<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR32377_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het onderzoeksrecht van de raad</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-03-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Peperbus 31/12/2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op het onderzoeksrecht van de raad</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 155a Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-12-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>gb1-2008.167</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Bestuurlijke organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De mogelijkheid voor de raad om een onderzoek in te stellen naar het door het college of burgemeester gevoerde bestuur.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      VERORDENING OP HET ONDERZOEKSRECHT VAN DE RAAD
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsbepalingen</titel>
          </kop>
          <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>onderzoek: een onderzoek als bedoeld in artikel 155a, eerste
                                    lid, van de Gemeentewet;</al></li>
            <li nr="b."><al>onderzoekscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 155a,
                                    derde lid, van de Gemeentewet.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Instellen van het onderzoek/onderzoekscommissie</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Op voorstel van een of meer van zijn leden kan de raad besluiten een
                                onderzoek in te stellen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In een raadsvergadering, volgend op het in het eerste lid genoemde
                                besluit, stelt de raad een onderzoekscommissie in en beslist omtrent
                                het aantal leden en de samenstelling van deze commissie.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De raad wijst een genoegzaam aantal plaatsvervangend leden aan.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Bij de instelling van de onderzoekscommissie stelt de raad nadere
                                regels vast met betrekking tot de rapportage van de
                                onderzoekscommissie aan de raad.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Voorzitter/plaatsvervangend voorzitter</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De raad benoemt uit zijn midden een voorzitter, tevens lid, van de
                                onderzoekscommissie. De leden van de onderzoekscommissie kiezen uit
                                hun midden een plaatsvervangend voorzitter.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De voorzitter is belast met:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>het leiden van de beraadslaging en zitting;</al></li>
              <li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li>
              <li nr="c."><al>het doen naleven van bij of krachtens deze verordening
                                        gestelde regels;</al></li>
              <li nr="d."><al>hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Beëindiging van het lidmaatschap</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het lidmaatschap van de onderzoekscommissie eindigt indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de raad besluit tot opheffing van de
                                        onderzoekscommissie;</al></li>
              <li nr="b."><al>een lid ophoudt lid te zijn van de raad;</al></li>
              <li nr="c."><al>de onderzoekscommissie besluit een lid van zijn commissie te
                                        horen;</al></li>
              <li nr="d."><al>een lid ontslag neemt.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Een lid van de onderzoekscommissie kan op elk moment ontslag nemen.
                                Hiervan brengt hij de raad en de voorzitter van de
                                onderzoekscommissie zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte.
                            </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>In openstaande vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Bij een
                                tussentijdse vacature neemt de plaatsvervanger van het
                                desbetreffende commissielid diens plaats in. De raad beslist of in
                                zijn plaats een plaatsvervanger wordt aangewezen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De leden 1 tot en met 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de
                                plaatsvervangende leden</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Bevoegdheden van de onderzoekscommissie</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De onderzoekscommissie besluit alvorens het eerste getuigenverhoor
                                plaats vindt of getuigen uitsluitend verhoord worden na het afleggen
                                van de eed of belofte.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De onderzoekscommissie kan buiten de in artikel 155b, eerste lid,
                                van de Gemeentewet genoemde personen tevens anderen verzoeken om
                                medewerking aan het onderzoek te verlenen. Laatstgenoemde
                                medewerking geschiedt slechts op vrijwillige basis. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De onderzoekscommissie kan besluiten derden in te schakelen voor het
                                uitvoeren van opdrachten die zij in het kader van de
                                onderzoeksopdracht en de uitoefening van haar taak nodig acht. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De onderzoekscommissie kan in het belang van het onderzoek in
                                beslotenheid met een ieder informatieve gesprekken voeren, welke als
                                zodanig geen onderdeel van het onderzoek uitmaken. Er bestaat
                                hiertoe geen plicht tot medewerking.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>De onderzoekscommissie kan de bovengenoemde bevoegdheden uitsluitend
                                uitoefenen indien ten minste drie van haar leden aanwezig zijn.
                            </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>De commissie van onderzoek besluit bij meerderheid van stemmen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>7.</lidnr>
            <al>De raadscommissieverordening is op de onderzoekscommissie niet van
                                toepassing.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Ambtelijke bijstand</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De raad benoemt ter ondersteuning van de onderzoekscommissie een
                                medewerker van de griffie of een persoon die minimaal gedurende de
                                duur van het onderzoek bij de griffie wordt gedetacheerd, als
                                commissiegriffier. De commissiegriffier kan zich laten ondersteunen
                                door andere medewerkers.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De commissiegriffier is bij iedere zitting aanwezig.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt zijn plaats ingenomen
                                door een daartoe door de raad aangewezen vervanger.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning is niet
                                van toepassing.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Zittingen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de
                                zitting en brengt die ter openbare kennis.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De voorzitter roept de leden van de onderzoekscommissie, getuigen en
                                deskundigen ten minste twee weken voor de zitting op. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Binnen drie werkdagen na verzending van de oproep kunnen de getuigen
                                en deskundigen onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het
                                tijdstip van de zitting te wijzigen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één
                                week voor het tijdstip van de zitting aan de betrokken getuige of
                                deskundige medegedeeld.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>De getuigen en deskundigen worden in een openbare zitting van de
                                onderzoekscommissie gehoord. De onderzoekscommissie kan om
                                gewichtige redenen besluiten een verhoor of een gedeelte daarvan
                                niet in het openbaar af te nemen. De leden van de commissie en de
                                commissiegriffier, alsmede de overige aanwezige medewerkers bewaren
                                geheimhouding over hetgeen hun tijdens een besloten zitting ter
                                kennis komt.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Toehoorders en de pers</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare zittingen bijwonen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde
                                van de vergadering verstoren, te doen vertrekken.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Geluid- en beeldregistraties</titel>
          </kop>
          <al>Degenen die tijdens de zitting geluid- dan wel beeldregistraties willen
                            maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar
                            zijn aanwijzingen.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Verslaglegging zitting</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De commissiegriffier als bedoeld in artikel 6, eerste lid, draagt
                                zorg voor de verslaglegging van de zitting.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het verslag vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid
                                voor zover van belang.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het verslag houdt tenminste een zakelijke vermelding in van wat over
                                en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden,
                                die aan het verslag kunnen worden gehecht.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Het verslag wordt ondertekend door alle leden van de
                                onderzoekscommissie, alsmede de commissiegriffier. Van
                                minderheidsstandpunten wordt in het verslag melding gemaakt.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Beraadslagingen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De onderzoekscommissie beraadslaagt indien de voorzitter het nodig
                                oordeelt, dan wel indien een meerderheid van de leden hiertoe een
                                gemotiveerd verzoek aan de voorzitter richt. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De onderzoekscommissie beraadslaagt achter gesloten deuren.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Afronding onderzoek</titel>
          </kop>
          <al>Na afronding van het onderzoek door de onderzoekscommissie worden haar
                            bevindingen schriftelijk voorgelegd aan de raad.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening treedt in werking een dag na bekendmaking.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <bijlage>
        
        <tussenkop>Bijlage: Checklist voor een onderzoek</tussenkop>
        <al/>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>Waarom wordt er gekozen voor een onderzoek en niet voor andere
                            instrumenten?</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <lijst>
          <li nr="2."><al>Hoe luidt de onderzoeksvraag?</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <lijst>
          <li nr="3."><al>Welke elementen worden precies onderzocht in de kwestie?</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <lijst>
          <li nr="4."><al>Met welk doel vindt het onderzoek plaats: </al></li>
        </lijst>
        <lijst>
          <li nr=""><lijst>
              <li nr="a."><al>lering voor de toekomst, </al></li>
            </lijst></li>
        </lijst>
        <lijst>
          <li nr=""><lijst>
              <li nr="b."><al>verantwoording afleggen, </al></li>
            </lijst></li>
        </lijst>
        <lijst>
          <li nr=""><lijst>
              <li nr="c."><al>overig</al><al/></li>
            </lijst></li>
        </lijst>
        <lijst>
          <li nr="5."><al>Samenstelling onderzoekscommissie: leden en plv. leden. Welke fracties
                            zijn hierin vertegenwoordigd? Welke leden zitten in de
                            onderzoekscommissie?</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <lijst>
          <li nr="6."><al>Hoe groot is de commissie?</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <lijst>
          <li nr="7."><al>Bepaalt de raad of de commissie het voorzitterschap?</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <lijst>
          <li nr="8."><al>Welke incompatibiliteiten gelden er voor het lidmaatschap voor de
                            raadsleden? Bijvoorbeeld:</al></li>
        </lijst>
        <lijst>
          <li nr=""><lijst>
              <li nr="a."><al>betrokkenheid bij besluitvorming in oude raad of
                                    anderszins,</al></li>
            </lijst></li>
        </lijst>
        <lijst>
          <li nr=""><lijst>
              <li nr="b."><al>andere betrokkenheid in de te onderzoeken kwestie.</al><al/></li>
            </lijst></li>
        </lijst>
        <lijst>
          <li nr="9."><al>Welke taakverdeling vindt er plaats in de onderzoekscommissie?</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <lijst>
          <li nr="10."><al>Wie ondersteunt de commissie?</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <lijst>
          <li nr="11."><al>Hoe is de wettelijke aansprakelijkheid geregeld voor externe
                            ondersteuning?</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <lijst>
          <li nr="12."><al>Welke regels gelden voor bijstand door ambtenaren?</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <lijst>
          <li nr="13."><al>Binnen welk tijdsbestek moet de commissie haar werkzaamheden
                            verrichten?</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <lijst>
          <li nr="14."><al>Welke wijze van rapporteren wordt gekozen:</al></li>
        </lijst>
        <lijst>
          <li nr=""><lijst>
              <li nr="a."><al>tussenrapportages en/of eindrapportage,</al></li>
            </lijst></li>
        </lijst>
        <lijst>
          <li nr=""><lijst>
              <li nr="b."><al>schriftelijk en/of mondeling.</al><al/></li>
            </lijst></li>
        </lijst>
        <lijst>
          <li nr="15."><al>Waar bestaat de rapportage uit:</al></li>
        </lijst>
        <lijst>
          <li nr=""><lijst>
              <li nr="a."><al>bevindingen,</al></li>
            </lijst></li>
        </lijst>
        <lijst>
          <li nr=""><lijst>
              <li nr="b."><al>conclusies,</al></li>
            </lijst></li>
        </lijst>
        <lijst>
          <li nr=""><lijst>
              <li nr="c."><al>aanbevelingen?</al></li>
            </lijst></li>
        </lijst>
        <al/>
        <lijst>
          <li nr="16."><al>Hoeveel en welke middelen wil de gemeenteraad ter beschikking stellen
                            voor het onderzoek?</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <lijst>
          <li nr="17."><al>Welke methode wordt gekozen:</al></li>
        </lijst>
        <lijst>
          <li nr=""><lijst>
              <li nr="a."><al>onderzoek van stukken,</al></li>
            </lijst></li>
        </lijst>
        <lijst>
          <li nr=""><lijst>
              <li nr="b."><al>voorgesprekken met betrokkenen,</al></li>
            </lijst></li>
        </lijst>
        <lijst>
          <li nr=""><lijst>
              <li nr="c."><al>interviews met betrokkenen,</al></li>
            </lijst></li>
        </lijst>
        <lijst>
          <li nr=""><lijst>
              <li nr="d."><al>horen (onder ede) van betrokkenen,</al></li>
            </lijst></li>
        </lijst>
        <lijst>
          <li nr=""><lijst>
              <li nr="e."><al>inschakelen van officiële(re) instanties?</al><al/></li>
            </lijst></li>
        </lijst>
        <lijst>
          <li nr="18."><al>Op welke locatie(s) vinden de voorgesprekken, interviews en het verhoor
                            plaats?</al><al/></li>
        </lijst>
        <lijst>
          <li nr="19."><al>Vindt het onderzoek in openbaarheid of in beslotenheid plaats? Hoe wordt
                            de vertrouwelijkheid in verschillende fases van het onderzoek
                            geregeld?</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <lijst>
          <li nr="20."><al>Op welke wijze wordt de informatieverstrekking van het college aan de
                            onderzoekscommissie geregeld? Dient hiervoor een informatieprotocol
                            opgesteld te worden?</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <lijst>
          <li nr="21."><al>Op welke wordt een goede archivering en classificering gewaarborgd?</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <lijst>
          <li nr="22."><al>22.Op welke wijze wordt de pers geïnformeerd?</al></li>
        </lijst>
      </bijlage>
      <nota-toelichting>
        <tussenkop>TOELICHTING</tussenkop>
        <al/>
        <tussenkop>Algemeen</tussenkop>
        <al/>
        <al>Het onderzoeksrecht van de raad is uitvoerig geregeld in de artikelen 155a tot
                    en met 155f van de Gemeentewet. Deze verordening, die in nauwe samenhang met de
                    artikelen uit de Gemeentewet dient te worden gelezen, bevat nadere regels met
                    betrekking tot dit onderzoeksrecht. Het onderzoeksrecht is een exclusief recht
                    van de raad dat ingevolge artikel 156, tweede lid, van de Gemeentewet niet
                    overdraagbaar is.</al>
        <al>Een onderzoek als bedoeld in de artikelen 155a tot en met 155f van de
                    Gemeentewet zal zich richten op het door het college of de burgemeester gevoerde
                    bestuur. De focus van een dergelijk onderzoek is dan ook anders en vooral veel
                    breder dan een beleidsevaluatieonderzoek door de rekenkamercommissie. De
                    rekenkamercommissie voert beleidsevaluatieonderzoeken uit waarbij de
                    doeltreffendheid en de doelmatigheid van het gemeentelijk beleid centraal
                    staan.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop>
        <al/>
        <al>Dit artikel spreekt voor zich.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 2 Instellen van het onderzoek</tussenkop>
        <al/>
        <al>Ter verduidelijking wordt hier nogmaals aangegeven dat op voorstel van leden van
                    de raad, bij raadsbesluit, een onderzoek kan worden ingesteld naar het door het
                    college of de burgemeester gevoerde bestuur. Met betrekking tot voorstellen is
                    het bepaalde omtrent het initiatiefvoorstel in artikel 43 van het reglement van
                    orde van de raad van de gemeente Zwolle toepassing.</al>
        <al>Indien de raad tot een onderzoek besloten heeft, dient in een volgende
                    raadsvergadering besloten te worden omtrent het aantal leden dat in de
                    onderzoekscommissie plaats zal nemen en welke leden dat zijn (samenstelling). </al>
        <al>De Gemeentewet bepaald hieromtrent in artikel 155a, derde en vierde lid, dat de
                    onderzoekscommissie uit ten minste drie (raads)leden bestaat en dat de raad bij
                    de samenstelling zorgdraagt voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in
                    de raad vertegenwoordigde groeperingen. Omdat het denkbaar is dat hieromtrent
                    nader overleg tussen raadsfracties nodig is, is dit besluitmoment verschoven
                    naar een volgende raadsvergadering na het besluit tot het instellen van een
                    onderzoek. Omdat de onderzoekscommissie ingevolge artikel 5 van deze
                    modelverordening besluit met meerderheid van stemmen verdient het aanbeveling om
                    een oneven aantal leden te benoemen. Op deze wijze kan het staken van stemmen
                    worden voorkomen.</al>
        <al>Het derde lid voorziet in de benoeming van plaatsvervangende leden. Het aantal
                    plaatsvervangende leden is afhankelijk van de omvang van de onderzoekscommissie.
                    Omdat de uitoefening van bevoegdheden van de onderzoekscommissie gekoppeld is
                    aan de aanwezigheid van tenminste drie leden kan benoeming van plaatsvervangende
                    leden bij een omvangrijke commissie achterwege blijven.</al>
        <al>Het vierde lid bepaalt dat er bij de instelling van de onderzoekscommissie wordt
                    bepaald hoe en op welk moment deze commissie aan de raad rapporteert.
                    Voorstelbaar zou zijn dat hier bepaald wordt dat de voorzitter in elke
                    raadsvergadering een kort verslag doet omtrent de vorderingen.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 3 Voorzitter/plaatsvervangend voorzitter</tussenkop>
        <al/>
        <al>Gekozen is voor de benoeming door de raad van een voorzitter uit zijn midden. De
                    onderzoekscommissie benoemt zelf een plaatsvervangend voorzitter. De voorzitter
                    maakt tevens deel uit van de onderzoekscommissie en is derhalve niet slechts
                    (technisch) voorzitter.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 4 Beëindiging van het lidmaatschap</tussenkop>
        <al/>
        <al>In artikel 155a, zesde lid, van de Gemeentewet is bepaald dat de bevoegdheden en
                    werkzaamheden van een onderzoekscommissie niet worden geschorst door het
                    aftreden van de raad. Nu de onderzoekscommissie slechts mag bestaan uit leden
                    van de raad brengt dat met zich mee dat bij het aantreden van een nieuwe raad de
                    samenstelling van de onderzoekscommissie wel zal moeten worden aangepast. Indien
                    een individueel lid van de onderzoekscommissie ophoudt lid te zijn van de raad
                    eindigt derhalve tevens zijn lidmaatschap van eerder genoemde commissie.</al>
        <al>Voorts eindigt een lidmaatschap uiteraard bij opheffing van de
                    onderzoekscommissie en bij het nemen van ontslag. De raad kan tevens, indien dit
                    wenselijk wordt geacht, de onderzoekscommissie tussentijds opheffen.</al>
        <al>Daarnaast eindigt het lidmaatschap indien de onderzoekscommissie besluit een van
                    haar leden te horen. Artikel 155c, tweede lid, van de Gemeentewet bepaalt
                    namelijk dat een getuige of deskundige die door de onderzoekscommissie wordt
                    gehoord, niet tevens lid is van de onderzoekscommissie.</al>
        <al>Het bepaalde is uiteraard tevens van toepassing op de plaatsvervangende
                    leden.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 5 Bevoegdheden van de onderzoekscommissie</tussenkop>
        <al/>
        <al>De onderzoekscommissie heeft op basis van de bepalingen uit de Gemeentewet reeds
                    een aantal bevoegdheden. Zo bepaalt artikel 155c, vijfde lid, van de Gemeentewet
                    dat de onderzoekscommissie kan besluiten dat getuigen uitsluitend worden
                    verhoord na het afleggen van een eed of belofte. Omdat het tengevolge hiervan
                    niet mogelijk is om de ene getuige wel en de andere niet onder ede te horen is
                    in artikel 5, eerste lid, van deze verordening bepaald dat de
                    onderzoekscommissie hieromtrent een besluit neemt alvorens de eerste getuige of
                    deskundige gehoord is.</al>
        <al>Artikel 155b, eerste lid, Gemeentewet bepaalt de groep van personen die
                    verplicht zijn mee te werken aan een onderzoek en jegens wie dwangmiddelen
                    kunnen worden ingezet. Dit laat onverlet de mogelijkheid om personen buiten deze
                    groep te horen, zij het op vrijwillige basis. Deze personen zijn niet verplicht
                    om een verklaring onder ede af te leggen. Indien een onderzoekscommissie
                    derhalve bepaald heeft dat alle getuigen en deskundigen onder ede gehoord
                    worden, zijn deze personen hiervan uitgezonderd.</al>
        <al>Naast het horen op vrijwillige basis kan een onderzoekscommissie ook informele
                    (informatieve) gesprekken voeren met getuigen en deskundigen, bijvoorbeeld om
                    vast te stellen of horen ter zitting nuttig is.</al>
        <al>Tenslotte bestaat de mogelijkheid om, bijvoorbeeld bij gebrek aan deskundigheid,
                    opdrachten uit te besteden aan derden. Ingevolge artikel 155f Gemeentewet dient
                    het college de door de raad geraamde kosten voor een onderzoek in een bepaald
                    jaar op te nemen in de ontwerpbegroting. Voorstelbaar is dat hier tevens een
                    post wordt opgenomen met betrekking tot deze (mogelijke) inschakeling van
                    externen. Tot het aangaan van eventuele overeenkomsten met derden ter
                    ondersteuning van de onderzoekscommissie moet het college beslissen, tenzij het
                    college besluit deze bevoegdheid te mandateren aan de onderzoekscommissie danwel
                    de griffier.</al>
        <al>De onderzoekscommissie kan ingevolge artikel 155a, vijfde lid, Gemeentewet, de
                    haar bij die wet verleende bevoegdheden uitsluitend uitoefenen indien tenminste
                    drie van haar leden aanwezig zijn. Met betrekking tot de bevoegdheden die op
                    basis van deze verordening bestaan is gekozen voor hetzelfde regime.</al>
        <al>Daarnaast zegt het zesde lid dat de onderzoekscommissie beslist met een
                    meerderheid van stemmen. Om deze reden wordt ook aanbevolen een oneven aantal
                    leden te benoemen.</al>
        <al>De raadscommissieverordening is hier buiten toepassing verklaard omdat hierin
                    zaken en bevoegdheden geregeld worden die bij het onderzoek niet toepasbaar dan
                    wel onwenselijk zijn. Hierbij valt te denken aan zaken als spreekrecht voor
                    burgers enzovoort.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 6 Ambtelijke bijstand</tussenkop>
        <al/>
        <al>Artikel 155a, achtste lid, van de Gemeentewet, bepaalt dat de raad, alvorens tot
                    een onderzoek besloten wordt, bij verordening nadere regels stelt met betrekking
                    tot deze onderzoeken. Hierin dienen in ieder geval regels opgenomen te worden
                    over de wijze waarop ambtelijke bijstand wordt verleend aan de
                    onderzoekscommissie.</al>
        <al>Artikel 6 van deze verordening voorziet in de benoeming van een
                    commissiegriffier, die medewerker van de griffie is. Gelet op de beperkte
                    formatie van de griffie, is het echter ook mogelijk gemaakt om of een medewerker
                    uit de reguliere organisatie of een extern ingehuurd persoon tijdelijk bij de
                    griffie te detacheren. Tevens is geregeld dat de commissiegriffier zich kan
                    laten ondersteunen en dat bij instelling van de onderzoekscommissie direct een
                    vervanger wordt aangewezen.</al>
        <al>Artikel 155b lid 3 van de Gemeentewet bepaalt dat ambtenaren zijn gehouden om
                    aan een onderzoek alle door de onderzoekscommissie gevorderde medewerking te
                    verlenen. Op het gebied van het verstrekken van stukken of andere inlichtingen
                    door ambtenaren hoeven dan ook geen specifieke bepalingen in deze verordening
                    opgenomen te worden.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 7 Zitting</tussenkop>
        <al/>
        <al>Artikel 155d, eerste lid, van de Gemeentewet voorziet in de schriftelijke
                    oproeping van getuigen en deskundigen die ter zitting dienen te verschijnen.
                    Deze zitting dient te worden onderscheiden van de beraadslaging van de
                    onderzoekscommissie, die ingevolge artikel 11 van de verordening achter gesloten
                    deuren plaatsheeft. Op de zitting vinden de verhoren van getuigen en deskundigen
                    plaats ex artikel 155c, zesde lid, van de Gemeentewet en zijn in beginsel
                    openbaar. De onderzoekscommissie kan ingevolge artikel 155c, zevende lid, van de
                    Gemeentewet om gewichtige redenen echter besluiten dat een verhoor of een
                    gedeelte ervan niet in het openbaar plaatsvindt. De leden, alsmede de ambtelijk
                    medewerkers, bewaren geheimhouding over hetgeen hen tijdens een besloten zitting
                    ter kennis komt. De redenen om besloten te vergaderen zijn hierbij anders dan
                    die genoemd in artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet. In artikel 86, eerste
                    lid, wordt immers gesproken over belangen als bedoeld in artikel 10 Wet
                    openbaarheid van bestuur. Dat is bij besloten vergaderingen in het kader van het
                    onderzoeksrecht niet van belang. Slechts van belang is er of naar het oordeel
                    van de onderzoekscommissie sprake is van ‘gewichtige redenen’. Het bepaalde in
                    artikel 86, eerste lid, is derhalve op de onderzoekscommissie niet van
                    toepassing.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 8 Toehoorders en de pers</tussenkop>
        <al/>
        <al>Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter
                    van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij
                    volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor de
                    onderzoekscommissie ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het
                    derde lid voorziet hierin.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 9 Geluid- en beeldregistraties</tussenkop>
        <al/>
        <al>Aangezien de zittingen van een onderzoekscommissie in principe openbaar zijn,
                    kunnen radio- en tv-stations geluids- en beeldregistraties maken. Dit is
                    uiteraard niet het geval als het een besloten zitting betreft. De voorzitter kan
                    aanwijzingen geven met betrekking tot bijvoorbeeld plaats en opstelling.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 10 Verslaglegging zitting</tussenkop>
        <al/>
        <al>Het verdient aanbeveling om tijdens de verhoren een geluidsband mee te laten
                    draaien of op andere wijze het gezegde exact vast te leggen. Op deze wijze
                    ontstaat achteraf nooit discussie over hetgeen wel of niet gezegd is. </al>
        <al>In het laatste lid wordt geregeld dat alle leden van de onderzoekscommissie het
                    verslag ondertekenen. Dit om zeker te stellen dat allen zich achter de tekst
                    scharen, waarin ook eventuele minderheidsstandpunten kunnen worden opgenomen. De
                    commissiegriffier ondertekent mede om formele redenen.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 11 Beraadslaging</tussenkop>
        <al/>
        <al>Beraadslaging vindt plaats achter gesloten deuren omdat de inhoud van een
                    beraadslaging zich mogelijk niet voor openbaarheid leent. Het is namelijk zeer
                    wel denkbaar dat er beraadslaagd wordt omtrent ondervragingsmethoden, tactieken
                    en dergelijke, welke in het belang van het onderzoek niet naar buiten mogen
                    worden gebracht. Daarnaast moet er vrij gesproken kunnen worden over personen en
                    hetgeen door hen naar voren is gebracht.</al>
        <al>De raad kan op basis van artikel 2, derde lid, van deze verordening, nadere
                    regels stellen omtrent deze beraadslagingen in verband met de rapportage naar de
                    raad.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 12 Afronding onderzoek</tussenkop>
        <al/>
        <al>Indien de onderzoekscommissie haar werkzaamheden heeft afgerond legt zij haar
                    bevindingen voor aan de raad. Gekozen is om dit te doen in de vorm van een
                    schriftelijke rapportage. Aan de vorm hiervan worden in de verordening geen
                    eisen gesteld. Het is uiteraard mogelijk dat de raad dit bij het concrete
                    onderzoek wel doet.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikel 13 Inwerkingtreding</tussenkop>
        <al/>
        <al>De onderliggende verordening bevat geen algemeen verbindende voorschriften. De
                    verplichting voor bepaalde categorieën personen om medewerking te verlenen aan
                    een door de raad in te stellen onderzoek vloeit immers niet voort uit de
                    verordening, maar rechtstreeks uit de wet. De verordening kan derhalve op een
                    door de raad te bepalen datum in werking treden.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>