<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR324169_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede de regels voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Alkmaar</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Alkmaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Alkmaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-284.html, 06-01-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Alkmaar</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=212">Gemeentewet, art. 212 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-01-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR414067_1">Financiële verordening gemeente Alkmaar 2015</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede de regels voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Alkmaar</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr>I.</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>sector en bedrijf:</al></li><li nr=""><al>iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke
                                        organisatie met een eigen verantwoordelijkheid aan het
                                        college.</al></li><li nr="b."><al>administratie:</al></li><li nr=""><al>het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en
                                        verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het
                                        functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de
                                        organisatie van de gemeente Alkmaar en ten behoeve van de
                                        verantwoording die daarover moet worden afgelegd.</al></li><li nr="c."><al>Administratieve organisatie</al></li><li nr=""><al>het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het
                                        tot stand brengen en het in stand houden van de goede
                                        werking van de bestuurlijke en ambtelijke
                                        informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke
                                        leiding.</al></li><li nr="d."><al>Rechtmatigheid</al></li><li nr=""><al>het in overeenstemming zijn met geldende wet- en
                                        regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen,
                                        raadsbesluiten en collegebesluiten.</al></li><li nr="e."><al>Doelmatigheid</al></li><li nr=""><al>het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt
                                        mogelijke inzet van middelen.</al></li><li nr="f."><al>Doeltreffendheid</al></li><li nr=""><al>de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het
                                        beleid ook daadwerkelijk worden behaald.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>II.</nr><titel>Kaderstelling en Begroting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Planning en controlcyclus</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor aanvang van een begrotingsjaar biedt het college de
                                        raad een overzicht aan met daarin in elk geval de data voor
                                        het aanbieden door het college en het vaststellen door de
                                        raad van de jaarstukken, de voorjaarsnota, de tussentijdse
                                        rapportages en de begroting met de meerjarenraming, alsmede
                                        van de te houden bijeenkomst grote projecten voorafgaand aan
                                        de behandeling van de voorjaarsnota.</al></li><li nr="2."><al>In het overzicht genoemd in het eerste lid wordt tevens
                                        inzicht geboden wanneer het college in het begrotingsjaar de
                                        raad de (geactualiseerde) kadernota’s aanbiedt welke
                                        voortvloeien uit het BBV.</al></li><li nr="3."><al>T.a.v. de jaarstukken, de voorjaarsnota en de begroting ligt
                                        tussen het moment van aanbieden aan de raad en de
                                        besluitvorming in de raad ten minste zes weken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inrichting voorjaarsnota, begroting en
                                jaarstukken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In de voorjaarsnota biedt het college tevens een overzicht
                                        aan met de financiële kaders en uitgangspunten van de
                                        ontwerpbegroting en het meerjarenramingen.</al></li><li nr="2."><al>De financiële kaders en uitgangspunten worden gedurende het
                                        begrotingsjaar uniform toegepast op alle voorkomende en
                                        tussentijdse investeringen, projecten en andere plannen
                                        ongeacht delooptijd dan wel moment van uitvoering.</al></li><li nr="3."><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de
                                        begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering
                                        het benodigde investeringsbedrag weergegeven.</al></li><li nr="4."><al>In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting
                                        van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele
                                        raming van de totale uitgaven weergegeven.</al></li><li nr="5."><al>In de bijlage subsidies bij de begroting en de jaarstukken
                                        geeft het college in ieder geval een overzichtvan de
                                        subsidies aan instellingen en ondernemingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de
                                        lasten en de baten per programma.</al></li><li nr="2."><al>Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke
                                        investeringen in het begrotingsjaar de raad op een later
                                        tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het
                                        investeringskrediet wil ontvangen. De investeringen voor het
                                        begrotingsjaar die niet benoemd zijn tijdens de
                                        begrotingsbehandeling zijn met het vaststellen van de
                                        begroting geautoriseerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Programma-indeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt met de programmabegroting de
                                        programma-indeling vast.</al></li><li nr="2."><al>Per programma wordt de volgende informatie gepresenteerd: </al><lijst><li nr="a."><al>de doelenboom</al></li><li nr="b."><al>de geldende kaderstellende en beleidsnota’s</al></li><li nr="c."><al>de beoogde maatschappelijke effecten</al></li><li nr="d."><al>de uit te voeren prestaties</al></li><li nr="e."><al>de kritische prestatie-indicatoren</al></li><li nr="f."><al>de lasten en baten onderverdeeld naar de
                                                producten</al></li><li nr="g."><al>het meerjarig verloop van investeringen,
                                                gespecificeerd naar vervanginginvesteringen en
                                                investeringen nieuw beleid,</al></li><li nr="h."><al>het verloop van reserves en voorzieningen</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>III.</nr><titel>Begrotingsuitvoering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college informeert de raad door middel van tussentijdse
                                        rapportages over de realisatie van de begroting van de
                                        gemeente minimaal twee maal per lopende boekjaar.</al></li><li nr="2."><al>De tussenrapportages bevatten een uiteenzetting over de
                                        uitvoering en de bijstelling van het beleid en een overzicht
                                        van baten en lasten met de bijgestelde raming van: </al><lijst><li nr="a."><al>de baten en lasten per programma uitgesplitst naar
                                                producten;</al></li><li nr="b."><al>het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen
                                                uitgesplitst naar producten;</al></li><li nr="c."><al>het resultaat voor bestemming volgend uit de
                                                onderdelen a en b;</al></li><li nr="d."><al>de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan
                                                reserves per programma;</al></li><li nr="e."><al>het resultaat na bestemming, volgend uit de
                                                onderdelen c en d, alsmede de realisatie en raming
                                                van de uitputting van de investeringskredieten.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Vervallen (raadsbesluit 19 december 2013)</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>IV.</nr><titel>Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er zijn geen reserves en voorzieningen beneden het niveau
                                        van € 100.000.</al></li><li nr="2."><al>Jaarlijks wordt bij de jaarrekening: </al><lijst><li nr="a."><al>het saldo van taakmutaties waar voor in de Algemene
                                                Uitkering gemeentefonds middelen zijn toegevoegd,
                                                aan nieuw in te vormen reserves c.q. voorzieningen
                                                toegevoegd, vernoemd naar de taakmutatie;</al></li><li nr="b."><al>het saldo van het product <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Maatschappelijke%20Ondersteuning">Wet Maatschappelijke Ondersteuning</extref>
                                                toegevoegd aan de Reserve WMO, voor zover het
                                                gemaximeerde niveau van de reserve nog niet bereikt
                                                is;</al></li><li nr="c."><al>de opbrengsten anti-speculatie beding toegevoegd aan
                                                de Reserve betaalbare woningen starters;</al></li><li nr="d."><al>het saldo van het product Afvalinzameling en
                                                afvalverwerking voor zover het de niet-commerciële
                                                activiteiten betreft toegevoegd aan de reserve
                                                Egalisatie Afvalinzameling en afvalverwerking;</al></li><li nr="e."><al>het saldo van het product Riolering toegevoegd aan
                                                de reserve Egalisatie Riolering.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college zorgt bij het uitoefenen van de
                                        financieringsfunctie voor: </al><lijst><li nr="a."><al>het aantrekken van voldoende financiële middelen en
                                                het uitzetten van overtollige gelden om de
                                                programma’s binnen de door de raad vastgestelde
                                                kaders van de begroting uit te voeren;</al></li><li nr="b."><al>het beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                                financieringsfunctie zoals renterisico’s,
                                                koersrisico’s en kredietrisico’s;</al></li><li nr="c."><al>het beperken van de kosten van leningen en het
                                                bereiken van een voldoende rendement op
                                                uitzettingen;</al></li><li nr="d."><al>het beperken van de interne verwerkingskosten en
                                                externe kosten bij het beheren van de geldstromen en
                                                financiële posities.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college neemt bij het uitvoeren van de
                                        financieringsfunctie de volgende richtlijnen in acht: </al><lijst><li nr="a."><al>het uitzetten van overtollige geldmiddelen gebeurt
                                                uitsluitend bij financiële instellingen: </al><lijst><li nr="*)"><al>die bijdragen aan een samenleving waarin
                                                  levenskwaliteit wordt bevorderd en menselijke
                                                  waardigheid centraal staat;</al></li><li nr="*)"><al>die het voor mensen, bedrijven en organisaties
                                                  mogelijk maken bewust met geld om te gaan en
                                                  daarmee duurzame ontwikkeling bevorderen;</al></li><li nr="*)"><al>waarvoor minimaal een AA rating afgegeven is
                                                  door tenminste één gezaghebbende rating agency, of
                                                  voor wiens waardepapieren een solvabiliteitseis
                                                  geldt van 0%;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet
                                                tegen vastrentende waarden, dan wel in producten
                                                waarbij de hoofdsom tenminste aan het eind van de
                                                looptijd in tact is;</al></li><li nr="c."><al>derivaten worden uitsluitend gebruikt voor het
                                                beperken van financiële risico’s;</al></li><li nr="d."><al>voor het aantrekken van financieringen met een
                                                looptijd langer dan 1 jaar worden tenminste 3
                                                prijsopgaven bij verschillende financiële
                                                instellingen gevraagd;</al></li><li nr="e."><al>overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het
                                                uitzetten van middelen of het verlenenvan garanties
                                                luiden in euro.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college informeert de raad vooraf indien de wettelijke
                                        kasgeldlimiet of de wettelijke rente-risiconorm dreigen te
                                        worden overschreden.</al></li><li nr="4."><al>Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van
                                        garanties en het aangaan van financiële participaties uit
                                        hoofde van de publieke taak bedingt het college indien
                                        mogelijk zekerheden.</al></li></lijst><al>Het college motiveert in zijn besluit het openbaar belang van
                                dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties
                                en financiële participaties.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de
                                        jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen
                                        op grond van het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20begroting%20en%20verantwoording%20provincies%20en%20gemeenten">Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                            gemeenten</extref> in ieder geval op: </al><lijst><li nr="a."><al>de verwerving van gronden;</al></li><li nr="b."><al>de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen
                                                projecten;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In de kadernota grondbeleid wordt in ieder geval aandacht
                                        besteed aan: </al><lijst><li nr="a."><al>de strategische visie van het toekomstig grondbeleid
                                                van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen
                                                projecten;</al></li><li nr="c."><al>de verwerving en uitgifte van gronden;</al></li><li nr="d."><al>de uitgangspunten voor prijsstelling van de verkoop
                                                van gronden.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>V.</nr><titel>Financieel beheer en interne controle</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder
                                geval dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in
                                        de gemeente als geheel en in de afdelingen;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de
                                        omvang van activa met economisch nut, activa met
                                        maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen, schulden en
                                        contracten;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de
                                        toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het
                                        maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het verschaffen van informatie over indicatoren met
                                        betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en
                                        diensten en de maatschappelijke effecten van het
                                        gemeentelijke beleid;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de
                                        rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse
                                        interne toetsing van de getrouwheid van de
                                        informatieverstrekking, en de rechtmatigheid van de
                                        beheershandelingen.</al></li><li nr="2."><al>Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing
                                        van een aantal organisatie-onderdelen en processen op
                                        juistheid, volledigheid en tijdigheid van de
                                        informatievoorziening, de rechtmatigheid van
                                        beheershandelingen en op misbruik en oneigenlijk gebruik van
                                        de gemeentelijke regelingen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>VI.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college zorgt voor en legt vast: </al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke
                                                organisatie en een eenduidig toewijzing van de
                                                gemeentelijke taken aan de afdelingen;</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies,
                                                bevoegdheden, verantwoordelijkheden, zodat aan de
                                                eisen van interne controle wordt voldaan en de
                                                betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan
                                                beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het
                                                aangaan van verplichtingen ten laste van de
                                                toegekende budgetten en investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al>de regels voor taken en bevoegdheden, de
                                                verantwoordingsrelaties en de bijbehorende
                                                informatievoorziening van de
                                                financieringsfunctie;</al></li><li nr="e."><al>de te maken afspraken met de afdelingen over de te
                                                leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen
                                                en de wijze en frequentie van rapportage over de
                                                voortgang van de activiteiten en uitputting van
                                                middelen;</al></li><li nr="f."><al>de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig
                                                toewijzen van de lasten en baten aan de producten
                                                van de productraming en de productrealisatie.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De besluiten genoemd onder letters a, b en d van het eerste
                                        lid worden ter kennisneming aan de raad aangeboden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>VII.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van het
                                        begrotingsjaar 2012. De stukken voor dit begrotingsjaar en
                                        latere begrotingsjaren voldoen aan de bepalingen van deze
                                        verordening.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in de plaats van de “Financiële
                                        verordening gemeente Alkmaar” vastgesteld door de raad op 3
                                        november 2003.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt in de gemeentelijke stukken aangehaald onder
                                de naam “Financiële verordeninggemeente Alkmaar”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><al><vet>Toelichting op de artikelen</vet></al><al><vet>Artikel 1. Definities</vet></al><al>Voor de gehanteerde begrippen in de verordening gelden de definities uit de
                    Gemeentewet, de Wet Fido, het Besluit begroting en verantwoording Provincies en
                    Gemeenten (BBV) en het Besluit accountantscontrole Provincies en Gemeenten.</al><al>Enkele begrippen uit de verordening worden expliciet gedefinieerd.</al><al><vet>Artikel 2. Planning en controlcyclus</vet></al><al>Het artikel bepaalt dat het college ieder jaar aan de raad een overzicht
                    aanbiedt met daarin de data waarop belangrijke financiële stukken in de raad
                    worden geagendeerd. Het overzicht is bij wijze vanspreken het spoorboekje voor
                    de raad en het college voor de financiële jaarplanning. Een goede afstemming met
                    de griffie voorafgaand aan de aanbieding aan de raad is wenselijk voor een
                    soepele behandeling in de raad.</al><al>Tegelijk met het overzicht wordt tevens aangeboden een voorstel wanneer welke
                    nota’s in het komendbegrotingjaar aan de raad worden voorgelegd. Dit biedt de
                    raad desgewenst de gelegenheid andere prioriteiten te stellen ten aanzien van
                    het actualiseren van financieel beleid. Het betreft de nota’s;</al><lijst><li nr="a."><al>Lokale heffingen</al></li><li nr="b."><al>Reserves en voorzieningen</al></li><li nr="c."><al>Waardering en afschrijving vaste activa</al></li><li nr="d."><al>Weerstandsvermogen en risicomanagement</al></li><li nr="e."><al>Onderhoud kapitaalgoederen</al></li><li nr="f."><al>Financiering</al></li><li nr="g."><al>Bedrijfsvoering</al></li><li nr="h."><al>Verbonden partijen</al></li><li nr="i."><al>Grondbeleid</al></li><li nr="j."><al>Verstrekking subsidies.</al></li></lijst><al>Om de raadsleden in staat te stellen zich zorgvuldig op belangrijke en
                    omvangrijke financiële documentenvoor te kunnen bereiden is in het laatste lid
                    een termijn gesteld van 6 weken tussen aanbieden en besluitvorming in de
                    raad.</al><al><vet>Artikel 3. Inrichting voorjaarsnota, begroting en jaarstukken</vet></al><al>In dit artikel zijn in aanvulling op het BBV bepalingen opgenomen voor de
                    inrichting van de begroting.</al><al>Belangrijk punt betreft de toevoeging van lid 2. Hiermee worden de financiële
                    uitgangspunten voor investeringsbeslissingen gelijk gesteld en wordt de afweging
                    niet verstoord door wisselende financiële uitgangspunten en aannames. De
                    financiële uitgangspunten voor een begrotingsjaar zijn hierdoor van toepassing
                    op alle investeringen, projecten en plannen gedurende het begrotingsjaar.</al><al><vet>Artikel 4. Autorisatie begroting en investeringskredieten</vet></al><al>Artikel 4 bevat nadere regels voor de autorisatie van de begroting en
                    investeringskredieten. In dit artikel wordt bepaald dat de raad autoriseert op
                    programmaniveau.</al><al>Investeringen die in hetzelfde begrotingsjaar starten vallen ook onder de
                    autorisatie tenzij de raad bij de begrotingsbehandeling expliciet aangeeft dat
                    voor bepaalde investeringen aparte autorisatievoorstellen aan de raad moeten
                    worden voorgelegd.</al><al>Investeringen die betrekken hebben op latere jaren vallen niet onder de
                    autorisatie.</al><al><vet>Artikel 5. Programma-indeling</vet></al><al>Dit artikel bevat bepalingen over de inrichting van de begroting. De indeling
                    van de programma’s wordt jaarlijks met het vaststellen van de programmabegroting
                    door de raad vastgesteld.</al><al>Door de raadswerkgroep Verbetering programmabegroting zijn voorstellen gedaan
                    tot versterking vande informatiewaarde van de programmabegroting. Deze
                    voorstellen zijn in de Programmabegroting 2010 verwerkt en worden in dit artikel
                    formeel vastgelegd.</al><al><vet>Artikel 6. Tussentijdse rapportage</vet></al><al>Een belangrijk onderdeel van de planning en control cyclus voor de raad zijn de
                    tussenrapportages.Op basis van tussenrapportages wordt de raad geïnformeerd over
                    de uitputting van budgetten en investeringskredieten en de voortgang van de
                    uitvoering van het beleid.</al><al>De minimale frequentie voor tussentijdse rapportages is twee maal per jaar,
                    vaker mag.</al><al>Het 2e lid bevat bepalingen over de minimale inhoud van de rapportage.</al><al><vet>Artikel 7. Reserves en voorzieningen</vet></al><al>Voor een investeringsvoornemen kan de raad een bestemmingsreserve vormen. Een
                    deel van de algemene reserve wordt hiervoor afgezonderd. Hiermee wordt op de
                    balans van de gemeente tot uitdrukkinggebracht dat een toekomstige investering
                    een beslag op het eigen vermogen gaat leggen.</al><al>Een investeringsvoornemen leidt niet altijd tot investeringen. Er bestaat het
                    gevaar dat bestemmingsreserves op de balans blijven staan waar tegenover in het
                    geheel geen investeringsvoornemen meer bestaan. Door bij het instellen van een
                    bestemmingsreserve een minimum niveau te hanteren kan dit worden voorkomen. Met
                    dit oogmerk is als ondergrens voor het vormen van reserves en voorziening en een
                    bedrag van € 100.000 opgenomen.</al><al>Voor een pragmatisch financieel beheer is geregeld dat een aantal saldi bij de
                    jaarrekening gedoteerd worden aan specifiek benoemde reserves.</al><al><vet>Artikel 8. Financieringsfunctie</vet></al><al>De financieringsfunctie (treasury) is een belangrijk onderdeel van het
                    middelbeheer. Gezien de kwetsbaarheid van deze functie bevat artikel 212
                    Gemeentewet de expliciete bepaling dat de financiële verordening hierover regels
                    voor het beleid en de organisatie bevat.</al><al>Het verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van financiële
                    participaties mogen gemeenten alleen uit hoofde van de publieke functie (artikel
                    2 Wet Financiering Decentrale Overheden).</al><al>In lid 2 is opgenomen dat overtollige geldmiddelen alleen bij maatschappelijk
                    verantwoorde en duurzaam opererende financiële instellingen uitgezet mogen
                    worden. Met de bepaling in dit artikel brengt de gemeente Alkmaar tot
                    uitdrukking dat haar verantwoordelijkheid om duurzaam te handelen ook geldt in
                    de omgang met financiële instellingen.</al><al><vet>Artikel 9. Grondbeleid</vet></al><al>In het BBV staat in artikel 16 welke informatie de paragraaf Grondbeleid in elk
                    geval moet bevatten.</al><al>Het 2e lid benoemt een aantal elementen welke in een kadernota Grondbeleid
                    behandeld dienen teworden.</al><al><vet>Artikel 10. Administratie</vet></al><al>Onder artikel 10 zijn algemene bepalingen opgenomen voor de inrichting van de
                    gemeentelijke administratie. Op hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens
                    systematisch moeten worden vastgelegden aan welke eisen deze gegevens moeten
                    voldoen.</al><al><vet>Artikel 11. Interne controle</vet></al><al>Onder artikel 11 zijn algemene bepalingen opgenomen voor de interne controle van
                    bedrijfsprocessenen organisatie onderdelen.</al><al><vet>Artikel 12. Financiële organisatie</vet></al><al>Artikel 12 geeft de uitgangspunten voor de financiële organisatie. Volgens het
                    1e lid letter a van artikel 160 Gemeentewet is het college bevoegd regels vast
                    te stellen over de ambtelijke organisatie van de gemeente. Het college wordt in
                    dit artikel opgedragen bepaalde van deze regels vast te leggen in
                    besluiten.</al><al><vet>Artikel 13. Inwerkingtreding</vet></al><al>De verordening treedt in de plaats van de vorige op grond van artikel 212
                    Gemeentewet ingestelde verordening. Het artikel bepaalt dat de verordening van
                    toepassing is op alle stukken van het genoemde begrotingsjaar en latere jaren.
                    De jaarstukken van het vorig begrotingsjaar moeten nog voldoen aan de bepalingen
                    uit de oude verordening.</al><al><vet>Artikel 14. Citeertitel</vet></al><al>Artikel 14 geeft de naam, waarmee in de gemeentelijke stukken naar deze
                    verordening kan worden verwezen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>