<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR324187_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling ICT-samenwerking Hoeksche Waard</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Cromstrijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Cromstrijen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">28-02-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling ICT-samenwerking Hoeksche Waard</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">213 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gedelegeerde functionaris</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-01-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling ICT-samenwerking Hoeksche Waard</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van bestuur
                        van de Gemeenschappelijke Regeling
                    </vet><vet>ICT-samenwerking</vet><vet> Hoeksche Waard</vet></al><al>Het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling ICT-samenwerking
                        Hoeksche Waard,</al><al>gelet op artikel 213a van de Gemeentewet;</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>Verordening voor periodiek onderzoek door het </vet><vet>dagelijks
                        bestuur </vet><vet>naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het
                            door het </vet><vet>dagelijks bestuur</vet><vet> gevoerde
                                bestuur.</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label/><nr>1.</nr><titel>Definities:</titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>Doelmatigheid: </cursief></al><al>De mate waarin de gewenste prestaties en beoogde maatschappelijke effecten
                        worden gerealiseerd met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen, of met
                        de beschikbare middelen zoveel mogelijk resultaat wordt bereikt.</al></li><li nr="b."><al><cursief>Doeltreffendheid</cursief></al><al>De mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook
                        daadwerkelijk worden behaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Onderzoekfrequentie.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur onderzoekt jaarlijks de doelmatigheid van
                            (onderdelen van) de bedrijfsvoering en de uitvoering van taken door de
                            gemeenschappelijke regeling. Onderwerpen van onderzoek worden jaarlijks
                            op basis van actuele accountantsrapportages en, of interne controles
                            bepaald. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur toetst periodiek de doeltreffendheid van een in
                            een programma of paragraaf opgenomen activiteit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Onderzoeksplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt na vaststelling een onderzoeksplan naar het
                            algemeen bestuur van de te verrichten interne onderzoeken naar de
                            doelmatigheid en de doeltreffendheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De manager doet jaarlijks een voorstel voor de selectie en prioritering
                            van de onderzoeksonderwerpen in het concept-onderzoeksplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het onderzoeksplan worden per intern onderzoek globaal
                            aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>het object van onderzoek </al></li><li nr="b."><al>de relevantie van het onderzoek</al></li><li nr="c."><al>de reikwijdte van het onderzoek</al></li><li nr="d."><al>de onderzoeksmethode </al></li><li nr="e."><al>doorlooptijd van het onderzoek</al></li><li nr="f."><al>de wijze van uitvoering</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het jaarplan worden de budgetten en arbeidscapaciteit die in de
                            begroting zijn opgenomen voor de uitvoering van de onderzoeken,
                            aangegeven. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Uitvoering onderzoeken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De onderzoeken uit het onderzoeksplan worden uitgevoerd door een
                            auditteam onder verantwoordelijkheid van de controller. De medewerkers
                            die belast worden met de uitvoering van een onderzoek uit het
                            onderzoeksplan vormen het auditteam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het onderzoek kan worden uitgevoerd door medewerkers van de gemeente of
                            door derden. Medewerkers van de gemeenschappelijke regeling die belast
                            worden met het onderzoek mogen in hun dagelijkse werkzaamheden betrokken
                            zijn bij het onderzoeksobject. Analyses en aanbevelingen tot verbetering
                            dienen echter zoveel als mogelijk onafhankelijk tot stand te komen en
                            uitgevoerd te worden door medewerkers die niet in hun dagelijks werk
                            betrokken zijn bij het onderzoeksobject. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het auditteam heeft toegang tot alle documenten en bestanden over de
                            gemeentelijke bedrijfsvoering die zij in het kader van een onderzoek uit
                            het onderzoeksplan van belang achten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Voortgang onderzoeken</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur rapporteert in de paragraaf bedrijfsvoering van de
                        begroting en jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken naar de
                        doelmatigheid en doeltreffendheid en de uitputting van bijbehorende
                        budgetten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Rapportage en gevolgtrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De uitkomsten van een onderzoek worden vastgelegd in een rapportage.
                            Elke rapportage bevat tenminste een analyse van de onderzoeksresultaten
                            en aanbevelingen voor verbeteringen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op basis van de resultaten van ieder onderzoek stelt het dagelijks
                            bestuur indien nodig een plan van verbetering op. De rapportage en het
                            plan van verbetering worden ter kennisgeving aan het algemeen bestuur
                            aangeboden. Het dagelijks bestuur neemt op basis van het plan van
                            verbetering organisatorische maatregelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>1.Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en heeft
                        terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2014.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening onderzoeken
                        doelmatigheid en doeltreffendheid van bestuur van de gemeenschappelijke
                        regeling ICT-samenwerking Hoeksche Waard”.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van 13 januari
                        2014.</ondertekening><ondertekening>De manager, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>W.H. van Ravestijn K. Tigelaar</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al>Artikel 2. Onderzoekfrequentie</al><al>In artikel 2 wordt het dagelijks bestuur opgedragen onderzoek te doen naar
                        de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur. </al><al>De onderzoeken naar de doelmatigheid betreffen onderzoeken naar de
                        uitvoering van het beleid en het beheer van middelen. Om zoveel mogelijk in
                        te kunnen spelen op actuele onderwerpen wordt het onderwerp van onderzoek
                        jaarlijks gekozen, waarbij wordt ingespeeld op wat uit onderzoeken door de
                        accountant of uit interne controles is gebleken.</al><al>De onderzoeken naar de doeltreffendheid vinden plaats op basis van het in de
                        programma’s of paragrafen van de begroting geformuleerde beleid. Dit beleid
                        kan gehele begrotingsprogramma’s omvatten of delen daarvan. Ook kan het
                        paragrafen van de begroting en jaarstukken of delen daarvan omvatten.</al><al>Artikel 3. Onderzoeksplan</al><al>De beslissing wat te onderzoeken is aan het dagelijks bestuur.
                        Vanzelfsprekend zal het algemeen bestuur willen weten wat de plannen zijn,
                        en ook gelegenheid willen hebben om deze te bespreken en als hij dat nodig
                        acht invloed uit te oefenen. Hierin voorziet het onderzoeksplan. </al><al>Het onderzoeksplan moet een volledig beeld geven van de voorgenomen
                        onderzoeken, zij het uiteraard nog globaal. De aard en de diepgang van de
                        onderzoeken kan verschillen.</al><al>De onderzoeken in het onderzoeksplan worden per onderzoek uitgewerkt. Het
                        onderzoeksplan wordt aangeboden aan het algemeen bestuur, en het algemeen
                        bestuur kan het ter bespreking agenderen, maar het wordt door het dagelijks
                        bestuur vastgesteld. In de verordening kan worden aangegeven wat in een
                        onderzoeksplan in ieder geval moet worden opgenomen. De onderwerpen genoemd
                        in het tweede lid kunnen als volgt worden toegelicht:</al><lijst><li nr="a)"><al>Het object van een onderzoek wordt dusdanig omschreven dat duidelijk
                                aangegeven is wat de afbakening van het onderzoek is. Daarbij worden
                                bij de doelmatigheidsonderzoeken duidelijk de scheidslijnen
                                aangegeven ten aanzien van de te onderzoeken procedures en
                                instrumenten. Bij de doeltreffendheidsonderzoeken worden duidelijk
                                de scheidslijnen met andere beleidsvelden aangegeven.</al></li><li nr="b)"><al>Met de relevantie van het onderzoek wordt aangegeven wat het belang
                                van het te onderzoeken deel van de bedrijfsvoering, gemeentelijke
                                taak, programma of paragraaf is en wat eventueel de aanleiding voor
                                de keuze van het onderzoeksobject is.</al></li><li nr="c)"><al>De reikwijdte van ieder onderzoek strekt zich in beginsel uit over
                                alle organen (algemeen bestuur, dagelijks bestuur),
                                organisatie-eenheden en instellingen waarvoor de gemeenschappelijke
                                regeling bestuurlijk verantwoordelijk is of waarvan de activiteiten
                                geheel of in belangrijke mate door de gemeenschappelijke regeling
                                worden bekostigd. De reikwijdte kan in het onderzoeksplan worden
                                ingeperkt door het aangeven van het te onderzoeken tijdvak en de te
                                onderzoeken organen, organisatie-eenheden en instellingen. De
                                reikwijdte van onderzoeken moet van te voren duidelijk worden
                                aangegeven. Aangegeven moet worden welk tijdvak wordt onderzocht en
                                welke organisatie-eenheden en niet-gemeentelijke instellingen bij
                                het onderzoek worden betrokken.</al></li><li nr="d)"><al>Hier wordt aangegeven welke methoden gebruikt zullen worden
                                (benchmarking, systeemtoets accountant, enquête, enzovoorts).</al></li><li nr="e)"><al>Een inschatting van de duur van het onderzoek, eventueel
                                onderverdeeld in fasen.</al></li><li nr="f)"><al>Hierin wordt aangegeven hoe het onderzoeksteam is samengesteld en op
                                welke wijze het onderzoek wordt uitgevoerd. Indien de ambtelijke
                                organisatie de onderzoeken uitvoert zullen in de onderzoeksopzet
                                waarborgen dienen te worden ingebouwd, waarmee de onafhankelijkheid
                                van de analyse en/of adviezen ter verbetering worden
                                gegarandeerd.</al></li></lijst><al>Artikel 4 Uitvoering onderzoek</al><al>Het onderzoek naar doelmatigheid en doeltreffendheid mag worden uitgevoerd
                        met eigen personeel of personeel van derden. De gemeenschappelijke regeling
                        beschikt niet over een afzonderlijke audit-functie. Een goed alternatief is
                        het per onderzoek samenstellen van een projectmatig, multidisciplinair
                        auditteam, waarin medewerkers van de deelnemende gemeenten zitting hebben.
                        Met het samenstellen van een auditteam onder leiding van de controller wordt
                        de onafhankelijkheid gewaarborgd.</al><al>Artikel 5. Voortgang onderzoek</al><al>De bedrijfsvoeringparagraaf van de begroting en jaarstukken dient inzicht te
                        geven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens omtrent de
                        bedrijfsvoering. Daarbij dient een relatie te worden gelegd met inhoud van
                        de programma’s van de begroting en jaarstukken. Het ligt voor de hand om in
                        deze paragraaf eveneens te rapporteren over de stand van zaken bij de
                        interne onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het
                        gevoerde bestuur. </al><al>Artikel 6. Rapportage en gevolgtrekking </al><al>Met de instelling van de onderzoeken beoogt de gemeenschappelijk regeling de
                        transparantie van hun handelen te vergroten en de publieke verantwoording
                        daarover te versterken. De bevindingen van de onderzoeken worden dan ook
                        neergelegd in rapporten voor het algemeen bestuur, zoals voorgeschreven in
                        artikel 213a, tweede lid van de Gemeentewet. De rapporten worden gevoegd bij
                        de jaarrekening en het jaarverslag. Dat betreft uiteraard de verslagen die
                        lopende het verslagjaar zijn afgerond. Dat sluit echter geenszins uit dat
                        het algemeen bestuur, als hij dat wenst, de rapporten ontvangt zodra ze zijn
                        vastgesteld. </al><al>Systematische aandacht voor doelmatigheid en doeltreffendheid impliceert ook
                        het doel om te leren, om te denken over en te streven naar verbetering,
                        daarom is in deze verordening opgenomen dat evaluatie en aanbevelingen voor
                        verbetering onderdeel zijn van de rapportage, en dat zo nodig door middel
                        van een plan van verbetering het vervolgtraject moet worden ingezet. De
                        bedrijfsvoering is een zaak van het dagelijks bestuur. Het is dan ook het
                        dagelijks bestuur dat maatregelen moet nemen tot verbetering. Het dagelijks
                        bestuur moet een plan van verbetering opstellen en uitvoeren. Het plan van
                        verbetering wordt uiteraard ook ter kennisgeving aan het algemeen bestuur
                        gestuurd. </al><al>Artikel 7. Inwerkingtreding</al><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking,
                        en heeft een terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2014. </al><al>Artikel 8. Citeertitel</al><al>In dit artikel wordt de naam gegeven waarmee in gemeentelijke stukken naar
                        deze verordening kan worden verwezen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>