<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR324601_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Regeling Jaargesprekken</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.brabant.nl/loket/provinciale-bladen/download.aspx?qvi=57207">Provinciaal Blad, 2016, 44</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regeling jaargesprekken</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies, art. F.7</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-03-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-03-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-09-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>toelichting</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>S0310135</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuurlijke organisatie, personeelsbeleid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling treedt met terugwerkende kracht in werking op 01-01-2016.</al><al>Het overgangsrecht in verband met de invoering van de vijfpuntschaal vervalt.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-41999</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-42000</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-42001</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-42002</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-42003</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Regeling Jaargesprekken</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, </vet></al><al>Gelet op artikel F. 7 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling
                        Provincies; </al><al>Besluiten vast te stellen de Regeling jaargesprekken (planning, voortgang,
                        evaluatie en beoordeling)</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Definities</titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> leidinggevende: degene die voor de toepassing van deze regeling als
                                directe hiërarchisch leidinggevende is aangewezen;</al></li><li nr="b."><al> competenties: de competenties, vastgelegd in de lijst van
                                competenties die als bijlage 1 onderdeel uitmaakt van deze
                                regeling;</al></li><li nr="c."><al> werkresultaten: resultaten met betrekking tot de werkzaamheden
                                waarover in het planningsgesprek afspraken zijn gemaakt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Planningsgesprek</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> In de regel voeren de leidinggevende en de ambtenaar eenmaal per 12
                            maanden een planningsgesprek.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het planningsgesprek wordt gevoerd aan de hand van een formulier
                            waarvan het model als bijlage 2 onderdeel uitmaakt van deze
                            regeling.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De leidinggevende en de ambtenaar kunnen afspreken dat andere personen
                            bij het planningsgesprek aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> In het planningsgesprek wordt in ieder geval aandacht besteed aan de
                            door de ambtenaar te bereiken werkresultaten, het functioneren, de
                            competenties, de opleiding, de loopbaan- perspectieven, de werktijden en
                            de arbeidsomstandigheden van de ambtenaar en aan de ondersteuning van de
                            leidinggevende.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De leidinggevende en de ambtenaar maken in het planningsgesprek voor
                            een periode van in de regel 12 maanden afspraken over de te bereiken
                            werkresultaten, de ontwikkeling van de voor de functie geldende
                            competenties en de eventuele daartoe benodigde middelen en
                            faciliteiten.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> De leidinggevende en de ambtenaar kunnen in het planningsgesprek ook
                            andere afspraken maken.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> De in het vijfde en zesde lid bedoelde afspraken worden vastgelegd in
                            het formulier planningsgesprek. De leidinggevende en de ambtenaar
                            ondertekenen het formulier voor akkoord.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al> Als de leidinggevende en de ambtenaar het niet eens worden over de te
                            maken afspraken beslist de leidinggevende en kan de ambtenaar zijn
                            zienswijze vermelden op het formulier. In dat geval tekent de ambtenaar
                            voor gezien.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Voortgangsgesprek</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De leidinggevende en de ambtenaar voeren ten minste eenmaal in de
                            periode, bedoeld in artikel 2, vijfde lid, een voortgangsgesprek. De
                            leidinggevende kan besluiten dat een door hem aangewezen ambtenaar het
                            voortgangsgesprek voert.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het voortgangsgesprek heeft tot doel de realisering van de in het
                            formulier planningsgesprek vastgelegde afspraken te volgen en te
                            ondersteunen. Zo nodig worden de afspraken nader ingevuld, aangevuld dan
                            wel bijgesteld. Afspraken over nadere invulling, aanvulling of
                            bijstelling worden schriftelijk vastgelegd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Artikel 2, derde en achtste lid, is voor zoveel mogelijk van
                            overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Evaluatie- en beoordelingsgesprek</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Na afloop van de periode, bedoeld in artikel 2, vijfde lid, voeren de
                            leidinggevende en de ambtenaar een evaluatie- en beoordelingsgesprek. Zo
                            nodig wordt dit gesprek, al dan niet op aanvraag van de ambtenaar,
                            eerder gevoerd of vinden extra gesprekken plaats.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In het evaluatie- en beoordelingsgesprek evalueren de leidinggevende en
                            de ambtenaar de ontwikkeling van de voor de functie geldende
                            competenties en de werkresultaten, alsmede andere afspraken welke zijn
                            neergelegd in het formulier planningsgesprek en eventueel nader zijn
                            ingevuld, aangevuld of bijgesteld in het voortgangsgesprek. Het
                            evaluatie- en beoordelingsgesprek wordt afgesloten met een beoordeling
                            door de leidinggevende welke wordt vastgelegd in een
                            beoordelingsformulier waarvan het model als bijlage 3 onderdeel uitmaakt
                            van deze regeling.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De leidinggevende en de ambtenaar kunnen afspreken dat andere personen
                            bij het evaluatie- en beoordelingsgesprek aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De leidinggevende kan, al dan niet op aanvraag van de ambtenaar, ten
                            behoeve van de uit te brengen beoordeling inlichtingen van derden
                            inwinnen. Hij deelt de ambtenaar mee welke informatie hij van deze
                            derden heeft ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Indien de ambtenaar weigert deel te nemen aan het evaluatie- en
                            beoordelingsgesprek of daaraan niet kan deelnemen terwijl uitstel naar
                            het oordeel van de leidinggevende niet verantwoord is, kan de
                            leidinggevende besluiten de beoordeling buiten aanwezigheid van de
                            ambtenaar uit te brengen. De leidinggevende stelt de ambtenaar hiervan
                            tijdig tevoren schriftelijk en gemotiveerd in kennis.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> De beoordeling van de ontwikkeling van de voor de functie geldende
                            competenties mondt uit in een van de navolgende scores: </al><lijst><li nr="a."><al> uitstekend: de duurzame groei in het functioneren van de
                                    ambtenaar overtreft de gestelde eisen in uitzonderlijke
                                    mate;</al></li><li nr="b."><al> zeer goed: de duurzame groei in het functioneren van de
                                    ambtenaar overtreft de gestelde eisen in ruime mate;</al></li><li nr="c."><al> normaal: de duurzame groei in het functioneren van de ambtenaar
                                    voldoet aan de gestelde eisen;</al></li><li nr="d."><al> matig: de duurzame groei in het functioneren van de ambtenaar
                                    voldoet niet geheel aan de gestelde eisen;</al></li><li nr="e."><al> slecht: de duurzame groei in het functioneren van de ambtenaar
                                    voldoet niet aan de gestelde eisen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> De beoordeling van de door de ambtenaar te behalen werkresultaten mondt
                            uit in een van de navolgende scores: </al><lijst><li nr="a."><al> uitstekend: de werkresultaten van de ambtenaar overtreffen de
                                    gestelde eisen in uitzonderlijke mate;</al></li><li nr="b."><al> zeer goed: de werkresultaten van de ambtenaar overtreffen de
                                    gestelde eisen in ruime mate;</al></li><li nr="c."><al> normaal: de werkresultaten van de ambtenaar voldoen aan de
                                    gestelde eisen;</al></li><li nr="d."><al> matig: de werkresultaten van de ambtenaar voldoen niet geheel
                                    aan de gestelde eisen;</al></li><li nr="e."><al> slecht: de werkresultaten van de ambtenaar voldoen niet aan de
                                    gestelde eisen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al> De leidinggevende ondertekent het beoordelingsformulier voor akkoord.
                            De ambtenaar ondertekent het beoordelingsformulier voor gezien. Indien
                            de ambtenaar het niet eens is met de beoordeling kan hij binnen 2 weken
                            de geschilpunten op het beoordelingsformulier vermelden.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al> De beoordeling wordt vastgesteld binnen 4 weken nadat zij is
                            uitgebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Citeertitel</titel></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als Regeling jaargesprekken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking, na uitgifte van het Provinciaal Blad waarin
                        zij is geplaatst, met terugwerkende kracht op 1 september 2006.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>’s-Hertogenbosch, 10 oktober 2006</ondertekening><ondertekening>Gedeputeerde Staten voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter J.R.H. Maij-Weggen</ondertekening><ondertekening>de secretaris drs. W.G.H.M. Rutten</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlagen</titel></kop><divisie><kop><titel>Bijlage 1 bij de Regeling jaargesprekken </titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Noord-Brabant/i237294.pdf">Lijst van competenties</extref></al></divisie><divisie><kop><titel>Bijlage 1A bij de Regeling jaargesprekken </titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Noord-Brabant/i237295.pdf">Competentieprofielen</extref></al></divisie><divisie><kop><titel>Bijlage 1B bij de Regeling jaargesprekken </titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Noord-Brabant/i237296.pdf">Competentiecatalogus</extref></al></divisie><divisie><kop><titel>Bijlage 2 bij de Regeling jaargesprekken </titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Noord-Brabant/i237297.pdf">Formulier planningsgesprek</extref></al></divisie><divisie><kop><titel>Bijlage 3 bij de Regeling jaargesprekken </titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Noord-Brabant/i237584.pdf">Beoordelingsformulier</extref></al></divisie></bijlage><nota-toelichting><kop><titel><vet>TOELICHTING</vet></titel></kop><al><vet>Beleidsmatige achtergronden en uitgangspunten</vet></al><al><vet>CAO-afspraken</vet></al><al>In het SPA-akkoord 2000/2001 zijn afspraken gemaakt over de invoering van een
                    systeem van jaargesprekken teneinde het werk beter te structureren, sturing en
                    beoordeling van werknemers te verbeteren en loopbaanbeleid handen en voeten te
                    geven. Enerzijds vormt het een instrument voor het organiseren van de
                    werkprocessen, anderzijds betreft het hier een zaak van rechtspositionele
                    ordening. In het SPA-akkoord 2002/2003 zijn in aanvulling hierop afspraken
                    gemaakt over de invoering van een beoordelingssysteem dat is afgestemd op het
                    systeem van jaargesprekken en op het beloningssysteem. </al><al><vet>Systeem van jaargesprekken</vet></al><al>Het systeem van jaargesprekken houdt kort samengevat in een cyclus van
                    plannings-, voortgangs-, evaluatie- en beoordelingsgesprekken waarvan de basis
                    wordt gevormd door een individueel werkplan dat, als afgeleide van het jaarplan
                    van de werkeenheid, de concrete afspraken vastlegt tussen manager en werknemer.
                    De afspraken omvatten in ieder geval het resultaat, het functioneren, de
                    competenties, opleiding, loopbaanperspectief, werktijden, arbeidsomstandigheden
                    en de ondersteuning van de leidinggevende. Deze afspraken zijn de basis voor de
                    concrete evaluatie en beoordeling aan het einde van de afgesproken periode.</al><al><vet>Doelstellingen</vet></al><al>Invoering van een systeem van jaargesprekken is geen doel op zich. Het maakt
                    onderdeel uit van een breder P&amp;O-beleid. Zo is er bijv. een duidelijke
                    relatie met het beloningsbeleid, het loopbaan- en mobiliteitsbeleid en het
                    scholingsbeleid. Jaargesprekken zijn verder een onmisbaar instrument voor de
                    ontwikkeling van een meer resultaatsgerichte organisatie. Samengevat worden met
                    de invoering van een systeem van jaargesprekken de volgende doelen beoogd: - het
                    werk beter structureren; - werknemers effectiever aansturen op basis van
                    resultaten en gemaakte afspraken; - een beter instrumentarium bieden voor het
                    nemen van rechtspositionele beslissingen, waaronder het nemen van bewuste
                    beloningsbeslissingen; - faciliteiten bieden en de zelfstandigheid stimuleren
                    van werknemers en de kwaliteit van het management behouden c.q. verbeteren; -
                    een bijdrage leveren aan het zelflerend vermogen van de organisatie als
                    thermometer voor de ontwikkelingsfase van de organisatie - bevorderen dat reële
                    afspraken met het bestuur worden gemaakt over o.a. prioriteiten en
                    posterioriteiten en met de individuele werknemer over de werkbelasting e.d.</al><al><vet>Uitgangspunten</vet></al><al>Van belang is dat het systeem van jaargesprekken een goede
                    bedrijfsorganisatorische inbedding krijgt. Daarover hebben sociale partners in
                    het SPA de provincies een aantal concrete aanbevelingen gedaan. Een belangrijke
                    voorwaarde voor succes is dat het systeem van jaargesprekken aansluit bij de
                    doelstellingen en cultuur van de organisatie en dat er een breed draagvlak
                    binnen de organisatie aanwezig is. Andere uitgangspunten zijn: - de
                    beschikbaarheid van jaarplannen van de organisatie-eenheid en een logische
                    onderlinge aansluiting van de plannen; - betrokkenheid van de werknemers bij het
                    opstellen van de jaarplannen van de organisatie-eenheid; - coachend leidinggeven
                    en zelfstandige, resultaatsgerichte werknemers; - een inzichtelijk, betrouwbaar,
                    eenvoudig en hanteerbaar systeem; - een goede grondslag voor rechtspositionele
                    beslissingen; - waarborgen voor zorgvuldigheid, rechtsgelijkheid,
                    rechtszekerheid en rechtsbescherming; - een open communicatie; - één systeem
                    voor de hele provinciale organisatie met ruimte voor maatwerk per functie en/of
                    persoon.</al><al><vet>Het beoordelingssysteem</vet></al><al>Het beoordelingssysteem is ingebed in het systeem van jaargesprekken en is
                    afgestemd op het beloningssysteem. Het beoordelingssysteem beoordeelt zowel de
                    duurzame groei in functioneren als de werkresultaten, zulks afgezet tegen de
                    daarover gemaakte afspraken in het planningsgesprek. Daarbij wordt uitgegaan van
                    een vijfpuntschaal van beoordeling met als scores uitstekend (in schoolcijfers:
                    9 of 10), zeer goed (in schoolcijfers: 8), normaal (in schoolcijfers 6 of 7),
                    matig (in schoolcijfers: 5) en slecht (in schoolcijfers: 4 of lager). Met het
                    oog op de duurzame groei in het functioneren worden in het planningsgesprek
                    afspraken gemaakt over de ontwikkeling van de voor de functie geldende
                    competenties. Er is een duidelijke samenhang tussen beide componenten van de
                    beoordeling. Er is sprake van tweerichtingsverkeer. Afspraken over de
                    ontwikkeling van de competenties hebben als doel in de toekomst te komen tot
                    duurzaam hogere prestaties. Als het goed is beïnvloedt de ontwikkeling van de
                    competenties dus de werkresultaten in positieve zin. Daarom zal de ontwikkeling
                    van de competenties achteraf mede worden beoordeeld aan de hand van de
                    daadwerkelijke prestaties en niet alleen worden afgemeten aan de manier waarop
                    het werkresultaat wordt bereikt. Het betekent derhalve dat het oordeel over de
                    duurzame groei in het functioneren wordt bepaald door zowel de geleverde
                    prestaties als de ontwikkeling van de competenties. Op basis van de behaalde
                    resultaten zullen vervolgens de nieuwe afspraken over de ontwikkeling van de
                    competenties worden gemaakt. Beide componenten worden afzonderlijk beoordeeld.
                    De structurele beloning is immers afhankelijk van het oordeel over de duurzame
                    ontwikkeling in het functioneren, terwijl de daadwerkelijk geleverde prestaties
                    in de afgesproken periode de basis vormen voor een eventuele incidentele bonus
                    over die periode. De samenhang zal blijken uit de beoordeling. Het ligt niet
                    voor de hand dat de beoordelingsscores voor de ontwikkeling van de competenties
                    en voor de behaalde werkresultaten ver uiteen zullen lopen.</al><al><vet>Competenties</vet></al><al>Om de functie naar behoren te kunnen vervullen en de afgesproken werkresultaten
                    te kunnen behalen zal de werknemer over een aantal competenties moeten
                    beschikken. Competentie is een verzamelnaam voor kennis, deskundigheden en
                    vaardigheden die mensen geschikt (ofwel ‘competent’) maken voor hun werk. Het
                    gaat niet alleen om kennis en vaardigheden maar ook om gedragseigenschappen als
                    bijvoorbeeld het goed kunnen samenwerken en de bereidheid en alertheid deze
                    kwaliteiten op het juiste moment in te zetten. Of een medewerker over voldoende
                    kwaliteiten beschikt en bereid is deze in de praktijk te brengen is niet alleen
                    af te meten aan het werkresultaat maar ook aan de manier waarop dat resultaat
                    wordt bereikt.</al><al>De definitie van “competentie” zoals die hiervoor is beschreven, is een brede
                    definitie. De provincie Noord-Brabant heeft er voor gekozen om
                    competentiemanagement met name te richten op gedrag.</al><al>Onder competentiemanagement wordt daarom verstaan: het sturen op die kernwaarden
                    en competenties die voor een organisatie nodig zijn om de organisatiedoelen te
                    behalen en zich te onderscheiden van andere organisaties. Het gaat hierbij
                    vooral om het expliciet maken van het ‘hoe’ (houding en gedrag) van het
                    uitoefenen van de functie, in aanvulling op het ‘wat’ (functie-eisen / taken en
                    rollen).</al><al>Onder competenties wordt verstaan: vaardigheden, kennis, ervaring, attitudes en
                    rollen, beschreven in gedragsmatige termen, die groepen medewerkers in staat
                    stellen om de gewenste resultaten te bereiken.</al><al>De competenties zijn niet voor alle werknemers dezelfde maar zijn afhankelijk
                    van de eisen die aan de functie worden gesteld. Voor elke functie zijn daarom
                    enkele competenties vastgesteld waarvan het aantal varieert van minimaal 4 tot
                    maximaal 9. Voor een functie hoeven overigens niet permanent dezelfde
                    competenties te gelden. Zo kunnen bijvoorbeeld, afhankelijk van de fase waarin
                    bepaalde werkzaamheden zich bevinden, van werknemers andere vaardigheden worden
                    verlangd. Voor de gezamenlijke provincies geldt een lijst van competenties
                    waarin is vastgelegd welke competenties aan functies kunnen worden toebedeeld.
                    Er kunnen derhalve aan functies geen competenties worden verbonden die niet
                    voorkomen in deze lijst van competenties. De lijst van competenties maakt
                    onderdeel uit van deze regeling. Voor elke functie zullen de competenties worden
                    vastgelegd in een competentieprofiel. De competenties worden in het
                    competentieprofiel zodanig uitgewerkt dat zij optimaal aansluiten op inhoud en
                    het niveau van de functie. Dat betekent dus dat competenties afhankelijk van de
                    functie een verschillende uitwerking en invulling kunnen krijgen.</al><al>De provincie Noord-Brabant heeft het competentiesysteem als volgt nader
                    uitgewerkt.</al><tussenkop><vet>Algemeen</vet></tussenkop><al>Als uitgangspunt gelden de vier kerncompetenties met de daaraan gekoppelde
                    gedragsregels zoals die door GS bij besluit van 14 februari 2006 zijn
                    vastgesteld.</al><al>Onder een kerncompetentie wordt verstaan: die competenties die aangeven waar de
                    organisatie voor staat en die groepen en individuen in de organisatie
                    overstijgen.</al><al>Aan de kerncompetenties zijn gedragsregels gekoppeld. Een gedragsregel is een
                    vertaling per kerncompetentie in gedrag dat daarbij van belang is.</al><al>De kerncompetenties met de daaraan gekoppelde gedragsregels luiden als
                    volgt:</al><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al><vet>KERNCOMPETENTIES</vet></al></entry><entry><al><vet>GEDRAGSREGELS</vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al>Verbindend</al></entry><entry><al> - Ik breng belangen samen- Ik leef me in in mijn omgeving-
                                        Ik inspireer anderen</al><al/></entry></row><row><entry><al>Doortastend</al></entry><entry><al> - Ik neem verantwoordelijkheid- Ik ga voor resultaat- Ik
                                        breng besluiten tot uitvoering- Ik neem initiatief</al><al/></entry></row><row><entry><al>Vernieuwend</al></entry><entry><al> - Ik sta open voor verandering- Ik denk over grenzen heen-
                                        Ik ga voor verbetering- Ik ben nieuwsgierig</al><al/></entry></row><row><entry><al>Betrouwbaar</al></entry><entry><al> - Ik kom afspraken na- Ik leg verantwoording af- Ik ben
                                        zorgvuldig- Ik ben eerlijk en laat zien wat ik doe</al><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Functiespecifiek:</vet></al><al>Het functiehuis van de provincie Noord-Brabant kent drie functieclusters met
                    daarbinnen in totaal 8 functiegroepen. Schematisch ziet het functiehuis er als
                    volgt uit.</al><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al><vet>FUNTIECLUSTER</vet></al></entry><entry><al><vet>FUNCTIEGROEP</vet></al></entry></row><row><entry><al>FUNCTIECLUSTER ONDERSTEUNEN</al></entry><entry><al>1. Administratief secretarieel ondersteuner ABCD</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>2. Ondersteunend medewerker ABCDE</al></entry></row><row><entry><al>FUNCTIECLUSTER REALISEREN</al></entry><entry><al>3. Vakinhoudelijk medewerker ABCDEF</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>4. Beleidsmedewerker uitvoeren ABCDE</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>5. Beleidsmedewerker ontwikkelen ABCD</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>- Specifieke functie</al></entry></row><row><entry><al>FUNCTIECLUSTER STUREN</al></entry><entry><al>6. Operationeel manager ABCDE</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>7. Project- en programmamanager ABC</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>8. Integraal manager ABCD</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>- Specifieke functie</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Per functiegroep wordt binnen de provincie Noord-Brabant een specifiek
                    competentieprofiel gehanteerd.</al><al>Onder een competentieprofiel wordt verstaan een aantal competenties dat is
                    gekoppeld aan een functiegroep. Een competentieprofiel bestaat uit vier
                    competenties. Uitgaande van de vier kerncompetenties zijn per profiel vier
                    competenties, namelijk één per kerncompetentie, gekozen. Bij deze keuze zijn
                    medewerkers en managers nauw betrokken geweest.</al><al>Al de competenties zijn vertaald in bijpassende voorbeelden van concreet en
                    aantoonbaar gedrag. Dit worden gedragsindicatoren genoemd. Er zijn geen
                    (schaal)niveaus gekoppeld aan deze indicatoren. De indicatoren zijn daarmee
                    waardevrij. In een gesprek tussen manager en medewerker wordt nagegaan in welke
                    mate een medewerker een competentie bezit of toepast. Vervolgens worden door
                    manager en medewerker concrete afspraken gemaakt over (te ontwikkelen)
                    gedrag.</al><al>Er is een mogelijkheid om, in die situatie waarin het bij de functie van de
                    medewerker behorende competentieprofiel te weinig houvast biedt om juiste
                    afspraken te maken door de manager en de medewerker, één rolcompetentie aan het
                    profiel toe te voegen.</al><al>Een rolcompetentie is een competentie opgenomen in de voor de provincie
                    Noord-Brabant vastgestelde competentiecatalogus, die niet tot het
                    competentieprofiel van een bepaalde functie behoort, maar die vanwege het
                    vervullen van een specifieke taak of rol voor de aansturing van een medewerker
                    van belang is om goede afspraken te maken over de ontwikkeling van de
                    medewerker.</al><al>Het werken met een rolcompetentie in aanvulling op het competentieprofiel maakt
                    het systeem flexibeler. Overigens zal, om recht te doen aan de eenvoud van het
                    systeem, wel terughoudend met het toevoegen van een rolcompetentie om moeten
                    worden gegaan. Voorbeelden van specifieke rollen waarin een keuze voor een
                    rolcompetentie op zijn plaats kan zijn, zijn handhaver, relatiebeheerder of
                    toetser.</al><al>NB. De ‘leiderschapcompetenties’ (samenbindend leiderschap, individugericht
                    leiderschap en integer leiderschap) zijn voorbehouden aan de functies uit het
                    functiecluster sturen.</al><al>Voor twee specifieke functies, te weten archiefinspecteur en
                    provinciecontroller, zijn geen aparte competentieprofielen opgesteld. Deze
                    functies zijn ondergebracht bij het competentieprofiel van de Project- en
                    Programmamanager.</al><al>NB. De competenties die gebruikt worden in de competentieprofielen, komen terug
                    in de lijst met competenties zoals die voor de gezamenlijke provincies is
                    vastgesteld en is opgenomen in bijlage 1.</al><al>De competentieprofielen voor de verschillende functiegroepen zijn opgenomen in
                    bijlage 1A.</al><al>Alle competenties die gebruikt zijn in de competentieprofielen, aangevuld met
                    enkele competenties die relevant kunnen zijn bij specifieke taken of rollen,
                    zijn opgenomen in de competentiecatalogus zoals die voor de provincie
                    Noord-Brabant geldt en opgenomen in bijlage 1B.</al><al>Binnen de provincie Noord-Brabant dient derhalve onder bijlage 1, zoals
                    aangegeven in artikel 1 onder b van de Regeling Jaargesprekken, te worden
                    verstaan de navolgende bijlagen 1, 1A en 1B.</al><al>Vervolgens worden in het planningsgesprek afspraken gemaakt over de ontwikkeling
                    van de competenties. Daarbij moet het gaan om afspraken die volgens het
                    SMART-principe Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden
                    zijn. De werknemer wordt beoordeeld op de ontwikkeling van de voor de functie
                    geldende competenties waarover tussen hem en zijn leidinggevende in het
                    planningsgesprek afspraken zijn gemaakt.</al><al>Daarbij kan gebruik worden gemaakt van ‘de competentiemeter’. Dit is een
                    instrument voor het geven en ontvangen van feedback ter voorbereiding van de
                    planning of de beoordeling. Met de competentiemeter kunnen medewerkers zelf (per
                    functiegroep) zien welke competenties van hen worden gevraagd. Leidinggevenden
                    en medewerkers kunnen samen nagaan in hoeverre deze competenties aanwezig zijn
                    en de eventuele verschillen in beleving bespreekbaar maken. Daarnaast is er de
                    mogelijkheid om de competentiemeter in te zetten voor 360-graden feedback. De
                    competentiemeter is uitdrukkelijk géén beoordelingsinstrument, maar kan wel
                    aanknopingspunten bieden voor het gesprek tussen de manager en de medewerker.
                    Beoordeling als basis voor rechtspositionele beslissingen Het
                    beoordelingssysteem bevat waarborgen voor zorgvuldig te nemen en objectief te
                    onderbouwen rechtspositionele beslissingen waarbij het functioneren van de
                    ambtenaar een rol speelt. Het biedt de grondslag voor bewuste
                    beloningsbeslissingen, maar ook voor beslissingen over bijvoorbeeld ontslag
                    wegens disfunctioneren of de omzetting van een dienstverband voor bepaalde tijd
                    op proef in een dienstverband voor onbepaalde tijd.</al><al><vet>Beoordeling en beloning</vet></al><al>De beoordeling kan directe gevolgen hebben voor zowel de structurele beloning
                    als de variabele outputbeloning. Daarover het volgende.</al><al><vet>De structurele beloning</vet></al><al>De structurele beloning heeft als doel het leveren van duurzaam hogere
                    prestaties in de toekomst. Beoordeling van de daarvoor benodigde duurzame groei
                    in het functioneren vindt plaats aan de hand van de ontwikkeling van de voor de
                    functie geldende competenties en de werkresultaten. Deze worden tijdens het
                    evaluatie- en beoordelingsgesprek vergeleken met de ter zake gemaakte afspraken.
                    Uit deze vergelijking kan vervolgens de conclusie worden getrokken tot welk
                    structureel niveau in kwaliteit en kwantiteit de in de toekomst te leveren
                    prestaties zich ontwikkelt en op basis hiervan wordt de groei in het vaste
                    inkomen bepaald. Op basis van de driepuntschaal voor de beoordeling kunnen de
                    volgende drie beloningsbeslissingen worden genomen:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><tbody><row><entry><al><vet>Beoorde­lingsscore</vet></al></entry><entry><al><vet>‘vertaling’</vet></al></entry><entry><al><vet>Groei in vast inkomen</vet></al></entry></row><row><entry><al>Uitstekend</al><al>(cijfer 9 of 10)</al></entry><entry><al>De duurzame groei in het functioneren van de medewerker
                                        overtreft de gestelde eisen in uitzonderlijke mate</al></entry><entry><al>6% van het maximumbedrag van de salarisschaal </al></entry></row><row><entry><al>Zeer goed </al><al>(cijfer 8)</al></entry><entry><al>De duurzame groei in het functioneren van de medewerker
                                        overtreft de gestelde eisen in ruime mate</al></entry><entry><al>4% van het maximumbedrag van de salarisschaal</al></entry></row><row><entry><al>Normaal</al><al>(cijfer 6 of 7)</al></entry><entry><al>De duurzame groei in het functioneren van de medewerker
                                        voldoet aan de gestelde eisen</al></entry><entry><al>3% van het maximumbedrag van de salarisschaal</al></entry></row><row><entry><al>Matig</al><al>(cijfer 5)</al></entry><entry><al>De duurzame groei in het functioneren van de medewerker
                                        voldoet niet geheel aan de gestelde eisen</al></entry><entry><al>1% van het maximumbedrag van de salarisschaal </al></entry></row><row><entry><al>Slecht </al><al>(cijfer 4 of lager)</al></entry><entry><al>De duurzame groei in het functioneren van de medewerker
                                        voldoet niet aan de gestelde eisen</al></entry><entry><al>Geen groei in vast inkomen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>De variabele outputbeloning</vet></al><al>Naast de structurele beloning kan voor extra prestaties een variabele beloning
                    worden gegeven. Daarbij gaat het om beloning van output. Uitgangspunten zijn
                    hier het motiveren, stimuleren en waarderen van medewerkers om te komen tot
                    werkresultaten door het toekennen van flexibele incidentele elementen. Met de
                    medewerker worden in het planningsgesprek afspraken gemaakt over het realiseren
                    van vooraf vastgelegde, concrete en zoveel mogelijk kwantificeerbare
                    doelstellingen. Variabele beloning is een bonus die alleen wordt gegeven bij
                    zeer goede prestaties. De bonus heeft een incidenteel karakter en is 3% of 7%.
                    Een en ander is hierna schematisch weergegeven.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><tbody><row><entry><al><vet>Beoorde­lingsscore</vet></al></entry><entry><al><vet>‘Vertaling’</vet></al></entry><entry><al><vet>Variabele beloning</vet></al><al><vet>(uitgedrukt als % van jaarsalaris in jaar waarin
                                            resultaten zijn behaald)</vet></al></entry></row><row><entry><al>Uitstekend</al></entry><entry><al>De werkresultaten van de medewerker overtreffen de gestelde
                                        eisen in uitzonderlijke mate</al></entry><entry><al>Outputbeloning van 7%</al></entry></row><row><entry><al>Zeer goed </al></entry><entry><al>De werkresultaten van de medewerker overtreffen de gestelde
                                        eisen in ruime mate</al></entry><entry><al>Outputbeloning van 3%</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>De rechtspositionele regeling van de jaargesprekken</vet></al><al>De CAO-afspraken over een systeem van jaargesprekken met bijbehorend
                    beoordelingssysteem hebben geleid tot de Regeling jaargesprekken waarin de
                    rechtspositionele aspecten zijn geregeld. De regeling bevat bepalingen over
                    rechten en plichten en procedures en heeft betrekking op de drie fases van de
                    jaarcyclus, te weten het planningsgesprek, het voortgangsgesprek en het
                    evaluatie- en beoordelingsgesprek. De betekenis van de uitgebrachte beoordeling
                    voor de beloning is geregeld in de bezoldigingsregeling.</al><tussenkop><vet>Artikelgewijze toelichting</vet></tussenkop><al><vet>Artikel 1 Definities</vet></al><al>Uitgangspunt is dat de integraal manager verantwoordelijk is voor de
                    jaargesprekken. Dat betekent dat de gesprekken worden gevoerd tussen de
                    werknemer en zijn directe hiërarchisch leidinggevende. In artikel 1 is daarom
                    bepaald dat als leidinggevende voor de toepassing van de regeling jaargesprekken
                    de directe hiërarchisch leidinggevende wordt aangemerkt.</al><al>NB In deze regeling worden de termen: integraal manager, hiërarchisch
                    leidinggevende en operationeel leidinggevende gebruikt. Bij de provincie
                    Noord-Brabant zijn de directeuren, de directieleden en de bureauhoofden op basis
                    van hun functie hiërarchisch leidinggevenden van respectievelijk managers en
                    medewerkers. De inhoudelijke sturing van een medewerker kan naast de
                    hiërarchisch leidinggevende ook plaatsvinden door, indien van toepassing, de
                    programmamanager, de projectleider of de senior medewerker. Deze inhoudelijke
                    sturing gaat echter niet zover dat zij de medewerker ook rechtstreeks kunnen
                    sturen op ontwikkelafspraken.</al><al><vet>Artikel 2 Planningsgesprek</vet></al><al>In het planningsgesprek gaat het om de productdoelstellingen van de werknemer en
                    om persoonsgebonden doelstellingen. In het vierde lid is concreet aangegeven
                    waaraan in het planningsgesprek in ieder geval aandacht moet worden besteed.
                    Productdoelstellingen hebben betrekking op te realiseren producten en te
                    verrichten activiteiten zo mogelijk gekoppeld aan termijnen of te investeren
                    tijd. Zij worden afgeleid van de doelstellingen van de organisatie en van de
                    functie die de werknemer vervult. De productdoelstellingen dienen zoveel
                    mogelijk te voldoen aan het SMART-principe, dat wil zeggen dat ze specifiek,
                    meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden moeten zijn. Bij
                    persoonsgebonden doelstellingen gaat het om ontwikkelpunten waarin de werknemer
                    een ontwikkeling wil of moet doormaken.</al><al>Het planningsgesprek is een gesprek van de werknemer met zijn leidinggevende. Er
                    zijn geen anderen bij aanwezig tenzij zij samen anders afspreken. Het
                    planningsgesprek heeft een tweezijdig karakter en moet leiden tot concrete
                    afspraken over de output, de ontwikkeling van de voor de functie geldende
                    competenties en de daartoe eventueel benodigde middelen en faciliteiten. Daarbij
                    kan worden gedacht aan vorming, training en opleiding, coaching van de
                    leidinggevende, ondersteuning van collega's, toegang tot bepaalde informatie of
                    overleggen, secretariële ondersteuning, benodigde apparatuur e.d. Er kunnen ook
                    andere afspraken worden gemaakt, bijv. over loopbaan en mobiliteit met
                    bijbehorende flankerende maatregelen, over de werktijden, werkomstandigheden
                    e.d. Het spreekt voor zich dat beide partijen zich aan de gemaakte afspraken
                    dienen te houden. Zowel de werknemer als de leidinggevende kunnen hierop worden
                    aangesproken en afgerekend. Als een leidinggevende niet zelf beslissingsbevoegd
                    is om bepaalde afspraken te maken, bijv. omdat hij niet zelfstandig over
                    budgetten kan beschikken, zal hij vooraf moeten organiseren dat hij daartoe
                    gemandateerd is. Hoofdregel is dat de werknemer en zijn leidinggevende afspraken
                    maken. Mocht dat onverhoopt niet mogelijk zijn dan voorziet het achtste lid erin
                    dat de leidinggevende eenzijdig beslissingen neemt. De werknemer kan in dat
                    geval zijn afwijkende zienswijze vermelden.</al><al>Het planningsgesprek heeft betrekking op een vooraf afgesproken periode. Als
                    regel betreft het een periode van 12 maanden. Daarover kunnen ook andere
                    afspraken worden gemaakt. De regeling schrijft bewust niet dwingend voor wanneer
                    het planningsgesprek plaatsvindt. Hier ligt een duidelijke relatie met de
                    invulling van de werkprocessen. De regeling laat ook de ruimte om het plannings-
                    gesprek en het evaluatie - en beoordelingsgesprek aansluitend op eenzelfde datum
                    te voeren (waarbij het planningsgesprek - dat op de toekomst is gericht - volgt
                    op het evaluatie- en beoordelingsgesprek waarin wordt teruggekeken).</al><al>De werknemer heeft de gelegenheid om het planningsgesprek voor te bereiden door
                    een werkplan op te stellen. Dit werkplan is dan de basis voor het
                    planningsgesprek. Vorm en inhoud kunnen afhankelijk van de functie sterk
                    uiteenlopen. Het planningsgesprek wordt gevoerd aan de hand van een formulier
                    waarop ook de afspraken worden vastgelegd.</al><al><vet>Artikel 3 Voortgangsgesprek</vet></al><al>Het spreekt voor zich dat regelmatig wordt gekeken hoe het staat met de
                    uitvoering van de afspraken die zijn gemaakt in het planningsgesprek. Daarmee
                    kan de vinger aan de pols worden gehouden en kunnen zonodig tijdig zaken worden
                    bijgesteld. Ook kan er reden zijn om na verloop van tijd de af- gesproken
                    doelstellingen - die naarmate zij verder in de toekomst liggen minder concreet
                    zullen zijn - nader in te vullen. Op welke wijze een en ander gebeurt is een
                    verantwoordelijkheid van de leidinggevende en de werknemer. Er is weinig reden
                    om dat formeel te gaan inkaderen. In artikel 3 wordt daarom niet meer geregeld
                    dan dat in een jaar in ieder geval één voortgangsgesprek met de werknemer
                    plaatsvindt. Dat voortgangsgesprek wordt door de direct hiërarchisch
                    leidinggevende gevoerd, die dat kan mandateren aan de operationeel
                    leidinggevende . Mandatering ligt niet in de rede als er veel valt bij te sturen
                    en een minder goede beoordeling in het verschiet ligt.</al><al>Als afspraken uit het planningsgesprek nader moeten worden ingevuld, aangevuld
                    of bijgesteld zal de betrokken operationeel leidinggevende hiertoe vooraf
                    gemachtigd moeten zijn.</al><al>Het ligt voor de hand dat ook afspraken over nadere invulling, aanvulling of
                    bijstelling van de in het planningsgesprek gemaakte schriftelijke afspraken
                    schriftelijk worden vastgelegd. Als leidinggevende en werknemer niet tot nadere
                    afspraken kunnen komen geldt hetzelfde als bij het planningsgesprek, namelijk
                    dat de leidinggevende eenzijdig beslissingen neemt. Het spreekt voor zich dat
                    het voortgangsgesprek steeds op een zodanig tijdstip plaatsvindt dat tijdig kan
                    orden bijgestuurd. Als het voortgangsgesprek na 2/3 van de periode komt is dat
                    als regel te laat.</al><al><vet>Artikel 4 Evaluatie- en beoordelingsgesprek</vet></al><al>Na afloop van de afgesproken periode (van in de regel 12 maanden) bekijken de
                    leidinggevende en de werknemer in de eerste plaats gezamenlijk in hoeverre de
                    afspraken over output en ontwikkeling van de voor de functie geldende
                    competenties zijn gerealiseerd en - zonodig - welke factoren een rol hebben
                    gespeeld bij het wel of niet realiseren van die afspraken. Ook wordt na afloop
                    gezamenlijk bekeken of de andere in het planningsgesprek gemaakte afspraken zijn
                    nageleefd. Als de tussentijdse voortgangsbewaking goed is geweest zullen er voor
                    beide partijen weinig verrassingen zijn. Beoogd wordt de aansturing en verdere
                    ontwikkeling en goed functioneren van de werknemer te bevorderen. Het is de
                    opstap voor het volgende planningsgesprek. De conclusies zullen in het
                    eerstvolgende planningsgesprek basis zijn voor nieuwe afspraken voor de komende
                    periode. De werknemer heeft de gelegenheid een schriftelijke zelfevaluatie van
                    de afgelopen periode op te stellen die in het evaluatie- en beoordelingsgesprek
                    zal worden besproken.</al><al>Het gesprek mondt uit in een beoordeling door de leidinggevende. Hier heeft het
                    gesprek een duidelijk eenzijdig karakter. Het gaat dan immers om het oordeel van
                    de leidinggevende en niet om een gezamenlijk oordeel van leidinggevende en
                    werknemer. In de beoordeling zal de leidinggevende uiteraard wel de inbreng van
                    de werknemer in het gesprek meewegen, terwijl de werknemer ter plekke in de
                    gelegenheid is aan te geven op welke punten hij het oneens is met de uit te
                    brengen beoordeling. Tegen de vastgestelde beoordeling kan de werknemer op grond
                    van de Algemene wet bestuursrecht bezwaar aantekenen bij gedeputeerde staten en
                    vervolgens, als hij het met die beslissing niet eens is, bij de rechter in
                    beroep gaan.</al><al>De regeling geeft helder aan wie beoordeelt maar laat bewust open wie de
                    beoordeling uiteindelijk vaststelt. Dat wordt in de mandaatregeling bepaald en
                    is afhankelijk van wat in een provincie gebruik is om te mandateren. Het ligt
                    voor de hand dat de hiërarchisch leidinggevende als integraal manager degene is
                    die de beoordeling formeel vaststelt. Het bestaan van geschilpunten tussen
                    beoordelaar en beoordeelde zou echter aanleiding kunnen zijn de formele
                    vaststelling van de beoordeling in dat geval op een hoger niveau te leggen. Er
                    kunnen derden bij het gesprek aanwezig zijn om nadere informatie te verstrekken.
                    Het initiatief kan zowel van de leidinggevende als de werknemer uitgaan. Zij
                    maken hierover samen afspraken. De werknemer kan zich in de eventuele bezwaar-
                    en beroepsprocedure juridisch laten bijstaan. De leidinggevende kan, al dan niet
                    op aanvraag van de werknemer, inlichtingen van derden inwinnen ten behoeve van
                    de uit te brengen beoordeling. Dat maakt een 360 graden beoordeling mogelijk.
                    Het lijkt in zijn algemeenheid zeker nuttig bij beoordeling van leidinggevenden
                    (ook) inlichtingen van ondergeschikten te vragen.</al><al>Het evaluatie- en beoordelingsgesprek heeft, net als het plannings- en
                    voortgangsgesprek, een verplicht karakter, zowel voor de leidinggevende als de
                    werknemer. Het kan dus niet zo zijn dat een werknemer om hem moverende redenen
                    afziet van dit gesprek en daarmee ook het uitbrengen van een beoordeling kan
                    voorkomen. Evenmin mag de leidinggevende hier in gebreke blijven. De beoordeling
                    is immers nodig voor de te nemen beloningsbeslissing. De betrokken
                    leidinggevende, maar ook de provinciesecretaris als eindverantwoordelijke,
                    kunnen daarop worden aangesproken. De werknemer heeft dus belang bij een tijdige
                    beoordeling en kan dat, zo nodig, ook afdwingen. Als de leidinggevende in
                    gebreke blijft zal dat geen nadelige gevolgen hebben voor de werknemer:
                    beoordeling en beloningsbeslissing zullen kunnen terugwerken tot en met het
                    tijdstip waarop die rechtens hadden moeten ingaan. De OR kan erop toezien dat de
                    beoordelingsregeling ook op dit punt correct wordt nageleefd.</al><al>Het evaluatie- en beoordelingsgesprek hoeft niet altijd in een keer te worden
                    afgerond. Soms kan een afkoelingsperiode zinvol zijn. In dat geval kan worden
                    besloten het gesprek op een later tijdstip voort te zetten. Ook kan het zijn dat
                    de werknemer enige bedenktijd nodig heeft. Daarom is geregeld dat de betrokken
                    werknemer 2 weken de tijd heeft om eventuele geschilpunten op het
                    beoordelingsformulier te vermelden.</al><al>Het vijfde lid maakt het mogelijk om bij uitzondering een beoordeling buiten
                    aanwezigheid van betrokkenen uit te brengen. Dat kan ook in situaties waarin
                    betrokkene (bijvoorbeeld wegens langdurige ziekte) niet aan het gesprek kan
                    deelnemen en (langdurig) uitstel (bijvoorbeeld i.v.m. een te nemen beslissing
                    over voortzetting van het dienstverband) niet verantwoord is. Ook in die
                    (uitzonderings)situatie geldt uiteraard dat de werknemer op het
                    beoordelingsformulier kan aangeven op welke onderdelen hij het eventueel oneens
                    is met de uitgebrachte beoordeling voordat deze formeel wordt vastgesteld.</al><al>Op de inhoud van het beoordelingssysteem en de betekenis van het
                    beoordelingssysteem voor bijvoorbeeld de beloning van de werknemer is hierboven
                    in de algemene toelichting al uitvoerig ingegaan.</al><al>Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al>de voorzitter</al></entry><entry><al>de secretaris</al></entry></row><row><entry><al>J.R.H. Maij-Weggen</al></entry><entry><al>drs. W.G.H.M. Rutten</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>