></li><li nr="2."><al>Hij tekent de stukken, die van de regioraad en het dagelijks
                                        bestuur uitgaan.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter vertegenwoordigt de Stadsregio Amsterdam in en
                                        buiten rechte. Hij kan deze vertegenwoordiging aan een door
                                        hem aan te wijzen gemachtigde opdragen.</al></li><li nr="4."><al>Indien hij behoort tot het bestuur van een deelnemende
                                        gemeente die partij is in een geding of bij een
                                        buitengerechtelijke rechtshandeling, waarbij de Stadsregio
                                        Amsterdam is betrokken, oefent een ander door het dagelijks
                                        bestuur aan te wijzen lid van dat bestuur die bevoegdheid
                                        uit.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4:</nr><titel>Informatie en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter geeft aan de regioraad de door één of meer leden
                                    daarvan gevraagde inlichtingen, waarvan het verstrekken niet in
                                    strijd is met het openbaar belang.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter legt op verzoek van de regioraad verantwoording af
                                    over het door hem gevoerde beleid.</al></lid></artikel></paragraaf></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>COMMISSIES EN PORTEFEUILLEHOUDERSOVERLEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr></kop><al>Commissies</al><lijst><li nr="1."><al>De regioraad kan commissies van advies en/of commissies met het
                                    oog op de behartiging van bepaalde belangen en/of commissies,
                                    waaraan de behartiging van de belangen van een deel van het
                                    samenwerkingsgebied is opgedragen, instellen.</al></li><li nr="2."><al>Ten aanzien van commissies wordt artikel 24, onderscheidenlijk
                                    artikel 25 van de wet toegepast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr></kop><al> Portefeuillehoudersoverleg</al><lijst><li nr="1."><al>Voor elk van de in artikel 4 genoemde belangen en voorts voor
                                    daartoe door de regio-</al><al> raad te bepalen belangen, bestaat een overleg van
                                    portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten en/of
                                    vertegenwoordigers van samenwerkingsverbanden van</al><al> deelnemende gemeenten, genaamd: portefeuillehoudersoverleg.
                                </al></li><li nr="2."><al>Voorzitter van het portefeuillehoudersoverleg is het dagelijks
                                    bestuurslid dat het werkterrein van het
                                    portefeuillehoudersoverleg in dat bestuur behartigt.</al></li><li nr="3."><al>De regioraad regelt de samenstelling, de werkwijze en de
                                    openbaarheid van vergaderingen van een
                                    portefeuillehoudersoverleg, met in achtneming van het bepaalde
                                    in dit artikel.</al></li><li nr="4."><al>Een portefeuillehoudersoverleg bespreekt desgewenst de
                                    ontwikkelingen op zijn werkter-rein en kan gevraagd en
                                    ongevraagd advies uitbrengen aan de bestuursorganen van de
                                    Stadsregio Amsterdam.</al></li><li nr="5."><al>Adviezen aan de deelnemende gemeentebesturen worden door
                                    tussenkomst van het dagelijks bestuur uitgebracht.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VII</nr><titel>PERSONEEL EN ORGANISATIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>de Stadsregio Amsterdam heeft een ambtelijk apparaat, aan het
                                    hoofd waarvan een secretaris staat.</al></li><li nr="2."><al>De regioraad beslist omtrent benoeming, schorsing en ontslag van
                                    de secretaris.</al></li><li nr="3."><al>De regioraad kan voor de secretaris een instructie
                                    vaststellen.</al></li><li nr="4."><al>De secretaris staat de regioraad, het dagelijks bestuur en de
                                    voorzitter, alsmede de door hen ingestelde commissies en de
                                    portefeuillehoudersoverleggen bij de uitoefening van hun taak
                                    terzijde. Hij is in de vergaderingen van de regioraad en het
                                    dagelijks bestuur aanwezig.</al></li><li nr="5."><al>De regioraad regelt de vervanging van de secretaris.</al></li><li nr="6."><al>Alle stukken uitgaande van de regioraad en het dagelijks bestuur
                                    worden door de secretaris mede ondertekend.</al></li><li nr="7."><al>De regioraad regelt onder goedkeuring van gedeputeerde staten de
                                    bezoldiging van de secretaris.</al></li><li nr="8."><al>Hoofdstuk VII van de Gemeentewet is op de secretaris van
                                    overeenkomstige toepassing, voorzover de voorgaande bepalingen
                                    niet reeds voorzien in het in dat hoofdstuk geregelde.</al></li><li nr="9."><al>De overige ambtenaren, alsmede het personeel, werkzaam op
                                    arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, worden benoemd,
                                    geschorst en ontslagen door het dagelijks bestuur.</al></li><li nr="10."><al>De regioraad stelt een verordening vast omtrent de ambtelijke
                                    organisatie.</al></li><li nr="11."><al>De regioraad regelt overeenkomstig het bepaalde in de artikelen
                                    125 en 134 van de Ambtenarenwet de rechtspositie van de
                                    ambtenaren en van het personeel, werkzaam op arbeidsovereenkomst
                                    naar burgerlijk recht.</al></li><li nr="12."><al>Voor de in het vorige lid bedoelde rechtspositie, gelden zolang
                                    de regioraad daarin niet zelf heeft voorzien, de
                                    rechtspositieregels van de gemeente Amsterdam.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofstuk</label><nr>VIII</nr><titel>UITBREIDING BELANGEN / VERANDERING
                                    BESTAANDE BEVOEGDHEDEN / OVERDRACHT NIEUWE GEMEENTELIJKE BEVOEGDHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op initiatief van een van de bestuursorganen van een deelnemende
                                gemeente of van de Stadsregio Amsterdam kan:</al><lijst><li nr="a."><al>uitbreiding van belangen als bedoeld in artikel 4, tweede
                                        lid;</al></li><li nr="b."><al>verandering in bevoegdheden als bedoeld in artikel 6;</al></li><li nr="c."><al>overdracht van nieuwe gemeentelijke bevoegheden als bedoeld
                                        in artikel 7 plaatsvinden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur pleegt daartoe overleg met alle colleges van
                                burgemeesters en wethouders van de deelnemende gemeenten en
                                eventueel met andere daarvoor in aanmerking komende besturen,
                                instellingen, diensten en personen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur legt de in het eerste lid bedoelde uitbreiding
                                van belangen dan wel verandering in bevoegdheden vast in een
                                ontwerp-wijziging van de regeling. Artikel 66 vindt daarbij
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ingeval van overdracht van een nieuwe gemeentelijke bevoegdheid met
                                daarbij behorende overige bevoegdheden wordt deze opgenomen in een
                                overdrachtsregeling welke aan de betrokken bestuursorganen van de
                                deelnemende gemeenten wordt voorgelegd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorstellen vermelden in elk geval voor welke gemeenten de
                                overdrachtsregeling zal gelden, alsmede de wijze van kostenverdeling
                                en bevat een bepaling over het al dan niet deelnemen aan stemmingen,
                                voortvloeiende uit de overdrachtsregeling voor leden, afkomstig uit
                                niet aan de overdrachtsregeling deelnemende gemeente(n).</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De regioraad beslist over aanvaarding van een door gemeenten
                                overgedragen bevoegdheid en regelt de daaruit voortvloeiende
                                gevolgen, de financiële en personele daaronder begrepen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien de bestuursorganen van een deelnemende gemeente van mening
                                zijn dat een overdracht als bedoeld in dit artikel voor hun gemeente
                                ongedaan moet worden gemaakt, wenden zij zich met een gemotiveerd
                                verzoek tot de regioraad.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De regioraad beslist omtrent dit verzoek. Deze beslissing wordt met
                                redenen omkleed ter kennis gebracht van de betrokken gemeente.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Bij inwilliging van het verzoek, regelt de regioraad, de gevolgen
                                van het in het vorige lid bedoelde besluit, de financiële daaronder
                                begrepen.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Bij wijziging van een overdrachtsregeling vindt artikel 66
                                toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IX</nr><titel>MEDEDELINGSPLICHT VAN DE BESTUREN VAN DE DEELNEMENDE GEMEENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de
                                burgemeesters van de deelnemende gemeenten doen het dagelijks
                                bestuur mededeling van bij hen in voorbereiding zijnde maatregelen
                                en plannen, die voor de taakvervulling van de Stadsregio Amsterdam
                                van belang zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde bestuursorganen kunnen over bij hen in
                                voorbereiding zijnde maatregelen en plannen, die voor de
                                taakvervulling van de Stadsregio Amsterdam van belang zijn het
                                gevoelen vragen van het betrokken bestuursorgaan van de Stadsregio
                                Amsterdam.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bestuursorganen van de Stadsregio Amsterdam kunnen hun zienswijze
                                omtrent maatregelen en plannen als bedoeld in het eerste lid, ook
                                ongevraagd aan het betrokken gemeentebestuur kenbaar maken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde bestuursorganen zijn verplicht te
                                voldoen aan een verzoek van de bestuursorganen van de Stadsregio
                                Amsterdam inlichtingen te verschaffen omtrent plannen en maatregelen
                                die voor de Stadsregio Amsterdam van belang zijn.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>X</nr><titel>FINANCIËLE BEPALINGEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>De administratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De regioraad stelt regels vast met betrekking tot de organisatie
                                    van de financiële administratie en van het beheer van de
                                    vermogenswaarden van de algemene dienst en van de takken van
                                    dienst van de Stadsregio Amsterdam. Deze regels dienen te
                                    waarborgen dat aan de eisen van doelmatigheid en controle wordt
                                    voldaan.</al></li><li nr="2."><al>Ten aanzien van de controle op de administratie en op het beheer
                                    van de vermogenswaarden van de algemene dienst en van de takken
                                    van dienst, is artikel 213 van de Gemeentewet van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Het dagelijks bestuur zendt de verordeningen, bedoeld in het
                                    eerste en het tweede lid, binnen twee weken na vaststelling aan
                                    gedeputeerde staten.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2:</nr><titel>De begroting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr></kop><al>De regioraad stelt jaarlijks vóór 1 juli de begroting vast voor het
                            eerstvolgende begrotingsjaar. Alvorens hiertoe over te gaan wordt de
                            procedure als omschreven in artikel 35 van de wet gevolgd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke
                                deelnemende gemeente voor het jaar, waarop de begroting betrekking
                                heeft, verschuldigde bijdrage.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de berekening van de in het vorige lid bedoelde bijdrage wordt
                                uitgegaan van het inwonertal op 1 januari van het jaar, voorafgaande
                                aan dat, waarvoor de bijdrage verschuldigd is.</al><al> Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden
                                de door het Centraal bureau voor de statistiek vastgestelde
                                bevolkingscijfers.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks
                                vóór 16 januari en vóór 16 juli telkens de helft van de in het
                                eerste lid bedoelde bijdrage.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De deelnemende gemeenten waarborgen de betaling van rente en
                                aflossing van de </al><al> geldleningen, aan te gaan door de Stadsregio Amsterdam voor de
                                uitvoering van zijn taak, in verhouding tot het inwonertal op 1
                                januari van het dienstjaar waarin de geldlening wordt aangegaan
                                (uitgedrukt in een veelvoud van duizend naar boven afgerond).
                                Zodanige geldleningen mogen de geldgevers geen rendement geven dat
                                hoger is dan het rendement van de geldleningen, welke tegelijkertijd
                                worden aangeboden door de n.v. Bank Nederlandse gemeenten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>55</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van de vaststelling van de begroting wordt terstond mededeling
                                gedaan aan de besturen van de deelnemende gemeenten, die ervoor
                                zorgdragen dat het in deze begroting voor de gemeente als bijdrage
                                in de kosten van de Stadsregio Amsterdam geraamde bedrag, in de
                                gemeentebegroting wordt opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen een maand na
                                vaststelling aan gedeputeerde staten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>56</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met betrekking tot wijziging van de begroting zijn de voorgaande
                                artikelen, alsmede artikel 57 zoveel mogelijk van overeenkomstige
                                toepassing met uitzondering van het bepaalde in artikel 53 voor
                                zover het wijzigingen betreft van de begroting, die geen invloed
                                hebben op de bijdragen van de deelnemende gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor af- en overschrijvingen op de posten van de begroting zijn
                                artikel 53 en volgende zoveel mogelijk van overeenkomstige
                                toepassing voor zover hiervoor niet bij de begroting zelf of bij een
                                afzonderlijk door gedeputeerde staten goedgekeurd besluit van de
                                regioraad machtiging is verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>57</nr></kop><al>Wanneer aan de regioraad blijkt, dat de raad van een deelnemende
                            gemeente niet voldoet of zal voldoen aan het gestelde in artikel 55,
                            eerste lid, van deze regeling verzoekt de regioraad gedeputeerde staten
                            over te gaan tot toepassing van artikel 194 van de Gemeentewet.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3:</nr><titel>De rekening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>58</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van de inkomsten en uitgaven van de Stadsregio Amsterdam over het
                                afgelopen jaar wordt door het dagelijks bestuur verantwoording
                                gedaan aan de regioraad onder overlegging van de door een ambtenaar,
                                aangewezen bij de regels als bedoeld in artikel 52, overeenkomstig
                                deze regels aangeboden rekening met de daarbij behorende bescheiden.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur voegt daarbij een verslag als bedoeld in
                                artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet, alsmede een door het
                                dagelijks bestuur opgemaakt verslag ter verantwoording van het
                                financieel beheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>59</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regioraad onderzoekt jaarlijks de rekening over het afgelopen
                                jaar zonder uitstel en stelt haar vóór 1 juli vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekening wordt binnen een maand met alle bijbehorende stukken aan
                                gedeputeerde staten toegezonden. Van de vaststelling doet het
                                dagelijks bestuur mededeling aan de raden van de deelnemende
                                gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het besluit tot vaststelling ontlast de leden van het dagelijks
                                bestuur, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ten
                                aanzien van het daarin verantwoorde financieel beheer.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Artikel 201 van de Gemeentewet is van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>60</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de rekening wordt het door elk van de deelnemende gemeenten over
                                het desbetreffende dienstjaar werkelijk verschuldigde bedrag
                                opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kosten worden over de deelnemende gemeenten verdeeld naar het
                                inwonertal op 1 januari van het jaar waarop de kosten betrekking
                                hebben.</al><al> Artikel 54, tweede lid, tweede volzin, is van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 54,
                                derde lid, betaalde voorschot en het werkelijk verschuldigde bedrag
                                vindt plaats onmiddellijk na de kennisgeving aan de deelnemende
                                gemeenten van de vaststelling van de rekening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>61</nr></kop><al>De regioraad kan besluiten tot vorming van een fonds, strekkende tot het
                            reserveren van andere dan gemeentelijke gelden. De met gelden in het
                            fonds gekweekte rente wordt in dit fonds gestort. De begroting inzake de
                            verrekening met de gemeenten dient in verband hiermede te worden
                            aangepast.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XI</nr><titel>GESCHILLEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>62</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regioraad beslist omtrent geschillen over de toepassing, in de
                                ruimste zin, van de regeling, voorzover zij niet behoren tot die,
                                vermeld in artikel 112, eerste lid, van de Grondwet of tot die,
                                waarvan de beslissing krachtens artikel 112, tweede lid, van de
                                Grondwet is opgedragen hetzij aan de rechterlijke macht, hetzij aan
                                gerechten die niet tot de rechterlijke macht behoren. Artikel 28 van
                                de wet is niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alvorens een beslissing, als bedoeld in het eerste lid, te nemen
                                legt de regioraad een dergelijk geschil om advies voor aan een
                                daartoe door partijen in te stellen geschillencommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken besturen
                                en brengt advies aan de regioraad uit over de mogelijkheden partijen
                                tot overeenstemming te brengen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Hangende het onderzoek van het geschil kan het besluit, dat
                                onderwerp van het geschil uitmaakt, op verzoek van het
                                belanghebbende bestuur door de regioraad worden geschorst op grond
                                dat de uitvoering van het besluit voor dat bestuur een onevenredig
                                nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een
                                onmiddellijke uitvoering van het besluit te dienen belang. Deze
                                schorsing vervalt, zodra door de regioraad is beslist op het geschil
                                of op een ander tijdstip, door de regioraad aangegeven bij de
                                beslissing van het geschil.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XII</nr><titel>HET ARCHIEF</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>63</nr></kop><al>Ten aanzien van de archiefbescheiden van de Stadsregio Amsterdam zijn de
                            voorschriften omtrent de zorg, de bewaring en het beheer daarvan,
                            alsmede die omtrent het toezicht daarop, zoals deze voor de gemeente
                            Amsterdam zijn of nader zullen worden vastgesteld, van overeenkomstige
                            toepassing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XIII</nr><titel>TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>64</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Toetreding van gemeenten kan plaatsvinden op verzoek van de
                                regioraad en op hun verzoek bij een besluit van de raad, het college
                                van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de
                                desbetreffende gemeente, indien de raden, de colleges van
                                burgemeester en wethouders en de burgemeesters van ten minste twee
                                derden van het aantal deelnemende gemeenten het verzoek
                                inwilligen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan de toetreding kunnen door de regioraad voorwaarden worden
                                verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De toetreding gaat, na goedkeuring door gedeputeerde staten, in op
                                de eerste dag van de maand volgende op die van opname in het
                                provinciale register, als bedoeld in artikel 27 van de wet, tenzij
                                het besluit een andere datum van ingang aangeeft.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad van de toegetreden gemeente doet zo spoedig mogelijk de
                                nodige benoemingen overeenkomstig artikel 17 en volgende van deze
                                regeling.</al><al> Behoudens eerdere beëindiging van het lidmaatschap treden de
                                benoemden af op het tijdstip waarop de dan zitting hebbende leden
                                van de regioraad aftreden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>65</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een deelnemende gemeente kan uittreden door toezending van een
                                daartoe strekkend besluit van de bestuursorganen van die gemeente
                                aan de regioraad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tenzij de regioraad een kortere termijn bepaalt, kan de uittreding
                                niet eerder plaatsvinden dan tegen 31 december van het tweede
                                kalenderjaar volgende op dat waarin de goedkeuring van het besluit
                                tot uittreding heeft plaatsgevonden en de uittreding is ingeschreven
                                in het provinciale register, als bedoeld in artikel 27 van de
                                wet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De regioraad regelt, onder goedkeuring van gedeputeerde staten, de
                                gevolgen van de uittreding, de financiële en personele gevolgen
                                daaronder begrepen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>66</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voorstellen tot wijziging van de regeling kunnen worden gedaan door
                                de regioraad, al dan niet op initiatief van de bestuursorganen van
                                een deelnemende gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een wijziging is totstandgekomen zodra de raden, de colleges van
                                burgemeester en</al><al> wethouders en de burgemeesters van ten minste twee derden van het
                                aantal deelnemende gemeenten, vertegenwoordigende ten minste twee
                                derden van het aantal inwoners van het aantal inwoners van het
                                verzorgingsgebied op 1 januari van dat jaar, tot deze wijziging
                                hebben besloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Zij treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op die,
                                waarin de wijziging na de vereiste goedkeuring is opgenomen in het
                                provinciale register, als bedoeld in artikel 27 van de wet. Bij de
                                wijziging kan worden bepaald dat deze op een eerder of later
                                tijdstip van kracht wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>67</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>a. De regeling wordt opgeheven zodra de raden, de colleges van
                                burgemeester en wethouders en de burgemeesters van tenminste twee
                                derden van het aantal deelnemende gemeenten, vertegenwoordigende ten
                                minste twee derden van het aantal inwoners van het
                                samenwerkigsgebied op 1 januari van dat jaar, tot deze opheffing
                                hebben besloten.</al><lijst><li nr="b."><al>Een besluit, als bedoeld onder a, kan niet eerder worden
                                        genomen dan nadat de regioraad daarover zijn mening heeft
                                        kenbaar gemaakt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De opheffing gaat niet eerder in dan nadat de besluiten zijn
                                opgenomen in het provinciale</al><al> register, als bedoeld in artikel 27 van de wet, tenzij een latere
                                datum is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval van opheffing van de regeling besluit de regioraad tot
                                liquidatie en stelt hij daarvoor de nodige regelen. Hierbij kan van
                                de bepalingen van deze regeling worden afgeweken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het liquidatieplan wordt door de regioraad, de bestuursorganen van
                                de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het liquidatieplan voorziet in ieder geval ook in de financiële en
                                overige gevolgen die de opheffing voor het personeel heeft.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Zonodig blijven de bestuursorganen van de Stadsregio Amsterdam ook
                                na het tijdstip van de opheffing in functie totdat de liquidatie is
                                beëindigd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XIV</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>68</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het gemeentebestuur van Amsterdam draagt zorg voor de toezending,
                                als bedoeld in artikel 26 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De besturen van de deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat de
                                opname in het gemeentelijke register, als bedoeld in artikel 27 van
                                de wet plaatsvindt binnen 14 dagen na het bericht van goedkeuring
                                van deze regeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze regeling treedt in werking nadat zij is ingeschreven in het
                                provinciale register, als bedoeld in artikel 27 van de wet en werkt
                                terug tot 1 mei 1992.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>69</nr></kop><al>Deze regeling kan worden aangehaald onder de titel "Gemeenschappelijke
                            regeling Stadsregio Amsterdam"</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>