<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR324184_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Vlissingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlissingen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2013, IX.29</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 226</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Onbekend</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Vlissingen;</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders</al><al/><al>gelet op artikel 224 van de Gemeentewet</al><al/><al><vet>B E S L U I T :</vet></al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN TOERISTENBELASTING
                            2014</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. <onderstreept>vakantieonderkomens</onderstreept>: woningen en andere
                        verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in
                        hoofdzaak bestemd en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere
                        recreatieve doeleinden;</al><al>b. <onderstreept>mobiele kampeeronderkomens</onderstreept>: tenten,
                        vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans, en soortgelijke onderkomens dan wel
                        soortgelijke voertuigen welke bestemd en gebezigd worden als verblijf voor
                        vakantie en andere recreatieve doeleinden;</al><al>c. <onderstreept>niet beroepsmatig verhuurde ruimten</onderstreept>:
                        woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet zijnde mobiele
                        kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als
                        verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in
                        bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd, dan wel
                        te huur aangeboden;</al><al>d. <onderstreept>vaste jaarplaats</onderstreept>: een gehuurd terrein of
                        terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het
                        gedurende een jaar hebben van een zelfde mobiel kampeeronderkomen,
                        stacaravan of vakantieonderkomen, dat doorgaans na afloop van het jaar niet
                        wordt verwijderd;</al><al>e. <onderstreept>vaste seizoenplaats</onderstreept>: een gehuurd terrein of
                        terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het
                        gedurende een seizoen hebben van een zelfde mobiel kampeeronderkomen,
                        stacaravan of vakantieonderkomen, dat doorgaans na afloop van het seizoen
                        niet wordt verwijderd en waarin het gedurende de winterperiode niet
                        toegestaan is om te overnachten;</al><al>f. <onderstreept>seizoenplaats</onderstreept>: een gehuurd terrein of
                        terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, waar gedurende het seizoen
                        een zelfde mobiel kampeeronderkomen is geplaatst en dat na afloop van het
                        seizoen van de plaats wordt verwijderd;</al><al>g. <onderstreept>toeristische plaats</onderstreept>: een terrein of
                        terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een jaar of seizoen
                        plaatsen van steeds wisselende mobiele kampeeronderkomens;</al><al>h. <onderstreept>kampeerterrein</onderstreept>: een terrein dat bestemd is
                        om te worden gebruikt voor verblijfsrecreatie;</al><al>i. <onderstreept>arrangement</onderstreept>: een reservering op een
                        toeristische plaats voor een gezin, echtpaar of samenreizende personen
                        gedurende een vooraf vastgelegde periode van minimaal vier weken voor een
                        vast huurbedrag;</al><al>j. <onderstreept>voorseizoenarrangement</onderstreept>: een arrangement
                        lopend vanaf het begin van het kampeerseizoen en eindigend aan het eind van
                        de maand juni;</al><al>k. <onderstreept>verlengd voorseizoenarrangement</onderstreept>: een
                        arrangement lopend vanaf het begin van het kampeerseizoen en eindigend in de
                        eerste helft van de maand juli;</al><al>l. <onderstreept>naseizoenarrangement</onderstreept>: een arrangement met
                        een looptijd van ongeveer twee maanden, startend na het hoogseizoen en
                        eindigend bij de afloop van het kampeerseizoen;</al><al>m. <onderstreept>maandarrangement</onderstreept>: een arrangement met een
                        looptijd van één maand gedurende de maand juni of september;</al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Ter zake van het houden van verblijf met overnachtingen binnen de gemeente
                        tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene
                        in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente zijn
                        opgenomen, wordt onder de naam ‘toeristenbelasting’ een directe belasting
                        geheven.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als
                                bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel
                                op hem ter beschikking staande terreinen.</al></li><li nr="2."><al> De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te
                                verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting
                                verschuldigd wordt.</al></li><li nr="3."><al> Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is
                                aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het
                                bepaalde in artikel 2 verblijf houdt.</al></li></lijst><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:</al><lijst><li nr="1."><al> door degene, die:</al><al/><lijst><li nr="a."><al> als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot
                                        verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van
                                        hulpbehoevenden of van ouden van dagen verblijft;</al></li><li nr="b."><al> op last of bevel van de overheid binnen de gemeente
                                        verblijf houdt;</al></li><li nr="c."><al> verblijf houdt in een gemeubileerde woning indien hij ter
                                        zake van zijn verblijf in of het ter beschikking houden van
                                        die woning forensenbelasting is verschuldigd en
                                        betaalt;</al><al/></li><li nr="2."><al> van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid,
                                        van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland
                                        verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h,
                                        van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf
                                        houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de
                                        Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal
                                        Orgaan opvang Asielzoekers.</al></li></lijst></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing</titel></kop><al>1. Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:</al><al/><al>a. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste
                        jaarplaatsen of op vaste seizoenplaatsen, bepaald op 2,3;</al><al>b. mobiele kampeeronderkomens op seizoenplaatsen, bepaald op 3;</al><al>c. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste
                        seizoenplaatsen en seizoenplaatsen, gelegen op een camping met minder dan 26
                        staanplaatsen, bepaald op 2,2;</al><al>d. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste
                        standplaatsen, vaste seizoenplaatsen of op seizoenplaatsen, bepaald op: </al><al>1<sup>o</sup> 2,6, indien sprake is van een voorseizoenarrangement;</al><al>2<sup>o</sup> 2,6, indien sprake is van een verlengd
                        voorseizoenarrangement;</al><al>3<sup>o</sup> 2,4, indien sprake is van een naseizoenarrangement;</al><al>4<sup>o</sup> 2,1, indien sprake is van een maandarrangement.</al><al/><al>2. Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is
                        overnacht, wordt:</al><al/><al>a. in geval van het eerste lid, sub a, bepaald op: 55; </al><al>b. in geval van het eerste lid, sub b, bepaald op: 53;</al><al>c. in geval van het eerste lid, sub c, bepaald op: 40;</al><al>d. in geval van het eerste lid, sub d, bepaald op:</al><lijst><li nr=""><al>1<sup>o</sup> 29, indien sprake is van een
                                voorseizoenarrangement;</al></li><li nr=""><al>2<sup>o</sup> 39, indien sprake is van een verlengd
                                voorseizoenarrangement;</al></li><li nr=""><al>3<sup>o</sup> 15, indien sprake is van een
                                naseizoenarrangement;</al></li><li nr=""><al>4<sup>o</sup> 12, indien sprake is van een maandarrangement.</al><al/></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>(Opteren voor) niet-forfaitaire maatstaf van heffing</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de
                        belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing
                        vastgesteld op het werkelijk aantal overnachtingen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € 1,15.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></li><li nr="2."><al> Er kan een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het
                                bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Aanslaggrens</titel></kop><al>Geen belastingaanslag wordt opgelegd indien het aantal overnachtingen,
                        waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, gedurende het belastingjaar minder
                        dan tien zal of heeft belopen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van
                                de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                aanslagbiljet is vermeld.</al></li><li nr="2."><al> In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden
                                afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke
                                termijnen, als er na de maand van de dagtekening van het
                                aanslagbiljet nog maanden tot 31 december in het kalenderjaar waarin
                                de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het
                                aantal termijnen tenminste vijf en ten hoogste tien bedraagt. De
                                eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het
                                aanslagbiljet elk van de volgende termijnen telkens een maand
                                later.</al></li><li nr="3."><al> De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de hiervoor
                                gestelde termijnen. </al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Aanmeldingsplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is
                                gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden
                                van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks
                                schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en
                                wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231,
                                tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet.</al></li><li nr="2."><al> De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor
                                de belastingplichtige die met betrekking tot het jaar voorafgaand
                                aan het belastingjaar in de heffing van de toeristenbelasting
                                betrokken is.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Registratieplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden
                                verblijfhoudenden te registreren in een daarvoor bestemd en door de
                                gemeente verstrekt nachtverblijfregister.</al></li><li nr="2."><al> Het college van burgemeesters en wethouders stelt genoemd
                                nachtverblijfregister kosteloos beschikbaar.</al></li><li nr="3."><al> Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven
                                met betrekking tot de inrichting en gebruik van het
                                nachtverblijfregister.</al></li><li nr="4."><al> De verplichting als bedoeld in de voorgaande leden geldt niet voor
                                zover de belastingplichtige gebruik maakt van de forfaitaire
                                berekeningswijze van de heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel
                                6.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de toeristenbelasting.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De “Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting
                                2013” van 8 november 2012, wordt ingetrokken met ingang van de in
                                het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing. Zij blijft
                                van toepassing op de belastbare feiten die zich voor die datum
                                hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al> Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al> De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.</al></li><li nr="4."><al> De verordening wordt aangehaald als “Verordening toeristenbelasting
                                2014”.</al></li></lijst><al/><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld door de raad van de gemeente Vlissingen in zijn openbare
                        vergadering van 19 december 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>Mr. F. Vermeulen A.M. Demmers – van der Geest</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>